Besluit van het College van procureurs-generaal van 11 februari 2025, [PaG / 19951], houdende verlening van ondermandaat en het doorgegeven van volmacht en machtiging ten aanzien van beheeraangelegenheden aan de hoofden van de rijksrecherche (Mandaatbesluit College van procureurs-generaal, beheer rijksrecherche 2025)

Het College van procureurs-generaal,

Gelet op hoofdstuk 4 van de Politiewet 2012, artikel 1, eerste lid onder I., sub 3, van het Besluit algemene rechtspositie politie;

Gelet op Mandaatbesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid en het Mandaatbesluit Beheer Openbaar Ministerie 2025;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

het College:

het College van procureurs-generaal;

het mandaat:

het door de Minister aan het College verleende (onder)mandaat met betrekking tot de aangelegenheden die het beheer van de rijksrecherche betreffen respectievelijk het mandaat om rechtspositionele besluiten te nemen ten aanzien van ambtenaren van de rijksrecherche;

bevoegd gezag:

bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder l. sub 3 Besluit algemene rechtspositie politie (Barp).

Artikel 2

  • 1) Elke procureur-generaal is afzonderlijk gemachtigd om invulling te geven aan het mandaat respectievelijk om te handelen als bevoegd gezag.

  • 2) Van het mandaat wordt ten aanzien van de beheeraangelegenheden die de Rijksrecherche betreffen, ondermandaat verleend aan de algemeen directeur.

  • 3) Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van volmacht en machtiging.

Artikel 3

  • 1) Aan de algemeen directeur van de rijksrecherche wordt mandaat verleend om ten aanzien van medewerkers van de rijksrecherche op te treden als bevoegd gezag. De bepalingen van paragraaf 2 van het Barp (melden van een vermoeden van een misstand) zijn van dit (onder)mandaat uitgesloten.

  • 2) De in kolom 1 van bijlage 1 bij dit besluit genoemde functionarissen zijn bevoegd om de beslissingen te nemen die zijn genoemd in kolom 2 van die bijlage.

  • 3) Aan de directeur van de rijksrecherche wordt ondermandaat verleend ten aanzien van het ten overstaan afleggen van eden dan wel verklaringen of beloften als bedoeld in artikel 9 lid van het Barp.

Artikel 4

  • 1) Het mandaat ziet toe op de bevoegdheid om te beschikken over bedragen voor het aangaan van verplichtingen en voor het verrichten van uitgaven. Hiervoor worden aangewezen de ambtenaren, genoemd in kolom 1 van tabel 1 in bijlage 2 bij deze regeling voor zover het betreft de bedragen, genoemd in kolom 2 van tabel 1 in die bijlage.

  • 2) Het ondermandaat ziet toe op de bevoegdheid om te beschikken over bedragen voor het aangaan van verplichtingen en voor het verrichten van uitgaven in geval van afwezigheid van de in lid 1 van dit artikel genoemde aangewezen ambtenaren. Hiervoor worden aangewezen de ambtenaren, genoemd tabel 2 in bijlage 2 bij deze regeling.

Artikel 5

Aan het College van procureurs-generaal blijft voorbehouden:

  • a. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten die worden genomen op grond van de artikel 69 van het Barp, voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op immateriële schade of materiele schade boven een bedrag van € 5.000,–;

  • b. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten die worden genomen op grond van de artikel 69a van het Barp, voor zover de tegemoetkoming betrekking heeft op een bedrag van meer dan € 5.000,–;

  • c. de bevoegdheid tot het vaststellen van de organisatie en formatie van salarisschaal 14 en hoger van Bijlage l van het Besluit bezoldiging politie (Bbp);

  • d. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten met rechtspositionele gevolgen, waaronder aanstelling, bevordering en ontslag alsmede het treffen van disciplinaire maatregelen jegens functionarissen op functies van salarisschaal 14 en hoger van Bijlage I van het Besluit bezoldiging politie;

  • e. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten op grond van artikel 95 lid 1 van het Barp, alsmede de bevoegdheid tot het nemen van een besluit als omschreven in artikel 95 lid 2, indiende hoogte van de uitkering drie maandsalarissen overstijgt

  • f. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten met rechtspositionele gevolgen op grond van artikel 2 en hoofdstuk 2 van het Besluit bezoldiging politie ten aanzien van de functies van salarisschaal 14 en hoger van Bijlage 1 van het Besluit bezoldiging politie;

  • g. besluiten te nemen waarmee aan ambtenaren van de rijksrecherche een eenmalige of periodieke toeslag wordt toegekend boven een bedrag van € 5.000,–;

  • h. besluiten en/of handelingen die neer worden gelegd in een document gericht aan de Koning, de raad van Ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie; de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie; de Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk of de Vice-President van de Raad van State; de president van de Algemene Rekenkamer of de Nationale ombudsman, indien de strekking daarvan is dat aan een aanbeveling van de Nationale ombudsman geen gevolg wordt gegeven;

  • i. de beslissing op een bezwaar of een beroep dat is gericht tegen een beslissing die is genomen door het bevoegd gezag alsmede op een daarmee verband houdend verzoek als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;

  • j. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze de gedragingen betreffen van het bevoegd gezag zelf.

Artikel 6

Aan de directeur bedrijfsvoering die deze functie uitoefent bij de rijksrecherche wordt ondermandaat, volmacht en machtiging verleend om besluiten te nemen, stukken af te doen en brieven te ondertekenen voor zover deze de bestedingen en de uitputting van de budgetten van de rijksrecherche betreffen, tot een maximum van € 50.000,– per opdracht.

Artikel 7

De conceptversie ‘Mandaatregeling College van procureurs-generaal, beheer rijksrecherche 2016’ vervalt hiermee.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 11 februari 2025.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit College van procureurs-generaal, beheer rijksrecherche 2025.

Dit besluit wordt met de bijlagen en de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

Aldus ondertekend te Den Haag, 11 februari 2025

Het College van procureurs-generaal, de voorzitter van het College van procureurs-generaal R. Otte.

TOELICHTING

In dit besluit wordt door het College van procureurs-generaal aan de hoofden van de rijksrecherche de bevoegdheid verleend om namens de Minister van Justitie en Veiligheid besluiten te nemen (ondermandaat).

Artikel 1

Dit artikel geeft een algemene omschrijving van het begrip mandaat. Het bevat nu een ruime omschrijving, gezien de ‘Mandaatregeling hoofden clusters Ministerie van Veiligheid en Justitie 2012’ is verouderd. Het artikel zal worden aangepast zodra de bovenliggende (onder)mandaatbesluiten binnen het ministerie zijn aangepast.

Artikel 2

Onverminderd geldt dat elke procureur-generaal afzonderlijk gemachtigd is om invulling te geven aan het mandaat dat door of namens de Minister op het punt van het beheer is verleend aan het College van procureurs-generaal. De uitoefening van een bevoegdheid door een procureur-generaal overeenkomstig deze bepaling geschiedt onder verantwoordelijkheid van het voltallige College. Dit volgt ook uit artikel 133 van de wet op de rechterlijke organisatie (wet RO). Ingevolge artikel 133 lid 3 wet RO kan het College ten aanzien van de uitoefening van de bevoegdheid door een van de procureurs-generaal algemene en bijzondere aanwijzingen geven.

Met verlening en doorgifte van ondermandaat wordt gelijkgesteld de verlening en de doorgifte van volmacht en machtiging.

Het College van procureurs-generaal kan nadere instructies geven ten aanzien van de wijze waarop rechtspositionele besluiten worden genomen en ten aanzien van de besteding van de budgetten waaraan een gemandateerde zich moet houden in de uitoefening van bevoegdheden.

De procureurs-generaal zijn gemachtigd om (onder)mandaat te verlenen aan de hoofden van de rijksrecherche.

Artikel 3

Dit artikel regelt ten aanzien van het personele mandaat de onderverdeling van mandaatbevoegdheden en vormt daarmee tevens de basis voor het verlenen van ondermandaat door het College aan medewerkers onder de hoofden van de rijksrecherche. E.e.a. is vastgelegd in bijlage 1 van dit mandaatbesluit. Daarmee wordt aangesloten bij de werkwijze c.q. systematiek binnen het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Het College kan nadere instructies geven ten aanzien van de wijze waarop rechtspositionele besluiten worden genomen, waaraan een gemandateerde zich moet houden bij de uitoefening van de bevoegdheden.

De bijlage is opgesteld bij de totstandkoming van dit mandaatbesluit en betreft derhalve een momentopname. Om die reden wordt bijlage 1 indien noodzakelijk geactualiseerd.

Artikel 4

Dit artikel regelt ten aanzien van het financiële mandaat de onderverdeling van mandaatbevoegdheden en vormt tevens de basis voor het verlenen van ondermandaat. E.e.a. is vastgelegd in bijlage 2 van dit mandaatbesluit.

Voor niveau 4 genoemd in kolom 1 van tabel 1 geldt dat, conform artikel 133 wet RO, een procureur-generaal zelfstandig mandaat heeft. Voor niveau 5 geldt dat een collega procureur-generaal aanvullend zijn mandaat dient af te geven. Optioneel kan dit mandaat worden afgegeven middels een Collegebesluit. Op die manier wordt geborgd dat het mandaat voor verplichtingen en uitgaven groter dan € 10.000.000 altijd door ten minste twee leden van het College is afgegeven.

Het ondermandaat wordt voor niveau 1 en 2 genoemd in kolom 1 van tabel 2 slechts omhoog doorgegeven. Vanaf niveau 3 geldt dat het ondermandaat zowel zijwaarts als omhoog kan worden doorgegeven. Op niveau 3 wordt de Algemeen Directeur in geval van afwezigheid, vanwege praktische redenen, de optie geboden om het mandaat tevens (omlaag) door te geven aan de Directeur Bedrijfsvoering.

Artikel 5

In artikel 5 staat opgesomd welke besluiten van de Minister niet zijn doorgemandateerd aan de rijksrecherche.

Artikel 6

Bij de rijksrecherche acteert de Directeur Bedrijfsvoering feitelijk onder de Algemeen Directeur en om die reden op mandaatniveau 2 opgenomen. Bij andere OM-onderdelen acteert de Directeur Bedrijfsvoering feitelijk naast het wettelijk hoofd. Om die reden is in het ‘Mandaatbesluit College van procureurs-generaal, beheer OM 2025’ de Directeur Bedrijfsvoering op mandaatniveau 3 opgenomen. Hierdoor heeft de Directeur Bedrijfsvoering bij de rijksrecherche een lager mandaat dan bij andere OM-onderdelen.

Dit besluit doet de conceptversie ‘Mandaatregeling College van procureurs-generaal, beheer rijksrecherche 2016’ komen te vervallen.

BIJLAGE 1

Behorend bij artikel 3 van het Mandaatbesluit College van procureurs-generaal, beheer rijksrecherche 2025

De functionarissen (genoemd in kolom 1) bij wie in kolom 2 de letter A is geplaatst zijn, onverminderd artikel 5 van dit besluit, bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens de Politiewet of de Barp aan het bevoegd gezag of de Minister zijn toegekend.

De functionarissen met de aanduiding A* zijn de vervanger van de functionaris met de A-bevoegdheid in geval van afwezigheid, belet of ontstentenis.

De functionarissen met de aanduiding B zijn, onverminderd artikel 5 van dit besluit, bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden, met uitzondering van de bevoegdheden tot:

  • a) het aangaan van een arbeidsovereenkomst;

  • b) het opleggen van disciplinaire straffen en ordemaatregelen;

  • c) het beëindigen van een arbeidsovereenkomst;

  • d) het beoordelen van nevenwerkzaamheden;

  • e) het nemen van beslissingen die van invloed zijn op de budget- en formatie(ruimte) van de eenheid waaraan leiding wordt gegeven;

  • f) het toekennen van schadeloosstelling of schadevergoeding;

  • g) het nemen van beslissingen over de toekenning van een persoonsgebonden dienstauto.

Kolom 1

Kolom 2

Algemeen directeur

A

Directeur

A*

Regiohoofd

B

Naar boven