Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2025, 33208 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2025, 33208 | overige overheidsinformatie |
Regieorgaan SIA
Januari 2026
|
1 |
Overzicht en inleiding |
1 |
|
|---|---|---|---|
|
1.1 |
Kort overzicht |
1 |
|
|
1.2 |
Inleiding |
2 |
|
|
1.3 |
Achtergrond |
2 |
|
|
2 |
Doel |
2 |
|
|
2.1 |
Doelstelling van het programma |
2 |
|
|
2.2 |
Doelstelling van de regeling |
4 |
|
|
2.3 |
Maatschappelijke impact van onderzoek |
5 |
|
|
3 |
Opstellen en indienen |
5 |
|
|
3.1 |
Tijdpad |
5 |
|
|
3.2 |
Wie kan aanvragen |
5 |
|
|
3.3 |
Wat kan worden aangevraagd |
6 |
|
|
3.4 |
Aanvraag opstellen en indienen in ISAAC |
8 |
|
|
3.5 |
Voorwaarden voor in behandeling nemen |
10 |
|
|
4 |
Beoordeling |
10 |
|
|
4.1 |
Criteria |
10 |
|
|
4.2 |
Beoordelingsprocedure |
11 |
|
|
4.3 |
Richtlijnen en kaders voor de beoordeling |
12 |
|
|
5 |
Na de toewijzing |
13 |
|
|
5.1 |
Start van het traject |
13 |
|
|
5.2 |
Monitoring en projectbeheer |
13 |
|
|
5.3 |
Richtlijnen en kaders voor uitvoering van het traject |
14 |
|
|
5.4 |
Onderzoeksresultaten – Open Science |
15 |
|
|
5.5 |
Afronding |
16 |
|
|
5.6 |
Aanvullende bepalingen |
16 |
|
|
5.7 |
Evaluatie |
16 |
|
|
6 |
Contact |
16 |
|
|
6.1 |
Vragen over de financiering van aanvragen? |
16 |
|
|
6.2 |
Vragen over de inhoud van deze ronde? |
16 |
|
|
6.3 |
Technische vragen over ISAAC? |
16 |
|
|
7 |
Voorwaarden en tarieven in budgetmodules |
17 |
|
|
7.1 |
Personeel (behorend bij paragraaf 3.3.1) |
17 |
|
|
7.2 |
Materieel (behorend bij paragraaf 3.3.2) |
17 |
|
|
7.3 |
Investeringen (behorend bij paragraaf 3.3.3) |
17 |
|
|
7.4 |
Indexering |
18 |
|
In dit hoofdstuk vindt u een kort overzicht van deze subsidieronde (hierna ronde), een inleiding bij deze Call for proposals en de achtergrond van deze ronde.
Doel: Het SPRONG-programma ondersteunt hogescholen bij het verder uitbouwen en versterken van bestaande onderzoeksgroepen die de potentie hebben om binnen 8 jaar uit te groeien tot krachtige SPRONG-groepen. Met SPRONG Dementie wil Regieorgaan SIA praktijkgericht onderzoek, opgedane kennis en ervaringen op het gebied van dementie versterken in een multidisciplinaire SPRONG-groep.
Budget: Het subsidieplafond voor deze subsidieronde bedraagt in totaal € 2 miljoen. Binnen deze ronde wordt maximaal 1 aanvraag toegewezen.
Consortium en cofinanciering: Het consortium bestaat uit minimaal 2 hogescholen en minimaal 1 praktijkpartner. Het consortium moet het subsidiebedrag matchen met eigen bijdragen en cofinanciering. Alleen hogescholen waarvan de bij de aanvraag betrokken lector lid is van het lectorenplatform PRO-DEM, kunnen als hoofdaanvrager optreden in deze aanvraag.
De deadline voor het indienen van aanvragen is 13 januari 2026 vóór 14:00:00 uur CET.
Procedure: Alle aanvragen die in behandeling worden genomen, worden voorgelegd aan een beoordelingscommissie voor een voorlopige beoordeling. Vervolgens wordt het consortium uitgenodigd voor een interview. De interviewvragen worden gedeeld met de aanvrager. Na het interview stelt de beoordelingscommissie het advies voor besluitvorming vast en neemt het bestuur van Regieorgaan SIA het besluit.
Lees voor de volledige voorwaarden het gehele document.
Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA (hierna Regieorgaan SIA). Regieorgaan SIA stimuleert de kwaliteit en de impact van het praktijkgericht onderzoek van hogescholen en is onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
Deze Call for proposals beschrijft hoe het aanvraagproces voor de ronde SPRONG Dementie ingericht en bestaat uit 7 hoofdstukken.
Op alle aanvragen is de NWO Subsidieregeling van toepassing.
Regieorgaan SIA verwerkt ontvangen persoonsgegevens conform de privacyverklaring van NWO.
Met SPRONG Dementie zet Regieorgaan SIA in op de professionalisering en kwaliteitsversterking van het praktijkgericht onderzoek van hogescholen. Praktijkgericht onderzoek van hogescholen draagt in toenemende mate bij aan duurzame oplossingen voor grote maatschappelijke uitdagingen. Door de positie van hogescholen in het oplossen van maatschappelijke uitdagingen verder uit te bouwen en te professionaliseren kan de impact van de hogescholen op deze uitdagingen verder vergroot worden.
Om hieraan bij te dragen voert Regieorgaan SIA sinds 2020 SPRONG uit, een programma gericht op de randvoorwaarden voor goed praktijkgericht onderzoek. Met SPRONG draagt Regieorgaan SIA bij aan verschillende ambities zoals vastgelegd in de strategie van Regieorgaan SIA; ‘Investeren met impact 2023–2026’. De nadruk ligt in de eerste plaats op het bestendigen van de onderzoeksinfrastructuur van hogescholen. Door in te zetten op goede randvoorwaarden voor praktijkgerichte onderzoekers draagt Regieorgaan SIA via SPRONG tevens bij aan stelselontwikkeling en professionalisering.
In dit hoofdstuk leest u meer over de doelstelling van het programma, de doelstelling van de regeling en de maatschappelijke impact.
SPRONG staat voor Stimuleren van PRaktijkgerichte ONderzoeksGroepen. Het programma SPRONG ondersteunt hogescholen bij het verder uitbouwen en versterken van bestaande onderzoeksgroepen die de potentie hebben om binnen 8 jaar uit te groeien tot krachtige SPRONG-groepen. Maatschappelijke transities hebben krachtige onderzoeksgroepen nodig, die hoogwaardig onderzoek doen en in staat zijn langjarige, strategische samenwerkingsverbanden aan te gaan met relevante partners in het regionale, nationale (en internationale) kennisecosysteem. Een SPRONG-consortium bestaat uit een samenwerking tussen minimaal 2 hogescholen en praktijkpartners. Onder praktijkpartners verstaan we bedrijven uit de beroepspraktijk (bijvoorbeeld mkb), publieke instellingen en overheden (zie paragraaf 3.2). Op deze manier stelt SPRONG hogescholen in staat om met hun praktijkgerichte onderzoek een significante bijdrage te leveren aan maatschappelijke vraagstukken
Het programma SPRONG omvat verschillende regelingen en activiteiten, waaronder SPRONG Vitaliteit en Gezondheid, SPRONG (subsidie)rondes 1, 2 en 3, en SPRONG Groen. De regeling SPRONG Dementie is onderdeel van het SPRONG-programma en past binnen de thematische programmering van Regieorgaan SIA.
Om samenwerking en landelijke afstemming tussen hogescholen te bevorderen, stellen we als eis dat in een SPRONG-aanvraag een samenwerking wordt gerealiseerd van minimaal 2 verschillende hogescholen. De samenwerkende onderzoeksgroepen van verschillende hogescholen noemen we de SPRONG-groep. De SPRONG-groep is de groep die in het SPRONG-programma wordt beoordeeld op de haalbaarheid van doorgroeien naar een krachtige SPRONG-groep.
Het SPRONG-programma is erop gericht de positie van praktijkgericht onderzoek van hogescholen te versterken. De hogescholen bevinden zich daarmee als kennisinstelling in het (inter)nationale speelveld waarin diverse partijen kennis genereren en toepassen.
Samenwerking tussen hogescholen leidt ertoe dat ieders kennis bijdraagt aan de ontwikkeling van meer generieke kennis rond actuele, maatschappelijke vraagstukken en bevordert de profilering en positionering van de onderzoeksgroep(en). Goede samenwerking en afstemming voorkomt bovendien dat niet overal het wiel opnieuw wordt uitgevonden. De hogescholen kunnen van elkaars werkwijze leren, bijvoorbeeld op het gebied van datamanagement, kwaliteitszorg of de verbinding van onderzoek en onderwijs.
De hogeschool stelt zelf vast wat een onderzoeksgroep is. Een onderzoeksgroep kan globaal omschreven worden als een samenhangende groep onderzoekers die vanuit dezelfde strategie hun onderzoek verrichten.
Regieorgaan SIA verwacht dat een onderzoeksgroep voldoende onderzoeksexpertise in huis heeft en in nauwe verbinding staat met de beroepspraktijk en het onderwijs. Ook verwacht Regieorgaan SIA dat de onderzoeksgroep eenduidig beleid heeft waarmee de kwaliteit en kwantiteit van het onderzoek is geborgd. Daarnaast is er een strategisch personeelsbeleid met aandacht voor leiderschapsvaardigheden, carrièreperspectief en professionalisering.
SPRONG stimuleert de samenwerking tussen onderzoeksgroepen van verschillende hogescholen die de potentie hebben om binnen 8 jaar uit te groeien tot een krachtige SPRONG-groep. Krachtige SPRONG-groepen hebben een brede doorwerking naar de kwaliteit van het onderzoek van de betrokken hogescholen. Regieorgaan SIA stuurt hierbij op kwaliteit van de onderzoeksgroepen en tegelijkertijd de landelijke samenwerking en afstemming tussen de hogescholen in Nederland.
Binnen het programma is ruimte voor verschillende beginposities. Niet iedere onderzoeksgroep hoeft dus op hetzelfde punt te starten, maar het moet wel haalbaar zijn om met behulp van de samenwerking binnen 8 jaar uit te groeien naar een krachtige SPRONG-groep.
Voor het programma SPRONG is een programmakader ontwikkeld, dat in juli 2020 is vastgesteld door het bestuur van Regieorgaan SIA. In 2023 is een herziene versie gepubliceerd. In het kader is gedefinieerd wat de groei naar een krachtige SPRONG-groep behelst. Ook zijn in het programmakader de rol en de taken van de programmacommissie in het SPRONG-programma omschreven. Zie paragraaf 5.2 voor meer informatie over de programmacommissie in de rol van beoordelaar van SPRONG Dementie. Bekijk het programmakader op de website van Regieorgaan SIA.
Een SPRONG-groep wordt volgens het programmakader als krachtig gedefinieerd als deze voldoet aan alle 5 onderstaande voorwaarden. De ambitie is dat deze doelstelling binnen 8 jaar wordt behaald.
Een krachtige SPRONG-groep:
• heeft een herkenbaar en afgebakend onderzoeksprofiel dat aantoonbaar wordt ondersteund door het profiel en de strategie van de hogescholen;
• is duurzaam, voldoende omvangrijk en gebouwd op basis van een volledig functiehuis, met lectoren, hbo-postdocs, promovendi, docent-onderzoekers, praktijkprofessionals en studenten waaraan op adequate wijze leiding wordt gegeven;
• initieert nieuwe en onderhoudt duurzame (strategische) samenwerkingsverbanden met relevante praktijkpartners en het onderwijs en is in staat om externe financiering uit verschillende bronnen te realiseren;
• heeft een kwalitatief goed onderzoeksproces, conform methodologische regels, onderzoeks- en beroepsethiek en waarden die binnen het vakgebied en onderzoeksdomein gelden. Hiertoe horen ook een gestructureerde werkwijze voor datamanagement en een visie op Open Science, en een regelmatige en systematische evaluatie van de onderzoeksprocessen;
• heeft impact op de beroepspraktijk, het onderwijs en het onderzoeksdomein en weet deze impact structureel in kaart te brengen.
De subsidieregeling SPRONG Dementie richt zich op de randvoorwaarden om tot goed praktijkgericht onderzoek te komen en dus niet direct op het uitvoeren van praktijkgericht onderzoek. De subsidie is bestemd voor het versterken van de onderzoeksfunctie van de hogescholen via de SPRONG-groep. Doordat de SPRONG-groep groeit naar een krachtige SPRONG-groep heeft dit invloed op de rol van onderzoek binnen de betrokken hogescholen. Door samenwerking binnen de SPRONG-groep kunnen de onderzoeksgroepen zich doorontwikkelen tot een krachtige SPRONG-groep. De samenwerking moet aantoonbaar meerwaarde opleveren voor de SPRONG-groep.
Het Ministerie van VWS heeft een 10-jarige Nationale Dementiestrategie gepubliceerd, met als uitgangspunt dat mensen met dementie en hun naasten als waardevol lid in de samenleving kunnen functioneren en daarbij goede ondersteuning en zorg ontvangen.
Binnen deze strategie staan 3 thema’s centraal:
1. Dementie de wereld uit
2. Mensen met dementie tellen mee
3. Steun op maat bij leven met dementie
Naast deze 3 centrale thema’s worden in de Nationale Dementiestrategie 4 doorsnijdende thema’s gedefinieerd: innovatie, jonge mensen met dementie, internationale samenwerking en communicatie.
Met SPRONG Dementie wil Regieorgaan SIA praktijkgericht onderzoek, opgedane kennis en ervaringen op het gebied van (kwaliteit van) leven met dementie samenbrengen en versterken in een multidisciplinaire SPRONG-groep.
De SPRONG-groep draagt bij aan de oplossingen voor de noodzakelijke transformatie waar de zorg voor staat, zoals geformuleerd in het Missiegedreven Innovatiebeleid en de Kennis- en Innovatieagenda 2024–2027, waaronder missie IV: “In 2030 is de kwaliteit van leven van mensen met dementie met 25% toegenomen” (Kennis- en Innovatieagenda Gezondheid & Zorg 2024–2027). Ook de Europese Unie, middels het Horizon Europe programma, prioriteert onderzoek naar degeneratieve aandoeningen zoals Alzheimer binnen het domein Brain Research. Binnen de activiteiten van de SPRONG-groep is er niet alleen aandacht voor technologische, maar juist ook voor sociale innovatie.
Om dit te kunnen doen is een brede en transdisciplinaire samenwerking nodig, die is gericht op een geïntegreerde aanpak van het maatschappelijke vraagstuk. De betrokken netwerkpartners brengen verschillende perspectieven en referentiekaders met zich mee en hebben elk een andere verhouding tot kennis en vernieuwing. Ze gaan hierbij uit van de vraag uit de praktijk en ontwikkelen op basis daarvan nieuwe kennis of maken bestaande kennis toepasbaar. In de context van SPRONG Dementie betekent dit dat relevante partners uit de quadruple helix (vertegenwoordigers van kennisinstellingen, de overheid, het bedrijfsleven en burgers) gezamenlijk werken aan de maatschappelijke vraagstukken. Denk hierbij aan kennisinstellingen uit de gehele keten en praktijkpartners, waaronder brancheorganisaties en patiëntenverenigingen.
Lectoren van 13 hogescholen, die zijn verenigd in het lectorenplatform PRO-DEM (praktijkgericht onderzoek voor mensen met dementie), bundelen hun krachten vanuit verschillende wetenschapsgebieden aan multidisciplinaire vraagstukken en ambities gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven van mensen met dementie en hun mantelzorgers. Zij beschikken over massa en daadkracht en hebben een kartrekkende rol en aantoonbare expertise als het gaat om deze thematiek. Uitsluitend hogescholen die bij het lectorenplatform PRO-DEM zijn aangesloten mogen als hoofdaanvrager indienen (zie paragraaf 3.1)
Regieorgaan SIA en ZonMw werken samen aan de ambities geformuleerd in de Nationale Dementiestrategie en het door ZonMw uitgevoerde onderzoeksprogramma Dementie.
Alzheimer Nederland is een belangrijke medefinancier in dit onderzoeksprogramma dat ZonMw uitvoert. Door gezamenlijk te programmeren op dit thema, versterken we de maatschappelijke en economische impact. Regieorgaan SIA zet hiervoor de SPRONG-regeling in. ZonMw opent in het najaar van 2025 de hbo-dementie fellowships-call voor onderzoekers aan hogescholen die zich bezig houden met onderzoek dat aansluit op het Onderzoeksprogramma Dementie. De SPRONG-groep zorgt voor duurzame inbedding van deze fellows binnen de SPRONG-groep, daar waar onderzoekslijnen en -focus overeenkomen. Door deze samenwerking willen Regieorgaan SIA, ZonMw en Alzheimer Nederland het praktijkgericht onderzoek gericht op maatschappelijke uitdagingen rondom Dementie langdurig versterken.
SPRONG-groepen bundelen hun kennis en expertise en groeien naar een krachtige onderzoeksgroep op een thema uit het Kennis- en Innovatieconvenant (KIC). Op deze manier worden veranderingen die bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken versneld gerealiseerd. Krachtige SPRONG-groepen vergroten de kwaliteit en impact van praktijkgericht onderzoek van de betrokken hogescholen. De door de SPRONG-groepen opgedane kennis stroomt door naar het onderwijs van de betrokken hogescholen en naar de beroepspraktijk. Hierdoor neemt ook het aantal goed opgeleide professionals toe.
Regieorgaan SIA wil hogescholen in staat stellen een waardevolle bijdrage te leveren aan het Missiegedreven Innovatiebeleid. Daarom zetten we een deel van onze regelingen hiervoor in. SPRONG Dementie is onderdeel van deze inzet. Door een SPRONG-onderzoeksgroep te financieren waarin lectoren en (docent-)onderzoekers met hun netwerk samenwerken voor een langere periode, wordt de expertise vanuit het praktijkgericht onderzoek op dit thema gebundeld en versterkt. Zo kan vanuit het praktijkgericht onderzoek van hogescholen optimaal bijgedragen worden aan de doelen in de Nationale Dementiestrategie. Daarnaast draagt SPRONG Dementie ook bij aan de missies van de KIA Gezondheid & Zorg.
In dit hoofdstuk staat informatie over het opstellen en indienen van een aanvraag.
Hieronder staat de indieningsdeadline inclusief het tijdpad van de gehele beoordelingsprocedure van deze ronde. Het kan zijn dat Regieorgaan SIA het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure aanpassingen in het tijdpad aan te brengen. De hoofdaanvrager wordt hierover geïnformeerd.
Regieorgaan SIA toetst de aanvragen op de formele voorwaarden voor indiening (zie paragraaf 3.5). Als de aanvraag daaraan voldoet, wordt de aanvraag in behandeling genomen. Aanvragen die na de indieningsdeadline worden ingediend, neemt Regieorgaan SIA niet in behandeling.
Deadline en tijdpad behandeling aanvragen:
• 13 januari 2026 vóór 14:00:00 CET: Indieningsdeadline
• Januari: Toets op voorwaarden voor indiening
• Februari: Voorlopige beoordeling van de beoordelingscommissie
• Maart: Interview en vergadering van de beoordelingscommissie
• April: Besluit door het bestuur van Regieorgaan SIA
• April: Bekendmaking van het besluit
Alleen door de overheid bekostigde hogescholen kunnen een aanvraag indienen. Dit zijn hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).
Voor deze ronde geldt dat alleen de 13 hierna benoemde hogescholen, waarvan de bij de aanvraag betrokken lector lid is van het lectorenplatform PRO-DEM, als hoofdaanvrager een aanvraag kunnen indienen.
Het gaat om de volgende hogescholen:
• Windesheim
• Hanze Groningen
• Fontys
• Zuyd Hogeschool
• Hogeschool Leiden
• HZ University of Applied Sciences
• Hogeschool Utrecht
• De Haagse Hogeschool
• Saxion
• Avans Hogeschool
• HAN University of Applied Sciences
• Hogeschool Inholland
• Hogeschool Rotterdam
De persoon die de aanvraag indient in ISAAC wordt geacht hiertoe te zijn gemachtigd door het College van Bestuur van de aanvragende hogeschool.
Naast de hoofdaanvrager is er minimaal 1 mede-aanvrager. De mede-aanvrager is een door de overheid bekostigde hogeschool, zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). De medeaanvrager van de subsidie moet worden aangegeven op het aanvraagformulier.
De hogeschool ontvangt de voor de hogeschool bestemde financiering niet direct van Regieorgaan SIA, maar via de hoofdaanvrager. Het subsidiebesluit wordt ook aan de betrokken mede-aanvrager(s) bekendgemaakt.
Het onderzoek van de SPRONG-groep moet goed ingebed zijn in de (externe) omgeving en richt zich daarmee op het opbouwen van een duurzame infrastructuur. Daarmee zijn ook de samenwerkingspartners zoals de beroepspraktijk, patiëntenverenigingen, overheden en andere onderzoeks- of onderwijsorganisaties van belang.
Bij elke aanvraag zijn ten minste 2 hogescholen (hoofdaanvrager en medeaanvrager) betrokken. Hogescholen die geen mede-aanvrager zijn en hogeschool zijn zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW), kunnen deelnemen in het consortium. Daarnaast bestaat het constortium uit minimaal 1 praktijkpartner.
Vanwege de aard van de doelstelling van de regeling is een transdisciplinair en breed netwerk met betrokkenheid van relevante mbo-instellingen, patiënten en brancheorganisaties noodzakelijk. Verder zijn fellows aangesloten, gesubsidieerd vanuit de Dementie hbo-fellowshipregeling van ZonMw. Binnen het SPRONG-programma worden alle partners die bijdragen aan het traject (zowel in cash als in kind) gezien als consortiumpartners. De samenwerkende hogescholen die de SPRONG-groep vormen, maken ook onderdeel uit van het consortium. De betrokkenheid van de consortiumpartners blijkt tevens uit de substantiële cofinanciering (financiële bijdrage). De consortiumpartners die bevestigen hun deelname aan het consortium door middel van een handtekening op het aanvraagformulier van de subsidieaanvraag. Deze consortiumpartners worden opgenomen in de begroting
Partijen die niet op de begroting staan, maar wel bijdragen aan het traject kunt u aangeven in het aanvraagformulier onder overige betrokken partijen.
Het subsidieplafond voor deze ronde bedraagt in totaal € 2 miljoen. De aan te vragen subsidie per traject bedraagt maximaal € 2 miljoen. Binnen deze ronde wordt maximaal 1 aanvraag toegewezen.
De hoofdaanvrager, medeaanvrager(s) en consortiumpartners kunnen kosten opvoeren voor personeel, materieel en investeringen. Kosten van (deel)activiteiten die al zijn gefinancierd vanuit andere subsidies van Regieorgaan SIA, ZonMw of NWO, kunnen niet worden opgevoerd. De hbo-fellow Dementie (subsidie ontvangen van ZonMw) kan dus niet worden opgevoerd als eigen bijdrage. Betrokkenheid van fellows kunt u tegen een nultarief opvoeren in de begroting. U kunt de SPRONG-subsidie niet inzetten als financiële bijdrage voor andere subsidies van Regieorgaan SIA, NWO of ZonMw.
De subsidie is bestemd voor de beoogde SPRONG-groep (hoofd- en medeaanvrager(s)) en alleen te besteden aan kosten van de hogescholen. De kosten van de praktijkpartners of andere hogescholen als consortiumpartners buiten de SPRONG-groep worden beschouwd als cofinanciering.
De beschikbare budgetmodules (inclusief de maximale bedragen) staan hieronder vermeld. Voer alleen de kosten op die essentieel zijn om het traject uit te voeren. De volledige voorwaarden en tarieven op deze budgetmodules staan in Hoofdstuk 7. Alle op te voeren kosten zijn exclusief btw, tenzij het niet-verrekenbare btw betreft.
Voor personeel dat een bijdrage levert aan het traject, kan subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd. Het bedrag hiervoor is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel werkt.
Voor projectmanagement mag maximaal 10% van de totale trajectkosten worden opgevoerd.
Het is mogelijk om loonkosten op te voeren van personeel van hogescholen, onderwijsinstellingen, TO2-instituten en overige organisaties. Zie voor meer informatie paragraaf 7.1.1.
Alleen de kosten van hogescholen die hoofd- en medeaanvrager zijn (de SPRONG-groep), komen in aanmerking voor subsidie. Voor overige hogescholen als consortiumpartner worden kosten beschouwd als cofinanciering.
Het is mogelijk om studenten in te zetten voor het traject als ze studeren aan een onderzoeksorganisatie genoemd in paragraaf 3.2. De kosten hiervan kunt u binnen het traject opvoeren als materiële kosten. Er is geen maximum aan het aantal studenten dat kan meewerken in het traject. Zie voor meer informatie paragraaf 7.1.2.
Subsidie kan worden aangevraagd voor alle trajectspecifieke materiële kosten. Zie voor meer informatie paragraaf 7.2.
Het is mogelijk om kosten op te voeren voor investeringen in apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen die na afloop van het project economische waarde hebben of kunnen worden hergebruikt. Loonkosten van personeel dat de apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen in staat van gereedheid brengt, worden niet beschouwd als onderdeel van de investering.
Alleen de gemoeide afschrijvingskosten zijn subsidiabel. Afschrijvingskosten gemoeid met gedane investeringen in het buitenland kunnen niet worden opgevoerd. Zie voor meer informatie paragraaf 7.3.
De consortiumpartners dragen bij aan de uitvoering van het traject.
De hoofd- en/of mede-aanvrager(s) van het betreffende traject lever(t)/(en) een eigen bijdrage. De consortiumpartners leveren cofinanciering. Deze consortiumpartners bevestigen hun cofinanciering door middel van ondertekening van de verklaring cofinanciering in het aanvraagformulier van de subsidieaanvraag. Hiervoor geldt de Regeling Cofinanciering.
Ook voor de cofinanciering in cash geldt dat dient te worden aangegeven welke kosten van de trajectactiviteiten hiermee worden gefinancierd. Eigen bijdragen en cofinanciering in kind kunnen worden ingebracht voor dekking van de personele en/of materiële inbreng van de betrokken organisaties.
Op alle cofinanciering is de Regeling Cofinanciering van toepassing.
De vereiste eigen bijdrage(n) en cofinanciering bedragen bij elkaar ten minste 50% van de totale trajectkosten.
Rekenvoorbeeld:
Bij een gevraagde subsidie van € 2 miljoen bedragen de totale trajectkosten minimaal € 4 miljoen. De minimale eigen bijdrage en cofinanciering hierbij is € 2 miljoen.
De omvang van de eigen bijdrage(n) en cofinanciering geeft u aan in de begroting. Niet toelaatbaar als cofinanciering is door NWO verstrekte subsidie. Niet toelaatbare cofinanciering in kind is verder beschreven in de Regeling Cofinanciering.
Na afronding van het traject stelt Regieorgaan SIA de subsidie vast aan de hand van de eindrapportage. Voor deze subsidievaststelling gelden dezelfde voorwaarden als voor de aanvraag, ook wat betreft cofinanciering en eigen bijdragen.
Het percentage van de minimale vereiste eigen bijdrage en eventuele cofinanciering gebruikt Regieorgaan SIA dus ook voor de subsidievaststelling. Een lagere eigen bijdrage of cofinanciering kan leiden tot een lagere subsidievaststelling.
In sommige gevallen (zie paragraaf 7.4) wijst Regieorgaan SIA meer subsidie voor loonkosten toe dan aangevraagd, als gevolg van ambtshalve indexering. Tegenover dit extra bedrag hoeft geen aanvullende eigen bijdrage of cofinanciering te staan.
De subsidie van Regieorgaan SIA is nooit meer dan de toegewezen subsidie uit het subsidiebesluit.
Te allen tijde dient Regieorgaan SIA op de hoogte gesteld te worden van problemen in verwachte cofinanciering en eigen bijdragen. Naast financiële gevolgen voor een traject, kan Regieorgaan SIA ook adequate wijzigingen in een traject verlangen als wijzigingsverzoek, zodat het onderzoek naar beste vermogen vervolgd kan worden.
Gezien de lange doorlooptijd van het traject, wordt de financiële bijdrage verdeeld over 2 tijdvakken van 2 jaar. Aan het einde van het eerste tijdvak is de eigen bijdrage en eventuele cofinanciering ten minste 50% van de totale trajectkosten (€ 2 miljoen financiële bijdrage op € 2 miljoen subsidie). De omvang van de bijdrage geeft u in de aanvraag per consortiumpartner op.
Als blijkt dat de eigen bijdrage en eventuele cofinanciering van minimaal 50% na afloop van de subsidieperiode niet is gerealiseerd, dan wordt dit verrekend in de subsidievaststelling en kan dit gevolgen hebben voor de eventuele verlenging van het traject voor de 2e fase.
Regieorgaan SIA werkt met het systeem ISAAC. Begin tijdig met de aanvraag in ISAAC.
• Maak een account aan of update indien nodig de gegevens als u al een account heeft.
• Download het aanvraagformulier en de 3 formats voor bijlagen in ISAAC.
• Vul het aanvraagformulier in
• Vul het consortiumpartnerformulier inclusief verklaring cofinanciering in. Als er meer dan 1 consortiumpartner is, vul dan zo vaak als nodig het consortiumpartnerformulier in.
• Sla het aanvraagformulier en consortiumpartnerformulier(en) op als 1 pdf en dien het in ISAAC in. Dien apart de bijlagen in.
• In ISAAC vult u daarnaast de gevraagde gegevens in, onder andere de publiekssamenvatting. De publiekssamenvatting bedraagt 50–100 woorden en moet toegankelijk geschreven zijn voor een brede doelgroep. Regieorgaan SIA kan deze samenvatting bij een nieuwsbericht over de toewijzingen van de subsidie publiceren.
Voorzie de aanvraag van de volgende verplichte bijlagen door deze te uploaden in ISAAC:
• trajectvoorstel (pdf)
• begroting (Excel-bestand)
• formulier trajectbetrokkenen (Excel-bestand)
Gebruik voor de bijlagen alleen de door Regieorgaan SIA aangeboden formats. Andere bijlagen dan hierboven vermeld zijn niet toegestaan.
U kunt uw aanvraag alleen indienen via ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.
Taal van de aanvraag is Nederlands of Engels. Binnen het aanvraag- en beoordelingsproces correspondeert Regieorgaan SIA altijd in het Nederlands, ook als u uw aanvraag in het Engels opstelt.
Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC) of kan er contact worden opgenomen met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. Mailen kan naar isaac.helpdesk@nwo.nl. Een reactie volgt binnen 2 werkdagen.
Bekijk de ronde en alle documenten in ISAAC.
Bedenk tijdig of de aanvraag inhoudelijk aansluit bij het doel van de regeling, aangezien voor deze ronde geldt dat de aanvraag moet passen binnen de thematische beschrijving van de regeling (zie paragraaf 2.2.). Neem bij twijfel contact op (ruim voor de indieningsdeadline) met de contactpersoon van de regeling. Deze persoon kan adviseren over de inhoudelijke aansluiting van de aanvraag bij deze ronde. Aanvragers maken zelf de definitieve keuze. Voor contactgegevens zie Hoofdstuk 6.
Op het aanvraagformulier vragen wij u aan te geven bij welke thema’s en beleidslijnen uw aanvraag aansluit. Deze informatie ondersteunt ons onder meer bij het maken van beleidskeuzes. Meer informatie hierover vindt u op onze webpagina Informatieverzameling en monitoring. De door u verstrekte informatie wordt niet meegenomen in het beoordelingsproces.
Regieorgaan SIA wil graag geïnformeerd worden over hoe de aanvraag zich verhoudt tot de onderzoeksthema’s, gespecificeerd in Praktijkgericht onderzoek als kennisversneller, Strategische onderzoeksagenda hbo 2022–2025 van de Vereniging Hogescholen. Op het aanvraagformulier geeft u daarom aan bij welke thema’s uit deze onderzoeksagenda de activiteiten aansluiten.
Daarnaast wenst Regieorgaan SIA geïnformeerd te worden over de aansluiting van het traject bij de onderwijssectoren.
Regieorgaan SIA wil, als dat van toepassing is, ook graag weten tot welke topsector of topsectoren uw traject zich verhoudt. Meer informatie over de topsectoren vindt u op topsectoren.nl.
Regieorgaan SIA zet zich actief in om hogescholen optimaal mee te laten doen met praktijkgericht onderzoek binnen de verschillende routes van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA). Indien van toepassing geeft u in de aanvraag daarom aan bij welke NWA-route het traject aansluit.
Regieorgaan SIA wil hogescholen en onderzoekers aan universiteiten en overige onderzoeksorganisaties in staat stellen een waardevolle bijdrage te leveren aan het Missiegedreven Innovatiebeleid, onder andere met SPRONG Dementie.
Als hoofdaanvrager geeft u op het aanvraagformulier aan bij welke van de 8 Kennis en Innovatie Agenda’s (KIA’s) het traject aansluit. U onderbouwt in het trajectvoorstel hoe het traject aansluit bij 1 of meerdere KIA’s.
Meer informatie over de KIA’s vindt u op de webpagina over de Topsectoren en de missies voor de toekomst en in verschillende documenten van de KIA's Topsectoren:
Regieorgaan SIA toetst een aanvraag op onderstaande voorwaarden. Alleen als de aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt de aanvraag toegelaten tot de beoordelingsprocedure.
Voorwaarden:
• De aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline.
• De hoofdaanvrager en medeaanvrager(s) voldoen aan de in paragraaf 3.2 gestelde voorwaarden.
• De aanvraag voldoet aan de DORA-richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.3.3.
• De aanvraag is opgesteld met gebruikmaking van de formulieren die beschikbaar zijn gesteld in ISAAC.
• De datamanagementparagraaf is ingevuld.
• Het aanvraagformulier en de verplichte bijlagen zijn, na eventueel eenmalig verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies ingevuld.
• De aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager.
• De aanvraag is opgesteld in het Nederlands of Engels.
• De begroting in de aanvraag is opgesteld volgens de voorwaarden van deze Call for proposals.
• Het voorgestelde traject heeft een looptijd van 48 maanden, met een uiterste startdatum van 1 september 2026.
In het aanvraagformulier kunnen toelichtingen, werkwijzen en vragen staan die nodig zijn om het formulier correct te kunnen invullen.
Zo snel mogelijk nadat de benodigde stukken zijn ingediend, ontvangt de hoofdaanvrager bericht of Regieorgaan SIA de aanvraag in behandeling neemt. Houd er rekening mee dat Regieorgaan SIA de hoofdaanvrager binnen 2 weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. De hoofdaanvrager krijgt 1 keer de gelegenheid om binnen maximaal 5 werkdagen de correcties door te voeren. Als blijkt dat gecorrigeerde stukken wederom niet volledig en/of juist zijn, neemt Regieorgaan SIA de aanvraag niet in behandeling. Als de stukken wel juist en volledig zijn, neemt Regieorgaan SIA de aanvraag in behandeling en gaat deze door naar het proces van beoordeling en besluit.
Over de aanvraag communiceert Regieorgaan SIA van indiening tot en met besluit met de volgende personen:
• Met de aanvrager (indiener in ISAAC) communiceert Regieorgaan SIA over: toets op indieningsvoorwaarden, subsidiebesluit.
• Met de contactpersoon opgegeven in het aanvraagformulier communiceert Regieorgaan SIA over: interview, kennisgevingsbericht, subsidiebesluit.
• Met het College van Bestuur van de hoofd- en medeaanvragers communiceert Regieorgaan SIA over: subsidiebesluit.
In dit hoofdstuk staat informatie over de beoordelingsprocedure van een aanvraag.
De beoordeling vindt plaats aan de hand van inhoudelijke beoordelingscriteria en nadat de aanvraag is toegelaten tot de beoordelingsprocedure.
De aanvragen worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
Criterium 1: kwaliteit consortium (40%)
In welke mate draagt het consortium bij aan het inhoudelijke kader van de Nationale Dementiestrategie en de KIA Gezondheid & Zorg?
• Het consortium heeft aantoonbare expertise om een relevante bijdrage te kunnen leveren aan de centrale missie en missie IV van de KIA G&Z en thema’s 1 t/m 3 van de Nationale Dementiestrategie.
• Het consortium laat zien hoe het zich, bij het proces van vraagsturing gedurende de komende jaren, laat voeden door vraagstukken uit de regionale context en deze afstemt met (kennis)instellingen in de regio.
• Het consortium staat niet geïsoleerd. Dit blijkt uit de relaties die er zijn met relevante initiatieven in de regio en/of in Nederland.
Criterium 2: kwaliteit SPRONG-groep (60%)
In welke mate is het haalbaar dat de SPRONG-groep doorgroeit naar een krachtige SPRONG-groep binnen de SPRONG-periode?
• De SPRONG-groep heeft een herkenbaar en afgebakend onderzoeksprofiel dat aantoonbaar wordt ondersteund door het profiel en de strategie van de hogescholen.
• De SPRONG-groep is duurzaam, voldoende omvangrijk en gebouwd op basis van een volledig functiehuis, met lectoren, hbo-postdocs, promovendi, docent-onderzoekers, praktijkprofessionals en studenten waaraan op adequate wijze leiding wordt gegeven.
• De SPRONG-groep initieert nieuwe en onderhoudt duurzame (strategische) samenwerkingsverbanden met relevante praktijkpartners en het onderwijs, en is in staat om externe financiering uit verschillende bronnen te realiseren.
• De SPRONG-groep heeft een kwalitatief goed onderzoeksproces, conform methodologische regels, onderzoeks- en beroepsethiek en waarden die binnen het vakgebied en onderzoeksdomein gelden. Hiertoe behoren ook een gestructureerde werkwijze voor datamanagement en een regelmatige en systematische evaluatie van de onderzoeksprocessen.
• De SPRONG-groep heeft impact op de beroepspraktijk, het onderwijs en het onderzoeksdomein en weet deze impact structureel in kaart te brengen.
De leden van de beoordelingscommissie beoordelen beide criteria met een score in gehele getallen, oplopend van 1 tot en met 6, waarbij 6 de hoogste score vertegenwoordigt.
Criterium 1 weegt 40% mee in de beoordeling. Criterium 2 weegt 60% mee in de beoordeling. Alle aanvragen ontvangen een gewogen gemiddelde totaalscore op de criteria 1 en 2.
Om in aanmerking te komen voor subsidie dient een aanvraag op elk van de criteria een 4,00 of hoger te scoren.
De beoordelingsprocedure van de aanvraag bestaat uit de volgende stappen volgens het tijdpad zoals wordt vermeld in paragraaf 3.1:
• voorlopige beoordeling door de beoordelingscommissie
• interview
• vergadering van de beoordelingscommissie
• besluitvorming
Het bestuur van Regieorgaan SIA stelt voor deze ronde een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie in. De leden hiervan zijn afkomstig vanuit de bestaande SPRONG-programmacommissie en leden met expertise op het gebied van de maatschappelijke uitdagingen rondom dementie. De commissie bestaat uit experts uit de onderzoekswereld en uit de praktijk. De taak van de beoordelingscommissie is de ingediende aanvragen te beoordelen aan de hand van de beoordelingscriteria. Iedere aanvraag wordt op zichzelf staand beoordeeld.
Vanwege de aanwezige expertise in de beoordelingscommissie, heeft Regieorgaan SIA besloten om bij de beoordeling van de aanvragen gebruik te maken van de mogelijkheid gegeven in artikel 2.2.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling, om de beoordelingsprocedure uit te voeren zonder referenten in te schakelen.
De aanvraag wordt voorgelegd aan de beoordelingscommissie. De commissie komt voor elke aanvraag tot een voorlopige beoordeling. De commissieleden geven individueel schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de aanvraag. Zij formuleren dit aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.1) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Tijdens de eerste vergadering formuleren de commissieleden vragen ter verheldering. De vragen van de beoordelingscommissie worden schriftelijk zonder scores gedeeld met de aanvragers in voorbereiding op het interview.
De aanvragers ontvangen een uitnodiging voor een interview. Tijdens het interview heeft de beoordelingscommissie de gelegenheid om vragen te stellen. Dit kunnen ook nieuwe vragen zijn. Het consortium heeft de gelegenheid hier direct op te reageren. Op deze wijze wordt hoor- en wederhoor toegepast. Het interview is een belangrijk onderdeel van de beoordeling en kan leiden tot bijstelling van de beoordeling en de score van de aanvraag tot dan toe.
De aanvraag, het voorlopige oordeel van de beoordelingscommissie en het weerwoord fungeren als startpunt voor de plenaire bespreking van de aanvragen door de beoordelingscommissie. De leden van de beoordelingscommissie maken op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging. De beoordelingscommissie bekijkt of tijdens het interview een goede reactie is geformuleerd op de vragen en kritische opmerkingen van de beoordelingscommissie. De beoordelingscommissie geeft per criterium een score, wat leidt tot een gewogen totaalscore en een eindoordeel per aanvraag. De totaalscore van een aanvraag bepaalt de prioritering in de aanvragen.
De beoordelingscommissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan het bestuur van Regieorgaan SIA. Het oordeel baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag moet op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste cijfer 4,00 scoren om in aanmerking te komen voor de subsidie. Het advies komt tot stand op basis van het oordeel van de aanvraag en het maximaal beschikbare budget (subsidieplafond) voor deze ronde.
Het bestuur van Regieorgaan SIA toetst de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Het bestuur besluit op basis van het advies van de beoordelingscommissie over het al dan niet toewijzen van de subsidie. De hoofdaanvrager ontvangt daarna een brief per e-mail met daarin het besluit.
Onderstaande richtlijnen en kaders zijn van toepassing tijdens de beoordeling van uw aanvraag.
Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken medewerkers van Regieorgaan SIA is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing.
Regieorgaan SIA streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). Regieorgaan SIA biedt leden van een beoordelingscommissie handvatten voor het inclusief beoordelen bij de schriftelijke beoordeling en bij de vergadering van de beoordelingscommissie (Inclusief beoordelen | NWO).
Regieorgaan SIA hanteert bij het beoordelen van het wetenschappelijke track record van aanvragers een brede definitie van wetenschappelijke output.
Regieorgaan SIA verzoekt de beoordelingscommissieleden bij de beoordeling van de aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. Deze mogen niet worden vermeld in de aanvraag. Wel mogen naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten worden vermeld, zoals datasets, patenten, software, code enzovoort.
De basis voor dit beleid ligt in de ‘San Francisco Declaration on Research Assessment’ (DORA | NWO), ondertekend door NWO. DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier te verbeteren waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksorganisaties, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.
DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten, en niet op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek is gepubliceerd.
Het kan gebeuren dat 2 of meer aanvragen bij de beoordeling (bijna) dezelfde score krijgen. Dit noemen we ex aequo. Dit kan ook voorkomen rond het subsidieplafond, oftewel de grens tussen aanvragen die wel en niet worden toegewezen. Dan moet worden bepaald welke aanvraag wel wordt toegewezen, en welke niet. Dat gebeurt aan de hand van de volgende procedure.
De aanvraag met de hoogste score op het criterium Kwaliteit SPRONG-groep krijgt de hoogste positie in de prioritering.
Als er dan nog aanvragen op dezelfde positie staan rond de grens van wel of niet toewijzen, stemmen de leden van de beoordelingscommissie om te bepalen welke aanvraag op de hoogste positie in de prioritering eindigt (conform artikel 2.2.6, 5e lid van de NWO Subsidieregeling). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo doorgestuurd naar het bestuur van Regieorgaan SIA.
Om te bepalen of 2 of meer aanvragen een score hebben die niet van elkaar te onderscheiden is, wordt gekeken naar de gewogen totaalscore van de aanvraag die nog net binnen de grens van het subsidieplafond valt. Als de score van deze aanvraag 0,05 punt of minder verschilt met de scores van de aanvragen buiten de grens van het subsidieplafond, dan wordt het op bovenstaande manier opgelost. Alle aanvragen met een score tussen +0,05 en -0,05 van de referentiescore worden meegenomen in de procedure.
In dit hoofdstuk staan de voorwaarden en verplichtingen die gelden na toewijzing van de subsidie. Dit hoofdstuk is hoofdzakelijk relevant voor aanvragers van toegewezen aanvragen.
De hoofdaanvrager is verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele traject en treedt op als penvoerder. Regieorgaan SIA communiceert met de hoofdaanvrager (indiener in ISAAC) over het traject. Deze persoon is tijdens het traject het formeel aanspreekpunt tenzij de aanvrager via ISAAC een wijziging doorgeeft.
De hoofdaanvrager van het traject ontvangt namens het bestuur van Regieorgaan SIA een toewijzingsbrief. De subsidie wordt uitbetaald in termijnen.
De aanvrager (indiener in ISAAC) kan anderen machtigen om administratieve acties voor hun traject uit te voeren in het ISAAC-systeem. Meer informatie over de machtigingsregeling is te vinden in de ISAAC-handleiding.
In de consortiumovereenkomst worden afspraken vastgelegd over intellectueel eigendom en publicatie, kennisoverdracht, geheimhouding, betalingen van cofinanciering en voortgangs- en eindrapportages. De model consortiumovereenkomst is na toewijzing beschikbaar in ISAAC. De consortiumovereenkomst wordt aangegaan door alle trajectpartners en ondertekend door tekenbevoegde personen binnen de betrokken organisaties.
Regieorgaan SIA beoogt enerzijds dat de onderzoeksresultaten van door Regieorgaan SIA gefinancierde projecten publiekelijk toegankelijk zijn, en anderzijds dat de verdere ontwikkeling van de onderzoeksresultaten wordt gestimuleerd door partijen de mogelijkheid te bieden om deze te exploiteren. Daarbij kan het wenselijk zijn om intellectuele eigendomsrechten over te dragen of een licentie te verlenen aan (een van) de bij het traject betrokken private partijen. Het uitgangspunt is dat alle onderzoeksresultaten kunnen worden gepubliceerd met inachtneming van afspraken over publicatieprocedures. Dit wordt bepaald in de consortiumovereenkomst.
Tijdens de loop van het traject houdt de penvoerder Regieorgaan SIA op de hoogte van de voortgang. Na afloop van het traject deelt de penvoerder de resultaten. In het subsidiebesluit staat op welke manier dit gebeurt.
Regieorgaan SIA zet in op een effectieve informatievoorziening en communicatie naar de hogescholen gedurende de looptijd van SPRONG. De communicatie is gericht op kennisuitwisseling in de ontwikkeling en uitvoering van de verschillende (thematische) SPRONG-trajecten. Denk hierbij aan werksessies over monitoring en kennisdeling over impact in kaart brengen.
Het programma SPRONG wordt begeleid door een onafhankelijke SPRONG-programmacommissie. De commissie bestaat uit experts uit de onderzoekswereld en uit de praktijk. De programmacommissie vormt het eerste aanspreekpunt voor het bestuur van Regieorgaan SIA en heeft verschillende taken binnen het SPRONG-programma (zie hiervoor het programmakader SPRONG).
In het beoordelingsproces van de thematische SPRONG-regelingen vervullen leden van de programmacommissie, aangevuld met inhoudelijk experts, de rol van beoordelingscommissie. Leden van de programmacommissie spelen tevens een rol in het monitoringsproces van SPRONG.
Voor alle hogescholen is het van belang dat de SPRONG-groepen een langetermijnperspectief hebben en kunnen voortbouwen op eerdere ervaringen om krachtiger te worden. Dat kan bijvoorbeeld betrekking hebben op hun onderscheidende karakter, methodologische professionalisering, het netwerk dat ze nodig hebben voor meer impact of een betere verbinding tussen onderwijs en onderzoek.
Regieorgaan SIA wil samen met de gehonoreerde SPRONG-groep en de programmacommissie de ontwikkeling monitoren op een wijze die past bij de betreffende groep. Doel van de monitoring is om in gesprek te kunnen gaan over de beoogde en gerealiseerde groei met als focus de ontwikkeling van de onderzoeksgroepen tot krachtige onderzoeksgroepen.
Na toekenning van de aanvraag wordt door de SPRONG-groep op basis van een nulmeting zelf per ontwikkelaspect een monitoringskader vastgesteld. Daarna wordt in een startgesprek op basis van dit kader alsmede de beoordeling verder bepaald hoe zij de eerste 4 jaar kunnen doorgroeien en hoe de programmacommissie kan begeleiden in de rol van critical friend.
We vragen de SPRONG-groep vervolgens jaarlijks verslag te doen van hun voortgang op basis van dit monitoringskader. De voortgang wordt jaarlijks besproken met betrokken leden van de programmacommissie in de vorm van een voortgangsgesprek.
Aan de hand van het monitoringskader en zelfevaluatie vinden er jaarlijks voortgangsgesprekken plaats tussen de (afgevaardigde(n) van de) programmacommissie en de onderzoeksgroep.
Het tijdspad van de monitoring is in fase 1 als volgt:
• Begin jaar 1: Startgesprek
• Begin jaar 2: Voortgangsgesprek (aan de hand van zelfevaluatie jaar 1)
• Begin jaar 3: Voortgangsgesprek (aan de hand van zelfevaluatie jaar 2)
• Jaar 4: Eindrapportage uiterlijk 8 weken na einde traject
Hieronder staan de richtlijnen en kaders die van toepassing zijn op de uitvoering van het traject.
Onderzoek dient volgens de normen van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit te worden uitgevoerd. In geval van (mogelijke) schending van deze normen, moet de penvoerder Regieorgaan SIA hiervan onmiddellijk op de hoogte stellen en alle relevante documenten aan Regieorgaan SIA overleggen. Onderzoekers kunnen ook een klacht indienen bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van hun instelling of bij het NWO Meldpunt wetenschappelijke integriteit.
Regieorgaan SIA hecht grote waarde aan de wetenschappelijke integriteit van door haar gefinancierd onderzoek en spant zich in om integriteitsschendingen te voorkomen en te signaleren. Niet-integer onderzoek kan immers leiden tot directe schade (bijvoorbeeld aan de omgeving of patiënten), en kan het publieke vertrouwen in de wetenschap en het vertrouwen tussen wetenschappers onderling aantasten.
Wetenschap van wereldklasse kan profiteren van internationale samenwerking. De Nationale leidraad kennisveiligheid (hierna: de Leidraad) helpt onderzoeksorganisaties ervoor te zorgen dat internationale samenwerking veilig kan plaatsvinden. Bij kennisveiligheid gaat het om ongewenste overdracht van gevoelige kennis en technologie die de nationale veiligheid aantast; om heimelijke beïnvloeding van onderwijs en onderzoek door statelijke actoren, en daarmee de academische vrijheid en de sociale veiligheid in gevaar brengt; en om ethische kwesties die kunnen spelen in de samenwerking met landen die de grondrechten niet respecteren.
Het is de verantwoordelijkheid van de hoofdaanvrager (na toewijzing de penvoerder) om na te gaan of het traject in lijn is en blijft met de Leidraad. Met het indienen van de aanvraag committeert de hoofdaanvrager/penvoerder zich aan de overwegingen in deze Leidraad. In geval van het vermoeden van schending van de Leidraad bij een bij Regieorgaan SIA ingediende aanvraag voor trajectfinanciering of een door Regieorgaan SIA gefinancierd traject, kan Regieorgaan SIA de hoofdaanvrager/penvoerder verzoeken om een risicoafweging te overleggen waaruit blijkt dat de overwegingen uit de Leidraad zijn gevolgd. Indien de hoofdaanvrager/penvoerder niet aan het verzoek van Regieorgaan SIA voldoet of als de risicoafweging klaarblijkelijk een schending van de Leidraad behelst, kan dit gevolgen hebben voor de subsidieverlening of vaststelling door Regieorgaan SIA. Ook kan Regieorgaan SIA in een voorkomend geval nadere voorwaarden opnemen in de toewijzingsbrief.
De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.
Uit het traject kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de 10 principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, die te vinden zijn op de website van NFU.
Onderzoekers moeten de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen. Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke verdeling van voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische bronnen, inclusief (traditionele) kennis over deze bronnen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die gebruik maken van deze bronnen (in of uit het buitenland) dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (ABS Focal Point – ABS Focal Point).
Het beleid van Regieorgaan SIA met betrekking tot intellectueel eigendom (IE) is te vinden in de NWO Subsidieregeling.
Open Science is de beweging die staat voor een meer open en participatieve onderzoekspraktijk waarbij publicaties, data, software en andere vormen van wetenschappelijke informatie in een zo vroeg mogelijk stadium gedeeld worden en voor hergebruik beschikbaar gesteld worden.
Wetenschappelijke publicaties over het traject dienen Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access. Op de website van NWO staat beschreven welke opties er zijn voor het Open Access beschikbaar maken van verschillende typen publicaties zoals wetenschappelijke artikelen, boeken en boekhoofdstukken en proefschriften. Op de NWO-website staat ook informatie over de toepassing van licenties. Eventuele kosten voor Open Access publiceren dienen te worden begroot als onderdeel van de aanvraagbegroting.
Leidt onderzoek dat door Regieorgaan SIA is gefinancierd tot een publicatie of andere relevante onderzoeksoutput? Dan moet de penvoerder Regieorgaan SIA noemen als financier.
Uiterlijk 13 weken na het einde van de looptijd van het traject levert de penvoerder schriftelijk een inhoudelijke en financiële eindrapportage in. Het niet of niet tijdig indienen van deze rapportages kan leiden tot het lager of op nihil vaststellen van de subsidie.
Het subsidiebesluit voor de SPRONG-groep omvat in eerste instantie de eerste 4 jaren van het traject (fase 1). Voor de 2e fase van een toegekend SPRONG-traject geldt een nieuwe subsidieronde (SPRONG Dementie, fase 2).
Voor de 2e fase van een toegekend traject geldt een nieuwe subsidieronde (SPRONG Dementie, fase 2). Uiterlijk in het laatste kwartaal van fase 1 (het 4e jaar) is er een formeel evaluatiemoment inclusief beoordeling. Tijdens de beoordeling wordt bepaald of de SPRONG-groep goed op weg is in de ontwikkeling richting een krachtige onderzoeksgroep. Het beoordelingskader hiervoor is gebaseerd op de beoordelingscriteria en de afspraken op maat in het vastgestelde monitoringskader tussen Regieorgaan SIA en de SPRONG-groep.
Voor fase 2 dient de toegekende SPRONG-groep een nieuwe aanvraag in binnen de ronde SPRONG Hoofdzaken, fase 2. De SPRONG-groep beschrijft volgens een gegeven format haar plannen voor de komende 4 jaren. Ook dient de SPRONG-groep te beschrijven hoe zij zich de komende 4 jaren verder wil ontwikkelen richting een krachtige SPRONG-groep.
Het bestuur van Regieorgaan SIA neemt op basis van de beoordeling van de eerste fase, de aanvraag in de SPRONG Dementie, fase 2 en het advies van de beoordelingscommissie een nieuw besluit over voortzetting van de financiering met een 2e termijn van 4 jaar.
Wanneer blijkt dat er na 4 jaar onvoldoende voortgang is gerealiseerd en er onvoldoende zicht is op de realisatie van plannen in de komende 4 jaren, kan Regieorgaan SIA besluiten om een aanvraag in de SPRONG Dementie, fase 2 af te wijzen.
Kijk voor meer informatie op Regieorgaan SIA | Financiering.
Op de webpagina SPRONG Dementie op de website van Regieorgaan SIA vindt u de meest recente informatie over deze Call for proposals. U vindt hier ook contactgegevens van de programmamanager.
Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC). Daarnaast kan er contact opgenomen worden met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur CE(S)T op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen 2 werkdagen een reactie.
Financiering kan worden aangevraagd voor personeel van hogescholen. Loonkosten kunnen ook als cofinanciering worden opgevoerd voor personeel van TO2-instituten, overige onderwijsinstellingen en overige organisaties, waaronder publieke organisaties en mkb-ondernemingen. De tarieven worden bepaald aan de hand van de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. De salarisschaal van de aangevraagde functie bepaalt het tarief uit de HOT-tabel. Dit tarief geldt voor de gehele looptijd van het traject.
Voor organisaties die niet de cao rijksoverheid of een vergelijkbare cao gebruiken (zoals de cao’s van hbo, mbo, vo en lagere overheden), gelden de volgende salarisschalen van HOT-tabel 2 onder 2.2, kolommen productieve uren. Projectondersteuner: schaal 6. Junior (onderzoeker): schaal 10. Medior (onderzoeker): schaal 12. Senior (onderzoeker): schaal 13. Directeur: schaal 16.
In het onderzoek kunnen studenten worden ingezet. Indien de studenten bijdragen als onderdeel van hun curriculum, geldt het tarief volgens de gebruikelijke stagevergoeding van de hogeschool of universiteit.
Indien de studenten als bijbaan naast hun studie als student-assistent bijdragen, geldt het tarief volgens Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, exclusief btw’, schaal 1.
Financiering kan worden aangevraagd voor alle kosten voor het traject en de doorwerking ervan met betrekking tot onder meer verbruiksgoederen, inkoop van diensten, materialen, kleine instrumenten, toegang tot (inter)nationale faciliteiten, software en onderzoeksmiddelen die na gebruik geen economische waarde meer hebben. Reis- en verblijfkosten (nationaal en internationaal) voor alle mensen die aan het traject werken incl. buitenlandse gastonderzoekers, kosten voor de organisatie van (internationale) workshops en symposia, kosten voor datamanagement, publicaties, en kosten in het kader van citizen science vallen eveneens onder deze module.
Reiskosten (nationaal en internationaal) worden alleen vergoed op basis van 2e klasse/economy class tarieven. Voor publicaties gelden de bepalingen in paragraaf 4.5 Onderzoeksresultaten – Open science. Kosten voor een controleverklaring kunnen alleen worden opgevoerd voor instellingen die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW voor maximaal € 5.000 per controleverklaring.
Het is niet toegestaan om kosten op te voeren voor:
• organisatie-infrastructuur en overhead, waaronder een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening en thuiswerkvergoeding;
• het gebruik en onderhoud van in eigen beheer ontwikkelde wetenschappelijke infrastructuur;
• reguliere onderwijsactiviteiten.
Financiering kan worden aangevraagd voor alle trajectspecifieke middelen ten behoeve van onderzoek of kosten met betrekking tot bouw of doorontwikkeling van wetenschappelijke infrastructuur die na afronding van het traject economische waarde behouden, dan wel kunnen worden hergebruikt. De begunstigde verwerft na afloop van het traject het eigendom over deze onderzoeksmiddelen. Indien de begunstigde winst realiseert uit het economisch eigendom van deze onderzoeksmiddelen, dan moeten deze winsten worden geïnvesteerd in onderzoeksactiviteiten. Het gaat om de aanschaf van apparatuur met restwaarde voor de uitvoering van onderzoek en om investeringen in de opbouw of (verdere) ontwikkeling van wetenschappelijke infrastructuur. Loonkosten als onderdeel van de investering zijn op te voeren als personele kosten.
Indien apparatuur niet tijdens de volledige levensduur daarvan voor het voorgestelde traject wordt gebruikt, komen alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het voorgestelde traject, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, voor subsidiëring in aanmerking.
De kosten voor investeringen dienen in de aanvraag adequaat gespecificeerd en gemotiveerd te worden.
Subsidiabel zijn:
• kosten voor investeringen in wetenschappelijke apparatuur;
• kosten voor investeringen in datasets;
• loonkosten voor medewerkers met essentiële technische expertise noodzakelijk voor de ontwikkeling of bouw van een investering.
Niet-subsidiabel zijn:
• kosten voor infrastructurele voorzieningen die tot de gebruikelijke infrastructuur gerekend kunnen worden volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening, thuiswerkvergoeding;
• dataverzamelingen en eventuele bijbehorende software en bibliografieën die reeds op andere wijze beschikbaar zijn;
• overige personeelskosten, waaronder personeelskosten voor de exploitatie en het uitvoeren van onderzoek met de faciliteit;
• kosten voor onderhoud en gebruik van de apparatuur op een traject (de kosten voor het gebruik van apparatuur op een traject kunnen via het materieel budget aangevraagd worden).
Het tarief op het moment van de besluitdatum is van toepassing. Regieorgaan SIA past bij de toekenning zo nodig eenmalig ambtshalve een indexering toe van de loonkosten. Hierbij wordt de datum gehanteerd dat de tarieven ingaan. Indien de datum van bekendmaking van de tarieven later is dan de ingangsdatum, wordt de datum van bekendmaking gehanteerd. De tarieven van de Universiteiten van Nederland (UNL) gaan doorgaans in op 1 juli, van de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (NFU) op 1 augustus en van de Handleiding Overheidstarieven (HOT) op 1 januari.
Ambtshalve indexering heeft geen invloed op het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag. Het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. Bij toewijzing wordt indexering toegepast op het subsidiebedrag.
De ambtshalve indexering heeft geen gevolgen voor de eisen aan eigen bijdragen en/of cofinanciering, noch voor de IE-rechten die uit de eigen bijdragen en/of cofinanciering kunnen voortvloeien.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-33208.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.