Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat | Staatscourant 2025, 36235 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat | Staatscourant 2025, 36235 | ander besluit van algemene strekking |
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
Gelet op artikel 3, eerste lid, onderdeel f, van de Kaderwet subsidies I en M, en de artikel 10, tweede en vierde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;
BESLUIT:
Bijlage 1 van de Tijdelijke subsidieregeling collectieven mkb verduurzaming reisgedrag wordt vervangen door bijlage 1 bij deze regeling.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu, A.A. Aartsen
In dit hoofdstuk geeft u kort weer wat u met de subsidie wilt bereiken en waarom u denkt dat dit resultaat voor de partijen waarmee en waarvoor u dit project vormgeeft wenselijk is. U geeft ook aan welke barrières en knelpunten u met deze subsidieaanvraag in ieder geval verwacht te kunnen aanpakken.
Een algemene beschrijving van het bereik of de doelgroep van uw organisatie. Om hoeveel werkgevers gaat het, wat is het aantal werknemers en wat zijn de voorkomende branches. U verklaart dat ten minste 50% van de bij u aangesloten werkgevers mkb-onderneming is.
U beschrijft hier de situatie die u wilt bereiken als het subsidietraject is afgerond. Dit zal de situatie zijn met een structureel lagere CO2 uitstoot in werkgebonden personenmobiliteit. De subsidie zal daar een bijdrage aan leveren. Belangrijk daarbij is dat u aangeeft wat het tastbare resultaat of de tastbare afspraak(en) wordt dat u voornemens bent te bereiken met de partijen waarvoor en waarmee u het project vormgeeft.
Hierbij beschrijft u de barrières en knelpunten die tot nu toe in de weg staan aan het bereiken van het onder 3) genoemde doel.
a. Hierbij beschrijft u de (fysieke) resultaten van het project en geeft u aan wie gebruik gaan maken van deze resultaten.
b. Hierbij beschrijft u welke activiteiten u gaat uitvoeren om de barrières of knelpunten weg te nemen die in de weg staan bij het verduurzamen van de werkgebonden personenmobiliteit.
Voor de aanpak (zie vraag 6) geeft u de concrete acties weer die u wilt doen om het aangegeven doel te halen.
Het project heeft een looptijd van maximaal 2 jaar. Deze periode is bedoeld voor zowel het identificeren en het daadwerkelijk wegnemen van genoemde barrières als voor het toepassen van de gemaakte afspraken en maatregelen door medewerkers daadwerkelijk gebruik te laten maken van de afgesproken maatregelen voor het verlagen van de CO2-emissie in de werkgebonden personenmobiliteit.
a. Acties. De beschrijving van de acties die u met de subsidie verstrekte middelen wilt uitvoeren. U maakt in de beschrijving onderscheid tussen de acties bij de ontwikkeling van een nieuwe dienst, een nieuwe voorziening of nieuwe voorwaarden. En de acties gemoeid met de introductie van die resultaten.
b. Draagvlak. Een onderbouwing waarom deze acties op draagvlak kunnen rekenen bij u en uw achterban. Een beschrijving van de samenwerkingsvorm met uw achterban en derden die u wilt hanteren om het resultaat met voldoende draagvlak te realiseren.
U kunt voor de tijdsplanning en acties gebruik maken van het format planning dat beschikbaar is via de website van RVO.
Hierbij gaat u in ieder geval in op:
a. Structureel karakter eindresultaat. Een nadere uitwerking van het te bereiken doel met nadruk op de analyse waarom in de periode na afsluiting van de subsidie het resultaat structureel zal zijn. Denk aan de business case waar naartoe gewerkt wordt of een nadere omschrijving hoe de tot stand gekomen voorzieningen of regelingen na de subsidieperiode gaan werken. Voor dit onderdeel is ter ondersteuning het format business case / eindsituatie beschikbaar via de website van RVO.
b. Uitwerking CO2-effect. Een bepaling van de baten in termen van CO2-uitstoot die uw actie kan opleveren. U geeft hierbij aan tot welke procentuele reductie van CO2-emissie het project leidt. Gebruik voor de CO2 berekening het format CO2-berekening dat beschikbaar is via de website van RVO. Bij de reductie van CO2-uitstoot gaat het om de reductie in de werkgebonden personenmobiliteit. Als de actie een bredere werking heeft dan sec werkgebonden personenmobiliteit, dan werkt u hier slechts het CO2-effect ten aanzien van de werkgebonden personenmobiliteit uit. Voorbeeld: als een elektrische bus overdag wordt gebruikt voor werknemers, en ’s avonds voor deelvervoer, neemt u die brede uitwerking wel mee bij de business case, maar niet bij dit punt van uitwerking van het CO2-effect.
Op grond van de Tijdelijke subsidieregeling collectieven mkb verduurzaming reisgedrag (hierna: de regeling) kunnen subsidies worden verstrekt aan rechtspersonen die verduurzamingsprojecten uitvoeren op het gebied van woon-werkverkeer van medewerkers.
De regeling is in 2025 voor het eerst opengesteld voor aanvragen. Met de COVER subsidie kunnen collectieven van mkb-bedrijven zoals bedrijven- en brancheverenigingen projecten realiseren die mobiliteit structureel verduurzaamt bij hun leden. Onderdeel van de aanvraag is een projectplan waarbij gebruik is gemaakt van de inhoudsopgave projectplan zoals opgenomen in bijlage 1 en dat de daarin opgenomen onderdelen bevat (artikel 1.10, tweede lid, onderdeel a, onder 1°.). Naar aanleiding van ervaringen uit de eerste aanvraagperiode van de regeling is deze bijlage verduidelijkt zodat deze begrijpelijker is voor aanvragers. Onderdelen in het projectplan die niet nodig bleken voor de beoordeling zijn geschrapt. Dit betrof bijvoorbeeld een hoofdstuk over hoe de lessen van de gesubsidieerde activiteit ook aan andere partijen gecommuniceerd zouden worden. Ook is er een nadrukkelijkere verwijzing aangebracht naar de te gebruiken formats. Het bleek namelijk voor indieners niet altijd duidelijk welke formats en bijbehorende kengetallen te gebruiken voor bijvoorbeeld het effect op CO2-reductie. Er zijn geen inhoudelijke wijzigingen aangebracht in de toewijzingsgronden.
Het nationaal bestuursrechtelijk kader voor deze regeling wordt gevormd door de Algemene wet bestuursrecht. Daarnaast zijn het Kaderbesluit subsidies I en M en de aan het Kaderbesluit ten grondslag liggende Kaderwet subsidies I en M van belang voor de onderhavige regeling.
Deze regeling wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO), onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken. De wijziging van de bijlage is in nauwe samenwerking met RVO tot stand gekomen, gebaseerd op ervaringen uit de eerste aanvraagperiode.
De wijziging leidt niet tot een verhoging van administratieve lasten, uitvoeringslasten of andere gevolgen voor burgers en bedrijven. Het leidt juist eerder tot een verlaging van deze lasten doordat de bijlage verduidelijkt is en enkele onderdelen zijn komen te vervallen. Op grond van het kabinetsstandpunt inzake internetconsultatie kon internetconsultatie daarom achterwege blijven.1 Vanwege het ontbreken van regeldrukgevolgen is de ontwerpregeling ook niet voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk.
De regeling treedt in werking op 1 januari 2026. Daarmee wordt aangesloten bij de vaste verandermomenten voor wet- en regelgeving. De regeling is dan tijdig aangepast voor de nieuwe openstellingsperiode vanaf 13 januari 2026.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu, A.A. Aartsen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-36235.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.