Beschikking van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat houdende ontheffing voor Heli Service Belgium van het verbod VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte die plaatsvinden boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, Inspectie Leefomgeving en Transport

Datum: 6 oktober 2025

Nummer: ILT-2025/34624

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gelezen het verzoek om ontheffing van 4 september 2025, aangevuld met de e-mail van 12 september 2025 van Heli Service Belgium nv, adres:

Gaasbeeksesteenweg 140, B-1500 Halle, België; telefoonnummer: +32 (0)47-5203968; e-mail: ts@hsb.be;

Overwegende dat:

  • Heli Service Belgium nv vluchten uitvoert als gedeclareerd bij de Belgische Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer Luchtvaart overeenkomstig ORO.DEC.100 van verordening (EU) nr. 965/2012;

  • het doel van de vlucht is het maken van camerabeelden, en tevens het verzamelen en doorgeven van video- en beeldopnamens gemaakt vanaf de grond voor uitzending, ook wel aangeduid als ‘relay’, aan een ontvangststation, van het WK Gravel 2025 boven en rond Maastricht;

  • paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 de mogelijkheid biedt aan (nationale) bevoegde autoriteiten om toestemming te verlenen lager te vliegen dan de minimum vlieghoogten, zoals die voor VFR- vluchten zijn opgenomen in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012;

  • aan de vrijstelling of ontheffing voorschriften kunnen worden verbonden;

  • de vrijstelling of ontheffing onder beperkingen kan worden verleend;

  • het maatschappelijk belang bij de uit te voeren vluchten zodanig is, dat de mogelijkheid wordt geboden deze uit te voeren onder de voorschriften en beperkingen gerelateerd aan SERA;

Gelet op paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 en artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014;

BESLUIT:

Artikel 1

Deze beschikking is van toepassing op de tweemotorige helikopter, vermeld op de eigen verklaring ‘Specialised Operations’, door Heli Service Belgium nv ingediend bij de Belgische Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer Luchtvaart overeenkomstig ORO.DEC.100 van verordening (EU) nr. 965/2012 en waarvan de ontvangst van de verklaring is bevestigd door de Belgische Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer Luchtvaart overeenkomstig ARO.GEN.345. Beide documenten zijn gedurende de vlucht aan boord van de helikopter.

Artikel 2

Aan de gezagvoerder van de in artikel 1 genoemde helikopter wordt op zaterdag 11 en zondag 12 oktober 2025 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012 om een VFR-vlucht uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte die plaatsvindt boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 26, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van het Besluit luchtverkeer 2014 bedoelde luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;

  • b. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, bedraagt 150 meter (500 voet) doch ten minste 30 meter (100 voet) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 100 meter van de helikopter;

  • c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:

    • 1°. overlast voor derden zoveel mogelijk wordt vermeden;

    • 2°. er niet wordt gevlogen beneden de minimum VFR-vlieghoogte over vogelreservaten, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids;

    • 3°. geluidsgevoelige objecten, zoals dierentuinen, ziekenhuizen, penitentiaire inrichtingen etc., worden gemeden;

    • 4°. in geval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;

  • d. de gezagvoerder stelt zich van tevoren op de hoogte met betrekking tot plaatsen die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;

  • e. te allen tijde wordt de vlucht met een zodanige combinatie van hoogte en snelheid uitgevoerd dat de vlieger in staat is om, in geval van een motorstoring, de bebouwing te verlaten;

  • f. de vlucht wordt zodanig uitgevoerd dat niet wordt gevlogen in het gevaarlijke gebied van het hoogtesnelheidsdiagram, aangegeven in het vlieghandboek van de in artikel 1 bedoelde helikopter;

  • g. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende de periode dat dit voor het uitvoeren van de vlucht noodzakelijk is en slechts op het traject zoals dat van tevoren aan de Nationale Politie, eenheid Landelijke Expertise en Operaties, afdeling Luchtvaart, is doorgegeven;

  • h. voor en na de vlucht is de opdracht van de opdrachtgever ter inzage aanwezig zodat deze kan worden gecontroleerd door de Nationale Politie, eenheid Landelijke Expertise en Operaties, afdeling Luchtvaart, of de Inspectie Leefomgeving en Transport;

  • i. er worden geen passagiers vervoerd tijdens de vlucht; alleen de gezagvoerder en taakspecialisten als bedoeld in verordening (EU) nr. 965/2012 zijn toegestaan;

  • j. vluchtuitvoering vindt plaats overeenkomstig het gestelde in deel SPO van verordening (EU) nr. 965/2012;

  • k. er dient, na het ingediende vliegplan, eerst een klaring te zijn verkregen van de betrokken plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst voor vluchten die plaatsvinden binnen het plaatselijke luchtverkeersleidingsgebied;

  • l. tijdens het uitvoeren van de vlucht is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;

  • m. vóór de aanvang van de vlucht worden ingelicht:

    de meldkamer van de Nationale Politie, eenheid Landelijke Expertise en Operaties, afdeling Luchtvaart, tel. +31 (0)88-6623616; e-mail: luchtvaarttoezicht.lx@politie.nl en Inspectie Leefomgeving en Transport; e- mail: aviation-approvals@ilent.nl; en worden de volgende gegevens verstrekt:

    • 1°. naam gezagvoerder(s), registratie en model/type;

    • 2°. route en periode van de voorgenomen vlucht;

    • 3°. het nummer van deze beschikking;

  • n. vóór aanvang van de vlucht die plaatsvindt in het plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied behorende bij de luchthaven Maastricht Aachen Airport wordt gecoördineerd met de Operationele Helpdesk van de Luchtverkeersleiding Nederland, tel. +31 (0)20-4062201;

    e-mail: ops_helpdesk@lvnl.nl; aan de voorwaarden door deze gesteld wordt strikt de hand gehouden;

  • o. voorafgaand aan de vlucht besteedt de aanvrager in de plaatselijke media aandacht aan de uit te voeren vlucht, waarbij ten minste het volgende wordt aangegeven:

    • 1°. het doel van de vlucht;

    • 2°. een zo exact mogelijke omschrijving van de locatie;

    • 3°. de dag en het tijdstip van aanvang en de verwachte duur van de vlucht; en

    • 4°. dat klachten kunnen worden gemeld bij de ontheffinghouder en bij de Inspectie Leefomgeving en Transport, tel. +31 (0)88-4890000; of via het meldformulier op de website www.ILenT.nl/meldformulieren.

    De aanvrager doet deze bekendmaking in de plaatselijke media en stuurt een kopie onder vermelding van het kenmerk van deze ontheffing per e-mail (ILTDocumentManagement@ILenT.nl) aan de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Artikel 3

  • 1. De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en taakspecialist als bedoeld in deel SPO van verordening (EU) nr. 965/2012 bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.

  • 2. Overtreding van de voorschriften van deze beschikking levert een strafbaar feit op.

  • 3. Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften en beperkingen, genoemd in deze beschikking, kan deze ontheffing worden ingetrokken.

Artikel 4

De aanvrager voert bij de voorbereiding van elk project een veiligheidsanalyse uit. Daarbij wordt in kaart gebracht welke risico’s er zijn als gevolg van het uitvoeren van VFR-vluchten beneden de minimum VFR-vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen. Vervolgens worden risicobeperkende maatregelen in kaart gebracht en toegepast, zodanig dat de vlucht op een verantwoorde wijze kan worden uitgevoerd.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 11 oktober 2025 en vervalt met ingang van 13 oktober 2025, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, namens deze, Senior Inspecteur ILT-Luchtvaartautoriteit.

Bezwaarclausule

Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden bezwaar maken.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

U wordt verzocht om bij het bezwaarschrift een kopie van deze beschikking en eventuele andere op de zaak betrekking hebbende stukken te voegen. Tevens ontvangen wij graag uw telefoonnummer dan wel e-mailadres.

Inspectie Leefomgeving en Transport Afdeling Juridische Zaken

Team Bezwaar en Beroep

Postbus 16191

2500 BD Den Haag

U kunt uw bezwaarschrift ook per e-mail verzenden aan: bezwarenilt@ilent.nl.

TOELICHTING

Paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012, geeft de minimum vlieghoogte voor VFR-verkeer. Op basis van paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 en artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 kan ontheffing worden verleend van de voorgeschreven minimum vlieghoogten voor VFR-verkeer.

Heli Service Belgium nv maakt, in opdracht van de NOS, camerabeelden ten behoeve van verslaglegging van het wielerevenement WK Gravel 2025 in de omgeving van Maastricht. Daarnaast zal de helikopter worden ingezet om beeldsignalen vanaf de grond door te zetten naar een ontvangststation, ook wel aangeduid als relayvluchten.

Een deel van de vluchten moet hierbij worden uitgevoerd beneden de minimale vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen.

Deze laagvliegontheffing maakt het mogelijk om vluchten beneden de minimale vlieghoogte, zoals vastgelegd in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f) van verordening (EU) nr. 923/2012, uit te voeren boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen. Vanwege het gebruik van een tweemotorige helikopter kan vluchtuitvoering, onder de voorschriften en beperkingen zoals opgenomen in deze beschikking, verantwoord uitgevoerd worden.

Omdat omwonenden overlast kunnen ervaren als gevolg van deze film- en relayvluchten, moet de aanvrager voorafgaand aan de vluchten in de media bekendmaken wat zij gaat doen en waar men eventueel een klacht kan indienen.

Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften of beperkingen kan deze ontheffing worden ingetrokken.

Naar boven