Besluit van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 28 september 2025, nr. WJZ/100079453, houdende aanwijzing van terreinen met populaties van half wilde paardachtigen die zijn uitgezonderd van de identificatieplicht (Besluit uitzondering identificatieplicht half wilde paardachtigen) [KetenID WGK28127]

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

Gelet op artikel 60 van verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (Pb EU 2019, L 314) en artikel 4.8 van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren;

Besluit:

ARTIKEL I

In de tabel in artikel 1 van het Besluit uitzondering identificatieplicht half wilde paardachtigen wordt na de rij die betrekking heeft op ‘Slufter‘ de volgende rij ingevoegd:

Tiengemeten

3267 LE

Goudswaard

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 28 september 2025

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma

Belanghebbenden kunnen bezwaar maken binnen zes weken na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het besluit wordt geplaatst. Het bezwaarschrift moet door de indiener zijn ondertekend en bevat ten minste zijn naam en adres, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden waarop het bezwaar rust. Dit bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Afdeling Juridische Zaken, Postbus 40219, 8004 DE Zwolle.

TOELICHTING

In artikel 58 van gedelegeerde verordening (EU) 2019/20351 is bepaald dat exploitanten van paardachtigen ervoor zorgen dat elke paardachtige wordt geïdentificeerd met een injecteerbare transponder en een uniek levenslang geldig identificatiedocument (paardenpaspoort).

Op grond van artikel 60 van deze verordening kunnen lidstaten populaties van half in het wild levende paardachtigen aanwijzen die alleen geïdentificeerd hoeven te worden als ze uit die populatie worden gehaald. De criteria waaronder een terrein met populaties van half in het wild levende paardachtigen kan worden aangewezen zijn:

  • op de terreinen leven populaties van half in het wild gehouden paardachtigen;

  • het terrein bestrijkt een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 100 ha; en

  • de effectieve veedichtheid bedraagt op gemiddelde jaarbasis minder dan 0,5 dieren ouder dan twaalf maanden per hectare.

Met dit besluit wordt één terrein aan de bestaande lijst (opgenomen in het Besluit uitzondering identificatieplicht half wilde paardachtigen) toegevoegd.

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma


X Noot
1

Gedelegeerde verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (Pb EU 2019, L 314).

Naar boven