Convenant Circulair Openbaar Vervoer

Convenant Circulair Openbaar Vervoer 2025–2035 (CCOV)

16 juni 2025

Ondergetekenden:

1. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, handelend in zijn hoedanigheid van bestuursorgaan, namens deze de directeur Innovatie en Strategie voor Mobiliteit, D. Koenders, hierna te noemen: “Het Rijk”.

2. Decentrale ov-autoriteiten:

a) de provincie Drenthe;

b) de provincie Flevoland;

c) de provincie Fryslân;

d) de provincie Gelderland;

e) de provincie Groningen;

f) de provincie Limburg;

g) de provincie Noord-Brabant;

h) de provincie Noord-Holland;

i) de provincie Overijssel;

j) de provincie Utrecht;

k) de provincie Zeeland;

l) de provincie Zuid-Holland;

m) het OV-bureau Groningen-Drenthe;

n) de Vervoersautoriteit Metropoolregio Rotterdam Den Haag;

o) de Vervoerregio Amsterdam.

vertegenwoordigd door de gedeputeerde van de provincie Overijssel, M. Dadema en de voorzitter van de Vervoerregio Amsterdam, M. van der Horst, namens de IPO-Bestuurlijke Adviescommissie Bereikbaarheid en Infrastructuur+ (BAC B&I+).

3. ov-concessiehouders

a) NS Groep N.V., statutair gevestigd te Utrecht, te dezen vertegenwoordigd door de algemeen directeur, W. Koolmees, hierna te noemen: “NS”;

b) RET N.V., statutair gevestigd te Rotterdam, te dezen vertegenwoordigd door de algemeen directeur, L.M.E. Boot;

c) GVB Holding N.V., statutair gevestigd te Amsterdam, te dezen vertegenwoordigd door de algemeen directeur, C. Zuiderwijk, en door de financieel directeur, M. Guldemond;

d) HTM Personenvervoer N.V., statutair gevestigd te ’s-Gravenhage, te dezen vertegenwoordigd door de directeur Reizigers, Strategie, Innovatie, Contractmanagement, E. Beenen;

e) Transdev Nederland N.V., statutair gevestigd te Utrecht, te dezen vertegenwoordigd door de directeur ov, M. de Ruiter;

f) Arriva Personenvervoer Nederland B.V., statutair gevestigd te Heerenveen, te dezen vertegenwoordigd door de algemeen directeur, A.B. Hettinga;

g) Keolis Nederland B.V., statutair gevestigd te Deventer, te dezen vertegenwoordigd door de algemeen directeur, C. Hogeveen;

h) Qbuzz B.V., statutair gevestigd te Amersfoort, te dezen vertegenwoordigd door de algemeen directeur Nederland, A. Zuidberg-Tabak;

i) EBS Public Transportation B.V., statutair gevestigd te Purmerend, te dezen vertegenwoordigd door de algemeen directeur, W. Mol.

4. ProRail B.V., statutair gevestigd te Utrecht, te dezen vertegenwoordigd door de financieel directeur, M. van Velthuizen, hierna te noemen: “ProRail”.

Hierna tezamen ook genoemd Partijen, of ieder voor zich Partij,

Overwegende dat:

  • 1. Op basis van het grondstoffenakkoord Nederland, het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) en de EU Green Deal Nederland naar een volledig circulaire economie streeft per uiterlijk 2050 met een tussendoelstelling van 50% circulair in 2030 (ten opzichte van basisjaar 2016);

  • 2. Partijen de voorziene risico’s van een potentieel gebrek aan en leveringsonzekerheid van kritieke grondstoffen en de bijbehorende kosten van niets of te weinig doen aan circulariteit (bv. ook hogere kosten van materialen en vermindering van innovatie- en concurrentiekracht) zoveel mogelijk willen beperken;

  • 3. Partijen genoodzaakt zijn om te voldoen aan steeds meer en (op termijn) dwingender regelgeving op het gebied van circulariteit;

  • 4. In het Toekomstbeeld ov 2040 (TBOV) de ambitie is afgesproken om het gehele ov zero-emissie en circulair te maken en de ov-sector koploper te laten zijn in innovatie en vernieuwing waarbij permanent aandacht is voor verbetering van de veiligheid en minder hinder voor de omgeving;

  • 5. De ov-sector vanwege zijn collectieve karakter met het aanbieden van deelvervoer in de kern momenteel al een inherent en belangrijk onderdeel is van de circulaire economie en hierin een belangrijke maatschappelijke en economische voortrekkersrol kan en wil blijven vervullen;

  • 6. Partijen erkennen dat zij ieder voor zich maar juist ook gezamenlijk als ov-sector in actie moeten komen om als sector dit doel te bereiken;

  • 7. De ambitie hoog is en langdurige samenwerking en uithoudingsvermogen tussen en van Partijen zal vergen;

  • 8. Partijen daarbij de noodzaak van een overeengekomen meetmethodiek, uniforme sturing en uniforme definities erkennen;

  • 9. De tijdshorizon van tien jaar behorende bij dit convenant een eerste periode vormt om de doelen vanuit het NPCE te kunnen gaan realiseren;

  • 10. Voor de uitvoering van het convenant middelen beschikbaar zijn in het programma TBOV die kunnen worden aangevraagd via de gremia van dit programma;

  • 11. Het Rijk, ProRail en NS zich in bestaande afspraken reeds hebben gecommitteerd aan de doelen zoals genoemd in artikel 1.1 en dat daarom het sturen en rapporteren op dat deel van het doelbereik enkel in de bestaande afsprakenkaders plaats zal vinden, namelijk:

    • IenW en ProRail werken aan de Strategie naar Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur (KCI) die integraal onderdeel is van de Beheerconcessie en van de opdrachtverlening van MIRT-projecten op het spoor;

    • Het Rijk heeft in de Hoofdrailnetconcessie 2025-2033 de opdracht gegeven aan vervoerder NS om bij te dragen aan de doelstellingen van het Rijksbrede Programma Circulaire Economie (nu NPCE);

    • Het Rijk, ProRail en NS werken aan de ambitie om in 2040 afvalvrije stations te realiseren.

spreken het volgende met elkaar af:

Artikel 1. Ambities:

  • 1. Partijen zullen zich collectief en individueel inzetten voor het bereiken van een volledig circulair ov zodat de ov-sector haar bestaande duurzame karakter kan behouden en uitbouwen;

  • 2. Partijen hanteren daarbij de relevante doelen uit het TBOV 2040 als basisniveau:

    • alle ov-aanbieders hanteren in 2030 bij aanleg, beheer en onderhoud en in de operatie de principes van circulariteit (vermindering van grondstoffen, substitutie van grondstoffen en vermindering van verliezen);

    • de sector verbruikt de helft minder primaire abiotische grondstoffen bij inflow in 2030 en is 100% circulair in 2050.

  • 3. Elke partij heeft afzonderlijk de ruimte om op een snellere en/of andere manier het doel van circulariteit voor de betrokken organisatie te bereiken. In de praktijk kan er gewerkt worden met koplopers en een peloton die verschillende tijdspaden toepassen;

  • 4. Partijen onderschrijven dat (onderlinge) samenwerking op de navolgende gebieden meerwaarde heeft in het kader van de genoemde gezamenlijke ambitie:

    • a) Samenwerking met de markt: om de in dit convenant overeengekomen ambitie te bereiken, wordt gestreefd naar samenwerking tussen partijen met marktpartijen, waaronder in ieder geval fabrikanten en leveranciers, en universiteiten en kennisinstellingen;

    • b) Kennisontwikkeling en -deling: partijen zetten zo veel als mogelijk bestaande kennis in, stellen deze (onderling) beschikbaar en (laten) afgestemd nieuwe kennis ontwikkelen, voor zover het delen van deze kennis niet botst met bestaande afspraken met marktpartijen, bedrijfsvertrouwelijkheid, mededinging en concurrentiepositie;

    • c) Schaalvoordeel: partijen bundelen waar mogelijk gezamenlijk hun behoeften en vragen (producten, diensten, onderzoek) richting derden. Zo kan de markt gerichter worden uitgedaagd en reageren op gezamenlijke ambities.

  • 5. Reiziger centraal: partijen onderschrijven dat circulariteit in het openbaar vervoer ten dienste staat van de reiziger en daarmee van de dienstverlening in het openbaar vervoer en daar niet ten koste van mag gaan.

  • 6. De transitie dient tegen aanvaardbare maatschappelijke kosten en waar mogelijk kostenneutraal nagestreefd te worden.

  • 7. Partijen werken aan de ambitie op basis van een grondige beleidsanalyse over de context van circulair ov middels een Routekaart met concrete jaarlijkse activiteitenplannen.

Artikel 2. Werkafspraken:

  • 1. Partijen spreken af hoe zij tot concrete activiteiten kunnen komen voor tussenliggende jaren tot 2035 en geven hiermee invulling aan het convenant circulair ov 2025–2035 . Partijen werken deze afspraken concreet uit in de onlosmakelijk bij dit convenant behorende gezamenlijke Routekaart naar circulair ov.

    Schematisch ziet de inhoudelijke samenhang er als volgt uit:

  • 2. Partijen werken aan deze ambities door de strategieën uit het nationaal programma circulaire economie te hanteren: vermindering van grondstoffen, substitutie van grondstoffen en vermindering van verliezen;

  • 3. Partijen werken hieraan vanuit hun respectievelijke rol in de keten:

    • a) ov-autoriteiten werken aan circulair opdrachtgeverschap in concessies waarbij zij voor de beschreven ambitie hoofdzakelijk de mogelijkheden die de concessiewisselingen en aanbestedingsmethodiek bieden gebruiken, maar zij onderzoeken ook mogelijkheden om in lopende samenwerkingen stappen te zetten;

    • b) ov-autoriteiten vragen van de ov-bedrijven om, ieder jaar en per concessie, over circulariteit te rapporteren;

    • c) ov-autoriteiten die een rol vervullen als wegbeheerder voor ov en/of assetmanager zijn van voertuigen vullen deze rol in op basis van circulair opdrachtgeverschap/assetmanagement;

    • d) ov-concessiehouders, ProRail en decentrale ov-autoriteiten werken aan de circulaire bedrijfsvoering in hun primaire processen;

    • e) de verschillende werkstromen uit a, b, c en d worden afzonderlijk zichtbaar gemaakt in de Routekaart naar circulair ov.

  • 4. Partijen werken binnen de context van de Routekaart naar circulair ov op gecoördineerde wijze samen met concrete jaarlijkse activiteitenplannen die telkens een periode van 3 jaar beslaan en elk jaar worden geactualiseerd. Het activiteitenplan voor het eerstkomende jaar heeft de meest concrete uitwerking; de uitwerkingen voor het tweede jaar en derde jaar zijn richtinggevend maar minder concreet;

  • 5. Partijen overleggen met elkaar nader over de te hanteren meetmethode(s) om zinvol de voortgang van circulariteit te meten. In de routekaart naar circulair ov worden de overeengekomen definities en meetmethode(s) rondom circulariteit eenduidig vastgelegd;

  • 6. De ov-concessiehouders rapporteren elk jaar bij het opstellen van het activiteitenplan voor de komende 3 jaar over de in het voorafgaande jaar gerealiseerde circulaire prestaties van de circulaire activiteiten. Uitgangspunt is dat hierbij doublures en extra werk voor Partijen voorkomen worden. Daarbij geldt verder dat partijen inzicht geven in hun inspanningen op circulair ov waar dat kan en waar het de bedrijfsvertrouwelijkheid, mededinging en concurrentiepositie niet schaadt;

  • 7. Partijen ontwikkelen gezamenlijk een methodiek om het thema circulariteit concreet op te nemen en toe te passen in de systematiek van gunningscriteria van concessieaanbestedingen. Deze methodiek bevat minimaal voorstellen t.a.v. batterijen, circulaire voertuigen en scores op MKI;

  • 8. Partijen maken concrete afspraken over mogelijk verschillende tijdspaden binnen de partijen tussen koplopers en peloton in de routekaart Circulair ov;

  • 9. Ter bevordering van innovatie en continue verbetering van de aanpak van circulariteit, stellen Partijen als onderdeel van de Routekaart circulair ov een gezamenlijke 3-jaarlijkse dynamische kennis- en onderzoeksagenda vast. Door de agenda dynamisch te houden, kunnen nieuwe inzichten, technologieën en best practices snel worden opgenomen. Ook dit 3-jaarlijks plan wordt elk jaar als onderdeel van de Routekaart circulair ov van een update voorzien voor de komende 3 jaar. Onder andere onderzoek naar kritieke grondstoffen in de ov-sector, circulaire eisen in concessies en aanbestedingen en de implementatie van wet- en regelgeving in de sector zullen onderdeel zijn van de kennis- en onderzoeksagenda.

  • 10. Om kennis en ervaring op te doen voeren Partijen in onderlinge afstemming pilots en validatieprojecten uit, bijvoorbeeld met het modulair bouwen van een voertuig en toepassen van snel hernieuwbare circulaire materialen. Partijen delen de kennis die voortkomt uit afgeronde, bestaande en toekomstige pilots en projecten.

  • 11. Partijen zullen een onafhankelijke kennispartij opdracht geven de opgedane kennis te borgen en toegankelijk te maken en houden.

  • 12. Gezamenlijk streven Partijen naar het verwerven van EU-subsidies. Partijen wegen de noodzaak en hoogte van kosten daarbij gezamenlijk af en maken afspraken over gezamenlijke verwervingsinspanningen.

Artikel 3. Besturing:

Opdrachtgeversoverleg Circulair ov

  • 1. Er zal een (ambtelijk) opdrachtgeversoverleg Circulair ov worden ingesteld waarin alle Partijen vertegenwoordigd zijn.

  • 2. Het opdrachtgeversoverleg Circulair ov doet indien nodig jaarlijks bij het programma TBOV een budgetaanvraag voor de uitvoeringskosten van het convenant, onderbouwd met een werkplan.

  • 3. Het opdrachtgeversoverleg Circulair ov vertegenwoordigt de samenwerking tussen Partijen en prioriteert de inzet van middelen. Het opdrachtgeversoverleg Circulair ov:

    • a. monitort de voortgang van de afspraken van dit Convenant;

    • b. stelt wijzigingen in de Routekaart en de bijbehorende activiteitenplannen vast;

    • c. monitort de voortgang van de projecten zoals met elkaar vastgelegd in de activiteitenplannen in de Routekaart naar circulair ov en keurt voorstellen voor nieuwe projecten goed;

    • d. monitort de samenwerking tussen de Partijen en stuurt bij waar nodig;

    • e. bekrachtigt de besluiten van de werkgroep waar nodig;

    • f. stelt waar nodig en mogelijk financiële middelen beschikbaar voor de uitvoering van de activiteitenplannen in de Routekaart naar circulair ov.

  • 4. Het opdrachtgeversoverleg Circulair ov geeft via de samenwerkende partijen in TBOV periodiek inzicht in de voortgang aan de Landelijke ov en Spoor Tafel (LOVS), waarin alle Partijen vertegenwoordigd zijn.

  • 5. Zodra het opdrachtgeversoverleg Circulair ov bestuurlijk overleg wenselijk vindt, wordt daar op een pragmatische manier uitvoering aan gegeven. Afhankelijk van de deelnemende partijen kan hiervoor de route naar de LOVS worden ingezet, wordt aangesloten bij een bestaand gremium dat al uit de relevante deelnemers bestaat of wordt er een nieuw bestuurlijk overleg georganiseerd.

Werkgroep Circulair ov

  • 6. De (bestaande) werkgroep Circulair ov, momenteel bestaande uit ambtelijke representanten van de Vervoerregio, CROW, DOVA, de provincies Utrecht en Noord-Holland, NS, Arriva, Qbuzz, Keolis, EBS, Transdev, GVB, RET, HTM, ProRail en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, gaat binnen TBOV de werkstroom Circulair ov vormen. Voor de uitvoering van het convenant wordt door de werkgroep een trekker/projectleider aangewezen.

  • 7. Leden van de Partijen kunnen deelnemen aan de werkgroep, maar zijn daartoe niet verplicht.

  • 8. De werkgroep Circulair ov is opdrachtnemer van het opdrachtgeversoverleg Circulair ov voor de realisatie van de vastgestelde werkplannen en is daarbij verantwoordelijk voor de planning en kwaliteit van de activiteiten en het beheer van de haar ter beschikking gestelde financiële middelen.

  • 9. De verantwoordelijkheid voor projecten kan in de werkgroep Circulair ov bij afzonderlijke Partijen worden belegd.

  • 10. De werkgroep rapporteert de voortgang aan het opdrachtgeversoverleg Circulair ov en gebruikt dit opdrachtgeversoverleg Circulair ov als escalatiegremium indien dat nodig is.

    De werkgroep Circulair ov vormt het voorportaal voor het opdrachtgeversoverleg Circulair ov.

Artikel 4. Financiering:

  • 1. Elke Partij draagt in principe zijn eigen kosten voor de activiteiten die voortvloeien uit dit convenant. Dat geldt zowel voor de uren van medewerkers als de eigen investeringen die gedaan moeten worden.

  • 2. In geval dit in redelijkheid niet is te verwachten van een of meerdere partijen wordt in gezamenlijkheid in de Werkgroep Circulair ov naar een oplossing gezocht.

  • 3. De deelnemende partijen maken nadere afspraken over de dekking van de proceskosten voor de organisatie van de werkgroep Circulair ov, de monitoring van het convenant, het opdrachtgeversoverleg Circulair ov, de kosten voor mogelijke studie- en verkenningsprojecten die bijdragen aan de routekaart Circulair ov en de financiering van een onafhankelijke kennispartij die de opgedane kennis borgt en toegankelijk maakt en houdt. Voor het benodigde bedrag wordt elk jaar op basis van een inzichtelijke begroting vanuit de werkgroep Circulair ov, via het opdrachtgeversoverleg Circulair ov, financiële dekking gevraagd bij het programma TBOV.

  • 4. Partijen vertegenwoordigd in de werkgroep Circulair ov leveren in tijdsbesteding gezamenlijk een bijdrage die afdoende is om de gezamenlijk overeengekomen activiteitenplannen uit de Routekaart naar circulair ov en de overige afspraken jaarlijks waar te kunnen maken.

Artikel 5. Slotbepalingen:

  • 1. Wijzigingen

    • a. Elke Partij kan de andere Partijen schriftelijk verzoeken het Convenant te wijzigen. De wijziging behoeft de voorafgaande schriftelijke instemming van alle Partijen.

    • b. Partijen treden in overleg binnen zes weken nadat een Partij de wens tot wijziging van het Convenant aan de andere Partijen schriftelijk heeft medegedeeld.

    • c. De wijziging en de verklaringen tot instemming worden in afschrift als bijlagen aan dit Convenant gehecht en maken daarvan integraal onderdeel uit.

  • 2. Toetreding van nieuwe partijen

    • a. Een nieuwe partij maakt haar verzoek tot toetreding schriftelijk bekend aan de voorzitter van het Opdrachtgeversoverleg Circulair ov. Een verzoek wordt in dit overleg besproken en na goedkeuring op basis van de werkwijze uit lid 1 kan een partij het convenant ondertekenen. Zodra de partij het Convenant ondertekent, ontvangt de toetredende partij de status van Partij bij het Convenant en gelden voor die Partij de voor haar uit het Convenant voortvloeiende rechten en verplichtingen.

    • b. Het verzoek tot toetreding en het tekenblad worden in afschrift als bijlagen aan het Convenant gehecht en maken daarvan integraal onderdeel uit.

    • c. Partners, zijnde geen Partij, kunnen worden uitgenodigd om een steunverklaring af te geven of in een Letter of Intent te verklaren op welke manier zij een bijdrage willen leveren aan de realisatie van ambities of afspraken in dit convenant.

  • 3. Opzegging

    • a. Elke Partij kan dit Convenant met inachtneming van een opzegtermijn van één jaar schriftelijk opzeggen.

    • b. Wanneer een Partij dit convenant opzegt, blijft het convenant voor de overige Partijen in stand voor zover de inhoud en de strekking ervan zich daartegen niet verzetten.

    • c. Ingeval van beëindiging van dit convenant krachtens opzegging is geen van partijen jegens een andere Partij schadeplichtig.

  • 4. Nakoming

    Partijen komen overeen dat nakoming van de afspraken van dit Convenant niet in rechte afdwingbaar is. Partijen kunnen elkaar aanspreken op tekortkomingen in de nakoming van dit convenant in de werkgroep circulair OV, het opdrachtgeversoverleg OV en in bestuurlijk overleg.

  • 5. Inwerkingtreding en looptijd

    • a. Dit Convenant treedt in werking met ingang van de dag na ondertekening door alle Partijen en heeft een looptijd tot en met 31 december 2035.

    • b. Indien noodzakelijk geacht door Partijen wordt het Convenant voor 2030 herijkt.

    • c. Minstens één jaar voor het einde van de looptijd van dit Convenant overleggen Partijen over de mogelijkheid van continuering van de afspraken door middel van het verlengen van de looptijd van het Convenant. Indien noodzakelijk worden de afspraken in het Convenant herijkt.

  • 6. Openbaarmaking

    Het Rijk maakt het Convenant binnen twee weken na de inwerkingtreding ervan openbaar door publicatie in de Staatscourant. Bij wijzigingen in het convenant en van toetreden, uittreden, opzeggen of ontbinden wordt melding gemaakt in de Staatscourant.

  • 7. Publiekrechtelijke medewerking en toepasselijk recht

    • a. De in het kader van dit convenant door Partijen te verlenen (publiekrechtelijke) medewerking laat de publiekrechtelijke positie en bevoegdheden van Partijen onverlet.

    • b. Op dit convenant is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

  • 8. Citeertitel

    Dit Convenant wordt aangehaald als: Convenant Circulair Openbaar Vervoer 2025–2035.

Het Rijk De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, namens deze de directeur Innovatie en Strategie voor Mobiliteit D. Koenders

Decentrale ov-autoriteiten namens de IPO-Bestuurlijke Adviescommissie Bereikbaarheid en Infrastructuur+ (BAC B&I+) Vertegenwoordigd door de gedeputeerde van de provincie Overijssel, M. Dadema en de voorzitter van de Vervoerregio Amsterdam, M. van der Horst,

Ov-concessiehouders W. Koolmees, NS Groep N.V.

L. Boot, RET N.V.

C. Zuiderwijk, GVB Holding N.V.

M. Guldemond, GVB Holding N.V.

E. Beenen, HTM Personenvervoer N.V.

M. de Ruiter, Transdev Nederland N.V.

A. Hettinga, Arriva Personenvervoer Nederland B.V.

C. Hogeveen, Keolis Nederland B.V.

A. Zuidberg-Tabak, Qbuzz B.V.

W. Mol, EBS Public Transportation B.V.

M. van Velthuizen ProRail B.V.

Begrippenlijst

Abiotische grondstoffen:

grondstoffen die worden gewonnen uit niet-levende bronnen uit de natuur. Denk bijvoorbeeld aan mineralen, metalen en fossiele grondstoffen. Veel abiotische grondstoffen zijn niet-hernieuwbaar.

Circulair ov-systeem:

de inrichting van de ov-sector op basis van de drie beginselen/strategieën van de circulaire economie:

  • vermindering van grondstoffen;

  • substitutie van grondstoffen;

  • vermindering van verliezen.

MKI:

milieukostenindicator. De Milieukostenindicator (MKI) is een meetinstrument dat de milieueffecten van een product of dienst in geldwaarde uitdrukt. Het voegt alle relevante milieueffecten samen in één enkele score, uitgedrukt in euro’s.

NPCE:

Nationale Programma Circulaire Economie dat maatregelen bevat om de komende jaren zuiniger om te gaan met grondstoffen met als doel dat de economie in 2050 volledig circulair is.

OV-sector:

het samenstel van OV-bedrijven met een concessie, opdrachtgevende overheden voor OV-concessies en de beheerders van de bijbehorende weg- en railinfrastructuur.

Partner:

een organisatie die betrokken is bij de uitvoering van dit convenant, maar het convenant niet ondertekent en waarvoor in principe geen specifieke actie in het convenant staat tenzij anders staat omschreven. Bij het sluiten van dit convenant zijn beoogd partners de leveranciers van materieel of beheerders van weg- en railinfrastructuur uit de industriesector en (netwerk)overlegstructuren zonder rechtspersoonlijkheid. Partners worden uitgenodigd om een steunverklaring af te geven of in een Letter of Intent te verklaren op welke manier zij een bijdrage willen leveren aan de realisatie van ambities of afspraken in dit convenant.

TBOV:

Toekomstbeeld openbaar vervoer 2040. Nationaal programma van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) samen met provincies, metropoolregio’s, vervoerders en ProRail met als doel dat iedereen in Nederland snel, gemakkelijk, betrouwbaar en betaalbaar met het openbaar vervoer moet kunnen reizen. Onder andere is daarbij de inzet een schoner en duurzamer openbaar vervoer.

Naar boven