Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2025, 36722 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2025, 36722 | ander besluit van algemene strekking |
Overeenkomst met bestuurlijke afspraken aangaande de realisatie van de nieuwe Gerrit Krolbrug
1. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan en als rechtsgeldige vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden, gezeteld te Den Haag, namens dezen de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Noord-Nederland, J.H.M. de Ruig, hierna te noemen “Rijkswaterstaat”.
2. De publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Groningen, zetelende te Groningen aan de Grote Markt 1, te dezen vertegenwoordigd door de wethouder heer P.E. Broeksma, handelende ter uitvoering van een besluit van het College van burgemeester en Wethouders 15 september 2025.
Hierna gezamenlijk te noemen “Partijen” en ieder een “Partij”.
Partijen zijn in goed overleg met elkaar de volgende afspraken overeengekomen:
a. De Gerrit Krolbrug wordt vervangen in het kader van de opwaardering van de hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl naar klasse Va, zoals beschreven in artikel 3 van deze Overeenkomst;
b. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 29 april 2024 het Projectplan Waterwet voor de aanpassing van de vaarweg vastgesteld;
c. De gemeente heeft op 22 november 2024 een omgevingsvergunning voor het planologisch afwijken van het bestemmingsplan voor de vernieuwing van de Gerrit Krolbrug, aanlandingen en directe omgeving verleend;
d. Beide besluiten uit lid b en c zijn onherroepelijk en daarmee is de planuitwerkingsfase doorlopen;
e. Partijen hebben op 27 november 2024 een Bestuursovereenkomst getekend waarin nadere afspraken zijn gemaakt over de scope en planuitwerking van de werkzaamheden;
f. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de realisatie en het opdrachtgeverschap van het Project en werkt daarbij nauw samen met de gemeente in haar rol als wegbeheerder, eigenaar en stakeholder;
g. Partijen zijn voornemens om hun samenwerking voort te zetten, om gezamenlijk het Project te gaan realiseren. Het is daarom noodzakelijk om aanvullende afspraken tussen Partijen te maken over de Realisatiefase;
h. De afspraken voor de Realisatiefase zijn vastgelegd in deze Overeenkomst;
i. In een separate overeenkomst met de gemeente worden nog afspraken gemaakt over eigendom, het onderhoud en de kwaliteit van het onderhoud (beeldkwaliteit van de openbare ruimte) van het Project. Hiervan is een concept als Bijlage V aan deze Overeenkomst toegevoegd.
|
Aanbestedingsdossier: |
De door Rijkswaterstaat op te stellen en met de gemeente gezamenlijk vast te stellen dossier(s) waarin de aanbestedingsprocedure beschreven is en waarin de documenten met de specificaties en eisen zijn opgenomen, waaraan het Project dient te voldoen. |
|
Aannemer: |
De aannemer(s) of aannemerscombinatie met wie Rijkswaterstaat, direct en/of als middellijk vertegenwoordiger van Partijen zal contracteren of heeft gecontracteerd voor de uitvoering van het Project. |
|
Bestuursovereenkomst: |
Overeenkomst tussen Partijen zoals omschreven is in Bijlage I van de Overeenkomst. |
|
Bijlage(n): |
Alle documenten en tekeningen bij de Overeenkomst. |
|
Oplevering |
De oplevering van het Project zoals opgenomen in het Aanbestedingsdossier. De oplevering van het deel van het Project van de gemeente gebeurt door Rijkswaterstaat als gemachtigde door de gemeente, beschreven in artikel 13 van de Overeenkomst. |
|
Overdracht |
De overhandiging van Rijkswaterstaat aan de gemeente van haar deel van het Project zoals nader omschreven in artikel 3 en in artikel 13 van de Overeenkomst. De Overdracht houdt geen overdracht van eigendom in. |
|
Overeenkomst: |
Deze realisatieovereenkomst, inclusief alle Bijlagen. |
|
Penvoerder: |
De Partij die de correspondentie rond het Project voert en daarmee optreedt als aanspreekpunt. |
|
Project: |
De realisering van de Gerrit Krolbrug met toeleidende wegen en aanpassing van de vaarweg, zoals omschreven in artikel 3 en Bijlage III van de Overeenkomst. |
|
Projectbudget: |
Het geraamde budget waarmee het Project gerealiseerd gaat worden inclusief de bijdrage van de gemeente, oftewel de aanneemsom zoals nader beschreven in artikel 4 van de Overeenkomst. |
|
Projectorganisatie: |
Partijen stellen elk apart een Projectorganisatie in. De Projectorganisatie en de bemensing zijn nader beschreven Bijlage II van de Overeenkomst. |
|
Realisatiefase: |
De fase waarin de contractvoorbereiding, aanbesteding, realisatie inclusief het opleveren en overdragen van het Project worden uitgevoerd. |
De volgende Bijlagen maken onderdeel uit van de overeenkomst:
|
Bijlage I |
Bestuursovereenkomst |
|
Bijlage II |
Samenwerking Partijen |
|
Bijlage III |
Scopebeschrijving met plankaart Project |
|
Bijlage IV |
Ontwikkeling budget ten opzichte van de Bestuursovereenkomst |
|
Bijlage V |
Concept Eigendom en Onderhoudsovereenkomst (EO) |
|
Bijlage VI |
Overzichtskaart grondverwerving- en overdracht Partijen |
Partijen beogen met de Overeenkomst nadere afspraken vast te leggen over de realisatie van het Project met als doel:
1. Het uitwerken van de afspraken uit de Bestuursovereenkomst.
2. Het vormgeven van de bestuurlijke en ambtelijke samenwerking tussen Partijen in de Realisatiefase zoals beschreven in artikel 2.
3. Bij het afsluiten van deze Overeenkomst hebben Partijen vastgesteld dat de samenwerking aan de Aanbestedingswet 2012 en de Wet Markt & Overheid voldoet. Partijen erkennen dat zij allemaal gezamenlijk een verantwoordelijkheid dragen om ervoor te zorgen dat de samenwerking blijft voldoen aan de geldende wet- en regelgeving, inclusief de ontwikkelingen in de rechtspraak. Indien nodig, passen Partijen de Overeenkomst aan (conform artikel 15).
1. De bestuurlijke en ambtelijke samenwerking tussen Partijen en de samenwerking tussen de Projectorganisatie van beide Partijen tijdens de Realisatiefase is uitgewerkt in Bijlage II van de Overeenkomst.
2. Tijdens de Realisatiefase is er een Stuurgroep en een Directeurenoverleg waarin Partijen gelijkwaardig vertegenwoordigd zijn.
3. Elke Partij behoudt zijn verantwoordelijkheid voor de eigen interne verantwoording.
4. Partijen voorzien zelf in een opvolger/vervanger van leden bij verhindering, verlof of ontstane vacatures.
Het Project bestaat uit de volgende onderdelen en is weergegeven en beschreven in Bijlage III van de Overeenkomst en het nog door Partijen vast te stellen Aanbestedingsdossier:
1. De Gerrit Krolbrug:
a. Een beweegbare hefbrug met doorvaarthoogte van 4,5 meter MHWS (maatgevende hoogwaterstand);
b. Een weginrichting als fietsstraat (30 km/u en auto’s zijn te gast) van 11,2 meter breed met een hellingspercentage van 2,5% voor de toeleidende wegen;
c. Twee vaste fiets-loopbruggen aan weerszijden van de Gerrit Krolbrug van 2,5 meter breed met een doorvaarthoogte van 9,7 meter MHWS.
2. Aanpassingen in de toeleidende infrastructuur met onder andere een rotonde bij de aansluiting Ulgersmaweg.
3. Aanpassing van de beide oevers van de vaarweg aan weerszijden van de Gerrit Krolbrug en aanpassing van de bocht in de vaarweg ten oosten van de Gerrit Krolbrug.
4. Partijen komen overeen zich in te spannen om gezamenlijk een plan te maken en afspraken te maken over hoe de historie van de Gerrit Krolbrug en omgeving een plek terug te geven in het Project.
1. Het Projectbudget wordt als volgt gefinancierd:
a. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de financiën van het Project;
b. De gemeente geeft middels deze Overeenkomst opdracht aan Rijkswaterstaat voor de scopeonderdelen die in eigendom en beheer van de gemeente zijn of komen, zoals nader aangeduid en beschreven in Bijlage III voor een eenmalige vaste aanneemsom van € 3.433.660 euro (exclusief BTW), dit is inclusief 25% risico opslag, en onder voorbehoud van beschikbaarstelling van de middelen door de gemeenteraad van Groningen. Hierbij is afgesproken dat deze aanneemsom niet wordt geïndexeerd.
c. De betalingen vinden plaats bij start werkzaamheden (50%) en bij de overdracht (50%).
d. Voor het extra groenonderhoud gedurende de eerste drie jaar na Overdracht voor de scopeonderdelen die in eigendom en beheer van de gemeente zijn of komen, verstrekt Rijkswaterstaat een afkoopsom van 81.000 euro (exclusief BTW) aan gemeente, te betalen bij Overdracht. Hierbij is afgesproken dat deze afkoopsom niet wordt geïndexeerd.
2. Financiële mee- of tegenvallers ten aanzien van het Project zijn voor rekening van Rijkswaterstaat.
3. Partijen treden in overleg mochten er scopewijzigingen naar voren komen die van dusdanige aard zijn dat dit grote invloed heeft op het Projectbudget.
1. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de Realisatiefase van het Project.
2. De gemeente ondersteunt Rijkswaterstaat tijdens de Realisatiefase van het Project met voldoende personele capaciteit. Deze ondersteuning richt zich in ieder geval op: gemeentelijke ontwerptechnische zaken, de aansluiting van het Project op de bestaande omgeving, omgevingsmanagement en gemeentelijke bestuurlijke informatievoorziening.
3. De gemeente draagt in haar rol van wegbeheerder actief zorg voor de eventueel benodigde tijdelijke toestemmingen, oftewel verkeersbesluiten om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Dit geldt voor het gedeelte waar de werkzaamheden worden uitgevoerd en de omleidingsroutes.
1. Op schadeverzoeken vanwege rechtmatig overheidshandelen die voortvloeien uit het Project wordt beslist door het daartoe op grond van artikel 15.8 van de Omgevingswet en/of artikel 4:126 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevoegde bestuursorgaan.
2. Voor de afhandeling van verzoeken om planschade, voortvloeiend uit de omgevingsvergunning voor de planologische afwijking van het bestemmingsplan vernieuwing van de Gerrit Krolbrug, aanlandingen en directe omgeving van 1 oktober 2024, kenmerk OVA-202378281, gelden de afspraken, zoals vastgelegd in de planschadeovereenkomst van 1 maart 2024, dossiernummer 202378281.
3. Voor de schade als gevolg van de uitvoering van het Projectplan Waterwet van 29 april 2024, kenmerk RWS-2024/18021, kan benadeelde een verzoek om schadevergoeding indienen op grond van artikel 15.1, eerste lid onder k van de Omgevingswet bij Rijkswaterstaat.
4. De kosten voor de te vergoeden schade/nadeelcompensatie en planschade als bedoeld in de leden 1, 2 en 3 zijn voor rekening van Rijkswaterstaat, voor zover deze het gevolg zijn van het Project.
1. Rijkswaterstaat is trekker en Penvoerder in het aanbestedingsproces en het bijhorende Aanbestedingsdossier. Partijen spreken af dat Rijkswaterstaat de aanbestedingsprocedure namens zichzelf en de gemeente uitvoert conform de Aanbestedingswet.
2. De realisatie van het Project vindt plaats middels een design en construct contractmodel waarbij in de aanbesteding gebruik wordt gemaakt van een concurrentiegerichte dialoog.
3. Rijkswaterstaat treedt op als aanbestedende dienst en opdrachtgever naar de marktpartij voor de realisatie van de scopeonderdelen van het Project, als genoemd in artikel 3 en Bijlage III.
1. Rijkswaterstaat heeft een communicatiebureau gecontracteerd dat in voorbereiding op en tijdens de Realisatiefase grotendeels de communicatie uitvoert in samenwerking met de gemeente en de Aannemer van het Project. Het communicatiebureau maakt voorafgaand aan de realisatie een communicatiestrategie en communicatieplan die ter goedkeuring aan de Partijen worden voorgelegd.
2. Partijen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de communicatie van het Project en voeren deze in overleg en samenwerking uit. Een nadere uitwerking hiervan wordt door het communicatiebureau verwerkt in het hiervoor genoemde communicatieplan.
1. Partijen spannen zich in om de volgende mijlpalen te halen:
a. MIRT projectbesluit Q3 2025
b. Start aanbesteding Q3 2025
c. Definitieve gunning Q3 2026
d. Start realisatie Q1 2027
e. Openstelling brug en verkeersverbinding Q2 2029
f. Opleveren en overdragen gemeente Q4 2030
g. MIRT opleverbeslissing Q1 2031
2. In geval van substantiële vertraging in de planning treden Partijen in overleg omtrent wijziging van de planning.
1. Partijen spannen zich jegens elkaar in om voor de uitvoering van de Overeenkomst benodigde publiekrechtelijke besluiten zodanig
2. vast te stellen respectievelijk te nemen, dat de uitvoering van het Project publiekrechtelijk is toegestaan.
3. Partijen zullen daarbij zoveel mogelijk, met inachtneming van wettelijke procedures en zorgvuldigheid jegens derden, bevorderen dat de procedures tot verlening van omgevings- en uitwerkingsplannen, omgevingsvergunningen, ontheffingen en vrijstellingen met voortvarendheid worden doorlopen.
4. In geval de in het tweede lid bedoelde procedures ertoe leiden dat de uitvoering van de Overeenkomst niet, of althans niet op de door Partijen bij het aangaan van de Overeenkomst voorgestane wijze kan worden uitgevoerd bezien Partijen of de Overeenkomst wijziging ofwel (gedeeltelijke) beëindiging behoeft.
5. De in het kader van de Overeenkomst door Partijen te verlenen publiekrechtelijke medewerking laat dit de publiekrechtelijke positie en bevoegdheden van Partijen onverlet.
1. Rijkswaterstaat zorgt voor de beschikbaarheid van de benodigde gronden die nog niet in eigendom zijn van de Partijen ten behoeve van de aanleg van de Gerrit Krolbrug en de bochtverruiming; dit kan zijn door middel van aankoop dan wel het vestigen van (zakelijke) rechten en de notariële levering daarvan, met uitzondering van de gronden waarvoor een onteigenings- of gedoogplichtprocedure moet worden doorlopen.
2. Partijen spannen zich over en weer in om de gronden, welke nodig zijn om het Project te kunnen realiseren, onbezwaard ter beschikking te stellen ten behoeve van het Project. De overdracht van de gronden over en weer zal uiterlijk plaatsvinden voor de start van de (voorbereidende) werkzaamheden van het Project.
3. Partijen realiseren zich dat de regels uit het Didam-arrest van toepassing zijn op de door de Partijen over een weer uit te geven gronden. Naar de huidige stand van de wet -en regelgeving gaan partijen er vanuit dat de overdracht van een strook grond aan de zuidzijde van het Van Starkenborgkanaal (zie bijlage VI) onderhands gerealiseerd kan worden, nu gemotiveerd kan worden dat de gemeente de strook nodig heeft voor de uitvoering van haar wettelijke taak dan wel de gemeente gekwalificeerd kan worden als enige serieuze gegadigde, een en ander voor zover de wet -en regelgeving hieromtrent in de toekomst geen wijziging van dit standpunt noodzaakt. Voorgaande neemt niet weg dat er conform het beleid van Rijksvastgoedbedrijf voor het sluiten van de overeenkomst tot overdracht een publicatie van de voorgenomen overeenkomst plaatsvindt.
4. Wanneer over en weer overeenstemming is over de inhoud van de overeenkomst tot overdracht, initieert het Rijksvastgoedbedrijf ter attentie van de overdracht van Staatsgronden aan de gemeente een publicatie van de voorgenomen verkoop op www.biedboek.nl. voor de op dit moment vastgestelde periode van 20 werkdagen. Indien er geen serieuze bezwaren worden geuit naar aanleiding van deze publicatie, zal het Rijksvastgoedbedrijf zorgdragen voor ondertekening van de overeenkomst en uitvoering daarvan.
5. De gemeente stelt tijdens de Realisatiefase van het Project gemeentelijke gronden beschikbaar ten behoeve van werkterrein voor de Aannemer. Daarvoor wordt een separate huurovereenkomst aangegaan en worden door gemeente kosten in rekening gebracht. Deze gronden staan beschreven in het Aanbestedingsdossier.
6. De kosten van de voor de Project benodigde gronden komen ten laste van het Projectbudget. Gronden die nodig zijn voor de realisatie van het Project, niet de tijdelijke werkterreinen, en die reeds in eigendom zijn van Partijen, worden door Partijen zonder kosten in het Project ingebracht.
7. De kosten van het Rijksvastgoedbedrijf voor de grondoverdracht van de voor de Staat overtollige gronden komen ten laste van het Project.
8. Ten aanzien van grondoverdracht tussen Partijen onderling staat er in Bijlage VI een overzichtskaart.
1. Partijen komen overeen dat voor de start van de daadwerkelijke uitvoering van het Project de afspraken over de onderhouds- en eigendomssituatie op hoofdlijnen nader zijn uitgewerkt in Bijlage V.
2. Nadat de Oplevering heeft plaatsgevonden worden de definitieve onderhouds- en eigendomsgrenzen vastgesteld op basis van de as-built tekeningen. Door RWS wordt via een notaris en vindt er indien nodig nog een overdracht van gronden plaats als de eindsituatie afwijkt van de beoogde beginsituatie (artikel 11 lid 2).
3. Voor tijdelijk gebruik van gronden gedurende de realisatiefase worden nog werkafspraken gemaakt door Partijen en deze worden door de gemeente vastgelegd in een terreingebruiksovereenkomst die onderdeel uit maakt van het Aanbestedingsdossier.
4. Partijen streven ernaar gereedgekomen openbare ruimte zo spoedig mogelijk op te leveren en over te dragen aan de gemeente alsook open te stellen voor gebruik.
1. Het Project wordt door de Aannemer opgeleverd aan Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat draagt het deel dat in eigendom van de gemeente komt daarna over aan de gemeente. Partijen hebben de intentie dat Oplevering en Overdracht plaatsvinden op één dag.
2. De (deel)Oplevering geschiedt conform de met de Aannemer te sluiten overeenkomst. De overeenkomst met de Aannemer maakt onderdeel uit van het Aanbestedingsdossier.
3. Nadat de Aannemer heeft gemeld dat (een deel van) het Project gereed is voor aanvaarding, voeren Partijen gezamenlijk een keuring uit op de onderdelen van het Project waarvan de gemeente afnemer is. De toetsingskaders voor de keuring zijn opgenomen in het Aanbestedingsdossier. Eventuele voortvloeiende gebreken of restpunten vanuit de keuring worden samengevoegd tot een gezamenlijke restpuntenlijst die in opdracht van Rijkswaterstaat nog door de Aannemer worden hersteld.
4. Gelijktijdig met de (deel)Oplevering vindt de Overdracht plaats. Indien nog niet alle gebreken zijn verholpen als bedoeld in lid 3, maar deze gebreken de (deel)Oplevering niet in de weg staan, geschiedt de Overdracht met dien verstande dat Rijkswaterstaat ervoor zal zorgdragen dat de Aannemer die gebreken zo spoedig mogelijk herstelt. Gelijktijdig met de Overdracht zal Rijkswaterstaat aan de gemeente het beheerdossier overdragen zoals bedoeld in het Aanbestedingsdossier. Vanaf de Overdracht is de gemeente voor eigen rekening en risico verantwoordelijk voor de instandhouding van het overgedragen deel.
5. In het geval van ingebruikname door de gemeente vooruitlopend op de Oplevering van het Project, of een deel daarvan, geldt het bepaalde daaromtrent in de overeenkomst die Rijkswaterstaat met de Aannemer heeft gesloten. Voor deze voortijdige ingebruikname is toestemming nodig van Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat kan aan de voortijdige ingebruikname door de gemeente nadere voorwaarden stellen. De gemeente is aansprakelijk voor schade als gevolg van deze voortijdige ingebruikname.
6. Na de laatste Oplevering vindt de eindoplevering plaats, ter aanvaarding van het volledige Project. De Oplevering vindt plaats overeenkomstig hetgeen in dit artikel is bepaald.
1. Partijen zijn met inachtneming van wettelijke voorschriften verplicht geheimhouding te betrachten met betrekking tot alle gegevens, waarvan Partijen, of personen waarvan zij zich bij de uitvoering van de Overeenkomst bedienen, kennisnemen en waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze gegevens een vertrouwelijk karakter hebben.
2. De in het eerste lid bedoelde geheimhouding geldt gedurende een periode van 10 jaar te rekenen vanaf de beëindiging van de Overeenkomst. De geheimhoudingsplicht vervalt voor zoveel en in zoverre dit nodig is ter afwending van acuut gevaar voor personen en/of goederen.
1. Elke Partij kan de andere Partijen schriftelijk verzoeken de Overeenkomst te wijzigen. Een wijziging wordt eerst van kracht na schriftelijke instemming van alle Partijen met het wijzigingsvoorstel.
2. Partijen treden met elkaar in overleg binnen 4 weken nadat een Partij de wens daartoe aan de andere Partijen schriftelijk heeft medegedeeld.
3. Iedere Partij heeft het recht de Overeenkomst conform het bepaalde in het eerste lid te wijzigen met de betrekking tot de door hem/haar geldende verplichtingen, taken en verantwoordelijkheden in verband met onvoorziene omstandigheden. Onvoorziene omstandigheden betreffen zodanige omstandigheden dat betreffende partij, waren deze omstandigheden bij het aangaan van de Overeenkomst bekend geweest, deze niet of althans niet op deze wijze zou zijn aangegaan dan wel omstandigheden die maken dat van de betreffende partij in redelijkheid niet mag worden gevraagd de Overeenkomst ongewijzigd voort te zetten.
4. Onvoorziene omstandigheden welke van dien aard zijn dat de ongewijzigde instandhouding van de Overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kan worden verlangd, kunnen voor de partij die zich op die omstandigheden beroept aanleiding geven zich te wenden tot de rechter met het verzoek om de gevolgen van deze omstandigheden te wijzigen of deze te ontbinden.
5. Voortschrijdend inzicht of andere politieke omstandigheden vallen in ieder geval niet onder onvoorziene omstandigheden.
6. Alvorens zich tot de rechter te wenden nodigt de in het derde lid bedoelde partij de andere Partij uit om met haar in overleg te treden over een oplossing van de gerezen problemen. Leidt dit overleg niet binnen drie maanden tot overeenstemming dan kan de in het derde lid benoemde partij zich alsnog tot de rechter wenden.
7. Partijen verbinden zich om het in het zesde lid bedoeld overleg op constructieve wijze met elkaar te voeren, waarbij zij rekening zullen houden met elkaars gerechtvaardigde belangen en er alles aan zullen doen om te voorkomen dat de Overeenkomst tussentijds wordt beëindigd door ontbinding als hier bedoeld.
8. Indien het in het zesde lid bedoelde overleg tot overeenstemming leidt zal herziening, wijziging of aanvulling van de Overeenkomst worden vastgelegd in een nader te sluiten aanvullende Overeenkomst.
1. De Overeenkomst treedt in werking op de dag na ondertekening door de laatste betrokken Partij.
2. De Overeenkomst eindigt nadat de verplichtingen uit de Overeenkomst zijn nagekomen.
1. Op de Overeenkomst is het Nederlands recht van toepassing.
2. Er is sprake van een geschil zodra één der Partijen dit schriftelijk aan de andere partij meldt. Partijen komen ten aanzien van alle geschillen overeen dat deze eerst worden voorgelegd aan het Directeurenoverleg en vervolgens de Stuurgroep, ten einde te trachten via minnelijk overleg tot overeenstemming te komen, zoals nader omschreven in Bijlage II.
3. Alle geschillen welke blijven bestaan naar aanleiding van de Overeenkomst, dan wel nadere overeenkomsten die daarvan het gevolg mochten zijn, zullen worden beslecht door de bevoegde rechter Noord-Nederland.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-36722.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.