Groen van onschatbare waarde

Partijen,

Vanuit de geleding ‘Overheid’:

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden,

mevrouw F.M. Wiersma, hierna te noemen: “de Minister van LVVN”

Vanuit de geleding ‘Werkveld’:

Stichting Colland Arbeidsmarkt, gevestigd op Pompmolenlaan 10C, 3447 GK, te Woerden, KvK-nummer 41150288, te dezen vertegenwoordigd door de heer O.L.M. Janssen en de heer J.K. Warnaar, hierna te noemen “Colland Arbeidsmarkt”

en daarbij zijn aangesloten de volgende organisaties:

Werkgeversvereniging AB Nederland (AB Nederland)

Algemene Vereniging Inlands Hout (AVIH)

Christelijke Nederlandse Vakvereniging (CNV)

Vereniging Cumela Nederland (Cumela Nederland)

Envigo RMS B.V. (Envigo)

Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV)

Glastuinbouw Nederland (Glastuinbouw Nederland)

Vakvereniging Het Zwarte Corps (HZC)

Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB)

Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO Nederland)

Nederlandse Fruittelers Organisatie (NFO)

Plantum NL (Plantum)

Koninklijke Handelsbond voor Boomkwekerij- en Bolproducten (Royal Anthos)

Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE)

Koninklijke Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners (VHG)

Vereniging Landschapsbeheerorganisaties (VLBO)

Vereniging van Nederlandse Groenvoederdrogerijen (VNG)

Stichting Platform Talent voor Technologie, gevestigd op Bezuidenhoutseweg 105 3e etage, 2594 AC, te ’s-Gravenhage, KvK-nummer 27173605, te dezen vertegenwoordigd door mevrouw B. R. Boots, hierna te noemen: “PTvT”

Vanuit de geleding ‘Onderwijs- en kennisinstellingen’:

Wageningen University, gevestigd op Droevendaalsesteeg 4, 6708 PB te Wageningen, KvK-nummer 09215846, te dezen vertegenwoordigd door mevrouw dr.ir. S. Heimovaara, hierna te noemen: “WU”

Stichting Aeres Groep, gevestigd op Bovenbuurtweg 27, 6717 XA te Ede, KVK-nummer 41246832, te dezen vertegenwoordigd door de heer M.H.C. Komen, hierna te noemen: “Aeres”

Stichting Hogeschool Van Hall Larenstein, gevestigd op Larensteinselaan 26a, 6882 CT te Velp, KvK-nummer 01087061, te dezen vertegenwoordigd door de heer J. van Iersel, hierna te noemen: “Van Hall Larenstein”

Stichting HAS Opleidingen, gevestigd op Onderwijsboulevard 221, 5223 DE te 's-Hertogenbosch, KvK-nummer  41084408, te dezen vertegenwoordigd door de heer R. van der Wielen, hierna te noemen: “HAS green academy”

Stichting Hogeschool Inholland, gevestigd op Theresiastraat 8, 2593 AN te Den Haag, KvK-nummer  37099586, te dezen vertegenwoordigd door de heer B.R. Combee, hierna te noemen: “Inholland”

Stichting Yuverta, gevestigd op De Molen 94, 3995 AX te Houten, KvK-nummer  27177194, te dezen vertegenwoordigd door de heer J.A.G. Brouwers, en hierna te noemen: “Yuverta”

Stichting GOON, (Zone.college) gevestigd op Hoeflingweg 9, 7241 CJ te Lochem, KvK-nummer  09098652, te dezen vertegenwoordigd door mevrouw M. Besselink, en hierna te noemen: “Zone.college”

Stichting Drenthe College Terra, gevestigd op de Anne de Vriesstraat 70, 9402 NT te Assen, KvK-nummer  41020699, te dezen vertegenwoordigd door mevrouw G.H. Daling, hierna te noemen: “DC Terra”

Stichting Vonk, gevestigd op Drechterwaard 10a, 1824 EX te Alkmaar, KvK-nummer 41236238, te dezen vertegenwoordigd door de heer G.H.S. Heemskerk, hierna te noemen: “Vonk”

Samenwerkingsstichting voor BVE en VO in Zuid West Nederland (Stichting Lentiz Onderwijsgroep), gevestigd op Schiedamsedijk 114, 3134 KK te Vlaardingen, KvK-nummer 41146390, te dezen vertegenwoordigd door de heer G. Veneboer, hierna te noemen: “Lentiz”

Scalda Stichting voor middelbaar beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, gevestigd op Vlietstraat 11a, 4535 HA te Terneuzen, KvK-nummer  41115327, te dezen vertegenwoordigd door H. J. van Arenthals, hierna te noemen: “Scalda”

Stichting Curio Onderwijsgroep West-Brabant, gevestigd op Trivium 74, 4873 LP te Etten-Leur, KvK-nummer  41105340, te dezen vertegenwoordigd door de heer J.M.R.M. Neutelings, hierna te noemen: “Curio”

Stichting Landstede, gevestigd op Rechterland 1, 8024 AH te Zwolle, KvK-nummer  41025299, te dezen vertegenwoordigd door de heer T. Rietkerk, hierna te noemen: “Landstede”

Vereniging Buitengewoon Groen, Postbus 126, 3870 CC te Hoevelaken, KvK-nummer  40104691, te dezen vertegenwoordigd door de heer B. van Opstal, hierna te noemen “VBG”

Overwegen het volgende,

  • Dat de Minister van LVVN medeverantwoordelijk is voor de instandhouding van een groene kennis- en onderzoekinfrastructuur ten behoeve van het landbouw-, natuur- en voedseldomein.

  • Dat Partijen een lange traditie van samenwerken hebben ten aanzien van het verbinden en versterken van onderwijs, arbeidsmarkt en praktijkinnovatie in het groene domein. Hiermee richt men zich op het zorgen voor vakmensen en professionals, met de juiste kennis en vaardigheden, passend bij een veranderende arbeidsmarkt en praktijkinnovatie passend bij de maatschappelijke innovatie-opgaven.

  • Partijen zijn de samenwerking gestart in 2017–2018 met een gezamenlijke ontwikkelagenda Groen Onderwijs. Vervolgens ontstond in de periode 2019–2020 een nieuwe aanpak gericht op organiseren voor impact. In de periode 2021–2025, lag de focus op verbreden en versnellen.

  • Met Groenpact ‘Groen van onschatbare waarde’ voor de periode 2026–2034 wordt een nieuwe fase ingeluid ‘anders kijken, anders leren, anders doen’.

  • Dit convenant is een uitwerking van de samenwerking daaromtrent.

  • De eerste fase van de nieuwe planperiode 2026–2029 is uitgewerkt in een werkagenda.

  • Met het oog op een toekomstbestendige wereld voor mens, plant en dier in relatie tot bodem, water en lucht, verbinden Partijen zich om een bijdrage te leveren aan een evenwichtig en veerkrachtig groen domein met innovatieve en ondernemende actoren.

  • Gezien vanuit de perspectieven van ‘land- en tuinbouw, visserij en voedselsystemen’, ‘natuur & leefomgeving’ en ‘mens & maatschappij’ dragen Partijen bij aan een betekenisvol ecosysteem voor leren, werken en innoveren.

  • Partijen richten de samenwerking op de focus die is voortgekomen uit interactie tussen Partijen. We benaderen daarbij economie, ecologie, mens en maatschappij geïntegreerd.

  • Partijen geven binnen de overeengekomen focus mede invulling aan de missie-gedreven kennis en innovatie-aanpak op de thema’s landbouw-water-voedsel en collectiviteit in het groene domein gericht op het versterken van opgavegericht leren, werken en innoveren.

  • Partijen erkennen diversiteit als kracht en verschil van inzicht als een uitnodiging voor een gesprek.

Spreken het volgende af,

Artikel [1] Definities

In dit convenant (en de daarbij behorende bijlagen) wordt verstaan onder:

a. Ambassadeurschap:

langdurige betrokkenheid waarin de partner zich vrijwillig en enthousiast inzet voor Groenpact;

b. Focus:

vierjaarlijks in de werkagenda vastgestelde thema’s die de samenwerking richting geven;

c. Geledingen:

werkveld, onderwijs- en kennisinstellingen en overheid;

d. Groenpact ‘Groen van onschatbare waarde’:

planperiode Groenpact 2026–2034;

e. Groenpact 4.0:

eerste tijdvak 2026–2029 van Groenpact ‘Groen van onschatbare waarde’;

f. Groenpact netwerk:

ondertekenaars van het convenant en de samenwerkingspartners;

g. Groen Kennisnet:

digitaal kennisplatform voor het groene domein;

h. Groene domein:

de clusters van de sectoren land- en tuinbouw, visserij & voedsel, en natuur & leefomgeving, almede ‘water’ in relatie tot deze clusters;

i. Jongerenplatform Groenpact:

platform waar afvaardigingen vanuit verschillende jongerenorganisaties samenkomen om krachten te bundelen en de stem van jonge generaties te laten horen binnen de Groenpact geledingen, hierna te noemen ‘Jongerenplatform’;

j. Netwerkleiderschap:

netwerkleiders mobiliseren en verbinden partijen vanuit de eigen geleding met het netwerk, brengen interactie op gang en bevorderen samenhang;

k. Onderwijs- en kennisinstelling:

een instelling die onderwijs of educatie verzorgt en/of wetenschappelijk, toepassingsgericht of praktijkgericht onderzoek uitvoert in de zin van de WHW, WEB en WVO;

l. Overheid:

Rijksoverheid, provincies, gemeenten, waterschappen en hun uitvoeringsorganisaties en adviesorganen;

m. Partijen:

ondertekenaar(s) van het convenant;

n. Penvoerder:

de Stichting Aeres groep, als onderwijsinstelling, namens de andere Partijen penvoerder en ontvanger van gelden van het Ministerie van LVVN alsmede de overige bijdragen voor de uitvoering van de werkagenda;

o. Werkveld:

werkgevers- en werknemersorganisaties (sociale partners), branche- en beroepsorganisaties en maatschappelijke organisaties;

p. Werkagenda:

vierjaarlijkse samenwerkingsagenda.

Artikel [2] Doel

Het doel van dit convenant is om afspraken vast te leggen over de samenwerking tussen Partijen zoals weergegeven in de overwegingen gedurende de looptijd van dit convenant en neergelegd in een werkagenda.

Artikel [3] Algemene afspraken

  • a. Partijen stellen een werkagenda op en herzien dit in het laatste jaar van de planperiode. In de bijlage is de werkagenda voor de eerste periode 2026 tot en met 2029, opgenomen.

  • b. Partijen spannen zich in om actief met menskracht en faciliteiten in één of meer samenwerkingsverbanden te participeren binnen de vastgestelde focus.

  • c. Partijen informeren elkaar en de achterban omtrent activiteiten binnen het Groenpact netwerk.

  • d. Partijen delen succes- en faalfactoren en geleerde lessen voortvloeiend uit deelname aan deze samenwerkingsverbanden en de samenwerking als geheel.

  • e. Verspreiding van kennis en informatie loopt behalve via eigen media ook via Groen Kennisnet.

  • f. Partijen staan open voor samenwerking met samenwerkingspartners op de focus van Groenpact.

  • g. Partijen treden op als ambassadeur voor het Groenpact netwerk.

Artikel [4] Governance

  • 1. Partijen stellen uit hun midden een bestuurlijke commissie samen.

  • 2. De bestuurlijke commissie stuurt op basis van de werkagenda op de uitvoering van het convenant door convenant Partijen en samenwerkpartners.

  • 3. De bestuurlijke commissie bestaat per geleding uit twee leden én een onafhankelijke voorzitter. De geledingen wijzen de eigen leden aan. De bestuurlijke commissie kan naar eigen inzicht adviserende zetels installeren.

  • 4. De bestuurlijke commissie benoemt een voorzitter uit aangesloten Partijen of trekt een externe onafhankelijke voorzitter aan, telkens voor de termijn van 2 jaar, maximaal te verlengen met twee termijnen.

  • 5. De voorzitter ontvangt een vergoeding met inachtneming art. 2 Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies, de overige leden van de bestuurlijke commissie ontvangen geen vergoeding voor hun rol.

  • 6. De eerste twee jaar van de looptijd van dit convenant zal het voorzitterschap vervuld worden vanuit Partijen uit ‘geleding werkveld’.

  • 7. De bestuurlijke commissie neemt besluiten unaniem.

  • 8. Ter ondersteuning van de bestuurlijke commissie en gericht op verbinding, gecoördineerd handelen en de samenhang tussen geledingen, wijst iedere geleding een netwerkleider met oriëntatie op die geleding aan. Samen geven zij vorm aan gedeeld netwerkleiderschap. Iedere geleding financiert de eigen netwerkleider.

  • 9. Partijen die niet vanzelfsprekend representatie vinden via de al georganiseerde partijen van de drie geledingen, worden actief betrokken door de netwerkleider van de betreffende geleding.

  • 10. Een werkorganisatie verbonden met de penvoerder ondersteunt de uitvoering van de werkagenda. De werkorganisatie wordt aangestuurd door de netwerkleider uit de geleding onderwijs- en kennisinstellingen. Financiering voor deze taak vindt plaats via de begroting van de werkagenda.

Artikel [5] Financiering

  • 1. Partijen komen overeen dat de geledingen opgeteld een gelijke financiële bijdrage leveren aan de uitvoering van de werkagenda.

  • 2. Deze bijdrage dient ter financiering van de begroting voor de uitvoering van de werkagenda. Partijen kunnen via een besluit in de bestuurlijke commissie overeenkomen dat een deel van de bijdrage “in kind”, ofwel met een op geld waardeerbare bijdrage in goederen of diensten, worden geleverd.

  • 3. Aan de door Partijen te verstrekken bijdrage wordt de voorwaarde verbonden dat in de definitieve begrotingen van Partijen voldoende gelden ter beschikking worden gesteld om de afgesproken bijdrage, zoals bedoeld in lid 1, te kunnen verlenen.

  • 4. De bijdragen van de Partijen worden door hen verstrekt met inachtneming van wet- en regelgeving op het gebied van aanbesteding, mededinging en staatssteun.

  • 5. De financiële bijdrage van Partijen wordt ontvangen door de penvoerder. Deze verantwoordt de ontvangen bijdragen in de jaarlijkse rapportage aan de bestuurlijke commissie en Partijen en in de eigen financiële verslaglegging.

Artikel [6] Begroting

  • 1. De begroting voor de uitvoering van de werkagenda wordt vierjaarlijks vastgesteld door de Partijen, voor de start van de looptijd daarvan.

  • 2. Tussentijdse wijzigingen worden met inachtneming van de voorwaarden voor het beschikbaar stellen van de financiële middelen vastgesteld door de bestuurlijke commissie. Dat kan betekenen dat deze wijzigingen instemming behoeven van de Partijen.

Artikel [7] Aansprakelijkheid

Partijen zijn niet aansprakelijk jegens elkaar voor indirecte schade gerelateerd aan de uitvoering van de werkagenda. Hieronder wordt onder andere – maar niet uitsluitend – verstaan negatieve publiciteit, gederfde omzet, gederfde winst, reputatieschade of verlies van data en/of materialen.

OVERIGE BEPALINGEN

Artikel [8] Intellectueel eigendom

  • 1. Partijen komen overeen dat alle binnen de samenwerking ontwikkelde kennis, materialen en resultaten worden gedeeld onder een Open Access principe, met inachtneming van de geldende voorwaarden van de verkregen subsidie(s).

  • 2. Partijen die toegang hebben tot deze kennis en materialen mogen deze vrij gebruiken, aanpassen en verspreiden, met inachtneming van een correcte bronvermelding.

Artikel [9] Evaluatie en monitoring

  • 1. Eenmaal per jaar stelt de bestuurlijke commissie een inhoudelijk en financieel voortgangsverslag vast en deelt dit met Partijen. Eventuele speciale voorwaarden bij het beschikbaar stellen van financiële middelen worden hierbij in acht genomen.

  • 2. Eenmaal per vier jaar wordt de voortgang onafhankelijk, door een externe partij, in opdracht van het Ministerie van LVVN en in samenwerking met de bestuurlijke commissie geëvalueerd. De rapportage van de evaluatie wordt door de bestuurlijke commissie gedeeld met Partijen.

  • 3. De resultaten van de uitvoering van Groenpact ‘Groen van onschatbare waarde’ worden gedurende de looptijd van het convenant door de bestuurlijke commissie periodiek geïnventariseerd, vastgelegd in een impactmonitor en aan Partijen aangeboden.

Artikel [10] Gewijzigde of onvoorziene omstandigheden

  • 1. Partijen treden met elkaar in overleg indien zich onvoorziene omstandigheden voordoen die volgens de bestuurlijke commissie wezenlijke gevolgen kunnen hebben voor de uitvoering van dit convenant.

  • 2. Het in het eerste lid bedoelde overleg vindt plaats binnen twee weken nadat een Partij de wens hiertoe aan de bestuurlijke commissie schriftelijk kenbaar heeft gemaakt.

Artikel [11] Wijziging

  • 1. Elke Partij kan de andere Partijen schriftelijk verzoeken het convenant te wijzigen. De wijziging behoeft de schriftelijke instemming van alle Partijen.

  • 2. Partijen treden in overleg binnen twee maanden nadat één van hen de wens daartoe aan de andere Partijen schriftelijk heeft meegedeeld.

  • 3. De wijziging en de verklaring(en) tot instemming van de Partijen worden als bijlage aan het convenant gehecht.

  • 4. De bestuurlijke commissie kan de werkagenda wijzigen op, volgens de bestuurlijke commissie, niet-essentiële punten.

Artikel [12] Gegevensbescherming

Partijen zijn ieder afzonderlijk en gezamenlijk verantwoordelijk voor de naleving van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Artikel [13] Toetreding

  • 1. Voor organisaties uit het werkveld, onderwijs- en kennisinstellingen en overheden bestaat de mogelijkheid als partij toe te treden tot het convenant.

  • 2. Een tot het convenant toetredende organisatie dient het convenant zonder voorbehoud te ondertekenen.

  • 3. Een toetredende partner of organisatie maakt haar verzoek tot toetreding schriftelijk bekend aan de bestuurlijke commissie.

  • 4. De bestuurlijke commissie toetst tweemaal per jaar – november en juni – de binnengekomen verzoeken tot toetreding aan dit convenant en consulteert Partijen over het voorgenomen besluit op deze verzoeken. De bestuurlijke commissie neemt de ontvangen adviezen mee in zijn overwegingen, besluit over de verzoeken en informeert de verzoekende organisatie (s) hierover.

  • 5. Na ontvangst van een positief besluit krijgt de toetredende organisatie het verzoek een verklaring te ondertekenen waarin zij aangeeft als partij toe te treden en de bijdrage gespecificeerd is. Na ontvangst van deze verklaring heeft de organisatie de status van partij.

  • 6. In geval de bestuurlijke commissie het verzoek tot toetreding niet inwilligt, zal het de afwijzing van een motivatie voorzien en aan de verzoeker doen toekomen.

  • 7. De ondertekende verklaring, bedoeld in het vijfde lid, wordt als bijlage aan het convenant gehecht en maakt vanaf de datum van publicatie in de Staatscourant onderdeel uit van het convenant.

  • 8. Van de toetreding wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel [14] Opzegging

  • 1. Wanneer een partij opzegt, blijft het convenant en de werkagenda voor de overige Partijen in stand voor zover de inhoud en de strekking ervan zich daartegen niet verzetten.

  • 2. Opzegging van een partij gaat niet eerder in dan zes maanden na de datum van ontvangst bij de bestuurlijke commissie van het verzoek tot opzegging.

  • 3. Het verzoek tot opzegging is schriftelijk en met redenen omkleed.

  • 4. Verplichtingen van de opzeggende partij lopen door tot het einde van het begrotingsjaar na de datum van ontvangst van het verzoek tot opzegging.

  • 5. Wanneer de opzegging noopt tot herziening van de begroting, het convenant of de werkagenda treden Partijen in overleg, na advies over wijziging hiervan door de bestuurlijke commissie.

  • 6. Ingeval van beëindiging van het convenant krachtens opzegging door alle Partijen is geen van de Partijen jegens een andere partij schadeplichtig en vindt vereffening van de overgebleven gelden plaats naar rato van inleg.

Artikel [15] Samenwerkingspartners

  • 1. Voor organisaties die willen participeren in Groenpact ‘Groen van onschatbare waarde’ maar (nog) geen partij willen worden bestaat de mogelijkheid om samenwerkingspartner te worden.

  • 2. Samenwerkingspartner zijn betekent:

    • a. De werkagenda onderschrijven en deelnemen aan de uitvoering van de werkagenda;

    • b. Actief ambassadeurschap van Groenpact in en buiten de eigen organisatie;

    • c. Deelname aan ten minste één thema én bijbehorend(e) samenwerkingsverband(en) van het Groenpact netwerk;

    • d. Financieel en/of in de vorm van een in kind bijdrage bijdragen aan de samenwerkingsverbanden waarin wordt deelgenomen, conform afspraken binnen deze samenwerkingsverbanden.

    • e. Uw organisatie wordt vermeld als samenwerkingspartner in de werkagenda en/of op de website van Groenpact.

  • 3. Een organisatie die samenwerkingspartner wil worden maakt haar verzoek hiertoe schriftelijk kenbaar aan de bestuurlijke commissie.

  • 4. De bestuurlijke commissie toetst de aanvaardbaarheid van de status van samenwerkingspartner aan de in lid 2 van dit artikel genoemde bepalingen en besluit tweemaal per jaar – in november en juni – over verzoeken.

  • 5. Na ontvangst van een positief besluit krijgt de verzoekende organisatie het verzoek tot ondertekening van een adhesieverklaring. Na datum ontvangst van de ondertekende adhesieverklaring heeft de organisatie de status van samenwerkingspartner.

  • 6. In geval de bestuurlijke commissie het verzoek niet inwilligt, zal het de afwijzing van een motivatie voorzien en aan de verzoeker doen toekomen.

Artikel [16] Afdwingbaarheid

  • 1. Partijen kunnen op tekortkomingen in de nakoming van dit convenant of van afspraken die daarmee samenhangen, bij de bevoegde rechter geen beroep doen.

  • 2. Indien een partij de verplichtingen uit het convenant niet naleeft, zal de bestuurlijke commissie een periode aangeven waarin de partij alsnog de verplichting kan nakomen. Na verloop van de periode treden de overige Partijen op initiatief van de bestuurlijke commissie in overleg over vervolgstappen.

Artikel [17] Geschillenregeling

  • 1. Een partij die meent dat een geschil bestaat, deelt dat schriftelijk aan de bestuurlijke commissie mee. De mededeling bevat een aanduiding van het geschil.

  • 2. De bestuurlijke commissie informeert Partijen over het geschil. Binnen 40 werkdagen na de dagtekening van de in het eerste lid bedoelde mededeling zendt elke partij zijn zienswijze over het geschil, alsmede een voorstel voor een oplossing daarvan, aan de bestuurlijke commissie.

  • 3. Binnen 20 werkdagen na afloop van de in het tweede lid genoemde termijn overleggen de Partijen op initiatief van de bestuurlijke commissie over een oplossing van het geschil. Indien één van de Partijen binnen 10 werkdagen na afloop van de in het tweede lid genoemde termijn de wens daartoe kenbaar maakt, wordt het overleg voorgezeten door een door de Partijen gezamenlijk of, bij gebreke van overeenstemming daarover binnen tien werkdagen, door de bestuurlijke commissie te benoemen voorzitter.

  • 4. Elke partij draagt de eigen kosten, voortvloeiend uit de procedure van het eerste tot en met het derde lid. De kosten van de in het derde lid bedoelde voorzitter worden door elke partij voor een gelijk deel gedragen.

Artikel [18] Ongeldigheid

  • 1. Indien een bepaling van dit convenant in enige mate als nietig, vernietigbaar, ongeldig, onwettig of anderszins als niet-bindend moet worden beschouwd volgens de bestuurlijke commissie, legt de bestuurlijke commissie aan de Partijen een wijziging voor akkoord voor om deze bepaling te verwijderen en te vervangen door een bepaling die wel bindend en rechtsgeldig is en die de inhoud van de niet-geldige bepaling zoveel mogelijk benadert.

  • 2. Het addendum waarmee deze bepaling wordt gewijzigd wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

  • 3. Het overige deel van het convenant blijft in een dergelijke situatie ongewijzigd.

SLOTBEPALINGEN

Artikel [19] Inwerkingtreding en looptijd

  • 1. Binnen twee weken na ondertekening van dit convenant wordt de tekst daarvan gepubliceerd in de Staatscourant. Het convenant eindigt met ingang van 31 december 2034.

  • 2. Indien een partij exclusieve rechten heeft op bepaalde kennis, kan een afzonderlijke overeenkomst worden opgesteld over het gebruik ervan na uittreding of eind looptijd convenant.

  • 3. Partijen treden uiterlijk twaalf maanden voor laatstgenoemde datum in overleg over voortzetting van dit convenant.

Artikel [20] Bijlage(n)

De volgende documenten zijn bij dit convenant gevoegd:

Artikel [21] Toepasselijk recht

Op dit convenant is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

Artikel [22] Publicatie in Staatscourant

  • 1. Binnen twee weken na ondertekening van dit convenant wordt de tekst daarvan gepubliceerd in de Staatscourant.

  • 2. Bij wijzigingen in het convenant is op een addendum het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een addendum over toetreden en opzeggen.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend,

Naar boven