Samenwerkingsprotocol Wet programmatuur verkiezingsuitslagen

Inleiding

De Kiesraad zorgt voor de ontwikkeling, beschikbaarstelling, instandhouding, betrouwbare werking en beveiliging van de uitslagprogrammatuur. Bij elke verkiezing stelt de Kiesraad de uitslagprogrammatuur ter beschikking aan de gebruikers. Het is noodzakelijk om afspraken te maken over de verantwoordelijkheden van de Kiesraad en andere partners in het verkiezingsproces met betrekking tot deze uitslagprogrammatuur. Dit is nodig voor een betrouwbare, veilige en efficiënte vaststelling van de verkiezingsuitslag. In de Wet programmatuur verkiezingsuitslagen staat dat de Kiesraad een samenwerkingsprotocol opstelt. Hierin staan afspraken over het gebruik van de software voor het berekenen van de uitslag.1

Om de uitslag betrouwbaar, veilig en efficiënt vast te stellen is het van belang dat alle schakels in dit proces deze uitslagprogrammatuur daadwerkelijk gebruiken. Daarom stelt de Kieswet het gebruik van de uitslagprogrammatuur verplicht. Deze verplichting ziet op de gebruikers in Europees Nederland en niet op Caribisch Nederland.

Dit samenwerkingsprotocol is een uitwerking van de kaders van de Kieswet en het Kiesbesluit na inwerkingtreding van de Wet programmatuur verkiezingsuitslagen en het bijbehorende Besluit programmatuur verkiezingsuitslagen. De in dit protocol behandelde taken en verantwoordelijkheden zijn in de Kieswet vastgelegd. Ook zijn de meeste termijnen in de Kieswet of in het Kiesbesluit geregeld. De invulling van de verschillende wettelijke taken en de communicatie tussen de colleges van burgemeester en wethouders, de dagelijkse besturen van de waterschappen, de gebruikers en de Kiesraad staan in dit protocol. Het protocol verwijst zoveel mogelijk naar de relevante grondslagen in wet- en regelgeving.

Doel

Doel van dit samenwerkingsprotocol (en het daarin vastleggen van procedures) is dat het voor zowel de beheerder als de gebruikers duidelijk is hoe gehandeld moet worden in voorkomende situaties. Het vastleggen van procedures, die daarmee bekend zijn bij beheerder en gebruikers, komt ten goede aan de betrouwbare en veilige werking van de uitslagprogrammatuur.2

Begripsbepalingen en reikwijdte

In dit samenwerkingsprotocol gelden de definities zoals die in artikel Ea 1 van de Kieswet staan. Deze zijn als bijlage opgenomen.

De Wet programmatuur verkiezingsuitslagen en het samenwerkingsprotocol gaan alleen over de uitslagprogrammatuur. De uitwisselplatforms3 vallen ook onder deze wet. Deze platforms hebben de status van een centrale voorziening. De Kiesraad is hier verantwoordelijk voor. De gebruiker is verplicht deze te gebruiken voor de uitwisseling van bestanden van de uitslagprogrammatuur.

Alle overige programmatuur die wordt gebruikt bij verkiezingen, zoals programmatuur voor de kandidaatstelling, valt buiten de reikwijdte van de Wet programmatuur verkiezingsuitslagen.

HOOFDSTUK 1 BETROKKEN PARTIJEN

De betrokken partijen bij dit protocol zijn:

  • de Kiesraad in zijn rol als beheerder;

  • de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Nederlandse Vereniging van Burgerzaken (namens de gemeenten);

  • de Unie van Waterschappen (namens de waterschappen).

De Kiesraad heeft dit samenwerkingsprotocol vastgesteld na overleg met de ambtelijk vertegenwoordigers van deze organisaties en een aantal individuele gemeenten en waterschappen over de inhoud van dit samenwerkingsprotocol.

Het samenwerkingsprotocol zelf richt zich op de organiserende organen van een verkiezing, namelijk de colleges van burgemeester en wethouders en de dagelijkse besturen van de waterschappen. De gebruikers van de uitslagprogrammatuur zijn de gemeentelijk stembureaus, het nationaal briefstembureau en de hoofd- en centraal stembureaus, waaronder ook de Kiesraad. Dit zijn de verkiezingsorganen die de (deel)uitslagen vaststellen.

Indien de bestuurscolleges van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitslagprogrammatuur gaan gebruiken, dan bespreken zij met de Kiesraad de inhoud van dit protocol. Dit kan leiden tot aanpassingen in het protocol.

In beginsel staat het gemeenten en waterschappen vrij om de uitslagprogrammatuur te gebruiken bij verkiezingen en referenda op grond van lokale regelgeving. In deze situaties liggen de verantwoordelijkheden anders. Dit protocol ziet daarom alleen op het verplichte gebruik bij in de Kieswet geregelde verkiezingen. Bij andere verkiezingen dan in de Kieswet geregelde verkiezingen kunnen aanvullende afspraken worden gemaakt.

Rolverdeling en verantwoordelijkheden

Kiesraad

De Kiesraad is verantwoordelijk voor de ontwikkeling, het onderhoud en het beheer van de uitslagprogrammatuur en de beschikbaarstelling van de uitslagprogrammatuur en het faciliteren van digitale overdracht van uitslagenbestanden.

Dit betekent dat de Kiesraad ervoor zorgt dat de uitslagprogrammatuur voldoet aan de gestelde (beveiligings)eisen, uiterlijk drie weken voor de dag van stemming beschikbaar is voor gebruik bij de betreffende verkiezing, betrouwbaar werkt en veilig is. Ook is de Kiesraad verantwoordelijk voor de (door)ontwikkeling van de uitslagprogrammatuur. Hieruit vloeit voort dat de Kiesraad bepaalt of en welke uitslagprogrammatuur wordt ingezet voor een verkiezing. Dit betekent ook dat de Kiesraad laat toetsen of de uitslagprogrammatuur aan de eisen van de Kieswet voldoet. De Kiesraad publiceert de uitkomsten van deze door een onafhankelijke instantie uitgevoerde toets uiterlijk op de dag van kandidaatstelling. Wanneer er na de dag van kandidaatstelling nog een aanvullende toets moet plaatsvinden naar aanleiding van wijzigingen, publiceert de Kiesraad de uitkomsten hiervan binnen een week na oplevering van het toetsingsrapport en uiterlijk op de dag van stemming. De Kiesraad stelt als beheerder van de uitslagprogrammatuur aansluit- en gebruiksvoorschriften op.

De Kiesraad is verplicht om een centrale voorziening in te richten (uitwisselplatform). De gebruiker is verplicht om de uitslagbestanden hierop te plaatsen en op deze manier door te zetten naar de hogere niveaus in het verkiezingsproces.

De Kiesraad heeft bij landelijke verkiezingen een dubbelrol. De Kiesraad is bij alle verkiezingen op grond van de Kieswet beheerder van de uitslagprogrammatuur, bij landelijke verkiezingen is de Kiesraad ook centraal stembureau. Daardoor is de Kiesraad deels ook gebruiker en valt hij ook onder de bepalingen voor gebruikers in het protocol.

Colleges B&W van gemeenten en dagelijkse besturen van waterschappen

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en de dagelijkse besturen van de waterschappen zijn de organiserende organen van verkiezingen. In deze rol zijn zij verantwoordelijk voor het voldoen aan opgestelde aansluitvoorschriften (zie hierna hoofdstuk 2).4

Gebruikers

De gebruikers van de uitslagprogrammatuur zijn de gemeentelijk stembureaus, het nationaal briefstembureau en de hoofd- en centraal stembureaus. Zij hebben geen eigen voorzieningen, maar maken gebruik van de voorzieningen van de gemeenten en waterschappen. De gemeentelijke stembureaus, het nationaal briefstembureau en de hoofd- en centraal stembureaus zijn verantwoordelijk voor een veilig en betrouwbaar gebruik van de uitslagprogrammatuur.

Het is mogelijk dat een gebruiker wordt gehinderd in zijn gebruik van de uitslagprogrammatuur wanneer er problemen zijn bij de aansluiting van deze programmatuur. De scheiding van verantwoordelijkheden tussen de aansluiting en het gebruik van de uitslagprogrammatuur betekent dat de gebruiker geen actie hoeft te ondernemen om de aansluiting te herstellen. De colleges van burgemeester en wethouders en de dagelijkse besturen van de waterschappen zijn namelijk verantwoordelijk voor een juiste aansluiting van de programmatuur. Bij gebruik van de programmatuur volgen de gebruikers de gebruiksvoorschriften (zie hierna in hoofdstuk 2).

Tot slot controleert iedere gebruiker zelf of de getotaliseerde uitkomsten goed zijn verwerkt door de uitslagprogrammatuur. Deze controle vindt plaats aan de hand van een door de Kiesraad opgesteld controleprotocol. De gebruiker rapporteert over de uitvoering van het controleprotocol in het proces-verbaal.

Contactpersonen

Partijen, gemeenten, waterschappen en gebruikers kunnen contact opnemen over dit samenwerkingsprotocol met de Kiesraad via het Informatiepunt verkiezingen. Deze partijen, gemeenten, waterschappen en gebruikers moeten voor dit samenwerkingsprotocol een contactpersoon doorgeven aan de Kiesraad. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor het actueel houden van de contactgegevens. Er zijn contactpersonen nodig voor de aansluitvoorschriften namens de colleges van burgemeesters en wethouders en de dagelijkse besturen van de waterschappen en voor de gebruiksvoorschriften namens de gebruikers. Dit kunnen dezelfde personen zijn. Als de Kiesraad contact opneemt met de opgegeven contactpersonen voor inlichtingen, overleg of maatregelen, geeft de Kiesraad aan voor welk orgaan of voor welke gebruiker het contact is bedoeld. Ook maakt de Kiesraad duidelijk wie verantwoordelijk is voor het uitvoeren van de gevraagde handelingen.

Overleg (bestuurlijk en ambtelijk)

De partijen waarmee de Kiesraad overleg heeft over de inhoud van het samenwerkingsprotocol, komen minimaal tweemaal per jaar samen in bestuurlijk overleg. Voorafgaand aan dit bestuurlijk overleg treffen de partijen elkaar ambtelijk. De Unie van Waterschappen is agendalid bij dit overleg en schuift in ieder geval aan bij overleggen in het jaar voor en het halfjaar na afloop van de waterschapsverkiezingen en bij overleggen over wijzigingen in het samenwerkingsprotocol.

In deze overleggen kunnen partijen elkaar aanspreken op de uitvoering van dit samenwerkingsprotocol. Ook kunnen zij voorstellen doen voor aanpassing van het protocol en de aansluit- en gebruiksvoorschriften. Daarnaast overlegt de Kiesraad regelmatig met een vertegenwoordiging van gebruikers over de uitslagprogrammatuur en gewenste verbeteringen in dit samenwerkingsprotocol.

HOOFDSTUK 2 AANSLUIT-EN GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN

De Kiesraad stelt aansluit- en gebruiksvoorschriften op.5 Deze voorschriften zijn bedoeld voor een betrouwbare werking en beveiliging van de uitslagprogrammatuur. Zowel de aansluit- als de gebruiksvoorschriften moeten bijdragen aan het veilig en betrouwbaar gebruik van de uitslagprogrammatuur. Ook deze voorschriften worden voor vaststelling besproken met bovengenoemde partijen.6

Aansluitvoorschriften

De aansluitvoorschriften gaan over de fase voorafgaand aan het gebruik van de uitslagprogrammatuur. Het college van burgemeester en wethouders zorgt bij elke verkiezing voor decentrale voorzieningen en decentrale maatregelen voor hun gebruikers. Zo kunnen de gebruikers de uitslagprogrammatuur op een betrouwbare en veilige wijze gebruiken. Bij de waterschapsverkiezingen is het dagelijks bestuur van het waterschap verantwoordelijk voor de decentrale voorzieningen en de decentrale maatregelen voor het centraal stembureau. De decentrale voorzieningen en maatregelen moeten aan de aansluitvoorschriften voldoen.7 De aansluitvoorschriften kunnen de volgende onderwerpen bevatten:

  • de vereisten die worden gesteld aan de fysieke omgeving waarin de computers staan waarop de uitslagprogrammatuur wordt gebruikt;

  • de vereisten die worden gesteld aan het netwerk;

  • de vereisten die worden gesteld aan de computer en het besturingssysteem op de computer waarop gebruik wordt gemaakt van uitslagprogrammatuur;

  • de aanmaak van accounts en het beheren van autorisaties.

Verklaring omtrent het voldoen aan aansluitvoorschriften

Uiterlijk twee dagen voor de dag van stemming onderzoekt het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van het waterschap of de decentrale voorzieningen en de decentrale maatregelen aan de aansluitvoorschriften voldoen of gaan voldoen gedurende de periode van gebruik van de uitslagprogrammatuur. Over de uitkomsten van het onderzoek stelt het college of het dagelijks bestuur een verklaring op. Een projectleider verkiezingen mag worden gemachtigd voor het afleggen van de verklaring.8 De Kiesraad stelt een model voor deze verklaring vast in zijn eigen modellenregeling. Dit model is vanaf de dag van kandidaatstelling beschikbaar. De opgestelde verklaring wordt direct op de website van de gemeente gepubliceerd. Deze verklaring wordt gedeeld op de website in het kader van transparantie en controleerbaarheid van het verkiezingsproces voor burgers. Ook wordt de verklaring met de Kiesraad gedeeld via het uitwisselplatform. De Kiesraad monitort het aanleveren van de getekende verklaring. Het ontbreken of niet aanleveren van deze verklaring wordt gezien als een signaal. Dit kan reden zijn voor een verbetermaatregel, zie Hoofdstuk 5.

Gebruiksvoorschriften

De gebruiksvoorschriften gaan over het gebruik van de uitslagprogrammatuur. De voorschriften regelen hoe met de uitslagprogrammatuur moet worden omgegaan. De gebruiksvoorschriften kunnen de volgende onderwerpen bevatten:

  • de authenticatie van gebruikers;

  • de invoer respectievelijk het inlezen van gegevens in de uitslagprogrammatuur;

  • het uitprinten van het proces-verbaal;

  • de digitale overdracht van telbestanden;

  • de wijze van authenticatie van in te lezen verkiezingsgegevens.

De aansluit- en gebruiksvoorschriften zijn opgenomen in een separaat document, o.a. te vinden in de toolkit.

HOOFDSTUK 3 WEDERZIJDSE INLICHTINGENPLICHT

De Kiesraad, de colleges, de dagelijkse besturen en de gebruikers van de uitslagprogrammatuur informeren elkaar als dat wordt gevraagd en uit eigen beweging. Voor de Kiesraad is het essentieel om over alle relevante informatie te beschikken, om zijn algemene verantwoordelijkheid voor de betrouwbare en veilige werking van de uitslagprogrammatuur waar te kunnen maken. Een aantal situaties moeten op basis van de Kieswet verplicht aan andere partijen worden gemeld. Deze situaties staan hieronder. Uiteraard is de informatie-uitwisseling niet beperkt tot deze situaties.

Informatie-uitwisseling van de Kiesraad naar colleges, dagelijkse besturen en gebruikers

De Kiesraad verstrekt het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van het waterschap en de gebruiker gegevens en inlichtingen over een inbreuk op de betrouwbare en veilige werking van de uitslagprogrammatuur of de dreiging of het vermoeden daarvan. Dit doet hij op aanvraag of uit eigen beweging, voor zover dit noodzakelijk is voor het betrouwbare en veilige gebruik van de uitslagprogrammatuur.9

Informatie-uitwisseling van colleges, dagelijkse besturen en gebruikers naar Kiesraad

Het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van de waterschap en de gebruiker stellen, onderscheidenlijk stelt de Kiesraad op aanvraag of uit eigen beweging direct in kennis van:

  • een misbruik of oneigenlijk gebruik van de uitslagprogrammatuur of het vermoeden daarvan;

  • een inbreuk op de beveiliging of de integriteit van de decentrale voorzieningen en maatregelen;

  • andere informatie die de Kiesraad nodig heeft om maatregelen te kunnen nemen om een inbreuk op de betrouwbare en veilige werking van de uitslagprogrammatuur te voorkomen of te beëindigen.10

Informatie-uitwisseling van gebruikers naar de Kiesraad

Gebruikers niet zijnde de Kiesraad moeten aan de hand van een controleprotocol van de Kiesraad de op hun niveau gegenereerde uitkomst van de uitslagprogrammatuur controleren.11 Als de gebruikers op basis van het uitgevoerde controleprotocol indicaties of vermoedens hebben dat de uitslagprogrammatuur niet betrouwbaar heeft gefunctioneerd en het gebrek na onderzoek niet kan worden hersteld, wordt de door de uitslagprogrammatuur gegenereerde uitkomst buiten beschouwing gelaten. De gebruiker informeert dan het Informatiepunt van de Kiesraad.12

De inlichtingenplicht van gebruikers doet niets af aan de primaire verantwoording aan de gemeenteraad door het college van burgemeester en wethouders over de organisatie van verkiezingen, inclusief de daarbij ter beschikking gestelde ICT-voorzieningen voor het gebruik van de uitslagprogrammatuur. Dit geldt ook voor de verantwoording van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur van het waterschap bij waterschapsverkiezingen.

HOOFDSTUK 4 MELDING

Iedereen kan schriftelijk bij de Kiesraad een onderbouwde melding maken van een vermeende of geconstateerde storing in of aantasting van de werking, betrouwbaarheid of beveiliging van de uitslagprogrammatuur of de dreiging daarvan. Deze meldingen maakt de Kiesraad bij elke verkiezing op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar. Dit gebeurt uiterlijk op de dag van de vaststelling van de uitslag.

De Kiesraad mag meldingen van eenzelfde aard bundelen. Bij de publicatie van een melding wordt toegelicht hoe de melding in behandeling is genomen.13 Meldingen over storingen en dergelijke kunnen ook rechtstreeks bij gemeenten of waterschappen binnenkomen. In dat geval informeren de gemeenten of waterschappen de Kiesraad hier direct over. Als gevolg van een dergelijke melding kan het gebruik van de uitslagprogrammatuur tijdelijk stopgezet worden, al dan niet in opdracht van de Kiesraad.

De Kiesraad heeft algemeen geldende manieren om met meldingen om te gaan. De Kiesraad hanteert opzettelijk geen vast punt, methode of kanaal om meldingen te doen. Op deze manier kunnen mensen zelf kiezen hoe zij een melding willen doen. Dit zorgt ervoor dat het doen van meldingen laagdrempelig is. Bij het ontvangen van een melding doet de Kiesraad het volgende:

  • Bevestigen de melding te hebben ontvangen en te onderzoeken;

  • De melder informeren over de voortgang van de afhandeling van de melding;

  • Indien de melding valide is, de bevinding proberen te verhelpen binnen uiterlijk 3 maanden.

HOOFDSTUK 5 VERBETERMAATREGELEN

Dit hoofdstuk gaat over het handelen van de Kiesraad als beheerder wanneer voorschriften niet worden nageleefd of als er sprake is van (een dreiging van) risico’s. Als de Kiesraad constateert dat de betrouwbare werking en/of beveiliging van de uitslagprogrammatuur in het geding is, stelt hij verbetermaatregelen voor. Signalen hiervoor zijn bijvoorbeeld informatie uit onderzoek door of in opdracht van de Kiesraad, inlichtingen van gemeenten, waterschappen of gebruikers of meldingen van derden. Signalen kunnen ook volgen uit de toepassing van het controleprotocol of uit het niet plaatsen van de verklaring omtrent het voldoen aan de aansluitvoorschriften.

Algemene verbetermaatregelen (die betrekking hebben op alle gemeenten, waterschappen of gebruikers)

Gaan de signalen over de betrouwbare werking en/of de beveiliging van de uitslagprogrammatuur in het algemeen, dan kunnen de verbetermaatregelen voor alle colleges, dagelijkse besturen of gebruikers zijn. Bijvoorbeeld bij algemene fouten in de uitslagprogrammatuur of een dreiging van statelijke actoren of criminelen. De Kiesraad kan in dit soort gevallen overleggen met de leverancier van de uitslagprogrammatuur om het probleem op te lossen of te verkleinen.

Verbetermaatregelen die betrekking hebben op één of enkele individuele gemeenten, waterschappen of gebruikers

Zijn er signalen die gaan over specifieke gevallen die de betrouwbare werking en/of beveiliging van de uitslagprogrammatuur beïnvloeden, dan neemt de Kiesraad contact op met de betreffende organisatie. Concreet betekent dit dat een contactpersoon vanuit de Kiesraad (telefonisch) contact opneemt met de contactpersoon van de gemeente of het waterschap of de gebruiker. Komt er een signaal uit een gemeente in een samenwerkingsverband, dan neemt de Kiesraad ook contact op met de andere gemeente(n) van dit samenwerkingsverband om te kijken of daar dezelfde signalen zijn. In dit contact staat het verbeteren van het gebruik van de uitslagprogrammatuur en het oplossen van eventuele problemen centraal. Deze informele bevoegdheden vloeien voort uit de wettelijke functie van de Kiesraad als beheerder van de uitslagprogrammatuur. De Kiesraad kan in zijn rol als beheerder individuele informele beheers- en gebruiksinstructies geven of verbetermaatregelen voorstellen aan het college, het dagelijks bestuur of de gebruiker en deze vragen daarover te rapporteren.

Uiteraard kan het ook voorkomen dat een individuele gemeente, waterschap of gebruiker zelf contact opneemt met de Kiesraad. Dit kan vanwege twijfel over de juistheid van de toepassing van de aansluit- of gebruiksvoorschriften of over de betrouwbare werking. In dat geval geeft de Kiesraad in overleg individuele informele beheers- en gebruiksinstructies of stelt hij verbetermaatregelen voor en vraagt daarover te rapporteren.

HOOFDSTUK 6 BEHEERSAANWIJZINGEN

Als het niet lukt om via informeel overleg en advies tot een oplossing te komen, kan de Kiesraad een dwingende beheersaanwijzing geven. Hierin staat hoe de betrokkene moet handelen. De Kiesraad geeft een beheersaanwijzing alleen als er een tekortkoming in de naleving van de aansluit- of gebruiksvoorschriften is waardoor de betrouwbare of veilige werking van de uitslagprogrammatuur in gevaar komt. Dit kan ook als er sprake is van onvoorziene omstandigheden die van dien aard zijn dat de betrouwbare of veilige werking van de uitslagprogrammatuur in gevaar is. De Kiesraad doet dit omdat in zulke gevallen de integriteit van de uitslagprogrammatuur en dus de uitslagvaststelling zelf in gevaar komt.

De beheersaanwijzing over de aansluitvoorschriften wordt gegeven aan het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van een waterschap. Een beheersaanwijzing over de gebruiksvoorschriften wordt gegeven aan een gebruiker: gemeentelijk stembureau, nationaal briefstembureau, hoofdstembureau of centraal stembureau.

De beheersaanwijzing kan zowel telefonisch als mondeling ter plaatse gegeven worden. Zij wordt ook altijd schriftelijk toegestuurd aan de bij de Kiesraad bekende contactpersonen en opgenomen in de rapportage van bevindingen (zie hierna hoofdstuk 8). Een dwingende beheersaanwijzing komt ook altijd met een termijn om de beheersaanwijzing op te volgen. Als de problematiek ernstiger is, of de tijdsdruk rondom het vaststellen van een verkiezingsuitslag groter, is de termijn korter. De afwegingen tot het geven van een beheersaanwijzing en de daaraan gekoppelde termijnen voor herstel en mogelijke maatregelen staan in de bij de aansluit- en gebruiksvoorschriften gevoegde ‘Tabel afwegingen beheersaanwijzing’.

HOOFDSTUK 7 ONDERBREKEN UITSLAGPROGRAMMATUUR

De Kiesraad mag het gebruik van de uitslagprogrammatuur door een gebruiker (doen) onderbreken. Er is bepaald dat dit een uiterst middel is. Het mag alleen als het geven van instructies en het geven van een beheersaanwijzing niet mogelijk of niet toereikend is om het gesignaleerde risico voor de betrouwbare en veilige werking van de uitslagprogrammatuur weg te nemen.

Als de verbetermaatregelen en beheersaanwijzing onvoldoende hebben geholpen om de gesignaleerde problematiek op te lossen, kan de Kiesraad het gebruik van de uitslagprogrammatuur tijdelijk en/of plaatselijk (doen) onderbreken. De gebruiker mag de uitslagprogrammatuur dan niet meer gebruiken. Ook kan de Kiesraad het de gebruiker onmogelijk maken om zijn uitslag op het uitwisselplatform te uploaden. Naast een niet opgevolgde beheersaanwijzing door een individuele gebruiker, kan de Kiesraad de uitslagprogrammatuur ook om een algemeen probleem onderbreken. Bijvoorbeeld bij een ernstige storing of oneigenlijk gebruik van de toegang tot de uitslagprogrammatuur.14

Ook bij een onderbreking geldt: de Kiesraad neemt contact op met de gebruikers om hen hierover te informeren, tenzij een risico zo ernstig is dat het gebruik direct onderbroken moet worden zonder kennisgeving. In dit laatste geval informeert de Kiesraad de betrokkenen zo snel mogelijk. De Kiesraad beoordeelt in welke situatie een risico (tijdig) is opgelost. Daarna kan het gebruik van de uitslagprogrammatuur worden hervat. De Kiesraad heeft afspraken met de leverancier om zeer snel oplossingen te implementeren op essentiële momenten voor de voortgang van de uitslagvaststelling, zodat de uitslagprogrammatuur weer snel te gebruiken is.

Is het noodzakelijk om het gebruik van de uitslagprogrammatuur langere tijd stop te zetten terwijl er op korte termijn geen oplossing is, dan moet de uitslag op een andere manier berekend worden. Bijvoorbeeld met behulp van een spreadsheet of via het handmatig optellen van de stemtotalen en het handmatig vaststellen van de uitslag. De Kiesraad heeft in dit soort gevallen altijd overleg met de partijen die betrokken zijn bij het samenwerkingsprotocol. Is het nodig om de uitslag op een andere manier te berekenen, dan geeft de Kiesraad instructies over het gebruik van deze terugvaloptie. De Kiesraad deelt de dag voor de dag van stemming informatie over de mogelijke terugvaloptie. Organiserende organen zijn niet verplicht om zich hierop voor te bereiden.

Als een gebruiker de opdracht krijgt het gebruik van de uitslagprogrammatuur te onderbreken, dan brengt de Kiesraad de gebruiker, het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van een waterschap direct op de hoogte. Daarnaast geeft de Kiesraad instructies over de te nemen maatregelen om het gebruik te kunnen hervatten. Als er aanpassingen in de uitslagprogrammatuur nodig zijn, dan informeert de Kiesraad de betrokkenen over het verwachte tijdspad en hoe zij in de tussentijd moeten handelen. Als het gebruik hervat kan worden, dan licht de Kiesraad de gebruiker, het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van een waterschap hier direct over in.

De Kiesraad informeert de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ook altijd direct. Zowel bij een onderbreking als bij het weer in gebruik nemen van de uitslagprogrammatuur.

Onderbreking door college van burgemeester en wethouders en dagelijks bestuur

Ook het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van een waterschap mogen het gebruik van de uitslagprogrammatuur onderbreken. Zij kunnen dit besluiten bij een constatering dat de decentrale voorzieningen of maatregelen niet langer aan de aansluitvoorschriften voldoen. Het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur laat dit direct weten aan de Kiesraad.15

Bij een onderbreking neemt het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van een waterschap maatregelen om het gebruik zo snel mogelijk te hervatten. Dit mag pas na de vaststelling dat de decentrale voorzieningen en maatregelen weer aan de aansluitvoorschriften voldoen. Als het gebruik wordt hervat, stelt het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur de Kiesraad direct op de hoogte. Ook nemen zij contact op met de Kiesraad als blijkt dat het niet mogelijk is om het gebruik binnen afzienbare tijd te hervatten.

HOOFDSTUK 8 RAPPORTAGE VAN BEVINDINGEN

De Kiesraad is verplicht om na elke verkiezing een rapportage van bevindingen op te stellen.16 Hierin staan onregelmatigheden die ertoe leiden dat de betrouwbare of veilige werking van de uitslagprogrammatuur in gevaar is geweest. Als er geen onregelmatigheden waren, stelt de Kiesraad geen rapportage op.

Deze rapportage wordt voor het geloofsbrievenonderzoek toegestuurd aan het vertegenwoordigend orgaan. Op die manier is de rapportage te gebruiken bij de beslissing over geschillen die voortkomen uit de geloofsbrieven of de verkiezing zelf.17 Ook wordt de rapportage gepubliceerd op de website van de Kiesraad.

HOOFDSTUK 9 EVALUATIE

Het samenwerkingsprotocol heeft een onbepaalde geldigheidsduur. Wel evalueert de Kiesraad de doeltreffendheid van de aansluitvoorschriften en gebruiksvoorschriften. Dit gebeurt na afloop van een verkiezing waarbij uitslagprogrammatuur ter beschikking is gesteld. Ook wordt gekeken naar de praktische werkbaarheid van wat er in het samenwerkingsprotocol staat. Wanneer er reden is om de voorschriften of het samenwerkingsprotocol te wijzigen, gaat de Kiesraad in overleg met de in hoofdstuk 1 genoemde instanties. Daarna worden de voorschriften opnieuw vastgesteld.

Vaststelling van het herziene samenwerkingsprotocol of van de aansluit- en gebruiksvoorschriften gebeurt uiterlijk op de dag van kandidaatstelling en wordt gepubliceerd in de Staatscourant. Een wijziging van de Kieswet, het Kiesbesluit of de uitkomsten van een evaluatie na een verkiezing kunnen reden zijn om het samenwerkingsprotocol of de aansluit- en gebruiksvoorschriften aan te passen.

HOOFDSTUK 10 VERTROUWELIJKHEID

Bij het krijgen van informatie die vertrouwelijk is of waarvan de vertrouwelijkheid vermoed kan worden, is geheimhouding van die informatie verplicht voor de betrokken organiserende organen en gebruikers, tenzij de Kiesraad aangeeft dat dat niet nodig is of als zij wettelijk genoodzaakt zijn tot openbaarmaking. In dat geval informeren zij de Kiesraad hier van tevoren over. Verder handelen partijen bij de toepassing van dit samenwerkingsprotocol op een behoorlijke en zorgvuldige wijze.

HOOFDSTUK 11 INWERKINGTREDING

Dit samenwerkingsprotocol treedt in werking na publicatie in de Staatscourant.


X Noot
1

Artikel Ea 8 Kieswet.

X Noot
2

Kamerstukken II 2021/22, 36 150, nr. 3, p. 26 (MvT).

X Noot
3

Het platform ‘Publieke Sleutels’ voor de verspreiding van de uitslagprogrammatuur en het uploaden van publieke sleutels en het platform ‘Teluitslagen’ voor de uitwisseling van bestanden van de uitslagprogrammatuur.

X Noot
4

De verplichting van het dagelijks bestuur van het waterschap geldt alleen voor het centraal stembureau bij de verkiezing van de leden van het algemeen bestuur van hetzelfde waterschap. Voor alle andere gebruikers binnen een gemeente is het college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk.

X Noot
5

Artikel Ea 4 Kieswet.

X Noot
6

Het Kiesbesluit legt vast over welke onderwerpen de aansluit- en gebruiksvoorschriften kunnen gaan. Deze onderwerpen hoeven niet verplicht te worden behandeld in de voorschriften. Andersom is het niet mogelijk dat onderwerpen die niet worden genoemd in het Kiesbesluit wel in de voorschriften komen te staan.

X Noot
7

De grondslag hiervoor is opgenomen in het eerste lid van artikel Ea 6 van de Kieswet.

X Noot
8

In dit geval is afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

X Noot
9

Artikel Ea 9, eerste lid, van de Kieswet.

X Noot
10

Artikel Ea 9, tweede lid, van de Kieswet

X Noot
11

De Kiesraad moet het controleprotocol vaststellen en is eraan gebonden, maar hoeft de uitkomsten hiervan niet te publiceren.

X Noot
12

Artikelen Na 27, eerste lid (GSB), O 6, eerste lid (HSB), O 17, eerste lid (NBSB), en P 20b, eerste lid (CSB niet zijnde Kiesraad), van de Kieswet.

X Noot
13

Artikel Ea 9, derde lid, van de Kieswet en artikel Ea 8 van het Kiesbesluit.

X Noot
14

Kamerstukken II 2021/22, 36 150, nr. 3, p. 23 (MvT).

X Noot
15

Artikel Ea 6, derde en vierde lid, van de Kieswet.

X Noot
16

Artikel Ea 12 van de Kieswet.

X Noot
17

Artikel V 4, eerste lid, van de Kieswet.

Naar boven