Regeling van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 9 oktober 2025, nr. 2025-0000572637, houdende regels voor de verstrekking van subsidies voor activiteiten in Aruba, Curaçao of Sint Maarten die een positieve bijdrage leveren aan de lokale gemeenschap (Subsidieregeling Klein Projecten Fonds) [KetenID WGK027362]

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

gelet op artikel 3, eerste lid, van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 8 en 11, tweede en derde lid, van het Kaderbesluit BZK-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

De Minister:

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Maatschappelijke organisatie:

een niet op winst gerichte, niet aan een overheidsinstantie statutair of feitelijk verbonden organisatie met een maatschappelijk oogmerk, beschikkend over rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht, die niet door een overheidsinstantie is opgericht, dan wel die na oprichting door een overheidsinstantie geheel verzelfstandigd is.

Artikel 2. Subsidieverstrekking

  • 1. De Minister verstrekt subsidie aan een maatschappelijke organisatie, die is gevestigd in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, voor een project dat naar het oordeel van de Minister bedoeld is om een positieve bijdrage te leveren aan de lokale gemeenschap in het land waar de maatschappelijke organisatie is gevestigd.

  • 2. De subsidie wordt per boekjaar verstrekt. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

  • 3. De subsidie bedraagt ten hoogste XCG/AWG 7.500,–.

  • 4. In afwijking van het derde lid kan de Minister besluiten dat de subsidie ten hoogste XCG/AWG 15.000,– bedraagt in een geval dat naar het oordeel van de Minister uitzonderlijk is.

  • 5. Per aanvrager wordt ten hoogste één subsidie als bedoeld in het eerste lid, per boekjaar verstrekt.

Artikel 3. Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1. Het subsidieplafond bedraagt ten hoogste het bedrag dat in de begroting van Koninkrijksrelaties (Hoofdstuk IV) is opgenomen ten behoeve van het Klein Projecten Fonds.

  • 2. Van het beschikbare bedrag is ten hoogste:

    • a. 41% beschikbaar voor aanvragen door maatschappelijke organisaties die zijn gevestigd in Curaçao;

    • b. 33% beschikbaar voor aanvragen door maatschappelijke organisaties die zijn gevestigd in Aruba;

    • c. 26% beschikbaar voor aanvragen door maatschappelijke organisaties die zijn gevestigd in Sint Maarten.

  • 3. De Minister verdeelt de subsidie op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 4. De aanvraag

  • 1. Onverminderd artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit BZK-subsidies bevat de aanvraag het inschrijfnummer van de aanvrager bij de Kamer van Koophandel en Nijverheid in Aruba, de Kamer van Koophandel en Industrie in Curaçao of de Kamer van Koophandel en Industrie in Sint Maarten.

  • 2. De aanvraag dient schriftelijk voor 1 december van het kalenderjaar waarop de aanvraag ziet te worden ingediend.

Artikel 5. Horizonbepaling

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2031, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op aanvragen om subsidies die voor deze datum zijn ingediend.

Artikel 6. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 7. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Klein Projecten Fonds.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van Marum

TOELICHTING

Aanleiding en doelstelling van de regeling

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: de Staatssecretaris) stelt elk jaar een budget beschikbaar voor het Klein Projecten Fonds om projecten in de Caribische landen van het Koninkrijk te steunen die een bijdrage leveren aan de lokale gemeenschap. Dit betreffen projecten op het gebied van bijvoorbeeld duurzaamheid, sociale zaken, cultuur, onderwijs of sport. Of een project een bijdrage levert aan de lokale gemeenschap is aan de beoordeling van de Staatssecretaris. Voor de inwerkingtreding van deze subsidieregeling waren de verstrekkingen enkel zogenaamde incidentele subsidies, die werden verleend door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties c.q. de Staatssecretaris. Met deze subsidieregeling is een permanent kader voor deze subsidieverleningen gecreëerd. Hiermee zijn de kaders voor deze subsidies geüniformeerd. In deze regeling worden weinig eisen gesteld aan de subsidies omdat hiermee wordt beoogd de regeldruk te beperken en het slechts om kleine bedragen gaat. In de praktijk zullen de aanvragen moeten ingediend en behandeld worden door de drie vestigingen van de Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba, Curaçao en Sint Maarten (hierna: de Vertegenwoordiging). Zij zullen immers de eerst aangeschrevene zijn, degene die in contact staan met de aanvragers en ook diegene die de aanvragen zullen beoordelen.

De subsidie is beschikbaar voor maatschappelijke organisaties die zijn gevestigd in de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Dit kunnen onder andere non-gouvernementele organisaties (NGO's), vrijwilligersorganisaties, stichtingen, verenigingen of buurtgroepen zijn, waarbij het werkterrein zich uitstrekt tot diverse maatschappelijke domeinen zoals bijvoorbeeld duurzaamheid, sociale zaken, cultuur, onderwijs of sport, maar denk ook aan thema’s als het milieu, het algemene welzijn, mensenrechten of gemeenschapsontwikkeling. Dit zijn activiteiten die passen binnen het beleid wat in Nederland gevoerd wordt inzake Koninkrijksrelaties. Op basis van deze regeling kan voor projecten die bijdragen aan dergelijke activiteiten subsidie worden verleend. De overheden van de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten weten van het bestaan van deze subsidies en hebben in het verleden ook organisaties gewezen op de mogelijkheid een subsidie aan te vragen. Zij hebben echter geen formele rol bij deze subsidieverstrekking. Met deze regeling wordt voorts het belang benadrukt dat dergelijke projecten financieel worden ondersteund en een bijdrage leveren aan de gemeenschap. De vestigingen van de Nederlandse Vertegenwoordiging heeft de rol als uitvoerder en is nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van deze regeling.

Voorwaarden aan de subsidieverlening

Zoals hierboven toegelicht is deze subsidie alleen beschikbaar voor projecten van maatschappelijke organisaties die zijn gevestigd in Aruba, Curaçao of Sint Maarten. Het doel van het Klein Projecten Fonds om de kleinschalige, duurzame, initiatieven te voorzien van enige financiering. Financiering die zij anders moeilijk kunnen vinden.

Verder moet het geld worden gebruikt voor een project dat beoogt positief bij te dragen aan de lokale gemeenschap. Om te bepalen of een project bijdraagt aan de lokale gemeenschap, wordt allereerst het doel van het project bekeken. Ook kan gekeken worden naar de VN Sustainable Development Goals om te zien of daar aansluiting kan worden gevonden in de meerwaarde van de activiteiten ten opzichte van de lokale gemeenschap. Ter illustratie een aantal voorbeelden uit het verleden wanneer er een subsidie is verleend: het financieren van materialen (ballen, handschoenen, etc.) voor een softbalvereniging waardoor meisjes daarmee gratis konden meedoen, het stimuleren van jong ondernemerschap door een aantal workshops te subsidiëren of het bijdragen aan een nieuwe airconditioning in een verzorghuis.

Verder zijn in artikel 4, in samenhang met het Kaderbesluit BZK-subsidies enkele formele voorwaarden gesteld aan de subsidieverlening. Denk daarbij aan het inschrijfnummer van de lokale Kamer van Koophandel alsook de gegevens van de aanvrager (naam, adres. contactpersoon, rechtsvorm, etc.). Gelet op artikel 11, eerste lid van het Kaderbesluit BZK-subsidies is het gebruik maken van een inschrijfformulier verplicht. Hiertoe is een aanvraagformulier opgemaakt dat de drie de vestigingen van de Vertegenwoordiging wordt verstrekt.

Een aanvrager van een subsidie maakt gebruik van het hierboven genoemde aanvraagformulier. Alle nodige informatie dient met dit aanvraagformulier te worden ingezonden aan de betreffende vestiging van de Vertegenwoordiging. Op deze aanvraag is, zoals op heel de regeling, de Awb van toepassing. De vertegenwoordiger en de plaatsvervangend vertegenwoordiger zal namens de Staatssecretaris op deze aanvragen reageren. Hiertoe zijn de reguliere Awb termijnen van toepassing. Bij een bezwaar of een beroep is eveneens de Awb van toepassing.

Het subsidieplafond en de wijze van verdeling

Jaarlijks bedraagt het subsidieplafond van deze subsidieregeling het bedrag dat is opgenomen in begroting van Koninkrijksrelaties (Hoofdstuk IV) voor het Klein Projecten Fonds van de Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Het beschikbare bedrag wordt verdeeld over aanvragers uit de drie landen. Daarbij gold in het verleden de volgende verdeling: 50% van het totaalbedrag werd opgesplitst in drie evenredige delen, een derde voor Aruba, een derde voor Curaçao en een derde voor Sint Maarten. De overige 50% werd naar rato van het aantal inwoners verdeeld over Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Om te voorkomen dat het vaststellen van het precieze aantal inwoners per jaar echter vertraging oplevert, is gekozen om op basis van de bekende cijfers over 20231 een percentuele verdeling te maken. Dat komt neer op 50% voor Curaçao, 35% Aruba en 15% Sint Maarten. Dit komt neer op de volgende verdeelsleutel voor het totale bedrag:

  • 41% voor Curaçao;

  • 33% voor Aruba;

  • 26% voor Sint Maarten.

Indien de regeling over vijf jaar wordt verlengd, zal worden gekeken of deze verdeling nog recht doet aan de feitelijke situatie. De subsidie zal worden verdeeld op basis van binnenkomst van de aanvragen. Dit is geregeld in artikel 3.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1. Begripsbepalingen

De gehanteerde definitie van Maatschappelijke organisatie is gebruikelijk in subsidieregelingen. Er is hier geen aanleiding daar vanaf te wijken.

Artikel 2. Subsidieverstrekking

De Minister kan subsidie verstrekken aan maatschappelijke organisaties, die zijn gevestigd in Aruba, Curaçao of Sint Maarten. De subsidie kan worden verstrekt voor een project dat bedoeld is om een positieve bijdrage te leveren aan de lokale gemeenschap in het land waar de maatschappelijke organisatie is gevestigd.

Het subsidiebedrag bedraagt in principe maximaal XCG/AWG 7.500,– per project (artikel 2, derde lid). Op grond van artikel 2, vierde lid, kan de Minister in een uitzonderlijk geval besluiten een subsidie van maximaal XCG/AWG 15.000,– te verstrekken. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan een project dat een grote of langdurige impact heeft of aan een project waarvan het betreffende thema doorslaggevend is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan thema’s als goed bestuur, mensenrechten en economische ontwikkeling. Dit wordt van geval tot geval bekeken en afgewogen. Wanneer overgegaan wordt tot verstrekking van maximaal XCG/AWG 15.000,– is sprake van een uitzondering, die moet worden gemotiveerd in dat besluit. In het verleden werd een maximumbedrag van XCG/AWG 5.000 resp. XCG/AWG 10.000,– gehanteerd. Het is na vele jaren van hoge inflatie redelijk de maximumbedragen op te hogen.

Ten aanzien van de aanduiding van de munteenheid van Curaçao en Sint Maarten, wordt afgeweken van Aanwijzing 3.21 Aanduiding bedragen van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Daar wordt namelijk nog uitgegaan van de Nederlands-Antilliaanse gulden, met afkorting ANG. Sinds 1 april 2025 maken de Curaçao en Sint Maarten echter gebruik van de Caribische gulden, met afkorting XCG.

Op Sint Maarten is de US Dollar ook een wettig betaalmiddel. Daarom gelden de maximumbedragen van omgerekend $ 4.200,– resp. $ 8.400,– (koers 1 XCG/AWG = 0,56 USD). Deze wisselkoers zal over vijf jaar, indien de regeling wordt verlengd, opnieuw worden bekeken.

Artikel 3. Subsidieplafond en wijze van verdeling

Dit artikel betreft het subsidieplafond, waarbij dit wordt uitgesplitst per eiland. Het maximaal beschikbare bedrag geldt per eiland, dus het bedrag kan niet worden herverdeeld.

De verdeling is op basis van het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’.

Artikel 4. De aanvraag

Uit artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit BZK-subsidies volgt de informatie die bij een aanvraag moet worden aangeleverd. In artikel 4, eerste lid, is aanvullend geregeld dat het inschrijfnummer van de aanvrager bij de Kamer van Koophandel en Nijverheid in Aruba, de Kamer van Koophandel en Industrie in Curaçao of de Kamer van Koophandel en Industrie in Sint Maarten moet worden aangeleverd. Welke informatie nodig is blijkt ook uit het aanvraagformulier wat beschikbaar wordt gesteld. Dit is nodig om te kunnen beoordelen of het gaat om een maatschappelijke organisatie die is gevestigd op de eilanden.

Uit artikel 4, tweede lid, volgt dat een aanvraag moet worden ingediend voor 1 december. Een besluit wordt genomen binnen zes weken na het indienen van de aanvraag.

Artikel 5. Horizonbepaling en 6. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026 en vervalt 5 jaar na inwerkingtreding op 1 januari 2031.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van Marum

Naar boven