Voorbereidingsbesluit Waterstofnetwerk Drenthe Overijssel

De Minister van Klimaat en Groene Groei in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

gelet op artikel 4.16, lid 2, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 10.1 van het Omgevingsbesluit

overwegende,

dat het met het oog op de voorbereiding van een projectbesluit voor het Waterstofnetwerk Drenthe Overijssel gericht op het stellen van regels in de omgevingsplannen van de gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Coevorden, De Wolden, Emmen, Hardenberg, Hoogeveen, Midden-Drenthe, Ommen en Stadskanaal, wenselijk is te voorkomen dat zich in het gebied van het projectbesluit ruimtelijke ontwikkelingen voordoen die het gebied minder geschikt maken voor de verwezenlijking van het doel van die regels;

hiertoe in de Omgevingswet de mogelijkheid wordt geboden een voorbereidingsbesluit te nemen;

dat hierover overleg heeft plaatsgevonden met de gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Coevorden, De Wolden, Emmen, Hardenberg, Hoogeveen, Midden-Drenthe, Ommen en Stadskanaal en andere overlegpartners die betrokken zijn bij de zorg voor de fysieke leefomgeving of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn;

Besluiten:

Artikel I

Te verklaren dat voor het projectgebied, zoals dat bij dit besluit is opgenomen, een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44, eerste lid, van de Omgevingswet wordt voorbereid gericht op het stellen van regels in de omgevingsplannen van de gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Coevorden, De Wolden, Emmen, Hardenberg, Hoogeveen, Midden-Drenthe, Ommen en Stadskanaal voor waterstofinfrastructuur in het kader van het project Waterstofnetwerk Drenthe Overijssel.

Artikel II

Ten behoeve van het project het omgevingsplan van de gemeente Coevorden te wijzigen met de voorbeschermingsregels, zoals in Bijlage 1 bij dit besluit zijn opgenomen.

Artikel III

Ten behoeve van het project het omgevingsplan van de gemeente Emmen te wijzigen met de voorbeschermingsregels, zoals in Bijlage 2 bij dit besluit zijn opgenomen.

Artikel IV

Ten behoeve van het project het omgevingsplan van de gemeente Hoogeveen te wijzigen met de voorbeschermingsregels, zoals in Bijlage 3 bij dit besluit zijn opgenomen.

Artikel V

Na bekendmaking van dit besluit in de Staatscourant, treedt dit besluit direct in werking.

Aldus besloten op 27 september 2025

w.g.

S.Th.M. Hermans

Minister van Klimaat en Groene Groei

In overeenstemming met

w.g.

M.C.G. Keijzer

Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Bijlage 1 artikel II

Voorbeschermingsregels Waterstofnetwerk Drenthe Overijssel voor Gemeente Coevorden

Voorrangsbepaling

Deze voorbeschermingsregels gelden aanvullend op de regels van het omgevingsplan van de gemeente Coevorden. Voor zover de regels van het omgevingsplan van de gemeente Coevoerden in strijd zijn met deze voorbeschermingsregels, gelden primair de voorbeschermingsregels.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Afdeling 1.1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

Voor de begrippen die in deze regels gebruikt worden, wordt verwezen naar bijlage II.

Artikel 1.2 Doelen

De voorbeschermingsregels hebben tot doel het creëren en behouden van ruimte voor de ontwikkeling van de waterstofinfrastructuur.

Hoofdstuk 2 Voorbeschermingsregels

Artikel 2.1 Vergunningplicht ruimtelijke activiteiten

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten in het projectgebied:

    • a.

      het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken;

    • b.

      het wijzigen van het gebruik van gronden en bouwwerken.

  • 2.

    De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien de activiteiten naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.

  • 3.

    Het bevoegd gezag vraagt ten behoeve van het oordeel, bedoeld in het tweede lid, om advies:

    • a.

      de Minister;

    • b.

      de toekomstige beheerder van de transportleiding voor waterstof die onderdeel gaat uitmaken van het projectbesluit.

  • 4.

    Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op bestaande activiteiten of activiteiten die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze voorbeschermingsregels in overeenstemming met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving.

Artikel 2.2 Vergunningplicht uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

    • a.

      het aanbrengen of rooien van hoog opgaande of diep wortelende beplantingen en bomen;

    • b.

      het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;

    • c.

      het indrijven van voorwerpen in de bodem;

    • d.

      het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;

    • e.

      het permanent opslaan van goederen;

    • f.

      het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;

    • g.

      andere werken en/of werkzaamheden die de aanleg van de transportleiding voor waterstof kunnen belemmeren.

  • 2.

    De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien de werken en werkzaamheden naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.

  • 3.

    Het bevoegd gezag vraagt ten behoeve van het oordeel, bedoeld in het tweede lid, om advies:

    • a.

      de Minister;

    • b.

      de toekomstige beheerder van de transportleiding voor waterstof die onderdeel gaat uitmaken van het projectbesluit.

  • 4.

    Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op activiteiten die:

    • a.

      het normale onderhoud en beheer betreffen ten dienste van de functies en activiteiten die op grond van het omgevingsplan zijn toegelaten;

    • b.

      bestaande activiteiten betreffen;

    • c.

      reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze voorbeschermingsregels in overeenstemming met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving;

    • d.

      graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken;

    • e.

      de uitvoering van het projectbesluit betreffen.

Bijlage I Overzicht informatieobjecten

Waterstofnetwerk Drenthe Overijssel - Coevorden

/join/id/regdata/mnre1182/2025/Trace_Coevorden/nld@2025‑08‑05

Bijlage II Begrippen

Bestaande activiteiten

zoals legaal aanwezig c.q. in uitvoering op het tijdstip van inwerkingtreding van de voorbeschermingsregels, dan wel toegestaan is krachtens een voor dat tijdstip verleende omgevingsvergunning.

de Minister

De Minister van Klimaat en Groene Groei

Algemene toelichting

Toelichting op de regeling

De voorbeschermingsregels waarmee het omgevingsplan wordt gewijzigd, bestaan uit regels en geografische informatieobjecten (locaties), vergezeld van een toelichting en bijlagen. De regels en de geografische informatieobjecten vormen het juridisch bindende deel. De voorbeschermingsregels zijn gericht op het voorkomen dat zich in het gebied van het in voorbereiding zijnde projectbesluit Waterstofnetwerk Drenthe Overijssel ruimtelijke ontwikkelingen voordoen die het gebied minder geschikt maken voor de verwezenlijking van het project. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de uitleg van de regels.

Opbouw van de regels

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Dit hoofdstuk omvat twee artikelen:

  • Artikel 1.1: Begripsbepalingen. Dit artikel bevat alle noodzakelijke begripsbepalingen. Hierdoor wordt de interpretatie van de diverse begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot;

  • Artikel 1.2: Doelen. Dit artikel bevat het doel in verband waarmee regels zijn gesteld die het omgevingsplan wijzigen.

Hoofdstuk 2 Voorbeschermingsregels

In hoofdstuk 2 zijn de vergunningplichtige activiteiten opgenomen die de locatie minder geschikt kunnen maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan. Hierbij wordt het volgende stramien gevolgd:

  • de aanwijzing van vergunningplichtige activiteiten op basis van artikel 4.14, derde lid onder a Ow;

  • de beoordelingsregels waaraan een aanvraag voor de betreffende activiteit wordt getoetst. In dit kader vindt de afweging plaats of de aangevraagde activiteit naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan;

  • de aanwijzing van een bestuursorgaan of andere instantie die in de gelegenheid worden gesteld om aan het bevoegd gezag advies uit te brengen over een aanvraag op basis van artikel 4.14, derde lid onder c Ow.

Bijlage 2 artikel III

Voorbeschermingsregels Waterstofnetwerk Drenthe Overijssel voor Gemeente Emmen

Voorrangsbepaling

Deze voorbeschermingsregels gelden aanvullend op de regels van het omgevingsplan van de gemeente Emmen. Voor zover de regels van het omgevingsplan van de gemeente Emmen in strijd zijn met deze voorbeschermingsregels, gelden primair de voorbeschermingsregels.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Afdeling 1.1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

Voor de begrippen die in deze regels gebruikt worden, wordt verwezen naar bijlage II.

Artikel 1.2 Doelen

De voorbeschermingsregels hebben tot doel het creëren en behouden van ruimte voor de ontwikkeling van de waterstofinfrastructuur.

Hoofdstuk 2 Voorbeschermingsregels

Artikel 2.1 Vergunningplicht ruimtelijke activiteiten

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten in het projectgebied:

    • a.

      het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken;

    • b.

      het wijzigen van het gebruik van gronden en bouwwerken.

  • 2.

    De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien de activiteiten naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.

  • 3.

    Het bevoegd gezag vraagt ten behoeve van het oordeel, bedoeld in het tweede lid, om advies:

    • a.

      de Minister;

    • b.

      de toekomstige beheerder van de transportleiding voor waterstof die onderdeel gaat uitmaken van het projectbesluit.

  • 4.

    Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op bestaande activiteiten of activiteiten die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze voorbeschermingsregels in overeenstemming met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving.

Artikel 2.2 Vergunningplicht uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

    • a.

      het aanbrengen of rooien van hoog opgaande of diep wortelende beplantingen en bomen;

    • b.

      het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;

    • c.

      het indrijven van voorwerpen in de bodem;

    • d.

      het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;

    • e.

      het permanent opslaan van goederen;

    • f.

      het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;

    • g.

      andere werken en/of werkzaamheden die de aanleg van de transportleiding voor waterstof kunnen belemmeren.

  • 2.

    De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien de werken en werkzaamheden naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.

  • 3.

    Het bevoegd gezag vraagt ten behoeve van het oordeel, bedoeld in het tweede lid, om advies:

    • a.

      de Minister;

    • b.

      de toekomstige beheerder van de transportleiding voor waterstof die onderdeel gaat uitmaken van het projectbesluit.

  • 4.

    Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op activiteiten die:

    • a.

      het normale onderhoud en beheer betreffen ten dienste van de functies en activiteiten die op grond van het omgevingsplan zijn toegelaten;

    • b.

      bestaande activiteiten betreffen;

    • c.

      reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze voorbeschermingsregels in overeenstemming met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving;

    • d.

      graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken;

    • e.

      de uitvoering van het projectbesluit betreffen.

Bijlage I Overzicht informatieobjecten

Waterstofnetwerk Groningen - Emmen

/join/id/regdata/mnre1182/2025/Trace_Emmen/nld@2025‑08‑05

Bijlage II Begrippen

Bestaande activiteiten

zoals legaal aanwezig c.q. in uitvoering op het tijdstip van inwerkingtreding van de voorbeschermingsregels, dan wel toegestaan is krachtens een voor dat tijdstip verleende omgevingsvergunning.

de Minister

De Minister van Klimaat en Groene Groei

Algemene toelichting

Toelichting op de regeling

De voorbeschermingsregels waarmee het omgevingsplan wordt gewijzigd, bestaan uit regels en geografische informatieobjecten (locaties), vergezeld van een toelichting en bijlagen. De regels en de geografische informatieobjecten vormen het juridisch bindende deel. De voorbeschermingsregels zijn gericht op het voorkomen dat zich in het gebied van het in voorbereiding zijnde projectbesluit Waterstofnetwerk Drenthe Overijssel ruimtelijke ontwikkelingen voordoen die het gebied minder geschikt maken voor de verwezenlijking van het project. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de uitleg van de regels.

Opbouw van de regels

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Dit hoofdstuk omvat twee artikelen:

  • Artikel 1.1: Begripsbepalingen. Dit artikel bevat alle noodzakelijke begripsbepalingen. Hierdoor wordt de interpretatie van de diverse begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot;

  • Artikel 1.2: Doelen. Dit artikel bevat het doel in verband waarmee regels zijn gesteld die het omgevingsplan wijzigen.

Hoofdstuk 2 Voorbeschermingsregels

In hoofdstuk 2 zijn de vergunningplichtige activiteiten opgenomen die de locatie minder geschikt kunnen maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan. Hierbij wordt het volgende stramien gevolgd:

  • de aanwijzing van vergunningplichtige activiteiten op basis van artikel 4.14, derde lid onder a Ow;

  • de beoordelingsregels waaraan een aanvraag voor de betreffende activiteit wordt getoetst. In dit kader vindt de afweging plaats of de aangevraagde activiteit naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan;

  • de aanwijzing van een bestuursorgaan of andere instantie die in de gelegenheid worden gesteld om aan het bevoegd gezag advies uit te brengen over een aanvraag op basis van artikel 4.14, derde lid onder c Ow.

Bijlage 3 artikel IV

Voorbeschermingsregels Waterstofnetwerk Drenthe Overijssel voor Gemeente Hoogeveen

Voorrangsbepaling

Deze voorbeschermingsregels gelden aanvullend op de regels van het omgevingsplan van de gemeente Hoogeveen. Voor zover de regels van het omgevingsplan van de gemeente Hoogeveen in strijd zijn met deze voorbeschermingsregels, gelden primair de voorbeschermingsregels.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Afdeling 1.1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

Voor de begrippen die in deze regels gebruikt worden, wordt verwezen naar bijlage II.

Artikel 1.2 Doelen

De voorbeschermingsregels hebben tot doel het creëren en behouden van ruimte voor de ontwikkeling van de waterstofinfrastructuur.

Hoofdstuk 2 Voorbeschermingsregels

Artikel 2.1 Vergunningplicht ruimtelijke activiteiten

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten in het projectgebied:

    • a.

      het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken;

    • b.

      het wijzigen van het gebruik van gronden en bouwwerken.

  • 2.

    De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien de activiteiten naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.

  • 3.

    Het bevoegd gezag vraagt ten behoeve van het oordeel, bedoeld in het tweede lid, om advies:

    • a.

      de Minister;

    • b.

      de toekomstige beheerder van de transportleiding voor waterstof die onderdeel gaat uitmaken van het projectbesluit.

  • 4.

    Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op bestaande activiteiten of activiteiten die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze voorbeschermingsregels in overeenstemming met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving.

Artikel 2.2 Vergunningplicht uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

    • a.

      het aanbrengen of rooien van hoog opgaande of diep wortelende beplantingen en bomen;

    • b.

      het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;

    • c.

      het indrijven van voorwerpen in de bodem;

    • d.

      het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;

    • e.

      het permanent opslaan van goederen;

    • f.

      het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;

    • g.

      andere werken en/of werkzaamheden die de aanleg van de transportleiding voor waterstof kunnen belemmeren.

  • 2.

    De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien de werken en werkzaamheden naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.

  • 3.

    Het bevoegd gezag vraagt ten behoeve van het oordeel, bedoeld in het tweede lid, om advies:

    • a.

      de Minister;

    • b.

      de toekomstige beheerder van de transportleiding voor waterstof die onderdeel gaat uitmaken van het projectbesluit.

  • 4.

    Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op activiteiten die:

    • a.

      het normale onderhoud en beheer betreffen ten dienste van de functies en activiteiten die op grond van het omgevingsplan zijn toegelaten;

    • b.

      bestaande activiteiten betreffen;

    • c.

      reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze voorbeschermingsregels in overeenstemming met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving;

    • d.

      graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken;

    • e.

      de uitvoering van het projectbesluit betreffen.

Bijlage I Overzicht Informatieobjecten

Waterstofnetwerk Drenthe Overijssel - Hoogeveen

/join/id/regdata/mnre1182/2025/Trace_Hoogeveen/nld@2025‑08‑05

Bijlage II Begrippen

Bestaande activiteiten

zoals legaal aanwezig c.q. in uitvoering op het tijdstip van inwerkingtreding van de voorbeschermingsregels, dan wel toegestaan is krachtens een voor dat tijdstip verleende omgevingsvergunning.

de Minister

De Minister van Klimaat en Groene Groei

Algemene toelichting

Toelichting op de regeling

De voorbeschermingsregels waarmee het omgevingsplan wordt gewijzigd, bestaan uit regels en geografische informatieobjecten (locaties), vergezeld van een toelichting en bijlagen. De regels en de geografische informatieobjecten vormen het juridisch bindende deel. De voorbeschermingsregels zijn gericht op het voorkomen dat zich in het gebied van het in voorbereiding zijnde projectbesluit Waterstofnetwerk Drenthe Overijssel ruimtelijke ontwikkelingen voordoen die het gebied minder geschikt maken voor de verwezenlijking van het project. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de uitleg van de regels.

Opbouw van de regels

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Dit hoofdstuk omvat twee artikelen:

  • Artikel 1.1: Begripsbepalingen. Dit artikel bevat alle noodzakelijke begripsbepalingen. Hierdoor wordt de interpretatie van de diverse begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot;

  • Artikel 1.2: Doelen. Dit artikel bevat het doel in verband waarmee regels zijn gesteld die het omgevingsplan wijzigen.

Hoofdstuk 2 Voorbeschermingsregels

In hoofdstuk 2 zijn de vergunningplichtige activiteiten opgenomen die de locatie minder geschikt kunnen maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan. Hierbij wordt het volgende stramien gevolgd:

  • de aanwijzing van vergunningplichtige activiteiten op basis van artikel 4.14, derde lid onder a Ow;

  • de beoordelingsregels waaraan een aanvraag voor de betreffende activiteit wordt getoetst. In dit kader vindt de afweging plaats of de aangevraagde activiteit naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan;

  • de aanwijzing van een bestuursorgaan of andere instantie die in de gelegenheid worden gesteld om aan het bevoegd gezag advies uit te brengen over een aanvraag op basis van artikel 4.14, derde lid onder c Ow.

Besluit Motivering

1. Inleiding

Om uitstoot van broeikasgassen te verminderen, wordt in heel Nederland gewerkt aan de transitie naar een CO2-neutrale samenleving. Uiterlijk 2050 moet de gehele Nederlandse energievoorziening CO2-neutraal zijn. Hiermee staat Nederland voor een belangrijke verduurzamingsopgave, waarvan het waterstofnetwerk een onderdeel is. Voor veel toepassingen is duurzame elektriciteit of duurzame warmte een goede oplossing. In andere gevallen vormt waterstof een uitkomst. Waterstof kan de basis vormen voor de verduurzaming van de industrie, van de lucht- en scheepvaart en van steden, woningen en mobiliteit. Ook levert het kansen op voor werkgelegenheid, techniek en wetenschap.

Beschikbaarheid van infrastructuur is cruciaal voor de verdere ontwikkeling van de waterstofeconomie en daarmee de verduurzaming van Nederland.

Waterstofnetwerk Nederland

Hynetwork ontwikkelt een landelijk netwerk van hogedrukwaterstofleidingen genaamd Waterstofnetwerk Nederland. Figuur 1.1 geeft een overzicht weer van het waterstofnetwerk dat ontwikkeld gaat worden. Het Waterstofnetwerk Nederland wordt ontwikkeld als een open waterstoftransportsysteem, zodat toeleveranciers en gebruikers van het waterstof gebruik kunnen maken van de transportleidingen.

Figuur 1.1 | Overzicht Waterstofnetwerk Nederland

Onderdeel van dit waterstofnetwerk is het Waterstofnetwerk Drenthe Overijssel (hierna: WNDO). Dit netwerk verbindt het Waterstofnetwerk Groningen en de overige delen van het landelijke waterstofnetwerk. Hierbij wordt het industriecluster bij Emmen verbonden met het landelijke netwerk en de opslag in Zuidwending (provincie Groningen). Dit netwerk zal bestaan uit al aanwezige leidingen die van het aardgasnetwerk worden gescheiden en omgebouwd, en nieuw aan te leggen leidingen. Het doel is om huidige en toekomstige producenten en afnemers van waterstof in de regio met elkaar te verbinden en met de geplande waterstofopslag HyStock Zuidwending, en ook met de rest van Nederland en het buitenland. Om dit project mogelijk te maken zal een projectbesluit worden opgesteld.

Op grond van artikel 5.44, eerste lid, van de Omgevingswet wordt het projectbesluit over de waterstofinfrastructuur van dit project genomen door de Minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Bij die besluitvorming wordt de coördinatieregeling (afdeling 3.5 Awb) toegepast.

Op grond van artikel 4.16, tweede lid, gelezen in samenhang met de artikelen 4.14, derde lid, en 4.15, vierde lid van de Omgevingswet zijn de ministers bevoegd gezamenlijk een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit verklaren de ministers dat voor het gebied, bedoeld in bijlage 1 van artikel II tot en met artikel V, een projectbesluit wordt voorbereid. Doel van het voorbereidingsbesluit is dat gebied te vrijwaren van ruimtelijke ontwikkelingen die aan verwezenlijking van het doel van het projectbesluit in de weg kunnen staan. Er staat geen bezwaar of beroep open tegen het voorbereidingsbesluit (artikel 1 van bijlage 2 bij de Algemene wet bestuursrecht).

Op grond van artikel 4.16, vijfde lid, van de Omgevingswet vervalt dit voorbereidingsbesluit binnen een jaar en zes maanden of, als binnen die termijn voor de betreffende gronden het projectbesluit is bekendgemaakt, op het tijdstip waarop het projectbesluit in werking treedt of is vernietigd. Mocht het voorbereidingsbesluit gronden betreffen die buiten het projectbesluit komen te liggen, dan kan het voorbereidingsbesluit voor die gronden ingetrokken worden zodat er geen onnodige belemmeringen blijven bestaan.

2. Het gebied

Het gebied waarop dit voorbereidingsbesluit betrekking heeft (hierna: het regelingsgebied) betreft de nieuw te realiseren waterstofleidingen (inclusief afsluiters) ten behoeve van het project Waterstofnetwerk Drenthe Overijssel (zie figuur 2.1). Het tracé (gelegen in de gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, De Wolden, Hardenberg, Midden-Drenthe, Ommen en Stadskanaal) en een deel van het tracé in de gemeente Emmen bestaat uit een bestaande aardgastransportleiding welke omgebouwd zal gaan worden naar een waterstoftransportleiding. Dit deel is niet opgenomen in dit voorbereidingsbesluit. Omdat in deze gemeenten alleen deze bestaande aardgasleidingen gelegen zijn, en deze al planologische bescherming genieten, en geen nieuwe waterstoftransportleidingen, zijn er geen voorbeschermingsregels opgenomen in het omgevingsplan van deze gemeenten. Daarnaast is een deel van het tracé in de gemeente Emmen reeds aangelegd. Deze reeds aangelegde leiding maakt geen onderdeel uit van het project en daarmee het voorbereidingsbesluit. In de overige gemeenten, de gemeenten Coevorden, Emmen, Hoogeveen zijn (ook) nieuwe waterstoftransportleidingen gepland en voor deze gemeenten zijn dus wel voorbeschermingsregels opgenomen in het omgevingsplan.

Het regelingsgebied is neergelegd op de kaart die bij dit besluit hoort en die als bijlage (in pdf) is te raadplegen in de Staatscourant of via www.bureau-energieprojecten.nl.

Figuur 2.1 | Ligging Waterstofnetwerk Drenthe Overijssel. De roze lijnen en de blauwe ster hebben betrekking op het voorbereidingsbesluit

3. Het project

De voorgenomen activiteit bestaat uit het ontwikkelen van een leidinginfrastructuur voor het transport van gasvormige waterstof in Drenthe en Overijssel. Het gaat om een leidingtracé tussen Stadskanaal en Ommen met een aftakking naar Vlieghuis bij Coevorden en naar de energiehub GZI Next bij Emmen.



Het project WNDO bestaat grotendeels uit bestaande aardgastransportleidingen die omgebouwd en hergebruikt worden. Voor bepaalde delen van het netwerk is het niet mogelijk om gebruik te maken van bestaande leidingen. Daarom worden er ook nieuwe leidingtracés aangelegd om een volledig netwerk te realiseren. Het project bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Nieuwbouw waterstofleidingen;

  • Hergebruik bestaande aardgasleidingen;

  • Aanpassen/verwijderen van bestaande afsluiterlocaties voor aardgas en nieuwbouw van afsluiterlocaties voor waterstof.

Voordat het project WNDO kan worden gerealiseerd, is eerst een ruimtelijk besluit nodig en verscheidene vergunningen en ontheffingen van regionale overheden. De ministers bepalen daarvoor eerst hun voorkeur voor de ligging van het tracé (het voorkeursalternatief, oftewel VKA).

Bij de afweging om te komen tot een voorkeursalternatief is gekeken naar de omgeving, milieuaspecten, kosten, techniek en toekomstvastheid. In het kader van het onderdeel Omgeving heeft participatie plaatsgevonden. Zie voor een uitgebreide onderbouwing van het voorkeursalternatief (VKA) de afwegingsnotitie VKA op de site van RVO (​Website RVO).

Een complete motivering van de uiteindelijke ligging van dit project zal te zijner tijd door de ministers worden opgenomen bij het ontwerp-projectbesluit. Dat ontwerp-projectbesluit wordt in een later stadium ter inzage gelegd; eenieder kan op dat moment op alle aspecten van het project en de gemaakte keuzes zijn zienswijze indienen. De keuzes die ten grondslag liggen aan het regelingsgebied waarop dit voorbereidingsbesluit betrekking heeft, zijn niet definitief en niet bindend voor het projectbesluit. Dit voorbereidingsbesluit dient als tijdelijke reservering. Met het voorbereidingsbesluit worden dus geen onomkeerbare beslissingen over het project genomen.

4. Noodzaak voorbeschermingsregels

Dit voorbereidingsbesluit heeft tot gevolg dat in het regelingsgebied waarvoor het voorbereidingsbesluit geldt, het uitvoeren van werken en werkzaamheden alsmede het gebruik van gronden en bouwwerken op grond van artikel 4.14, derde lid, van de Omgevingswet worden beperkt. Naar het oordeel van de ministers zijn deze beperkingen redelijkerwijs noodzakelijk om te voorkomen dat het regelingsgebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van de daaraan bij het projectbesluit te geven regels. Het projectbesluit is bedoeld om een complex energieproject met een publiek belang mogelijk te maken en zo ruimte te creëren voor de (transitie naar duurzame) energievoorziening van nationaal belang. De regels van dit voorbereidingsbesluit zorgen ervoor dat er tussentijds geen activiteiten plaatsvinden binnen het regelingsgebied die de realisatie van dat energieproject kunnen bemoeilijken. Dit leidt tevens tot een versnelling en verbetering van de besluitvorming over het energieproject ter plaatse van het regelingsgebied.

Naar boven