Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijksdienst voor Ondernemend Nederland | Staatscourant 2025, 29280 | register streekproducten |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijksdienst voor Ondernemend Nederland | Staatscourant 2025, 29280 | register streekproducten |
Gelet op artikel 18 van de Landbouwkwaliteitsregeling 2007 en artikel 2.22 van de Regeling dierlijke producten maakt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland de volgende publicatie in Publicatieblad C/2025/4351 van 1 augustus 2025 van de Europese Unie bekend.
Met onderstaande bekendmaking wordt de goedkeuring van de standaardwijziging van een productdossier van een geografische aanduiding in het Unieregister van geografische aanduidingen bekendgemaakt.
(C/2025/4351)
(artikel 24 van Verordening (EU) 2024/1143)
“Fronton”
PDO-FR-A0595-AM01 – 8.5.2025
☒ Beschermde oorsprongsbenaming (BOB)
□ Beschermde geografische aanduiding (BGA)
□ Geografische aanduiding (GA)
Ministère de l’Agriculture de l’Alimentation, de la Pêche, de la Ruralité et de l’Aménagement du Territoire.
De Franse autoriteiten verklaren dat de ingediende aanvraag voldoet aan de vereisten van de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 2024/1143.
De wijzigingen van dit productdossier zijn standaardwijzigingen, zoals gedefinieerd in artikel 24, lid 4, van Verordening (EU) 2024/1143.
De aanvraag tot wijziging van de BOB “Fronton” heeft geen betrekking op een van de drie gevallen waarin sprake is van een wijziging op het niveau van de Unie. Dus is er geen sprake van de volgende situaties:
a) een wijziging in de naam of in het gebruik van de naam, of van de producten of van de categorie producten die met de geografische aanduiding worden aangeduid;
b) de wijziging dreigt het verband met het geografische gebied teniet te doen;
c) de wijziging leidt tot verdere beperkingen op het in de handel brengen van het product.
Bijgevolg zijn de Franse autoriteiten van mening dat het bij de aanvraag om een “standaardwijziging” gaat.
Agromilieubepalingen zijn toegevoegd aan het productdossier en de bepalingen zijn toegevoegd aan hoofdstuk IV “Beheer van de wijngaard”, lid “Andere teeltmethoden” van het productdossier.
Deze wijzigingen zijn bedoeld om beter rekening te houden met het milieu en met de maatschappelijke vraag om minder gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.
Het enig document wordt niet gewijzigd.
Voor roséwijnen zijn de in het productdossier vastgestelde opbrengsten verhoogd. De gemiddelde maximale belasting per perceel en de gemiddelde maximale belasting van geïrrigeerde percelen zijn ook in overeenstemming gebracht met de gewijzigde opbrengst van roséwijnen.
De voorgestelde opbrengsten zijn in overeenstemming met de opbrengstwaarden van de andere benamingen in Sud-Ouest. Tussen 2015 en 2020 (oogsten tussen 2021 en 2023, gekenmerkt door klimaatdreigingen) bedraagt de gemiddelde opbrengst van de benaming in roséwijnen 53,17 hl/ha en ligt gemiddeld 44% van de wijnbouwers hoger dan de basisopbrengst in het productdossier.
Het volgende punt van het enig document is gewijzigd: Maximumopbrengsten.
In overeenstemming met de vorige wijziging (de wijziging van de opbrengsten van roséwijnen) ligt de opbrengst “3° – Verlies van het recht op de gecontroleerde oorsprongsbenaming”, namelijk 70 hl/ha, te dicht bij de voorgestelde maximumopbrengst (68 hl per hectare) en is derhalve geschrapt.
Deze wijziging heeft geen gevolgen voor het enig document.
De afgelopen 15 jaar is het gemiddelde colorimetrische profiel van de rosé met de BOB “Fronton” veranderd: de kleur blijft krachtig, maar wordt duidelijk helderder. De wijziging van het productdossier heeft tot doel zich aan te passen aan veranderingen in de praktijk op het gebied van wijngaarden: van oudsher waren de roséwijnen van Fronton voornamelijk saignée-wijnen, tegenwoordig hebben de persroséwijnen zich op grote schaal ontwikkeld.
Het volgende punt van het enig document is gewijzigd: Verband met het geografische gebied.
In de rubriek “Verband met het geografische gebied” van het productdossier is het bereidingsprocedé voor saignée-wijnen toegevoegd. Het gebruik van de saignée-techniek door de wijnmakers is enerzijds ingegeven door de productie van meer gekleurde roséwijnen als gevolg van een langere maceratie tussen de schil en het druivensap. Anderzijds kan het saignée-procedé in sommige gevallen een gebrek aan fenolverbindingen in een vat met blauwe rassen compenseren. Het doel is om het saignée-procedé voor de productie van roséwijnen vast te leggen.
Het volgende punt van het enig document is gewijzigd: Verband met het geografische gebied.
wenst twee rassen die in het gebied endemisch zijn, als secundaire rassen op te nemen:
De negret pounjut N en bouysselet B. vanwege het patrimoniale karakter van deze rassen en hun complementariteit met de négrette N. Het doel is ze op te nemen in de productie van zowel rode als roséwijnen.
Daarom heeft de ODG voorgesteld om voor negret pounjut en bouysselet een maximumaandeel van 10% toe te voegen aan het wijnstokrassenbestand en de assemblage.
De volgende punten van het enig document zijn gewijzigd: Wijndruivenrassen, Verband met het geografische gebied.
Dit verzoek volgt op een aantal bevindingen die de wijnbouwers van de benaming “Fronton” ertoe hebben gebracht te overwegen nieuwe rassen in hun productdossier op te nemen. De klimaatverandering leidt tot langere perioden van droogte, een toegenomen frequentie van vorst, een grotere gevoeligheid voor ziekten en fysiologische veranderingen die verergeren.
Na reflectie koos de wijnbouwersgroepering ervoor om alleen de variëteit marselan N te selecteren. Deze keuze wordt verklaard door de verwantschap met de cabernet sauvignon: terwijl de cabernets te maken hebben met een teloorgang, is marselan een interessant alternatief in de assemblages. Bovendien is de marselan al enkele jaren aanwezig op wijngaarden (18 hectare verspreid over 46 percelen en geteeld door 19 marktdeelnemers) en biedt deze druif een goede organoleptische complementariteit met de négrette N.
De marselan heeft een dubbel voordeel: betere aanpassing aan de klimaatverandering (minder vatbaar voor vorst) en minder behoefte aan fytosanitaire behandelingen (vanwege de lage gevoeligheid voor ziekte). De marselan N wordt gebruikt voor de productie van rode en roséwijnen.
Het volgende punt van het enig document is gewijzigd: Wijndruivenrassen.
Het wijnstokrassenbestand is gehandhaafd, maar het minimumaandeel van het voornaamste wijnstokras négrette N is gewijzigd: “meer dan of gelijk aan 50% van het wijnstokras” in het huidige productdossier is gewijzigd in “meer dan of gelijk aan 51%”, en om het maximumaandeel van de secundaire rassen te schrappen.
Het doel is de controle op en de naleving van de voorschriften inzake wijnstokrassen te vereenvoudigen en tegelijkertijd in overeenstemming te blijven met de voorschriften inzake assemblage.
Deze wijziging heeft geen gevolgen voor het enig document.
Volgens de tekst van het huidige productdossier moeten de marktdeelnemers bij elke verpakking een uittreksel uit het bewerkingsregister en een analyse voor de verpakking aan het controleorgaan toezenden. De wijnbouwersgroepering van de benaming is van mening dat deze verplichting te streng is en stelt een formulering voor die in andere specificaties is overgenomen, waarin staat dat het bewerkingsregister en een analyse die voor of na de verpakking is gedaan, beschikbaar moet zijn voor de controle-instantie.
Deze wijziging heeft geen gevolgen voor het enig document.
KORTE BESCHRIJVING
Het betreft niet-mousserende rode of roséwijnen. De rode wijnen hebben een natuurlijk alcoholvolumegehalte van ten minste 11%. De roséwijnen hebben een natuurlijk alcoholvolumegehalte van ten minste 10,5%. Na verrijking overschrijden de wijnen het totale alcoholvolumegehalte van 13% niet. Op het moment van het verpakken heeft rode wijn een appelzuurgehalte van ten hoogste 0,4 gram per liter. Bij het verpakken hebben de wijnen: – een gehalte aan fermenteerbare suikers (glucose + fructose) van ten hoogste 3 gram per liter voor rode wijnen en ten hoogste 4 gram per liter voor roséwijnen; – een gehalte aan vluchtige zuren van ten hoogste 18 milli-equivalent per liter voor rode wijnen. Het gehalte aan vluchtige zuren van de roséwijnen en het totale zuurgehalte en het totale zwaveldioxidegehalte van de wijnen komen overeen met de in de Europese regelgeving vastgestelde waarden. De andere kenmerken komen standaard overeen met die welke in de Europese regelgeving zijn vastgelegd. De wijnen mogen uitsluitend worden geproduceerd van het ras négrette N of van een assemblage van rassen waarin négrette N het voornaamste ras is. De smaak van de rode wijnen wordt doorgaans gekenmerkt door aroma’s van rode en zwarte vruchten, bloemen, specerijen en zoethout. De tanninen zijn aanwezig en zorgen voor structuur en rondheid bij de veroudering. Ze zijn aangenaam als ze jong worden gedronken, maar zijn tevens geschikt voor veroudering. De smaak van de roséwijnen wordt gekenmerkt door vrij fruitige aroma’s en een lage zuurgraad. Ze hebben een intense kleur en zijn geschikt om jong te drinken.
Algemene analytische kenmerken
– Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent): –
– Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent): –
– Minimale totale zuurgraad: –
– Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter): –
– Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter): –
a) Plantdichtheid. De minimale beplantingsdichtheid van de wijngaarden bedraagt 4.000 wijnstokken per hectare. De afstand tussen de rijen mag niet meer dan 2,50 meter bedragen en de afstand tussen de wijnstokken binnen eenzelfde rij niet minder dan 0,80 meter.
b) Regels voor het snoeien. De wijnstokken worden gesnoeid met hetzij een korte snoei met korte vruchttakken (gobelet- of Royat-snoei, eenzijdig of tweezijdig), hetzij een enkele Guyot-snoei of dubbele Guyot-snoei (lokaal bekend als “tirette”), met een maximum van twaalf ogen per wijnstok. Ongeacht de gebruikte snoeimethode mag het aantal vruchtdragende takken per wijnstok vanaf 1 juni niet meer dan tien bedragen.
Irrigatie mag worden toegestaan.
Oenologische procedés: – Voor de rode wijnen zijn subtractieve verrijkingstechnieken toegestaan en het maximumpercentage gedeeltelijke concentratie ten opzichte van de gebruikte hoeveelheid is vastgesteld op 10%. – Bij de bereiding van de roséwijnen mag voor van de pers afkomstige most en jonge, nog gistende wijn houtskool voor oenologische doeleinden worden gebruikt bij ten hoogste 20% van de hoeveelheid roséwijnen die de betrokken wijnbereider voor de betrokken oogst en kleur bereidt.
Het totale alcoholvolumegehalte van de wijnen mag na verrijking niet meer dan 13% bedragen.
Naast de bovengenoemde bepalingen moeten de wijnen wat oenologische procedés betreft voldoen aan de verplichtingen die zijn vastgesteld op communautair niveau en in het Franse wetboek landbouw en zeevisserij.
De oogst van de druiven en de vinificatie, bereiding en rijping worden uitgevoerd op het grondgebied van de volgende gemeenten: – Departement Haute-Garonne: Bouloc, Castelnau-d’Estrétefonds, Fronton, Saint-Rustice, Vacquiers, Villaudric, Villematier, Villemur-sur-Tarn, Villeneuve-lès-Bouloc – Département Tarn-et-Garonne: Bessens, Campsas, Canals, Dieupentale, Fabas, Grisolles, Labastide-Saint-Pierre, Montbartier, Nophic, Orgueil, Pompignan.
Bouysselet
Cabernet franc N
Cabernet-Sauvignon N
Gamay N
Marselan N
Mérille N
Negret pounjut
Négrette N
Het geografische gebied van de beschermde oorsprongsbenaming “Fronton” ligt ongeveer 20 kilometer ten noorden van Toulouse op de oude alluviale terrassen van de Tarn, die zich tijdens de verschillende ijstijden van het quartair op het mergelhoudende tertiaire substraat hebben afgezet. De voor de oogst van de druiven nauwkeurig afgebakende percelen zijn verspreid over de drie geomorfologische niveaus van het lage, midden- en hoge terras van de Tarn, met uitzondering van de laagvlakte van de Tarn en de bodems op de oligoceenmolasse die in het zuiden en westen van dit gebied voorkomen.
De alluviale afzettingen, afkomstig van het Centraal Massief, worden gekenmerkt door hun rijkdom aan kiezel, grind en zand en de afwezigheid van kalksteen. De bodems van het lage terras, die zich op een gemiddelde hoogte van 130 meter bevinden, zijn heterogeen van aard, met een mix van slib, zand van wisselende grofheid en klei, in een ongelijke verdeling. De hoogte van het middenterras varieert van 130 tot 160 meter. De bodems vertonen een verwering en een grotere uitloging dan op het lage terras. Ten slotte bereikt het hoge terras, dat het oudste en het kleinste oppervlak is, een maximumhoogte van 200 meter. Aangezien de erosie de fijnste deeltjes heeft weggespoeld, zijn de bodems hier rijk aan grind en kiezels.
Het geografische gebied is verspreid over twintig gemeenten in de departementen Haute-Garonne en Tarn-et-Garonne.
De topografie van het landschap is overwegend vlak. Variaties in het landschap zijn toe te schrijven aan heuveltjes, hellingen tussen de terrassen en lichte glooiingen, gecreëerd door de zijstroompjes van de Tarn.
Het Fronton-gebied heeft een oceaanklimaat met mediterrane invloed. De winters zijn relatief mild. In het voorjaar gaat de temperatuur flink omhoog en de zomer wordt gekenmerkt door veel zonneschijn en hoge temperaturen. De jaarlijkse neerslag schommelt gemiddeld tussen 650 millimeter en 700 millimeter. De neerslag is regelmatig verdeeld over het jaar, met uitzondering van het voorjaar, dat een grote neerslagpiek laat zien. De wind komt voornamelijk uit het westen. Doordat de wind van zee komt, brengt hij wolkenformaties en neerslag met zich mee. Iets minder vaak komt de warme, droge “autan”-wind uit het zuidoosten.
De geschiedenis van de wijnstreek hangt nauw samen met die van de stad Fronton, die in het begin van de twaalfde eeuw werd bestuurd door de Hospitaalorde van Sint-Jan van Jeruzalem (voormalige Orde van Malta), na schenkingen van verschillende heren. A. Escudier (Histoire de Fronton et du Frontonnais [geschiedenis van Fronton en de streek], 1905) verwijst naar een schenking aan de Orde in 1122 van Pons Bernard de Benque, Alamande zijn echtgenote en Payen, bestaande uit de kerk en alles wat door de kerk wordt gecontroleerd, waarbij hij zich het recht voorbehoudt om het zevende deel van de druivenoogst te behouden. De wijnstreek “Fronton” is dus al gevestigd aan het begin van de twaalfde eeuw.
Vanaf die tijd worden de wijnen bijzonder goed behandeld en verzorgd. De gemeentelijke archieven van Fronton verwijzen naar de jaarlijkse aanstelling van “acht deskundigen om de wijngaarden van het consulaat van Fronton te bezoeken en te controleren”. Zo werd elk buurtschap bezocht en de deskundigen controleerden de rijpheid van de druiven. Aan de consulaire vergadering werd een mondeling verslag verstrekt waarin de datum van aanvang van de oogst werd vastgesteld. Het besluit tot opening van de oogsttijd werd door de omroeper meegedeeld aan de inwoners.
In 1470 verleende Aymerie de Senergues, prior van de Daurade-abdij in Toulouse, een handvest aan zijn onderdanen op grond waarvan alle lijfeigenen die wijnstokken aanplantten, aanspraak konden maken op hun vrijmaking en het eigendomsrecht met betrekking tot de ontgonnen grond van Villaudric. In de zeventiende eeuw betwistten de twee parochies Fronton en Villaudric elkaar het oppergezag van het grondgebied.
De wijnstreek beleefde haar hoogtijdagen in de achttiende en negentiende eeuw, toen de wijnen door heel Europa werden vervoerd via de haven van Bordeaux. Pierre Galet (Cépages et vignobles de France [wijndruivenrassen en wijngaarden van Frankrijk], 1962) verklaart: “De wijngaarden van Fronton en Villaudric zijn al geruime tijd de meest gerenommeerde wijngaarden van de Haute-Garonne, omdat deze wijngaarden dicht bij Villemur lagen, de plek waar de wijnen werden ingescheept op de Tarn en vervolgens over het water naar Bordeaux werden vervoerd.”
Het Fronton-gebied werd in 1878 getroffen door phylloxera. Het druivenras négrette N, voorheen plaatselijk “le négret” genoemd, vormde voor phylloxera de basis van het wijnstokrassenbestand van de wijnstreek. Na de phylloxera-crisis werd de plant op grote schaal opnieuw aangeplant, maar door het enten was de plant vatbaar voor vruchtverlies en gevoeliger voor grauwe schimmel. De wijnbouwers, gehecht aan dit historische druivenras, konden zich door hun volharding aanpassen en de traditie van de teelt van dit ras voortzetten. Aangezien wijn van négrette N doorgaans geen zuurgraad heeft, wordt hij vaak aangevuld met de oogst van late rassen.
De oorsprongsbenaming “vins délimités de qualité supérieure” “Villaudric” is op 28 juli 1944 erkend bij vonnis van de burgerlijke rechtbank van eerste aanleg in Toulouse. De benaming bestrijkt dan zes gemeenten in het departement Haute-Garonne. Een jaar later, op 31 juli 1945, werd de oorsprongsbenaming “vins délimités de qualité supérieure” “Fronton” of “Côtes de Fronton” erkend, met een geografisch gebied van 15 gemeenten in de departementen Haute-Garonne en Tarn-et-Garonne. In 1970, zich bewust van hun gemeenschappelijke geschiedenis en praktijken, sloten de producenten van de twee gecontroleerde oorsprongsbenamingen zich aan in één enkele vereniging. De gecontroleerde oorsprongsbenaming “Côtes du Frontonnais” wordt aldus bij decreet van 7 februari 1975 erkend met twee geografische benamingen: “Fronton” en “Villaudric”. Dertig jaar later wordt de gecontroleerde oorsprongsbenaming “Côtes du Frontonnais” bij decreet van 31 augustus 2005 erkend in de gecontroleerde oorsprongsbenaming “Fronton”.
In 2008 werd een oppervlakte van meer dan 1.700 hectare geëxploiteerd door meer dan 110 producenten, verdeeld in 40 onafhankelijke wijnkelders, 1 wijnbouwcoöperatie en 2 handelaren-wijnmakers. Ongeveer een derde van de productie bestaat uit roséwijn en twee derde uit rode wijn. De wijnen mogen uitsluitend worden geproduceerd van het ras négrette N of van een assemblage van rassen waarin négrette N het voornaamste ras is. De secundaire rassen die de assemblage mogen aanvullen, zijn cabernet franc N, cabernet-sauvignon N, cinsaut N, cot N, fer N, gamay N, merille N, syrah N, negret pounjut N of bouysselet B.
De smaak van de rode wijnen wordt doorgaans gekenmerkt door aroma’s van rode en zwarte vruchten, bloemen, specerijen en zoethout. De tanninen zijn aanwezig en zorgen voor structuur en rondheid bij de veroudering. Ze zijn aangenaam als ze jong worden gedronken, maar zijn tevens geschikt voor veroudering. Om overmatige tannine-extractie te voorkomen is het gebruik van continupersen verboden. De rijping van de wijnen duurt minstens tot 15 januari van het jaar volgend op het oogstjaar.
De smaak van de roséwijnen wordt gekenmerkt door vrij fruitige aroma’s en een lage zuurgraad. Ze hebben een kleur die varieert van lychee tot framboos (tinten van het Centre du Rosé) volgens de gebruikte techniek (directe persing of saignée) en zijn vooral geschikt om jong te drinken. Het druivenras négrette N, gewaardeerd vanwege zijn aromatische kwaliteiten, werd ooit op grote schaal geteeld in het geografische gebied Grand Sud-Ouest. Het is een van nature sterk en vruchtbaar druivenras, maar door de dunne schil van de druiven en de compactheid van de trossen is het zeer gevoelig voor meeldauw, grauwe schimmel en mijten. Het ras négrette N wordt in de meeste regio’s niet meer gebruikt vanwege de teeltmoeilijkheden, maar heeft een ecologische niche gevonden in de regio Fronton, waar de arme, zure bodems die rijk zijn aan metaaloxiden de druif een gemiddelde weerstand geven en zorgen voor een natuurlijke beheersing van de opbrengsten met een optimale rijping, een intens, complex aroma en zeer verfijnde tanninen.
De wijnbouwers van het Fronton-gebied zijn erin geslaagd dit emblematische druivenras onder controle te houden door hun knowhow aan te passen, met name door snoeimethoden die een goede verdeling van de trossen en de selectie van klonen mogelijk maken en zo de teelt ervan in stand houden.
De bodem- en klimaatomstandigheden van het Fronton-gebied zijn bijzonder geschikt voor de wijnstokken, en met name voor de négrette N-variëteit. Het oceaanklimaat heeft in het voorjaar een natte invloed die, samen met een duidelijke temperatuurstijging, zorgt voor een goede vegetatieve groei van de wijnstok. De zachte winter vermindert het risico op strenge vorst. In de zomer zorgt de invloed van de Middellandse Zee voor droge hitte en zonneschijn, die een regelmatige en optimale rijping van de druiven in de hand werken, met matige waterstress in de zomer, waardoor de druiven goed rijpen. De autan is van invloed op het gedrag van de wijngaard gedurende de volledige groeicyclus, met name doordat de uitbotting, bloei en rijping worden bespoedigd. Aan het eind van de zomer waait het soms hard, waardoor de rijping van de druiven wordt bevorderd en de wijnstokken na de stormen van augustus worden gedroogd, wat de ontwikkeling van schimmelziekten tegengaat. De late komst van de eerste koude maakt een goede verhouting van de loten mogelijk.
Rekening houdend met het gebruik en de kennis van de plaatselijke omgeving heeft het afgebakende perceelgebied een voorkeur voor bodems die goed afwateren en gemakkelijk opwarmen. De bodems zijn rijk aan zand en grind, met een variabel gehalte aan slib en klei. Koude, vorstgevoelige gebieden en de meest vruchtbare bodems zijn uitgesloten.
Met de gecontroleerde oorsprongsbenaming sinds 1975 behoudt de menselijke gemeenschap de faam en reputatie van de “Fronton” -wijnen door zijn dynamiek, knowhow en inzet voor het druivenras négrette N.
Rechtskader:
Nationale wetgeving
Soort aanvullende voorwaarde:
Aanvullende bepalingen betreffende de etikettering
Beschrijving van de voorwaarde:
Op het etiket van wijn met de beschermde oorsprongsbenaming mag de grotere geografische eenheid “Sud-Ouest” worden vermeld. Deze grotere geografische eenheid mag eveneens worden vermeld in reclamefolders en op alle soorten verpakkingen. De lettertekens van de vermelding van de grotere geografische eenheid mogen noch hoger, noch breder zijn dan de lettertekens van de naam van de beschermde oorsprongsbenaming.
https://info.agriculture.gouv.fr/boagri/document_administratif-c6bb8395-ee7c-45c5-b59b-dee556bb82f6
Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/27 van de Commissie van 30 oktober 2024 tot aanvulling van Verordening (EU) 2024/1143 van het Europees Parlement en de Raad met regels inzake de registratie en bescherming van geografische aanduidingen, gegarandeerde traditionele specialiteiten en facultatieve kwaliteitsaanduidingen en tot intrekking van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 664/2014 (PB L, 2025/27, 15.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2025/27/oj).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-29280.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.