Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Klimaat en Groene Groei | Staatscourant 2025, 25854 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Klimaat en Groene Groei | Staatscourant 2025, 25854 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
De Minister van Klimaat en Groene Groei in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
gelet op de artikelen 4.16, lid 2 jo. 4.14, lid 3 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 10.1 van het Omgevingsbesluit
overwegende,
dat het met het oog op de voorbereiding van een projectbesluit voor Waterstofnetwerk Groningen gericht op het stellen van regels in het omgevingsplan van de gemeenten Eemsdelta, Het Hogeland, Midden-Groningen, Oldambt, Stadskanaal en Veendam, wenselijk is te voorkomen dat zich in het gebied van het projectbesluit ruimtelijke ontwikkelingen voordoen die het gebied minder geschikt maken voor de verwezenlijking van het doel van die regels;
hiertoe in de Omgevingswet de mogelijkheid wordt geboden een voorbereidingsbesluit te nemen;
dat hierover overleg heeft plaatsgevonden met de gemeenten Eemsdelta, Het Hogeland, Midden-Groningen, Oldambt, Stadskanaal en Veendam en andere overlegpartners die betrokken zijn bij de zorg voor de fysieke leefomgeving of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn;
Besluiten:
Te verklaren dat voor het projectgebied, zoals dat bij dit besluit is opgenomen, een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44, eerste lid, van de Omgevingswet wordt voorbereid gericht op het stellen van regels in het omgevingsplan van de gemeenten Eemsdelta, Het Hogeland, Midden-Groningen, Oldambt, Stadskanaal en Veendam voor Waterstofnetwerk Groningen.
Ten behoeve van het project het omgevingsplan van de gemeente Eemsdelta te wijzigen met de voorbeschermingsregels, zoals deze in Bijlage 1 bij dit besluit zijn opgenomen.
Ten behoeve van het project het omgevingsplan van de gemeente Het Hogeland te wijzigen met de voorbeschermingsregels, zoals deze in Bijlage 2 bij dit besluit zijn opgenomen.
Ten behoeve van het project het omgevingsplan van de gemeente Midden-Groningen te wijzigen met de voorbeschermingsregels, zoals deze in Bijlage 3 bij dit besluit zijn opgenomen.
Ten behoeve van het project het omgevingsplan van de gemeente Oldambt te wijzigen met de voorbeschermingsregels, zoals deze in Bijlage 4 bij dit besluit zijn opgenomen.
Ten behoeve van het project het omgevingsplan van de gemeente Stadskanaal te wijzigen met de voorbeschermingsregels, zoals deze in Bijlage 5 bij dit besluit zijn opgenomen.
Ten behoeve van het project het omgevingsplan van de gemeente Veendam te wijzigen met de voorbeschermingsregels, zoals deze in Bijlage 6 bij dit besluit zijn opgenomen.
Na bekendmaking van dit besluit in de Staatscourant, treedt dit besluit direct in werking.
Deze voorbeschermingsregels gelden aanvullend op de regels van het omgevingsplan van de gemeente Eemsdelta. Voor zover de regels van het omgevingsplan van de gemeente Eemsdelta in strijd zijn met deze voorbeschermingsregels, gelden primair de voorbeschermingsregels.
Voor de begrippen die in deze regels gebruikt worden, wordt verwezen naar bijlage II.
De voorbeschermingsregels hebben tot doel het creëren en behouden van ruimte voor de ontwikkeling van de waterstofinfrastructuur.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten in het projectgebied:
De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien de activiteiten naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.
Het bevoegd gezag vraagt ten behoeve van het oordeel, bedoeld in het tweede lid, om advies:
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op bestaande activiteiten of activiteiten die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze voorbeschermingsregels in overeenstemming met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
het aanbrengen of rooien van hoog opgaande of diep wortelende beplantingen en bomen;
het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
het indrijven van voorwerpen in de bodem;
het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
het permanent opslaan van goederen;
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
andere werken en/of werkzaamheden die de aanleg van de transportleiding voor waterstof kunnen belemmeren.
De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien de werken en werkzaamheden naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.
Het bevoegd gezag vraagt ten behoeve van het oordeel, bedoeld in het tweede lid, om advies:
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op activiteiten die:
het normale onderhoud en beheer betreffen ten dienste van de functies en activiteiten die op grond van het omgevingsplan zijn toegelaten;
bestaande activiteiten betreffen;
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze voorbeschermingsregels in overeenstemming met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving;
graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken;
de uitvoering van het in voorbereiding zijnde projectbesluit betreffen.
/join/id/regdata/mnre1045/2025/vb_waterstofnetwerk_noord_Eemsdelta/nld@2025‑07‑07
De voorbeschermingsregels waarmee het omgevingsplan wordt gewijzigd, bestaan uit regels en geografische informatieobjecten (locaties), vergezeld van een toelichting en bijlagen. De regels en de geografische informatieobjecten vormen het juridisch bindende deel. De voorbeschermingsregels zijn gericht op het voorkomen dat zich in het gebied van het in voorbereiding zijnde projectbesluit Waterstofnetwerk Groningen ruimtelijke ontwikkelingen voordoen die het gebied minder geschikt maken voor de verwezenlijking van het project. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de uitleg van de regels.
Dit hoofdstuk omvat twee artikelen:
Artikel 1.1: Begripsbepalingen. Dit artikel bevat alle noodzakelijke begripsbepalingen. Hierdoor wordt de interpretatie van de diverse begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot;
Artikel 1.2: Doelen. Dit artikel bevat het doel in verband waarmee regels zijn gesteld die het omgevingsplan wijzigen.
In hoofdstuk 2 zijn de vergunningplichtige activiteiten opgenomen die de locatie minder geschikt kunnen maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan. Hierbij wordt het volgende stramien gevolgd:
de aanwijzing van vergunningplichtige activiteiten op basis van artikel 4.14, derde lid onder a Ow;
de beoordelingsregels waaraan een aanvraag voor de betreffende activiteit wordt getoetst. In dit kader vindt de afweging plaats of de aangevraagde activiteit naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan;
de aanwijzing van een bestuursorgaan of andere instantie die in de gelegenheid worden gesteld om aan het bevoegd gezag advies uit te brengen over een aanvraag op basis van artikel 4.14, derde lid onder c Ow.
Deze voorbeschermingsregels gelden aanvullend op de regels van het omgevingsplan van de gemeente Het Hogeland. Voor zover de regels van het omgevingsplan van de gemeente Het Hogeland in strijd zijn met deze voorbeschermingsregels, gelden primair de voorbeschermingsregels.
Voor de begrippen die in deze regels gebruikt worden, wordt verwezen naar bijlage II.
De voorbeschermingsregels hebben tot doel het creëren en behouden van ruimte voor de ontwikkeling van de waterstofinfrastructuur.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten in het projectgebied:
De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien de activiteiten naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.
Het bevoegd gezag vraagt ten behoeve van het oordeel, bedoeld in het tweede lid, om advies:
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op bestaande activiteiten of activiteiten die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze voorbeschermingsregels in overeenstemming met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
het aanbrengen of rooien van hoog opgaande of diep wortelende beplantingen en bomen;
het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
het indrijven van voorwerpen in de bodem;
het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
het permanent opslaan van goederen;
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
andere werken en/of werkzaamheden die de aanleg van de transportleiding voor waterstof kunnen belemmeren.
De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien de werken en werkzaamheden naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.
Het bevoegd gezag vraagt ten behoeve van het oordeel, bedoeld in het tweede lid, om advies:
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op activiteiten die:
het normale onderhoud en beheer betreffen ten dienste van de functies en activiteiten die op grond van het omgevingsplan zijn toegelaten;
bestaande activiteiten betreffen;
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze voorbeschermingsregels in overeenstemming met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving;
graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken;
de uitvoering van het in voorbereiding zijnde projectbesluit betreffen.
/join/id/regdata/mnre1182/2025/vb_waterstofnetwerk_noord_Het_Hogeland/nld@2025‑07‑07
De voorbeschermingsregels waarmee het omgevingsplan wordt gewijzigd, bestaan uit regels en geografische informatieobjecten (locaties), vergezeld van een toelichting en bijlagen. De regels en de geografische informatieobjecten vormen het juridisch bindende deel. De voorbeschermingsregels zijn gericht op het voorkomen dat zich in het gebied van het in voorbereiding zijnde projectbesluit Waterstofnetwerk Groningen ruimtelijke ontwikkelingen voordoen die het gebied minder geschikt maken voor de verwezenlijking van het project. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de uitleg van de regels.
Dit hoofdstuk omvat twee artikelen:
Artikel 1.1: Begripsbepalingen. Dit artikel bevat alle noodzakelijke begripsbepalingen. Hierdoor wordt de interpretatie van de diverse begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot;
Artikel 1.2: Doelen. Dit artikel bevat het doel in verband waarmee regels zijn gesteld die het omgevingsplan wijzigen.
In hoofdstuk 2 zijn de vergunningplichtige activiteiten opgenomen die de locatie minder geschikt kunnen maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan. Hierbij wordt het volgende stramien gevolgd:
de aanwijzing van vergunningplichtige activiteiten op basis van artikel 4.14, derde lid onder a Ow;
de beoordelingsregels waaraan een aanvraag voor de betreffende activiteit wordt getoetst. In dit kader vindt de afweging plaats of de aangevraagde activiteit naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan;
de aanwijzing van een bestuursorgaan of andere instantie die in de gelegenheid worden gesteld om aan het bevoegd gezag advies uit te brengen over een aanvraag op basis van artikel 4.14, derde lid onder c Ow.
Deze voorbeschermingsregels gelden aanvullend op de regels van het omgevingsplan van de gemeente Midden-Groningen. Voor zover de regels van het omgevingsplan van de gemeente Midden-Groningen in strijd zijn met deze voorbeschermingsregels, gelden primair de voorbeschermingsregels.
Voor de begrippen die in deze regels gebruikt worden, wordt verwezen naar bijlage II.
De voorbeschermingsregels hebben tot doel het creëren en behouden van ruimte voor de ontwikkeling van de waterstofinfrastructuur.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten in het projectgebied:
De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien de activiteiten naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.
Het bevoegd gezag vraagt ten behoeve van het oordeel, bedoeld in het tweede lid, om advies:
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op bestaande activiteiten of activiteiten die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze voorbeschermingsregels in overeenstemming met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
het aanbrengen of rooien van hoog opgaande of diep wortelende beplantingen en bomen;
het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
het indrijven van voorwerpen in de bodem;
het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
het permanent opslaan van goederen;
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
andere werken en/of werkzaamheden die de aanleg van de transportleiding voor waterstof kunnen belemmeren.
De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien de werken en werkzaamheden naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.
Het bevoegd gezag vraagt ten behoeve van het oordeel, bedoeld in het tweede lid, om advies:
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op activiteiten die:
het normale onderhoud en beheer betreffen ten dienste van de functies en activiteiten die op grond van het omgevingsplan zijn toegelaten;
bestaande activiteiten betreffen;
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze voorbeschermingsregels in overeenstemming met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving;
graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken;
de uitvoering van het in voorbereiding zijnde projectbesluit betreffen.
/join/id/regdata/mnre1182/2025/vb_waterstofnetwerk_noord_Midden_Groningen_20250623/nld@2025‑07‑07
De voorbeschermingsregels waarmee het omgevingsplan wordt gewijzigd, bestaan uit regels en geografische informatieobjecten (locaties), vergezeld van een toelichting en bijlagen. De regels en de geografische informatieobjecten vormen het juridisch bindende deel. De voorbeschermingsregels zijn gericht op het voorkomen dat zich in het gebied van het in voorbereiding zijnde projectbesluit Waterstofnetwerk Groningen ruimtelijke ontwikkelingen voordoen die het gebied minder geschikt maken voor de verwezenlijking van het project. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de uitleg van de regels.
Dit hoofdstuk omvat twee artikelen:
Artikel 1.1: Begripsbepalingen. Dit artikel bevat alle noodzakelijke begripsbepalingen. Hierdoor wordt de interpretatie van de diverse begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot;
Artikel 1.2: Doelen. Dit artikel bevat het doel in verband waarmee regels zijn gesteld die het omgevingsplan wijzigen.
In hoofdstuk 2 zijn de vergunningplichtige activiteiten opgenomen die de locatie minder geschikt kunnen maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan. Hierbij wordt het volgende stramien gevolgd:
de aanwijzing van vergunningplichtige activiteiten op basis van artikel 4.14, derde lid onder a Ow;
de beoordelingsregels waaraan een aanvraag voor de betreffende activiteit wordt getoetst. In dit kader vindt de afweging plaats of de aangevraagde activiteit naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan;
de aanwijzing van een bestuursorgaan of andere instantie die in de gelegenheid worden gesteld om aan het bevoegd gezag advies uit te brengen over een aanvraag op basis van artikel 4.14, derde lid onder c Ow.
Deze voorbeschermingsregels gelden aanvullend op de regels van het omgevingsplan van de gemeente Oldambt. Voor zover de regels van het omgevingsplan van de gemeente Oldambt in strijd zijn met deze voorbeschermingsregels, gelden primair de voorbeschermingsregels.
Voor de begrippen die in deze regels gebruikt worden, wordt verwezen naar bijlage II.
De voorbeschermingsregels hebben tot doel het creëren en behouden van ruimte voor de ontwikkeling van de waterstofinfrastructuur.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten in het projectgebied:
De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien de activiteiten naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.
Het bevoegd gezag vraagt ten behoeve van het oordeel, bedoeld in het tweede lid, om advies:
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op bestaande activiteiten of activiteiten die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze voorbeschermingsregels in overeenstemming met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
het aanbrengen of rooien van hoog opgaande of diep wortelende beplantingen en bomen;
het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
het indrijven van voorwerpen in de bodem;
het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
het permanent opslaan van goederen;
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
andere werken en/of werkzaamheden die de aanleg van de transportleiding voor waterstof kunnen belemmeren.
De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien de werken en werkzaamheden naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.
Het bevoegd gezag vraagt ten behoeve van het oordeel, bedoeld in het tweede lid, om advies:
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op activiteiten die:
het normale onderhoud en beheer betreffen ten dienste van de functies en activiteiten die op grond van het omgevingsplan zijn toegelaten;
bestaande activiteiten betreffen;
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze voorbeschermingsregels in overeenstemming met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving;
graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken;
de uitvoering van het in voorbereiding zijnde projectbesluit betreffen.
/join/id/regdata/mnre1182/2025/vb_waterstofnetwerk_noord_Oldambt/nld@2025‑07‑07
De voorbeschermingsregels waarmee het omgevingsplan wordt gewijzigd, bestaan uit regels en geografische informatieobjecten (locaties), vergezeld van een toelichting en bijlagen. De regels en de geografische informatieobjecten vormen het juridisch bindende deel. De voorbeschermingsregels zijn gericht op het voorkomen dat zich in het gebied van het in voorbereiding zijnde projectbesluit Waterstofnetwerk Groningen ruimtelijke ontwikkelingen voordoen die het gebied minder geschikt maken voor de verwezenlijking van het project. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de uitleg van de regels.
Dit hoofdstuk omvat twee artikelen:
Artikel 1.1: Begripsbepalingen. Dit artikel bevat alle noodzakelijke begripsbepalingen. Hierdoor wordt de interpretatie van de diverse begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot;
Artikel 1.2: Doelen. Dit artikel bevat het doel in verband waarmee regels zijn gesteld die het omgevingsplan wijzigen.
In hoofdstuk 2 zijn de vergunningplichtige activiteiten opgenomen die de locatie minder geschikt kunnen maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan. Hierbij wordt het volgende stramien gevolgd:
de aanwijzing van vergunningplichtige activiteiten op basis van artikel 4.14, derde lid onder a Ow;
de beoordelingsregels waaraan een aanvraag voor de betreffende activiteit wordt getoetst. In dit kader vindt de afweging plaats of de aangevraagde activiteit naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan;
de aanwijzing van een bestuursorgaan of andere instantie die in de gelegenheid worden gesteld om aan het bevoegd gezag advies uit te brengen over een aanvraag op basis van artikel 4.14, derde lid onder c Ow.
Deze voorbeschermingsregels gelden aanvullend op de regels van het omgevingsplan van de gemeente Stadskanaal. Voor zover de regels van het omgevingsplan van de gemeente Stadskanaal in strijd zijn met deze voorbeschermingsregels, gelden primair de voorbeschermingsregels.
Voor de begrippen die in deze regels gebruikt worden, wordt verwezen naar bijlage II.
De voorbeschermingsregels hebben tot doel het creëren en behouden van ruimte voor de ontwikkeling van de waterstofinfrastructuur.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten in het projectgebied:
De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien de activiteiten naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.
Het bevoegd gezag vraagt ten behoeve van het oordeel, bedoeld in het tweede lid, om advies:
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op bestaande activiteiten of activiteiten die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze voorbeschermingsregels in overeenstemming met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
het aanbrengen of rooien van hoog opgaande of diep wortelende beplantingen en bomen;
het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
het indrijven van voorwerpen in de bodem;
het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
het permanent opslaan van goederen;
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
andere werken en/of werkzaamheden die de aanleg van de transportleiding voor waterstof kunnen belemmeren.
De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien de werken en werkzaamheden naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.
Het bevoegd gezag vraagt ten behoeve van het oordeel, bedoeld in het tweede lid, om advies:
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op activiteiten die:
het normale onderhoud en beheer betreffen ten dienste van de functies en activiteiten die op grond van het omgevingsplan zijn toegelaten;
bestaande activiteiten betreffen;
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze voorbeschermingsregels in overeenstemming met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving;
graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken;
de uitvoering van het in voorbereiding zijnde projectbesluit betreffen.
/join/id/regdata/mnre1182/2025/vb_waterstofnetwerk_noord_Stadskanaal_20250623/nld@2025‑07‑07
De voorbeschermingsregels waarmee het omgevingsplan wordt gewijzigd, bestaan uit regels en geografische informatieobjecten (locaties), vergezeld van een toelichting en bijlagen. De regels en de geografische informatieobjecten vormen het juridisch bindende deel. De voorbeschermingsregels zijn gericht op het voorkomen dat zich in het gebied van het in voorbereiding zijnde projectbesluit Waterstofnetwerk Groningen ruimtelijke ontwikkelingen voordoen die het gebied minder geschikt maken voor de verwezenlijking van het project. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de uitleg van de regels.
Dit hoofdstuk omvat twee artikelen:
Artikel 1.1: Begripsbepalingen. Dit artikel bevat alle noodzakelijke begripsbepalingen. Hierdoor wordt de interpretatie van de diverse begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot;
Artikel 1.2: Doelen. Dit artikel bevat het doel in verband waarmee regels zijn gesteld die het omgevingsplan wijzigen.
In hoofdstuk 2 zijn de vergunningplichtige activiteiten opgenomen die de locatie minder geschikt kunnen maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan. Hierbij wordt het volgende stramien gevolgd:
de aanwijzing van vergunningplichtige activiteiten op basis van artikel 4.14, derde lid onder a Ow;
de beoordelingsregels waaraan een aanvraag voor de betreffende activiteit wordt getoetst. In dit kader vindt de afweging plaats of de aangevraagde activiteit naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan;
de aanwijzing van een bestuursorgaan of andere instantie die in de gelegenheid worden gesteld om aan het bevoegd gezag advies uit te brengen over een aanvraag op basis van artikel 4.14, derde lid onder c Ow.
Deze voorbeschermingsregels gelden aanvullend op de regels van het omgevingsplan van de gemeente Veendam. Voor zover de regels van het omgevingsplan van de gemeente Veendam in strijd zijn met deze voorbeschermingsregels, gelden primair de voorbeschermingsregels.
Voor de begrippen die in deze regels gebruikt worden, wordt verwezen naar bijlage II.
De voorbeschermingsregels hebben tot doel het creëren en behouden van ruimte voor de ontwikkeling van de waterstofinfrastructuur.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten in het projectgebied:
De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien de activiteiten naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.
Het bevoegd gezag vraagt ten behoeve van het oordeel, bedoeld in het tweede lid, om advies:
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op bestaande activiteiten of activiteiten die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze voorbeschermingsregels in overeenstemming met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
het aanbrengen of rooien van hoog opgaande of diep wortelende beplantingen en bomen;
het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
het indrijven van voorwerpen in de bodem;
het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
het permanent opslaan van goederen;
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
andere werken en/of werkzaamheden die de aanleg van de transportleiding voor waterstof kunnen belemmeren.
De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien de werken en werkzaamheden naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.
Het bevoegd gezag vraagt ten behoeve van het oordeel, bedoeld in het tweede lid, om advies:
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op activiteiten die:
het normale onderhoud en beheer betreffen ten dienste van de functies en activiteiten die op grond van het omgevingsplan zijn toegelaten;
bestaande activiteiten betreffen;
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze voorbeschermingsregels in overeenstemming met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving;
graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken;
de uitvoering van het in voorbereiding zijnde projectbesluit betreffen.
/join/id/regdata/mnre1182/2025/vb_waterstofnetwerk_noord_Veendam_20250623/nld@2025‑07‑07
De voorbeschermingsregels waarmee het omgevingsplan wordt gewijzigd, bestaan uit regels en geografische informatieobjecten (locaties), vergezeld van een toelichting en bijlagen. De regels en de geografische informatieobjecten vormen het juridisch bindende deel. De voorbeschermingsregels zijn gericht op het voorkomen dat zich in het gebied van het in voorbereiding zijnde projectbesluit Waterstofnetwerk Groningen ruimtelijke ontwikkelingen voordoen die het gebied minder geschikt maken voor de verwezenlijking van het project. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de uitleg van de regels.
Dit hoofdstuk omvat twee artikelen:
Artikel 1.1: Begripsbepalingen. Dit artikel bevat alle noodzakelijke begripsbepalingen. Hierdoor wordt de interpretatie van de diverse begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot;
Artikel 1.2: Doelen. Dit artikel bevat het doel in verband waarmee regels zijn gesteld die het omgevingsplan wijzigen.
In hoofdstuk 2 zijn de vergunningplichtige activiteiten opgenomen die de locatie minder geschikt kunnen maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan. Hierbij wordt het volgende stramien gevolgd:
de aanwijzing van vergunningplichtige activiteiten op basis van artikel 4.14, derde lid onder a Ow;
de beoordelingsregels waaraan een aanvraag voor de betreffende activiteit wordt getoetst. In dit kader vindt de afweging plaats of de aangevraagde activiteit naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maken voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde projectbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan;
de aanwijzing van een bestuursorgaan of andere instantie die in de gelegenheid worden gesteld om aan het bevoegd gezag advies uit te brengen over een aanvraag op basis van artikel 4.14, derde lid onder c Ow.
Hynetwork Services B.V. (HNS) ontwikkelt het landelijk hogedruknetwerk voor transport van waterstof. Het landelijk transportnetwerk is het verbindende element tussen industriële clusters en regio’s, havengebieden, aanlandingspunten voor wind op zee, opslagfaciliteiten en transport naar buurlanden. Omdat de ontwikkeling van de productie en de vraag naar waterstof nog onzekerheden kent, is gekozen voor een flexibele, adaptieve en gefaseerde uitrol van het landelijk transportnetwerk. Als eerste fase worden de industrieclusters langs de kust met elkaar verbonden. Het Waterstofnetwerk Groningen wordt in deze eerste fase als zelfstandig functionerend netwerk ontwikkeld. Eén van de verbindingen is met de toekomstige waterstof opslagfaciliteit bij Zuidwending. Hiervoor is een apart project opgestart.
Waterstofnetwerk Groningen is als individueel netwerk relevant voor het opstarten van de waterstofeconomie in de provincie Groningen, waarbij in de eerste fase Eemshaven en Oosterhorn (Delfzijl) worden aangesloten. Waterstofnetwerk Groningen is een belangrijke schakel voor de doorvoer van windenergie vanaf de Noordzee, de import-, productie-, opslag en export van waterstof, zowel als regionaal netwerk maar ook als onderdeel van het (inter-)nationaal transportnetwerk. In dit project heeft HNS het voornemen om een ondergronds, hogedruk buisleidingennetwerk met bijbehorende (bovengrondse) voorzieningen voor het transporteren van waterstof te ontwikkelen.
Op grond van artikel 5.44, eerste lid, van de Omgevingswet (hierna: Ow) en de Kamerbrief van 1 april 2022 (kenmerk DGKE-WO/22031946) wordt het projectbesluit over de waterstofinfrastructuur van dit project genomen door de Minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) (voorheen Minister voor Klimaat en Energie) en de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO).
Op grond van artikel 4.16, tweede lid, gelezen in samenhang met de artikelen 4.16 vierde lid, 4.14, derde lid, van de Ow zijn de ministers bevoegd gezamenlijk een voorbereidingsbesluit te nemen. In dit voorbereidingsbesluit verklaren de ministers dat voor het gebied, zoals aangegeven in figuur 1, een projectbesluit wordt voorbereid. Doel van het voorbereidingsbesluit is dat gebied te vrijwaren van ruimtelijke ontwikkelingen die aan verwezenlijking van het doel van het projectbesluit in de weg kunnen staan. Er staat geen bezwaar of beroep open tegen het voorbereidingsbesluit (artikel 1 van bijlage 2 bij de Algemene wet bestuursrecht).
Op grond van artikel 4.16, vijfde lid, van de Ow vervalt dit voorbereidingsbesluit binnen een jaar en zes maanden of, als binnen die termijn voor de betreffende gronden het projectbesluit is bekendgemaakt, op het tijdstip waarop het projectbesluit in werking treedt of is vernietigd. Mocht het voorbereidingsbesluit gronden betreffen die buiten het projectbesluit komen te liggen, dan kan het voorbereidingsbesluit voor die gronden ingetrokken worden zodat er geen onnodige belemmeringen blijven bestaan.
Het projectgebied van Waterstofnetwerk Groningen ligt in de gemeenten Eemsdelta, Het Hogeland, Midden-Groningen, Oldambt, Stadskanaal en Veendam, en is opgedeeld in vier deelgebieden.
Deelgebied Eemshaven – Tjuchem: nieuwe waterstofleiding
Deelgebied Tjuchem – Delfzijl: nieuwe waterstofleiding
Deelgebied Tjuchem – Nieuwediep: hergebruik van bestaande aardgastransportleiding
Deelgebied Scheemda – Oude Statenzijl: hergebruik van bestaande aardgastransportleiding en nieuwe leiding tussen de te hergebruiken leiding
De gereserveerde zone is 10 meter breed. Dit bestaat uit 5 meter aan weerszijden van de leiding, gemeten vanuit het hart van de leiding. Overigens zijn ook nog aanpassingen ten behoeve van de waterstofleiding mogelijk buiten de gereserveerde zone, maar het voorbereidingsbesluit beschermt daar niet tegen andere ruimtelijke ontwikkelingen.

Het voorgenomen project heeft effect op de omgeving. Uitgangspunt van het voornemen is dat de (milieu-)effecten en het ruimtelijk beslag zo veel mogelijk beperkt blijven. Dit kan door de alternatieven te optimaliseren ten opzichte van de aanwezige kabels en leidingen in de ondergrond en andere functies bovengronds. Bij het selecteren van het voorkeursalternatief en de alternatieven wordt met de volgende principes gewerkt:
Principe 1. Zoveel mogelijk gebruikmaken van de bestaande aardgastransportleidingen;
Principe 2. In geval van een nieuwe leiding, indien mogelijk:
De aansluiting zoeken bij de aanwezige buisleidingenstroken (voorheen SVB-stroken) (Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035), vastgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (oktober 2012), of;
Principe 3. Het bundelen met bestaande ondergrondse en bovengrondse infrastructuur, zoals aanwezige hogedruk aardgastransportleidingen van Gasunie of andere ondergrondse buisleidingen en/of kabels, maar ook spoor- en autowegen.
Na afweging van alle uit de participatie ingebrachte tracéalternatieven, zijn een aantal tracés en alternatieven onderzocht. Het voorkeursalternatief is in groen weergeven in de figuur 2.
Voor het grootste deel van het voorkeursalternatief kan het bestaande gasleidingennetwerk hergebruikt worden voor het transporteren van waterstof. In twee deelgebieden in het waterstofnetwerk Groningen wordt een nieuwe leiding aangelegd. Er worden nieuwe afsluiters gebouwd en bestaande afsluiter locaties worden omgebouwd of verwijderd. Bij Scheemda wordt een nieuw koppelstuk waterstofleiding aangelegd.
Een complete motivering van de uiteindelijke ligging van dit project zal te zijner tijd door de ministers worden opgenomen bij het ontwerp-projectbesluit. Dat ontwerp-projectbesluit wordt in een later stadium ter inzage gelegd; een ieder kan op dat moment op alle aspecten van het project en de gemaakte keuzes zijn zienswijze indienen. De keuzes die ten grondslag liggen aan het regelingsgebied waarop dit voorbereidingsbesluit betrekking heeft, zijn niet definitief en niet bindend voor het projectbesluit. Dit voorbereidingsbesluit dient als tijdelijke reservering. Met het voorbereidingsbesluit worden dus geen onomkeerbare beslissingen over het project genomen.

Dit voorbereidingsbesluit heeft tot gevolg dat in het regelingsgebied waarvoor het voorbereidingsbesluit geldt, het uitvoeren van werken en werkzaamheden alsmede het gebruik van gronden en bouwwerken op grond van artikel 4.14, derde lid, van de Ow worden beperkt. Naar het oordeel van de ministers zijn deze beperkingen redelijkerwijs noodzakelijk om te voorkomen dat het regelingsgebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van de daaraan bij het projectbesluit te geven regels. Het projectbesluit is bedoeld om een complex energieproject met een publiek belang mogelijk te maken en zo ruimte te creëren voor de (transitie naar duurzame) energievoorziening van nationaal belang. De regels van dit voorbereidingsbesluit zorgen ervoor dat er tussentijds geen activiteiten plaatsvinden binnen het regelingsgebied die de realisatie van dat energieproject kunnen bemoeilijken. Dit leidt tevens tot een versnelling en verbetering van de besluitvorming over het energieproject ter plaatse van het regelingsgebied.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-25854.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.