Besluit van de Minister van Asiel en Migratie van 15 oktober 2025, nummer WBV 2025/20, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000

De Minister van Asiel en Migratie,

Gelet op de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000;

Besluit:

ARTIKEL I

De Vreemdelingencirculaire 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Paragraaf C7/19 Vreemdelingencirculaire 2000 is gewijzigd en komt te luiden:

19. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen

19.1. Besluitmoratorium

Geen bijzonderheden.

19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

Geen bijzonderheden.

19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc

Geen bijzonderheden.

19.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc

De IND merkt voor Jemen uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:

  • muhammasheen;

  • christenen;

  • baha’i;

  • LHBTIQ+;

  • journalisten, activisten en personen die actief zijn in de politiek; en

  • alleenstaande vrouwen en vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen voor gender-gerelateerd geweld.

19.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
19.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
19.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc

Geen bijzonderheden.

19.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc

Geen bijzonderheden.

19.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc

De IND neemt voor Jemen aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de provincies Abyan, Aden, Al Bayda, Al Dhale, Al Hudayda, Al Jawf, Ibb, Lahj, Marib, Sa’da, Sana’a (stad), Sana’a (provincie), Shabwa en Taiz.

De IND neemt voor Jemen aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de provincies Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah.

Voor de overige provincies Al Mahra, Hadramaut en Socotra geldt dat er geen sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. De IND toetst met betrekking tot de laatstgenoemde drie provincies niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.

19.5. Bescherming
19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc

De IND neemt voor vreemdelingen afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.

19.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc

De IND neemt voor Jemen in beginsel een binnenlands beschermingsalternatief aan in de provincies Al Mahra en Hadramaut voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit de provincies Abyan, Aden, Al Bayda, Al Dhale, Al Hudayda, Al Jawf, Ibb, Lahj, Marib, Sa’da, Sana’a (stad), Sana’a (provincie), Shabwa, Taiz, Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah, en die enkel een reëel risico lopen op ernstige schade vanwege het willekeurige geweld in deze regio’s in de zin van paragraaf C2/3.3.3.3 Vc.

19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.

Voor Jemen geldt in zijn algemeenheid dat:

  • algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn; en

  • de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.

Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.

19.7. Vertrekmoratorium

Geen bijzonderheden.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 15 oktober 2025

De Minister van Asiel en Migratie, namens deze, R. Maas directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst

TOELICHTING

A

Op 18 april 2025 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een algemeen ambtsbericht uitgebracht over de (veiligheids)situatie in Jemen. Daarnaast heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) een uitspraak gedaan dat de minister haar standpunt dat in Jemen geen sprake is van de meest uitzonderlijke situatie die valt onder artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn onvoldoende heeft gemotiveerd, hoe en op welke manier er in de beoordeling van artikel 15, aanhef en onder onder c, van de Kwalificatierichtlijn rekening is gehouden met de humanitaire omstandigheden in Jemen. Ten onrechte zijn de humanitaire omstandigheden niet betrokken die het directe of het indirecte gevolg zijn van het handelen en/of het nalaten van een actor van ernstige schade in het kader van willekeurig geweld in het binnenlands gewapende conflict in Jemen.

In de brief van 8 oktober 2025 (kenmerk: 6339169) heeft de minister de Tweede Kamer geïnformeerd dat het nieuwe ambtsbericht en de uitspraak van de Afdeling aanleiding is geweest om enkele wijzigingen door te voeren in het landgebonden asielbeleid voor Jemen (C7/19 Vc).

Op basis van de informatie uit het ambtsbericht kan een betere afweging worden gemaakt om per provincie te beoordelen of er sprake is van willekeurig geweld in het kader van een gewapend conflict in de zin van artikel 15 aanhef en onder c van de Kwalificatierichtlijn. De minister heeft besloten om voor de provincies Abyan, Aden, Al Bayda, Al Dhale, Al Hudayda, Al Jawf, Ibb, Lahj, Marib, Sa’da, Sana’a (stad), Sana’a (provincie), Shabwa en Taiz aan te nemen dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld gelet op, onder andere, de intensiteit van het geweld, het aantal ontheemden en het aantal (dodelijke) burgerslachtoffers afgezet tegen de totale burgerbevolking. Dit houdt in dat door de vreemdeling individuele omstandigheden moeten worden aangevoerd om te onderbouwen dat juist de vreemdeling vanwege deze specifieke omstandigheden een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Paragraaf C7/19.4.2 Vc is daarom aangepast.

Daarnaast heeft de minister geconcludeerd om voor de provincies Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah aan te nemen dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Dit houdt in dat door de vreemdeling individuele, risico verhogende omstandigheden moeten worden aangevoerd om te onderbouwen dat er ondanks het lagere niveau van willekeurig geweld, in zijn individuele geval toch sprake is van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer als gevolg van het willekeurig geweld. Voor de provincies Al Mahra, Hadramaut en Socotra wordt aangenomen dat er geen sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 15 onder c van de Kwalificatierichtlijn. Dit is eveneens aangepast in paragraaf C7/19.4.2 Vc.

Uit het nieuwe ambtsbericht blijkt verder dat voor Joden in Jemen niet langer sprake is van een structurele wijze waarop zij in de negatieve aandacht staan. Ook is gebleken dat er niet langer voldoende personen het Joodse geloof belijden in Jemen om voor joden als groep een risicoprofiel aan te nemen. De minister heeft daarom besloten om ‘Joden’ als risicoprofiel te schrappen. Dit is aangepast in paragraaf C7/19.3.2 Vc.

Tot slot zijn de bepalingen ten aanzien van adequate opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen in lijn gebracht met vergelijkbare paragrafen in de Vc over adequate opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Met deze wijziging is geen beleidswijziging beoogd.

Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de eerdergenoemde brief aan de Tweede Kamer.

De Minister van Asiel en Migratie, namens deze, R. Maas directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst

Naar boven