Call for proposals Financiering bestaande lectorenplatforms, Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

Inhoudsopgave

1

Overzicht en inleiding

1

 

1.1 Kort overzicht

1

 

1.2 Inleiding

2

 

1.3 Achtergrond

2

2

Doel

3

 

2.1 Doelstelling van de ronde

3

 

2.2 Maatschappelijke impact van onderzoek

3

3

Opstellen en indienen

3

 

3.1 Tijdpad beoordelingsprocedure

3

 

3.2 Wie kan aanvragen

4

 

3.3 Wat kan worden aangevraagd

4

 

3.4 Aanvraag opstellen en indienen in ISAAC

6

 

3.5 Voorwaarden voor in behandeling nemen

7

4

Beoordeling

8

 

4.1 Criteria

8

 

4.2 Beoordelingsprocedure

9

 

4.3 Richtlijnen en kaders voor de beoordeling

10

5

Na de toewijzing

10

 

5.1 Start van het traject

10

 

5.2 Monitoring en projectbeheer

11

 

5.3 Richtlijnen en kaders voor uitvoering van het traject

11

 

5.4 Onderzoeksresultaten – Open Science

12

 

5.5 Afronding

12

 

5.6 Evaluatie

12

6

Contact

12

 

6.1 Vragen over de financiering van aanvragen?

12

 

6.2 Vragen over de inhoud van deze ronde?

13

 

6.3 Technische vragen over ISAAC?

13

7

Voorwaarden en tarieven in budgetmodules

13

 

7.1 Personeel (behorend bij paragraaf 3.3.2)

13

 

7.2 Materieel (behorend bij paragraaf 3.3.3)

13

 

7.3 Indexering

13

Bijlage 1: Getoetste organisaties

15

 

TO2-instellingen:

15

 

Rijksinstellingen:

15

 

Overig:

15

Bijlage 2: Overzicht bestaande lectorenplatforms

16

1 Overzicht en inleiding

In dit hoofdstuk vindt u een kort overzicht van deze subsidieronde (hierna ronde), een inleiding bij deze Call for proposals en de achtergrond van deze ronde.

1.1 Kort overzicht

Doel: De subsidieronde Financiering bestaande lectorenplatforms stimuleert de samenwerking tussen lectoren die onderzoek doen binnen hetzelfde thema in een bestaand lectorenplatform, om zo de onderlinge afstemming en kennisdeling te bevorderen en bij te dragen aan de positionering en profilering van praktijkgericht onderzoek in het nationale, Europese en internationale kennis- en innovatie-ecosysteem.

Budget: Het subsidieplafond voor deze subsidieronde bedraagt in totaal € 3.485.000. De aan te vragen subsidie per lectorenplatform bedraagt maximaal € 85.000. Binnen deze ronde worden naar verwachting maximaal 41 aanvragen toegewezen.

Samenstelling lectorenplatform, eigen bijdrage en cofinanciering: het lectorenplatform bestaat uit minimaal 5 leidende lectoren verbonden aan 5 verschillende hogescholen. Eigen bijdrage(n) en cofinanciering zijn in deze ronde niet verplicht.

Indieningsdeadline: De deadline voor het indienen van aanvragen is 15 januari 2026, vóór 14:00:00 uur CET.

Procedure: Alle aanvragen die in behandeling worden genomen, worden voorgelegd aan een beoordelingscommissie voor een preadvies. De commissie komt vervolgens in een beoordelingsvergadering gezamenlijk tot een definitieve beoordeling. De commissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan het bestuur van Regieorgaan SIA. Het bestuur van Regieorgaan SIA besluit op basis van het commissieadvies over toewijzing of afwijzing van de aanvraag.

Lees voor de volledige voorwaarden het gehele document.

1.2 Inleiding

Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA (hierna Regieorgaan SIA). Regieorgaan SIA stimuleert de kwaliteit en de impact van het praktijkgericht onderzoek van hogescholen en is onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Deze Call for proposals beschrijft hoe het aanvraagproces voor de ronde Financiering bestaande lectorenplatforms is ingericht en bestaat uit 7 hoofdstukken.

Op alle aanvragen is de NWO Subsidieregeling van toepassing.

Regieorgaan SIA verwerkt ontvangen persoonsgegevens conform de privacyverklaring van NWO.

1.3 Achtergrond

Regieorgaan SIA heeft als taak de ontwikkeling van het praktijkgericht onderzoek van hogescholen te stimuleren en voert daartoe onder andere de regeling Financiering lectorenplatforms uit. In 2016 werd de regeling voor het eerst opengesteld ter stimulering van de samenwerking tussen lectoren. De ronde Financiering bestaande lectorenplatforms volgt op de eerdere rondes van de regeling uit 2016, 2019 en 2022–2024. De ronde staat open voor de 41 door Regieorgaan SIA gefinancierde lectorenplatforms in de ronde 2022–2024 (zie het overzicht van bestaande lectorenplatforms in bijlage 2). Tegelijkertijd met het openstellen van deze ronde stelt Regieorgaan SIA een ronde open voor nieuwe lectorenplatforms.

Een lectorenplatform is een samenwerking van lectoren die actief zijn op hetzelfde onderzoeksthema en de eigen onderzoekslijnen afstemmen op die van andere lectoren. Ook stellen de lectoren samen een missie en visie op voor het betreffende onderzoeksthema. Met een gezamenlijke missie en visie kunnen zij sneller en makkelijker aansluiten bij nationale, Europese en internationale beleidsontwikkelingen, agenda’s, programma’s en initiatieven. Voorbeelden van nationale agenda’s zijn de kennis- en innovatieagenda’s (KIA’s).

Een lectorenplatform is een netwerk dat openstaat voor deelname van andere lectoren en voor samenwerking met bedrijven, publieke instellingen en kennisinstellingen. Dit bevordert de aansluiting van het praktijkgericht onderzoek op de vragen vanuit de maatschappij en de positionering ten opzichte van relevante stakeholders.

De lectorenplatforms hebben sinds 2016 een prominente rol gekregen in het kennis- en innovatie-ecosysteem. Inmiddels zijn er 41 door Regieorgaan SIA gefinancierde lectorenplatforms waarbij in totaal 244 lectoren zijn aangesloten. De lectorenplatforms acteren in, werken samen met en verhouden zich tot een veld met andere bestaande samenwerkingsstructuren in het praktijkgericht onderzoek, zoals, maar niet gelimiteerd tot, relevante hbo-thematafels, Centres of Expertise (CoEs), SPRONG-groepen, andere lectorenplatforms en onderzoeksconsortia.

Voor de ondersteuning van samenwerkingsstructuren zet Regieorgaan SIA verschillende regelingen en programma’s uit, waaronder SPRONG, lectorenplatforms en hbo- thematafels. Waar het SPRONG-programma gericht is op de vorming van krachtige onderzoeksgroepen, is de lectorenplatformregeling gericht op de laagdrempelige organisatie van lectoren op een bepaald thema voor strategische afstemming en kennisdeling. Lectorenplatforms organiseren zich daarnaast vaak op een breder thema met betrokkenheid van meer hogescholen. De hbo-thematafels zijn gericht op bestuurlijke afstemming rondom brede onderzoeksthema’s uit de KIA’s met als doel meer samenwerking en strategische afstemming. De hbo-thematafels bestaan in de kern uit hbo- bestuurders. Lectoren zijn in de schil om een hbo-thematafel heen georganiseerd (in o.a. lectorenplatforms). Samen met de hbo-thematafels en de SPRONG-groepen dragen de lectorenplatforms bij aan de structuur van de (thematische) samenwerking tussen hogescholen gericht op het bijdragen aan maatschappelijke opgaven en de bevordering van de kwaliteit van praktijkgericht onderzoek.

Met de financiering van lectorenplatforms zet Regieorgaan SIA in op de professionalisering en kwaliteitsversterking van het praktijkgericht onderzoek van hogescholen. Dit past bij onze strategische uitgangspunten om netwerkvorming te bevorderen en hoogwaardig onderzoek van hogescholen met doorwerking in onderwijs en praktijk te stimuleren.

2 Doel

In dit hoofdstuk leest u meer over de doelstelling van de regeling en de maatschappelijke impact.

2.1 Doelstelling van de ronde

De doelstelling van de ronde Financiering bestaande lectorenplatforms, onderdeel van de regeling Financiering lectorenplatforms, is het bevorderen van de voortzetting en de doorontwikkeling van de samenwerking tussen lectoren en (senior) (docent-)onderzoekers van verschillende hogescholen die onderzoek doen binnen hetzelfde thema. Daarnaast wordt de samenwerking met stakeholders (zoals, maar niet gelimiteerd tot, vertegenwoordiging vanuit de beroepspraktijk, andere kennisinstellingen en/of publieke instellingen met landelijke erkenning relevant voor het betreffende thema) gestimuleerd.

Onder deze samenwerking valt onder andere netwerkvorming en overlegstructuren voor afstemming. Deze samenwerking zorgt voor meer onderlinge strategische, inhoudelijke en organisatorische afstemming en kennisdeling. Bestaande lectorenplatforms (de 41 door Regieorgaan SIA gefinancierde lectorenplatforms in de ronde 2022–2024) zijn een samenwerkingsverband van strategische partners die onderling kennis uitwisselen, en een missie en visie delen voor het positioneren van praktijkgericht onderzoek binnen het thema van het lectorenplatform. Deze missie en visie zal doorontwikkeld worden met behulp van acties zoals het ontwikkelen van het lectorenplatform tot een aanspreekpunt voor beleidsmakers of het organiseren van een gezamenlijk evenement. Zo draagt de lectorenplatformregeling bij aan de positionering van praktijkgericht onderzoek in het nationale, Europese en internationale kennis- en innovatie-ecosysteem.

Het is dus niet mogelijk om aanvragen te doen die zich uitsluitend richten op deskundigheidsbevordering van personeel, het ontwikkelen van een nieuwe opleiding/nieuw curriculum voor de hogeschool en/of behoren tot reguliere activiteiten van een hogeschool.

2.2 Maatschappelijke impact van onderzoek

Lectorenplatforms zijn open, actieve netwerken waarin lectoren en (senior) (docent- )onderzoekers van verschillende hogescholen en andere stakeholders samenwerken aan en zich organiseren op een gezamenlijk thema. Lectorenplatforms vormen daarmee een toegankelijk aanspreekpunt voor het ontwikkelen van relevante (onderzoeks)agenda’s, programma’s en initiatieven. Vervolgens kunnen individuele lectoren, of het lectorenplatform als geheel, bij deze ontwikkelingen aanhaken.

Lectoren dragen met praktijkgericht onderzoek direct bij aan oplossingen voor de maatschappelijke vraagstukken van vandaag en morgen. De lectorenplatforms bevorderen dit proces: zij vergroten de impact door de samenwerking te versnellen en te versterken op de thema’s en maatschappelijke opgaven waarop zij actief zijn. Binnen een lectorenplatform zijn de lijnen kort, worden de juiste experts snel gevonden en houden lectoren elkaar voortdurend op de hoogte van opgedane kennis en relevante initiatieven.

3 Opstellen en indienen

In dit hoofdstuk staat informatie over het opstellen en indienen van een aanvraag.

3.1 Tijdpad beoordelingsprocedure

Hieronder staat de indieningsdeadline inclusief het tijdpad van de gehele beoordelingsprocedure van deze ronde. Het kan zijn dat Regieorgaan SIA het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure aanpassingen in het tijdpad aan te brengen. De aanvrager wordt hierover geïnformeerd.

Regieorgaan SIA toetst de aanvragen op de formele voorwaarden voor indiening (zie paragraaf 3.5). Als de aanvraag daaraan voldoet, wordt de aanvraag in behandeling genomen. Aanvragen die na de indieningsdeadline worden ingediend, neemt Regieorgaan SIA niet in behandeling.

Deadline en tijdpad behandeling aanvragen

  • 15 januari 2026 vóór 14:00:00 CET: indieningsdeadline

  • Januari 2026: Toets op voorwaarden voor indiening

  • Maart 2026: Vergadering beoordelingscommissie

  • April 2026: Besluit door het bestuur van Regieorgaan SIA

  • Mei 2026: Bekendmaking van het besluit

3.2 Wie kan aanvragen

Alleen door de overheid bekostigde hogescholen kunnen een aanvraag indienen. Dit zijn hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).

Hogescholen kunnen alleen een aanvraag indienen namens de bestaande lectorenplatforms die genoemd staan in bijlage 2. Dit zijn de lectorenplatforms die al eerder zijn gefinancierd door Regieorgaan SIA in de Platformregeling ronde 2022–2024.

De persoon die de aanvraag indient in ISAAC wordt geacht hiertoe te zijn gemachtigd door het College van Bestuur van de aanvragende hogeschool.

3.2.1 Aanvullende voorwaarden voor aanvragers
3.2.1.1 Leidende lectoren

De aanvraag is opgesteld onder verantwoordelijkheid van minimaal 5 leidende lectoren verbonden aan 5 verschillende hogescholen. Leidende lectoren zijn de lectoren die een actieve, leidende rol spelen bij de organisatie van het lectorenplatform.

De hogeschool van 1 van de leidende lectoren treedt op als aanvrager namens het lectorenplatform.

3.2.1.2 Lectorenplatformpartners

Naast de groep van minimaal 5 leidende lectoren van minimaal 5 verschillende hogescholen, kunnen andere lectoren, (docent-)onderzoekers en partners zich aansluiten bij een lectorenplatform. Een partner is bijvoorbeeld een afgevaardigde van een bedrijf, (semi-)private instelling of andere kennisinstelling die zorgt voor de nodige aansluiting van het lectorenplatform bij de beroepspraktijk.

De lectorenplatformpartners bevestigen hun deelname aan het lectorenplatform door middel van een handtekening op het aanvraagformulier van de subsidieaanvraag.

De lectorenplatformpartners worden opgenomen in de begroting. Partijen die niet op de begroting staan maar wel bijdragen aan het traject kunt u aangeven in het aanvraagformulier onder overige betrokken partijen.

3.3 Wat kan worden aangevraagd

Het subsidieplafond voor deze ronde bedraagt in totaal € 3.485.000. De aan te vragen subsidie per traject bedraagt maximaal € 85.000. Binnen deze ronde worden naar verwachting maximaal 41 aanvragen toegewezen.

De aanvrager en lectorenplatformpartners kunnen kosten opvoeren voor personeel en materieel. Kosten van (deel)activiteiten die al zijn gefinancierd vanuit andere subsidies, kunnen niet worden opgevoerd.

De beschikbare budgetmodules (inclusief de maximale bedragen) staan hieronder vermeld. Voer alleen de kosten op die essentieel zijn om het traject uit te voeren. De volledige voorwaarden en tarieven op deze budgetmodules staan in Hoofdstuk 7. Alle op te voeren kosten zijn exclusief btw, tenzij het niet-verrekenbare btw betreft.

3.3.1 Aanstellen van een coördinator

Voor de organisatie van het lectorenplatform is het nuttig om een coördinator aan te stellen. Deze coördinator kan op 3 manieren gefinancierd worden:

  • 1. De coördinator kan worden aangesteld bij een hogeschool.

  • 2. De coördinator kan worden aangesteld bij een lectorenplatformpartner die geen hogeschool is.

  • 3. De coördinator kan worden ingehuurd middels materiële kosten via de post inhuur derden.

Voor de kosten van een coördinator buiten een hogeschool (optie 2 en 3) mag een lectorenplatform maximaal 50% van het subsidiebedrag aanvragen.

3.3.2 Personeel

Voor personeel dat een bijdrage levert aan het traject, kan subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd. Het bedrag hiervoor is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel werkt.

Voor projectmanagement mag maximaal 10% van de totale trajectkosten worden opgevoerd.

3.3.2.1 Personeel van hogescholen

Het is mogelijk om loonkosten op te voeren van personeel van hogescholen. Zie voor meer informatie paragraaf 7.1.1.

3.3.3 Materieel

Subsidie kan worden aangevraagd voor alle trajectspecifieke materiële kosten. Hiervoor geldt een maximum van 25% van het subsidiebedrag. Voor de specifieke post inhuur van derden voor het inhuren van een externe coördinator voor het lectorenplatform geldt een maximum van 50% van het subsidiebedrag. Zie voor meer informatie paragraaf 7.2.

3.3.4 Aanvullende financiële voorwaarden voor lectorenplatformpartners
3.3.4.1 Subsidiabele kosten van de lectorenplatformpartners

Ten hoogste 50% van het subsidiebedrag mag worden aangevraagd en besteed aan de kosten van de lectorenplatformpartners, die geen hogescholen zijn. Een lectorenplatformpartner die geen hogeschool is, kan alleen subsidie ontvangen voor het aanstellen van een coördinator voor het lectorenplatform. Andere kosten van lectorenplatformpartners die geen hogescholen zijn, komen niet in aanmerking voor subsidie. Deze kosten worden beschouwd als cofinanciering.

3.3.4.2 De-minimisdrempel voor lectorenplatformpartners

De onderzoeksorganisaties genoemd in artikel 1.1. lid 1 van de NWO Subsidieregeling hoeven geen verklaring de-minimissteun in te vullen. Ook onderzoeksorganisaties genoemd in bijlage 1 hoeven geen verklaring de-minimisssteun in te vullen.

Lectorenplatformpartners (niet zijnde deze hierboven genoemde onderzoeksorganisaties) kunnen via de aanvrager subsidie ontvangen van Regieorgaan SIA op voorwaarde dat de de-minimisdrempel uit de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Europese Commissie van 13 december 2023) niet wordt overschreden. Op basis van de de-minimisverordening mag een lectorenplatformpartner maximaal € 300.000 de-minimissteun ontvangen over een periode van 3 jaar.

Door de Verklaring de-minimissteun in te vullen verklaren lectorenplatformpartners dat door het toewijzen van subsidie door Regieorgaan SIA de lectorenplatformpartner in kwestie niet boven de de-minimisgrens uitkomt. Indien een lectorenplatformpartner constateert dat met de subsidie van Regieorgaan SIA de de-minimisgrens wordt overschreden, kan de lectorenplatformpartner wel deelnemen aan het traject en cofinanciering leveren, maar kan de aanvrager voor deze lectorenplatformpartner geen subsidie aanvragen bij Regieorgaan SIA. De aanvrager dient hiermee bij het opstellen van de trajectbegroting rekening te houden en dient dus per lectorenplatformpartner (voor zover deze ondernemingen betreffen) na te gaan of met het aangevraagde subsidiebedrag de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. De door elke onderneming afzonderlijk ingevulde verklaring de-minimissteun maakt onderdeel uit van de aanvraag.

Elke eenheid die een economische activiteit uitoefent en subsidie ontvangt, ongeacht de rechtsvorm en de wijze van financiering, moet een de-minimisverklaring indienen.

Hieronder vallen onder andere mkb-ondernemingen, grootbedrijven, zzp’ers, ziekenhuizen en mbo-instellingen.

3.3.5 Eigen bijdragen en cofinanciering

Eigen bijdrage(n) en cofinanciering zijn in deze ronde niet verplicht. Het is wel mogelijk eigen bijdrage(n) en cofinanciering in te brengen in de aanvraag.

De aanvrager(s) van het betreffende traject lever(t)/(en) een eigen bijdrage. De lectorenplatformpartners leveren cofinanciering. Deze lectorenplatformpartners bevestigen hun cofinanciering door middel van ondertekening van de verklaring cofinanciering in het aanvraagformulier van de subsidieaanvraag. Hiervoor geldt de Regeling Cofinanciering.

Ook voor de cofinanciering in cash geldt dat dient te worden aangegeven welke kosten van de trajectactiviteiten hiermee worden gefinancierd. Eigen bijdragen en cofinanciering in kind kunnen worden ingebracht voor dekking van de personele en/of materiële inbreng van de betrokken organisaties.

Op alle cofinanciering is de Regeling Cofinanciering van toepassing.

3.4 Aanvraag opstellen en indienen in ISAAC

Regieorgaan SIA werkt met het systeem ISAAC. Begin tijdig met de aanvraag in ISAAC.

  • Maak een account aan of update indien nodig de gegevens als u al een account heeft.

  • Download het aanvraagformulier en de formats voor bijlagen in ISAAC.

  • Vul het aanvraagformulier in.

  • Vul indien van toepassing het lectorenplatformpartnerformulier inclusief verklaring cofinanciering in. Als er meer dan 1 lectorenplatformpartner is, vul dan zo vaak als nodig het lectorenplatformpartnerformulier in.

  • Sla het aanvraagformulier en extra lectorenplatformpartnerformulier(en) op als 1 pdf en dien het in ISAAC in. Dien apart de bijlage(n) in.

  • In ISAAC vult u daarnaast de gevraagde gegevens in, onder andere de publiekssamenvatting. De publiekssamenvatting bedraagt 50–100 woorden en moet toegankelijk geschreven zijn voor een brede doelgroep. Regieorgaan SIA kan deze samenvatting bij een nieuwsbericht over de toewijzingen van de subsidie publiceren.

Voorzie de aanvraag van de volgende verplichte bijlagen door deze te uploaden in ISAAC:

  • trajectvoorstel (pdf)

  • begroting (Excel-bestand)

  • formulier projectbetrokkenen (Excel-bestand)

  • verklaring de-minimissteun (Indien van toepassing. Elke verklaring die u wilt toevoegen, uploadt u apart als bijlage in ISAAC.) (pdf)

Gebruik voor de bijlagen alleen de door Regieorgaan SIA aangeboden formats. Andere bijlagen dan hierboven vermeld zijn niet toegestaan.

Het gebruik van generatieve AI is niet uitgesloten bij het opstellen van uw aanvraag, mits dit verantwoord gebeurt. De richtlijnen vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).

U kunt uw aanvraag alleen indienen via ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.

De taal van de aanvraag is Nederlands of Engels. Binnen het aanvraag- en beoordelingsproces correspondeert Regieorgaan SIA altijd in het Nederlands, ook als u uw aanvraag in het Engels opstelt.

Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC) of kan er contact worden opgenomen met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. Mailen kan naar isaac.helpdesk@nwo.nl. Een reactie volgt binnen 2 werkdagen.

Bekijk de ronde en alle documenten in ISAAC.

3.4.1 Advies over inhoudelijke aansluiting

Bedenk tijdig of de aanvraag inhoudelijk aansluit bij het doel van de regeling, aangezien voor deze ronde geldt dat de aanvraag moet voldoen aan de voorwaarden voor een bestaand lectorenplatform. Neem bij twijfel (ruim voor de indieningsdeadline) contact op met de contactpersoon van de regeling. Deze persoon kan adviseren over de inhoudelijke aansluiting van de aanvraag bij deze ronde. Aanvragers maken zelf de definitieve keuze. Voor contactgegevens zie Hoofdstuk 6.

3.4.2 Aanvullende informatie over thema’s en beleidslijnen

Op het aanvraagformulier vragen wij u aan te geven bij welke thema’s en beleidslijnen uw aanvraag aansluit. Deze informatie ondersteunt ons onder meer bij het maken van beleidskeuzes. Meer informatie hierover vindt u op onze webpagina Informatieverzamelingen monitoring. De door u verstrekte informatie wordt niet meegenomen in het beoordelingsproces.

3.4.2.1 Aansluiting op ‘Thema’s met impact’ (VH) en Onderwijssectoren

Regieorgaan SIA wil graag geïnformeerd worden over hoe de aanvraag zich verhoudt tot de onderzoeksthema’s, gespecificeerd in Praktijkgericht onderzoek als kennisversneller, Strategische onderzoeksagenda hbo 2022 – 2025 van de Vereniging Hogescholen. Op het aanvraagformulier geeft u daarom aan bij welke thema’s uit deze onderzoeksagenda de activiteiten aansluiten.

Daarnaast wenst Regieorgaan SIA geïnformeerd te worden over de aansluiting van het traject bij de onderwijssectoren.

3.4.2.2 Topsectoren

Regieorgaan SIA wil, als dat van toepassing is, ook graag weten tot welke topsector of topsectoren uw traject zich verhoudt. Meer informatie over de topsectoren vindt u op topsectoren.nl.

3.4.2.3 Bijdrage aan NWA

Regieorgaan SIA zet zich actief in om hogescholen optimaal mee te laten doen met praktijkgericht onderzoek binnen de verschillende routes van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA). Indien van toepassing geeft u in de aanvraag daarom aan bij welke NWA-route het traject aansluit.

3.4.2.4 Bijdrage aan Missiegedreven Innovatiebeleid

Regieorgaan SIA wil hogescholen en onderzoekers aan universiteiten en overige onderzoeksorganisaties in staat stellen een waardevolle bijdrage te leveren aan het Missiegedreven Innovatiebeleid, onder andere met Financiering bestaande lectorenplatforms.

Als aanvrager geeft u op het aanvraagformulier aan bij welke van de 8 Kennis en Innovatie Agenda’s (KIA’s) het traject aansluit.

Meer informatie over de KIA’s vindt u op de webpagina over de Topsectoren en de missies voor de toekomst en in verschillende documenten van de KIA's Topsectoren:

3.5 Voorwaarden voor in behandeling nemen

Regieorgaan SIA toetst een aanvraag op onderstaande voorwaarden. Alleen als de aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt de aanvraag toegelaten tot de beoordelingsprocedure.

Voorwaarden:

  • De aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline.

  • De aanvraag is opgesteld door een door Regieorgaan SIA gefinancierd lectorenplatform zoals genoemd in bijlage 2.

  • De aanvraag is de enige aanvraag die is ingediend vanuit een door SIA gefinancierd bestaand lectorenplatform zoals genoemd in bijlage 2. Wanneer 2 aanvragen worden ingediend vanuit 1 bestaand lectorenplatform, wordt alleen de eerste aanvraag in behandeling genomen.

  • De aanvrager voldoet aan de in paragraaf 3.2 gestelde voorwaarden.

  • De aanvraag voldoet aan de DORA-richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.3.4.

  • De aanvraag is opgesteld met de formulieren die beschikbaar zijn gesteld in ISAAC.

  • Het aanvraagformulier en de verplichte bijlagen zijn, na eventueel eenmalig verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies ingevuld.

  • De aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de aanvrager.

  • De aanvraag is opgesteld in het Nederlands of Engels.

  • De begroting in de aanvraag is opgesteld volgens de voorwaarden van deze Call for proposals.

  • Het voorgestelde traject heeft een looptijd van 36 maanden, en start binnen 3 maanden na de besluitbrief. Indien de trajectperiode van het traject waar dit voorgestelde traject op voortborduurt nog niet afgerond is, dan start het voorgestelde traject uiterlijk 3 maanden na afronding van het eerdere traject.

In het aanvraagformulier kunnen toelichtingen, werkwijzen en vragen staan die nodig zijn om het formulier correct te kunnen invullen.

3.5.1 In behandeling nemen en administratieve correcties

Zo snel mogelijk nadat de benodigde stukken zijn ingediend, ontvangt de aanvrager bericht of Regieorgaan SIA de aanvraag in behandeling neemt. Houd er rekening mee dat Regieorgaan SIA de aanvrager binnen 2 weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. De aanvrager krijgt 1 keer de gelegenheid om binnen maximaal 5 werkdagen de correcties door te voeren. Als blijkt dat gecorrigeerde stukken wederom niet volledig en/of juist zijn, neemt Regieorgaan SIA de aanvraag niet in behandeling. Als de stukken wel juist en volledig zijn, neemt Regieorgaan SIA de aanvraag in behandeling en gaat deze door naar het proces van beoordeling en besluit.

3.5.2 Communicatie van aanvraag tot subsidiebesluit

Over de aanvraag communiceert Regieorgaan SIA van indiening tot en met besluit met de volgende personen:

  • Met de aanvrager (indiener in ISAAC) communiceert Regieorgaan SIA over: toets op indieningsvoorwaarden en subsidiebesluit.

  • Met de contactpersoon opgegeven in het aanvraagformulier communiceert Regieorgaan SIA over: kennisgevingsbericht en subsidiebesluit.

  • Met het College van Bestuur communiceert Regieorgaan SIA over: subsidiebesluit.

4 Beoordeling

In dit hoofdstuk staat informatie over de beoordelingsprocedure van een aanvraag.

4.1 Criteria

De beoordeling vindt plaats aan de hand van inhoudelijke beoordelingscriteria en nadat de aanvraag is toegelaten tot de beoordelingsprocedure.

De aanvragen worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria, waarbij de looptijd van het lectorenplatform wordt meegewogen:

  • 1. Relevantie

    • De aanvraag bevat een volledige maar beknopte landschapsanalyse van de belangrijkste beleidsontwikkelingen en samenwerkingsstructuren in het nationale, Europese en internationale thematische veld waarin het lectorenplatform zich positioneert.

    • De thematische doelstelling van het lectorenplatform sluit aan bij en is een toevoeging op de belangrijkste bestaande en in ontwikkeling zijnde nationale (en Europese en internationale) beleidsontwikkelingen, zoals, maar niet gelimiteerd tot, relevante agenda’s, programma’s en initiatieven voor het praktijkgericht onderzoek. De thematische doelstelling laat hiermee zien dat het lectorenplatform bijdraagt aan het innoverend vermogen op het thema.

    • Het lectorenplatform laat aan de hand van de landschapsanalyse zien hoe het zich onderscheidt van, een toevoeging is op en samenwerkt met andere bestaande samenwerkingsstructuren binnen het praktijkgericht onderzoek rond hetzelfde thema, zoals, maar niet gelimiteerd tot, relevante hbo- thematafels, CoEs, SPRONG-groepen, andere lectorenplatforms en onderzoeksconsortia. Daarnaast besteedt het lectorenplatform aandacht aan positionering ten opzichte van andere relevante stakeholders in het ecosysteem rond het betreffende thema.

    • Het lectorenplatform heeft aantoonbaar voldoende massa kijkend naar de aard en omvang van de betrokken lectoren en de betrokken/te betrekken stakeholders. De aanvraag beschrijft welke lectoren betrokken zijn. Ook beschrijft de aanvraag welke stakeholders betrokken zijn of worden, en hoe deze stakeholders betrokken zijn of worden.

  • 2. Plan van aanpak voor de doorontwikkeling

    • De missie en visie beogen een duidelijke en significante doorontwikkeling van de afstemming en kennisdeling door het lectorenplatform en van positionering van praktijkgericht onderzoek. Deze sluiten aan bij de behaalde resultaten van het lectorenplatform tot nu toe en bij de huidige stand van zaken in het hbo en het externe veld waarin het lectorenplatform actief is.

    • Het plan van aanpak met activiteitenplan is haalbaar, uitvoerbaar met de beschikbare middelen, laat zien hoe er significant doorgepakt zal worden en sluit aan bij de missie en visie met resultaatgerichte doelstellingen waarop ook tussentijds middels deelresultaten gemonitord kan worden.

    • Er is sprake van een visie op de duurzame voortzetting van het lectorenplatform na het aflopen van deze subsidie en wat hiervoor nodig is.

  • 3. Organiserend vermogen, profilering en communicatie

    • Het lectorenplatform staat open en is toegankelijk voor alle binnen het betreffende thema relevante lectoren en (docent-)onderzoekers.

    • De organisatiestructuur is ondersteunend aan het activiteitenplan en de te behalen doelstellingen.

    • Het lectorenplatform is een duidelijk vindbaar en herkenbaar aanspreekpunt voor praktijkgericht onderzoek op het thema. Het lectorenplatform profileert zich proactief en zet interne en externe communicatie en informatievoorziening in om contacten te onderhouden met de achterban en externe stakeholders.

    • Het lectorenplatform werkt aan het verder versterken van het organiserend vermogen.

De leden van de beoordelingscommissie beoordelen elk van de criteria met een voldoende of onvoldoende.

Om een positief oordeel te krijgen dient een aanvraag op alle criteria een voldoende te scoren. Alleen aanvragen met een positief oordeel kunnen in aanmerking komen voor subsidie.

4.2 Beoordelingsprocedure

De beoordelingsprocedure van de aanvraag bestaat uit de volgende stappen volgens het tijdpad zoals wordt vermeld in paragraaf 3.1:

  • Preadvisering beoordelingscommissie

  • Vergadering van de beoordelingscommissie

  • Besluitvorming

Het bestuur van Regieorgaan SIA stelt voor deze ronde een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie in. De leden van de commissie zijn afkomstig uit de onderzoekswereld en de praktijk en brengen kennis mee vanuit verschillende sectoren zoals onderzoeksorganisaties, het bedrijfsleven en andere maatschappelijke sectoren. De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende aanvragen te beoordelen aan de hand van de beoordelingscriteria. Iedere aanvraag wordt op zichzelf staand beoordeeld.

Vanwege de aanwezige expertise in de beoordelingscommissie en de geringe omvang van de subsidie, heeft Regieorgaan SIA besloten om bij de beoordeling van de aanvragen gebruik te maken van de mogelijkheid gegeven in artikel 2.2.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling, om de beoordelingsprocedure uit te voeren zonder referenten in te schakelen.

4.2.1 Preadvisering beoordelingscommissie

De aanvraag wordt voor commentaar voorgelegd aan de beoordelingscommissie. Per aanvraag worden bij voorkeur minstens 2 preadviseurs aangewezen. De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de aanvraag. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.1) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een voldoende of onvoldoende.

4.2.2 Vergadering van de beoordelingscommissie

De aanvraag en de preadviezen fungeren als startpunt voor de plenaire bespreking van de aanvragen door de beoordelingscommissie. De leden van de beoordelingscommissie maken op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging. Hierbij geldt dat de preadviezen richtinggevend zijn voor de uiteindelijke beoordeling, maar de beoordelingscommissie neemt deze niet per se onverkort over. De beoordelingscommissie geeft per criterium een voldoende of onvoldoende, dat leidt tot een eindoordeel per aanvraag.

De beoordelingscommissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan het bestuur van Regieorgaan SIA. Het oordeel baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag moet op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste een voldoende scoren om in aanmerking te komen voor de subsidie. Het advies komt tot stand op basis van het oordeel van de aanvraag.

4.2.3 Besluitvorming

Het bestuur van Regieorgaan SIA toetst de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Het bestuur besluit op basis van het advies van de beoordelingscommissie over het al dan niet toewijzen van de subsidie. De aanvrager ontvangt daarna een brief per e-mail met daarin het besluit.

4.3 Richtlijnen en kaders voor de beoordeling

Onderstaande richtlijnen en kaders zijn van toepassing tijdens de beoordeling van uw aanvraag.

4.3.1 Code persoonlijke belangen

Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken medewerkers van Regieorgaan SIA is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing.

4.3.2 Beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence

Het gebruik van generatieve AI is volledig uitgesloten bij de beoordeling van een aanvraag. Meer informatie over het beleid op generatieve AI vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).

4.3.3 Diversiteit en inclusie

Regieorgaan SIA streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). Regieorgaan SIA biedt leden van een beoordelingscommissie handvatten voor het inclusief beoordelen bij de schriftelijke beoordeling en bij de vergadering van de beoordelingscommissie (Inclusief beoordelen | NWO).

4.3.4 Brede definitie van wetenschappelijke output (DORA)

Regieorgaan SIA hanteert bij het beoordelen van het wetenschappelijke track record van aanvragers een brede definitie van wetenschappelijke output.

Regieorgaan SIA verzoekt de beoordelingscommissieleden bij de beoordeling van de aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. Deze mogen niet worden vermeld in de aanvraag. Wel mogen naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten worden vermeld, zoals datasets, patenten, software, code enzovoort.

De basis voor dit beleid ligt in de ‘San Francisco Declaration on Research Assessment’ (DORA | NWO), ondertekend door NWO. DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier te verbeteren waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksorganisaties, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.

DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten, en niet op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek is gepubliceerd.

5 Na de toewijzing

In dit hoofdstuk staan de voorwaarden en verplichtingen die gelden na toewijzing van de subsidie. Dit hoofdstuk is hoofdzakelijk relevant voor aanvragers van toegewezen aanvragen.

5.1 Start van het traject

De aanvrager is verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele traject en treedt op als penvoerder. Regieorgaan SIA communiceert met de aanvrager (indiener in ISAAC) over het traject. Deze persoon is tijdens het traject het formeel aanspreekpunt tenzij de aanvrager via ISAAC een wijziging doorgeeft.

De aanvrager van het traject ontvangt namens het bestuur van Regieorgaan SIA een toewijzingsbrief. De subsidie wordt uitbetaald in termijnen.

5.1.1 Administratieve acties in ISAAC

De aanvrager (indiener in ISAAC) kan anderen machtigen om administratieve acties voor hun traject uit te voeren in het ISAAC-systeem. Meer informatie over de machtigingsregeling is te vinden in de ISAAC-handleiding.

5.2 Monitoring en projectbeheer

Tijdens de loop van het traject houdt de penvoerder Regieorgaan SIA op de hoogte van de voortgang. Na afloop van het traject deelt de penvoerder de resultaten. In het subsidiebesluit staat op welke manier dit gebeurt.

5.2.1 Startgesprek

Regieorgaan SIA initieert een (online) startgesprek waarbij minimaal de leidende lectoren aanwezig zijn. Waar mogelijk wordt dit startgesprek gepland tijdens één van de eerste online bijeenkomsten georganiseerd door een bestaand lectorenplatform. In het subsidiebesluit staat op welke manier dit gebeurt.

5.2.2 Voortgangsrapportage

Regieorgaan SIA vraagt periodiek de voortgang van een traject op. De formats hiervoor staan in ISAAC.

5.2.3 Bijeenkomsten

Regieorgaan SIA is voornemens om (een) bijeenkomst(en) te organiseren waarbij de leidende lectoren en lectorenplatformpartners facultatief aanwezig zijn. Regieorgaan SIA raadt de penvoerder aan indien gewenst om in de begroting een budget te alloceren voor deelname aan deze bijeenkomst(en).

5.2.4 Wijzigingen in het traject

Als er tijdens de looptijd van het traject wijzigingen zijn ten opzichte van de toegewezen aanvraag en begroting, moet de penvoerder deze wijzigingen vooraf ter goedkeuring voorleggen aan Regieorgaan SIA via een wijzigingsformulier in ISAAC.

5.3 Richtlijnen en kaders voor uitvoering van het traject

Hieronder staan de richtlijnen en kaders die van toepassing zijn op de uitvoering van het traject.

5.3.1 Ethische verklaring of vergunning

Het is de verantwoordelijkheid van de penvoerder om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde traject een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. De aanvrager moet ervoor zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante instelling of ethische commissie. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Als er een ethische verklaring of vergunning nodig is voor (een deel van) het onderzoek dan moet de penvoerder een kopie van deze verklaring of vergunning aan Regieorgaan SIA verstrekken nadat het traject is toegewezen, en in ieder geval uiterlijk voordat de uitvoering van het onderdeel van het traject waarvoor de verklaring nodig is van start gaat. Het deel van het traject waarvoor de verklaring en/of vergunning vereist is, kan uiteraard (nog) niet worden uitgevoerd zolang er geen verklaring of vergunning is verstrekt.

5.3.2 Wetenschappelijke integriteit

Onderzoek dient volgens de normen van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit te worden uitgevoerd. In geval van (mogelijke) schending van deze normen, moet de penvoerder Regieorgaan SIA hiervan onmiddellijk op de hoogte stellen en alle relevante documenten aan Regieorgaan SIA overleggen. Onderzoekers kunnen ook een klacht indienen bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van hun instelling of bij het NWO Meldpunt wetenschappelijke integriteit.

Regieorgaan SIA hecht grote waarde aan de wetenschappelijke integriteit van door haar gefinancierd onderzoek en spant zich in om integriteitsschendingen te voorkomen en te signaleren. Niet-integer onderzoek kan immers leiden tot directe schade (bijvoorbeeld aan de omgeving of patiënten), en kan het publieke vertrouwen in de wetenschap en het vertrouwen tussen wetenschappers onderling aantasten.

5.3.3 Kennisveiligheid

In de Nationale leidraad kennisveiligheid hebben de Nederlandse kennissector (waaronder NWO) en verschillende onderdelen van de Rijksoverheid handvatten vastgelegd voor wie binnen onderzoeksorganisaties te maken heeft met internationale samenwerking en daarbij kansen en (veiligheids-)risico’s tegen elkaar moet afwegen. Bij de aanpak van kennisveiligheid binnen Nederland staat zelfregulering door de kennissector centraal.

NWO verwacht van aanvragers dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. Indien NWO signalen ontvangt dat een aanvraag of toegewezen project kennisveiligheidsrisico’s met zich meebrengt, kan NWO de aanvrager of projectleider verzoeken inzicht te geven in de risico mitigerende maatregelen. Daarnaast kan NWO besluiten om in de toewijzingsbrief nadere voorwaarden op te nemen ter bescherming van de kennisveiligheid.

De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Home |Loket Kennisveiligheid.

5.3.4 Principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren

Uit het traject kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de 10 principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, die te vinden zijn op de website van NFU.

5.3.5 Genetische bronnen en Nagoya Protocol

Onderzoekers moeten de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen. Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke verdeling van voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische bronnen, inclusief (traditionele) kennis over deze bronnen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die gebruik maken van deze bronnen (in of uit het buitenland) dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (ABS Focal Point – ABS Focal Point).

5.3.6 Intellectueel eigendom

Het beleid van Regieorgaan SIA met betrekking tot intellectueel eigendom (IE) is te vinden in de NWO Subsidieregeling.

5.4 Onderzoeksresultaten – Open Science

Open Science is de beweging die staat voor een meer open en participatieve onderzoekspraktijk waarbij publicaties, data, software en andere vormen van wetenschappelijke informatie in een zo vroeg mogelijk stadium gedeeld worden en voor hergebruik beschikbaar gesteld worden.

Wetenschappelijke publicaties over het traject dienen Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access. Op de website van NWO staat beschreven welke opties er zijn voor het Open Access beschikbaar maken van verschillende typen publicaties zoals wetenschappelijke artikelen, boeken en boekhoofdstukken en proefschriften. Op de NWO-website staat ook informatie over de toepassing van licenties. Eventuele kosten voor Open Access publiceren dienen te worden begroot als onderdeel van de aanvraagbegroting.

Leidt onderzoek dat door Regieorgaan SIA is gefinancierd tot een publicatie of andere relevante onderzoeksoutput? Dan moet de penvoerder Regieorgaan SIA noemen als financier.

5.5 Afronding

Uiterlijk 13 weken na het einde van de looptijd van het traject levert de penvoerder schriftelijk een inhoudelijke en financiële eindrapportage in. Het niet of niet tijdig indienen van deze rapportages kan leiden tot het lager of op nihil vaststellen van de subsidie.

5.6 Evaluatie

Regieorgaan SIA kan aanvragers/penvoerders benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of het onderzoeksprogramma.

6 Contact

6.1 Vragen over de financiering van aanvragen?

Kijk voor meer informatie op Regieorgaan SIA | Financiering.

6.2 Vragen over de inhoud van deze ronde?

Op de webpagina Financiering bestaande/nieuwe lectorenplatforms op de website van Regieorgaan SIA vindt u de meest recente informatie over deze Call for proposals. U vindt hier ook contactgegevens van de programmamanager.

6.3 Technische vragen over ISAAC?

Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC). Daarnaast kan er contact opgenomen worden met de ISAAC- helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur CE(S)T op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen 2 werkdagen een reactie.

7 Voorwaarden en tarieven in budgetmodules

7.1 Personeel (behorend bij paragraaf 3.3.2)

7.1.1 Personeel van hogescholen en coördinator (behorend bij paragraaf 3.3.2.1)

Financiering kan worden aangevraagd voor personeel van hogescholen. De tarieven worden bepaald aan de hand van de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. De salarisschaal van de aangevraagde functie bepaalt het tarief uit de HOT- tabel. Dit tarief geldt voor de gehele looptijd van het traject.

Financiering kan ook worden aangevraagd voor een coördinator aangesteld bij een lectorenplatformpartner die geen hogeschool is. Voor organisaties die niet de cao Rijksoverheid of een vergelijkbare cao gebruiken (zoals de cao’s van hbo, mbo, vo en lagere overheden), gelden de tarieven behorende bij de volgende salarisschalen uit HOT- tabel 2 onder 2.2, kolom productieve uren. Projectondersteuner: schaal 6. Junior (onderzoeker): schaal 10. Medior (onderzoeker): schaal 12. Senior (onderzoeker): schaal 13. Directeur: schaal 16.

7.2 Materieel (behorend bij paragraaf 3.3.3)

Financiering kan worden aangevraagd voor alle kosten voor het traject en de doorwerking ervan met betrekking tot onder meer verbruiksgoederen, inkoop van diensten (zoals het aanstellen van een coördinator voor het lectorenplatform) en (communicatie)materialen. Reis- en verblijfkosten (nationaal en internationaal) voor alle mensen die aan het traject werken incl. buitenlandse gastonderzoekers, kosten voor de organisatie van (internationale) workshops en symposia, kosten voor aansluiting bij landelijke groepen (breder dan alleen hogescholen) op het thema, publicaties, en kosten in het kader van citizen science vallen eveneens onder deze module.

Reiskosten (nationaal en internationaal) worden alleen vergoed op basis van tweede klasse/economy class tarieven. Voor publicaties gelden de bepalingen in paragraaf 4.5 Onderzoeksresultaten – Open science. Kosten voor een controleverklaring kunnen alleen worden opgevoerd voor instellingen die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW voor maximaal € 5.000 per controleverklaring.

Het is niet toegestaan om kosten op te voeren voor:

  • organisatie-infrastructuur en overhead, waaronder een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening en thuiswerkvergoeding;

  • het gebruik en onderhoud van in eigen beheer ontwikkelde wetenschappelijke infrastructuur;

  • reguliere onderwijsactiviteiten.

7.3 Indexering

Het tarief op het moment van de besluitdatum is van toepassing. Regieorgaan SIA past bij de toekenning zo nodig eenmalig ambtshalve een indexering toe van de loonkosten. Hierbij wordt de datum gehanteerd dat de tarieven ingaan. Indien de datum van bekendmaking van de tarieven later is dan de ingangsdatum, wordt de datum van bekendmaking gehanteerd. De tarieven van de Universiteiten van Nederland (UNL) gaan doorgaans in op 1 juli, van de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (NFU) op 1 augustus en van de Handleiding Overheidstarieven (HOT) op 1 januari.

Ambtshalve indexering heeft geen invloed op het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag. Het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. Bij toewijzing wordt indexering toegepast op het subsidiebedrag.

De ambtshalve indexering heeft geen gevolgen voor de eisen aan eigen bijdragen en/of cofinanciering, noch voor de IE-rechten die uit de eigen bijdragen en/of cofinanciering kunnen voortvloeien.

BIJLAGE 1: GETOETSTE ORGANISATIES

De hieronder genoemde organisaties hoeven geen de-minimisverklaring aan te leveren:

TO2-instellingen:

  • Stichting Deltares

  • Marin – Maritime Research Institute Netherlands

  • NLR – Stichting Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum

  • Stichting Wageningen Research

  • TNO

Rijksinstellingen:

  • KNMI – Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut

  • RIVM – Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Overig:

  • AMS Institute – Stichting Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions

  • BRPC – Biomedical Primate Research Centre

  • CBS – Centraal Bureau voor de Statistiek

  • IHE Delft Institute for Water Education

  • IMEC-NL

  • Het Nivel – Nederlands instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg

  • NLDA – Nederlandse Defensie Academie

  • SWOV – Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid

  • Trimbos instituut

  • Waag Futurelab

BIJLAGE 2: OVERZICHT BESTAANDE LECTORENPLATFORMS

De hieronder genoemde lectorenplatforms zijn de 41 door Regieorgaan SIA gefinancierde lectorenplatforms in de ronde 2022–2024 en komen in aanmerking om een aanvraag in te dienen:

Trajectnummer

Titel

PLTFM.03.001

GROW – Groene Omgevingswet

PLTFM.03.003

Lectorenplatform Vernieuwing Economieonderwijs

PLTFM.03.008

Lectorenplatform Energievoorziening in Evenwicht (LEVE)

PLTFM.03.009

Oprichting lectorenplatform Maritiem

PLTFM.03.012

Network Applied Design Research

PLTFM.03.014

Sustainable Smart Industry

PLTFM.03.015

Platform Stad en Wijk

PLTFM.03.016

Platform Praktijkgericht ICT-onderzoek (PRIO)

PLTFM.03.017

Lectorenplatform Applied Science 2.0

PLTFM.03.020

OKWT: Arts Loves Sciences and Flirts with Gamma

PLTFM.03.022

Nationaal Lectorenplatform Urban Energy (NL UE)

PLTFM.03.023

Nationaal Lectorenplatform Gebouwde Omgeving (NL-GO)

PLTFM.03.024

Kennisnetwerk Beroepsonderwijs

PLTFM.03.030

Applied Smart Robotics & AI

PLTFM.03.031

Lectorenplatform Leven met Hoofdzaken

PLTFM.03.032

Lectorenplatform Voedsel, Voeding & Gezondheid

PLTFM.03.033

Lectorenplatform en Expertisenetwerk Duurzaam Stedelijk Toerisme

PLTFM.03.034

Lectorenplatform Water

PLTFM.03.036

Lectorenplatform Leefstijl in Zorg en Welzijn

PLTFM.03.037

Lectorenplatform Circulaire Economie 3.0

PLTFM.03.038

Lectorenplatform Biobased Economy

PLTFM.03.039

platform Biodiversiteit

PLTFM.03.040

Continuering lectorenplatform Logitimo

PLTFM.03.042

Platform Inzet van Technologie voor Gezondheid en Zorg (PIT)

PLTFM.03.044

Platform Sport en Bewegen

PLTFM.04.005

Platform Leiderschap in het onderwijs

PLTFM.04.006

Landelijk Lectorenplatform Klimaatverandering en systeemtransities (LLKS)

PLTFM.04.007

PRO-DEM: PraktijkgeRicht Onderzoek voor mensen met DEMentie

PLTFM.04.012

Lectorenplatform Toekomstbehendig Bestuur

PLTFM.04.015

Lectorenplatform Zorg en Veiligheid

PLTFM.04.017

kunst ˜ onderzoek

PLTFM.04.020

Lectorenplatform Informele Zorg

PLTFM.04.021

Lectorenplatform Bodem Sturend

PLTFM.04.023

Platform Lectoren Sociaal Werk

PLTFM.04.026

Landelijk Lectorenplatform Palliatieve Zorg

PLTFM.05.002

Nederlands Lectoren Platform Ondernemerschap

PLTFM.05.003

Dierwaardigheid in Praktijk (DiP)

PLTFM.05.004

Lectorenplatform FONQT

PLTFM.05.006

Mensgericht(e) Recht en Praktijk

PLTFM.05.008

Jeugd en Gezin

PLTFM.05.009

HTIT-EN – Hospitality, Tourism, Innovation & Technology – Experts Network

Naar boven