Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2025, 32150 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2025, 32150 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Partijen,
het land Curaçao, te dezen vertegenwoordigd door de Minister van Justitie van Curaçao, de heer S.X.T. Hato, hierna te noemen: Curaçao,
en
het land Sint Maarten, te dezen vertegenwoordigd door de Minister van Justitie van Sint Maarten, mevrouw N.M. Tackling, hierna te noemen: Sint Maarten,
en
de Staat der Nederlanden, te dezen vertegenwoordigd door de Minister van Justitie en Veiligheid, de heer Foort van Oosten, hierna te noemen: Nederland,
Gelet op artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden;
Komen het volgende overeen:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten worden geplaatst.
Aldus overeengekomen en in drievoud ondertekend te Aruba, 20 juni 2025
De Minister van Justitie en Veiligheid van Nederland, F. van Oosten
De Minister van Justitie van Curaçao, S.X.T. Hato
De Minister van Justitie van Sint Maarten, N.M. Tackling
Aanleiding
Het Protocol inzake de samenwerking op het gebied van voogdijvoorzieningen tussen Nederland en de Nederlandse Antillen van 11 januari 20061 (hierna: de Voogdijregeling) is oorspronkelijk in het leven geroepen om te voorkomen dat minderjarigen uit de voormalige Nederlandse Antillen (Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Saba en Sint Eustatius) zich zonder begeleiding in Europees Nederland zouden vestigen. De Voogdijregeling is een onderlinge regeling als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en is bij de staatkundige hervormingen met ingang van 10 oktober 2010 tussen Curaçao, Sint Maarten en (Caribisch en Europees) Nederland voortgezet.2 Het doel van de Voogdijregeling was om situaties waarin het ouderlijk gezag niet effectief kon worden uitgeoefend te herstellen door de benoeming van een tijdelijke voogd in Europees Nederland, die verantwoordelijk was voor de verzorging, opvoeding en juridische vertegenwoordiging van de minderjarige. De Voogdijregeling voorzag in de verplichting voor de Minister van Justitie en Veiligheid van Nederland en de Ministers van Justitie van Curaçao en Sint Maarten om maatregelen te treffen om dat doel te bereiken. De tijdelijke voogdij eindigde automatisch wanneer de minderjarige achttien jaar werd of trouwde, en kon ook eerder worden beëindigd door een rechterlijke uitspraak in specifieke situaties zoals gezinshereniging of terugkeer naar het Caribisch deel van het Koninkrijk.
Vanwege digitale ontwikkelingen en het ontbreken van voldoende objectieve rechtvaardiging voor onderscheid op basis van geografische afkomst achten Curaçao, Sint Maarten en Nederland het niet meer noodzakelijk om deze regeling in stand te houden. Gelet op deze redenen, die hieronder nader worden toegelicht, wordt met deze onderlinge regeling de Voogdijregeling ingetrokken. De intrekking heeft verder tot gevolg dat de Beschikking houdende richtlijnen3 van 1 februari 2006 en de – ongepubliceerde – Werkwijze voogdijregeling minderjarigen uit het Caribisch deel van het Koninkrijk van 15 december 2010 niet meer van toepassing zijn. Voornoemde beschikking en werkwijze zijn opgesteld met het oog op de uitvoering van de Voogdijregeling.
Digitale ontwikkelingen
Anno 2024 zijn er technologische middelen beschikbaar, zoals digitale communicatietools en online procedures, die het in vergelijking met ten tijde van de totstandkoming van de Voogdijregeling aanzienlijk beter mogelijk maken om ouderlijk gezag op afstand uit te oefenen. Dit maakt de fysieke aanwezigheid van een voogd minder cruciaal, waardoor de noodzaak voor de Voogdijregeling niet langer aanwezig is.
Onvoldoende objectieve rechtvaardiging
De Voogdijregeling richt zich specifiek op minderjarigen uit het Caribisch deel van het Koninkrijk. Dit directe onderscheid op basis van geografische afkomst moet volgens (inter)nationale normen gerechtvaardigd kunnen worden.4 De mogelijkheid om andere (technologische) middelen in te zetten maakt dat een regeling die alleen op voornoemde groep van toepassing is, en die bovendien diep ingrijpt op het vrij verkeer van personen tussen Curaçao en Sint Maarten en Nederland, niet langer voldoende objectief kan worden gerechtvaardigd. Een aparte werkwijze zoals een specifieke Voogdijregeling voor specifiek deze landen en gebieden is niet langer noodzakelijk. Minderjarigen uit deze landen kunnen voortaan op dezelfde wijze worden behandeld als minderjarigen die vanuit andere zelfstandige landen naar Europees Nederland verhuizen.
Tijdens het Justitieel Vierlanden Overleg op 26 juni 2024 is ingestemd met beëindiging van de Voogdijregeling. Deze instemming is afgestemd met de betrokken Voogdijraden van Caribisch Nederland, Curaçao en Sint Maarten en de Raad voor de Kinderbescherming in Europees Nederland. De beëindiging wordt formeel gerealiseerd door onderhavige onderlinge regeling, waarmee Nederland, Curaçao en Sint Maarten gezamenlijk overgaan tot intrekking van de Voogdijregeling.
De verantwoordelijkheid voor de zorg en begeleiding van minderjarigen uit het Caribisch deel van het Koninkrijk die naar Europees Nederland verhuizen, komt voortaan in beginsel weer volledig bij de ouders te liggen, zoals gebruikelijk is voor minderjarigen uit andere landen. Voor situaties waarin jeugdbescherming of anderszins bemoeienis van de overheid noodzakelijk is, bieden artikel 40 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en de in Nederland toepasselijke regels voor tijdelijke voogdij5 doorgaans voldoende grondslag. Indien nodig kan de rechter op basis van interregionaal recht worden gevraagd om een voorziening te treffen.
De Minister van Justitie en Veiligheid van Nederland, F. van Oosten
De Minister van Justitie van Curaçao, S.X.T. Hato
De Minister van Justitie van Sint Maarten, N.M. Tackling
Onderlinge regeling voortzetting onderlinge regelingen Nederlandse Antillen (Stcrt. 2010, 18394).
Artikel 2 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, artikel 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 1 van de Nederlandse Grondwet.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-32150.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.