Call for proposals, Rubicon, Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

2025-3

Exacte en Natuurwetenschappen

Sociale en Geesteswetenschappen

Toegepaste en Technische Wetenschappen Zon Mw

2025 3e ronde

Inhoudsopgave

1

Inleiding

1

 

1.1 Achtergrond

1

 

1.2 Beschikbaar budget

2

 

1.3 Indieningsdeadline(s)

2

2

Doel

2

 

2.1 Doelstelling van het programma

2

 

2.2 Maatschappelijke impact

2

3

Voorwaarden voor aanvragers

3

 

3.1 Wie kan aanvragen

3

 

3.2 Wat kan worden aangevraagd

3

 

3.3 Het opstellen en indienen van de aanvraag

6

 

3.4 Indieningsvoorwaarden

7

 

3.5 Subsidievoorwaarden

8

4

Beoordelingsprocedure

10

 

4.1 De San Francisco Declaration (DORA)

10

 

4.2 Procedure

10

 

4.3 Criteria

13

5

Subsidieverplichtingen

14

 

5.1 Aanvullende voorwaarden

14

6

Contact en overige informatie

17

 

6.1 Contact

17

 

6.2 Overige informatie

17

7

Bijlagen

17

 

7.1 Normbedragen

17

1 Inleiding

In deze Call for proposals leest u hoe de aanvraagprocedure is ingericht voor de subsidieronde ‘Rubicon 2025, ronde 3’. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

U vindt in deze Call for proposals achtereenvolgens informatie over het doel van dit programma (hoofdstuk 2), de voorwaarden voor de subsidieaanvraag (hoofdstuk 3) en hoe uw aanvraag wordt beoordeeld (hoofdstuk 4). Deze informatie heeft u nodig om een aanvraag voor subsidie te kunnen indienen. In hoofdstuk 5 vindt u de subsidieverplichtingen die van toepassing zijn in geval van toewijzing. In hoofdstuk 6 staan de contactgegevens en in hoofdstuk 7 de bijlagen.

1.1 Achtergrond

De Rubiconbeurs richt zich op veelbelovende, pas gepromoveerde onderzoekers in het Koninkrijk der Nederlanden1 Zij staan aan het begin van hun wetenschappelijke carrière en beschikken over wetenschappelijke kwaliteiten waarmee ze een belangrijke plaats kunnen innemen in het wetenschappelijke landschap van het Koninkrijk der Nederlanden. De Rubiconbeurs stimuleert deze verdere ontwikkeling van het wetenschappelijke talent en wordt gezien als een waardevolle opstap voor een eventuele Veni-aanvraag in het Talentprogramma.

Recent gepromoveerde wetenschappers wordt de mogelijkheid geboden om kennis, vaardigheden en ervaring op te doen tijdens een verblijf van maximaal twee jaar aan een onderzoeksorganisatie buiten het Koninkrijk der Nederlanden. In beperkte mate is het ook mogelijk een verblijf aan een onderzoeksorganisatie in het Koninkrijk der Nederlanden aan te vragen.

1.2 Beschikbaar budget

Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 3.145.000. Dit budget wordt naar verhouding van het aantal ontvankelijke aanvragen verdeeld over de hieronder genoemde NWO- onderdelen (zie ook paragraaf 3.3.1):

  • 1. Exacte en Natuurwetenschappen (ENW) (in één loket met TTW)

  • 2. Technische en Toegepaste wetenschappen (TTW) (in één loket met ENW)

  • 3. Sociale en Geesteswetenschappen (SGW)

  • 4. Zorg onderzoek en Medische wetenschappen (ZonMw).

In verband met het geringe aantal aanvragen bij TTW worden die aanvragen door ENW behandeld. Gezien het totale aantal aanvragen dat per ronde bij ENW/TTW wordt ingediend, worden twee beoordelingscommissies ingesteld voor twee clusters, leven en bèta. Het budget dat voor de betreffende ronde voor ENW/TTW beschikbaar is wordt op basis van het aantal aanvragen over de twee commissies verdeeld.

ZonMw functioneert in deze ronde als één van de domeinen van NWO, en is daarom ook inbegrepen bij verwijzingen in de Call naar ‘NWO’.

1.3 Indieningsdeadline(s)

Bij het indienen van uw aanvraag in ISAAC of MijnZonMw dient u ook online nog gegevens in te voeren. Begin daarom ten minste één dag vóór de deadline van deze Call for proposals met het indienen van uw aanvraag. Aanvragen die na de deadline worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

De deadline voor het indienen van aanvragen is 2 december 2025, voor 14:00:00 CET.

1.3.1 Tijdzone

De tijden in deze Call for proposals geven de tijd weer in het Europees deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Houd hier rekening mee als u contact zoekt met NWO of uw aanvraag indient vanuit het Caribisch deel van het Koninkrijk.

2 Doel

Dit hoofdstuk beschrijft de doelstelling van het programma en de maatschappelijke impact.

2.1 Doelstelling van het programma

De Rubiconbeurs is een mobiliteitsbeurs die pasgepromoveerde talentvolle onderzoekers de kans biedt om maximaal twee jaar onderzoek te doen aan een onderzoeksorganisatie in het buitenland. De Rubiconbeurs biedt onderzoekers hiermee, door het opdoen van nieuwe ervaringen in een nieuwe omgeving, de gelegenheid zich verder te ontwikkelen als onafhankelijke onderzoekers. Hierbij kunnen ze een eigen onderzoekslijn ontwikkelen en een eigen netwerk opbouwen. Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk onderzoek te doen bij een onderzoeksorganisatie in het Koninkrijk der Nederlanden (zie paragraaf 3.2.3).

2.2 Maatschappelijke impact

Nieuwe kennis en inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag én morgen. Denk aan de energietransitie, gezondheid en zorg, of klimaatverandering. Door interactie en afstemming tussen onderzoekers en mogelijke kennisgebruikers, neemt de kans op het toepassen van kennis toe en daarmee ook de kans op maatschappelijke impact. Maatschappelijke impact staat hier voor veranderingen die (mede) het gevolg zijn van door onderzoek gegenereerde kennis en kunde. Deze veranderingen dragen bij aan het welzijn van mens, planeet en maatschappij voor deze en toekomstige generaties. Via haar beleid op impact bevordert NWO de mogelijke bijdrage vanuit onderzoek aan maatschappelijke vraagstukken door het stimuleren van productieve interacties met maatschappelijke belanghebbenden. Zowel tijdens de ontwikkeling als in de uitvoering van het onderzoek. Dit doet zij op een manier die past bij het doel van het financieringsinstrument. NWO stimuleert onderzoekers om met een brede blik te kijken naar de mogelijke gewenste en ongewenste impact van hun onderzoek.

2.2.1 Impact op maat

Afhankelijk van het doel van het financieringsinstrument kiest NWO een bijbehorende benadering die de kans op maatschappelijke impact optimaal ondersteunt. Het primaire doel van het financieringsinstrument bepaalt de keuze voor de benadering die NWO inzet om kennisbenutting in verschillende fases van het project (aanvraag, uitvoering, na afloop) te bevorderen en de inspanning die van aanvrager(s) en partners gevraagd wordt.

In dit programma wordt de Impact Outlook benadering toegepast. Onderzoekers kunnen hierbij kiezen op welk soort impact ze hun eigen focus willen leggen, en er wordt proportioneel gekeken naar wat er kan voor de overige impact.

NWO biedt een e-learning-module aan die geïnteresseerden op weg kan helpen via Online impact workshops | NWO. Voor meer informatie over het kennisbenuttingsbeleid van NWO zie de website: Kennisbenutting | NWO.

3 Voorwaarden voor aanvragers

Dit hoofdstuk bevat de voorwaarden die gelden voor uw subsidieaanvraag. Eerst wordt beschreven wie subsidie kan aanvragen (paragraaf 3.1) en waarvoor u subsidie kunt aanvragen (paragraaf 3.2). Vervolgens vindt u de voorwaarden voor het opstellen en indienen van de aanvraag (paragrafen 3.3 en 3.4) en specifieke subsidievoorwaarden (paragraaf 3.5).

3.1 Wie kan aanvragen

Onderzoekers die op 2 december 2025 maximaal één jaar geleden zijn gepromoveerd of bezig zijn met de afronding van hun promotie kunnen een aanvraag indienen. Aanvragers die nog bezig zijn met hun promotieonderzoek mogen uitsluitend een aanvraag indienen wanneer hun promotor goedkeuring verleent aan het proefschrift (door middel van een schriftelijke verklaring bij de Rubiconaanvraag zoals omschreven in paragraaf 3.3). Deze verklaring geeft een garantie dat de promotor verwacht dat het promotietraject succesvol afgesloten gaat worden voor de startdatum van het project. De onderzoeker mag starten met het verrichten van het onderzoek zodra de promotie succesvol is afgesloten, maar uiterlijk 6 maanden na de besluitdatum.

De aanvrager heeft een wetenschappelijke band met Nederland, aantoonbaar door het behalen een PhD bij één van de onderstaande onderzoeksorganisaties voor de start van het project:

  • universiteiten zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden;

  • universitair medische centra, waarmee wordt bedoeld de academische ziekenhuizen zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • KNAW- en NWO-instituten;

  • het Nederlands Kanker Instituut;

  • het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen;

  • NCB Naturalis;

  • Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL);

  • Prinses Máxima Centrum.

Voor een joint PhD geldt dat de onderzoeksorganisatie waar het diploma is behaald en/of waar de verdediging heeft plaatsgevonden de maatstaf is voor de interpretatie van deze voorwaarde. Is ook de PhD ‘jointly’ behaald (d.w.z. een diploma van twee onderzoeksorganisaties of twee diploma’s), dan kan de Nederlandse onderzoeksorganisatie als ‘hoofdorganisatie’ worden beschouwd.

Als definitie van het succesvol afsluiten van de promotie is de datum waarop een aanvrager de doctorstitel mag dragen in beginsel leidend. Als er meer dan zes maanden zit tussen de verdediging en het voeren van de doctorstitel, dan geldt de datum van de verdediging.

Een aanvrager kan slechts eenmaal een aanvraag binnen het Rubiconprogramma indienen. Van indiening van een aanvraag is sprake als de aanvraag in behandeling is genomen door NWO (zoals omschreven in paragraaf 4.2.2 van deze Call for proposals). Een aanvrager mag wel tegelijktijdig een Rubiconaanvraag indienen en een andere aanvraag in het Talentprogramma, als de Call for proposals van de bewuste ronde van het Talentprogramma dit ook toestaat.

3.2 Wat kan worden aangevraagd

Aanvragers kunnen financiering aanvragen voor een onderzoeksverblijf van minimaal 12 maanden en maximaal 24 maanden fulltime aan een buitenlandse onderzoeksorganisatie. In bepaalde gevallen is het ook mogelijk financiering voor een verblijf van tussen 12 en 24 maanden aan een onderzoeksorganisatie in het Koninkrijk der Nederlanden aan te vragen (zie paragraaf 3.2.2). Het is ook mogelijk om een parttime aanstelling aan te vragen, tot minimaal 0,75 FTE en 32 maanden.

De omvang van de maximale subsidie is afhankelijk van het land waar het gastinstituut gesitueerd is, van de lengte van het verblijf en de omvang van de aanstelling in FTE. De omvang van de maximale subsidie wordt bepaald aan de hand van het basisbedrag van € 84.000 op jaarbasis, de lijst met correctiecoëfficiënten per land en het aantal FTE dat de aanvrager aangesteld zal worden voor het project. Daarnaast bevat de maximale subsidie € 276 per maand voor onderzoekskosten. Ook kent NWO reiskosten toe: eenmaal als het verblijf 12 maanden is en tweemaal als het verblijf langer dan 12 maanden is. Meer informatie over het berekenen van de subsidie kunt u vinden in paragraaf 7.1. De maximale subsidie is een tegemoetkoming voor de kosten van het verblijf en het onderzoek, maar is niet in alle gevallen dekkend. Aanvragers wordt aangeraden om het salaris tijdig te bespreken met de onderzoeksorganisatie waar ze in dienst treden.

Subsidiabele kosten zijn salariskosten voor de onderzoeker inclusief de daaraan gerelateerde sociale lasten (bijdragen die de werkgever moet betalen aan de overheid), onderzoekskosten en reiskosten. Kosten voor infrastructuur (huisvesting en kantoorautomatisering) en overhead worden niet vergoed. Zie ook paragraaf 5.1.7.

De Rubiconbeurs kan gezien worden als een ‘fellowship’; een in competitie verworven subsidie voor postdoctoraal onderzoek, uit te voeren in een van tevoren vastgestelde periode.

Voor alle Rubiconbeurzen geldt dat het gastinstituut zich in het acceptatieformulier bereid dient te verklaren de aanvrager voor ten minste de duur van het Rubicononderzoek faciliteiten te bieden om het onderzoek uit te voeren en de onderzoeker in tijdelijke dienst te zullen nemen indien de Rubicononderzoeker geen dienstverband heeft met een onderzoeksorganisatie in het Koninkrijk der Nederlanden. De Rubiconbeurs houdt in geen enkel geval een arbeidsrelatie met NWO in.

Het onderzoek dient in een aaneengesloten periode plaats te vinden.

3.2.1 Land, instituut en dienstverband

De aanvrager kan subsidie aanvragen voor een verblijf in het land waar men een masterdiploma (of equivalent hiervan) heeft behaald, maar niet voor een verblijf aan de onderzoeksorganisatie waar dit diploma is behaald.

Het is niet toegestaan een verblijf in het Koninkrijk der Nederlanden en in het buitenland of een verblijf aan twee onderzoeksorganisaties in het buitenland te combineren.

Het is niet toegestaan meerdere gastinstituten te combineren. Afhankelijk van de aard van het onderzoek kan vanuit het gastinstituut eventueel wel een dataverzameling of een veldonderzoek elders worden gedaan.

De aanvrager mag op de dag van de indieningsdeadline van deze Call for proposals na het promotietraject (verdediging hoeft nog niet te hebben plaatsgevonden) voor een periode equivalent aan maximaal zes maanden fulltime een positie hebben gehad bij het beoogd gastinstituut. Indien u langer dan zes maanden werkzaam zal zijn bij het gastinstituut ten tijde van de deadline voor indiening van de Rubicon–aanvraag, kunt op basis van zorgtaken, ziekteverlof of een opleiding tot klinisch specialist ook een beroep doen op verlenging van de maximale termijn van zes maanden. De berekening voor de verlenging vindt plaats op dezelfde wijze als voor de extensieregeling verlenging van de termijn voor indiening na de promotie. U kunt hiervoor voor de deadline contact opnemen via rubicon@nwo.nl.

De aanvrager kan, ongeacht de bestemming, kiezen voor een dienstverband bij de onderzoeksorganisatie die het gastinstituut is of voor een dienstverband aan een onderzoeksorganisatie in het Koninkrijk der Nederlanden en van daaruit gedetacheerd worden naar het gastinstituut. De keuze is aan de aanvrager en heeft geen gevolgen voor de beoordeling van de aanvraag.

NWO verstrekt geen subsidie aan onderzoeksorganisaties in landen die vallen onder (inter)nationale sanctiewet- en regelgeving. Richtinggevend hiervoor is de EU Sanctions Map.

3.2.2 Verblijf in het buitenland

Aanstelling bij gastinstituut

Kiest de onderzoeker voor een aanstelling bij een buitenlandse onderzoeksorganisatie, dan neemt deze onderzoeksorganisatie als gastinstituut de onderzoeker voor de duur van de toegewezen subsidie in tijdelijke dienst onder vergelijkbare voorwaarden als die gelden voor een gemiddelde postdoc in dienst bij het gastinstituut. De aanvrager moet kunnen aantonen dat de onderzoeksorganisatie die de begunstigde is van de Rubiconbeurs voldoet aan de definitie van onderzoeksorganisatie als bedoeld in artikel 5.1 sub p van de NWO Subsidieregeling. NWO kan ten tijde van indiening vragen om aanvullende informatie waaruit dit blijkt.

Het gastinstituut geeft via het toepasselijke acceptatieformulier aan de onderzoeker te accepteren indien de subsidie wordt toegekend. Dit formulier is geen garantie voor de uiteindelijke acceptatie omdat het alleen van toepassing is als de aanvraag wordt toegekend en de noodzakelijke documenten zijn verkregen. De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het tijdig verkrijgen van de noodzakelijke documenten (bijv. visum, werkvergunning enz.).

Het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek (2008) is hier niet van toepassing.

Detachering naar gastinstituut

Kiest de aanvrager voor een dienstverband bij een onderzoeksorganisatie in het Koninkrijk der Nederlanden, dan neemt deze onderzoeksorganisatie de subsidie in beheer en detacheert deze onderzoeksorganisatie de onderzoeker naar het buitenlandse gastinstituut. Arbeidsvoorwaarden van de onderzoeksorganisatie waar het project in beheer is genomen zijn dan van toepassing. Het gastinstituut garandeert dat zij de aanvrager in staat stelt om het voorgestelde onderzoek conform de Rubicon-voorwaarden aldaar uit te voeren. De onderzoeksorganisatie in het Koninkrijk der Nederlanden en het ontvangende gastinstituut geven in het toepasselijke acceptatieformulier aan de onderzoeker te accepteren indien de subsidie wordt toegekend. Dit formulier is geen garantie voor de uiteindelijke acceptatie, omdat het alleen van toepassing is als de aanvraag wordt toegekend en de noodzakelijke documenten zijn verkregen. De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van de noodzakelijke documenten (bijv. visum, werkvergunning enz.). Het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek (2008) is hier niet van toepassing.

3.2.3 Verblijf in het Koninkrijk der Nederlanden

De Rubiconbeurs biedt beperkte mogelijkheid aan onderzoekers om de subsidie te gebruiken voor onderzoek in het Koninkrijk der Nederlanden. Dit is bedoeld voor aanvragen die zich richten op onderwerpen die specifiek zijn voor het Koninkrijk der Nederlanden, zoals talen en culturen van het Koninkrijk der Nederlanden en lokaal recht.

Voor aanvragen voor een onderzoeksverblijf in het Koninkrijk der Nederlanden geldt dat de aanvrager geen subsidie kan aanvragen voor een verblijf aan dezelfde onderzoeksorganisatie als waar men het masterdiploma heeft behaald of is gepromoveerd.

Bij een verblijf aan een onderzoeksorganisatie binnen het Koninkrijk der Nederlanden treedt deze onderzoeksorganisatie op als werkgever en wordt een vergoeding van maximaal € 84.000 op jaarbasis aan de onderzoeksorganisatie verstrekt. Daarnaast bevat de subsidie € 276 per maand voor onderzoekskosten. Reiskosten worden niet vergoed, tenzij de aanvrager vanuit het Europees deel van het Koninkrijk een aanvraag indient voor een verblijf aan een onderzoeksorganisatie in het Caribisch deel, of omgekeerd (zie voor de berekening paragraaf 7.1.2). NWO treedt niet zelf op als werkgever en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek (2008) is hier niet van toepassing.

Als ontvangende onderzoeksorganisaties kunnen fungeren:

In het Caribisch deel van het Koninkrijk:

  • Universiteit van Aruba;

  • Universiteit van Curaçao;

  • Universiteit van Sint-Maarten.

In het Europees deel van het Koninkrijk:

  • universiteiten zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden;

  • universitair medische centra, waarmee wordt bedoeld de academische ziekenhuizen zoals bedoeld

  • in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • KNAW- en NWO-instituten;

  • het Nederlands Kanker Instituut;

  • het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen;

  • NCB Naturalis;

  • Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL);

  • Prinses Máxima Centrum.

3.3 Het opstellen en indienen van de aanvraag

Voor het opstellen van uw aanvraag doorloopt u de volgende stappen:

  • download het aanvraagformulier vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC of vanaf de website van NWO (op de website van het betreffende financieringsinstrument);

  • vul het aanvraagformulier in;

  • sla het formulier op als pdf en dien het met de eventueel verplichte bijlage(n) in ISAAC (NWO) of MijnZonMw (ZonMw) in;

  • vul de online in ISAAC (NWO) of MijnZonMw (ZonMw) gevraagde gegevens in.

Verplichte bijlage(n):

  • toepasselijk acceptatieformulier van beoogd gastinstituut (afhankelijk van het gekozen dienstverband, zie paragraaf 3.2);

  • enkel van toepassing indien de aanvrager nog niet is gepromoveerd: verklaring van de promotor dat deze verwacht dat het promotietraject voor de start van het project zal zijn afgerond.

  • Het getekende acceptatieformulier garandeert dat de aanvrager de onderzoeksorganisatie waar zij/hij werkzaam zal zijn heeft geïnformeerd over het indienen van de aanvraag en dat de onderzoeksorganisatie de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals aanvaardt.

Het aanvraagformulier bevat aanvullende instructies over hoe de aanvraag opgesteld dient te worden.

De aanvraag en bijlagen dienen conform het door NWO aangeboden template opgesteld te worden. Bijlagen dienen los van de aanvraag in ISAAC geüpload te worden. Alle bijlagen dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. Andere bijlagen dan hierboven vermelde bijlagen zijn niet toegestaan.

Het is verplicht uw aanvraag in het Engels op te stellen.

Het gebruik van generatieve AI is niet uitgesloten bij het opstellen van uw aanvraag, mits dit verantwoord gebeurt. De richtlijnen vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO ).

Het indienen van een aanvraag kan alleen via het online aanvraagsysteem ISAAC (NWO) of MijnZonMw (ZonMw). Aanvragen die niet via ISAAC/MijnZonMw zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.

U bent als hoofdaanvrager verplicht een aanvraag via het eigen persoonlijke ISAAC- of MijnZonMw- account in te dienen.

Het is belangrijk om tijdig te beginnen met uw aanvraag in ISAAC/MijnZonMw:

  • indien u nog geen ISAAC- of MijnZonMw-account heeft, dient deze op tijd te worden aangemaakt om eventuele aanmeldproblemen te voorkomen en te voldoen aan de twee-factor-authenticatie die ISAAC hanteert;

  • nieuwe onderzoeksorganisaties moeten eventueel nog door NWO toegevoegd worden aan ISAAC;

  • u moet ook online nog gegevens invoeren.

Aanvragen die na de deadline worden ingediend, neemt NWO niet in behandeling.

Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC-helpdesk, zie contact (hoofdstuk 6).

Werkt een hoofd- en/of medeaanvrager bij een onderzoeksorganisatie die niet is opgenomen in de database van ISAAC? U kunt dit dan melden via relatiebeheer@nwo.nl zodat de onderzoeksorganisatie kan worden toegevoegd. Hier zijn enige dagen voor nodig. Daarom is het van belang dit uiterlijk een week voor de deadline te melden.

3.3.1 Advies over loketkeuze

Voor deze Call for proposals geldt dat u een keuze moet maken bij welk loket u een aanvraag gaat indienen. U heeft de keuze uit:

  • Exacte- en Natuurwetenschappen (ENW);

  • Sociale en Geesteswetenschappen (SGW);

  • Toegepaste en Technische Wetenschappen (TTW);

  • ZonMw (Zorgonderzoek en Medische wetenschappen).

Bedenk tijdig welke van de vier opties het meest geschikt is als loket om uw aanvraag in te dienen. Na indiening is uw keuze voor het loket definitief, en bestaat er geen mogelijkheid meer om de aanvraag binnen een ander loket te laten beoordelen. Twijfelt u tussen loketten, bijvoorbeeld omdat uw aanvraag een (deels) loket-overstijgend karakter heeft, neem dan ruim voor de deadline contact op met de onderstaande contactpersonen van de domeinen. Deze persoon kan u adviseren binnen welk loket uw aanvraag het beste kan worden behandeld. U maakt echter zelf de definitieve keuze.

Voor advies kunt u contact opnemen met de volgende personen: ENW/TTW: enwrubicon@nwo.nl (Yee Wah Lau en Eric Pap)

SGW: rubiconalfagamma@nwo.nl (Vera Michilsen en Simone Teerink) ZonMw: rubicon@zonmw.nl (Maik Kok en Nilda Tatipata)

Bij het schrijven van de aanvraag dient u er rekening mee te houden dat de commissie die uw aanvraag beoordeelt breed is samengesteld. De aanvraag moet ook toegankelijk zijn voor commissieleden uit andere wetenschapsdisciplines binnen het door u gekozen loket.

3.4 Indieningsvoorwaarden

3.4.1 Formele voorwaarden voor indiening

NWO toetst uw aanvraag op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als uw aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze toegelaten tot de beoordelingsprocedure. U wordt gevraagd om na indiening van een aanvraag beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren en zo (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.

Deze voorwaarden zijn:

  • de hoofdaanvrager voldoet aan de in paragraaf 3.1 gestelde voorwaarden;

  • de aanvraag voldoet aan de in paragraaf 3.2 en 3.3 gestelde voorwaarden;

  • de aanvraag voldoet aan de DORA-richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.1;

  • het aanvraagformulier is, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de instructies ingevuld;

  • de aanvraag is ingediend via het ISAAC- of MijnZonMw-account van de hoofdaanvrager;

  • de aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline;

  • de aanvraag is in het Engels opgesteld;

  • de begroting in de aanvraag is volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld;

  • het voorgestelde project heeft een looptijd van minimaal 12 en maximaal 24 maanden voltijd, en maximaal 32 maanden met een passende deeltijdfactor;

  • Alle vereiste bijlagen zijn, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de

  • instructies ingevuld en conform de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld en ingediend.

3.4.2 Carrière-afhankelijke indienperiode en extensieregeling

Deze ronde staat open voor onderzoekers die op 2 december 2025 maximaal een jaar geleden zijn gepromoveerd.

De genoemde maximum carrière-afhankelijke indienperiode kan door NWO worden verlengd als er sprake is van langdurig verlof in verband met ziekte, ouderschap, zwangerschap of zorg. De door NWO toe te wijzen verlenging van de indienperiode bedraagt maximaal een jaar.

Verlenging is eveneens mogelijk voor ouders indien zij zorg dragen voor één of meerdere kinderen. Verlenging is ook mogelijk bij een deeltijdaanstelling in combinatie met zorgtaken of bij een opleiding voor een aantal klinische specialismen. Ook in geval van zorgverlof in combinatie met de opleiding tot klinisch specialist is de toe te wijzen verlenging maximaal een jaar.

Als u gebruik wilt maken van de extensieregeling, neemt u hierover altijd vóór indiening contact op met NWO door het extensieformulier in te vullen op de website (zie https://www.nwo.nl/extensieregeling).

3.4.3 Kindverlof

Voor aanvragers die gedurende de beoordelingsperiode verlof hebben in verband met de komst van een kind (kindverlof) biedt NWO, voor instrumenten waarin geen medeaanvragers opgevoerd kunnen worden, de mogelijkheid om gebruik te maken van de 'Tegemoetkomingsregeling kindverlof'. Deze is van toepassing bij deze Call for proposals. Zie voor meer informatie https://www.nwo.nl/tegemoetkomingsregeling-kindverlof.

Als een aanvrager gebruik wil maken van deze regeling dient deze een met redenen omkleed schriftelijk verzoek in bij NWO via de contactpersoon van deze subsidieronde (zie 6.1). Bij dit verzoek verstrekt de aanvrager alle informatie op grond waarvan NWO een beslissing kan nemen, met inbegrip van informatie waaruit blijkt dat de aanvrager is verhinderd om input te leveren wegens kindverlof.

3.5 Subsidievoorwaarden

Op alle aanvragen zijn de NWO Subsidieregeling 2024 van toepassing.

3.5.1 Dienstverband

Een Rubiconproject kan in deeltijd uitgevoerd worden. Minimaal 75% van een voltijds werkweek (volgens gangbare definitie van het gastinstituut) dient aan het Rubicononderzoek besteed te worden. Bij minder dan 100% wordt of de subsidie naar rato gekort of de subsidieperiode naar rato van het percentage vermindering werktijd verlengd. Wanneer een aanvrager bijvoorbeeld een voorstel doet voor een project dat 24 maanden fulltime duurt, mag dit ook in 30 maanden voor 80% uitgevoerd worden. De onderzoekskosten worden berekend naar het aantal maanden dat fulltime gewerkt zou worden, in dit geval 24 maanden. Wanneer een aanvrager het project in 24 maanden wil afronden maar desondanks 0,75 fte eraan wil werken, wordt de toekenning equivalent aan 18 maanden fulltime, waarbij ook 18 maanden onderzoekskosten worden berekend.

Zowel de onderzoeksorganisatie waar het project wordt uitgevoerd als de onderzoeksorganisatie waar de aanvrager in dienst is (bij detachering) kunnen een (financiële) bijdrage leveren aan het project als de subsidie ontoereikend is voor salaris- en onderzoekskosten. Bijdragen van de onderzoeksorganisatie zelf hebben geen betrekking op kosten die door NWO (deels) vergoed worden en kwalificeren niet als cofinanciering, het betreft additionele uitgaven van de onderzoeksorganisatie aan het project. Indien er sprake is van extra inkomsten dient u altijd contact op te nemen met de programmacoördinator.

NWO garandeert doorbetaling van het salaris gedurende zwangerschapsverlof conform regelgeving in het Europees deel van het Koninkrijk gedurende maximaal 16 weken voor biologische moeders en 5 weken voor vaders en niet-biologische moeders. Wanneer de onderzoeker in dienst is bij een buitenlandse onderzoeksorganisatie of een onderzoeksorganisatie in het Caribisch deel van het Koninkrijk, is in eerste instantie de daar geldende regeling van toepassing. Indien er geen regeling is, dan wel de regeling minder voordelig is dan die in het Europees deel van het Koninkrijk, zal NWO het salaris doorbetalen c.q. aanvullen voor maximaal 16 of 5 weken.

Mocht u gebruik willen maken van deze regeling voor doorbetaling van het salaris bij zwangerschapsverlof kunt u hiervoor schriftelijk een verzoek indienen bij NWO (rubicon@nwo.nl).

Om uw verzoek te kunnen beoordelen heeft NWO de volgende informatie nodig:

  • data zwangerschapsverlof;

  • het soort dienstverband (indien parttime welk %);

  • een getekende brief van het gastinstituut. Deze brief dient als bevestiging van de bestaande regeling en als bevestiging dat u na de verlofperiode uw onderzoek kan voortzetten. Bij een afwijkende regeling moet deze opgenomen zijn in de bevestiging van het gastinstituut.

Het is verplicht om gedurende de uitvoering van het project het land van de gastuniversiteit als standplaats te hebben.

3.5.2 Start van het onderzoek

Het onderzoek dient te worden gestart binnen 6 maanden na de besluitdatum van de financieringsronde.

3.5.3 Kennisveiligheid

In de Nationale leidraad kennisveiligheid hebben de Nederlandse kennissector (waaronder NWO) en verschillende onderdelen van de Rijksoverheid handvatten vastgelegd voor wie binnen onderzoeksorganisaties te maken heeft met internationale samenwerking en daarbij kansen en (veiligheids-)risico’s tegen elkaar moet afwegen. Bij de aanpak van kennisveiligheid binnen Nederland staat zelfregulering door de kennissector centraal.

NWO verwacht van aanvragers dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. Indien NWO signalen ontvangt dat een aanvraag of toegewezen project kennisveiligheidsrisico’s met zich meebrengt, kan NWO de aanvrager of projectleider verzoeken inzicht te geven in de risico mitigerende maatregelen. Daarnaast kan NWO besluiten om in de toewijzingsbrief nadere voorwaarden op te nemen ter bescherming van de kennisveiligheid.

De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.

3.5.4 Datamanagement

Resultaten van wetenschappelijk onderzoek moeten kunnen worden gerepliceerd, geverifieerd en gefalsifieerd. In het digitale tijdperk betekent dit dat behalve publicaties ook onderzoeksdata zo veel mogelijk vrij toegankelijk moeten zijn. NWO verwacht dat de onderzoeksdata die voortkomen uit projecten die door NWO zijn gefinancierd zo veel mogelijk vrij beschikbaar komen voor hergebruik door andere onderzoekers. NWO hanteert daarbij het principe: “zo open als mogelijk, beschermd indien nodig”. Van onderzoekers wordt verwacht dat zij ten minste die data en/of niet-numerieke resultaten die ten grondslag liggen aan de conclusies van binnen het project gepubliceerde werken openbaar maken, gelijktijdig met de publicatie zelf. Eventuele kosten die hiervoor worden gemaakt, kunnen worden meegenomen in de projectbegroting. Onderzoekers maken kenbaar hoe met data voortkomend uit het project wordt omgegaan aan de hand van de datamanagementparagraaf in de aanvraag, en het datamanagementplan na toewijzing van subsidie.

Datamanagementparagraaf

De datamanagementparagraaf maakt deel uit van de aanvraag. Onderzoekers wordt gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld. Vaak zullen al vóór het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden om opslag en deling later mogelijk te maken. Indien niet alle data voortkomende uit het project openbaar gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld om redenen van privacy, ethiek of valorisatie, dient de aanvrager dit beargumenteerd kenbaar te maken in de datamanagementparagraaf.

De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al dan niet toe te wijzen. De commissie kan wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.

3.5.5 Wetenschappelijke integriteit

Het project dat NWO financiert moet, conform de NWO Subsidieregeling 2024, uitgevoerd worden in overeenstemming met de nationaal en internationaal aanvaarde normen van wetenschappelijk handelen zoals neergelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit. Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan deze code. In geval van (mogelijke) schending van deze normen bij een door NWO gefinancierd project, dient de aanvrager NWO hiervan onverwijld op de hoogte te stellen en dient deze alle ter zake relevante documenten aan NWO te overleggen. Meer informatie over de gedragscode en het beleid op het gebied van wetenschappelijke integriteit vindt u op de website: Wetenschappelijke integriteit | NWO.

3.5.6 Ethische verklaring of vergunning

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. De aanvrager dient ervoor te zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante instelling of ethische commissie. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Als er een ethische verklaring of vergunning nodig is voor (een deel van) het onderzoek dan moet de projectleider een kopie van deze verklaring of vergunning aan NWO verstrekken nadat het project is toegewezen, en in ieder geval uiterlijk voordat de uitvoering van het onderdeel van het project waarvoor de verklaring nodig is van start gaat. Het deel van het project waarvoor de verklaring en/of vergunning vereist is, kan uiteraard (nog) niet worden uitgevoerd zolang er geen verklaring of vergunning is verstrekt.

3.5.7 Nagoya Protocol

Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (Home – ABS Focal Point). NWO gaat ervan uit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.

4 Beoordelingsprocedure

Dit hoofdstuk beschrijft allereerst de beoordeling volgens de DORA-principes (paragraaf 4.1) en hoe de beoordelingsprocedure verloopt (paragraaf 4.2). Vervolgens somt het de criteria op waaraan de beoordelingscommissie uw aanvraag toetst (paragraaf 4.3).

Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO- medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing (Code persoonlijke belangen | NWO) .

NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO stimuleert leden van een beoordelingscommissie actief om zich bewust te worden van impliciete associaties en te proberen deze te minimaliseren. NWO voorziet hen van informatie over concrete manieren om de beoordeling van een aanvraag te verbeteren.

4.1 De San Francisco Declaration (DORA)

NWO is ondertekenaar van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA). DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld te verbeteren. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksinstellingen, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.

DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid (unconscious bias) bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten in plaats van op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek wordt gepubliceerd.

NWO gaat bij het beoordelen van het wetenschappelijk track record van aanvragers uit van een brede definitie van wetenschappelijke output.

NWO verzoekt commissieleden bij de beoordeling van aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. U mag deze niet vermelden in uw aanvraag. Wel mag u naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten te vermelden, zoals datasets, patenten, software en code enzovoort.

Voor meer informatie over wat NWO doet om de principes van DORA te implementeren zie: DORA | NWO.

4.2 Procedure

De aanvraagprocedure bestaat uit de volgende stappen:

  • indiening van de aanvraag;

  • in behandeling nemen van de aanvraag;

  • preadvisering beoordelingscommissie;

  • vergadering van de beoordelingscommissie;

  • besluitvorming.

Voor deze Call for proposals wordt een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers uit de wetenschap met kennis van het vakgebied. Bij het schrijven van de aanvraag dient u er rekening mee te houden dat de commissie die uw aanvraag beoordeelt breed is samengesteld. De aanvraag moet ook toegankelijk zijn voor commissieleden uit andere wetenschapsdisciplines binnen het door u gekozen loket. Gezien het geringe aantal aanvragen dat bij TTW wordt ingediend, worden deze aanvragen beoordeeld bij ENW. Aanvragen die worden ingediend bij Rubicon ENW/TTW, worden door het bureau verdeeld over de panels Leven en Bèta, op basis van het beschreven onderzoek en expertisegebied van de aanvragen. De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende aanvragen en de daarop betrekking hebbende stukken in onderlinge samenhang en op eigen merites te beoordelen op basis van de gegeven beoordelingscriteria in deze Call for proposals.

Vanwege de in de beoordelingscommissie aanwezige expertise en de geringe omvang van de subsidie, heeft NWO besloten om bij de beoordeling van de aanvragen gebruik te maken van de mogelijkheid gegeven in artikel 2.2.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2024, om de beoordelingsprocedure uit te voeren zonder referenten in te schakelen.

4.2.1 Indiening van een aanvraag

Voor indiening van de aanvraag is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO-website. In uw aanvraag moet u zich houden aan de vragen die in dit formulier staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal woorden en pagina’s.

Uw volledig ingevulde aanvraagformulier moet voor de deadline via ISAAC of MijnZonMw zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). Na dit tijdstip kunt u geen aanvraag meer indienen. De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van de aanvraag een ontvangstbevestiging.

4.2.2 In behandeling nemen van de aanvraag

Zo snel mogelijk nadat u uw aanvraag heeft ingediend, hoort u of NWO uw aanvraag in behandeling neemt. NWO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4). Alleen als uw aanvraag hieraan voldoet, kan NWO deze in behandeling nemen.

Houdt er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.

4.2.3 Preadvisering beoordelingscommissie

Hierna wordt uw aanvraag voor commentaar voorgelegd aan enkele leden van de beoordelingscommissie (de preadviseurs). De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de aanvraag. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.3.1) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO-scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend).

4.2.4 Vergadering van de beoordelingscommissie

De beoordelingscommissie maakt op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging. Hierbij geldt dat de pre-adviezen in belangrijke mate richtinggevend zijn voor de uiteindelijke beoordeling, maar niet per se onverkort worden overgenomen door de beoordelingscommissie. De commissie weegt de argumenten van de pre-adviseurs (ook onderling).

De commissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan het desbetreffend besluitnemend orgaan2 over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag als geheel moet tenminste de kwalificatie ‘zeer goed’ krijgen om in aanmerking te komen voor de subsidie.

Voor meer informatie over de kwalificaties zie Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.

Als na de bespreking van de aanvragen blijkt dat twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex-aequosituatie (zie paragraaf 4.2.5).

Prioritering bij ENW/TTW

Indien bij beide clusters het resterende budget van het betreffende budget voor dat cluster ontoereikend is om de eerstvolgende aanvraag toe te wijzen in het desbetreffende cluster, en de resterende middelen van de clusters gezamenlijk wel toereikend zijn om één extra aanvraag toe te wijzen, dan kan het domeinbestuur ENW besluiten deze resterende middelen ten behoeve van een zo volledig mogelijke benutting van het budget te verdelen. De twee aanvragen die hiervoor in aanmerking komen zijn de aanvragen in de clusters die direct 'onder de toewijzingsstreep' in de prioriteringen van de twee clusters zijn geëindigd en dus niet binnen het budget van dat cluster toegewezen kunnen worden. Het restbudget vanuit beide clusters wordt volgens de onderstaande regels verdeeld:

  • 1. Bij toereikend restbudget, zal de eerstvolgende aanvraag in het cluster met het laagste toewijzingspercentage toegewezen worden. Het toewijzingspercentage wordt bepaald aan de hand van het aantal toe te wijzen aanvragen in een cluster ten opzichte van het totaal aantal aanvragen per cluster. De toewijzingspercentages worden afgerond op hele getallen.

  • 2. Als de toewijzingspercentages gelijk zijn voor beide clusters zal de eerstvolgende aanvraag in het cluster met het laagste totale toegewezen clusterbudget toegewezen worden. Indien het rest budget ontoereikend is voor deze aanvraag, wordt de eerstvolgende aanvraag uit het andere cluster toegewezen.

4.2.5 Ex aequo

Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex-aequosituatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex-aequosituatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde aanvraag binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle aanvragen met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de aanvragen geselecteerd die binnen 0,10 gelijk zijn. Indien een ex-aequosituatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, dan zal ter stimulering van het aandeel vrouwen in de wetenschap de aanvraag van een vrouwelijke aanvrager met de hoogste score op het criterium ‘kwaliteit van de aanvrager’ als hoogste eindigen. Als de ex-aequosituatie daarmee niet wordt doorbroken, zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium ‘kwaliteit van het voorstel’ als hoogste eindigen. Als ook dan aanvragen gelijk eindigen bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering (conform artikel 2.2.6, vijfde lid van de NWO Subsidieregeling 2024). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex-aequosituatie doorgestuurd naar het besluitnemend orgaan.

4.2.6 Besluitvorming

Tot slot toetsen de domeinbesturen de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Vervolgens stelt het de definitieve kwalificaties vast en besluit over toe- en afwijzing van de aanvragen.

4.2.7 Tijdpad

Hieronder treft u het tijdpad aan voor deze Call for proposals. Het kan zijn dat NWO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad van deze Call for proposals aan te brengen. Uiteraard ontvangt u hierover op tijd bericht.

Aanvragen

2 december 2025, voor 14:00:00 CET

Deadline aanvragen

Begin december 2025

Bericht of de aanvraag in behandeling wordt genomen

December 2025/januari 2026

Raadplegen preadviseurs

Januari/februari 2026

Vergadering beoordelingscommissie

Maart 2026

Besluit desbetreffende besluitnemende organen

Begin april 2026

Bekendmaking uitslag aan aanvragers

6 maanden na besluitdatum

Laatst mogelijke startdatum onderzoeksproject

4.3 Criteria

4.3.1 Inhoudelijke beoordelingscriteria

De aanvragen die binnen deze Call for proposals worden ingediend worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • 1. Kwaliteit aanvrager (30%)

    • De mate waarin de kwaliteiten van de onderzoeker duidelijk uitstijgen boven wat gebruikelijk is binnen de internationale peer group, blijkend uit het evidence-based cv, de kwaliteit en impact van de key output, en het acceptatieformulier van het gastinstituut;

    • de mate waarin het werk van de onderzoeker duidelijk gepositioneerd is ten opzichte van wetenschappelijke en (indien mogelijk) maatschappelijke thema's of vragen;

    • de kwaliteit van het (inter)nationale netwerk, het samenwerkingsvermogen en de mate van zichtbaarheid van de onderzoeker;

    • de mate waarin de onderzoeker in het cv het vermogen aantoont innovatieve ideeën te genereren;

    • in hoeverre de aanvraag aansluit bij de expertise van de onderzoeker, of dat de onderzoeker een overtuigende visie presenteert over hoe deze aansluiting zal worden bereikt.

  • 2. Kwaliteit voorstel (30%)

    • De mate waarin het voorgestelde onderzoek het potentieel heeft om een belangrijke bijdrage te leveren aan de vooruitgang van de wetenschap3;

    • de mate waarin het voorgestelde onderzoek (elementen van) wetenschappelijke innovatie bevat wat betreft theorie, methoden en/of onderwerp;

    • de mate waarin het voorgestelde onderzoek een evenwichtige balans vindt tussen uitdaging

    • en haalbaarheid4;

    • de mate waarin de voorgestelde aanpak passend is;

    • helderheid van het voorstel, waaronder de vraagstelling en de doelstellingen.

  • 3. Kwaliteit gastinstituut in het kader van de match tussen de aanvrager/onderzoeksvoorstel en het gastinstituut (30%)

    • De mate waarin het gastinstituut, waaronder de vakgroep en directe begeleider, een stimulerende onderzoeksomgeving biedt voor de aanvrager en het onderzoeksvoorstel en bijdraagt aan de ontwikkeling van de aanvrager als onderzoeker;

    • de aanwezigheid en de geschiktheid van de wetenschappelijke infrastructuur en voorzieningen

    • bij het gastinstituut en de vakgroep;

    • de mate waarin het voorgestelde onderzoek past bij de bestaande onderzoekslijn(en) bij het gastinstituut en de vakgroep;

    • de mate waarin de locatie van het gastinstituut en de vakgroep passen bij het voorgestelde onderzoek.

    De kwaliteit van het gastinstituut en de vakgroep wordt gewogen in relatie tot het voorgestelde onderzoek.

  • 4. Wetenschappelijke en/of maatschappelijke impact (10%)

    De aanvrager heeft de keuze in het onderzoeksvoorstel de focus te leggen op het bereiken van wetenschappelijke impact, maatschappelijke impact, of een combinatie daarvan.

    NWO beoordeelt wetenschappelijke impact als volgt;

    • a. of het voorstel een ambitieuze visie en passende strategie uitdrukt wat betreft de verspreiding en/of de implementatie van de onderzoeksresultaten in het eigen vakgebied, aanverwante vakgebieden en het bredere wetenschapsveld.

    NWO beoordeelt maatschappelijke impact als volgt;

    • a. in hoeverre het project een toegevoegde waarde voor maatschappelijke impact (definitie:5) heeft;

    • b. in hoeverre het project potentieel heeft voor maatschappelijke impact op korte en lange termijn; en

    • c. of het voorstel een gepast ambitieuze visie en geschikte strategie uitdrukt wat betreft de wijze(n) waarop het voorgestelde onderzoek kan leiden tot maatschappelijke impact.

    Onafhankelijk van de bovenstaande keuze, weegt de beoordelingscommissie als onderdeel van dit criterium ook mee;

    • a. in hoeverre de motivering van de keuze voor de focus op wetenschappelijke impact en/of maatschappelijke impact overtuigend en passend is;

    • b. indien de focus primair op wetenschappelijke impact ligt: op welke manier tijdens de looptijd van het project proportionele aandacht gegeven wordt aan het vergroten van (onvoorziene) kansen voor maatschappelijke impact;

    • c. indien de focus primair op maatschappelijke impact ligt: op welke manier tijdens de looptijd van het project proportionele aandacht gegeven wordt aan het vergroten van (onvoorziene) kansen voor wetenschappelijke impact;

    • d. in hoeverre er voldoende aandacht is voor de belangrijkste risico’s op ongewenste maatschappelijke impact en de voorgenomen maatregelen om dit te voorkomen of mitigeren en de kans op gewenste impact te vergroten.

Het is mogelijk een goede score te krijgen voor dit criterium als de focus van het voorstel ligt op wetenschappelijke impact, als de focus ligt op maatschappelijke impact, of als de focus verspreid is over beide vormen van impact. De score voor dit criterium is onafhankelijk van de gekozen focus; de ene vorm van impact is niet beter of minder dan de andere.

5 Subsidieverplichtingen

In dit hoofdstuk worden de verschillende subsidieverplichtingen toegelicht die – in aanvulling op de in paragraaf 3.5 genoemde subsidievoorwaarden – van toepassing zijn na toewijzing.

5.1 Aanvullende voorwaarden

5.1.1 Startdatum

Een toegewezen project gaat van start tussen de besluitdatum en 6 maanden na de besluitdatum. Het ingevulde en ondertekende Startformulier Rubiconbeurs dat u ontvangt bij de toewijzing dient u uiterlijk vier weken voor de startdatum bij NWO in. Het is vereist dat het ontvangende gastinstituut meeondertekent en daarmee verklaart dat de laureaat bij dit instituut in dienst komt en/of verblijft voor tenminste de duur van het in de aanvraag beschreven onderzoek. Het onderzoek dient in een aaneengesloten periode plaats te vinden. Zie ook paragraaf 5.1.2 voor het aanleveren van het datamanagementplan en paragraaf 3.5.6 in het geval van het moeten aanleveren van een ethische verklaring.

Als u bij indiening van uw aanvraag nog niet gepromoveerd was, houd er dan rekening mee dat, wanneer uw voorstel wordt toegewezen, u pas met uw onderzoek kan starten nadat u bent gepromoveerd. Houd hierbij rekening met de uiterste startdatum (zie hierboven).

5.1.2 Datamanagement

Na toewijzing van een aanvraag dient de aanvrager de datamanagementparagraaf uit te werken tot een datamanagementplan. Aanvragers kunnen hierbij gebruik maken van het advies van de commissie. De aanvrager beschrijft in het plan of gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR: vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar gemaakt wordt. Het datamanagementplan dient voor indiening te zijn afgestemd met een data steward of vergelijkbare functionaris van de onderzoeksorganisatie waar het project wordt uitgevoerd NWO beoordeelt het plan zo snel mogelijk. Goedkeuring van het datamanagementplan door NWO is voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld.

Meer informatie over het datamanagementprotocol van NWO staat op: Research datamanagement | NWO.

5.1.3 Intellectueel eigendom

Met betrekking tot de intellectuele eigendom (IE) geldt het NWO-IE-beleid. Het NWO-IE-beleid is te vinden in hoofdstuk 4 van de NWO Subsidieregeling 2024.

Aanvragers moeten een door NWO gefinancierd project uitvoeren in de tijd dat ze voor de onderzoeksorganisatie werken. Indien een aanvrager of een door NWO gefinancierde onderzoeker bij meerdere werkgevers is aangesteld, dient de andere werkgever ten behoeve van de aanvrager afstand te doen van eventuele IE-rechten die uit het project voortvloeien.

In het geval van onderzoek in het Europees deel van het Koninkrijk komen de IE-rechten toe aan de begunstigde van de subsidie (de onderzoeksorganisatie). In het geval van onderzoek bij een onderzoeksorganisatie in het Caribisch deel van het Koninkrijk of in het buitenland is het aldaar geldende lokale recht bepalend voor waar de IE-rechten komen te liggen. Indien sprake is van detachering adviseert NWO de werkgever passende afspraken te maken met het gastinstituut.

Met het oog op de carrièremogelijkheden van de onderzoeker, waaronder in ieder geval de mogelijkheid om te publiceren over het onderzoek, garandeert de onderzoeksorganisatie in het Caribisch deel van het Koninkrijk of het buitenland schriftelijk aan de onderzoeker dat de onderzoeksorganisatie daarvoor adequate toegang tot de desbetreffende onderzoeksresultaten respectievelijk een dusdanige licentie op de intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot de onderzoeksresultaten verschaft.

5.1.4 Maatschappelijk verantwoord licentiëren

Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onder deze Call for proposals ontwikkelde onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, zoals opgenomen in het NFU rapport “Maatschappelijk Verantwoord Licenseren ”.

5.1.5 Open Access

NWO heeft de Berlin Declaration (2003) ondertekend en is lid van cOAlitie S (2018) en zet zich in om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek dat door NWO gefinancierd wordt vrij toegankelijk te maken via internet (Open Access). Daarmee geeft NWO invulling aan het beleid van de Nederlandse regering om al het publiek gefinancierde onderzoek Open Access beschikbaar te maken.

Wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toewijzingen voortvloeiend uit deze Call for proposals dienen daarom Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access.

Wetenschappelijke artikelen

Voor wetenschappelijke artikelen geldt dat zij direct op het moment van publicatie (zonder embargo) Open Access beschikbaar gesteld moeten worden via één van de volgende routes:

  • publicatie in een volledig open access tijdschrift of platform dat is geregistreerd in de DOAJ;

  • publicatie in een abonnementstijdschrift en het deponeren van tenminste de auteursversie van het artikel in een Open Access repository die is geregistreerd in OpenDOAR;

  • publicatie in een tijdschrift waarvoor een transformatieve Open Access overeenkomst beschikbaar

  • is tussen de UNL en een uitgever. Zie daarover: Home | Open access.

Boeken

Voor boeken, boekhoofdstukken en bundels gelden afwijkende voorwaarden. Zie daarover de Beleidsregel Open Access op Open Science | NWO.

CC BY licentie

Met het oog op een optimale verspreiding van publicaties moet tenminste een Creative Commons (CC BY) licentie worden toegepast. Bij de aanwezigheid van zwaarwegende belangen kan de auteur verzoeken om te publiceren onder toepassing van een CC BY-ND licentie. Voor boeken, bundels en boekhoofdstukken staat de keuze van een CC BY licentie vrij.

Kosten

Eventuele kosten voor publiceren in volledig Open Access tijdschriften kunnen worden begroot in de projectbegroting door gebruikmaking van de budgetmodule ‘materieel’. Kosten voor publicaties in hybride tijdschriften komen niet in aanmerking voor vergoeding door NWO. Voor Open Access boeken kan een beroep gedaan worden op het aparte NWO Open Access boekenfonds.

Voor een nadere toelichting op het Open Access beleid van NWO zie: Open Science | NWO.

5.1.6 Uitbetalingen

Betaling van de toegekende subsidie wordt in zesmaandelijkse tranches gedaan aan de onderzoeksorganisatie waar u in dienst bent. Deze onderzoeksorganisatie is de begunstigde van de subsidie. Dat kan de buitenlandse onderzoeksorganisatie zijn (als de aanvrager direct in dienst treedt bij het gastinstituut) of de onderzoeksorganisatie in het Koninkrijk der Nederlanden waar uw project in beheer is genomen (in het geval van een detachering).

De (eerste) betaling van het bedrag voor de reiskosten naar uw bestemming wordt tijdig voor uw vertrek overgemaakt op uw rekening (zie Startformulier). Indien uw verblijf een periode langer dan 12 maanden betreft, is rekening gehouden met een tweede vergoeding voor reiskosten. Dit bedrag ontvangt u in het laatste kwartaal van de onderzoeksperiode op uw rekening.

Bij het overmaken van de tranches en de bepaling van de hoogte van de tranches wordt geen rekening gehouden met indexering of wisselkoersen. Daarnaast dient het totale salarisbudget gebruikt te worden om de aanstelling en salariskosten over de volledige looptijd van het project te dekken.

5.1.7 Besteding

De onderzoeksorganisatie waar de onderzoeker in dienst is gebruikt de subsidie om het salaris te betalen, inclusief de sociale lasten. Het budget voor onderzoekskosten mag u besteden aan publicatiekosten, reis- en verblijfskosten voor werk- en congresbezoek tijdens de subsidieperiode en andere kosten samenhangend met het Rubicononderzoek. Wanneer blijkt dat de salaris- en werkgeverskosten het basisbedrag niet volledig benutten of dat het basisbedrag niet voldoende is vanwege tarieven in het gastland, moet het restant aan onderzoekskosten of salaris binnen het project worden besteed. De onderzoeksorganisatie dient na ontvangst van de laatste tranche een herberekening van het salaris en de onderzoekskosten te maken, teneinde de Rubiconbeurs volledig te benutten.

Het is niet toegestaan overhead- of administratiekosten, doorbetaling tijdens zwangerschapsverlof dan wel ziekte of salaris van ander personeel dan de aanvrager zelf uit de subsidie te betalen.

Overheadkosten zijn de kosten die de onderzoeksorganisatie aan de eigen organisatie besteedt en zijn niet subsidiabel. Met betrekking tot zwangerschapsverlof van de aanvrager zie paragraaf 3.5.1.

5.1.8 Tussentijdse beëindiging

Bij eventueel voortijdig afbreken bepaalt NWO of de subsidie – geheel of ten dele – moet worden gerestitueerd. Indien de laureaat door ziekte of om andere redenen niet of niet voldoende in staat geacht wordt het programma te voltooien of de door NWO gestelde voorwaarden na te komen, kan NWO, zo nodig met terugwerkende kracht, de subsidie intrekken of verdere uitbetalingen staken.

Mocht de laureaat zich op het moment van de intrekking van de subsidie of van de staking van de uitbetaling in het buitenland of in een ander deel van het Koninkrijk bevinden, dan komen de kosten voor de terugreis voor rekening van NWO.

Bij het tijdelijk stopzetten van een project vanwege zwangerschapsverlof, wordt uw project evenredig met de duur van het zwangerschapsverlof verlengd. Zie ook 3.5.1 voor meer informatie over zwangerschapsverlof.

5.1.9 Verslaglegging

Voor Rubiconprojecten worden geen voortgangsverslagen gevraagd. Art. 3.3.1 lid 1 en art. 3.3.1 lid 2 in de NWO Subsidieregeling zijn daarom niet van toepassing. Binnen 13 weken na einde van uw onderzoeksverblijf verwacht NWO een beknopt eindverslag van de verrichte werkzaamheden en resultaten van uw onderzoek en uw ervaringen gedurende de uitvoering van uw Rubicononderzoek.

NWO stuurt u hiertoe een verzoek inclusief een formulier voor het verslag.

5.1.10 Eindafrekening

Binnen 13 weken na de einddatum van de subsidie dient een verantwoording over de uitvoering van het gesubsidieerde onderzoek te zijn overlegd door de onderzoeksorganisatie in het buitenland of in het Caribisch deel van het Koninkrijk waar de laureaat het onderzoek heeft uitgevoerd. Voor de Rubiconbeurs kan volstaan worden met een verklaring van het gastinstituut dat de laureaat in de genoemde periode voor uitvoering van het Rubicononderzoek aan het instituut werkzaam is geweest. Deze verklaring wordt meeondertekend door de laureaat. Eventueel restbudget dat niet voor het Rubiconproject benut kon worden (zie paragraaf 5.1.7) dient terugbetaald te worden aan NWO.

In het geval het project in beheer is geweest bij een onderzoeksorganisatie in het Europees deel van het Koninkrijk is de ontvangen subsidie onderdeel van de reguliere controle uit het Onderwijsaccountantsprotocol van het Ministerie van OCW. NWO/ZonMw behoudt zich het recht voor om zo nodig nog aanvullende informatie ten behoeve van de financiële verantwoording op te vragen, ongeacht waar het onderzoek heeft plaatsgevonden. Art. 3.5.2. Lid 1 onder b en van de NWO Subsidieregeling zijn niet van toepassing op Rubiconprojecten.

6 Contact en overige informatie

6.1 Contact

6.1.1 Inhoudelijke vragen

Voor inhoudelijke vragen over deze Call for proposals neemt u contact op met: Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)

Postbus 93138

2509 AC Den Haag

Telefoon: +3170 344 09 23 (Vera Michilsen)

Email: rubicon@nwo.nl

6.1.2 Technische vragen over het elektronisch aanvraagsysteem ISAAC

Bij technische vragen over het gebruik van ISAAC kunt u contact opnemen met de ISAAC-helpdesk. Raadpleeg eerst de handleiding voordat u de helpdesk om advies vraagt. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.

Bij technische vragen over het gebruik van MijnZonMw (ZonMw, mijn.zonmw.nl) kunt u contact opnemen met de MijnZonMw-Servicedesk: maandag t/m vrijdag van 08.00 tot 17.00 uur, op telefoonnummer +31 (0)70 349 51 78 of email servicedesk@zonmw.nl. Vermeld in uw e-mail uw telefoonnummer zodat u eventueel teruggebeld kunt worden.

6.2 Overige informatie

NWO verwerkt persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO privacyverklaring, Privacyverklaring | NWO.

NWO kan aanvragers mogelijk benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of het onderzoeksprogramma.

7 Bijlagen

7.1 Normbedragen

7.1.1 Normbedrag onderzoek in het buitenland

De vergoeding voor verblijf in het buitenland is afhankelijk van de gekozen bestemming en kent drie componenten: een basisbedrag, reiskosten en onderzoekskosten. Het is niet mogelijk andere toelagen aan te vragen dan de drie hieronder beschreven componenten.

Over de fiscale behandeling van deze onkostenvergoeding kan NWO geen informatie verstrekken. Hiervoor dient u contact op te nemen met de belastinginspecteur in uw eigen (woon)district.

Onderzoekskosten

Het bedrag voor onderzoekskosten is voor iedereen € 276 per maand ongeacht de bestemming. In het geval van een deeltijdaanstelling worden de onderzoekskosten berekend naar het aantal maanden dat de aanvrager fulltime zou werken (zie paragraaf 3.5.1).

Reiskosten

De reiskosten worden gebaseerd op de afstand in rechte lijn (hemelsbreed) tussen Amsterdam (Nederland), the Bottom (Saba), Kralendijk (Bonaire), Oranjestad (Aruba), Oranjestad (Sint Eustatius), Philipsburg (Sint Maarten) of Willemstad (Curaçao) en het gastinstituut. Bij een verblijf van 12 maanden worden de reiskosten éénmalig toegekend, bij een verblijf langer dan 12 maanden worden de reiskosten tweemaal toegekend. De reiskosten worden overgemaakt naar de bankrekening van de laureaat zelf.

Afstand (km)

Vaste tegemoetkoming per 12 maanden (EUR)

< 500

250

500 – 1.000

500

1.000 – 1.500

750

1.500 – 2.500

1.000

2.500 – 5.000

1.500

5.000 – 10.000

2.000

> 10.000

2.500

Indien de aanvraag wordt toegewezen controleert NWO de reisafstand vanaf het vertrekpunt in het Koninkrijk der Nederlanden met behulp van de volgende website: http://www.distancecalculator.net. Aan de hand van de uitkomst van deze berekening wordt de tegemoetkoming in de reiskosten vastgesteld. NWO/ZonMw adviseert u deze website ook te gebruiken om de hoogte van de tegemoetkoming in de reiskosten te berekenen.

Het basisbedrag

Het basisbedrag is bedoeld voor het betalen van het salaris van de laureaat en de daarbij horende werkgeverslasten. Indien het basisbedrag niet volledig besteed wordt aan het salaris en de werkgeverslasten mag het restant besteed worden aan overige kosten ten behoeve van het Rubicononderzoek.

Het basisbedrag wordt berekend door een jaarbedrag van € 84.000 aan te passen met gebruik van de correctiecoëfficiënten, de duur van het verblijf en het aantal FTE van de aanstelling. Het jaarbedrag en

de correctiecoëfficiënten zijn ontleend aan de Marie Curie Fellowships en zijn gebaseerd op de gemiddelde kosten voor levensonderhoud in het land van bestemming. De correctie coëfficiënten zijn te vinden op de NWO website: https://www.nwo.nl/money-follows-cooperation (download NWO country correction coefficients 2024).

De onderzoeker blijft/gaat in dienst bij een onderzoeksorganisatie in het Koninkrijk der Nederlanden of gaat in dienst bij een buitenlandse onderzoeksorganisatie. Er bestaat geen dienstverband met NWO.

Voorbeeld: het bedrag voor 12 fulltime maanden in Duitsland is € 84.000 x 1.0 FTE x 0,907 = € 76.188, hierbij kan men 12 x € 276 onderzoekskosten = € 3.312 euro optellen. Voor de berekening van reiskosten zie hierboven.

7.1.2 Normbedragen onderzoek in het Koninkrijk der Nederlanden

Bij verblijf aan een onderzoeksorganisatie in het Koninkrijk der Nederlanden wordt ervan uitgegaan dat dit instituut optreedt als werkgever. Hiervoor wordt een vergoeding van maximaal € 84.000 op jaarbasis aan het instituut verstrekt, dit gebeurt in zesmaandelijkse tranches. Daarnaast bevat de subsidie € 276 per maand voor onderzoekskosten. Reiskosten worden niet vergoed, tenzij de aanvrager vanuit het Europees deel van het Koninkrijk een aanvraag indient voor een verblijf aan een onderzoeksorganisatie in het Caribisch deel, of omgekeerd, zie hieronder. NWO treedt niet zelf op als werkgever en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek 2008 is hier niet van toepassing.

Reiskosten

Vertrekt u uit het Europees deel van het Koninkrijk naar het Caribisch deel, dan berekent u de afstand vanaf Amsterdam naar de plaats van bestemming in het Caribisch deel. Vertrekt u uit het Caribisch deel, dan berekent u de afstand van het vertrekpunt naar Amsterdam. Verdere instructies voor de berekening vindt u in paragraaf 7.1.1 onder Reiskosten.


X Noot
1

Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat uit de landen Aruba, Curaçao, Nederland en Sint-Maarten en de bijzondere gemeentes Bonaire, Saba en Sint Eustatius en kent een Europees en een Caribisch deel. Het Europees deel van het Koninkrijk bestaat uit Nederland; het Caribisch deel uit Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint-Eustatius en Sint Maarten.

X Noot
2

Afhankelijk van het loket waar u heeft ingediend betreft dit het Domeinbestuur ENW, het Domeinbestuur SGW of het Bestuur ZonMw.

X Noot
3

NWO hanteert een brede definitie van het begrip wetenschap, waaronder ook technologie en klinisch onderzoek vallen.

X Noot
4

Aspecten die kunnen worden meegenomen in de beoordeling van de haalbaarheid zijn onder meer passendheid van het netwerk, het logische en technologische kader, planning en tijdschema, en middelen, zoals de toewijzing van personeel, data, tools, en technologie. NWO staat open voor de selectie van high-risk-high-gain-projecten. De duur van het verblijf moet in verhouding staan tot de uit te voeren aspecten.

X Noot
5

Maatschappelijke impact zijn de maatschappelijke (culturele, economische, industriële, ecologische of sociale) veranderingen die (mede) het gevolg zijn van door onderzoek gegenereerde kennis en kunde. Deze veranderingen dragen bij aan het welzijn van mens, planeet en maatschappij voor deze en toekomstige generaties.

Naar boven