Mededeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 september 2025, nr. 2025-0000185436, over de vergoeding die de Stichting Blik op Werk bij keurmerkhouders over het jaar 2025 in rekening brengt voor het voeren van het keurmerk Inburgeren [KetenID WGK027295]

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op artikel 8.3, tweede lid, van het Besluit inburgering 2021;

Deelt mede:

Tarieven deelnemersbijdrage Keurmerk Inburgeren en tarieven aanvullende diensten

Voor het in rekening brengen van de deelnemersbijdrage worden de volgende drie meetperiodes onderscheiden, waarop de deelnemersbijdrage Keurmerk Inburgeren betrekking heeft:

  • 1. 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025.

  • 2. 1 april 2025 tot en met 31 maart 2026.

  • 3. 1 september 2025 tot en met 31 augustus 2026.

De gehanteerde tarieven zijn gebaseerd op de door de keurmerkhouders gerealiseerde omzet met activiteiten uit hoofde van het Keurmerk. Bepalend voor de hoogte van de deelnemersbijdrage is de omzet van het laatst afgesloten financiële boekjaar voorafgaande aan de meetperiode, zoals vastgesteld door de auditor tijdens de resultatenaudit.

De tarieven voor 2025 stijgen met 3%. De prijsindexering is lager dan het indexatiepercentage van het CBS waar de activiteiten van Blik op Werk mee vergelijkbaar zijn. Dat zijn dienstenprijzen, sector Arbeidsbemiddeling en personeelsvoorziening.

Voor de deelnemersbijdragen waarvan de van toepassing zijnde meetperiode een aanvangsdatum heeft in 2025 gelden per omzetstaffel de volgende tarieven:

Tabel 1

Omzetstaffel

Tarief deelnemersbijdrage Keurmerk Inburgeren 2025, excl. BTW

€ 0 – 74.999

€ 2.677,–

€ 75.000 – 149.999

€ 3.202,–

€ 150.000 – 249.999

€ 3.906,–

€ 250.000 – 499.999

€ 4.688,–

€ 500.000 – 999.999

€ 5.247,–

€ 1.000.000 – 1.499.999

€ 6.029,–

€ 1.500.000 – 1.999.999

€ 6.365,–

€ 2.000.000 – 2.499.999

€ 6.588,–

€ 2.500.000 – 3.499.999

€ 7.482,–

€ 3.500.000 – 4.999.999

€ 8.264,–

€ 5.000.000 – 9.999.999

€ 9.605,–

€ 10.000.000 – 24.999.999

€ 11.729,–

€ 25.000.0000 – 49.999.999

€ 13.628,–

€ 50.000.000 en meer

€ 14.970,–

Voor de aanvullende diensten gelden voor 2025 de volgende tarieven:

Tabel 2

Type dienstverlening

Tarief 2025, excl. BTW

Schoolbezoek voor scholen met Keurmerk bepaalde tijd

€ 605,71

Kosten herstelactie tevredenheidsonderzoek

€ 368,79

Deelrapporten per stuk

€ 335,78

Telefonisch onderzoek (per ingevulde vragenlijst)

€ 30,90

Herinspectie toezicht in de klas kleine aanbieders

€ 5.040,–

Herinspectie toezicht in de klas middelgrote aanbieders

€ 7.245,–

Herinspectie toezicht in de klas grote aanbieders

€ 8.400,–

Herinspectie toezicht in de klas extra grote aanbieders 1*

€ 9.660,–

Herinspectie toezicht in de klas extra grote aanbieders 2*

€ 11.025,–

Kosten beoordelen verbeterplan

€ 368,79

1* en 2* Deze categorieën zijn vanaf 2025 nieuwe categorieën.

Deze mededeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.N.J. Nobel

TOELICHTING

In artikel 8.3, eerste lid, van het Besluit Inburgering 2021 (Bi2021) is bepaald dat een keurmerkhouder een vergoeding verschuldigd is aan de door de minister aangewezen instelling, zijnde de stichting Blik op Werk, voor kosten in verband met de afgifte en het beheer van het keurmerk, en het toezien of wordt voldaan aan de eisen van het keurmerk.

In het tweede lid van artikel 8.3 van het Bi2021 is bepaald dat de vergoeding jaarlijks wordt vastgesteld en goedkeuring behoeft van de Minister van SZW, en wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. De vergoeding, zoals die in deze mededeling is bekendgemaakt, en wordt aangeduid als deelnemersbijdrage.

Toelichting bij Tabel 1

Het tarief voor de deelnemersbijdragen dekt naast de operationele kosten van Stichting Blik op Werk om toezicht te houden op de kwaliteit van het Keurmerk, ook de kosten die samenhangen met de reguliere tevredenheidsonderzoeken onder cursisten van taalscholen, het periodieke toezicht (vierjaarlijks) in de klas en de licentiekosten voor het gebruik van noodzakelijke software door de Keurmerkhouders. De kosten voor het laten uitvoeren van de resultatenaudit betaalt de keurmerkhouder op grond van artikel 8:3 lid 3 rechtstreeks aan de certificerende instelling die de resultatenaudit uitvoert. Dit beleid wordt in 2025 voortgezet. Over de deelnemersbijdrage wordt 21% BTW in rekening gebracht.

De totaal te verwachten bate uit hoofde van de deelnemersbijdragen Keurmerk Inburgeren over 2024 bedraagt € 523.966. Daarnaast ontvangt Blik op Werk een subsidie van het Ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid om alle benodigde activiteiten uit te voeren.

Toelichting bij Tabel 2

Naast de hierboven genoemde tarieven gelden nog aanvullende tarieven voor enkele (extra) diensten die noodzakelijk zijn als naar voren komt dat een Keurmerkhouder (nog) niet op alle onderdelen heeft voldaan aan de eisen van het Keurmerk en voor extra eenmalige werkzaamheden die noodzakelijk zijn kort na de toekenning van het Keurmerk voor bepaalde tijd. Bij deze situaties moeten aanvullende werkzaamheden worden verricht naast de reguliere werkzaamheden uit hoofde van het Keurmerk. Deze extra werkzaamheden en hiermee samenhangende kosten vloeien enerzijds voort uit het eerder niet voldoen aan de eisen van het keurmerk en anderzijds uit het feit dat het niet passend is om deze in het jaarlijkse tarief van de deelnemersbijdrage op te nemen. Daarom worden de hiermee samenhangende kosten separaat bij de desbetreffende keurmerkhouder in rekening gebracht. Het tarief van de herinspecties wordt mede bepaald door de hoogte van de met de onder het keurmerk vallende activiteiten behaalde omzet. Hoe hoger deze omzet is hoe omvangrijker de extra werkzaamheden zijn die moeten worden uitgevoerd hetgeen een kostenverhogend effect heeft.

Er zijn twee nieuwe categorieën toegevoegd voor taalscholen met een hoge omzet. Dit vloeit voort uit een nieuwe opbouw van de tarieven van ITTA, de instantie die voor ons toezicht in de klas uitvoert. Daarnaast hebben taalscholen met een ‘extra hoge’ omzet vaak meerdere vestigingen. De kwaliteit van de inburgeringslessen op deze vestigingen kan enorm verschillen. Daarom hebben Blik op Werk en ITTA besloten om de kwaliteit op meerdere vestigingen te meten. De kosten hiervan kan de taalschool over de verschillende vestigingen spreiden. Op de nieuwe tarieven van ITTA rekent Blik op Werk 5% voor administratieve werkzaamheden. De nieuwe categorieën zien er als volgt uit: – Een categorie voor aanbieders met een jaaromzet van € 2.000.000 tot 3.999.999. – Een categorie voor aanbieders met een jaaromzet vanaf € 4.000.000 en hoger. Over de aanvullende diensten wordt 21% BTW in rekening gebracht.

Korting op het tarief in geval van keurmerkhouders met dubbel Keurmerk

Er zijn keurmerkhouders die naast het Keurmerk Inburgeren ook het Keurmerk Arbeid voeren. De tarieven voor de deelnemersbijdrage voor het Keurmerk Arbeid hoeven niet door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te worden goedgekeurd. Indien er sprake is van een zogenaamd dubbel Keurmerk is er echter sprake van een gecombineerd tarief voor de deelnemersbijdrage. Dit tarief wordt bepaald door de behaalde omzet met beide keurmerken te totaliseren en op basis hiervan het tarief toe te passen zoals vermeld in Tabel 1. Hiervoor is gekozen omdat er sprake is van overlappende werkzaamheden voor beide Keurmerken waarvoor de keurmerkhouder niet dubbel hoeft te betalen. Hierdoor is het gecombineerde tarief voor de deelnemersbijdrage lager dan het totaal van de deelnemersbijdrage voor de twee losse Keurmerken. Het is niet wenselijk dat deze keurmerkhouders met een veel hogere en/of een dubbele deelnemersbijdrage worden geconfronteerd als gevolg van de doorgevoerde scheiding van de keurmerken Inburgeren en Arbeid. Voor 2025 is gekozen om de hoogte van het gecombineerde tarief voor 2024 eveneens te indexeren met 3%. Dit wordt op de factuur aan de keurmerkhouder zichtbaar gemaakt door op de deelnemersbijdrage voor de beide Keurmerken een korting toe te passen op de basistarieven, zoals in tabel 1 vermeld. Op deze wijze blijft het door de keurmerkhouder te betalen bedrag in 2025 per saldo gelijk aan het gecombineerde geïndexeerde tarief voor de deelnemersbijdrage.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.N.J. Nobel

Naar boven