Samenwerkingsconvenant Landelijk Beraad Arbeidsmarktinfrastructuur

Inleiding

De arbeidsmarkt staat onder druk. Werkgevers kampen met tekorten, terwijl veel mensen die kunnen en willen werken, niet de weg naar duurzaam werk weten te vinden. Dat vraagt om meer dan losse initiatieven, het vraagt om structurele actie en samenwerking van partijen met een belangrijke rol op de arbeidsmarkt. Met deze samenwerking zetten we ons in voor mensen die ondersteuning nodig hebben bij het vinden van nieuw of ander werk. Mensen die vaak willen, maar een extra zetje, goede begeleiding of scholing nodig hebben om daadwerkelijk aan de slag te kunnen. Tegelijkertijd zetten we ons met deze samenwerking in voor werkgevers in hun zoektocht naar voldoende en goed gekwalificeerd personeel, juist ook door de toegang tot dit onbenut arbeidspotentieel beter te organiseren.

We kiezen er samen voor om hierin een stap extra te zetten. Niet naast elkaar, maar met elkaar. Landelijk faciliteren we, zodat er regionaal met kracht en samenhang gewerkt kan worden aan een sterke arbeidsmarkt. We zorgen voor duidelijkheid, voor samenhang in beleid en uitvoering, en voor afspraken die echt het verschil maken voor mensen en bedrijven.

Vanuit dit gedeelde beeld werken de volgende partijen samen in het Landelijk Beraad:

  • Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

  • Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

  • Het Ministerie van Economische Zaken

  • Gemeenten (VNG, en de samenwerkingsverbanden G4 en G40)

  • Divosa

  • UWV

  • SBB

  • De werkgeversorganisaties: VNO-NCW en MKB-Nederland

  • De werknemersorganisaties: FNV, CNV en VCP

  • Het onderwijs: MBO Raad en de NRTO

We richten ons op het stimuleren van samenwerking in de arbeidsmarktregio’s en werken aan oplossingen daar waar hobbels worden ervaren in de samenwerking en in de regio. Dit convenant onderstreept onze gezamenlijke ambitie om deze samenwerking verder te versterken.

Samenwerkingsconvenant Landelijk Beraad

De ondergetekenden/ partijen/ partners

1

De volgende overwegingen in aanmerking nemende:

2

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

3

Artikel 2

Doelstellingen Landelijk Beraad

3

Artikel 3

Publiek-private samenwerkingsvorm

3

Artikel 4

Uitgangspunten voor de samenwerking

3

Artikel 5

Landelijk Beraad

4

Artikel 6

Taken Landelijk Beraad

4

Artikel 7

Landelijke thematafels

4

Artikel 8

Werkwijze

5

Artikel 9

Meerjarenagenda

5

Artikel 10

Evaluatie

5

Artikel 11

Slotbepalingen

5

Artikel 12

Inwerkingtreding

5

Artikel 13

Ongeldigheid

5

Artikel 14

Publicatie Staatscourant

6

Ondertekening

6

De ondergetekenden/ partijen/ partners

  • 1. De Minister van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw M.L.J. Paul, hierna te noemen: “SZW”, namens deze mevrouw A.A.D. Sumter directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie;

  • 2. De Minister van Economische Zaken, de heer V.P.G. Karremans, hierna te noemen: “EZ”, namens deze de heer E. Nijsse directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie,

  • 3. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, hierna te noemen: “OCW”, namens deze mevrouw H.J.B. Karreman plaatsvervangend directeur-generaal Hoger onderwijs, Beroepsonderwijs, Wetenschap en Emancipatie,

  • 4. De Vereniging Nederlandse Gemeenten, namens deze de heer G.J. Bakker programmadirecteur Bestaanszekerheid, hierna te noemen “VNG”,

  • 5. De Vereniging van Directeuren van Overheidsorganen voor Sociale Arbeid, namens deze mevrouw S. Koster directeur, hierna te noemen: “Divosa”,

  • 6. Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, namens deze mevrouw J. Duveen algemeen directeur Werkbedrijf, hierna te noemen “UWV”,

  • 7. Het Verbond van Nederlandse Ondernemingen – Nederlands Christelijke Werkgeversbond, namens deze de heer J. de Haan, manager Sociale Zaken, Onderwijs en Gezondheid, hierna te noemen “VNO-NCW”,

  • 8. De Koninklijke Vereniging MKB-Nederland, namens deze de heer J. de Haan, manager Sociale Zaken, Onderwijs en Gezondheid, hierna te noemen “MKB-Nederland”,

  • 9. De Federatie Nederlandse Vakbeweging, namens deze de heer D. Koerselman interim-voorzitter, hierna te noemen “FNV”,

  • 10. Het Christelijk Nationaal Vakverbond, namens deze de heer J.P.H. Daems bestuurslid, hierna te noemen “CNV”,

  • 11. De Vakcentrale voor Professionals, namens deze de heer A.P.C.M van Holstein voorzitter, hierna te noemen ”VCP”,

  • 12. De vereniging MBO Raad, namens deze de heer W. Moes bestuurslid, hierna te noemen “MBO Raad”,

  • 13. De Nederlandse Raad voor Training en Opleiding, namens deze mevrouw C. Stevens-Meewis directeur, hierna te noemen “NRTO”,

  • 14. De Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven, namens deze mevrouw J.C.W. Vlug directievoorzitter, hierna te noemen ”SBB”.

De partijen genoemd onder 7 en 8 worden aangeduid als “werkgeversorganisaties”

De partijen genoemd onder 9, 10 en 11 worden aangeduid als “werknemersorganisaties”

De partijen genoemd onder 12 en 13 worden aangeduid als “onderwijs”

Alle partijen genoemd onder 1 tot en met 14 worden hierna gezamenlijk aangeduid als “kernpartners”.

De volgende overwegingen in aanmerking nemende:

  • Een baan biedt mensen niet alleen bestaanszekerheid, maar ook trots en ontwikkeling. Mensen willen aan het werk blijven of nieuw werk vinden dat bij hen past. Dat vraagt om de juiste ondersteuning: kansen om te leren en zich te ontwikkelen, begeleiding naar werk en zicht op een duurzame plek op de arbeidsmarkt. Zeker voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of een complexe hulpvraag is gerichte dienstverlening essentieel. Tegelijkertijd zoeken werkgevers naar medewerkers met de juiste kennis en vaardigheden. In een arbeidsmarkt die continu verandert, groeit de noodzaak dat werkenden en werkzoekenden zich blijven ontwikkelen om inzetbaar te blijven – nu en in de toekomst. Deze opgaven vragen om een effectieve en goed georganiseerde arbeidsmarktdienstverlening. Niet alleen omdat het nodig is, maar ook omdat het onze gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid is. Artikel 19 van de Grondwet onderstreept dat: de overheid draagt zorg voor voldoende werkgelegenheid, beschermt werkenden en erkent ieders recht op vrije arbeidskeuze;

  • Essentieel voor het verbeteren van de arbeidsmarktdienstverlening is de versterking van de strategische samenwerking tussen de publiek en private partijen waardoor een duurzame en hechte verbinding ontstaat tussen het sociale, economische en onderwijs domein in de arbeidsmarktregio en landelijk;

  • De basis van de samenwerking in het Landelijk Beraad wordt gevormd tussen publieke en private partijen;

  • In de Kamerbrief van 29 april 20241 heeft het Ministerie van SZW, met mede ondertekening van de Ministeries van EZ en OCW, aangegeven om, in afstemming met de kernpartners, de arbeidsmarktinfrastructuur te hervormen en met kaders te komen voor het structureel borgen van een gezamenlijke publiek-private governance;

  • De publiek-private samenwerking op nationaal en regionaal niveau is een strategische netwerksamenwerking gericht op het verbeteren van de arbeidsmarktdienstverlening en het goed functioneren van de regionale arbeidsmarkten. De kernpartners hebben ieder hun eigen (wettelijke) taken en verantwoordelijkheden in relatie tot de arbeidsmarktdienstverlening. De netwerksamenwerking treedt niet in de plaats van deze eigen taken en verantwoordelijkheden maar is aanvullend en versterkend;

  • Kernpartners hebben afgesproken in het kader van de hervorming van de arbeidsmarkinfrastructuur de samenwerking opnieuw in tichten en hiervoor samenwerkingsafspraken te maken en deze vast te leggen in een samenwerkingsconvenant;

  • Tot de kernpartners die deel uitmaken van het Landelijk Beraad behoren ook de samenwerkingsverbanden G40 Stedennetwerk (hierna: “G40”) en 4 Grote Gemeenten (hierna: “G4”). Nu G40 en G4 geen juridische entiteiten betreffen, zijn zij weliswaar geen mede-ondertekenaars van het convenant, maar steunen zij onverkort de in dit convenant opgenomen uitgangspunten. G4 en G40 worden in het Landelijk Beraad vertegenwoordigd door de gemeente die namens deze samenwerkingsverbanden wordt afgevaardigd.

Verklaren

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit convenant wordt verstaan onder:

1. Arbeidsmarktregio’s:

de arbeidsmarktregio’s zoals aangewezen in het Besluit werkgebieden UWV;

2. Centrumgemeenten:

de centrumgemeenten zoals bedoeld in artikel 2.4 Besluit SUWI jo. artikel 1.8 Regeling SUWI, zijn belast met regie op de regionale samenwerking en het beheer van de daarvoor beschikbaar gestelde middelen;

3. Gemeenten:

zowel de VNG als de samenwerkingsverbanden G40 en G4;

4. Kernpartners:

partijen die deel uitmaken van het Landelijk Beraad;

5. Landelijk Beraad:

het Landelijk Beraad is een strategisch overleg over het arbeidsmarktbeleid op landelijk niveau. Het Landelijk Beraad bestaat uit de Ministeries van SZW, EZ en OCW, gemeenten, Divosa, UWV, onderwijs (MBO raad en NRTO), SBB, werkgevers- en werknemersorganisaties en G40 en G4;

6. Landelijke meerjarenagenda:

meerjarige afspraken en ambities over het arbeidsmarktbeleid vanuit het perspectief van toeleiding naar (ander) werk van mensen met een (complexe) hulpvraag en in verbinding met de sociale, economische en ontwikkelopgaven;

7. Regionaal Beraad:

het Regionaal Beraad is het strategisch overleg van de arbeidsmarktregio. Het Regionaal Beraad bestaat uit (centrum)gemeenten, UWV, SBB, werkgevers- en werknemersorganisaties en onderwijs (een aangewezen contactschool, een MBO instelling tenzij anders overeengekomen) en stelt de regionale meerjarenagenda op;

8. Strategische partners:

partijen die deel uitmaken van de landelijke strategische samenwerking als partner bij een thematafel;

9. Thematafel:

overleg verbonden aan het Landelijk Beraad voor beleidsafstemming en beleidsontwikkeling, vooral praktijk- en actiegericht ingestoken.

Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar het mannelijke geslacht een verwijzing naar het vrouwelijke geslacht of een andere gender(identiteit) in en omgekeerd.

Artikel 2 Doelstellingen Landelijk Beraad

Kernpartners en strategische partners werken samen aan een goed werkende (regionale) arbeidsmarktinfrastructuur in Nederland ten behoeve van een goede toeleiding van mensen naar (ander) werk. De samenwerkende partners zetten zich gezamenlijk in voor de realisatie van de volgende doelstellingen, met het oog op het bevorderen van duurzaam werk en een goede ondersteuning voor werkzoekenden, werknemers en werkgevers:

  • het ontwikkelen van en uitvoering geven aan de landelijke meerjarenagenda;

  • het bevorderen van de samenhang tussen landelijke en regionale arbeidsmarktinitiatieven;

  • het versterken van de publiek-private samenwerking op landelijke en regionaal niveau.

Artikel 3 Publiek-private samenwerkingsvorm

Het Landelijk Beraad is een strategische netwerksamenwerking tussen publieke en private partijen. Het Landelijk Beraad is geen juridische entiteit. De kernpartners dragen geen bevoegdheden over aan het Landelijk Beraad. Iedere deelnemende publieke en private partij draagt vanuit de eigen doelen of taken bij aan de uitvoering van de gezamenlijk geformuleerde ambities.

Artikel 4 Uitgangspunten voor de samenwerking

Voor een effectieve en efficiënte publiek-private samenwerking in netwerkverband hanteren de kernpartners de volgende uitgangspunten:

  • Voor wie doen we het: de kernpartners werken samen met als doel om duurzaam werk te bevorderen, de ontwikkeling van mensen te bevorderen met het oog op arbeidsdeelname, goede ondersteuning te bieden voor werkzoekenden en werknemers en werkgevers aan voldoende gekwalificeerd personeel te helpen. Hierbij is een focus op mensen in een kwetsbare positie;

  • Praktijkgericht: het Landelijk Beraad adresseert beleidsdoelen naar aanleiding van onder meer input en signalen vanuit de regionale praktijk;

  • Publiek-private samenwerking: het Landelijk Beraad is een belangrijke plek voor samenwerking tussen publieke en private partijen en daarmee een katalysator voor vernieuwende ideeën en het betrekken van de vraagstukken in de regio;

  • Gezamenlijke verantwoordelijkheid: de kernpartners zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het realiseren van de gezamenlijke doelstellingen ten behoeve van de samenwerking. De kernpartners hebben oog voor elkaars positie en belangen en streven naar consensus bij het maken van afspraken;

  • Resultaatgericht: de kernpartners zijn vanuit de gezamenlijke doelen gericht op het bereiken van zichtbare resultaten. De kernpartners monitoren periodiek de uitvoering van de gemaakte beleidskeuzes;

  • Gelijkwaardigheid: in deze publiek-private samenwerking geldt gelijkwaardigheid ten aanzien van ieders expertise en hiermee realiseren de kernpartners toegevoegde waarde;

  • Kwaliteit: in de samenwerking zijn de kernpartners gericht op het borgen en onderhouden van de kwaliteit van het overleg en de uitvoering;

  • Transparantie: de kernpartners zijn open, voorspelbaar en navolgbaar in hun bijdrage aan het overleg;

  • Samenwerking en vertrouwen: de kernpartners investeren in de onderlinge relaties. Er is commitment aan de gezamenlijke opgave en de amenwerking, afspraken in het Landelijk Beraad worden actief uitgedragen naar de achterban en regio’s. Hiermee vervullen partijen een voorbeeld voor de samenwerking in de regio. De kernpartners hebben oog voor elkaars positie en situatie, er is ruimte om dit te benoemen en er is inzet om elkaar te begrijpen ook als er spanningen zijn;

  • Leren en ontwikkelen: de kernpartners zien elkaar als een lerend netwerk duurzaam gericht op verbeteringen;

  • Integriteit: de kernpartners handelen integer en in overeenstemming met voor hun geldende governance-codes en partijen evalueren periodiek hun handelen.

Artikel 5 Landelijk Beraad

  • 1. Iedere kernpartner wordt in het Landelijk Beraad vertegenwoordigd door ten minste één natuurlijk persoon (de vertegenwoordiger).

    • Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

    • Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

    • Het Ministerie van Economische Zaken

    • VNG, alsmede G4 en G40

    • Divosa

    • UWV

    • SBB

    • De werkgeversorganisaties: VNO-NCW, MKB-Nederland

    • De werknemersorganisaties: FNV, CNV, VCP

    • Het onderwijs: MBO Raa, NRTO

  • 2. Iedere vertegenwoordiger draagt bij afwezigheid zorg voor een plaatsvervangend vertegenwoordiger. Dit kan iemand uit de eigen organisatie betreffen alsmede een andere kernpartner.

  • 3. Iedere vertegenwoordiger heeft of draagt zorg voor de bevoegdheid om namens de organisatie die vertegenwoordigd wordt, afspraken in het Landelijk Beraad te maken.

  • 4. Het voorzitterschap van het Landelijk Beraad wordt vervuld door de directeur-generaal sociale zekerheid en integratie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Bij afwezigheid wordt een kernpartner als plaatsvervanger gevraagd.

Artikel 6 Taken Landelijk Beraad

Het Landelijk Beraad kent de volgende taken:

  • 1. Het maken van afspraken over de inhoud van de landelijke meerjarenagenda;

  • 2. Het monitoren en eventueel bijstellen van de meerjarenagenda;

  • 3. Het monitoren van ontwikkelingen in de arbeidsmarktregio’s;

  • 4. Het faciliteren van de regionale beraden bij de uitvoering van hun taken;

  • 5. Het afstemmen van landelijke en regionale arbeidsmarktinitiatieven;

  • 6. Het bevorderen van de publiek-private samenwerking in de arbeidsmarktregio’s;

  • 7. Het delen van kennis over arbeidsmarktontwikkelingen en arbeidsmarktdienstverlening;

  • 8. Het signaleren en agenderen van landelijke en regionale knelpunten binnen het gezamenlijke netwerk.

Artikel 7 Landelijke thematafels

  • 1. Het Landelijk Beraad kan (tijdelijke) thematafels instellen die werken aan specifieke onderwerpen die betrekking hebben op beleid en dienstverlening gericht op de toeleiding naar (ander) werk.

  • 2. De thematafel wordt met een afgebakende opdracht opgericht, specifiek gekoppeld aan de landelijke meerjarenagenda.

  • 3. De thematafel wordt georganiseerd door de kernpartner die eigenaar of de meest betrokken partij is bij het vraagstuk, tenzij anders afgesproken.

  • 4. Aan de thematafel participeren vertegenwoordigers van kernpartners en strategische partners.

  • 5. Wanneer een organisatie deelneemt aan een thematafel, wordt dit een strategische partner van het Landelijk Beraad.

  • 6. De thematafel kiest uit zijn midden een voorzitter.

  • 7. Er kunnen ook bestaande overlegstructuren worden verbonden aan het Landelijk Beraad om kennis en expertise van elkaar te benutten. Dit betreft dan geen specifieke thematafel van het Landelijk Beraad.

Artikel 8 Werkwijze

  • 1. Het Landelijke Beraad komt tenminste vier keer per jaar bijeen op uitnodiging van de voorzitter. Op verzoek van één of meerdere kernpartners kan een extra vergadering van het Landelijk Beraad worden belegd.

  • 2. Het Landelijk Beraad is een netwerksamenwerking en geen besluitvormend orgaan. Bij het maken van gezamenlijke keuzes wordt gestreefd naar consensus.

  • 3. Het Ministerie van SZW draagt zorg voor het secretariaat van het Landelijk Beraad.

  • 4. De agenda van het Landelijk Beraad wordt voorbereid door een agendacommissie. De agendacommissie bestaat uit de kernpartners.

Artikel 9 Meerjarenagenda

  • 1. Het Landelijk Beraad maakt afspraken over de landelijke meerjarenagenda arbeidsmarkt. De meerjarenagenda bestaat uit een beleidsdee met een looptijd van vijf jaar en een uitvoeringsdeel met een looptijd van twee jaar.

  • 2. Het beleidsdeel bevat een analyse van de landelijke arbeidsmarkt en een overzicht van de ambities die hieruit voortkomen. De analyse beslaat:

    • de aanbodkant van de arbeidsmarkt;

    • de vraagkant van de arbeidsmarkt;

    • de mismatch en de wijze waarop deze kan worden verminderd.

  • 3. In het uitvoeringsdeel worden de ambities uit de beleidsagenda uitgewerkt naar concrete bespreekpunten en activiteiten.

Artikel 10 Evaluatie

Het Landelijk Beraad draagt iedere twee jaar zorg voor een evaluatie van de samenwerking.

Artikel 11 Slotbepalingen

  • 1. Na consensus in het Landelijk Beraad kunnen één of meerdere andere partijen toetreden tot het Landelijk Beraad, welke dan, na ondertekening van het onderhavige convenant, eveneens als kernpartner worden aangemerkt.

  • 2. Het samenwerkingsconvenant kan door kernpartners, met opgaaf van redenen, tussentijds schriftelijk worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. Een eventuele opzegging wordt gericht aan het Ministerie van SZW. Kernpartners kunnen in onderling overleg en wederzijds akkoord (schriftelijk) besluiten af te wijken van de opzegtermijn.

  • 3. Wanneer een kernpartij het convenant rechtsgeldig heeft opgezegd, blijft het convenant voor de overige kernpartners in stand voor zover de inhoud en de strekking van het convenant zich daar niet tegen verzet.

  • 4. Het samenwerkingsconvenant wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Het samenwerkingsconvenant kan worden gewijzigd of beëindigd naar aanleiding van wijziging van wet- of regelgeving.

  • 5. Na consensus in het Landelijk Beraad kan het samenwerkingsconvenant worden gewijzigd.

  • 6. Dit convenant is niet in rechte afdwingbaar en eventuele geschillen trachten de kernpartners op te lossen in onderling overleg.

  • 7. De kernpartners geven door ondertekening van dit convenant toestemming om dit convenant geanonimiseerd openbaar te maken en te publiceren op de eigen website.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1. Het samenwerkingsconvenant treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 13 Ongeldigheid

  • 1. Indien een of meer bepalingen van het convenant ongeldig blijken te zijn, treden de kernpartners in overleg teneinde het convenant zodanig te wijzigen, dat het geen ongeldige bepalingen meer bevat en dat het doel dat met het convenant wordt beoogd zoveel mogelijk in stand wordt gehouden dan wel wordt bereikt.

Artikel 14 Publicatie Staatscourant

  • 1. Binnen 4 weken na ondertekening van dit convenant wordt de tekst daarvan gepubliceerd in de Staatscourant.

  • 2. Bij wijzigingen in het convenant vindt het eerste lid overeenkomstige toepassing.

  • 3. Van toetreden, uittreden, opzeggen of ontbinden wordt melding gemaakt in de Staatscourant.

Ondertekening

Aldus overeengekomen en in veertienvoud ondertekend,

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Namens deze, A.A.D. Sumter, directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie

Den Haag, 19 september 2025

De Minister van Economische Zaken Namens deze, E. Nijsse, directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie

Den Haag, 1 oktober 2025

Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Namens deze, H.J.B. Karreman, plaatsvervangend directeur-generaal Hoger onderwijs, Beroepsonderwijs, Wetenschap en Emancipatie

Den Haag, 16 september 2025

De Vereniging Nederlandse Gemeenten Namens deze, G.J. Bakker, programmadirecteur Bestaanszekerheid

Den Haag, 19 september 2025

De Vereniging van Directeuren van Overheidsorganen voor Sociale Arbeid Namens deze, S. Koster, directeur

Utrecht, 22 september 2025

Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen Namens deze, J. Duveen, algemeen directeur Werkbedrijf

Amsterdam, 16 september 2025

Het Verbond van Nederlandse Ondernemingen – Nederlands Christelijke Werkgeversbond Namens deze, J. de Haan, manager Sociale Zaken, Onderwijs en Gezondheid

Den Haag, 22 september 2025

De Koninklijke Vereniging MKB-Nederland Namens deze, J. de Haan, manager Sociale Zaken, Onderwijs en Gezondheid

Den Haag, 22 september 2025

De Federatie Nederlandse Vakbeweging Namens deze, D. Koerselman, interim-voorzitter

Utrecht, 16 september 2025

Het Christelijk Nationaal Vakverbond Namens deze, J.P.H. Daems, bestuurslid

Utrecht, 11 september 2025

De Vakcentrale voor Professionals Namens deze, A.P.C.M van Holstein, voorzitter

Den Haag, 17 september 2025

De vereniging MBO Raad Namens deze, W. Moes, bestuurslid

Den Haag, 22 september 2025

De Nederlandse Raad voor Training en Opleiding Namens deze, C. Stevens-Meewis, directeur

Houten, 18 september 2025

De Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven Namens deze, J.C.W. Vlug, directievoorzitter

Zoetermeer, 17 september 2025


X Noot
1

Kamerstukken II 2023/2024, 33 566 nr. 109

Naar boven