Voor sommige geneesmiddelentekorten bieden de geneesmiddelen die in Nederland in de
handel zijn of anderszins verkrijgbaar zijn geen (volledige) oplossing. Om patiënten
dan alsnog te kunnen behandelen, moet uitgeweken worden naar vergelijkbare geneesmiddelen
uit het buitenland. Met een zogenaamd ‘tekortenbesluit’ (gebaseerd op artikel 40,
derde lid, onderdeel c, van de Geneesmiddelenwet) kon de Inspectie gezondheidszorg
en jeugd (Inspectie) in één keer een (generiek) besluit nemen, inhoudende dat voor
groepen patiënten geneesmiddelen uit het buitenland gehaald konden worden in het geval
van een tekort. Gelet op de uitspraak van 20 november 2024 van de Afdeling bestuursrechtspraak
van de Raad van State1, waarin de regeling ten aanzien van tekortenbesluiten onverbindend werd verklaard,
konden er daarna geen nieuwe tekortenbesluiten meer genomen worden.
De gevolgen van deze uitspraak waren in de praktijk groot. De inzet van vergelijkbare
geneesmiddelen uit het buitenland was alleen nog mogelijk via de route van ‘levering
op artsenverklaring’ (artikel 3.17 van Regeling Geneesmiddelenwet). In dat geval moet
iedere arts per individuele patiënt toestemming vragen aan de IGJ om een in het buitenland
geregistreerd geneesmiddel in te zetten. Dit leidt tot risico’s voor patiënten aangezien
zij niet altijd tijdig behandeld kunnen worden met het noodzakelijke geneesmiddel.
Ook zijn de administratieve lasten die gepaard met deze route, voor zowel zorgverleners
als de Inspectie, erg hoog.
Bij ministerieel besluit van 26 november 20242, is daarom aan de inspecteur-generaal van de Inspectie, een aanwijzing gegeven om
tijdelijk niet handhavend op te treden bij een overtreding van de diverse handelingen
beschreven in artikel 40, eerste en tweede lid, van de Geneesmiddelenwet, wanneer
sprake is van een tekort waarvoor uitgeweken moet worden naar vergelijkbare geneesmiddelen
uit het buitenland (hierna: aanwijzing). In de aanwijzing was bepaald onder welke
(strikte) voorwaarden niet handhavend opgetreden werd. Voorts is een wijziging van
artikel 40, derde lid, onderdeel c, van de Geneesmiddelenwet vastgesteld en gepubliceerd3 en is een wijziging voorbereid van de daarop gebaseerde Regeling Geneesmiddelenwet
waarin nadere regels zijn opgenomen over tekortenbesluiten.
Met ingang van het tijdstip van de inwerkingtreding van de wijziging van de Geneesmiddelenwet
en de Regeling Geneesmiddelenwet, wordt het weer mogelijk om nieuwe tekortenbesluiten
te nemen. Daarom wordt, via het onderhavige besluit, de eerder gegeven aanwijzing
ingetrokken.