Verklaring veilig gebruik luchtruim ten behoeve VVGB art. 8.9 van de Wet luchtvaart, Inspectie Leefomgeving en Transport

Datum: 30 september 2025

Nummer: ILT-2025/34620

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gelezen de aanvraag van de Provincie Gelderland, ontvangen op 11 september 2025,voor een verklaring veilig gebruik luchtruim voor Windpark Beuningen in de buurt van Helikopterluchthaven Vonk gelegen aan de Bentenlaan 3 te Winssen;

Gezien:

De hoogte van de windturbines die invloed kunnen hebben op de vliegveiligheid van de helikopterluchthaven Vonk, Luchthavenregeling Vonk te Winssen en kaarten van het rapport van ADECS Infra;

Overwegende dat:

  • De verklaring van geen bezwaar, zoals bedoeld in artikel 8.9 die volgens artikel 8.49, tweede lid, van de Wet luchtvaart niet in werking treedt dan nadat de Minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft verklaard dat het veilig gebruik van het luchtruim door het luchthavenluchtverkeer is gewaarborgd;

  • De locaties van de windturbines als volgt zullen zijn, met een minimale tiphoogte van 215 meter en een maximale tiphoogte van 245 meter:

    • WTB 1: 51° 51’ 59.98”N, 005° 40’ 56.22”E

    • WTB 2: 51° 51’ 51.47”N, 005° 41’ 20.89”E

    • WTB 3: 51° 51’ 07.16”N, 005° 42’ 36.35”E

    • WTB 4: 51° 51’ 07.03”N, 005° 43’ 23.33”E

    • WTB 5: 51° 50’ 57.12”N, 005° 44’ 11.00”E

Gelet op artikel 8.49, tweede lid, jo. Artikel 8.64, zesde lid, van de Wet luchtvaart;

Besluit:

Artikel 1

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat verklaart dat het veilig gebruik van het luchtruim door het luchthavenluchtverkeer, zoals opgenomen in het luchthavenregeling helikopterluchthaven Vonk te Wissen, is gewaarborgd op grond van de door de provincie aangeleverde informatie die is beoordeeld op technisch-operationele veiligheidscriteria, voortvloeiende uit nationale luchtvaartwet- en regelgeving.

Artikel 2

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant en geldt voor onbepaalde tijd.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Namens deze, Senior Inspecteur ILT-Luchtvaartautoriteit.

Bezwaarclausule

Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden bezwaar maken.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

U wordt verzocht om bij het bezwaarschrift een kopie van deze beschikking en eventuele andere op de zaak betrekking hebbende stukken te voegen. Tevens ontvangen wij graag uw telefoonnummer dan wel e-mailadres.

Inspectie Leefomgeving en Transport

Afdeling Juridische Zaken

Team Bezwaar en Beroep

Postbus 16191

2500 BD Den Haag

U kunt uw bezwaarschrift ook per e-mail verzenden aan: bezwarenilt@ilent.nl.

TOELICHTING

Helikopterluchthaven Vonk te Winssen ligt nabij het plangebied voor windpark Beuningen. Tijdens het vergunningsproces voor het windpark is vastgesteld dat een verklaring veilig gebruik luchtruim (VVGL) vereist is om te waarborgen dat de windturbines de vliegveiligheid niet negatief beïnvloeden. De provincie Gelderland heeft daarom bij de Inspectie Leefomgeving en Transport-Luchtvaartautoriteit een aanvraag voor een VVGL ingediend.

Helikopterluchthaven Vonk beschikt over een luchthavenregeling. Voor helikopterluchthavens gelden de bepalingen uit hoofdstuk 3 van de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen (RVGLT). Artikel 23, onderdeel b van de RVGLT bepaalt dat in- en uitvliegsectoren obstakelvrije stroken moeten bezitten. Deze eis beoogt het luchtruim rond luchthavens vrij te houden van obstakels voor veilige vliegoperaties. Van deze eis kan worden afgeweken indien uit aeronautisch onderzoek blijkt dat de vliegveiligheid niet in het geding komt.

ADECS heeft een aeronautisch onderzoek uitgevoerd naar de effecten van windpark Beuningen op de vliegoperaties. Uit dit onderzoek blijkt dat:

  • De obstakelvrije stroken vrij blijven van windturbines

  • De windturbines met een minimale tiphoogte van 215 meter en maximale tiphoogte van 245 meter NAP geen conflict vormen met de hoogtebeperkingen uit de RVGLT

  • Mogelijke zog-effecten (wake-effecten) van windturbines op landingsoperaties zijn geïdentificeerd

Voor zog-effecten bestaat geen specifiek wettelijk toetsingskader. Het internationale onderzoek naar deze effecten is beperkt. Er bestaan technische oplossingen, zoals systemen die windturbines stilzetten bij ongunstige windrichtingen tijdens vliegoperaties. De implementatie hiervan betreft een operationele afspraak tussen de exploitanten en valt buiten de scope van de VVGL beoordeling.

Op basis van het aeronautisch onderzoek en de beoordeling van de ILT-Luchtvaartautoriteit wordt geconcludeerd dat windpark Beuningen geen negatieve invloed heeft op de luchtvaartveiligheid en niet leidt tot operationele beperkingen voor helikopterluchthaven Vonk. De afgifte van een VVGL is daarom gerechtvaardigd.

Windturbines dienen te worden voorzien van obstakelverlichting conform de voorschriften zoals opgenomen in het informatieblad “Aanduiding van windturbines en windparken op het Nederlandse vasteland”. Voor de plaatsing van de verlichting dient een verlichtingsplan te worden opgesteld en ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)-Luchtvaartautoriteit. In dit plan dient te worden aangetoond dat de windturbines voldoen aan de eisen van het genoemde informatieblad. Voor windpark Beuningen is deze al goedgekeurd door de ILT-Luchtvaartautoriteit.

Daarnaast vormen windturbines obstakels voor het luchtverkeer. Om de luchtvaartveiligheid te waarborgen, worden de locaties en hoogtes van windturbines gepubliceerd op de luchtvaartkaarten van de luchtverkeersleiding. Om dit te faciliteren, moeten de windturbines tijdens realisatie worden gemeld bij de ILT-Luchtvaartautoriteit middels het meldformulier Luchtvaartobstakels.

Naar boven