Call for proposals Faculty of Impact, Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

  • Veiligheid en Energietransitie

  • ook ruimte voor de thema’s Gezondheid en zorg, Landbouw, water en voedsel, en Circulaire economie

Toegepaste en Technische Wetenschappen

2025

Inhoudsopgave

1

Inleiding

1

 

1.1

Achtergrond

1

 

1.2

Beschikbaar budget

2

 

1.3

Indieningsdeadline

2

2

Doel

3

 

2.1

Doelstelling van het programma

3

 

2.2

Thema’s: (i) Veiligheid, (ii) Energietransitie, (iii) met ook ruimte voor Gezondheid en zorg, Landbouw, water en voedsel, en Circulaire economie

3

 

2.3

Maatschappelijke impact

4

3

Voorwaarden voor aanvragers

4

 

3.1

Wie kan aanvragen

4

 

3.2

Wat kan worden aangevraagd

5

 

3.3

Het opstellen en indienen van de aanvraag

6

 

3.4

Indieningsvoorwaarden

7

 

3.5

Subsidievoorwaarden

8

4

Beoordelingsprocedure

8

 

4.1

De San Francisco Declaration (DORA)

9

 

4.2

Procedure

9

 

4.3

Criteria

11

5

Contact en overige informatie

12

 

5.1

Contact

12

 

5.2

Overige informatie

12

6

Bijlagen

12

 

6.1

Overige relevante informatie voor toegewezen projectvoorstellen

12

 

6.2

Uitleg ‘Technological Readiness Levels’ (TRL) en ‘Societal Readiness Levels’ (SRL)

13

 

6.3

Uitgebreide beschrijvingen van de thema’s van het missiegedreven innovatiebeleid

14

 

6.4

Toelichting op budgetmodules

17

1 Inleiding

In deze Call for proposals leest u hoe de aanvraagprocedure is ingericht voor de subsidieronde ‘Faculty of Impact (FoI)’. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

U vindt in deze Call for proposals achtereenvolgens informatie over het doel van dit programma (hoofdstuk 2), de voorwaarden voor de subsidieaanvraag (hoofdstuk 3) en hoe uw aanvraag wordt beoordeeld (hoofdstuk 4). Deze informatie heeft u nodig om een aanvraag voor subsidie te kunnen indienen. In hoofdstuk 5 staan de contactgegevens en in hoofdstuk 6 de bijlagen.

1.1 Achtergrond

Het Faculty of Impact-programma (FoI-programma) is gericht op onderzoekers die impact willen realiseren met hun onderzoek en geïnteresseerd zijn om zich te ontwikkelen op het gebied van ondernemersvaardigheden om een eigen bedrijf op te zetten. Deze onderzoekers kunnen nu een subsidieaanvraag indienen om een zogenaamde “fellow” te worden aan de Faculty of Impact.

De Faculty of Impact is een samenwerkingsverband tussen Universiteiten van Nederland (UNL), de universiteiten, Techleap.nl en NWO. De missie is om getalenteerde onderzoekers meer kansen te bieden om ondernemerschap en wetenschap te combineren.

Het Faculty of Impact-programma bestaat uit twee onderdelen:

  • i. De persoonsgebonden subsidie;

  • ii. Het supportprogramma (opleidings-/coachingsonderdeel; indien toekenning heeft plaatsgevonden van een aanvraag in het onderdeel ‘persoonsgebonden subsidie’).

Deze NWO Call for proposals heeft betrekking op het eerstgenoemde onderdeel van het FoI-programma: de persoonsgebonden subsidie.

Het Supportprogramma valt onder verantwoordelijkheid van het Faculty-of-Impact programmabureau, met de Vrije Universiteit Amsterdam als penvoerder.

Persoonsgebonden subsidie

De persoonsgebonden subsidie financiert onderzoekers twee jaar lang, zodat zij hun ondernemersvaardigheden te kunnen ontwikkelen. Hiermee kunnen ze hun onderzoek toepassen in de samenleving. Ze zijn tijdens deze periode "fellow" aan de Faculty of Impact en volgen daar het ondersteuningsprogramma. Wel blijven ze verbonden aan hun eigen kennisinstelling.

Supportprogramma (opleidings-/coachingsonderdeel)

De Faculty of Impact ondersteunt de fellows bij het ontwikkelen van hun talent voor ondernemerschap en toegepast onderzoek en bij het krijgen van toegang tot onderzoeksfaciliteiten, relevante kennis en ondersteunende netwerken. Daarnaast biedt de Faculty of Impact ondersteuning bij het verwerven van financiering voor het bouwen en testen van prototypes en bij het uitvoeren van pilots.

De fellows werken binnen hun eigen kennisinstelling aan de casus die ze hebben voorgesteld bij hun aanvraag voor de persoonsgebonden subsidie. Daarnaast komen de fellows regelmatig samen voor intensieve sessies om hun vaardigheden op het terrein van toegepast onderzoek te vergroten en daarbij ondernemersvaardigheden te ontwikkelen. Ook nemen ze deel aan peer-to-peer-sessies en masterclasses over specifieke onderwerpen rondom ondernemerschap, en leggen ze contact met relevante bedrijfssectoren of het maatschappelijk veld. Daarnaast krijgen ze coaching en begeleiding en vinden er (individuele) voortgangsgesprekken plaats.

Het Faculty of Impact-programma richt zich op de vijf thema’s van het missiegedreven innovatiebeleid, namelijk: i) Veiligheid, ii) Energietransitie, iii) Gezondheid en zorg iv) Circulaire economie en v) Landbouw, water en voedsel.

Jaarlijks is er focus op specifiek twee van deze vijf thema’s: de meeste toekenningen voor persoonsgebonden subsidies zijn bedoeld voor voorstellen gericht op een van deze twee specifieke thema’s. Er is daarbij ook altijd ruimte voor toekenningen van persoonsgebonden subsidies voor voorstellen gericht op een van de andere drie thema’s.

1.1.1 Veranderingen ten opzichte van de vorige Call for proposals

De twee specifieke thema’s uit het missiegedreven innovatiebeleid voor deze Faculty of Impact Call for proposals zijn:

  • Veiligheid

  • Energietransitie

Het beschikbare budget per fellow is verhoogd van maximaal € 185.000 naar maximaal € 200.000 i.v.m. stijgende tarieven voor personeelskosten. Het naar verwachting maximaal toe te kennen aanvragen is verlaagd van 14 naar 13. De verdeelsleutel voor het aantal toekenningen per thema is aangepast aan dit nieuwe aantal (zie paragraaf 4.2.5 voor de aangepaste verdeelsteutel-aanpak).

1.2 Beschikbaar budget

Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 2.600.000. Het budget dat per fellow kan worden aangevraagd is maximaal € 200.000. Binnen deze Call for proposals worden naar verwachting maximaal 13 aanvragen toegewezen.

1.3 Indieningsdeadline

Bij het indienen van uw aanvraag in ISAAC dient u ook online nog gegevens in te voeren. Begin daarom ten minste één dag vóór de deadline van deze Call for proposals met het indienen van uw aanvraag.

Aanvragen die na de deadline worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

De deadline voor het indienen van aanvragen is dinsdag 3 juni 2025, voor 14:00:00 CEST.

2 Doel

Dit hoofdstuk beschrijft de doelstelling van het programma en de maatschappelijke impact.

2.1 Doelstelling van het programma

Het doel van de Faculty of Impact (FoI) is om getalenteerde onderzoekers uit alle disciplines de gelegenheid te bieden om ondernemerschap te combineren met wetenschap. Deze onderzoekers hebben een innovatief idee dat mogelijkheden biedt om maatschappelijke impact te realiseren. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om een instrument om gedragsverandering te stimuleren, een technologische innovatie, een nieuw bedrijfsmodel, een consultancy om ideeën zonder winstoogmerk te ondersteunen, enzovoort. In dit stadium is er echter nog geen sprake van een functioneel product, dienst of beleid, of van een bedrijf met commerciële (verkoop)activiteiten. Het idee is echter wel gevalideerd met een pilot in een labomgeving (corresponderend met Technology Readiness Level (TRL) van niveau 4) of met relevante stakeholders (corresponderend met Society Readiness Level (SRL) van niveau 4)1.

De fellows krijgen tijdens een FoI-programma van twee jaar de gelegenheid om hun creatieve en baanbrekende ideeën verder uit te werken en op te schalen. De maatschappelijke verankering van het idee is hier onderdeel van, evenals de voorwaarden van uitvoering, het creëren van bewustzijn, de ontwikkeling van verspreidingsplannen en het vinden van mogelijkheden om het idee te financieren. Tijdens het tweejarige supportprogramma worden de FoI fellows ondersteund en opgeleid op het vlak van de benodigde technische, maatschappelijke en zakelijke aspecten van hun idee. Hierdoor kunnen zij het idee op een succesvolle manier vertalen naar een schaalbare commerciële of maatschappelijke startup.

Regelmatig toetsen de begeleiders en mentoren samen met NWO de voortgang van de fellows om de status van hun project en hun persoonlijke ontwikkeling te evalueren. Dit gebeurt na 3 maanden, na 7 à 8 maanden en na 12 maanden tijdens de formele midterm-evaluatie. In dit stadium bespreken de fellows hoe ze het idee verder kunnen ontwikkelen en in welke rol ze verder willen gaan. Bijvoorbeeld als de CEO van het bedrijf, als technologie-verantwoordelijk binnen het bedrijf, of als wetenschappelijk adviseur van het project, waarbij ze hun academische carrière voort kunnen zetten. Na afloop van het tweejarig FoI-programma dienen de fellows de werking van het idee te hebben aangetoond in een relevante omgeving en in samenwerking met relevante stakeholders. Ook moeten ze aan kunnen tonen dat het projectidee gereed is om financiering aan te trekken voor de volgende ontwikkelingsfase.

2.2 Thema’s: (i) Veiligheid, (ii) Energietransitie, (iii) met ook ruimte voor Gezondheid en zorg, Landbouw, water en voedsel, en Circulaire economie

De twee specifieke thema’s thema’s uit het missiegedreven innovatiebeleid voor deze Faculty of Impact Call for proposals zijn:

  • Veiligheid

  • Energietransitie

Daarnaast is er ook ruimte voor voorstellen vanuit de overige thema’s van het missiegedreven innovatiebeleid, te weten Gezondheid en zorg, Landbouw, Water en voedsel, en Circulaire economie.

Zoals in paragraaf 4.2.5 beschreven kunnen vijf voorstellen uit het thema ‘Veiligheid’ worden toegekend, en vijf voorstellen uit het thema ‘Energietransitie’. Daarnaast kunnen in totaal drie voorstellen toegekend worden uit de drie overige thema’s ‘Gezondheid en zorg’, ‘Landbouw, Water en Voedsel en ‘Circulaire Economie’.

Onderstaand volgen korte omschrijvingen van het doel per thema van het missiegedreven innovatiebeleid:

  • Veiligheid: Nederland is veilig en weerbaar tegen externe dreigingen en ondermijnende criminaliteit, zowel in de fysieke omgeving als het digitale domein.

  • Energietransitie: Nederland klimaatneutraal in 2050

  • Gezondheid en zorg: Mensen in Nederland leven 5 jaar langer gezond en er zijn 30% minder gezondheidsverschillen tussen sociaal-economische groepen in 2040

  • Landbouw, water en voedsel: Een vitaal landelijk gebied en een veerkrachtige natuur in een klimaatbestendig Nederland. Water en bodem zijn sturend, het landbouw- en voedselsysteem is duurzaam en gezond en de delta is veilig

  • Circulaire economie: Nederland volledig circulair in 2050

Uitgebreidere beschrijvingen zijn opgenomen in paragraaf 6.3 (afkomstig uit de Kamerbrief “Herijkte missies van het missiegedreven innovatiebeleid” van Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, 30 mei 2023).

De overkoepelende thema’s uit het ‘missiegedreven innovatiebeleid’ – Sleuteltechnologieën, Digitalisering en Maatschappelijk verdienvermogen – kunnen onderdeel uitmaken van alle voorstellen.

Aanvragen mogen worden ingediend vanuit alle onderzoeksdisciplines (alfa, bèta of gamma) of een combinatie ervan.

2.3 Maatschappelijke impact

Nieuwe kennis en inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag én morgen. Denk aan de energietransitie, gezondheid en zorg, of klimaatverandering. Door interactie en afstemming tussen onderzoekers en mogelijke kennisgebruikers, neemt de kans op het toepassen van kennis toe en daarmee ook de kans op maatschappelijke impact. Maatschappelijke impact staat hier voor veranderingen die (mede) het gevolg zijn van door onderzoek gegenereerde kennis en kunde. Deze veranderingen dragen bij aan het welzijn van mens, planeet en maatschappij voor deze en toekomstige generaties. Via haar beleid op impact bevordert NWO de mogelijke bijdrage vanuit onderzoek aan maatschappelijke vraagstukken door het stimuleren van productieve interacties met maatschappelijke belanghebbenden. Zowel tijdens de ontwikkeling als in de uitvoering van het onderzoek. Dit doet zij op een manier die past bij het doel van het financieringsinstrument. NWO stimuleert onderzoekers om met een brede blik te kijken naar de mogelijke gewenste en ongewenste impact van hun onderzoek.

2.3.1 Impact op maat

Afhankelijk van het doel van het financieringsinstrument kiest NWO een bijbehorende benadering die de kans op maatschappelijke impact optimaal ondersteunt. Het primaire doel van het financieringsinstrument bepaalt de keuze voor de benadering die NWO inzet om kennisbenutting in verschillende fases van het project (aanvraag, uitvoering, na afloop) te bevorderen en de inspanning die van aanvrager(s) en partners gevraagd wordt.

In dit programma wordt de Impact Focus benadering toegepast. Hiermee ondersteunt NWO onderzoekers om onderzoeksresultaten een stap dichter richting toepassing(en) in de maatschappij te brengen en de kans op maatschappelijke impact te vergroten.

NWO biedt een e-learning module aan die geïnteresseerden op weg kan helpen via Online impact workshops | NWO. Voor meer informatie over het kennisbenuttingsbeleid van NWO zie de website: Kennisbenutting | NWO.

3 Voorwaarden voor aanvragers

Dit hoofdstuk bevat de voorwaarden die gelden voor uw subsidieaanvraag. Eerst wordt beschreven wie subsidie kan aanvragen (paragraaf 3.1) en waarvoor u subsidie kunt aanvragen (paragraaf 3.2). Vervolgens vindt u de voorwaarden voor het opstellen en indienen van de aanvraag (paragrafen 3.3 en 3.4) en specifieke subsidievoorwaarden (paragraaf 3.5).

3.1 Wie kan aanvragen

Aanvragers kunnen zijn:

  • PhD-, Engineering Doctorate (EngD) en Professional Doctorate (PD)-studenten en Postdocs die hun promotieonderzoek, EngD-programma, PD-traject of lopende Postdoc-project hebben afgerond voor de startdatum van het FoI-programma (zie paragraaf 4.2.8 voor de startdatum).

of

  • Onderzoekers met posities universitair (hoofd)docenten, lector of andere onderzoekers met zelfstandige onderzoekservaring.

Aanvragers mogen een aanvraag indienen als zij een aanstelling hebben – of krijgen – met een minimum van 0,8 FTE én voor minimaal de duur van het fellowship – bij een van de volgende organisaties (zie paragraaf 4.2.8 voor de duur van het fellowship):

  • universiteiten en hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden;

  • universitair medische centra, waarmee wordt bedoeld de academische ziekenhuizen zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • KNAW- en NWO-instituten;

  • het Nederlands Kanker Instituut;

  • het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen;

  • NCB Naturalis;

  • Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL);

  • Prinses Máxima Centrum.

De betrokken organisatie waarmee de aanvrager een dienstverband heeft – of krijgt – wordt de ontvanger van de subsidie. Personen met een nuluren-arbeidsovereenkomst zijn uitgesloten van indiening.

De aanvragers moeten beschikbaar zijn – met een minimum van 0,8 FTE – om het Supportprogramma (opleidings-/coachings-onderdeel) te volgen. In paragraaf 4.2.8 ‘Tijdpad’ is vermeld wanneer het programma voor deze FoI-subsidieronde van start gaat. In de Ondersteuningsbrief van de afdelingsdirecteur van waar de aanvrager zal werken (zie paragraaf 3.3) moet dit worden bevestigd. Voor PhD-, Engineering Doctorate (EngD)- en Professional Doctorate (PD)-studenten en Postdocs specifiek is het belangrijk dat die hun promotieonderzoek, EngD-programma, PD-traject of lopende Postdoc-project voor de startdatum van het FoI-programma hebben afgerond en beschikbaar zal zijn om het Supportprogramma (opleidings-/coachings-onderdeel) te volgen (zie paragraaf 4.2.8 voor de startdatum).

Implicaties voor fellow en kennisinstelling

  • De fellow heeft een arbeidscontract met de kennisinstelling en ontvangt salaris van de universiteit of hogeschool en heeft toegang tot onderzoeksgroepen, laboratoria en kantoorruimte.

  • Om te zorgen dat de fellow zich daadwerkelijk aan het supportprogramma kan wijden, zorgt de kennisinstelling dat de fellow twee jaar lang – met een inzet van 0,8 – 1,0 FTE – aan het FoI-programma kan deelnemen en in die tijd door de kennisinstelling wordt vrijgesteld van reguliere werkzaamheden zoals onderwijstaken, schrijven wetenschappelijke publicaties, en onderzoekswerk dat niet gerelateerd is aan het FoI-programma.

  • De kennisinstelling garandeert dat de fellow de (onderzoeks)werkzaamheden nodig voor het supportprogramma zelfstandig kan prioriteren en binnen de organisatie toegang heeft tot de benodigde faciliteiten.

  • De begeleider, afdelingsdirecteur en de Knowledge Transfer Office (of een vergelijkbare afdeling) van de kennisinstelling voegen ieder een ondersteuningsbrief aan de aanvraag toe zoals beschreven in paragraaf 3.4.1. Mocht een fellow op enig moment tijdens het project besluiten om het project niet af te ronden, of er vanuit de kennisinstelling minder tijd aan te gaan besteden dan in de aanvraag aangegeven, dan dienen de fellow en de kennisinstelling dit onmiddellijk aan NWO te melden. In paragraaf 6.1 vindt u meer relevante informatie over toegewezen projectvoorstellen.

3.2 Wat kan worden aangevraagd

Voor een aanvraag binnen deze Call for proposals is maximaal € 200.000 beschikbaar per fellow van het FoI-programma. Het Supportprogramma heeft een looptijd van twee jaar (24 maanden). De aanvrager kan kosten opvoeren voor 0,8–1,0 fte personeel en materieel. De beschikbare budgetmodules staan hieronder vermeld.

LET OP: De maximale kosten (personeel, mogelijke benchfee en materiaal) kunnen voor de kennisinstelling – afhankelijk van de salariskosten van de aanvrager – hoger zijn dan de maximaal aan te vragen subsidie. In deze situatie moet de kennisinstelling zelf zorg dragen voor de financiering van de kosten waarvoor geen subsidie kan worden aangevraagd.

LET OP: Wanneer u naast een aanvraag in dit NWO Faculty of Impact instrument ook een lopende aanvraag heeft in een (of meerdere) van andere NWO-instrumenten (denk b.v. aan de valorisatie-instrumenten Take-off, Venture Challenge of Demonstrator), is het niet toegestaan om in de aanvraag voor dit Faculty of impact instrument kosten op te nemen die reeds onderdeel zijn van een lopende aanvraag (of aanvragen) in een van de genoemde instrumenten. Denk hierbij met name aan salariskosten die niet mogen optellen tot meer dan 1 fte voor de aanvrager van de FoI-subsidie. Doet u dit toch dan zal NWO uw aanvraag in dit NWO Faculty of Impact instrument niet in behandeling nemen. U kunt deze kosten pas weer opnemen in een nieuwe aanvraag als de reeds lopende aanvraag is af gewezen.

3.2.1 Personeel

Per project is maximaal € 200.000 subsidie aan te vragen. De looptijd van het project is 24 maanden. De aanvrager kan kosten opvoeren voor 0,8–1,0 personeel en materieel. De beschikbare budgetmodules (inclusief de maximale bedragen) staan hieronder vermeld. De tarieven en een toelichting op deze budgetmodules staan in paragraaf 6.4.

3.2.1.1 Personeel bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of een onderzoeksorganisatie

Voor personeel dat werkzaam is bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, universitair medisch centrum (umc) of een andere onderzoeksorganisatie, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, sub c tot en met h van de NWO Subsidieregeling kunnen loonkosten worden opgevoerd voor de volgende functies: postdoc en voor de vervanging van de aanvrager.

Er kan maximaal € 200.000 van het subsidiebedrag worden aangevraagd voor dit type functie.

Het is mogelijk om loonkosten van universitair (hoofd)docenten en hoogleraren op te voeren. Er kan maximaal € 200.000 van het subsidiebedrag worden aangevraagd voor deze typen functies.

3.2.1.2 Personeel van hogescholen

Het is mogelijk om loonkosten op te voeren van personeel van hogescholen. Er kan maximaal € 200.000 van het subsidiebedrag worden aangevraagd voor dit type functie.

3.2.2 Materieel

Financiering kan worden aangevraagd voor project-specifieke materiële kosten. Voor deze kosten geldt een maximum van € 15.000.

3.3 Het opstellen en indienen van de aanvraag

Voor het opstellen van uw aanvraag doorloopt u de volgende stappen:

  • download het aanvraagformulier vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC of vanaf de website van NWO (op de website van het betreffende financieringsinstrument);

  • vul het aanvraagformulier in; Let op: u moet ook een link naar een downloadbare video (zoals hierna beschreven) opnemen in het aanvraagformulier;

  • sla het formulier op als pdf en dien het met de eventueel verplichte bijlage(n) in ISAAC in;

  • vul de online in ISAAC gevraagde gegevens in.

Korte video

In de geschreven aanvraag moet u ook een SurfDrive- of SurfFilesender-link naar een downloadbare, korte video toevoegen. De video mag niet langer zijn dan 3 minuten. Het is niet nodig professionele apparatuur of hulp in te huren. De video wordt op de inhoud beoordeeld, niet op de kwaliteit. Een kwaliteit gelijkwaardig aan de HD-kwaliteit van een mobiele telefoon is aanvaardbaar. De video moet in het Engels worden ingesproken. Houd hierbij een breed publiek in gedachten: uw goedgeschoolde buren moeten in staat zijn om uw verhaal te begrijpen. Controleer of gebruikte audiobestanden of visuele materialen royaltyvrij zijn.

In de video, die op inhoud wordt meegenomen in de beoordeling, dient als inspirerende introductie van de volgende onderwerpen (in willekeurige volgorde):

  • Wie bent u? (Welke potentiële ondernemer schuilt er in u?)

  • Wat is uw droom en wat motiveert u? (Bespreek dit in de context van de maatschappelijke relevantie van uw idee: waarom heeft de samenleving dit nodig? Wat is het probleem?)

  • Welke kansen biedt uw idee? (Hoe creëert uw idee maatschappelijke waarde of hoe biedt het een oplossing van het – indien van toepassing – genoemde probleem?)

  • In welke fase bevindt uw idee zich? (Ontwikkelingsfase en levensvatbaarheid van het idee: is het idee gevalideerd en schaalbaar? Voer hiervoor bewijzen aan, wanneer mogelijk.)

Verplichte bijlage(n):

  • begroting;

  • Video (downloadbaar, via SurfDrive- of SurfFilesender-link)

  • Ondersteuningsbrief van de begeleider van de aanvrager: ter bevestiging van de wetenschappelijke kwaliteit van het idee en de kwaliteit van de aanvrager. De begeleider van de aanvrager dient een professor of een universitair (hoofd)docent te zijn, een lector aan een hogeschool of een vergelijkbare functie te bekleden, en heeft een aanstelling voor de duur van het programma.

  • Ondersteuningsbrief van de afdelingsdirecteur: om te bevestigen dat de aanvrager deel uitmaakt – of deel uit gaat maken – van de groep, gebruik kan maken van de onderzoeksfaciliteiten tijdens het programma van de Faculty of Impact, en bij toelating tot de Faculty of Impact vrijgesteld is van standaard universitaire taken (zoals onderwijstaken en publiceren). Bevestigd wordt dat de aanstelling van de aanvrager minimaal de omvang heeft – of krijgt – van de te besteden tijd zoals in de aanvraag wordt aangegeven (met een minimale inzet van 0,8 FTE) én voor minimaal de duur van het fellowship. Ook wordt bevestigd dat (indien van toepassing) de aanvrager bezig is met het afronden van zijn/haar promotie, EngD-programma, PD-traject of lopende Postdoc-project en tijdig beschikbaar is om het Supportprogramma (opleidings-/begeleidings-onderdeel) te volgen zoals aangegeven in paragraaf 3.1 (in paragraaf 4.2.8 ‘Tijdpad’ is vermeld wanneer het programma voor deze FoI-subsidieronde van start gaat), en bevestigd de paragraaf 6.1 “Overige relevante informatie voor gehonoreerde projectvoorstellen” van de call te hebben gelezen.

  • Ondersteuningsbrief van de Knowledge Transfer Office van de organisatie: met antwoord op de vraag waarom het idee maatschappelijke impact kan hebben. Indien de projectaanvraag wordt toegewezen, zal de knowledge transfer office de fellow gedurende het hele programma coachen om de businesscase te verbeteren en de ondernemerskwaliteiten van de fellow te vergroten Wanneer de organisatie geen knowledge transfer office heeft, is een ondersteuningsbrief vereist van een vertegenwoordiger van het (college van) bestuur van de organisatie. In deze ondersteuningsbrief verklaart de vertegenwoordiger dat de fellow vergelijkbare coaching ontvangt als bij aanwezigheid van een knowledge transfer office, d.w.z. dat er gedurende het hele programma een coach beschikbaar zal zijn om zowel de businesscase als de ondernemerskwaliteiten van de fellow te verbeteren.

De bijlagen dienen conform het door NWO aangeboden template opgesteld te worden. Bijlagen dienen los van de aanvraag in ISAAC geüpload te worden. Alle bijlagen, met uitzondering van de begroting, dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. De begroting moet als Excel-bestand worden ingediend in ISAAC. Andere bijlagen dan hierboven vermelde bijlagen zijn niet toegestaan.

Het is verplicht uw aanvraag in het Engels op te stellen.

Het indienen van een aanvraag kan alleen via het online aanvraagsysteem ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.

U bent als aanvrager verplicht een aanvraag via het eigen persoonlijke ISAAC-account in te dienen.

Het is belangrijk om tijdig te beginnen met uw aanvraag in ISAAC:

  • indien u nog geen ISAAC-account heeft, dient deze op tijd te worden aangemaakt om eventuele aanmeldproblemen te voorkomen;

  • nieuwe onderzoeksorganisaties moeten eventueel nog door NWO toegevoegd worden aan ISAAC;

  • u moet ook online nog gegevens invoeren.

Aanvragen die na de deadline worden ingediend, neemt NWO niet in behandeling.

Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC-helpdesk, zie contact (hoofdstuk 5).

NWO gaat er vanuit dat de aanvrager de onderzoeksorganisatie waar zij/hij werkzaam is heeft geïnformeerd over het indienen van de aanvraag en dat de onderzoeksorganisatie de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals aanvaardt.

3.4 Indieningsvoorwaarden

3.4.1 Formele voorwaarden voor indiening

NWO toetst uw aanvraag op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als uw aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze toegelaten tot de beoordelingsprocedure. U wordt gevraagd om na indiening van een aanvraag beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren en zo (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.

Deze voorwaarden zijn:

  • de aanvraag voldoet aan de in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 gestelde voorwaarden;

  • voor één beoogde startup/business idee kan maar door één onderzoeker een aanvraag worden ingediend.

  • de aanvraag voldoet aan de DORA-richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.1;

  • het aanvraagformulier is, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de instructies ingevuld;

  • het aanvraagformulier bevat een downloadbare videolink zoals beschreven in paragraaf 3.3, en de video voldoet aan alle in paragraaf 3.3 genoemde vereisten;

  • de aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de aanvrager;

  • de aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline;

  • de aanvraag is in het Engels opgesteld;

  • de begroting in de aanvraag is volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld (gebruikmakend van het beschikbaar gestelde format dat de meest recente tarieven bevat);

  • het voorgestelde project heeft een looptijd van 24 maanden.

Alle vereiste bijlagen zijn, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de instructies ingevuld en conform de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld en ingediend.

LET OP: Voor één beoogde startup/business idee kan maar één onderzoeker een aanvraag indienen voor het Faculty of Impact programma. Indien meerdere aanvragen per startup/business idee worden ingediend, dan zullen deze aanvragers worden geïnformeerd en zal hun worden verzocht om maximaal één voorstel in te dienen rondom de betreffende startup/het business idee. Mocht dat niet lukken dan zullen betreffende aanvragen niet in behandeling worden genomen.

3.4.2 Kindverlof

Voor aanvragers die gedurende de beoordelingsperiode verlof hebben in verband met de komst van een kind (kindverlof) biedt NWO, voor instrumenten waarin geen medeaanvragers opgevoerd kunnen worden, de mogelijkheid om gebruik te maken van de 'Tegemoetkomingsregeling kindverlof'. Deze is van toepassing bij deze Call for proposals. Zie voor meer informatie https://www.nwo.nl/tegemoetkomingsregeling-kindverlof.

Als een aanvrager gebruik wil maken van deze regeling dient deze een met redenen omkleed schriftelijk verzoek in bij NWO via de contactpersoon van deze subsidieronde (zie 6.1). Bij dit verzoek verstrekt de aanvrager alle informatie op grond waarvan NWO een beslissing kan nemen, met inbegrip van informatie waaruit blijkt dat de aanvrager is verhinderd om input te leveren wegens kindverlof.

3.5 Subsidievoorwaarden

Op alle aanvragen zijn de NWO Subsidieregeling en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing.

3.5.1 Naleving Nationale leidraad kennisveiligheid

Wetenschap van wereldklasse kan profiteren van internationale samenwerking. De Nationale leidraad kennisveiligheid (hierna: de Leidraad) helpt kennisinstellingen ervoor te zorgen dat internationale samenwerking veilig kan plaatsvinden. Bij kennisveiligheid gaat het om ongewenste overdracht van gevoelige kennis en technologie die de nationale veiligheid aantast; om heimelijke beïnvloeding van onderwijs en onderzoek door statelijke actoren, en daarmee de academische vrijheid en de sociale veiligheid in gevaar brengt; en om ethische kwesties die kunnen spelen in de samenwerking met landen die de grondrechten niet respecteren.

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of het project in lijn is en blijft met de Leidraad. Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan de overwegingen in deze Leidraad. In geval van het vermoeden van schending van de Leidraad bij een bij NWO ingediende aanvraag voor projectfinanciering of een door NWO gefinancierd project, kan NWO de aanvrager verzoeken om een risicoafweging te overleggen waaruit blijkt dat de overwegingen uit de Leidraad zijn gevolgd. Indien de aanvrager niet aan het verzoek van NWO voldoet of als de risicoafweging klaarblijkelijk een schending van de Leidraad behelst, kan dit gevolgen hebben voor de subsidieverlening of vaststelling door NWO. Ook kan NWO in een voorkomend geval nadere voorwaarden opnemen in de toewijzingsbrief.

De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.

4 Beoordelingsprocedure

Dit hoofdstuk beschrijft allereerst de beoordeling volgens de DORA-principes (paragraaf 4.1) en hoe de beoordelingsprocedure verloopt (paragraaf 4.2). Vervolgens somt het de criteria op waaraan de beoordelingscommissie uw aanvraag toetst (paragraaf 4.3).

Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing (Code persoonlijke belangen | NWO).

NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO stimuleert leden van een beoordelingscommissie actief om zich bewust te worden van impliciete associaties en te proberen deze te minimaliseren. NWO voorziet hen van informatie over concrete manieren om de beoordeling van een aanvraag te verbeteren.

4.1 De San Francisco Declaration (DORA)

NWO is ondertekenaar van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA). DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld te verbeteren. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksinstellingen, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.

DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid (unconscious bias) bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten in plaats van op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek wordt gepubliceerd.

NWO gaat bij het beoordelen van het wetenschappelijk track record van aanvragers uit van een brede definitie van wetenschappelijke output.

NWO verzoekt commissieleden bij de beoordeling van aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. U mag deze niet vermelden in uw aanvraag. Wel mag u naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten te vermelden, zoals datasets, patenten, software en code enzovoort.

Voor meer informatie over wat NWO doet om de principes van DORA te implementeren zie: DORA | NWO.

4.2 Procedure

De aanvraagprocedure bestaat uit de volgende stappen:

  • indiening van de aanvraag;

  • in behandeling nemen van de aanvraag;

  • interviewselectie;

  • interview;

  • vergadering van de beoordelingscommissie;

  • besluitvorming.

Vanwege de in de beoordelingscommissie aanwezige expertise en de geringe omvang van de subsidie, heeft NWO besloten om bij de beoordeling van de aanvragen gebruik te maken van de mogelijkheid gegeven in artikel 2.2.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling, om de beoordelingsprocedure uit te voeren zonder referenten in te schakelen.

4.2.1 Indiening van een aanvraag

Voor indiening van de aanvraag is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website. In uw aanvraag moet u zich houden aan de vragen die in dit formulier staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal woorden en pagina’s.

Uw volledig ingevulde aanvraagformulier moet voor de deadline via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). Na dit tijdstip kunt u geen aanvraag meer indienen. De aanvrager ontvangt na indiening van de aanvraag een ontvangstbevestiging.

4.2.2 In behandeling nemen van de aanvraag

Zo snel mogelijk nadat u uw aanvraag heeft ingediend, hoort u of NWO uw aanvraag in behandeling neemt. NWO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4). Alleen als uw aanvraag hieraan voldoet, kan NWO deze in behandeling nemen.

Houdt er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.

4.2.3 Interviewselectie

De aanvragen worden aan de beoordelingscommissie voorgelegd. De beoordelingscommissie maakt op basis hiervan een eigen afweging die resulteert in een ranglijst. Vervolgens ontvangen de hoogst geprioriteerde aanvragers een uitnodiging voor een interview. Afhankelijke van het aantal aanvragen kan deze stap overgeslagen worden en worden alle kandidaten uitgenodigd voor een interview.

4.2.4 Interview

Tijdens het interview heeft de beoordelingscommissie de gelegenheid om vragen te stellen. De aanvrager kan hier tijdens het interview in de discussie met de commissie op reageren. Op deze wijze wordt hoor- en wederhoor toegepast. Het interview is een belangrijk onderdeel van de beoordeling en kan leiden tot bijstelling van de beoordeling en de score van de aanvraag tot dan toe.

4.2.5 Overleg van de beoordelingscommissie

De commissie stelt na de interviews een schriftelijk advies op aan het bestuur van NWO-domein Toegepaste en Technische Wetenschappen (TTW) over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria.

De aanvraag als geheel moet tenminste de kwalificatie ‘zeer goed’ krijgen om in aanmerking te komen voor de subsidie. Daarnaast moet de aanvraag tevens op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen.

Voor meer informatie over de kwalificaties zie NWO | Financiering aanvragen, hoe werkt dat?.

Voor advies over de kwaliteit en prioritering worden binnen het budget van € 2.600.000 (naar verwachting voor 13 toekenningen) de volgende 4 verdeelsleutels gehanteerd:

  • 1. € 1.000.000 (budget voor naar verwachting 5 voorstellen) is gereserveerd voor advies voor toewijzing van de hoogst geprioriteerde voorstellen met het thema Veiligheid, waarbij deze wel moeten voldoen aan de kwaliteitscriteria-eis aangegeven in paragraaf 4.3 Beoordelingscriteria. Mogelijk resterendbudget wordt overgeheveld naar ‘4’;

  • 2. € 1.000.000 (budget voor naar verwachting 5 voorstellen) is gereserveerd voor advies voor toewijzing van de hoogst geprioriteerde voorstellen met het thema Energietransitie, waarbij deze wel moeten voldoen aan de kwaliteitscriteria-eis zoals aangegeven in paragraaf 4.3 Beoordelingscriteria. Mogelijk resterendbudget wordt overgeheveld naar ‘4’;

  • 3. € 600.000 (budget voor naar verwachting 3 voorstellen) is gereserveerd voor advies voor toewijzing van de hoogst geprioriteerde voorstellen met thema a) Gezondheid en zorg, of b) Landbouw, water en Voedsel of c) Circulaire economie, waarbij deze wel moeten voldoen aan de kwaliteitscriteria-eis aangegeven in paragraaf 4.3 Beoordelingscriteria. Mogelijk resterend budget wordt overgeheveld naar ‘4’;

  • 4. het totaal aan mogelijk resterend budget wordt – na de stappen 1, 2, en 3 – ingezet voor advies over toewijzing voor de resterende hoogst geprioriteerde voorstellen uit alle thema’s, waarbij deze ook moeten voldoen aan de kwaliteitscriteria-eis zoals aangegeven in paragraaf 4.3.

Als na de bespreking van de aanvragen blijkt dat twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex aequo-situatie (zie paragraaf 4.2.6).

4.2.6 Ex aequo

Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde aanvraag binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle aanvragen met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de aanvragen geselecteerd die binnen 0,10 gelijk zijn. Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, dan zal de aanvraag van een vrouwelijke aanvrager als hoogste eindigen. Als de ex aequo situatie daarmee niet wordt doorbroken, zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium ‘Kwaliteit van de aanvrager’ als hoogste eindigen. Als ook dan aanvragen gelijk eindigen bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering (conform artikel 2.2.6, vijfde lid van de NWO Subsidieregeling). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar het besluitnemend orgaan.

4.2.7 Besluitvorming

Tot slot toetst het bestuur van NWO-domein TTW de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Vervolgens stelt het de definitieve kwalificaties vast en besluit over toe- en afwijzing van de aanvragen.

4.2.8 Tijdpad

Hieronder treft u het tijdpad aan voor deze Call for proposals. Het kan zijn dat NWO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad van deze Call for proposals aan te brengen. Uiteraard ontvangt u hierover op tijd bericht.

Aanvragen

3 juni 2025 voor 14:00:00 CEST

Deadline aanvragen

september 2025

Uitslag voorselectie / Uitnodiging interviews

oktober 2025

Interviews

november 2025

Advies beoordelingscommissie

december 2025

Besluit bestuur NWO-domein TTW

Start en looptijd FoI Supportprogramma

Het Supportprogramma (opleidings-/coachings-onderdeel) start in februari 2026 en loopt tot en met januari 2028.

4.3 Criteria

4.3.1 Inhoudelijke beoordelingscriteria

De aanvragen die binnen deze Call for proposals worden ingediend worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • 1. Kwaliteit van het idee (33,33%)

    • Zowel het probleem/de uitdaging (wat, waarom en voor wie?) als de oplossing (welke, waarom en waarom nu?) komen duidelijk naar voren en er wordt overtuigend beargumenteerd hoe het voorgestelde idee een (gedeeltelijke) oplossing biedt voor het probleem/de uitdaging.

      • Er is nagedacht over wie mogelijk de potentiële klanten en markten zijn, welk probleem zij hebben, en wat het 'unique selling point' is van de geboden oplossing in vergelijking met mogelijke concurrenten

    • Het idee is gebaseerd op gedegen wetenschappelijke kennis en resultaten/inzichten.

    • Het idee is innovatief en origineel.

    • Het idee is gevalideerd middels een pilot in een labomgeving (corresponderend met TRL 4) of met relevante stakeholders (corresponderend met SRL 4). Bovendien is het mogelijk om het idee verder te ontwikkelen tot een concreet product, concrete dienst of concreet beleid (zoals aangetoond in een relevante omgeving).

    • De ondersteuningsbrieven van de begeleider van de aanvrager en de knowledge transfer office bieden een overtuigende onderschrijving van de wetenschappelijke kwaliteit van het idee.

  • 2. Maatschappelijke impact voor het gekozen Thema (33,33%)

    • De nagestreefde maatschappelijke impact voor gekozen Thema is duidelijk omschreven middels een SMART (Specific, Measurable, Achievable, Relevant en Time-based) geformuleerd doel en wordt in de video toegelicht.

    • De voorgestelde verandering (cultureel, economisch, industrieel, ecologisch of maatschappelijk) is relevant, urgent en ethisch verantwoord.

    • Het op duidelijke aannames gebaseerde verwachte succes (beoogde verandering) is aannemelijk en realistisch; er wordt overtuigend beargumenteerd hoe het voorgestelde idee zal bijdragen aan maatschappelijke impact op lange termijn. De verwachte uitkomsten zijn concreet en worden duidelijk beschreven.

    • Het voorgestelde idee heeft het potentieel om de voorgestelde impact op het gekozen Thema te realiseren. De haalbaarheid, schaalbaarheid en levensvatbaarheid zijn overtuigend en realistisch.

  • 3. Kwaliteit van de aanvrager (33,33%)

    • De aanvrager komt zowel schriftelijk als mondeling overtuigend over.

    • De aanvrager geeft blijk van een duidelijke motivatie (waaruit ondernemerschap spreekt) en:

      • heeft een duidelijke motivatie om aan het tweejarige FoI-programma deel te nemen; en

      • heeft een passend persoonlijk budget aangevraagd voor realisatie van de programmadoelen.

    • De aanvrager beschikt over het vermogen en de bereidheid om te leren, over aanpassingsvermogen en is, indien nodig, in staat om te improviseren.

    • De aanvrager heeft de juiste vaardigheden en mentaliteit om het idee verder te ontwikkelen van pilot tot implementatie in de samenleving.

    • De aanvrager lijkt coachbaar en heeft groeipotentie als ondernemer.

    • De steunbrieven van de begeleider van de aanvrager en de knowledge transfer office bieden een overtuigende onderschrijving van de vaardigheden van de aanvrager.

Elk van de drie criteria weegt even zwaar en krijgt een score tussen 1 (excellent) en 9 (zeer matig).

De kwaliteitseis wordt vervolgens op deze manier toegepast: fellows komen alleen in aanmerking voor financiering wanneer hun score niet hoger is dan 5,4 (goed) voor elk van de criteria en het gemiddelde van alle criteria niet hoger is dan 3,4 (zeer goed).

5 Contact en overige informatie

5.1 Contact

5.1.1 Inhoudelijke vragen

Voor inhoudelijke vragen over deze Call for proposals neemt u contact op met:

Beleidsmedewerkers:

Leon Gielgens en Sandy Kalisingh

Telefoonnummer: 030 600 1318 of 030 600

1220 E-mail: FacultyofImpact@NWO.NL

Assistent:

Lisa Meuwissen

Telefoonnummer: 030 600 1329

E-mail: FacultyofImpact@NWO.NL

5.1.2 Technische vragen over het elektronisch aanvraagsysteem ISAAC

Bij technische vragen over het gebruik van ISAAC kunt u contact opnemen met de ISAAC-helpdesk. Raadpleeg eerst de handleiding voordat u de helpdesk om advies vraagt. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.

5.2 Overige informatie

NWO verwerkt persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO privacyverklaring, Privacyverklaring | NWO.

NWO kan aanvragers mogelijk benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of het onderzoeksprogramma.

6 Bijlagen

6.1 Overige relevante informatie voor toegewezen projectvoorstellen

Voor de toegewezen onderzoeksvoorstellen die bij de kennisinstellingen worden uitgevoerd, hebben fellows handelingsvrijheid nodig om hun onderzoeksresultaten en intellectuele eigendom te kunnen exploiteren. Daarom adviseert NWO fellows ten zeerste om onderhandelingen te initiëren en afspraken te maken met de respectievelijke kennisinstelling om er zeker van te zijn dat alle noodzakelijke informatie na afloop van het project commercieel kan worden geëxploiteerd. Deze afspraken kunnen worden gemaakt overeenkomstig het UNL Richtlijnen omgang met intellectuele eigendomsrechten (IER) en het UNL Richtlijnen omgang met aandelenbelangen van kennisinstellingen en medewerkers in academische startups (of spin-offs). Deze richtlijnen zijn te vinden op de website https://www.universiteitenvannederland.nl/.

Voor de toegewezen onderzoeksvoorstellen zal de kennisinstelling waarbij de fellow een aanstelling heeft een bijdrage leveren aan het programma van de Faculty of Impact. Deze bijdrage valt buiten het bestek van deze Call for proposals. Het bureau van de Faculty of Impact (met als penvoerder de Vrije Universiteit Amsterdam) geeft aan dat de kosten van het Supportprogramma jaarlijks worden omgeslagen per fellow en in rekening gebracht bij de kennisinstellingen die een of meerdere fellows in het programma hebben. De kosten zijn gemaximeerd op 25% van het budget dat de fellows maximaal als NWO-subsidie kunnen ontvangen voor deelname aan het Supportprogramma (max. 50 keuro/2-jaar). Deze kosten vallen buiten de financiering door NWO, de kennisinstellingen van de fellows dienen deze kosten zelf te dragen. De kennisinstellingen ontvangen hiervoor na toekenning een factuur van de Vrije Universiteit Amsterdam van 80% van de gebudgetteerde kosten. De overige 20% wordt na afloop van het fellowship gefactureerd door de Vrije Universiteit Amsterdam, gebaseerd op de daadwerkelijke kosten per fellow.

6.2 Uitleg ‘Technological Readiness Levels’ (TRL) en ‘Societal Readiness Levels’ (SRL)

TRL's en SRL's zijn belangrijke instrumenten om de ontwikkeling, implementatie en acceptatie van technologieën te evalueren en te begeleiden. Ze bevorderen een meer geïnformeerde en verantwoorde benadering van innovatie, met aandacht voor zowel technische als maatschappelijke aspecten. Kijk voor een voorbeeld van TRL 4 en SRL 4 in de FAQ op de callpagina.

TRL 1

Basisprincipes zijn geobserveerd: laagste TRL-niveau. Begin van de vertaling van wetenschappelijk onderzoek naar toegepaste research & development (R&D).

Voorbeelden hiervan zijn literatuurstudies over de basiseigenschappen van een technologie.

TRL 2

Concept en/of toepassing van de technologie geformuleerd: wanneer de fysische basisprincipes zijn geobserveerd, kunnen in de volgende rijpingsfase praktische toepassingen van deze kenmerken worden uitgevonden of geïdentificeerd. Op dit niveau is de toepassing nog steeds speculatief; er is geen experimenteel bewijs of gedetailleerde analyse om de theoretische werking te staven. Bij voorbeelden gaat het uitsluitend om analytisch onderzoek.

TRL 3

Kritisch functioneren, proof of concept gevalideerd: bij deze stap in het rijpingsproces wordt begonnen met actieve research & development (R&D). Dit omvat zowel analytisch onderzoek om de technologie in een passende context te plaatsen als laboratoriumonderzoek om fysisch te valideren of de analytische voorspellingen juist zijn. Dit onderzoek en deze experimenten moeten een proof-of-conceptvalidatie van de in TRL 2 geformuleerde toepassingen/concepten vormen.

TRL 4

Testen in het laboratorium van prototypecomponent of -proces: op dit niveau worden de technologische componenten ontworpen, ontwikkeld en getest in het laboratorium. Na succesvol proof-of-conceptwerk moeten technologische basiselementen worden geïntegreerd om vast te stellen dat de onderdelen samen werken. De validatie moet zo zijn opgezet dat het eerder geformuleerde concept wordt ondersteund en moet ook overeenkomen met de eisen van mogelijke toepassingen van het systeem. Het gaat om een ruwe ‘low-fidelity’-validatie in vergelijking met het uiteindelijke systeem.

TRL 5

Testen in het laboratorium van geïntegreerd systeem: de technologische basiscomponenten zijn geïntegreerd met redelijk realistische ondersteunende elementen, zodat ze onder gesimuleerde omstandigheden kunnen worden getest. Het gaat bijvoorbeeld om de ‘high-fidelity’-laboratoriumintegratie van componenten.

TRL 6

Prototypesysteem geverifieerd: een representatief model of prototypesysteem, dat een stuk verder is ontwikkeld dan in TRL 5, wordt getest onder relevante omstandigheden. Dit is een belangrijke stap om te bewijzen dat een technologie gereed is voor toepassing. Voorbeelden hiervan zijn het testen van een prototype onder ‘high-fidelity’-laboratoriumomstandigheden of onder gesimuleerde operationele omstandigheden.

TRL 7

Geïntegreerd pilotsysteem gedemonstreerd: TRL 7 is een aanzienlijke stap vooruit ten opzichte van TRL 6, waarbij een daadwerkelijk systeemprototype moet worden gedemonstreerd onder relevante praktijkomstandigheden. Het prototype moet (nagenoeg) dezelfde schaal hebben als het geplande operationele systeem, en de demonstratie moet plaatsvinden onder werkelijke omstandigheden. Het doel van deze fase is het wegnemen van engineering- en productierisico's.

TRL 8

Systeem opgenomen in commercieel ontwerp: het is bewezen dat de technologie in haar definitieve vorm onder de verwachte omstandigheden werkt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om een ontwikkelingstest en evaluatie van het systeem binnen het beoogde systeem om te bepalen of het voldoet aan de ontwerpspecificaties. Vrijwel altijd is dit niveau het einde van de daadwerkelijke systeemontwikkeling.

TRL 9

Systeem klaar om te worden ingezet op volledige schaal: daadwerkelijke toepassing van de technologie in haar definitieve vorm en onder de beoogde omstandigheden, zoals bij operationele tests en evaluaties. In deze fase is de technologie gereed voor commerciële toepassing.

SRL 1

Probleem identificeren en maatschappelijke bereidheid vaststellen

SRL 2

Formuleren van het probleem, voorgestelde oplossing(en) en potentiële impact, verwachte maatschappelijke bereidheid; identificeren van relevante belanghebbenden voor het project

SRL 3

Eerste testen van voorgestelde oplossing(en) uitvoeren samen met relevante belanghebbenden

SRL-fases 1–3 weerspiegelen de eerste werkzaamheden in een onderzoeksproject, waaronder het suggereren en testen in een vroege fase van een technische en/of sociale oplossing voor een technisch of maatschappelijk probleem. Hierbij zijn ideeën over de algemene maatschappelijke bereidheid voor het idee en de voorgestelde oplossing(en) vereist, waaronder het identificeren van relevante belanghebbenden en hoe die betrokken kunnen worden (zoals eindgebruikers, de juiste gemeenschappen e.d.).

SRL 4

Probleem gevalideerd met pilottests onder relevante omstandigheden om de voorgestelde impact en maatschappelijke gereedheid te onderbouwen

SRL 5

Voorgestelde oplossing(en) gevalideerd, nu door relevante belanghebbenden in het gebied

SRL 6

Oplossing(en) gedemonstreerd onder relevante omstandigheden en in samenwerking met relevante belanghebbenden om eerste feedback over potentiële impact te krijgen

SRL-fases 4–6 vertegenwoordigen de werkelijke oplossing(en), de onderzoekshypothese, en het testen daarvan in de relevante context in samenwerking met relevante belanghebbenden, met een focus op impact en de bereidheid van de samenleving voor het product. In deze fases moeten verwachtingen over de maatschappelijke aanpassing zijn beschreven in specifieke termen en, voor zover mogelijk, deel uitmaken van de testfase.

SRL 7

Verfijning van project en/of oplossing en, indien nodig, opnieuw testen onder relevante omstandigheden met relevante belanghebbenden

SRL 8

Voorgestelde oplossing(en) en een plan voor maatschappelijke aanpassing compleet en gekwalificeerd

SRL 9

Daadwerkelijke projectoplossing(en) bewezen onder relevante omstandigheden

SRL-fases 7–9 zijn de eindfases van het onderzoeksproject, waaronder het verfijnen van de oplossing(en), implementatie en verspreiding van resultaten en/of oplossing(en). Hierbij wordt het plan uitgevoerd voor de aanpak van de maatschappelijke bereidheid op praktisch niveau om impact te krijgen, bewustzijn te creëren, resultaten te verspreiden e.d.

6.3 Uitgebreide beschrijvingen van de thema’s van het missiegedreven innovatiebeleid

Hieronder volgt de uitgebreide beschrijvingen van de thema’s van het missiegedreven innovatiebeleid komend uit Kamerbrief “Herijkte missies van het missiegedreven innovatiebeleid” van Mininsterie van Economische Zaken en Klimaat, 30 mei 2023.

Veiligheid

Nederland moet voor zijn burgers een veilig land blijven om te wonen, te werken en te leven. Een veilige samenleving is echter niet vanzelfsprekend. Nederland en Europa staan voor complexe uitdagingen. Zo wordt Nederland rechtstreeks geconfronteerd met militaire dreigingen, de invasie in Oekraíne voorop. Het hoge tempo waarmee technologieën zich ontwikkelen, brengt nieuwe dreigingen met zich mee, zoals de assertieve opstelling van China. Nederland is een van de meest gedigitaliseerde landen ter wereld, wat ons extra kwetsbaar maakt voor cyberaanvallen. De georganiseerde (drugs)criminaliteit zet de veiligheid van onze samenleving verder onder druk, met alle ondermijnende gevolgen van dien. Dit vormt een bedreiging voor de samenleving. Buitenlandse inmenging en beïnvloeding van onze maatschappij, via desinformatie, vormen een bedreiging voor onze democratie en publieke waarden.

Deze uiteenlopende dreigingen maken onderdeel uit van de centrale missie Veiligheid. Daarbij zoeken we naar innovaties, gebruikmakend van de laatste wetenschappelijke inzichten, sleuteltechnologieën en toepassingen. We zetten in op intensivering van de samenwerking met kennis- en innovatiepartners, ook op Europees niveau. Samenwerkingsverbanden zoals Dutch Naval Design (samenwerking Defensie met maritieme sector) en Dcypher (platform voor voor het ondersteunen van de publiek-private innovatieketen cyberveiligheid) spelen daarin, naast de betrokken Topsectoren, de komende jaren een grotere rol. Want alleen dan kunnen we tegenstanders steeds een stap vóór blijven.

Daarbij horen de volgende innovatiemissies:

  • In 2030 is de georganiseerde ondermijnende criminaliteit in Nederland riskant en slecht lonend, door meer zicht op illegale activiteiten en geldstromen

  • In 2035 beschikt Nederland over de marine van de toekomst. Door de sterk verbeterde samenwerking in het marinebouwcluster is Nederland in staat om flexibel te reageren op onvoorspelbare ontwikkelingen;

  • In 2030 heeft Nederland een operationeel inzetbare ruimtevaartcapaciteit voor defensie en veiligheid.

    Daarbij fungeert de Defensie Ruimteagenda als richtsnoer

  • Cyberveiligheid. In 2030 is veiligheid verplicht bij de ontwikkeling van digitale producten, en beschikt Nederland over een sterke cybersecurity kennis- en innovatieketen. De doelstellingen en acties in de Nederlandse Cybersecurity Strategie 2022–2028 (NLCS) vormen voor deze missie het overkoepelende kader;

  • Hightech Landoptreden. In 2030 werkt de krijgsmacht volledig genetwerkt met integratie van nieuwe technologieën om sneller en effectiever te kunnen handelen dan de tegenstander.

Energietransitie

Om in 2050 en daarna een leefbare aarde te hebben, moeten we een grote inspanning doen ten aanzien van het klimaat. We willen de nationale broeikasgasuitstoot in 2030 terugdringen met 55% ten opzichte van 1990. Het streven is zelfs 60%-reductie. Het uiteindelijke doel is dat Nederland in 2050 klimaatneutraal is. Dat betekent dat we onder meer gaan werken aan de verduurzaming van het elektriciteitssysteem en de gebouwde omgeving waarin aardgas geen rol meer speelt en mensen gezond en veilig kunnen leven, een klimaatneutrale en concurrerende industrie, emissieloze mobiliteit, een volledig circulaire economie en een klimaatneutrale landbouw.

Deze transitie raakt daarbij gedeeltelijk aan andere transities die o.a. een toepassing kennen binnen het domein van klimaat en energie, zoals (economische veiligheid), water en bodem duurzame mobiliteit, circulariteit, materiaalgebruik, levensduurverlenging, klimaatdaptatie van de gebouwde omgeving, arbeidsmarkt en digitalisering. De wijze waarop invulling wordt gegeven aan deze klimaat- en energiemissie, wordt uitgewerkt in de herijkte Integrale Kennis en InnovatieAgenda Klimaat en Energie. De centrale missies Klimaat & Energie en Circulaire Economie hebben een doorsnijdend karakter, die ook in de andere thematische Kennis- en Innovatieagenda’s (KIA’s) aan bod zullen komen. Daarnaast zijn aanvullende duurzaamheidsonderwerpen t.a.v. mobiliteit en gebouwde omgeving middels eigen programma’s opgenomen binnen het bredere thema Energietransitie en Circulariteit.

De missies voor energietransitie luiden:

  • Een volledig CO2-vrij elektriciteitssysteem in 2050;

  • Een CO2-vrije en toekomstbestendige gebouwde omgeving in 2050;

  • Een klimaatneutrale industrie met hergebruik van grondstoffen en producten in 2050;

  • Emissieloze en toekomstbestendige mobiliteit voor mensen en goederen in 2050.

Gezondheid en zorg

Gezondheidszorg is voor iedereen belangrijk, maar de houdbaarheid van het stelsel staat onder druk. De missies voor het thema Gezondheid en Zorg blijven daarom onverminderd relevant. VWS heeft de afgelopen periode de missies geconcretisteerd via diverse akkoorden en programma’s. De doelstellingen in deze akkoorden geven de focus voor de middellange termijn aan en geven nadere richting aan de inzet op de missies. Daarbij staan het bevorderen van een gezonde levensverwachting en het terugdringen van gezondheidsachterstanden nog altijd centraal. Aandacht voor een gezonde leefstijl en leefomgeving, toegankelijkheid van zorg, kwaliteit van leven en meedoen in de samenleving blijven belangrijk. Dat vraagt om een grote transformatie van de zorg. Het bedrijfsleven en de sterke life sciences and health-sector (LSH) kunnen daaraan een belangrijke bijdrage leveren. Vooral door hun innovatiekracht te verbinden aan lopende transformatie-initiatieven, zoals in West-Brabant, Eindhoven, Afferden en Utrecht. De specifieke aandacht voor dementie heeft afgelopen jaren al geleid tot mooie initiatieven (zoals ABOARD) om de kwaliteit van leven voor mensen met dementie te verbeteren. Die lijn zal worden doorgezet. Daarnaast heeft het coronavirus, en de toegenomen risico’s op andere pandemieën als gevolg van zoönosen, de zorg en maatschappij een nieuwe realiteit gebracht en zal ook moeten worden gewerkt aan de crisisbestendigheid van de zorg.

Innovatiesamenwerking aan deze missies vraagt om inzet van verschillende topsectoren: van LSH tot Agri & Food, van ICT tot Logistiek. Daarnaast vraagt dit om goede samenwerking met alle partijen die op basis van de programma’s en akkoorden een rol en taak hebben om de zorg toekomstbestendig te organiseren. Centrale missie: In 2040 leven alle mensen in Nederland tenminste vijf jaar langer in goede gezondheid, en zijn de gezondheidsverschillen tussen de laagste en hoogste sociaaleconomische groepen met 30% afgenomen.

De volgende missies horen hierbij:

  • In 2040 is de ziektelast als gevolg van een ongezonde leefstijl en ongezonde leefomgeving met 30% afgenomen;

  • In 2030 wordt zorg 50% meer (of vaker) in de eigen leefomgeving georganiseerd, samen met het netwerk rond mensen;

  • In 2030 is het deel van de mensen met een chronische ziekte of, levenslange beperking dat naar wens en vermogen kan meedoen in de samenleving met 25% toegenomen;

  • In 2030 is de kwaliteit van leven van mensen met dementie met 25% toegenomen;

  • In 2035 is de bevolking beter beschermd tegen maatschappelijk ontwrichtende gezondheidsdreigingen.

Landbouw, water en voedsel

Nederland is toonaangevend op het gebied van landbouw, water en voedsel, en beschikt over een enorm kennis- en innovatiepotentieel. Binnen deze thema’s staan we ook voor grote maatschappelijke opgaven. Zo heeft, op het gebied van voedselproductie en -verwerking, de nadruk in afgelopen decennia op kostenverlaging en productieverhoging geleid tot lage marges voor de sector, een hoge druk op de leefomgeving en afname van de biodiversiteit. Ondanks de reeds bereikte resultaten om te werken binnen de draagkracht van natuur, klimaat, water en bodem en diergezondheid (one health) en welzijn, liggen er nog grote uitdagingen. Dit vraagt om nieuwe verbindingen en werkwijzen in de hele productieketen, die in balans zijn met de omgeving.

Tegelijkertijd moeten zij voldoende inkomen opleveren voor ondernemers zonder de voedselvoorziening in gevaar te brengen, en moeten negatieve effecten voor de leefomgeving of ecosysteemdiensten elders ter wereld worden vermeden. Naast de landbouw zal ook het landelijk en het bebouwd gebied ingrijpend moeten veranderen. Het land, de bodem en het water in ons land worden intensief gebruikt voor vele doeleinden tegelijk. Deze dienen goed op elkaar afgestemd te worden. Hierbij lopen we steeds vaker tegen de grenzen van het water- en bodemsysteem aan.

Klimaatverandering leidt tot een stijgende zeespiegel, hogere temperaturen, en steeds frequenter voorkomen van wateroverlast of juist extreme droogte. Ook de beschikbaarheid van voldoende goed (drink)water is niet langer vanzelfsprekend. Bodemdaling en lage waterstanden zorgen voor veel schade aan funderingen van gebouwen en extra onderhoud aan wegen en spoorwegen. Ook op de Noordzee, de Cariben en andere grote wateren bestaat grote spanning tussen de gezondheid van het ecosysteem aan de ene kant, en de steeds grotere vraag naar duurzame energie, winning van (bouw)grondstoffen, scheepvaart en voedselvoorziening (met name visserij) aan de andere.

Deze grote uitdagingen vragen ook om een vernieuwing van de kennis- en innovatieagenda. Uitgangspunt daarbij zijn de ambities op het gebied van natuur, landbouw, water en voedsel, zoals verwoord in de missies. Deze hieronder geschetste missies beschrijven een wenkend perspectief voor Nederland: een veerkrachtige natuur en een robuust water- en bodemsysteem die sturend zijn, zowel in de bebouwde omgeving als in een vitaal landelijk gebied, waarin de landbouw, in al haar verscheidenheid, een van de economische dragers is. In Nederland betalen consumenten een eerlijke prijs voor gezonde en duurzame producten en is er voldoende schoon (drink)water beschikbaar voor alle gebruikers. Nederland is klimaatbestendig ingericht en weerbaar tegen hoog water, en in de ondergrond zijn gebruiksfuncties op elkaar afgestemd. Gezonde en biodiverse zeeën en oceanen dragen bij aan onze voedselvoorziening, grondstoffenwinning en bieden ruimte aan opwek van duurzame energie.

De titels van de missies zijn:

  • Veerkrachtige natuur en vitale bodem

  • Duurzame land- en tuinbouw

  • Vitaal landelijk gebied in een klimaatbestendig Nederland

  • Duurzaam en gewaardeerd voedsel, dat gezond, toegankelijk en veilig is

  • Duurzaam en veilig gebruik van de Noordzee en andere grote wateren; Veilige en weerbare delta.

Circulaire economie

In een circulaire economie zijn vrijwel alleen herbruikbare primaire, secundaire en duurzame biogrondstoffen in omloop. Producten worden binnen gesloten kringlopen geproduceerd, gedistribueerd en geconsumeerd. Zodoende wordt de waarde van grondstoffen, materialen en producten zo lang mogelijk behouden, waardoor er bijna geen afval meer is. Het effect is dat we met het gebruik van grondstoffen in productie en consumptie geen CO2-uitstoten, geen vervuiling veroorzaken, de biodiversiteit verbeteren en de leveringszekerheid van grondstoffen verbeteren.

Met het circulair maken van ons grondstoffengebruik, draagt de transitie naar een circulaire economie ook in belangrijke mate bij aan het vergroten van de leveringszekerheid van (kritieke) grondstoffen. Niet voor niets is circulariteit de eerste van vijf handelingsperspectieven in de Nationale Grondstoffenstrategie om de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen te vergroten, die bijvoorbeeld essentieel zijn voor het realiseren van de energietransitie. Daarmee kan ook een belangrijke invulling worden geleverd aan de Europese Critical Raw Materials Act. Ook wordt de koppeling gelegd met de nul-vervuilingsambitie volgend uit de Europese Green Deal en het adresseren van duurzaamheid, circulariteit en veiligheid in de ontwerpfase van een innovatief product of proces versterkt. Daarnaast houden we aandacht voor niet-technologische onderwerpen in de CEtransitie, onder de noemer Vertrouwen, Gedrag en Acceptatie. In het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) zijn concrete doelen voor geselecteerde productgroepen geformuleerd en een uitgebreide set aan maatregelen opgenomen.

De missie circulaire economie is:

  • Nederland wil in 2050 volledig circulair zijn. De milieueffecten van grondstoffengebruik in een circulaire economie, dus van alle Nederlandse productie en consumptie, vallen dan binnen de ‘planetaire’ grenzen.

In de transitie naar een volledig circulaire economie stelt het kabinet in het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023–2030 vier tussendoelen: 1) Vermindering van grondstoffengebruik: we sturen aan op reductie van de grondstoffenvoetafdruk, zowel vanuit productie- als consumptieperspectief. We kijken in hoeverre we aansluiting kunnen zoeken bij de voorgestelde reductiepercentages voor de grondstoffenvoetafdruk binnen de EU-taxonomie van 50 procent in 2030 en 75 procent in 2050. 2) Substitutie: verhoging van het percentage van toegepaste hernieuwbare grondstoffen, zowel secundaire grondstoffen als duurzaam geproduceerde biogrondstoffen. 3) Levensduurverlenging: we sturen op een lange levensduur voor producten en onderdelen, onder meer door hergebruik, refurbishment en reparatie. Voor 2030 streven we naar een maximale verlenging van de levensduur van producten, rekening houdend met productspecifieke condities. 4) Hoogwaardige verwerking: in een circulaire economie recyclen we materialen tot op een gelijkwaardig niveau als het oorspronkelijke materiaal. Dit vraagt om schone, goed gesorteerde inzamelstromen en terugwinning van materialen. Voor een doelstelling voor 2030 hanteren we in ieder geval, in lijn met de EU-kaderrichtlijn afvalstoffen, een doel van 55 procent recycling van stedelijk afval in 2025 en 60 procent in 2030.

6.4 Toelichting op budgetmodules

6.4.1 Personeel

Postdoc

Een postdoc wordt aangesteld bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of onderzoeksorganisatie zoals genoemd in paragraaf 3.1.

Gebruik de tarieven van een senior wetenschappelijk medewerker in de salaristabellen van UNL, en de tarieven van een postdoc bij een umc in de salaristabellen van NFU.

Voor de Postdoc is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van de wetenschappelijke carrière.

Vervanging van de aanvrager

Met deze budgetmodule kan financiering worden aangevraagd voor de kosten van de te vervangen aanvrager. Hiermee kan de werkgever van de betreffende aanvrager de kosten dekken om die vrij te stellen van onderwijs-, begeleidings-, bestuurs- of beheertaken, en onderzoekswerk dat niet gerelateerd is aan het FoI-programma.

De aanvrager mag de tijd die vrijkomt door vervanging alleen inzetten voor werkzaamheden voor het project. In de aanvraag moet beschreven worden welke werkzaamheden in het kader van het project de aanvrager in de vrijgestelde tijd zullen verrichten.

NWO financiert de vervanging op basis van de op het moment van de op de besluitdatum geldende salaristabellen voor een senior wetenschappelijk medewerker (UNL) of postdoc (NFU).

Personeel van hogescholen

Financiering kan worden aangevraagd voor personeel van hogescholen. De tarieven worden bepaald aan de hand van de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. De salarisschaal van de aangevraagde functie bepaalt het tarief uit de HOT-tabel.

6.4.2 Materieel

Financiering kan worden aangevraagd voor:

  • Reiskosten (nationaal en internationaal) worden alleen vergoed op basis van tweede klasse/economy class tarieven

  • Verblijfskosten (worden toegekend op basis van de regels en voorwaarden van het arbeidscontract van het instituut)

  • Congresbezoek (maximaal 2 per jaar)

  • Werkbezoek

  • BTW kan alleen worden opgevoerd als het deel uitmaakt van de kosten voor de fellow

Projectgebonden goederen/diensten:

  • Materiaal kosten voor maken van prototypes

  • Werk door derden (voor ondersteuning/advies voor verwerving IP en advies over oprichting startup; maximaal uurtarief 125 euro/uur)

  • BTW kan alleen worden opgevoerd als het deel uitmaakt van de kosten voor de fellow

Het is niet toegestaan om kosten op te voeren voor:

  • organisatie-infrastructuur en overhead, waaronder een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening en thuiswerkvergoeding.

  • het gebruik en onderhoud van in eigen beheer ontwikkelde wetenschappelijke infrastructuur.

  • reguliere onderwijsactiviteiten.

6.4.3 Indexering

Het tarief op het moment van de besluitdatum is van toepassing. NWO past bij de toekenning zo nodig eenmalig ambtshalve een indexering toe van de loonkosten. Hierbij wordt de datum gehanteerd dat de tarieven ingaan. Indien de datum van bekendmaking van de tarieven later is dan de ingangsdatum, wordt de datum van bekendmaking gehanteerd. De tarieven van de Universiteiten van Nederland (UNL) gaan doorgaans in op 1 juli, van de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (NFU) op 1 augustus en van de Handleiding Overheidstarieven (HOT) op 1 januari.

Ambtshalve indexering heeft geen invloed op het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag. Het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. Bij toewijzing wordt indexering toegepast op het subsidiebedrag.


X Noot
1

Zie paragraaf 6.2 voor een beschrijving van TRL- en SRL-levels.

Naar boven