Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatscourant 2025, 35468 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatscourant 2025, 35468 | ander besluit van algemene strekking |
Geachte,
In uw brief per e-mail van 13 mei 2025 heeft u met een beroep op de Wet open overheid (hierna: Woo) verzocht om de openbaarmaking van alle Geografisch Informatiesysteem Agrarische Bedrijven gegevens (hierna: GIAB) van de jaren 2013 tot heden, te beginnen met de GIAB-gegevens van het meest recente jaar, en vervolgens terugwerkend naar het jaar 2013.
Op 19 mei 2025 heeft een medewerker van mijn ministerie u geïnformeerd over de voortgang van uw Woo-verzoek en dat er gezocht wordt naar een manier waarop uw Woo-verzoek sneller kan worden behandeld dan uw vorige Woo-verzoeken (2023.044 en 2024.119). Helaas leende uw verzoek zich niet voor een andere behandelwijze.
In de brief van 3 juni 2025 is de beslistermijn met twee weken verdaagd.
Op 27 juni 2025 heeft u mijn ministerie in gebreke gesteld wegens het uitblijven van een beslissing op uw Woo-verzoek. Op 30 juni 2025 bent u nogmaals geïnformeerd over de voortgang van uw Woo-verzoek door een medewerker van mijn ministerie.
Op 15 juli 2025 heeft u een beroep wegens het niet tijdig beslissen bij de rechtbank Midden-Nederland ingesteld. De rechtbank heeft nog geen uitspraak gedaan op het beroep.
Het is helaas niet gelukt om op tijd op uw Woo-verzoek te beslissen. Hiervoor bied ik u mijn excuses aan.
Ik besluit de door u gevraagde informatie geheel openbaar te maken. Ik licht mijn besluit hieronder toe.
Op basis van uw verzoek zijn de GIAB-gegevens van de jaren 2013 t/m 2023 gevonden.
In het besluit op uw vorige Woo-verzoek van 6 maart 2023 is besloten over de openbaarmaking van de GIAB-gegevens van de jaren 2013 t/m 2021. In het besluit op uw vorige Woo-verzoek van 29 oktober 2024 is besloten over de openbaarmaking van de GIAB-gegevens van het jaar 2022, en derhalve zal het besluit op dit Woo-verzoek enkel zien op de GIAB-gegevens van 2023.
Het GIAB wordt elk jaar door de WUR samengesteld. In het GIAB staan gegevens van veehouderijbedrijven in Nederland. Het bestand is opgebouwd om een zo goed mogelijke weergave te zijn van de veehouderijlocaties. Daartoe wordt onder meer gebruikgemaakt van de Opgave Huisvesting, die een onderdeel vormt van de Gecombineerde Opgave. In de Gecombineerde Opgave verstrekken veehouders jaarlijks informatie over hun landbouwactiviteiten. Meer informatie over de manier waarop het GIAB jaarlijks wordt gemaakt en waar de gegevens in het GIAB wel of niet geschikt voor zijn, vindt u in het 2019 rapport GIAB.1
Het RIVM gebruikt het GIAB voor onderzoek en monitoring waarvoor stalgegevens op locatie nodig zijn. Verder gebruikt het RIVM het GIAB om de uitstoot van ammoniak en fijnstof uit stallen ruimtelijk weer te geven. Deze informatie wordt op emissieregistratie.nl tot het niveau van 5x5 kilometer gepubliceerd.
Bij de openbaarmaking van de door u gevraagde documenten spelen de belangen van derden een rol. Op 18 juli 2025 is aan de belanghebbenden via een kennisgeving in de Staatscourant de mogelijkheid geboden om te reageren op mijn voornemen tot openbaarmaking van de informatie. De Land- en Tuinbouworganisatie en de WUR zijn ook gevraagd om te reageren. Verschillende belanghebbenden hebben van die mogelijkheid gebruik gemaakt.
Meerdere belanghebbenden stemmen niet in met openbaarmaking. Zij voeren – kort samengevat – aan dat de data in vertrouwen aan de overheid is verstrekt. Tevens voeren de belanghebbenden aan dat zij zich zorgen maken over de veiligheid van de dieren, hun ondernemingen en medewerkers. Zij vrezen dat als de gegevens openbaar gemaakt worden, zij hierdoor ernstig benadeeld zouden kunnen worden. De belanghebbenden zijn van opvatting dat het GIAB-bestand, althans een deel daarvan, niet kan worden aangemerkt als milieu-informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu. Dit betekent dat de uitzonderingsgronden neergelegd in het eerste en tweede lid van artikel 5.1 van de Woo volgens hen wel degelijk van toepassing zijn. De belanghebbenden doen een beroep op de navolgende uitzonderingsgronden:
• Bedrijfs- en fabricagegegevens (artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo).
Meerdere belanghebbenden voeren aan dat gegevens zoals de gecombineerde opgave met bedrijfsgegevens over gehouden dieren en de toegepaste stalsystemen, moet worden gezien als bedrijfs- en fabricagegegevens als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo. Uit de gegevens kunnen namelijk wetenswaardigheden worden afgeleid met betrekking tot de technische bedrijfsvoering, het productieproces, of de afzet van producten of de kring van afnemers of leveranciers van het bedrijf. Zij voeren aan dat deze informatie nu voor een ander doel wordt gebruikt dan waarvoor deze (verplicht) aan de overheid is verstrekt, zodat de gegevens moeten worden geweigerd.
• Bijzondere persoonsgegevens (artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Woo).
Een belanghebbende brengt naar voren dat door de PAS-uitspraak en de Rendac-uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) veel agrariërs niet over de benodigde omgevingsvergunning beschikken, zodat zij (formeel gezien) een strafbaar feit begaan. Onder verwijzing naar een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) wordt aangevoerd dat het hier gaat om een strafbaar gestelde gedraging, hetgeen onder het begrip “strafbaar feit” in de zin van artikel 10 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming valt.
• De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo).
Meerdere belanghebbenden stellen dat persoonsgegevens enkel mogen worden verstrekt, indien er sprake is van een wettelijke grondslag. De belanghebbenden menen dat in de Woo geen expliciete grondslag is opgenomen voor een dergelijke verstrekking, waardoor ik op grond van de Woo persoonsgegevens niet openbaar mag maken. De belanghebbenden stellen dat de stallocaties tevens een woonadres zijn dan wel te herleiden zijn tot een woonadres, zodat de openbaarmaking van coördinaten een inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer. Ook menen de belanghebbende dat door de openbaarmaking van de coördinaten eigenaren en werknemers zullen worden benaderd door de media, of dat de media de stallocatie zal bezoeken of in beeld zal brengen.
• De bescherming van andere dan in het eerste lid, onderdeel c, genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens (artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, van de Woo).
Meerdere belanghebbende voeren aan dat openbaarmaking van deze gegevens vergaande gevolgen heeft voor de concurrentiepositie van de betrokken agrarische ondernemingen. Zij voeren aan dat het openbaar maken van deze gegevens niet kan opwegen tegen het belang van duizenden agrarische ondernemers van wie de concurrentiepositie wordt ondermijnd en waarvan persoonsgegevens op straat komen te liggen.
• De beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage (artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder h, van de Woo).
Meerdere belanghebbenden voeren aan dat ze grote vrees hebben dat de veiligheid van personen en bedrijven door openbaarmaking in het geding komt. Ook voeren zij aan dat het openbaar maken een ongewenst effect heeft, omdat personen met verkeerde intenties worden gefaciliteerd in hun zoektocht naar de meest gevoelige informatie. Dit leidt volgens de belanghebbenden mogelijk tot een persoonlijk en bedrijfsmatig risico op schade en vernieling. Ook is het niet ondenkbaar dat de veehouderij zal worden gesaboteerd, met onnoemelijk veel stress/dierenleed als gevolg. Daarom zouden de belanghebbenden graag zien dat ik de gevraagde informatie niet openbaar maak. De belanghebbenden voeren ook aan dat door de openbaarmaking van de gegevens hun bedrijf en gezin mogelijk een potentieel doelwit zouden worden van milieuactivisten en dierenrechtenextremisten.
• Het goed functioneren van bestuursorganen (artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo).
Een belanghebbende voert aan dat de GIAB-gegevens in vertrouwen met een bestuursorgaan zijn gedeeld. Openbaarmaking leidt ertoe dat agrariërs geen informatie meer met mij delen, hetgeen het functioneren van de overheid ernstig kan schaden.
Daarnaast menen een of meerdere belanghebbenden:
• Dat het onduidelijk is welke stukken mijn ministerie voornemens is te publiceren. Ook menen zij dat in de publicatie zeer algemene termen zijn opgenomen.
• Dat er geen sprake is van een ‘bestuurlijke aangelegenheid’, omdat het hier gaat om gegevens die louter met een wetenschappelijk oogmerk tot stand zijn gekomen.
• Dat misbruik wordt gemaakt van het recht op toegang tot publieke informatie. Het is naar hun oordeel evident dat met het verzoek een ander doel wordt beoogd dan het verkrijgen van publieke informatie.
De zienswijzen van de belanghebbenden heb ik in mijn belangenafweging meegenomen. Daaruit blijkt dat ik deze niet volg. Ik licht dit hierna onder ‘motivering’ nader toe.
Uw verzoek om informatie is beoordeeld op grond van de Woo. Voor de relevante bepalingen verwijs ik u naar bijlage A.
Het recht op openbaarmaking dient het publieke belang van een goede en democratische bestuursvoering. Het komt iedere burger in gelijke mate toe. Er wordt niet gekeken naar het specifieke belang van de verzoeker.
Openbaarmaking in de zin van de Woo betekent openbaarmaking voor ieder, tenzij daar anderszins om is verzocht. Daar is hier geen sprake van. In dat licht vindt de afweging dan ook plaats. Hierbij wordt getoetst aan de artikelen 5.1 en 5.2 van de Woo waarin is aangegeven in welke gevallen openbaarmaking van informatie kan of moet worden geweigerd.
Op grond van artikel 5.1, zevende lid, van de Woo zijn de uitzonderingsgronden van het eerste en tweede lid van artikel 5.1 van de Woo niet van toepassing op milieu-informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu.
Meerdere belanghebbenden geven aan dat er geen sprake is van milieu-informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu en dat daardoor de uitzonderingsgronden van artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Woo zich wel tegen openbaarmaking (kunnen) verzetten.
Ik volg deze belanghebbenden niet. Hierna leg ik uit dat de gegevens in het GIAB-bestand milieu-informatie is die betrekking heeft op emissies in het milieu en daardoor de uitzonderingsgronden niet van toepassing zijn.
De definitie van milieu-informatie staat in artikel 19.1a van de Wet milieubeheer (hierna: Wm). In dit artikel is bepaald dat onder milieu-informatie kan worden verstaan, alle informatie neergelegd in documenten over:
– De toestand van elementen van het milieu, zoals bodem, landschap, lucht, water en biologische diversiteit;
– Factoren zoals energie, geluid, straling en afval;
– Verslagen van de toepassing van de milieuwetgeving;
– Economische analyses;
– Maatregelen zoals wetgeving, plannen en programma’s en activiteiten die deze elementen of factoren aantasten of beschermen;
– De toestand van gezondheid en veiligheid van de mens van waardevolle cultuurlandschappen en van bouwwerken.
Het recht om eenieder vrije toegang te geven tot milieu-informatie die berust bij bestuursorganen volgt uit Richtlijn 2003/4/EG. Deze richtlijn geeft uitvoering aan het Verdrag van Aarhus dat een ruimer openbaarmakingsregime kent dan de generieke regeling in de Woo.
Volledigheidshalve verwijs ik naar een uitspraak van 27 januari 20212 waarin de Afdeling zich heeft gebogen over een casus waarin de rechtbank geoordeeld heeft dat locatiegegevens kunnen worden aangemerkt als milieu-informatie, omdat de gegevens onder de in artikel 19.1a, eerste lid, van de Wm neergelegde definitie van milieu-informatie vallen. De Afdeling heeft in dezelfde zaak ook geoordeeld dat de omschreven locatiegegevens dusdanig met elkaar samenhangen dat geen mogelijkheid bestaat om het ene locatiegegeven wel en het andere locatiegegeven niet aan te merken als milieu-informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu.3
De overige gegevens zoals de diergroep, het staltype, het gemiddeld aantal dieren, bepaalde gegevens van de landbouwtelling die van belang zijn voor de regionale emissieberekening en gegevens over de bewerking en verwerking van dierlijke mest op het bedrijf, en de beweiding van rundvee worden ook aangemerkt als milieu-informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu. Dit volgt uit het feit dat deze gegevens noodzakelijk zijn om te controleren of de beoordeling van de daadwerkelijke of voorzienbare emissies correct is. De Afdeling geeft aan dat deze beoordeling aan het bestuursorgaan is dat het Woo-verzoek behandelt.4De Afdeling heeft daarnaast in de uitspraak5 van 16 augustus 2017 overwogen dat onder de begrippen ‘emissies in het milieu’ en ‘informatie over emissies in het milieu’ niet alleen gegevens moeten worden begrepen die de daadwerkelijke uitstoot betreffen, maar ook de gegevens over de invloeden van die emissies op het milieu alsook de gegevens die het publiek in staat stellen te controleren of de beoordeling van de daadwerkelijke of voorzienbare emissies door het bestuursorgaan juist is.6
De begrippen ‘emissies in het milieu’ en ‘informatie over emissies in het milieu’ moeten niet restrictief worden uitgelegd.7 Het Hof heeft het zo uitgelegd dat daaronder niet alleen informatie over de emissies als zodanig valt, dat wil zeggen inlichtingen over de aard, de samenstelling, de hoeveelheid, de datum en de plaats van deze emissies, maar ook gegevens over de invloeden die deze emissies op kortere of langere termijn op het milieu hebben.8 Uit deze uitleg van het Hof volgt naar het oordeel van de Afdeling dat ook de plaats van de emissies, informatie over emissies in het milieu betreft. Hieruit blijkt dat als een emissie een bron heeft, dat die bron een locatie heeft en dat om die reden de locatiegegevens van een emissiebron ook emissiegegevens zijn.
De via het Woo-verzoek gevraagde informatie zegt iets over de mate waarin een bedrijf het milieu belast en wordt daarmee aangemerkt als milieu-informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu. Dat betekent dat op grond van artikel 5.1, zevende lid, van de Woo de uitzonderingsgronden in 5.1, eerste en tweede lid, van de Woo niet van toepassing zijn.
Ik kan daarom het beroep van de belanghebbenden op de verschillende uitzonderingsgronden op grond van de Woo niet honoreren. Hoewel ik begrip heb voor de zorgen van de belanghebbenden, zijn deze uitzonderingronden – gelet op de voorgaande uiteenzetting – niet van toepassing op de gevraagde informatie. Aan een verdere belangenafweging kom ik daarom niet toe.
De belanghebbenden geven aan dat het om data gaat die in vertrouwen aan de overheid is verstrekt. Voor zover daarmee wordt gedoeld op artikel 5.1, zesde lid, van de Woo, kan ik daar geen toepassing aan geven.
Dit artikel schrijft voor dat wanneer er sprake is van milieu-informatie die in vertrouwen aan de overheid is verstrekt, er een belangenafweging moet volgen.
Ik ben van opvatting dat artikel 5.1, zesde lid, van de Woo niet van toepassing is en dat ik terecht toepassing geef aan artikel 5.1, zevende lid, van de Woo.
Artikel 5.1, zesde lid, van de Woo is een uitzondering op hetgeen bepaald is in het eerste en tweede lid van het artikel. Wanneer de informatie betrekking heeft op milieu-informatie dient er een belangenafweging te volgen als de informatie op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo, vertrouwelijk aan de overheid is meegedeeld. Artikel 5.1, zevende lid, van de Woo is echter een meer specifieke bepaling op grond waarvan het eerste en tweede lid van artikel 5.1 van de Woo in het geheel niet van toepassing zijn wanneer het gaat om milieu-informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu. Aangezien daar sprake van is, geef ik toepassing aan artikel 5.1, zevende lid van de Woo. Er volgt dan ook geen belangenafweging zoals bedoeld in artikel 5.1, zesde lid, van de Woo.
Meerdere belanghebbenden menen dat het onduidelijk is welke stukken mijn ministerie voornemens is te publiceren. Ook menen zij dat in de publicatie zeer algemene termen zijn opgenomen.
Ik volg deze redenering niet. De termen die zijn opgenomen, zijn onder andere ook de gegevens die mijn ministerie voornemens is te openbaren. Er is via een publicatie in de Staatscourant zienswijze gevraagd over de betrokken GIAB- bestanden. Een GIAB-bestand bevat meerdere gegevens, waaruit in het zienswijzeverzoek een selectie gemaakt is om de bestanden voor belanghebbenden nader te duiden. Bovendien raken niet alle gegevens uit een dergelijk GIAB-bestand alle belanghebbenden.
Ik ben van opvatting dat de belanghebbenden op basis van de kennisgeving in de Staatscourant van 18 juli 2025 een afdoende afweging hebben kunnen maken over de voorgenomen openbaarmaking. Belanghebbenden hebben bij de algemene kennisgeving weliswaar geen inzicht gekregen in het document en de precieze gegevens die openbaar worden gemaakt. Wel heb ik aangegeven welke soort gegevens het bestand bevat, namelijk:
Het GIAB-bestand bevat onder andere de volgende gegevens over landbouwbedrijven:
• De bedrijfslocatie volgens het I&R-register van RVO (Identificatie en Registratie). De bedrijfslocatie wordt weergegeven in coördinaten. Adressen zijn niet zichtbaar;
• De diergroep en het staltype volgens de Richtlijn Ammoniak en Veehouderij;
• Het gemiddelde aantal dieren.
• Bepaalde gegevens van de landbouwtelling die van belang zijn voor de regionale emissieberekening, zoals:
• gegevens over het uitrijden van vaste en drijfmest op bouwland of grasland via verschillende technieken
• gegevens over de opslag van vaste en drijfmest in en buiten de stal in verschillende opslagen
• gegevens over de bewerking en verwerking van dierlijke mest op het bedrijf, en de beweiding van rundvee.
Ik neem daarom het standpunt in dat ik voldoende duidelijk heb gemaakt welke gegevens het betreft en dat mijn kennisgeving in de Staatscourant van 18 juli 2025 voldoende helder is. Ik ben daarmee zorgvuldig tot mijn besluit gekomen. Deze wijze van het vragen om een zienswijze is door de rechter toereikend geacht.9 Overigens heeft de Afdeling onlangs in haar uitspraak van 24 september 2025 geoordeeld dat een algemene publicatie in de Staatscourant voldoende is voor het geven van een zienswijze door belanghebbenden.10
De door belanghebbenden aangevoerde bedenkingen op dit punt treffen daarom geen doel. Voorts zien deze bedenkingen niet op een uitzonderingsgrond van de Woo. Dit betekent dat ze geen belemmering vormen voor openbaarmaking op grond van de Woo.
Een belanghebbende voert aan dat de GIAB-gegevens louter met een wetenschappelijk oogmerk tot stand zijn gekomen en niet zien op een ‘bestuurlijke’ aangelegenheid’. Ik volg deze redenering niet.
Het RIVM gebruikt het GIAB voor onderzoek en monitoring waarvoor stalgegevens op locatie nodig zijn. Verder gebruikt het RIVM het GIAB om de uitstoot van ammoniak en fijnstof uit stallen ruimtelijk weer te geven. De GIAB-gegevens zijn verzameld, zodat beleidsmaatregelen geanalyseerd kunnen worden en zodat er nieuwe beleidsontwerpen gemaakt kunnen worden. Het gaat hier niet om de uitvoering van een onderzoek in het kader van de wetenschappelijke taak van een bestuursorgaan of een enkel theoretische mogelijkheid dat de gegevens voor beleid gebruikt kunnen worden. De verzameling van de GIAB-gegevens is juist mede gericht op het gebruik voor beleid. Dit volgt bijvoorbeeld uit de GIAB gebruikershandleiding 2010, gepubliceerd in 2015 en terug te vinden op de website van de Wageningen University & Research. 11 Daarin staat vermeld dat GIAB is ontwikkeld om effecten van beleidsmaatregelen te analyseren of om nieuwe ontwerpen te maken.
Ook volgt dit uit het referaat behorende bij het document "Geografische Informatie Agrarische Bedrijven 2019": "Ten behoeve van de nationale emissieregistratie van het RIVM is het nodig om een goed beeld te hebben van de bedrijfslocaties van veehouderijbedrijven in Nederland. Vanaf 2009 is daarvoor het zogenaamde GIAB-plus-bestand gemaakt."
Hieruit volgt dat er een evident verband is tussen de GIAB-gegevens en (de totstandkoming van) beleid. De gegevens in het GIAB hebben daarmee niet louter een wetenschappelijk oogmerk. De GIAB-gegevens betreffen daarmee gegevens die vallen onder het begrip "publieke taak" zoals wordt gehanteerd in de Woo.
Volgens belanghebbenden wordt misbruik gemaakt van het recht op toegang tot publieke informatie. Het is naar hun oordeel evident dat met het verzoek een ander doel wordt beoogd dan het verkrijgen van publieke informatie.
Deze bedenkingen van belanghebbenden volg ik niet. Een verzoeker hoeft op grond van artikel 4.1 van de Woo geen belang te stellen bij zijn verzoek om informatie. Op grond van artikel 4.6 van de Woo kan ik een verzoek buiten behandeling stellen, indien de verzoeker kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie of indien het verzoek evident geen bestuurlijke aangelegenheid betreft.
Zoals ik hiervoor reeds onder het kopje ‘wetenschappelijk oogmerk’ heb toegelicht, kan niet worden geconcludeerd dat het verzoek evident geen bestuurlijke aangelegenheid betreft. Daarnaast heb ik geen concrete aanwijzingen om aan te nemen dat de verzoeker kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie. Er is niet gebleken van feiten en omstandigheden die, in onderlinge samenhang bezien, de conclusie rechtvaardigen dat er sprake is van misbruik van het recht op toegang tot publieke informatie, zoals is omschreven in artikel 4.6 van de Woo.
De belanghebbenden krijgen twee weken de tijd om de rechtbank te verzoeken een voorlopige voorziening te treffen. Daarvoor is vereist dat zij een bezwaarschrift indienen. Als de belanghebbenden dit niet doen, worden de documenten u na afloop van deze termijn toegestuurd. Als de belanghebbenden wel bezwaar maken en vragen om een voorlopige voorziening, dan wordt deze procedure afgewacht.
De stukken worden na de feitelijke verstrekking met een geanonimiseerde versie van dit besluit voor eenieder kenbaar gemaakt op open.minvws.nl. Ook breng ik alle belanghebbenden door middel van een publicatie in de Staatscourant op de hoogte van de publicatie van het besluit op open.minvws.nl.
Een afschrift van dit besluit zend ik aan de belanghebbenden.
Hoogachtend,
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, namens deze, de directeur Directie Open Overheid, R. Antonides
Bezwaar
Het indienen van bezwaar schort de werking van dit besluit niet op.
Heeft u vragen over dit besluit of bent u het er niet mee eens? Kijk eens op https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-volksgezondheid-welzijn-en-sport/contact/bezwaarschriften-vws. Daar wordt uitgelegd wat u kunt doen als u het niet eens bent met het besluit en misschien bezwaar wilt maken. Er staan voorbeelden waarmee u de kans op een succesvol bezwaar kan inschatten.
Wilt u bezwaar maken, dan moet dit binnen zes weken na de datum die bovenaan deze brief staat. Let op: doe dit op tijd, anders kan uw bezwaar niet behandeld worden.
Het bezwaarschrift e-mailt u naar: postbus-woo-bezwaarenberoep@minvws.nl, bij voorkeur met een ingescande handtekening.
Indien u niet kunt of wilt e-mailen, kunt u uw bezwaarschrift ook versturen per post naar:
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
t.a.v. Directie Open Overheid,
Postbus 20350,
2500 EJ Den Haag.
Noem in het bezwaarschrift:
• uw naam en adres
• de datum
• het kenmerk van deze brief (dit vindt u in de rechterkantlijn)
• geef aan waarom u het niet eens bent met de beslissing
Vergeet niet om uw bezwaarschrift te ondertekenen en van een datum te voorzien. Wilt u zo vriendelijk zijn om een kopie van deze brief mee te sturen met het bezwaarschrift.
Indien u het bezwaarschrift per e-mail indient zonder ondertekening, bestaat de mogelijkheid dat u op een later moment verzocht wordt om bewijs te leveren dat u bevoegd bent tot het indienen van het bezwaar.
Artikel 2.1 van de Woo, luidt, voor zover relevant, als volgt:
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
document: een door een orgaan, persoon of college als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, opgemaakt of ontvangen schriftelijk stuk of ander geheel van vastgelegde gegevens dat naar zijn aard verband houdt met de publieke taak van dat orgaan, die persoon of dat college; milieu-informatie: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 19.1a van de Wet milieubeheer;
(…)
Artikel 4.1 van de Woo luidt als volgt:
1. Eenieder kan een verzoek om publieke informatie richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. In het laatste geval beslist het verantwoordelijke bestuursorgaan op het verzoek.
2. Een verzoek kan mondeling of schriftelijk worden ingediend en kan elektronisch worden verzonden op de door het bestuursorgaan aangegeven wijze.
3. De verzoeker behoeft bij zijn verzoek geen belang te stellen.
4. De verzoeker vermeldt bij zijn verzoek de aangelegenheid of het daarop betrekking hebbende document, waarover hij informatie wenst te ontvangen.
5. Indien een verzoek te algemeen geformuleerd is, verzoekt het bestuursorgaan binnen twee weken na ontvangst van het verzoek de verzoeker om het verzoek te preciseren en is het de verzoeker daarbij behulpzaam.
6. Het bestuursorgaan kan besluiten een verzoek niet te behandelen, indien de verzoeker niet meewerkt aan een verzoek tot precisering als bedoeld het vijfde lid. In afwijking van artikel 4:5, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt het besluit om het verzoek niet te behandelen aan de verzoeker bekendgemaakt binnen twee weken nadat het verzoek is gepreciseerd of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
7. Een verzoek om informatie wordt ingewilligd met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 5.
Artikel 5.1 van de Woo luidt, voor zover relevant, als volgt:
1. Het openbaar maken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit:
a. de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen;
b. de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden;
c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld;
d. persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de betrokkene uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor de openbaarmaking van deze persoonsgegevens of deze persoonsgegevens kennelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt;
e. nummers betreft die dienen ter identificatie van personen die bij wet of algemene maatregel van bestuur zijn voorgeschreven als bedoeld in artikel 46 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de levenssfeer maakt.
2. Het openbaar maken van informatie blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:
a. de betrekkingen van Nederland met andere landen en staten en met internationale organisaties;
b. de economische of financiële belangen van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen, in geval van milieu-informatie slechts voor zover de informatie betrekking heeft op handelingen met een vertrouwelijk karakter;
c. de opsporing en vervolging van strafbare feiten;
d. de inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen;
e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
f. de bescherming van andere dan in het eerste lid, onderdeel c, genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens;
g. de bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft;
h. de beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage;
i. het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen.
(...)
Artikel 5.2 van de Woo luidt, voor zover relevant, als volgt:
1. In geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Onder persoonlijke beleidsopvattingen worden verstaan ambtelijke adviezen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad, niet zijnde feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter.
2. Het bestuursorgaan kan over persoonlijke beleidsopvattingen met het oog op een goede en democratische bestuursvoering informatie verstrekken in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid wordt uit documenten opgesteld ten behoeve van formele bestuurlijke besluitvorming door een Minister, een commissaris van de Koning, gedeputeerde staten, een gedeputeerde, het college van burgemeester en wethouders, een burgemeester en een wethouder, informatie verstrekt over persoonlijke beleidsopvattingen in niet tot personen herleidbare vorm, tenzij het kunnen voeren van intern beraad onevenredig wordt geschaad.
4. In afwijking van het eerste lid wordt bij milieu-informatie het belang van de bescherming van de persoonlijke beleidsopvattingen afgewogen tegen het belang van openbaarmaking. Informatie over persoonlijke beleidsopvattingen kan worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt.
Naar aanleiding van de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 23 november 2016, Bayer CropScience, ECLI:EU:C:2016:890 en Commissie/ACC, ECLI:EU:C:2016:889.
meer in het bijzonder in punt 87 van zijn arrest Bayer CropScience, het begrip ‘informatie over emissies in het milieu’ in de zin van artikel 4, tweede lid, tweede alinea, van Richtlijn 2003/4 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-35468.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.