Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2025, 2663 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2025, 2663 | overige overheidsinformatie |
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 6 december 2024, nr. RWS-2024/39775, Rijkswaterstaat Corporate Dienst.
OVERWEGINGEN TEN AANZIEN VAN HET BESLUIT
Grondslag voor het besluit
Op grond van het bepaalde in artikel 8, eerste lid van de Wegenwet, kan een weg die door het Rijk wordt onderhouden, aan het openbaar verkeer worden onttrokken bij een door Ons te nemen besluit. Gedeelten van de verbindingswegen tussen de Preutersweg (gemeente Heerlen) en de verzorgingsplaats Tienbaan, gelegen langs de Rijksweg A76 tussen hectometerpaal 26,3 en 26,8 in de gemeente Heerlen, zijn weggedeelten, die onderhouden worden door het Rijk. De navolgende tekst gaat waar het de verwijdering betreft over deze door het Rijk onderhouden delen van de verbindingswegen.
Kaders
Het hoofdwegennet van rijkswegen in Nederland zorgt voor de verbinding van regio’s in Nederland en de verbinding met het buitenland. Uitgangspunten daarbij zijn (het behoud van) de stroomfunctie van het langeafstandsverkeer, zowel nationaal als internationaal, en de verkeersveiligheid. Onderdeel van het hoofdwegennet zijn verzorgingsplaatsen. Vooral voor verkeer over hoofdwegen is namelijk een goede verzorging van mens en voertuig in het belang van de verkeersveiligheid en het verhogen van het comfort van de weggebruiker. Daarom wordt langs rijkswegen op geregelde afstanden de gelegenheid geboden om de reis korte tijd te kunnen onderbreken op verzorgingsplaatsen.
Voor de functies en inrichting van verzorgingsplaatsen gelden kaders: de Kennisgeving Voorzieningen op verzorgingsplaatsen uit 2004, het Uitvoeringskader Verzorgingsplaatsen (2011), het kader Inrichting verzorgingsplaatsen (2019) en de Strategische beheervisie verzorgingsplaatsen 2016–2030 (2016). Op basis van deze kaders bieden verzorgingsplaatsen gelegenheid tot rust, brandstof te tanken, iets te eten of te drinken of het inspecteren van het voertuig. Dit houdt in dat er geen beletselen of onevenredige beperkingen aan deze basisfunctie mogen zijn. Verzorgingsplaatsen dienen daarom verkeersveilig, sociaal veilig, heel (niet kapot) en schoon te zijn.
Verder maken de rijkswegen inclusief de verzorgingsplaatsen onderdeel uit van het gesloten stelsel van rijkswegen. Dit stelsel stelt de weggebruiker in staat om zonder het rijkswegenstelsel te verlaten de reis korte tijd te onderbreken. Menging van rijksweggebruikers met niet-rijkswegverkeer op verzorgingsplaatsen is daarbij onwenselijk. Verzorgingsplaatsen zijn dan ook niet aangesloten op het onderliggend lokale wegennet. Dit betekent dat een verzorgingsplaats niet bereikbaar is vanaf het lokale wegennet via een aansluitingsweg, maar alleen via de rijksweg waaraan de verzorgingsplaats ligt. Op grond van de Strategische beheersvisie verzorgingsplaatsen uit 2016 moet het voorzieningenniveau op alle verzorgingsplaatsen op het gewenste kwaliteitsniveau zijn. Onderdeel hiervan is dat er geen aansluitingen meer zijn van verzorgingsplaatsen op het onderliggend lokale wegennet en ook niet andersom. Hiermee voldoen de verzorgingsplaatsen aan de gestelde inrichtings- en kwaliteitseisen op grond van de geldende kaders.
Motivering
Aanleiding voor dit besluit tot het verwijderen van de verbindingswegen van het lokale wegennet (Preutersweg) naar de verzorgingsplaats Tienbaan en vice versa is dat de verzorgingsplaats wordt gebruikt voor een ongewenste verkeersfunctie.
Om het besluit in de juiste context te zetten, volgt eerst een korte geschiedenis. In 1970 is vlakbij de verzorgingsplaats het knooppunt Bocholtz aangelegd. Daarin waren de rijksweg A76 en de N281 met elkaar verbonden. Dit knoopunt voorzag in de ontsluiting van de omgeving. In de jaren 90 van de vorige eeuw bleek dat het knooppunt Bocholtz in deze vorm niet meer nodig was. Het was overgedimensioneerd, waardoor de kosten voor beheer en onderhoud onnodig hoog waren. In 1998 is mede naar aanleiding hiervan tussen de gemeente Heerlen, de provincie Limburg en het Rijk het bestuurlijk convenant “Externe ontsluitingen van het Grensoverschrijdende Bedrijventerrein Aken-Heerlen” (hierna: het convenant) getekend. Rijkswaterstaat ontmantelt het knooppunt Bocholtz en legt in de plaats daarvan de aansluiting Simpelveld (N281–A76) aan. Dit is in 2001 gereedgekomen. De gemeente Heerlen zou binnen anderhalf jaar na de gunning op haar kosten een nieuwe toerit op de rijksweg A76 nabij de grens richting Duitsland (ten zuiden van aansluiting Simpelveld) realiseren. Deze werkzaamheden van het Rijk en de gemeente worden op elkaar afgestemd. Tot het moment dat die toerit is aangelegd, mochten de twee verbindingswegen bij de verzorgingsplaats Tienbaan worden gebruikt voor de ontsluiting van het nieuw aan te leggen bedrijventerrein Aken-Heerlen (nu bedrijventerrein Avantis). Een strikte voorwaarde voor het mogen gebruiken van de verbindingswegen was en is dat de aansluitingen tijdelijk waren en zullen worden verwijderd, zodra het bedrijventerrein was aangelegd en de gemeente Heerlen zoals afgesproken de nieuwe toerit tot de rijksweg A76 had gerealiseerd. In 2001 is het bedrijventerrein gereedgekomen en konden bedrijven zich daar vestigen. Met de realisatie van het aangepaste knooppunt Bocholtz, de aansluiting Simpelveld, is er evenwel sinds 2001 ook een goede ontsluiting voor het bedrijventerrein op de rijksweg A76. Dit bedrijventerrein is daardoor goed bereikbaar ondanks dat de gemeente Heerlen haar verplichting om de toerit te realiseren tot op heden niet is nagekomen. De verbindingswegen zijn ook nog niet verwijderd volgens de gemaakte afspraken.
Het is dus nog steeds mogelijk om vanaf het lokale wegennet via verzorgingsplaats Tienbaan de rijksweg A76 op te rijden en ook om vanaf de rijksweg A76 via Tienbaan het lokale wegennet te bereiken. Het gebruik van verzorgingsplaats Tienbaan voor deze verkeersfunctie is onwenselijk, omdat een verzorgingsplaats is bedoeld als verblijfsfunctie en als zodanig is ontworpen en ingericht. Bovendien leidt de combinatie van de verblijfsfunctie en de huidige onwenselijke verkeersfunctie tot verkeersonveilige situaties.
De verbindingswegen dragen niet bij aan het gewenste doel van een verzorgingsplaats (het bieden van de mogelijkheid tot rust en verzorging langs rijkwegen (zie de hiervoor genoemde kaders)), maar doen juist afbreuk hieraan en aan de verblijfsfunctie van de verzorgingsplaats. Het verwijderen van deze verbindingswegen draagt daarom bij aan het creëren en bevorderen van een verkeersveilige situatie en het handhaven van de verblijfsfunctie van deze verzorgingsplaats. Het past in het landelijk beleid dat de nog bestaande aansluitingen van verzorgingsplaatsen met het lokale wegennet worden verwijderd.
Na het weghalen van de verbindingswegen zal op ongeveer dezelfde plek als de meest zuidelijke verbindingsweg een nieuwe doorgang worden aangelegd die uitsluitend via een ontheffing en een afsluitbaar hek of afzinkbare paal toegang biedt voor hulpdiensten. Voor personeel van het tankstation op de verzorgingsplaats is via deze doorgang het tankstation te voet of met de fiets bereikbaar. De nieuwe doorgang krijgt geen openbare functie.
Schade (Nadeelcompensatie)
Eenieder, die meent schade te lijden als gevolg van deze onttrekking, kan bij Onze Minister een verzoek om nadeelcompensatie indienen op grond van artikel 4:126 Algemene wet bestuursrecht in combinatie met de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2024.
Gevolgde procedure
Overeenkomstig de bepalingen van afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht hebben het ontwerpbesluit en de bijbehorende stukken in de periode van 18 juni tot en met 29 juli 2024 op het gemeentehuis van de gemeenten Heerlen en Simpelveld en op het kantoor van Rijkswaterstaat Maastricht ter inzage gelegen. Voorafgaand daaraan is van de terinzagelegging overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht kennisgegeven in de Staatscourant van 30 mei 2024.
Belanghebbenden zijn met de genoemde kennisgeving in de gelegenheid gesteld van de onttrekking kennis te nemen en daartegen schriftelijk of mondeling zienswijzen in te dienen.
Zienswijzen
Van de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen is gebruik gemaakt door 17 reclamanten:
1. Gemeente Simpelveld, hierna te noemen reclamant 1;
2. Gemeente Heerlen, hierna te noemen reclamant 2;
3. Medlands Parkstad, hierna te noemen reclamant 3;
4. Provincie Limburg, hierna te noemen reclamant 4;
5. Gemeente Kerkrade, hierna te noemen reclamant 5;
6. Avantis GOB N.V., hierna te noemen reclamant 6;
7. Mengels Exploitatie B.V., hierna te noemen reclamant 7;
8. Reclamante 8;
9. Reclamant 9;
10. Reclamante 10;
11. Reclamant 11;
12. Reclamanten 12;
13. Reclamant 13;
14. Boches Bei-ee, hierna te noemen reclamante 14;
15. Reclamant 15;
16. Reclamant 16;
17. Reclamant 17.
In dit besluit zijn de namen van de indieners van de zienswijzen weggelaten voor zover het natuurlijke personen betreft. Deze anonimiseringsverplichting vloeit voort uit de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Daarin is bepaald dat NAW-gegevens van natuurlijke personen niet (elektronisch) beschikbaar mogen zijn. Gegevens van rechtspersonen (bijvoorbeeld bedrijven of verenigingen) en overheidsorganisaties (bestuursorganen) zijn niet geanonimiseerd.
Overwegingen naar aanleiding van de zienswijzen
Wij hebben hetgeen reclamanten in hun zienswijzen naar voren hebben gebracht samengevat in de hiernavolgende passages. Daarbij hebben Wij Onze overwegingen bij de zienswijzen weergegeven.
Zienswijze van reclamant 1 (gemeente Simpelveld)
1.1
Volgens reclamant 1 is in 2019–2020 een eerder ontwerp koninklijk besluit tot het afsluiten van deze verbindingswegen als gevolg van ingebrachte zienswijzen niet doorgegaan. Reclamant 1 vraagt zich af waarom er nu een nieuw ontwerp is ingediend, terwijl er toch geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn. Destijds heeft reclamant 1 aangegeven dat hij samen met andere gemeenten en bedrijventerreinen tot duurzame resultaten en oplossingen voor het bereikbaarheidsprobleem wil komen. De nu ingezette eenzijdige aanpak door de Minister is niet acceptabel. De problematiek rondom de verzorgingsplaats ziet de Minister als een zelfstandig probleem, terwijl reclamant 1 vindt dat het onderdeel is van het totale bereikbaarheidsprobleem dat integraal moet worden aangepakt en opgelost. Het is daarom wenselijk de verbindingswegen voorlopig te handhaven, omdat afsluiten ervan de problemen elders zal vergroten. De problematiek en de wens van de Minister is helder, maar de timing en gekozen aanpak niet.
Ad 1.1
In tegenstelling tot wat reclamant 1 aangeeft, is er in 2019–2020 geen ontwerp koninklijk besluit in procedure gebracht. Wel heeft toen Rijkswaterstaat namens de Minister aan onder andere de gemeenten Simpelveld en Heerlen en het bestuur van bedrijventerrein Avantis aangegeven dat de Minister van plan is om de verbindingswegen af te sluiten. Als reactie daarop hebben de gemeenten en Avantis gezamenlijk een brief (reclamant 1 noemt dit de zienswijze) naar Rijkswaterstaat gestuurd met daarin de wens om de verbindingswegen te handhaven. In reactie op deze brief heeft Rijkswaterstaat aangegeven dat de verbindingswegen zullen worden afgesloten, omdat het verkeersveilig verblijven op verzorgingsplaats Tienbaan niet kan worden gegarandeerd.
Dat reclamant 1 wil dat de bereikbaarheid integraal moet worden aangepakt en opgelost, leidt niet tot een ander oordeel over het onttrekkingsbesluit. Zoals in 1998 is afgesproken in het convenant is de gemeente Heerlen verplicht om een nieuwe toerit nabij de grens met Duitsland te realiseren ten behoeve van de (verbetering van de) bereikbaarheid en ontsluiting van het bedrijventerrein Avantis. In de huidige situatie anno 2024 blijkt dat de aansluiting Simpelveld die Rijkswaterstaat volgens het convenant heeft aangelegd in 2001 ook geschikt is om verkeer in de omgeving te ontsluiten via de Rijksweg A76. Deze aansluiting bevat overigens ook een toerit richting Duitsland, weliswaar 2 km van de grens, maar dit maakt de nieuwe toerit richting Duitsland (die de gemeente Heerlen nog zou moeten aanleggen) verkeerskundig niet langer noodzakelijk. Het verbeteren van de bereikbaarheid van Avantis door het bedrijventerrein beter aan te sluiten op de aansluiting Simpelveld, zoals reclamant 1 naar voren brengt, is echter de verantwoordelijkheid van de gemeente Heerlen en de provincie Limburg en niet van Rijkswaterstaat. Dat de gemeente Heerlen om moverende redenen niet de afgesproken toerit realiseert, kan er niet toe leiden dat Wij het bereikbaarheidsprobleem moeten oplossen door de verbindingswegen te handhaven. Rijkswaterstaat is bereid met reclamant 1 en andere partijen het overleg over de bereikbaarheid in de omgeving te vervolgen, maar daarbij staat het verwijderen van de verbindingswegen niet ter discussie. Wij verwijzen naar hetgeen hiervoor onder het kopje “motivering” is aangegeven.
1.2
Volgens reclamant 1 zijn de verbindingswegen een alternatieve route voor verkeer van en naar de rijksweg A76 richting Duitsland. Afsluiten ervan zal een zeer nadelig effect hebben op de bereikbaarheid van de bedrijventerreinen Avantis, Trilandis, de Beitel, Willem Sofia, Dentgenbach en de Roda Boulevard en de bewoners van het dorp Bocholtz. Op deze bedrijventerreinen werken nu zo’n 15.000 mensen en dit zullen er binnen enkele jaren 24.000 zijn. Ook bussen van het Duitse openbaar vervoersbedrijf gebruiken de verbindingswegen. De kortere rijafstand via de verbindingswegen is aantrekkelijk en voorkomt opstoppingen bij de rotonde N300/N281 en de op- en afritten bij aansluiting Simpelveld. De bereikbaarheid (economisch en woon-werkverkeer) is essentieel voor het succes van de bedrijventerreinen. In het verleden was een aansluiting voor bewoners van Bocholtz op de rijksweg A76 gepland. Dit is niet doorgegaan vanwege financiële en technische redenen. Momenteel onderzoekt reclamant 1 samen met de provincie Limburg – Rijkswaterstaat is hier ook bij betrokken – hoe het gebied voor de toekomst goed kan worden ontsloten. Door het afsluiten zal het bereikbaarheidsprobleem nog moeilijker op te lossen zijn.
Ad 1.2
Wij delen de mening van reclamant 1 niet dat het afsluiten van de verbindingswegen zeer nadelige effecten heeft voor de bereikbaarheid van de genoemde bedrijventerreinen en de bewoners van het dorp Bocholtz. Hieromtrent overwegen Wij als volgt.
Volgens vaste rechtspraak (ECLI:NL:RVS:2015:3679) heeft Onze Minister een ruime mate van beleidsruimte over het besluit tot onttrekking op basis van artikel 8, eerste lid Wegenwet. Bij de besluitvorming moet Onze Minister beoordelen of de betrokken belangen zodanig evenwichtig zijn afgewogen dat in redelijkheid tot onttrekking kon worden besloten. Deze onttrekking vindt plaats op grond van de Wegenwet. Die wet is ervoor bedoeld om de algemene verkeersfunctie van de rijkswegen te borgen. Het gaat om wegen die de belangen van het openbaar verkeer dienen en om voor die wegen voorschriften te treffen in het belang van de verkeersveiligheid. Het is, gelet hierop, de taak of verantwoordelijkheid van de Minister om de verzorgingsplaats Tienbaan – als onderdeel van de rijksweg A76 – veilig te beheren en onderhouden. Dit onttrekkingsbesluit is gelet hierop noodzakelijk, omdat dit ervoor zorgt dat verzorgingsplaats Tienbaan een verkeersveilige verblijfsfunctie krijgt en behoudt. Zoals Wij onder het kopje “motivering” van dit besluit al hebben overwogen, heeft een verzorgingsplaats een verblijfsfunctie (het bieden van een rust- en verzorgingsmogelijkheid voor rijksweggebruikers) en is deze als zodanig ontworpen en ingericht. De verzorgingsplaats is niet bedoeld voor het gebruik als een verkeersfunctie, dat wil zeggen voor doorgaand verkeer van en naar de rijksweg A76. Het samengaan van doorgaand verkeer via de verbindingswegen en deze verblijfsfunctie is onwenselijk en leidt tot verkeersonveilige situaties. Geconstateerd is onder andere dat een bus met kinderen stopte op de verzorgingsplaats en de kinderen op de verzorgingsplaats rondliepen, terwijl op dat moment (tijdens de spits) diverse auto’s via de Preutersweg en de verzorgingsplaats waarop op dat moment ook de kinderen liepen, de rijksweg opreden. Ook parkerende vrachtwagens die op het moment dat er veel auto’s via de verbindingswegen de verzorgingsplaats overreden de nodige insteek- en loodsbewegingen maakten, hebben tot verkeersveiligheidsproblemen geleid. Daarnaast hebben de verbindingswegen geen relatie met de verkeersfunctie van de rijksweg inclusief de verzorgingsplaats die daar onderdeel van uitmaakt. Het is landelijk beleid dat verzorgingsplaatsen geen directe verbindingen hebben met het lokale wegennet. Het rijkswegennet is een gesloten systeem en verzorgingsplaatsen mogen vanwege de functie voor het hoofdwegennet uitsluitend via de rijksweg zelf bereikbaar zijn.
Over de bereikbaarheidsproblemen van de gemeentelijke bedrijventerreinen die reclamant 1 stelt te ervaren op het lokale wegennet (Avantisallee, rotonde Avantisallee/N281, N281 en N300) overwegen Wij dat deze onder de taak en verantwoordelijkheid vallen van de betreffende gemeenten en niet van Onze Minister. Dit kan in deze onttrekkingsprocedure niet aan de orde komen. Dit geldt ook voor de door reclamant 1 gestelde te verwachten toename van verkeer als gevolg van het verwijderen van de verbindingswegen of de groei van de bedrijventerreinen en de daarmee verbonden bereikbaarheidsproblemen op het lokale wegennet. Wij verwijzen ook naar hetgeen Wij bij ad 1.1 naar voren hebben gebracht.
Onder Onze taak en verantwoordelijkheid valt wel de aansluiting Simpelveld. Deze aansluiting ligt op circa 1,5 km afstand van de verbindingswegen. Deze aansluiting is ontworpen, ingericht en geschikt om verkeer van en naar de genoemde bedrijventerreinen en van en naar het dorp Bocholtz te ontsluiten. De capaciteit van deze aansluiting en de autosnelweg A76 kan het verkeer nu en in de toekomst, ook bij de gestelde verkeerstoename, goed verwerken. Dit maakt dat er een goed functionerende en bereikbare ontsluiting is op de A76.
De stelling dat het weghalen van de verbindingswegen tot zeer nadelige verkeersproblemen zal leiden, herkennen Wij niet en onderbouwt reclamant 1 ook niet met een deskundig verkeersonderzoek waaruit dit blijkt.
Reclamant 1 wist of had kunnen weten dat de verbindingswegen zouden worden weggehaald. Al in 1998 is namelijk afgesproken dat de verbindingswegen tijdelijk mogen worden gebruikt vanwege de aanleg van bedrijventerrein Avantis, maar dat deze zodra Avantis zou zijn gerealiseerd, zouden worden verwijderd. De in het verleden geplande aansluiting voor bewoners uit Bocholtz op de Rijksweg A76 is inderdaad niet gerealiseerd, maar deze zou, zoals eerder is aangegeven (zie onder “motivering”), de gemeente Heerlen realiseren. Dat is niet de verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat.
1.3
Als de verbindingswegen worden verwijderd, moet personeel van Avantis naar de rijksweg A76 rijden via de huidige ontsluiting (de Avantisallee) naar de rotonde bij de N300/N281 en dan via de aansluiting Simpelveld én bewoners van Bocholtz via de N300/ N281 en de aansluiting Simpelveld. Dit betekent omrijden en dus kost dit meer tijd.
Ad 1.3
Wij zien niet in dat het omrijden voor het woon-werkverkeer van personeel van de bedrijventerreinen of voor bewoners van Bocholtz tot een onaanvaardbaar bereikbaarheidsprobleem of onacceptabele extra reisafstand of -tijd zal leiden. Hiertoe overwegen Wij als volgt.
De aansluiting Simpelveld ligt op 1,5 km afstand van de verbindingswegen. Dit betekent dat omrijden leidt tot slechts enkele kilometers extra reisafstand en -tijd voor zowel woon-werkverkeer van Avantis als bewoners van Bocholtz. Dat kan vervelend zijn, maar reclamant 1 onderbouwt niet dat deze extra reisafstand en -tijd zo lang is dat deze onaanvaardbaar zal worden. Bovendien wegen de individuele nadelen van de extra reisafstand en -tijd voor deze personen niet op tegen het algemeen belang voor vele rijksweggebruikers van het waarborgen van een verkeersveilige verblijfsfunctie op verzorgingsplaats.
Economisch zijn de verbindingswegen voor de bedrijven op het bedrijventerrein niet van belang, omdat het gebruik van de verbindingswegen voor vracht- of goederenverkeer niet is toegestaan.
1.4
Rijkswaterstaat constateert problemen op de verzorgingsplaats (verkeersongevallen) en dat is volgens reclamant 1 de reden om de wegen te willen afsluiten.
Ad 1.4
Het is niet zo dat Wij op de verzorgingsplaats veel verkeersongevallen hebben waargenomen. Wel hebben wij verkeersonveilige situaties geconstateerd (zie Onze reactie onder ad 1.2). Het gebruik van de verzorgingsplaats als verkeersfunctie is onwenselijk, omdat de verzorgingsplaats een verblijfsfunctie heeft en als zodanig is ingericht en ontworpen. Deze combinatie van verkeers- en verblijfsfunctie leidt tot verkeersonveilige situaties. Daarom willen Wij de verbindingswegen weghalen. Voor de noodzaak van de afsluiting verwijzen Wij naar het gestelde onder het kopje “motivering” in dit besluit.
Zienswijze van reclamant 2 (gemeente Heerlen)
De zienswijze van reclamant 2 is gelijk aan die van reclamant 1. Wij verwijzen dan ook naar hetgeen Wij hiervoor hebben overwogen bij de zienswijze van reclamant 1.
Zienswijze van reclamant 3 (Medlands Parkstad)
De zienswijze van reclamant 3 is gelijk aan die van reclamant 1. Wij verwijzen dan ook naar hetgeen Wij hiervoor hebben overwogen bij de zienswijze van reclamant 1.
Zienswijze van reclamant 4 (provincie Limburg)
De zienswijze van reclamant 4 is gelijk aan die van reclamant 1. Wij verwijzen dan ook naar hetgeen Wij hiervoor hebben overwogen bij de zienswijze van reclamant 1.
Zienswijze van reclamant 5 (gemeente Kerkrade)
Wij zijn van oordeel dat reclamant 5 op grond van artikel 1:2, eerste en tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in deze onttrekkingsprocedure. Daardoor kunnen Wij de zienswijze niet in behandeling nemen en daar inhoudelijk niet verder op ingaan. De zienswijze van reclamant 5 is daarom niet-ontvankelijk. Hiertoe overwegen Wij als volgt.
Als belanghebbende wordt op grond van artikel 1:2, eerste lid van de Awb verstaan: ”degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken”. In het tweede lid van dit artikel is aangegeven dat de aan bestuursorganen toevertrouwde belangen als hun belangen moeten worden beschouwd en de rechtstreekse betrokkenheid van die belangen bij het onttrekkingsbesluit hen als belanghebbende kwalificeert. Van een toevertrouwd belang is voor reclamant 5 sprake waar het gaat om de bereikbaarheid van verkeer van het grondgebied van die gemeente. Vast staat dat de te onttrekken verbindingswegen in de gemeente Heerlen liggen. Daarnaast rijdt verkeer vanuit de gemeente Kerkrade in zuidelijke richting over de N300 direct via de rotonde bij bedrijventerrein Avantis en de N281 naar de rijksweg A76. Vanaf het deel van deze weg in de gemeente Kerkrade tot de verbindingswegen bedraagt de afstand 2,5 km. Het is naar Onze mening verkeerskundig gezien niet logisch of te verwachten dat verkeer bij de rotonde door bedrijventerrein Avantis rijdt, de Stevensweg en Preutersweg op en dan de verbindingsweg gebruikt om via de verzorgingsplaats Tienbaan de rijksweg A76 op te rijden. Enig effect van de afsluiting van de verbindingswegen voor verkeer vanuit Kerkrade is er naar Onze mening niet. Onder de taak of verantwoordelijkheid van de gemeente Kerkrade valt daarom niet de bereikbaarheid via deze verbindingswegen. Gelet hierop is de gemeente Kerkrade geen belanghebbende en is de zienswijze primair niet-ontvankelijk.
Zorgvuldigheidshalve nemen Wij het door reclamant 5 naar voren gebrachte bij Onze besluitvorming in ogenschouw. Wij merken hierover op dat de zienswijze van reclamant 5 gelijk is aan die van reclamant 1. Wij verwijzen dan ook naar hetgeen Wij hiervoor hebben overwogen bij de zienswijze van reclamant 1.
Zienswijze van reclamant 6 (Avantis GOB N.V.)
6.1
Reclamant is exploitant van het bedrijventerrein Avantis. Dit bedrijventerrein is vanuit het noorden bereikbaar via de N281 en N300 en uit het zuiden via een afrit van de A4 in Duitsland. De zuidelijke op- en afrit naar de A76/ A4 is alleen toegankelijk via de Preutersweg en de verbindingswegen. Het bedrijventerrein ontwikkelt zich positief en reclamant 6 verwacht dat eind 2024 er 4.000 mensen zullen werken op het bedrijventerrein (50% meer dan nu). Met elke nieuwe ontwikkeling en de daarbij behorende extra werknemers neemt de verkeersbelasting rond het bedrijventerrein toe. Dit wordt bevestigd in een verkeersanalyse van Royal HaskoningDHV, opgesteld in opdracht van de gemeente Heerlen. Als de verbindingswegen permanent worden afgesloten, verergert dit de al penibele verkeerssituatie op het bedrijventerrein en het gebied rondom de noordelijke aansluiting. Eén ongeluk leidt ertoe dat het niet meer mogelijk is om het bedrijventerrein op- en af te rijden.
Ad 6.1
Wij verwijzen naar hetgeen Wij hierover bij de zienswijze van reclamant 1 onder ad 1.1 tot en met 1.3 hebben overwogen.
Aanvullend merken Wij op dat de stelling dat de zuidelijke op- en afrit naar de A76/ A4 alleen toegankelijk is via de Preutersweg en de verbindingswegen bij verzorgingsplaats Tienbaan naar Onze mening niet juist is. De ontsluiting van Avantis naar het zuiden loopt via de Avantisallee, de N281 waarna bij aansluiting Simpelveld wegverkeer de A76 in zuidelijke richting kan oprijden. Het lokale wegennet en deze aansluiting is hierop ingericht en ontworpen.
Een ongeluk kan altijd gebeuren en is erg vervelend. Echter dit leidt slechts tot een tijdelijke stremming van verkeer. Dit kan altijd en overal op elke weg plaatsvinden. Dat er een ongeluk kan gebeuren op wegen van en naar het bedrijventerrein, maakt niet dat daarmee de onttrekking niet aanvaardbaar is.
6.2
In het convenant ‘Externe ontsluitingen van het grensoverschrijdend bedrijventerrein Aken-Heerlen’ uit september 1998 tussen Rijkswaterstaat, gemeente Heerlen en de provincie Limburg is afgesproken dat de zuidelijke op- en afrit naar de A76/ A4 zou worden uitgebreid in geval van toename van verkeer in het noorden van het bedrijventerrein Avantis. In tegenstelling tot deze overeenkomst wordt de zuidelijke op- en afrit via de Preutersweg-Tienbaan afgesloten.
Ad 6.2
Over dit onderdeel van de zienswijze verwijzen Wij naar hetgeen Wij bij reclamant 1 onder ad 1.1 hebben aangegeven. Aanvullend overwegen Wij dat het convenant niet doelt op het gebruik van de verbindingswegen via de Preutersweg als op- en afrit naar de A76 in zuidelijke richting. Deze verbindingswegen zijn zoals eerder aangegeven tijdelijke ontsluitingen voor bedrijventerrein Avantis die zullen worden verwijderd zodra het bedrijventerrein klaar was en de gemeente de toerit had aangelegd. Het is de verplichting van de gemeente Heerlen volgens het convenant om een toerit te realiseren richting Duitsland. Het bereikbaarheidsprobleem zoals reclamant 6 dat schetst is de verantwoordelijkheid van de gemeente Heerlen en de provincie Limburg en niet van Rijkswaterstaat. Het afsluiten van de verbindingswegen is dan ook niet in strijd met het convenant maar juist in overeenstemming daarmee.
6.3
Voor de ontwikkeling en exploitatie van het bedrijventerrein Avantis is het essentieel dat de zuidelijke op- en afrit naar de A4/A76 behouden blijft en uitgebreid wordt voor vracht- en busverkeer. Dit vindt ook de gemeente Heerlen. Ook de gemeente Aken, medeaandeelhouder en lokale overheid voor 60% van de bedrijfspercelen van Avantis is van mening dat afsluiting zeer nadelig zal zijn. De op Avantis gevestigde bedrijven hebben zich in een enquête uitgesproken voor behoud van de verbindingswegen. Bedrijven hebben de wegen nodig voor een goede en snelle verbinding naar onder meer Aken zonder woonwijken te belasten. Afsluiting leidt tot meer reistijd. Het maakt bedrijven als werkgever minder aantrekkelijk voor werknemers. De afsluiting leidt tot opstoppingen bij de rotonde aan de noordzijde en een onveilige verkeerssituatie.
Ad 6.3
Wij verwijzen ten eerste naar hetgeen Wij bij reclamant 1 onder ad 1.2 en 1.3 hebben overwogen over de bereikbaarheid en de gestelde nadelige effecten van de afsluiting van de verbindingswegen.
Aanvullend merken Wij op dat Wij begrijpen dat de verbindingswegen een enigszins snellere route opleveren voor sommige voertuigen. Voor vrachtverkeer en voor bussen (alleen vanuit het noorden) is het niet toegestaan om van de verbindingswegen gebruik te maken. Ter plaatse staan ook verbodsborden. Dit betekent naar Ons oordeel dat bedrijven geen direct economisch belang (logistiek voor vervoer en transport van goederen) bij de verbindingswegen hebben. Enkel werknemers hebben nu enige baat qua reistijd en reisafstand bij het gebruik ervan, omdat dit een kortere route is naar Duitsland. Wij zijn gelet op hetgeen Wij hiervoor onder het kopje “motivering” van dit besluit en bij reclamant 1 hebben aangegeven niet van plan om de verbindingswegen open te houden of uit te breiden. Uitbreiding voor vracht- en busverkeer zal ertoe leiden dat nog meer inbreuk wordt gemaakt op de verblijfsfunctie van de verzorgingsplaats. De kans op verkeersonveilige situaties zal dan toenemen. Dat achten Wij onaanvaardbaar.
Wij onderschrijven verder niet de stelling van reclamant 6, dat bedrijven op het bedrijventerrein door het afsluiten van de verbindingswegen minder aantrekkelijk worden voor werknemers. Reclamant 6 onderbouwt deze stelling niet met objectieve cijfers. Bovendien leidt de ontsluiting via aansluiting Simpelveld automobilisten van Avantis niet door of langs woonwijken zoals reclamant 6 stelt. Als werknemers slechts enkele kilometers extra rijden, kunnen zij gebruikmaken van de ontsluiting bij aansluiting Simpelveld. Bovendien vinden Wij het algemeen belang, namelijk dat een verzorgingsplaats niet is bedoeld voor doorgaand verkeer en dat daarom de verbindingswegen geamoveerd moeten worden, van zwaarder belang dan de door reclamant 6 aangegeven belangen bij een kortere reisafstand en -tijd. Wij verwijzen nog naar Onze reactie bij reclamant 1 onder ad 1.3.
De stelling dat de afsluiting van de verbindingswegen tot verkeersonveilige situaties op de rotonde bij de Avantisallee/ N281 zal leiden is niet door reclamant 6 onderbouwd. Dit enkel stellen maakt de voorgenomen onttrekking niet onaanvaardbaar.
Reclamant 6 geeft nog aan dat de gemeente Aken van mening is dat afsluiting zeer nadelig is. Deze gemeente heeft echter de zienswijze van reclamant 6 niet medeondertekend en heeft ook zelf geen zienswijze ingediend.
6.4
Reclamant 6 stelt dat het afsluiten van de verbindingswegen slechter is voor het milieu.
Ad 6.4
Wij overwegen hierover dat deze stelling door reclamant 6 niet is onderbouwd. Dit enkel stellen zonder deskundig rapport maakt niet dat de voorgenomen onttrekking onaanvaardbaar is.
6.5
Reclamant 6 stelt voor in een gezamenlijk proces naar constructieve oplossingen toe te werken voor het behoud en de uitbreiding van de verbindingswegen.
Ad 6.5
Als reclamant 6 voor de verwachte toename van verkeer als gevolg van de groei van het bedrijventerrein Avantis andere of uitbreiding van infrastructuur wenst, zal reclamant 6 haar wensen moeten voorleggen in een regionaal mobiliteitsoverleg met omliggende gemeenten en de provincie Limburg. Wij zijn met gemeenten, provincie en reclamant 6 in overleg over de bereikbaarheid van verkeer in deze omgeving. Het verwijderen van de verbindingswegen staat echter hierbij niet ter discussie gelet op hetgeen Wij onder het kopje “motivering” en bij reclamant 1 onder ad 1.1 hebben overwogen.
Zienswijze van reclamant 7 (Mengels Exploitatie B.V.)
7.1
Reclamant 7 is werkgever en exploitant van het tankstation op de verzorgingsplaats Tienbaan. Als de afsluiting doorgaat, moeten de meeste van zijn werknemers 13 km extra via Duitsland naar huis rijden. Zij moeten de extra kosten voor brandstof, onderhoud, afschrijving en de in Duitsland verplichte winterbanden zelf betalen. Ook zullen zijn werknemers dan mogelijk elders werk gaan zoeken. Reclamant 7 vreest met de huidige krappe arbeidsmarkt voor het voortbestaan van zijn bedrijf. Daarnaast komen of vertrekken veel werknemers in het donker. De omgeving (de onverlichte Preutersweg) voelt onveilig, mede door overnachtende vrachtwagenchauffeurs. Het (over)zicht op de verzorgingsplaats is daardoor slecht. Als de verbindingswegen worden afgesloten, wordt dit alleen maar erger.
Ad 7.1
Wij begrijpen de zorgen van reclamant 7, maar het algemeen belang van het afsluiten van de verbindingswegen weegt voor Ons zwaarder dan de door hem genoemde belangen. Bovendien is het mogelijk en toegestaan om op en langs de Preutersweg te parkeren. Daarna kan personeel te voet naar het tankstation. Omrijden voor personeel is derhalve niet nodig. De vrees dat werknemers een andere baan gaan zoeken als gevolg van de afsluiting van de verbindingswegen is daarom niet aanwezig. Als reclamant 7 verlichting wenst langs de Preutersweg, zal hij zich tot de gemeente Heerlen moeten wenden. Die weg is namelijk eigendom van en/of in beheer bij die gemeente. Vanaf de aan te leggen afsluitbare doorgang (zie Onze reactie hieronder bij 7.2) legt Rijkswaterstaat verlichting aan.
7.2
Reclamant 7 meent dat afsluiting ook voor hulpdiensten tot problemen zal leiden, zelfs al krijgen zij een sleutel als een afsluitbare doorgang wordt gerealiseerd.
Ad 7.2
Dat een afsluiting tot problemen voor hulpdiensten zal leiden, is geen aspect dat rechtstreeks in het belang van reclamant 7 is. Wat daar ook van zij, voor hulpdiensten is het mogelijk een uitzondering te maken op het gesloten systeem van rijkswegen op grond van het geldend beleid (zie Kader inrichting verzorgingsplaatsen 2019 onder 5.12). Voor hen kan een goede bereikbaarheid van het lokale wegennet naar de rijksweg of andersom noodzakelijk zijn. Voorwaarde is wel dat er dan door Ons een ontheffing wordt afgegeven en de doorgang afsluitbaar is, bijvoorbeeld met een afzinkbare paal of een afsluitbaar hek. In dit geval zullen Wij een dergelijke voorziening voor hulpdiensten ter plaatse realiseren. Dit is met de hulpdiensten besproken en de voorziening wordt gerealiseerd gebaseerd op hun gebruikswensen.
Zienswijze van reclamante 8 (manager van het tankstation op Tienbaan)
De zienswijze van reclamante 8 is op meerdere onderdelen gelijk aan die van reclamant 7. Wij verwijzen dan ook naar hetgeen Wij hiervoor hebben overwogen bij de zienswijze van reclamant 7.
Aanvullend merken Wij het volgende op.
Reclamante 8 voert aan dat het weghalen van de verbindingswegen het tankstation klanten zou kosten en dat werknemers hun baan gaan opzeggen. Wij zijn van oordeel dat op dit punt reclamante 8 op grond van artikel 1:2, eerste en tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in deze onttrekkingsprocedure. Daardoor kunnen Wij de zienswijze op dit aspect niet in behandeling nemen en daar inhoudelijk niet verder op ingaan. De zienswijze van reclamante 8 over dit aspect van de zienswijze is daarom niet-ontvankelijk. Hiertoe overwegen Wij als volgt. Als belanghebbende wordt op grond van artikel 1:2, eerste lid van de Awb verstaan: “degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken”. Het feit dat het weghalen van de verbindingswegen het tankstation klanten zou kosten of dat werknemers hun baan gaan opzeggen is geen rechtstreeks belang dat voor reclamante 8 als manager van het tankstation van toepassing is. Immers, deze schade of het vertrek van werknemers zou voor het tankstation als direct belanghebbende van belang zijn, maar niet voor een werknemer. Persoonlijk heeft reclamante 8 daar geen directe schade of nadeel van.
Zorgvuldigheidshalve nemen Wij het door reclamante 8 naar voren gebrachte over het verlies van klanten en het vertrek van werknemers bij Onze besluitvorming in ogenschouw.
Dat door het weghalen van de verbindingswegen klanten wegblijven of werknemers ontslag nemen, maakt de noodzaak voor het verwijderen van de verbindingswegen niet anders. Het algemeen belang dat is gediend met de verwijdering weegt naar Onze mening zwaarder. De schade of het nadeel die het tankstation volgens reclamante 8 zegt te lijden, omdat de afsluiting klanten zou kosten of dat werknemers ontslag gaan nemen is door haar niet onderbouwd. Wij zijn dan ook van oordeel dat de mogelijke schadelijke gevolgen van de verwijdering van de verbindingswegen niet zodanig is dat Wij dit besluit niet in redelijkheid kunnen nemen. Als reclamante 8 meent dat het tankstation schade lijdt als gevolg van de afsluiting, kan zij, indien daartoe bevoegd, namens het tankstation een aanvraag om nadeelcompensatie indienen. Wij verwijzen hiervoor naar de website van Rijkswaterstaat. De eventuele aanvraag zal dan in behandeling worden genomen in een procedure, die losstaat van dit onttrekkingsbesluit.
Zienswijze van reclamant 9 (omwonende en medewerker van het tankstation op Tienbaan)
De zienswijze van reclamant 9 is gelijk aan die van reclamant 7. Wij verwijzen dan ook naar hetgeen Wij hiervoor hebben overwogen bij de zienswijze van reclamant 7.
Zienswijze van reclamante 10 (omwonende en medewerkster van het tankstation op Tienbaan)
De zienswijze van reclamante 10 is op meerdere punten gelijk aan die van reclamant 7. Wij verwijzen dan ook naar hetgeen Wij hiervoor hebben overwogen bij de zienswijze van reclamant 7.
Aanvullend merken Wij over de zienswijze van reclamante 10 het volgende op.
10.1
In de kennisgeving staat dat de verbindingswegen toegang geven tot het achterland. Het woord ‘achterland’ betekent een minder belangrijk gebied. Maar Bocholtz/ Simpelveld is de poort van het Heuvelland. Als u dit minder belangrijk vindt, begrijpt reclamante 10 het voornemen.
Ad 10.1
Over het gebruik van de term “achterland” overwegen Wij als volgt. Met achterland bedoelen Wij niet dat de omgeving minder belangrijk is, maar het gebied of de omgeving dat letterlijk achter de verzorgingsplaats en de aansluiting ligt.
10.2
Sinds enige maanden staat op de verzorgingsplaats een FastNed oplaadstation voor elektrische auto’s. Veel bewoners van Simpelveld/ Bocholtz gebruiken dit station. Als zij vele kilometers moeten omrijden door de afsluiting is dat erg ongemakkelijk en kostbaar.
Ad 10.2
Over het moeten omrijden hebben wij al bij reclamant 1 onder 1.2 overwogen dat het algemeen belang dat is gediend met het afsluiten van de verbindingswegen zwaarder weegt dan het belang van personeel van het bedrijventerrein Avantis en bewoners van Bocholtz bij een kortere route. Datzelfde geldt ook voor bewoners uit Bocholtz/ Simpelveld die het FastNed oplaadstation op verzorgingsplaats Tienbaan gebruiken. Dat het omrijden ongemakkelijk en kostbaar is, doet hier niet aan af.
Aanvullend overwegen Wij dat een dergelijk oplaadstation een voorziening is die is bedoeld voor rijksweggebruikers en niet voor bewoners van Simpelveld/ Bocholtz die via de verbindingswegen er nu ook gebruik van maken. Als zij van deze voorziening gebruik willen maken, zullen zij via aansluiting Simpelveld en de rijksweg A76 naar het oplaadstation moeten rijden.
10.3
Reclamante 10 stelt voor om contact op te nemen met bedrijven die zijn gevestigd op bedrijventerrein Avantis en samen met hen een oplossing te vinden voor het vele gebruik van de verbindingswegen. Veel overlast wordt namelijk veroorzaakt door medewerkers afkomstig van dat bedrijventerrein. Reclamante 10 verzoekt om nader onderzoek naar aard en omvang van het overlastgevend verkeer dat gebruik maakt van de verbindingswegen.
Ad 10.3
Bij de overwegingen om tot de afsluiting te besluiten (zie onder het kopje “motivering” in dit besluit) is de herkomst van de auto’s en/ of hun bestemming(en) niet van belang. Het maakt dus niet uit of dit verkeer van bedrijventerreinen betreft, bewoners van bijvoorbeeld Bocholtz of personeel van het tankstation. Wij zullen dan ook geen nader onderzoek verrichten.
Zienswijze van reclamant 11 (omwonende)
11.1
Reclamant 11 vindt het zeer hinderlijk, als de verbindingswegen worden gesloten. Hij rijdt op werkdagen in een kwartier vanuit Bocholtz via de verbindingswegen naar zijn werk in Duitsland. Omrijden kost hem 18 minuten of meer reistijd en 4 km extra. Over zijn huidige route rijden weinig auto’s en fietsen vrijwel geen schoolkinderen. Ook leidt het omrijden tot meer druk op de verkeersveiligheid, omdat hij dan langs bedrijventerrein Avantis moet rijden waarbij hij meerdere stoplichten en rotondes met schoolgaande fietsers moet passeren. Bovendien mag daar maximaal 50 km p/u worden gereden terwijl het verkeer vaak 80 km p/u wil rijden. Het alternatief via de dorpskern Bocholtz is qua verkeersveiligheid niet wenselijk. Ook beïnvloedt zijn gebruik van de verbindingswegen en het rijden over de verzorgingsplaats niet de activiteiten op de verzorgingsplaats, omdat hij maar heel weinig auto’s passeert. Zijn aanwezigheid zou criminele activiteiten kunnen tegengaan.
Ad 11.1
Zoals Wij eerder hebben overwogen bij het kopje “motivering” en bij reclamant 1 onder 1.2, zijn Wij van mening dat het algemeen belang bij het afsluiten van de verbindingswegen zwaarder weegt dan het belang van reclamant 11 bij een korte route naar zijn werk. Ook het door hem gestelde verkeersveiligheidsbelang, dat zijn gebruik van de verbindingswegen de activiteiten op de verzorgingsplaats niet zou beïnvloeden en criminele activiteiten zou kunnen tegengaan, maakt niet dat Wij niet tot de afsluiting van de verbindingswegen zullen overgaan. De wegen in Bocholtz, de voor de ontsluiting bedoelde wegen langs bedrijventerrein Avantis en aansluiting Simpelveld zijn ontworpen en ingericht voor een veilig gebruik door autoverkeer en andere verkeersdeelnemers. Dit is inclusief de kruisingen, verkeersregelinstallaties en rotondes. Het afsluiten van de verbindingswegen zal er niet toe leiden dat dit niet meer op een goede en verkeersveilige manier zal kunnen gebeuren.
Zienswijze van reclamanten 12 (omwonenden)
12.1
Met vele bewoners van Bocholtz zijn reclamanten 12 het er niet mee eens dat de verbindingswegen voor personenverkeer worden afgesloten. Deze verbinding is er sinds de jaren 80 van de vorige eeuw voor tijdverkorting van bewoners van Bocholtz. De burgemeesters van Bocholtz en Aken hebben dit geregeld.
Ad 12.1
Zoals Wij al onder het kopje “motivering” van dit besluit en bij Onze reacties bij reclamant 1 onder 1.2 hebben overwogen, achten Wij het van algemeen belang en overeenkomstig het geldend beleid dat de verbindingswegen worden afgesloten. Dit weegt zwaarder dan de kortere reistijd en -afstand voor bewoners. Het feit dat de verbindingswegen al sinds de jaren 80 van de vorige eeuw aanwezig zouden zijn, doet hier niet aan af.
12.2
Het gebruik van de verbindingsweg door busjes van bedrijventerrein Avantis is een andere zaak. Die hoeven er geen gebruik van te maken want deze kunnen ook via Avantis de oprit nemen naar Duitsland.
Ad 12.2
Voor Onze reactie op dit onderdeel van de zienswijze verwijzen Wij naar hetgeen Wij hebben overwogen bij reclamant 10 onder ad 10.3.
12.3
Reclamanten 12 gebruiken de verbindingswegen minimaal 3x per week. Dit kan straks niet meer. Ook familie en toeristen moeten omrijden. Als reclamanten 12 moeten gaan omrijden, hebben zij extra kosten en langere rijtijden en is er meer milieuvervuiling. Bovendien is er bij sommige alternatieven altijd file. Al het verkeer moet dan langs de school en 30 km p/u zones door Bocholtz rijden.
Ad 12.3
Voor Onze reactie op dit onderdeel van de zienswijze verwijzen Wij naar hetgeen Wij hebben overwogen bij het kopje “motivering”, bij reclamant 1 onder ad 1.2, reclamant 6 onder ad 6.4 en bij reclamant 11 onder 11.1. Dit geldt ook voor familie en toeristen.
12.4
Volgens reclamanten 12 is er nog nooit een ongeluk gebeurd door of op de verbindingswegen naar verzorgingsplaats Tienbaan.
Ad 12.4
Rijkswaterstaat gebruikt de officiële Politie ongevallenregistratie als basis. Er zijn volgens deze registratie de afgelopen tien jaar enkele verkeersongevallen geregistreerd op verzorgingsplaats Tienbaan en daarnaast nog enkele verkeersongevallen op de A76 die mogelijk een relatie kunnen hebben met het invoegen en uitvoegen rond deze verzorgingsplaats. Het aantal verkeersongevallen dat geregistreerd is, doet niet af aan de noodzaak om de verbindingswegen af te sluiten, zoals aangegeven onder het kopje “motivering” in dit besluit en bij reclamant 1 onder ad 1.4.
12.5
Reclamanten 12 vragen nadeelcompensatie aan omdat zij nadelen hiervan ondervinden.
Ad 12.5
Wij verwijzen voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze naar onze reactie bij reclamant 8. Dat is ook voor deze reclamanten van toepassing.
Zienswijze van reclamant 13 (oud-omwonende)
13.1
Wij zijn van oordeel dat reclamant 13 op grond van artikel 1:2, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in deze onttrekkingsprocedure. Dientengevolge kunnen Wij de zienswijze niet in behandeling nemen en daar inhoudelijk niet verder op ingaan. De zienswijze van reclamant 13 is daarom niet-ontvankelijk. Hiertoe overwegen Wij als volgt.
Als belanghebbende wordt op grond van artikel 1:2, eerste lid van de Awb verstaan: “degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken”. Bij de bepaling of reclamant 13 belanghebbende is, is afhankelijk van de aard en inhoud van het onderhavig besluit. Reclamant 13 is oud inwoner van Bocholtz, maar woont nu in Kerkrade. Hij is niet in zodanige nabijheid van de verbindingswegen woonachtig dat hij op deze grond als een belanghebbende omwonende kan worden beschouwd, zelfs als hij de verbindingswegen nu nog in enige mate zou gebruiken1. Uit de zienswijze is Ons gebleken dat reclamant 13 een zekere mate van betrokkenheid heeft bij het ontstaan van en het behoud van de verbindingswegen. Echter een louter subjectieve betrokkenheid bij dit besluit is niet voldoende om te kunnen spreken van een rechtstreeks betrokken belang2.
Zorgvuldigheidshalve nemen Wij toch het door reclamant 13 naar voren gebrachte bij Onze besluitvorming in ogenschouw.
13.1
Reclamant 13 beschrijft dat de gemeente Bocholtz in de jaren 60 van de vorige eeuw 1/3 van haar grond heeft afgestaan voor de aanleg van het klaverblad A76–N281 (het knooppunt Bocholtz gerealiseerd in 1970), het grensemplacement en de verzorgingsplaats. Dit leidde tot een grote verandering van het landschap. Uiteindelijk was er geen directe toegang meer tot de grensovergang en de Duitse buren. De gemeente en inwoners (3200 handtekeningen van bewoners) kwamen in het geweer. Na een bezoek van de toenmalige Minister werd besloten de verbindingsweg aan te leggen voor de bewoners van Bocholtz, vooral voor de beroepsbevolking die in Duitsland werkte. Midden jaren 70 van de vorige eeuw werd de verbindingsweg – want succesvol – definitief verklaard. Reclamant 13 stelt voor om de nieuw aan te leggen weg voor de hulpdiensten zo aan te leggen dat ook kleinschalig, plaatselijk verkeer er gebruik van kan maken.
Ad 13.1
Wat ook van de eventuele belofte van een eigen toegangsweg voor bewoners van Bocholtz zij, dit kan er niet toe leiden dat Wij bij wijze van uitzondering de verbindingswegen voor de bewoners van Bocholtz handhaven zodat zij er gebruik van kunnen blijven maken. Hiertoe overwegen Wij als volgt.
Wij hebben kennisgenomen van de stukken die reclamant 13 heeft overgelegd. Het krantenartikel uit de jaren 70 stelt dat bewoners van Bocholtz een eigen oprit krijgen naar de rijksweg. Wij hebben echter geen concrete toezegging vanuit de toenmalige Minister hierover terug kunnen vinden om nu juist deze twee verbindingswegen voor altijd open te houden. Sindsdien is er veel veranderd. In het convenant uit 1998 is afgesproken dat de verbindingswegen open mochten blijven, totdat het bedrijventerrein Avantis gereed zou zijn. Dat is in 2001 gereedgekomen. Bovendien was en is er met de aanleg van aansluiting Simpelveld in 2001 een goede aansluiting vanuit de gemeente Bocholtz voor de inwoners naar de rijksweg. Het is verder zoals Wij onder het kopje “motivering” hebben aangegeven noodzakelijk dat dit soort verbindingswegen tussen rijkswegen en het lokale wegennet worden geamoveerd.
Wij kunnen geen uitzondering maken voor kleinschalig, plaatselijk verkeer in die zin dat zij nog wel van de aan te leggen doorgang voor de hulpdiensten gebruik kunnen maken. Ten eerste is dit op basis van Ons beleid niet mogelijk. Bovendien is het niet te controleren en doet het gebruik afbreuk aan de noodzaak om de verbindingswegen af te sluiten.
Zienswijze van reclamante 14 (Boches Bei-ee)
14.1
Reclamante 14 is een ondernemersvereniging (46 ondernemers) uit Bocholtz. Volgens reclamante 14 is de situatie ter plekke bij de verbindingswegen niet of nauwelijks verkeersonveilig. Alternatieven lopen bijvoorbeeld via de rotonde bij Trilandis of de afslag N281, maar daar is tijdens de spits al grote drukte. Vroeger is hard gestreden om de verbindingswegen te behouden. Reclamante 14 doet een dringend beroep namens haar leden om de wegen open te houden. Afsluiten leidt tot het moeten rijden van aanzienlijke omwegen, die tijd en geld kosten. De langere routes hebben bovendien een negatief effect op de leefbaarheid. Reclamante 14 verzoekt om eerst de uitkomst van het onderzoek naar de bereikbaarheid van bedrijventerrein Avantis, Trilandis en Beitel af te wachten, voordat het plan wordt uitgevoerd.
Ad 14.1
Voor de reactie op dit onderdeel van de zienswijze van reclamante 14 verwijzen Wij naar Onze reactie bij reclamanten 1 en 6.
Aanvullend overwegen Wij dat reclamante 14 niet heeft aangetoond dat de afsluiting een negatief effect zou hebben op de leefbaarheid van Bocholtz. Hier kunnen wij dan ook niet op in gaan. Nog daargelaten de vraag of dit een doel is dat reclamante 14 volgens de statuten behartigt en dus een rechtstreeks belang is van reclamante 14.
14.2
De officiële verbinding vanuit de rijksweg A76 naar Bocholtz die oorspronkelijk was gepland, maar nooit is uitgevoerd, wil reclamante 14 onder de aandacht brengen.
Ad 14.2
Over dit onderdeel van de zienswijze verwijzen Wij naar Onze reactie bij reclamant 6 onder 6.2.
Zienswijze van reclamant 15 (omwonende)
15.1
Bocholtz ligt vlakbij Aken (9 km) en daarmee de regio Aken-Keulen-Düsseldorf. Deze regio is enorm belangrijk voor inwoners van Bocholtz. Reclamant 15 gaat regelmatig naar Aken voor de dagelijkse boodschappen, voor zijn werk, naar Aken voor de treinverbindingen en naar Keulen of Düsseldorf voor de vliegtuigen. Als de op- en afrit wordt gesloten, sluit dat de directe verbinding voor inwoners van Bocholtz op de rijksweg A73 af. Dit verplicht inwoners om 7 km om te rijden. Dit is onpraktisch en zal tot veel onbegrip leiden omdat de verbindingswegen al decennia lang wordt gebruikt.
Ad 15.1
Voor de reactie op dit onderdeel van de zienswijze verwijzen Wij naar Onze reactie bij reclamanten 1, 11 en 12.
Aanvullend gaan Wij ervan uit dat waar reclamant 15 de A73 noemt, hij de A76 bedoelt.
15.2
Afsluiten van de verbindingswegen versterkt het gevoel dat inwoners ondergeschikt zijn aan de Randstedelijke gedachte. U begrijpt niet hoe de regio functioneert.
Ad 15.2
Wat ook van deze opmerking zij, dit wijzigt niet de noodzaak, zoals omschreven bij het kopje “motivering” om de verbindingswegen gelet op het algemeen belang te amoveren. Het daarin beschreven gesloten stelsel van rijkswegen is landelijk beleid dat zowel in de regio als in de Randstad op gelijke wijze wordt toegepast.
Zienswijze van reclamant 16 (omwonende)
16.1
Reclamant 16 en veel andere inwoners van Bocholtz gebruiken de verbindingswegen om van de rijksweg A76 naar Bocholtz te rijden. Als de weg wordt gesloten, moeten zij de afslag Simpelveld gebruiken of via de stadsautoweg Heerlen en bedrijventerrein Avantis. Het eerste alternatief leidt tot een behoorlijke verkeerstoename aldaar terwijl het kruispunt Baneheide al erg druk is. Bovendien zitten bewoners langs de Heiweg niet op meer verkeer te wachten. Ook bij het tweede alternatief is het huidig verkeer al druk genoeg met schoolgaande, fietsende jeugd en bezorgdiensten.
Ad 16.1
Voor de reactie op dit onderdeel van de zienswijze van reclamant 16 verwijzen Wij naar Onze reactie bij reclamant 1, 11 en 12.
Aanvullend merken Wij op dat reclamant 16 niet aantoont dat er door de afsluiting meer verkeer door het dorp Bocholtz zal gaan rijden. Het aantal auto’s verandert niet door de afsluiting. Door de afsluiting zal verkeer hooguit een andere ontsluitingsweg uit het dorp kiezen richting aansluiting Simpelveld. Dat kan betekenen dat verkeer juist niet meer door Bocholtz rijdt, maar direct naar deze aansluiting.
16.2
De route naar Duitsland via de verbindingswegen is korter en kan worden gebruikt zonder stoppen en optrekken. Dit levert een aanzienlijke CO2 en stikstofoxide uitstootbesparing op.
Ad 16.2
Voor de reactie op dit onderdeel van de zienswijze van reclamant 16 verwijzen Wij naar Onze reactie bij reclamant 6 onder ad 6.4.
16.3
Reclamant 16 wil graag weten wat het achterliggend argument is om de verbindingswegen af te sluiten. Niemand heeft last van de weg en er zijn geen gevaarlijke situaties of ongevallen geweest voor zover hij weet.
Ad 16.3
Voor de reactie op dit onderdeel van de zienswijze verwijzen Wij naar hetgeen Wij onder het kopje “motivering” in dit besluit en bij reclamant 1 hebben overwogen.
Zienswijze van reclamant 17 (omwonende)
17.1
Reclamant 17 begrijpt de motivatie niet, omdat de oprijmogelijkheid van en naar de rijksweg A76 via de verbindingswegen geen parkeergelegenheden voor personenvervoer passeert.
Ad 17.1
In hoeverre reclamant 17 via de verbindingswegen wel of geen parkeergelegenheden voor personenvervoer passeert, doet niet af aan de noodzaak voor het afsluiten van de verbindingswegen. Voor de motivering van dit besluit verwijzen Wij verder naar hetgeen Wij onder het kopje “motivering” in dit besluit hebben overwogen.
Overigens zijn Wij van mening dat als automobilisten over de verbindingsweg naar de rijksweg A76 rijden, deze altijd langs één of meer parkeerplaatsen en/of e-laadplekken rijden.
17.2
Het economisch belang van de verbindingswegen weegt veel zwaarder dan de verzorgingsfunctie op de parkeergelegenheden voor personenvervoer. Vrachtwagens parkeren met name in de weekenden op de verzorgingsplaats, maar die parkeerplaatsen grenzen niet direct aan de oprijroute. Verder worden de parkeergelegenheden weinig benut.
Ad 17.2
Wij verwijzen naar hetgeen Wij hierover bij de zienswijze van reclamant 1 onder ad 1.2 en van reclamant 6 onder ad 6.3 hebben overwogen.
17.3
De verbindingswegen bieden een snelle en aantrekkelijke route voor forenzen en toeristen. De gemeente investeert in de aantrekking van toeristen naar Bocholtz. Een toegang via Avantis doet hier afbreuk aan. Voor een bezoek aan Aken is de snelle verbinding ideaal.
Ad 17.3
Wij verwijzen naar hetgeen Wij hierover bij de zienswijzen van reclamant 1, 6, 11 en 12 hebben overwogen. Ter aanvulling overwegen Wij dat de stelling dat de toegang voor toeristen via bedrijventerrein Avantis afbreuk zou doen aan de toeristische aantrekkingskracht van Bocholtz niet door reclamant 17 is aangetoond. Bovendien is dit geen belang dat reclamant 17 als bewoner rechtstreeks raakt.
17.4
De verzorgingsplaats moet ondanks het schaars gebruik ervan veilig zijn. Daarom verzoekt reclamant 17 om snelheidsbeperkende maatregelen ter plaatse van de parkeergelegenheden. Bestelbussen vanuit bedrijventerrein Avantis maken steeds meer gebruik van de verbindingswegen, terwijl die vertrekken vanaf het terrein naast de rotonde N281. Daarom pleit reclamant 17 voor een hoogtebeperking op de oprijroute om deze bussen te weren.
Ad 17.4
Aangezien Wij de verbindingswegen zullen afsluiten, is het nemen van snelheidsbeperkende of hoogtebeperkende maatregelen niet aan de orde.
Conclusie
Het bovenstaande in aanmerking nemend, zijn Wij van oordeel dat vanwege het gesloten stelsel van rijkswegen inclusief verzorgingsplaatsen, de verblijfsfunctie van de verzorgingsplaats en de constatering dat de wegen tijdelijk zijn aangelegd en na de realisering van bedrijventerrein Avantis zouden worden verwijderd, het noodzakelijk is om de hierboven genoemde verbindingswegen aan het openbaar verkeer te onttrekken.
Gelet op artikel 8 van de Wegenwet, de Algemene wet bestuursrecht en de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2024 en hetgeen hiervoor is overwogen;
Hebben Wij goedgevonden en verstaan:
aan het openbaar verkeer te onttrekken de bij het Rijk in onderhoud zijnde verbindingswegen van en naar de verzorgingsplaats de Tienbaan, gelegen langs de A76, tussen km 26,3 en km 26,8 in de gemeente Heerlen, zoals deze op de bij dit besluit behorende tekening nr. A761 is aangegeven.
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met de uitvoering van dit besluit.
’s Gravenhage, 12 december 2024
Willem-Alexander
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, B. Madlener

Deze bijlage behoort bij het besluit van
Mij bekend,
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Beroep
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is bekend gemaakt, een beroepschrift worden ingediend bij de sector bestuursrecht van de rechtbank binnen het rechtsgebied, waarin de indiener van het beroepschrift zijn woonplaats heeft.
Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:
a. De naam en adres van de indiener;
b. De dagtekening;
c. Vermelding van de datum en nummer of kenmerk van het besluit, waartegen het beroepschrift zich richt en
d. De opgave van de redenen, waarom men zich niet met het besluit kan verenigen.
Zo mogelijk dient bij het beroepschrift tevens een afschrift te worden gevoegd van het besluit, waarop het geschil betrekking heeft.
Het indienen van een beroepschrift heeft geen schorsende werking. Dat betekent dat het besluit blijft gelden in de tijd dat het beroepschrift in behandeling is.
Het is mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de voorzieningenrechter van voornoemde rechtbank. Het verzoek dient te zijn ondertekend en tenminste het volgende te bevatten:
e. De naam en het adres van de verzoeker;
f. De dagtekening;
g. Vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en datum en nummer of kenmerk van het besluit en
h. De gronden van het verzoek (motivering).
Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het beroepschrift te worden overgelegd. Zo mogelijk wordt tevens een afschrift van het besluit, waarop het geschil betrekking heeft, overgelegd.
Naar aanleiding van het verzoek kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Voor de behandeling van een beroepschrift en een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven
U kunt uw verzoek om voorlopige voorziening of uw beroep ook digitaal instellen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-2663.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.