Besluit van de Minister van Asiel en Migratie van 23 juli 2025, nummer WBV 2025/15, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000

De Minister van Asiel en Migratie,

Gelet op de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000;

Besluit:

ARTIKEL I

De Vreemdelingencirculaire 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Paragraaf C1/2.13.1 Vreemdelingencirculaire 2000 is gewijzigd en komt te luiden:

2.13.1. Beslistermijn algemeen

Beslistermijn

Als algemene regel neemt de IND op grond van artikel 42, eerste lid, Vw binnen zes maanden na indiening van de aanvraag voor verlening of verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een beslissing op de aanvraag. Deze termijn kan op grond van artikel 42, vierde of vijfde lid, Vw worden verlengd.

Sinds 27 september 2022 is deze wettelijke beslistermijn voor alle aanvragen waarvan de beslistermijn nog niet was verstreken en voor alle nieuwe aanvragen tot 1 januari 2023 verlengd met negen maanden, op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, Vw (zie WBV 2022/22). Dit is ook van toepassing voor alle nieuwe aanvragen die voor 1 januari 2024 zijn ingediend (zie WBV 2023/3).

Het eerder gepubliceerde WBV 2023/6, waarmee de verlenging van de beslistermijn met negen maanden ook voor asielaanvragen ingediend vanaf 1 januari 2024 tot uiterlijk 1 januari 2025 is vastgelegd, en WBV 2025/4, waarmee de verlenging van de beslistermijn met negen maanden ook voor asielaanvragen ingediend vanaf 1 januari 2025 tot uiterlijk 1 januari 2026 is vastgelegd, is ingetrokken. Voor asielaanvragen die na 1 januari 2024 zijn ingediend is daarom de wettelijke beslistermijn in de zin van artikel 42, eerste lid, Vw van toepassing.

De publicatie van deze gewijzigde paragraaf in de Staatscourant geldt als een algemene kennisgeving dat de beslistermijn is verlengd.

Artikel 42, aanhef en onder a en c, Vw biedt ook de mogelijkheid om de beslistermijn te verlengen. Onder complexe feitelijke en juridische kwesties zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, onder a, Vw kan in ieder geval worden verstaan dat onderzoek moet worden gedaan door of advies moet worden gevraagd aan:

  • een Nederlands ministerie;

  • het Openbaar Ministerie;

  • de autoriteiten van derde landen;

  • de UNHCR;

  • het BMA, voor zover zij voor het onderzoek gebruik maakt van externe deskundigen;

  • Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (Toelt), voor zover zij voor het onderzoek gebruik maakt van externe deskundigen; en

  • het NFI.

Er is ook sprake van een complexe feitelijke en juridische kwestie zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, onder a, Vw als er 1F-indicaties zijn.

De IND neemt in de verlengde asielprocedure in ieder geval aan dat de vertraging van de behandeling van de aanvraag aan de vreemdeling is toe te schrijven als bedoeld in artikel 42, vierde lid, onder c, Vw, wanneer:

  • het (eventuele) aanvullend gehoor op verzoek of door toedoen van de vreemdeling verzet wordt;

  • er bepaalde omstandigheden in het leven van de vreemdeling spelen, zoals langdurige ziekte;

  • de vreemdeling een contra-expertise laat uitvoeren;

  • of de vreemdeling kort voor het verstrijken van de beslistermijn met omvangrijke nieuwe stukken komt.

Verlengen beslistermijn in uitzonderlijke individuele gevallen

De IND kan de beslistermijn van een asielaanvraag op grond van artikel 42, vijfde lid, Vw in bijzondere omstandigheden eenmalig met maximaal drie maanden verlengen.

De IND merkt bij een asielaanvraag bijvoorbeeld de volgende omstandigheid in ieder geval aan als bijzondere omstandigheid:

  • er moet relevante informatie of stukken over een vreemdeling verzameld worden in:

    • oorlogsgebied; of

    • een land met een intern conflict waar de overheid niet of niet goed functioneert; en

  • er is nader individueel onderzoek nodig om de asielaanvraag te beoordelen.

Wijze van bekendmaken

In de beschikking vermeldt de IND naast de wettelijk vereiste gegevens, de termijn waarin de vreemdeling Nederland moet verlaten (indien van toepassing).

Als de IND de beschikking aan de vreemdeling bekend maakt vermeldt de IND in de verzendopdracht in INDIGO of op het bij de beschikking gevoegde aanbiedingsformulier:

  • de datum en het tijdstip van bekend maken; en

  • de naam van de ambtenaar die de beschikking uitreikt (indien van toepassing).

De beschikking in de algemene asielprocedure

De IND zendt de beschikking aan de gemachtigde van de vreemdeling.

In de volgende situaties reikt de IND de beschikking aan de vreemdeling uit:

  • van de vreemdeling is geen gemachtigde bekend;

  • indien het een afwijzing van een tweede of volgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd betreft die binnen de ééndagstoets asiel wordt behandeld, geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is en de vreemdeling aanwezig is op het aanmeldcentrum (zie paragraaf C1/2.9);

  • in de afwijzende beschikking wordt tevens een inreisverbod uitgevaardigd met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zesde lid, Vw;

  • de DT&V, COA, Vreemdelingenpolitie, Koninklijke Marechaussee en/of IND hebben wanneer dit nodig is in onderlinge samenspraak vastgesteld dat uitreiking in persoon aangewezen is, bijvoorbeeld omdat onmiddellijk vertrek uit Nederland wordt aangezegd.

Als bij de IND geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is, en het niet mogelijk is de beschikking in persoon aan de vreemdeling uit te reiken, wordt op de daarvoor bestemde plek in het aanmeldcentrum een melding van terinzagelegging opgehangen. De IND stelt een rapport van bevindingen op waarin wordt vastgelegd welke handelingen zijn verricht om de beschikking bekend te maken.

De beschikking in de verlengde asielprocedure

De IND stuurt de beschikking aan de gemachtigde van de vreemdeling. Als er bij de IND geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is, stuurt de IND de beschikking aangetekend naar het laatst bekende adres van de vreemdeling.

Als de IND er niet in slaagt de beschikking aan de vreemdeling kenbaar te maken, geeft de IND in een rapport van bevindingen aan welke handelingen zijn verricht om de beschikking aan de vreemdeling kenbaar te maken.

De inwilliging

Als de IND de aanvraag inwilligt op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw, motiveert de IND waarom niet is ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw. Als de IND de aanvraag inwilligt op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, motiveert de IND waarom niet is ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a en b, Vw. De IND beperkt deze motivering tot het benoemen van de (on)geloofwaardige relevante elementen en, indien van toepassing, de redenen waarom deze niet kwalificeren voor vluchtelingenstatus en/of de subsidiaire beschermingsstatus. De IND brengt in deze situatie geen voornemen uit, maar motiveert dit in de inwilligende beschikking.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 23 juli 2025

De Minister van Asiel en Migratie, namens deze, R. Maas directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst

TOELICHTING

Op 8 mei 2025 heeft het Europees Hof van Justitie (hierna: het Hof) de prejudiciële vragen beantwoord die de Afdeling Bestuursrechtsspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) in november 2023 heeft gesteld (C-662/23). De vragen van de Afdeling hadden betrekking op de categoriale verlenging van de beslistermijn van alle asielaanvragen die zijn ingediend vanaf de datum van inwerkingtreding, 27 september 2022, en voor alle asielaanvragen waarvan de wettelijke beslistermijn nog niet was verstreken. Deze verlenging is vervolgens elk jaar op 1 januari vernieuwd met de laatste verlenging voor alle asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2025.

Ondanks dat de Afdeling nog geen uitspraak heeft gedaan, geeft het arrest van het Hof reeds aanleiding om de verlenging van de beslistermijn voor alle lopende zaken vanaf 1 januari 2024 in te trekken. De Minister van Asiel en Migratie heeft de Tweede Kamer hier bij brief van 11 juli 2025 over geïnformeerd (kenmerk: 6489719). De reden voor deze intrekking is dat de motivering van deze verlengingen enkel steunde op de geleidelijke toename van het aantal asielverzoeken en de bestaande voorraad. De uitspraak van de Afdeling over de eerdere verlengingen tot 1 januari 2024 wordt afgewacht. De verlenging van de beslistermijn voor 1 januari 2024 blijft daarmee in stand. Paragraaf C1/2.13.1 Vc is hierop aangepast.

Op 28 maart 2025 is de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met verlenging van de beslistermijnen in asiel- en nareiszaken in werking getreden (Staatsblad 2025, 79 van 27 maart 2025). Gelet op artikel 42, vijfde lid, Vw, kunnen bij wijze van uitzondering de beslistermijn in het eerste en vierde lid van artikel 42 Vw met ten hoogste drie maanden worden verlengd indien dit noodzakelijk is met het oog op een behoorlijke en volledige behandeling van de aanvraag. Naar aanleiding van deze wijziging van de Vreemdelingenwet is in paragraaf C1/2.13.1 Vc een uitwerking opgenomen wanneer de beslistermijn vanwege bijzondere individuele gevallen kan worden verlengd.

Verder is in paragraaf C1/2.13.1 Vc onder ‘beslistermijn’ herschreven. Met name de verwijzing naar oudere WBV’s is uit de tekst geschrapt. Deze aanpassing betreft geen beleidswijziging.

De Minister van Asiel en Migratie, namens deze, R. Maas directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst

Naar boven