Het college van gedeputeerde staten van de provincie Overijssel,
- •
gelet op artikel 5 lid 1, aanhef en onder b van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement,
- •
de artikelen 9, 32 en artikel 34 lid 1 van de Scheepvaartverkeerswet,
- •
de artikelen 1 t/m 4 van de Wrakkenwet,
stelt vast het volgende Besluit aanwijzing bevoegdheden scheepvaartwetgeving provincie Overijssel:
Artikel 1
Als toezichthouder belast met het toezicht op de naleving van het gestelde bij of krachtens de Wrakkenwet, de Scheepvaartverkeerswet en het Binnenvaartpolitiereglement worden aangewezen, elk voor zover passend binnen hun functieomschrijving dan wel de aan hen opgedragen taken:
- -
de buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij de inspectie scheepvaart van de eenheid Wegen en kanalen van de provincie Overijssel.
Artikel 2
Als opsporingsambtenaar, belast met de opsporing van de bij of krachtens de Scheepvaartverkeerswet en het Binnenvaartpolitiereglement strafbaar gestelde feiten, met uitzondering van de bepalingen, genoemd in de artikelen 27, 28, 28a, 29 en 29a van de Scheepvaartverkeerswet worden aangewezen, elk voor zover passend binnen hun functieomschrijving dan wel de aan hen opgedragen taken:
- -
de buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij de inspectie scheepvaart van de eenheid Wegen en kanalen van de provincie Overijssel.
Artikel 3
Op grond van artikel 5 lid 1, aanhef en onder b, van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement worden aangewezen, de in artikel 1 en 2 van dit besluit genoemde personen, voor de volgende bepalingen van het Binnenvaartpolitiereglement:
- -
artikel 1.01, sub 8 en 14; artikel 1.09, lid 2; artikel 1.10, lid 4; artikel 1.12, lid 3 en 4; artikel 1.13, lid 2 en 3; artikel 1.14; artikel 1.15, lid 2; artikel 1.17, lid 1; artikel 1.20; artikel 1.21, lid 2; artikel 1.23, lid 1 t/m 3; artikel 1.26, lid 1 en 2; artikel 3.15, lid 2; artikel 3.20, lid 5, sub a en e; artikel 3.25, lid 3; artikel 3.27; artikel 3.28; artikel 3.29, lid 2; artikel 4.05, lid 6 en 7; artikel 4.06, lid 5; artikel 4.07, lid 2 sub a; artikel 6.08; artikel 6.19, lid 6; artikel 6.21a, lid 1; artikel 6.21a, lid 4; artikel 6.26, lid 1,lid 3 onder c. en lid 6; artikel 6.26, lid 2 en lid 3 onder e; artikel 6.28, lid 2 en lid 10; artikel 6.28, lid 4, lid 12, lid 15 en lid 19; artikel 6.28b, lid 1, aanhef en onder b; artikel 6.31, lid 1; artikel 6.32, lid 1; artikel 7.01, lid 4 en lid 5; artikel 7.02, lid 1 onder b en lid 3; artikel 7.05, lid 4; artikel 7.07, lid 4; artikel 7.07, lid 7; artikel 7.08, lid 1, lid 2 en lid 5; artikel 8.06, lid 1 en lid 2; artikel 8.08, lid 2 onder g en lid 3;
Artikel 4
Als personen die bevoegd zijn verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen te geven zoals bedoeld bij of krachtens de Scheepvaartverkeerswet en de op artikel 9 van de Scheepvaartverkeerswet gebaseerde Algemene Maatregel van Bestuur, worden aangewezen de buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij de inspectie scheepvaart van de eenheid Wegen en kanalen van de provincie Overijssel.
Artikel 5
Eerdere besluiten met betrekking tot de aanwijzing van bevoegdheden scheepvaartverkeerswetgeving, worden hierbij ingetrokken.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking in de Staatscourant.
Artikel 7
Dit besluit wordt aangehaald als Besluit aanwijzing bevoegdheden scheepvaartwetgeving provincie Overijssel.
Vastgesteld door het college van gedeputeerde staten op 3 september 2025
Toelichting
Het college van gedeputeerde staten is bevoegd gezag en nautisch vaarwegbeheerder van de wateren binnen de provincie Overijssel waar zij het vaarwegbeheer heeft.
Zij zijn daardoor belast met de uitvoering op het binnenwater van het bepaalde in de Wrakkenwet, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement (BPR), en het Besluit Administratieve bepalingen scheepvaart (Babs).
Voor adequaat toezicht en handhaving van de voornoemde wetten en regelingen is het noodzakelijk om buitengewoon opsporingsambtenaren van de inspectie scheepvaart van de provincie Overijssel aan te wijzen als toezichthouder, opsporingsambtenaar en bevoegde autoriteit. Deze aanwijzing heeft tot doel het verzekeren van de leefbaarheid en veiligheid op en rond provinciale vaarwegen en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer.
Volgens de artikelen 32 en 34 van de Scheepvaartverkeerswet moet dit besluit worden gepubliceerd in de Staatscourant alvorens het in werking treedt.