Organisatiebesluit VRO 2025

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

gelet op artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011,

gelet op het Organisatiebesluit BZK 2025,

besluit

vast te stellen het navolgende Organisatiebesluit VRO:

Artikel 1. Inleidende bepaling

a. Ministerie:

het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;

b. Minister:

de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;

c. bewindspersoon:

de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

d. secretaris-generaal:

de secretaris-generaal van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

Artikel 2. Het Ministerie

Het Ministerie bestaat uit de secretaris-generaal en de directeur Financieel-Economische Zaken.

Artikel 3. De Secretaris-Generaal

  • 1. Overeenkomstig artikel 1 van het Besluit regeling functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499), is de secretaris-generaal belast met de volgende taken:

    • a. het informeren en adviseren van de bewindspersoon over aangelegenheden, de bewindspersoon of het Ministerie betreffende;

    • b. het zorgdragen voor de coördinatie en integratie van beleidsvoorbereiding, beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering binnen het Ministerie;

    • c. het uitoefenen van de algemene controlfunctie bij het Ministerie;

    • d. het functioneel leiding geven aan de directeuren-generaal die vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties taken uitvoeren voor het Ministerie en de directeur FEZ;

    • e. het geven van uitvoering aan de Regeling audit committees van het Rijk;

    • f. het verlenen of weigeren van goedkeuring van besluiten tot uitzonderingen op de aanbestedingsregelgeving;

    • g. de continuïteitsverantwoordelijkheid van het Rijksvastgoedbedrijf.

  • 2. De secretaris-generaal werkt samen met de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op basis van de afspraken die zijn vastgelegd (Besturingsafspraken).

Artikel 4. De directeur FEZ

  • 1. De directeur Financieel-Economische Zaken geeft functioneel leiding aan de ambtenaren van de directie FEZ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die de taken verrichten voor het Ministerie zoals omschreven in het Organisatiebesluit BZK 2025.

  • 2. De directeur Financieel-Economische Zaken bekleedt de functie van coördinerend directeur Inkoop (CDI) van het Ministerie en heeft vanuit die hoedanigheid onder meer de volgende taken:

    • a. het stellen van kaders voor het inkoopbeleid van het Ministerie;

    • b. de coördinatie van de inkoopfunctie en het contractbeheer van het Ministerie;

    • c. de centrale ondersteuning en advisering bij inkoopvraagstukken;

    • d. het adviseren van de (gemandateerd) continuïteitsverantwoordelijken van de rijksbrede inkoopcategorieën binnen het Ministerie.

Artikel 5. Beheer

Wijziging van dit besluit is voorbehouden aan de Minister en geschiedt op voordracht van de directeur P&O van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 6. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2025.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: Organisatiebesluit VRO 2025.

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, M.C.G. Keijzer

TOELICHTING

Algemeen

Het Organisatiebesluit VRO 2025 is vastgesteld op basis van artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011. Dit artikel schrijft voor dat de organisatie van een Ministerie bij beschikking wordt vastgesteld.

Met de (politieke) keuze voor het inrichtingsmodel ‘twee ministeries, één organisatie’ wordt de ambtelijke ondersteuning van de Minister van VRO vanuit één organisatie geborgd. Die ambtelijke organisatie is onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) gepositioneerd.

Binnen het Ministerie van VRO wordt een secretaris-generaal benoemd en een directeur Financieel-Economische Zaken (FEZ) te werk gesteld. Dit organisatiebesluit regelt de taken van deze functionarissen.

Artikel 3

In artikel 3 is de taak van de secretaris-generaal van het Ministerie van VRO omschreven. Omdat de ambtelijke organisatie onder het Ministerie van BZK is gepositioneerd, is de Minister van BZK voor alle dienstonderdelen en de daarbij werkzame personen hiërarchisch verantwoordelijk, ook als deze dienstonderdelen (volledig of ten dele) werkzaamheden verrichten voor het Ministerie van VRO. Dat betekent dat het Ministerie van BZK, in de persoon van de secretaris-generaal van BZK, alle zogenaamde PIOFACH-verantwoordelijkheden draagt voor deze dienstonderdelen en medewerkers.

De algemene controlfunctie, zoals benoemd in onderdeel c van dit artikel, ziet – gelet op het voorgaande – niet op de datgene wat de bedrijfsvoering van het ministerie raakt. Die verantwoordelijkheid ligt bij de secretaris-generaal van het Ministerie van BZK.

Gelet op de portefeuille van de Minister van VRO, zoals dat bij koninklijk besluit van 2 juli 2024 is vastgesteld, is de Minister van VRO ministerieel verantwoordelijk voor alle taken op het gebied van Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Dat betekent dat het Ministerie van VRO, in de persoon van de secretaris-generaal van VRO, de functionele verantwoordelijkheid draagt voor het beleid en de beleidsuitvoering ten aanzien van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Dit is geregeld in onderdeel d van dit artikel.

De ministeriële verantwoordelijkheid voor al hetgeen het agentschap Rijksvastgoedbedrijf uitvoert, ligt bij de Minister van VRO. Om die reden is de rol van continuïteitsverantwoordelijke zoals bedoeld in de Regeling agentschappen 2024 belegd bij de secretaris-generaal van VRO. Dit is geregeld in onderdeel g van dit artikel. Het Rijksvastgoedbedrijf kent meerdere beleidsverantwoordelijken (zoals bedoeld in de Regeling agentschappen 2024).

In het tweede lid van dit artikel wordt verwezen naar zogenaamde Besturingsafspraken. Dit document beoogt nadere duidelijkheid te verschaffen over de taakverdeling tussen de secretaris-generaal van het Ministerie van BZK, de secretaris-generaal van het Ministerie van VRO. De afspraken beperken zich enkel tot deze functies, omdat bij deze functies geen hiërarchische escalatiemogelijkheden bestaan.

Artikel 4

De scheiding tussen functioneel en hiërarchisch leidinggeven, zoals deze geldt voor de secretarissen-generaal van BZK en VRO, geldt ook voor de directeur FEZ die werkzaam is voor het Ministerie van VRO.

Naar boven