Ontwerp Verordening betreffende de kwaliteit en borging van de doelmatige dienstverlening door registerloodsen

De algemene raad van de Nederlandse Loodsencorporatie;

Gelet op artikel 1, onderdeel b van het Besluit kennisgevingen Nederlandse Loodsencorporatie maakt hierbij bekend dat op 9 oktober 2025 (aanvang 10.00 uur) een niet-openbare ledenvergadering van de Nederlandse Loodsencorporatie zal worden gehouden in het Hilton hotel te Rotterdam. Voor deze ledenvergadering is het ontwerp Verordening betreffende de kwaliteit en borging van de doelmatige dienstverlening door registerloodsen geagendeerd. Voor dit agendapunt is de voornoemde ledenvergadering openbaar. Het ontwerp zal om 10.30 uur aan de orde worden gesteld. Het bovengenoemde ontwerp is in deze Staatscourant gepubliceerd. Belanghebbenden kunnen met betrekking tot het gepubliceerde ontwerp gedurende drie (3) weken na deze publicatie hun zienswijze naar voren brengen. Deze kunnen schriftelijk worden ingediend bij de algemene raad van de Nederlandse Loodsencorporatie, Postbus 830, 3000 AV Rotterdam.

ONTWERP

Verordening betreffende de kwaliteit en borging van de doelmatige dienstverlening door registerloodsen

De ledenvergadering van de Nederlandse loodsencorporatie:

Gelet op artikel 15, eerste lid, onderdelen b en e, gelezen in samenhang met de artikelen 27j, vierde lid, en 27ja, eerste lid, van de Loodsenwet;

Besluit:

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1:1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

loodsdienstverlening:

de wijze waarop diensten als loods, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet worden verzorgd, aangeboden en verleend door registerloodsen in de onderlinge verbanden die zijn opgericht ter uitvoering van artikel 15, eerste lid, onderdeel b, van de wet en artikel 2:1 van deze verordening;

regionale besturen:

de besturen van de regionale loodsencorporaties;

wet:

Loodsenwet.

Artikel 1:2 Te dienen belangen

De toepassing van deze verordening is, met het oog op het veilig en doelmatig gebruik van de zeehavens en van de loodsplichtige scheepvaartwegen, gericht op het in onderlinge samenhang waarborgen en bevorderen van:

  • a. de doelmatigheid van dienstverlening, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b, van de wet; en

  • b. de kwaliteit van de loodsdienstverlening, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel e, van de wet.

HOOFDSTUK 2 DE ORGANISATIE VAN DE DIENSTVERLENING

Artikel 2:1 Samenwerkingsverbanden van registerloodsen

  • 1. De registerloodsen van een regionale loodsencorporatie zijn gezamenlijk met inachtneming van de voor een registerloods geldende wettelijke voorschriften verplicht te voorzien in een samenwerkingsverband dat zorg draagt voor:

    • a. een zodanige organisatie van de door de registerloodsen van de betreffende regionale loodsencorporatie te verlenen diensten als nodig is voor het tijdig beschikbaar stellen van registerloodsen aan schepen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet, alsmede de evenredige inzet van de registerloodsen; en

    • b. het vervoer van de registerloodsen ten behoeve van hun beroepsuitoefening.

  • 2. Een voorgenomen samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid behoeft de goedkeuring van de algemene raad. Indien deze goedkeuring niet wordt verleend of niet in dat samenwerkingsverband wordt voorzien wijst de algemene raad een rechtspersoon aan die zal voorzien in de taken, bedoeld in het eerste lid. Een dergelijke aanwijzing geschiedt in overeenstemming met het bestuur van die rechtspersoon.

Artikel 2:2 Non-discriminatoire dienstverlening

De registerloods is verplicht om zijn diensten als registerloods non-discriminatoir aan te bieden en te verlenen aan schepen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet, en aan schepen op loodsplichtige scheepvaartwegen, die vrijwillig van de diensten van een registerloods gebruik wensen te maken. Het aanbieden en verlenen van deze diensten dient plaats te vinden door tussenkomst van het samenwerkingsverband onderscheidenlijk de rechtspersoon, bedoeld in artikel 2:1, tweede lid, met inachtneming van de nadere voorschriften, vastgesteld krachtens artikel 2:3.

Artikel 2:3 Nadere voorschriften inzake de loodsdienstverlening

  • 1. Het bestuur van een regionale loodsencorporatie geeft nadere voorschriften voor de door de registerloodsen in acht te nemen procedures en verplichtingen inzake de doelmatigheid van de loodsdienstverlening. Deze nadere voorschriften voorzien in ieder geval in de verplichting van de registerloods om zich, in aansluiting op de tijd die de kapitein in acht moet nemen om te melden dat hij van de diensten van een loods gebruik wil maken, daarvoor tijdig beschikbaar te stellen.

  • 2. De algemene raad zal bij het ontbreken van de nadere voorschriften, bedoeld in het eerste lid, die nadere voorschriften geven.

Artikel 2:4 Registerloods buiten het samenwerkingsverband

  • 1. De registerloods die niet deelneemt aan een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2:1, is aan dat samenwerkingsverband, dan wel bij ontbreken daarvan, aan de rechtspersoon, bedoeld in artikel 2:1, tweede lid, een vergoeding voor administratieve kosten verschuldigd van € 476,51 per maand.

  • 2. In het geval van het niet nakomen van de voorschriften, bedoeld in artikel 2:3 is de registerloods aan het samenwerkingsverband onderscheidenlijk de rechtspersoon, bedoeld in artikel 2:1, tweede lid, een door het bestuur van de regionale loodsencorporatie vast te stellen bedrag ter zake van daaruit voortvloeiende kosten verschuldigd. Dit bedrag bedraagt ten hoogste € 573,57.

  • 3. De indexering van de genoemde bedragen in dit artikel is het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde indexcijfer consumentenprijzen, telkens toe te passen over de periode van twaalf maanden, eindigend op de laatste dag van de maand februari van het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarvoor de genoemde bedragen van toepassing zijn.

HOOFDSTUK 3 DE KWALITEIT VAN DE LOODSDIENSTVERLENING

Artikel 3:1 Kwaliteitsbeleid

De algemene raad draagt zorg voor een bestendig kwaliteitsbeleid waarin zij gemotiveerd aangeeft welke doelstellingen relevant zijn met het oog op de belangen bedoeld, in artikel 1:2, en welke activiteiten zij daartoe zal uitvoeren.

Artikel 3:2 Inhoud van het kwaliteitsbeleid

  • 1. Het beleid, bedoeld in artikel 3:1, is in ieder geval gericht op de volgende doelstellingen:

    • a. de continuïteit en tijdigheid van de loodsdienstverlening;

    • b. de veiligheid en de kwaliteit van de beroepsuitoefening;

    • c. de opleidingen en de trainingen van registerloodsen niet vallend onder de HBO-master opleiding tot registerloods, bedoeld in artikel 2.2 van het Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenaren;

    • d. de veiligheid, de kwaliteit en de duurzaamheid van het vervoer voor de beroepsuitoefening door registerloodsen;

    • e. de instroom, de doorstroom en de uitstroom van registerloodsen in het loodsenkorps, zijnde het geheel van registerloodsen tezamen, in ieder geval met het oog op de onder a, b en c bedoelde doelstellingen.

  • 2. Het beleid geeft ten minste inzicht in:

    • a. de prioriteitsstelling in voorgenomen activiteiten van de algemene raad en de regionale besturen;

    • b. de methodiek om te bepalen of gestelde doelen worden bereikt; en

    • c. de werkwijze bij incidenten.

Artikel 3:3 Beleidsvoorbereiding en dialoog

  • 1. De algemene raad bereidt het ontwerp van het in artikel 3:1 bedoelde beleid voor in samenspraak met de regionale besturen.

  • 2. Over het ontwerp van het in artikel 3:1 bedoelde beleid, voert de algemene raad een dialoog met belanghebbenden. De algemene raad informeert de ledenvergadering over de gevolgtrekkingen die zij voor het beleid aan deze dialoog verbindt.

Artikel 3:4 Intern toezicht

  • 1. Het intern toezicht op de mate waarin het beleid, bedoeld in artikel 3:2, is gerealiseerd, wordt uitgeoefend door een visitatie. De visitatie wordt in opdracht van de algemene raad ten minste eens per vijf jaar verricht door een onafhankelijke partij.

  • 2. Bij het opstellen van een visitatierapport:

    • a. raadpleegt de onafhankelijke partij belanghebbenden bij de kwaliteit van de loodsdienstverlening; en

    • b. gebruikt de onafhankelijke partij de informatie omtrent de kwaliteit van de loodsdienstverlening in de voor de algemene raad beschikbare kwaliteitsmodellen of systemen.

  • 3. De algemene raad maakt het visitatierapport op een daartoe geschikte wijze bekend aan belanghebbenden en de ledenvergadering.

Artikel 3:5 Informeren ledenvergadering

De algemene raad informeert de ledenvergadering ten minste iedere vijf jaar over:

  • a. het te voeren kwaliteitsbeleid;

  • b. het visitatierapport en de gevolgtrekkingen die de algemene raad daaraan verbindt;

  • c. de mate waarin de doelstellingen van het beleid, bedoeld in artikel 3:1, naderbij zijn gebracht.

HOOFDSTUK 4 STRUCTURELE DIALOOG EN VERANTWOORDING

Artikel 4:1 Publiek jaarverslag

  • 1. De algemene raad draagt na afloop van een kalenderjaar zorg voor een publiek jaarverslag.

  • 2. De algemene raad draagt er zorg voor dat met het publiek jaarverslag op transparante wijze en integraal verantwoording af wordt gelegd over de in het afgelopen kalenderjaar bereikte loodsdienstverlening aan belanghebbenden.

  • 3. Het publiek jaarverslag geeft een betrouwbare en inzichtelijke weergave van de activiteiten en de daarop betrekking hebbende financiële gegevens omtrent de loodsdienstverlening in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het gepubliceerd wordt en geeft een prognose op de wijze waarop in de aankomende jaren invulling wordt gegeven aan de continuïteit in en de kwaliteit van de loodsdienstverlening. De weergave van de financiële gegevens voldoet aan de normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd voor financiële verslaglegging.

Artikel 4:2 Openbaarmaking

  • 1. Het publiek jaarverslag wordt openbaar gemaakt binnen vijf maanden volgend op het jaar waarop het publiek jaarverslag betrekking heeft.

  • 2. Van het publiek jaarverslag wordt onverwijld na openbaarmaking als bedoeld in het eerste lid kennisgegeven aan belanghebbenden.

  • 3. De algemene raad zendt onverwijld na openbaarmaking als bedoeld in het eerste lid het publiek jaarverslag aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 4:3 Structurele dialoog met belanghebbenden

  • 1. De algemene raad draagt er zorg voor dat jaarlijks een dialoog over in ieder geval de kwaliteit van de loodsdienstverlening met belanghebbenden wordt georganiseerd.

  • 2. De algemene raad informeert de ledenvergadering en de belanghebbenden over de gevolgtrekkingen die hij aan de dialoog verbindt.

HOOFDSTUK 5 OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 5:1 Onvoorzien

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist de algemene raad.

Artikel 5:2 Intrekkingsbepaling

De volgende verordeningen worden ingetrokken:

  • a. Wijzigingsverordening Dienstverleningsverordening registerloodsen en Financiële verordening Loodswezen vastgesteld op 11 december 2001; en

  • b. Dienstverleningsverordening registerloodsen.

Artikel 5:3 Omhangbepaling

  • 1. Na de inwerkingtreding van deze verordening berusten de Nadere voorschriften dienstverlening registerloodsen regio Amsterdam-IJmond mede op artikel 2:3 van deze verordening.

  • 2. Na de inwerkingtreding van deze verordening berusten de Nadere voorschriften dienstverlening registerloodsen regio Noord mede op artikel 2:3 van deze verordening.

  • 3. Na de inwerkingtreding van deze verordening berusten de Nadere voorschriften dienstverlening registerloodsen regio Scheldemonden mede op artikel 2:3 van deze verordening.

  • 4. Na de inwerkingtreding van deze verordening berusten de Nadere voorschriften dienstverlening registerloodsen regio Rotterdam-Rijnmond mede op artikel 2:3 van deze verordening.

Artikel 5:4 Evaluatiebepaling

De algemene raad zendt binnen tien jaar na de inwerkingtreding van deze verordening aan de ledenvergadering een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening in de praktijk.

Artikel 5:5 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 5:6 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening betreffende de doelmatige dienstverlening door registerloodsen.

Aldus vastgesteld in de ledenvergadering van de Nederlandse loodsencorporatie te [] op [].

TOELICHTING

ALGEMEEN DEEL

1. Inleiding

Op 1 januari 2022 is de Loodsenwet gewijzigd door de Wet actualisatie markttoezicht registerloodsen (hierna: WAMR).1 Voorgeschreven is nu dat:

  • 1a. er een verordening komt waarin de borging van de kwaliteit van de loodsdienstverlening is geregeld (vgl. art. 15, onderdeel e, van de Loodsenwet);

  • 1b. en dat er ten minste iedere vijf jaar een visitatie wordt uitgevoerd met het oog op de kwaliteit van de loodsdienstverlening (vgl. art. 15, onderdeel e, van de Loodsenwet);

  • 2. de algemene raad de rechtspersonen, betrokken bij het bestuur van een of meer zeehavens, bestuursorganen belast met het nautisch beheer van een of meer zeehavens en representatieve organisaties van ondernemers in het scheepvaart- en havenbedrijf uitnodigt om gezamenlijk te bepalen op welke wijze afspraken gemaakt worden ten aanzien van in ieder geval de te leveren kwaliteit van de loodsdienstverrichting door registerloodsen (vgl. art. 27j, vierde lid van de Loodsenwet).

Deze verordening voorziet in alle drie (1a,1b en 2) de punten. De reden van de algemene raad om deze punten gezamenlijk op te nemen in één verordening, is vanwege het feit dat de kwaliteit van de loodsdienstverrichting in het verlengde ligt van de kwaliteit van de loodsdienstverlening. De kwaliteit van de loodsdienstverrichting betreft de kwaliteit van de geleverde dienst van een loods aan een gezagvoerder van een zeeschip. De loodsdienstverlening beslaat het geheel van activiteiten, waaronder alle loodsdienstverrichtingen tezamen, die worden uitgevoerd door alle organisaties die zich bezighouden met het loodsen en beloodsen van zeeschepen op de aangewezen waterwegen.

Tevens wordt met deze verordening bewerkstelligt dat de belanghebbenden als het gaat om de kwaliteit van de doelmatige dienstverlening in alle facetten daarvan worden betrokken bij de lange, middellange en korte termijn ontwikkelingen aangaande de kwaliteit van de doelmatige dienstverlening (zie hierna onder de kopjes “Dialoog”,“Intern toezicht:visitatie” enJaarlijkse structurele dialoog en verantwoording”). Hiermee wordt beoogd om te voldoen aan de behoefte van de belanghebbenden om op meer momenten in de tijd de dialoog aan te gaan met de algemene raad en de regionale besturen omtrent de kwaliteit van de doelmatige loodsdienstverlening.

Deze verordening wordt geïntegreerd met de bestaande Dienstverleningsverordening registerloodsen, waarin uitvoering is gegeven aan artikel 15, eerste lid, onderdeel b, van de Loodsenwet. De bepalingen uit de bestaande verordening zijn in aangepaste vorm overgenomen in hoofdstuk 2 van deze verordening. Zie voor een nadere uitleg de artikelsgewijze toelichting bij de artikelen 2:1 tot en met 2:3.

2. Hoofdlijnen van deze verordening

Doel

Deze verordening en de toepassing ervan is gericht op het waarborgen en bevorderen van de doelmatigheid van dienstverlening en de kwaliteit van de loodsdienstverlening, ter uitvoering van artikel 15, eerste lid, onderdelen a en e van de Loodsenwet. Dat is van belang vanwege de bijdrage die de loodsdienst, als een van de schakels in de logistieke keten, daarmee levert aan het veilig en doelmatig gebruik van de zeehavens en van de loodsplichtige scheepvaartwegen door de scheepvaart.

Organisatie van de dienstverlening

Van oudsher verplicht de Loodsenwet te regelen dat registerloodsen in onderling verband zorgdragen voor de organisatie van de dienstverlening en het vervoer voor de beroepsuitoefening. Deze twee verplichtingen zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van deze verordening, met dien verstande dat de opdracht voor de regionale besturen om nadere voorschriften te stellen voortaan ook betrekking heeft op de kwaliteit van de loodsdienstverlening (artikel 2:3 van deze verordening).

Kwaliteit van de loodsdienstverlening

De kwaliteit van de loodsdienstverlening is onderwerp van hoofdstuk 3 van deze verordening. De algemene raad draagt elke vijf jaar zorg voor de formulering van kwaliteitsbeleid waarbij de doelstellingen worden aangegeven om te bepalen of de beoogde kwaliteit en doelmatigheid van de loodsdienstverlening is bereikt en in stand wordt gehouden en welke activiteiten worden ondernomen om dat te verwezenlijken. Voor de toepassing van deze bepaling kan worden aangesloten bij onder andere het waardecreatiemodel en de onderwerpen in de wettelijke kwaliteitsverantwoording door de algemene raad van de Nederlandse loodsencorporatie zoals opgenomen in artikel 27j, tweede lid van de Loodsenwet. Gedacht kan worden aan:

  • a. Volledigheid en juistheid van het loodsenregister;

  • b. Kwaliteit van de beroepsuitoefening van de registerloodsen;

  • c. Kwaliteit van de opleidingen en trainingen van registerloodsen;

  • d. Beschikbaarheid van de registerloodsen;

  • e. Samenwerking tussen de registerloodsen binnen de betreffende regio;

  • f. Planning en logistiek ten behoeve van de registerloodsen;

  • g. Inzet van nieuwe technologische hulpmiddelen tijdens het loodsen;

  • h. Kwaliteit van de beloodsingsmiddelen;

  • i. Volledigheid, juistheid en tijdigheid van de inning van de loodsgelden; en

  • j. Kwaliteit van de verordeningen.

Om voor de toepassing in de praktijk ruimte te laten voor nieuwe inzichten die in de loop der tijd kunnen bestaan, is in de verordening volstaan met het in algemene zin aanduiden van de doelstellingen die in het kwaliteitsbeleid kunnen worden verwacht (zie artikel 3:2 van deze verordening).

Het kwaliteitsbeleid dient voorts inzicht te geven in de prioriteitsstelling van de te ondernemen activiteiten. Omdat de activiteiten mede op de regionale besturen betrekking kunnen hebben, wordt het beleid voorbereid in samenspraak met deze regionale besturen.

Dialoog

Daarnaast wordt in de beleidsvoorbereiding een dialoog georganiseerd met de belanghebbenden. In de memorie van toelichting aangaande de WAMR is onder paragraaf 5.1. Algemeen het volgende opgenomen:

“Tevens wordt beoogd dat het Loodswezen nog transparanter gaat werken, de gebruikers hier baat bij hebben en dat er een dialoog over de kwaliteit (en het meten daarvan) van de loodsdienstverlening ontstaat tussen het Loodswezen en de gebruikers.”

Door de belanghebbenden bij het opstellen van beleidsplannen te betrekken, worden de belanghebbenden in staat gesteld om vanaf de ontwikkeling van het beleid (lange termijn) en daarmee de ontwikkeling van de kwaliteit van de doelmatige dienstverlening tot aan de uitvoering en visitatie c.q. evaluatie ervan betrokken te zijn. De vastgestelde beleidsplannen worden namelijk in jaarplannen (korte termijn) opgedeeld. Deze jaarplannen worden vertaald naar de door de algemene raad op te maken jaarlijkse tariefvoorstellen. Deze tariefvoorstellen worden ter consultatie voorgelegd aan de belanghebbenden. Na afsluiting van een jaar wordt er jaarlijks een kwaliteitsverantwoording opgesteld. Deze wordt openbaar gemaakt aan belanghebbenden die hun zienswijze op de rapportage kunnen geven. De algemene raad beantwoordt deze zienswijze en stuurt het geheel door naar de ACM en deelt het geheel met de belanghebbenden (vgl. Artikel 27j, tweede lid van de Loodsenwet).

Onder belanghebbenden wordt in deze verordening in ieder geval verstaan de bij ministeriële regeling (Regeling markttoezicht registerloodsen) aan te wijzen rechtspersonen, betrokken bij het bestuur van een of meer zeehavens, bestuursorganen belast met het nautisch beheer van een of meer zeehavens, representatieve organisaties van ondernemers in het scheepvaart- en havenbedrijf en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Daarnaast kunnen meer relevante partijen met betrekking tot de kwaliteit van de dienstverlening worden uitgenodigd voor de te voeren dialogen.

Intern toezicht: visitatie

In de memorie van toelichting van de WAMR wordt nader ingegaan op het invoeren van een visitatie2. De volgende passages zijn daarin opgenomen:

Onder 3.4. Positie van gebruikers

“Naast deze ontwikkelingen in de praktijk, is het borgen van de transparantie en versterken van de positie van de gebruikers ook een belangrijk onderdeel van de aanpassingen van het toezichtsmodel dat met wijziging van de Loodsenwet bereikt moet worden. Dit moet mede bereikt worden door bovengenoemde overlegmomenten tussen het Loodswezen en de gebruikers voor te schrijven, opdat los van het formele proces partijen met elkaar in gesprek kunnen gaan over de gewenste kwaliteit, de kwaliteitseisen en -indicatoren. Een ander instrument waarmee dit doel bereikt moet gaan worden, is de verplichting voor het Loodswezen om ten minste eens in de vijf jaar een visitatie uit te (laten) voeren met het oog op de kwaliteit van de loodsdienstverlening.”

Onder onderdeel E

A.

“Met onderdeel E wordt daaraan toegevoegd dat er in een verordening de borging van de kwaliteit van de loodsdienstverlening moet worden vastgelegd. Om die kwaliteit te kunnen borgen wordt vereist dat bij verordening wordt voorzien in een visitatie, die ten minste iedere vijf jaar wordt uitgevoerd.”

B.

“Ook het normenkader financieel beheer schrijft een visitatiecommissie voor: «Ten minste eens in de vijf jaren vindt een integrale visitatie plaats door een externe, onafhankelijke en gecertificeerde instelling. Deze visitatie ziet op het functioneren van de organisatie en de werking van governancestructuur.» Het normenkader hanteert een ander perspectief dat in eerste instantie meer direct van belang lijkt voor de Minister dan voor de sector. Gezien het publieke belang en het feit dat het Loodswezen alle kosten mag doorbelasten aan de sector in de loodsgeldtarieven, is een integrale visitatie uiteraard ook van belang voor de gebruikers. Het gaat bij visitatie immers om de mogelijkheid om binnen te kunnen kijken bij organisaties die een belangrijke publieke taak uitvoeren en waar van buitenaf moeilijk inzicht in te krijgen is.”

C.

“Met het kwaliteitsinstrument visitatie kunnen onafhankelijke deskundigen een oordeel vormen en aanbevelingen doen over, in dit geval, de kwaliteit van de loodsdienstverlening. Zo’n visitatie kan ook dienen als efficiëntie-maatstaf, aangezien de kwaliteit onlosmakelijk is verbonden met de prijs ervan.”

Visitatie door een onafhankelijke partij wordt dus, eens in de vijf jaar, een nieuwe vorm van intern toezicht op de mate waarin de doelstellingen bijgedragen hebben aan de realisatie van het kwaliteitsbeleid.

De algemene raad zal een opdracht verstrekken aan een onafhankelijke partij om een rapport op te stellen aangaande de kwaliteit van de loodsdienstverlening met al haar facetten. De bronnen waaruit de informatie gehaald wordt zullen zoveel mogelijk gevalideerde bronnen zijn, zoals bijvoorbeeld het waardecreatiemodel, ISPO-audits, de kwaliteitsverantwoordingsrapportages, het publieke jaarverslag en het klanttevredenheidsonderzoek.

De algemene raad zal met een voorstel omtrent de visitatie naar belanghebbenden komen. Er wordt geen visitatiecommissie opgenomen in de verordening. Met belanghebbenden wordt afgestemd op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan een visitatie. Binnen Nederlands Loodswezen wordt er gewerkt met een aantal kwaliteitsinstrumenten zoals, ISPO, ISO, waardecreatiemodel en klanttevredenheidsonderzoek. Bij de meeste modellen zijn externen betrokken die interviews afnemen of audits uitvoeren. Zodoende is er over een breed spectrum borging dat onafhankelijke externen betrokken zijn bij de verschillende metingen van de kwaliteit binnen Nederlands Loodswezen. Deze wijze van visitatie zal aansluiten op de praktijk en de verwachting is dat er marginaal meerkosten verbonden zijn aan de visitatie.

De algemene raad deelt het visitatierapport met belanghebbenden. Bovendien informeert de algemene raad de ledenvergadering over dit rapport, samen met de gevolgtrekkingen die het daaraan verbindt voor het te voeren kwaliteitsbeleid.

Jaarlijkse structurele dialoog en verantwoording

Aanvullend op de hierboven omschreven cyclus in de dialoog is de verantwoording die wordt afgelegd door de algemene raad en de regionale besturen over de bereikte kwaliteit van de doelmatige loodsdienstverlening. Deze wordt integraal afgelegd in het publiek jaarverslag. Dit verslag wordt jaarlijks gepubliceerd en bekendgemaakt aan belanghebbenden. In dit verslag is niet alleen vastgelegd wat in het afgelopen jaar bereikt is. Er wordt ook door de algemene raad en de regionale besturen een doorkijkje gegeven op hetgeen zij nog beogen te bereiken (middellange termijn). Dit publiek jaarverslag vormt zodoende een goede basis om de dialoog met de belanghebbenden verder vorm en inhoud te geven. Het publiek jaarverslag maakt zodoende onderdeel uit van de omschreven cyclus aangaande de betrokkenheid van de belanghebbenden met betrekking tot de kwaliteit van de doelmatige loodsdienstverlening (zie Hoofdstuk 4).

3. Gevolgen en proportionaliteitsbeoordeling

Deze verordening bevat geen onevenredige beperkingen, in de zin van de artikelen 5 tot en met 7 van richtlijn (EU) 2018/958, ten aanzien van de toegang tot of de uitoefening van het beroep van registerloods. De registerloodsen en de regels die daaromtrent worden gesteld dienen het publieke belang van het veilige en vlotte verloop van het scheepvaartverkeer. Daarvoor is zowel de doelmatigheid als de kwaliteit van dienstverlening van belang. De verplichtingen daartoe volgen uit de Loodsenwet. In deze verordening wordt de organisatie van de dienstverlening en de kwaliteit van de dienstverlening geregeld.

De bepalingen omtrent de organisatie van de dienstverlening volgen uit artikel 10 van de Loodsenwet, waarin is bepaald dat de organisatie via regionale loodsencorporaties verloopt. In deze verordening is daarbij de verplichting om te voorzien in een samenwerkingsverband en een grondslag voor nadere voorschriften opgenomen (zie nader de artikelsgewijze toelichting bij de artikelen 2:1 tot en met 2:3). Deze bepalingen zijn, op een beperkte wijziging na, een voortzetting van de regels zoals die reeds in de Dienstverleningsverordening registerloodsen golden.

De bepalingen over de kwaliteit zijn gericht op het vormen van beleid en het betrekken van belanghebbenden (de gebruikers van de loodsdienst) bij het vormen van dit beleid. Deze regels brengen geen directe verplichtingen mee voor de toegang tot of de uitoefening van het beroep van registerloods.

ARTIKELSGEWIJS

Artikel 1.1 Definities

Aangesloten is bij de terminologie van de Loodsenwet.

Artikelen 2:1 tot en met 2:4

De registerloodsen in een regio zijn verplicht om gezamenlijk een samenwerkingsverband te vormen. Met de verplichting wordt gewaarborgd dat de registerloodsen zich zodanig organiseren dat registerloodsen tijdig beschikbaar zijn voor de dienstverlening. Het legitieme doel hierachter is dat alle registerloodsen tezamen de continuïteit in en kwaliteit van de loodsdienstverlening borgen. Dit doen zij niet alleen door in gezamenlijkheid te zorgen voor een 24/7 inzet van registerloodsen. Ook de geinde loodsgelden worden aangewend om in collectief verband zorg te dragen voor een loodsdienst. Zowel het innen van deze gelden, het toezicht op de loodsdienst en de kosten die dat met zich meebrengt dan wel het aanwenden van deze gelden gebeurt vanuit een collectiviteit en is als zodanig ook zo vastgelegd vanaf wetsniveau (toezichtmodel) tot en met het Financieel besluit (aanwenden van de loodsgelden). De registerloodsen tezamen dragen dit financieel systeem. Hiermee wordt op een doelmatige wijze een bijdrage geleverd aan het veilig en vlot afwikkelen van het scheepvaartverkeer.

Desondanks is er de mogelijkheid voor registerloodsen om ook buiten het samenwerkingsverband het beroep uit te oefenen. Deze mogelijkheid is sinds 1 september 1988 in de huidige verordening vastgelegd. Tot op heden is er geen gebruik van gemaakt. In de nabije toekomst zal worden bezien in hoeverre dit artikel nog doel treft. Er worden aan de registerloodsen die gebruik maken van deze mogelijkheid kosten in rekening gebracht die jaarlijks geïndexeerd worden met het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde indexcijfer consumentenprijzen (afgeleid).

De overige bepalingen onder hoofdstuk 2 zijn overgenomen van de Dienstverleningsverordening registerloodsen, met dien verstande dat in artikel 2:3 ook de kwaliteit van de dienstverlening is opgenomen als onderwerp van nadere voorschriften.

Artikel 3:1 tot en met 3:5

Verwezen wordt naar het algemeen deel van de toelichting.

Aan de basis van de kwaliteit van de doelmatige loodsdienstverlening ligt het uitgangspunt ten grondslag dat er een registerloods zijn dienst gaat verlenen op het moment dat de gezagvoerder een registerloods nodig heeft. Vanuit deze situatie is beredeneerd welke elementen er nodig zijn om de registerloods zijn beroep tijdig kan uitoefenen. Er zijn drie categorieën gedefinieerd te weten:

  • a. Beschikbaarheid van de registerloodsen;

  • b. Kwaliteit van de beroepsuitoefening, opleiding en trainingen van de registerloodsen; en

  • c. Volledigheid, juistheid of tijdigheid van het loodsenregister, bescheiden en andere gegevensdragers.

Ad a.

Onder beschikbaarheid van registerloodsen, betreft het niet alleen de individuele registerloods. Om 24/7 registerloodsen beschikbaar te hebben voor de verschillende scheepsgrootte is een samenwerking tussen registerloodsen in de betreffende regio’s in de planning van groot belang. Roosters en inzetsystemen zijn jarenlang op maat voor het lokale scheepvaartaanbod per regio ontwikkeld. Het streven is om constant een 24/7 dekking te hebben van bevoegde registerloodsen. Daarop aansluitend is het van belang dat de beschikbare loodsen aan boord van een schip kunnen komen. Hiervoor zijn mensen en middelen nodig waaronder de aanschaf of inzet van beloodsingsmiddelen, vervoersmiddelen, inzetsystemen en ondersteuning. De registerloodsen zijn voor hun beschikbaarheid dus mede afhankelijk van de ondersteuning. De ondersteuning op haar beurt moet van dusdanige kwaliteit zijn dat er 24/7 een beschikbare registerloods veilig en tijdig naar een schip die om een loods vraagt kan worden gebracht.

Ad b.

Eenmaal aan boord van het betreffende schip, oefent de registerloods zijn beroep uit. Hiervoor is de registerloods opgeleid op HBO -master niveau. De registerloods heeft voorafgaande de inschrijving in het loodsenregister een HBO-master OTR:MMP (Opleiding tot registerloods:Master in Maritime Piloting) doorlopen. Vanaf zijn inschrijving zal hij gefaciliteerd worden in permanente educatie en wordt naarmate de schepen groter worden ondersteund door navigatie hulpmiddelen, bijvoorbeeld NMS (navigatie marginale schepen). Op dit moment een mobiel apparaat waarmee de registerloods betrouwbare en nauwkeurige informatie verkrijgt over het te loodsen schip en andere gebruikers van de vaarwegen en gegevens over de condities van de vaarwegen en hydro/meteo gegevens.

Ad c.

Het is met name voor de registerloods, gezagvoerder, brugteam en overige verkeersdeelnemers van belang dat er een bevoegde registerloods aan boord van het beloodste schip staat. Deze bevoegde registerloods krijgt het volste vertrouwen van de gezagvoerder om het schip te loodsen. Tevens is er een verordeningskader, waaronder de Bevoegdhedenverordening registerloodsen 1995 en de Beroepsuitoefeningsverordening registerloodsen, waarbinnen de registerloods zijn beroep uitoefent.

Om de bevoegdheid van de registerloods te borgen is er een bij wet geregeld loodsenregister (vgl. artikel 21 van de Loodsenwet). In dit artikel in het eerste lid de volgende tekst opgenomen:

“Er is een openbaar loodsenregister. Ten behoeve van dit register worden persoonsgegevens verwerkt met betrekking tot ingeschreven registerloodsen. De verwerking van deze gegevens vindt plaats ten behoeve van de waarborging van de kwaliteit, de continuïteit en de rechtszekerheid van de loodsdienstverlening, alsmede van de uitvoering van de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels. De algemene raad is verwerkingsverantwoordelijke voor deze verwerking.”

Gezien het belang van dit register moet de informatie die hierin is opgenomen volledig juist zijn. Dat geldt ook voor de verordeningen, die door de ledenvergadering van de Nederlandse loodsencorporatie worden vastgesteld. Deze verordeningen hebben allen betrekking op de doelmatige loodsdienstverlening. Hieronder vallen verordeningen aangaande de bevoegdheid van de registerloods, de beroepsuitoefening van de registerloods, een verordening aangaande het beheer van het Loodsenregister en anderen. De registerloodsen, de Nederlandse loodsencorporatie, de algemene raad, de regionale corporaties en hun besturen en de studenten van de opleiding tot registerloods: Master in Maritime Piloting (de laatste genoemde groep voor zover van toepassing) zijn gebonden aan deze verordeningen. De verordeningen zijn vastgestelde normen die de kwaliteit van en de continuïteit in de loodsdienstverlening moet borgen. Het is van evident belang dat deze verordeningen juist zijn.

Nadat de registerloods zijn dienst onder de normen van de verordening heeft verricht, vult deze een loodscertificaat in. Dit certificaat dient als bewijs dat de loodsdienst is uitgevoerd. Zodra het certificaat is verwerkt volgt er een factuur voor de geleverde dienst. Dit is het te betalen loodsgeld (vgl. artikel 15 van de Scheepvaartverkeerswet).

Vanuit al het geinde loodsgeld wordt de gehele loodsdienstverlening gefinancierd. Het is van belang dat de inning van de loodsgelden plaatsvindt op basis van het juiste tarief. Zo zijn de tarieven die gehanteerd worden op de factuur gebaseerd op het door de ACM vast te stellen tariefbesluit (vgl. artikel 27f van de Loodsenwet). Voorafgaand aan het besluit draagt de algemene raad er zorg voor dat de ACM een tariefvoorstel ontvangt (vgl. artikel 27c van de Loodsenwet). Dit tariefvoorstel is zodanig samengesteld dat alleen de kosten erin zijn opgenomen die vallen onder een door de Nederlandse loodsencorporatie vastgesteld kostentoerekeningssysteem(vgl. artikel 27b van de Loodsenwet). In dit kostentoerekeningssysteem moeten dus alle te verwachten kosten zijn opgenomen om zodoende een door de algemene raad correct tariefvoorstel aan te kunnen bieden aan de ACM. Met al het geinde loodsgeld wordt de loodsdienstverlening gefinancierd. Het is dus van belang voor de kwaliteit van de dienstverlening dat deze administratie volledig, juist en tijdig is.

Artikel 4:1 tot en met 4:3.

Het op te stellen publiek jaarslag zoals opgenomen in artikel 4:1 is geen statutair jaarverslag van een rechtspersoon, waarin middels een bestuursverslag en jaarrekening rekening en verantwoording wordt afgelegd van de betreffende rechtspersoon, maar betreft een verslag waarin een gezamenlijke verantwoording is opgenomen over de bij de loodsdienst betrokken organisaties, waardoor Titel 9 Boek 2 BW hier niet van toepassing is. Om toch zoveel mogelijk aan te sluiten bij de gang van zaken die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, wordt verwacht dat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de eisen die in Titel 9 Boek 2 BW zijn opgenomen voor een bestuursverslag (artikel 391) en de jaarrekening (artikel 362, eerste lid). Zie voor nadere uitleg van de artikelen 4:2 en 4:3 het algemeen deel van deze toelichting onder “Jaarlijkse structurele dialoog en verantwoording”. De publicatie van het publiekjaarverslag vindt plaats op de website van Nederlands Loodswezen.

Artikel 5:1 tot en met 5.5

De Wijzigingsverordening Dienstverleningsverordening registerloodsen en Financiële verordening Loodswezen wordt ingetrokken omdat deze materieel is uitgewerkt.

De omhangbepaling regelt dat de bestaande nadere regels een andere wettelijke grondslag krijgen, zodat het niet noodzakelijk is om de desbetreffende nadere regels opnieuw vast te stellen door het enkele feit van het intrekken van de oude juridische basis op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening.

De regionale besturen dienen naar aanleiding van deze verordening hun Nadere voorschriften te actualiseren.


X Noot
1

Kamerstukken II 2020/21, 35 720, nr. 2; Stb. 2021, 617.

X Noot
2

Kamerstukken II 2020/21, 35 720, nr. 3.

Naar boven