Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2025, 24139 | algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2025, 24139 | algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen |
Textielverzorging Sociaal Fonds 2025/2026
Verbindendverklaring cao-bepalingen
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelezen het verzoek van LeVinck cao en bestuur namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;
Partijen ter ener zijde: Federatie Textielbeheer Nederland (FTN) en de Nederlandse Vereniging van Textielreinigers (NETEX);
Partijen ter andere zijde: FNV en CNV.
Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;
Besluit:
Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van hetgeen in de dicta II, III, IV en V is bepaald:
In deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder:
In deze overeenkomst wordt verstaan onder:
ondernemingen welke zich al dan niet in hoofdzaak bezighouden met:
– het verzorgen van persoonsgebonden was,
– het verhuren en/of verzorgen van platgoed-textiel, beroeps- en dienstkleding,
– artikelen voor hand- en toilethygiëne,
– schoonloopmatten,
– afdeksystemen voor operatiekamers,
– medische instrumenten,
– incontinentiesystemen,
– poetsdoeken en/of andere voor hergebruik bestemde zaken,
– alsmede ondernemingen welke zich al dan niet in hoofdzaak bezighouden met het steriliseren van voor hergebruik bestemd textiel en medisch instrumentarium,
– alsook ondernemingen die in concernverband met bovenomschreven ondernemingen samenwerken en waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit het leveren van ondersteunende diensten aan bovenomschreven ondernemingen.
– ondernemingen, welke textielgoederen, leder of bont, professioneel -althans met aanwending van de in deze tak van bedrijf gebruikelijke machines-:
– verven (inclusief oververven),
– chemisch reinigen (z.g. stomen),
– ontvlekken,
– oppersen,
– strijken,
– als nieuw opmaken,
– plisseren,
– decateren,
– detacheren.
iedere natuurlijke of rechtspersoon die een bedrijf uitoefent in de als bedoeld in lid 1 of lid 2 van dit artikel. Tezamen vormen deze de branche Textielverzorging. Uitgesloten is de werkgever die valt onder de werkingssfeer van de cao Mitt, waarvan de bepalingen (gewoonlijk) algemeen verbindend worden verklaard.
iedere persoon die een arbeidsovereenkomst is aangegaan met de werkgever bedoeld in lid 3 van dit artikel.
de Stichting Sociaal Fonds Textielverzorging, handelend onder de naam Raltex;
– Het vaste loon in geld dat de werknemer maandelijks of (vier)wekelijks ontvangt, alsmede de vakantie-, ploegen-, structureel overwerk-, vaste persoonlijke toeslag, eindejaars/kerst/13e maand uitkering, herleid tot een jaarbedrag.
– Variabel loon zijnde de provicietoeslag die in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het lopende jaar) is verstrekt aan de werknemer in het jaar t.
De bedragen worden op een hele euro afgerond. Het maximum bedraagt, per 1 januari 2025 vastgesteld op € 137.800,00. Het maximumloon kan jaarlijks worden aangepast, echter binnen de kaders van de wet verlaging maximumopbouw en maximering pensioengevend inkomen.
Indien op datum vaststelling de werkgever aan de werknemer tijdelijk geen loon of niet het normale loon verschuldigd is, omdat de werknemer:
– wegens geheel of gedeeltelijke werkeloosheid tijdens het bestaan van de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en de werknemer een uitkering ingevolge de Werkeloosheidswet geniet;
– gebruik maakt van het verlof ingevolge ouderschapverslof als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet hoofdstuk 4 en de Wet arbeid en zorg;
– een lagere functie aanvaardt;
– om andere redenen tijdelijk geen of niet gedurende de normale duur arbeid verricht in dienst van de werkgever;
wordt binnen de grenzen die in artikel 10a van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 zijn aangegeven, als het loon van de deelnemer beschouwd het loon, dat voordien voor hem zou hebben gegolden.
Voor alle voornoemde bedragen geldt het premieplichtig loon dat door pensioenfonds Bpf Mitt over het lopende jaar wordt doorgegeven aan de Stichting.
Het financieren en subsidiëren van activiteiten die gericht zijn op het in sociaal opzicht optimaal functioneren van ondernemingen in de branche Textielverzorging.Deze activiteiten zullen binnen het doel van de Stichting bestaan uit:
a. het geven van voorlichting en informatie over voorschriften die uit de Cao Textielverzorging voortvloeien en/of andere voorschriften ten behoeve van de werknemers en werkgevers die op het terrein van de arbeidsvoorwaarden liggen;
b. het verrichten en publiceren van onderzoek naar het tot stand brengen en uitvoeren van maatregelen ter verbetering van de arbeidsomstandigheden en welzijn van de werknemers;
c. het verrichten van opleidings- en vormingsactiviteiten ten behoeve van de werknemers en werkgevers. Deze activiteiten staan beschreven in artikel 3 lid 3 van het reglement van de Stichting;
d. het verzamelen van informatie om te komen tot een breed gedragen arbeidsvoorwaarden cao, waaronder het op verzoek van sociale partners controleren van naleving van deze cao en de cao Textielverzorging mei 2025 en daaropvolgende;
e. het ontwikkelen en/of implementeren van beleid specifiek ten behoeve van het uitvoeren van projecten die gericht zijn op duurzame inzetbaarheid;
f. het informeren van werkgevers en/of werknemers over bovengenoemde activiteiten, danwel het benaderen van werkgevers en/of werknemers in het kader van onderzoeken naar de arbeidsmarkt, arbeidsomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en/of loopbaanontwikkeling;
g. het voeren van overleg, met uitzondering van het cao-overleg, ter afstemming van het arbeidsmarkt-, scholing-, arbeidsomstandigheden- en welzijnsbeleid en de hiervoor benodigde inzet van en ter beschikking staande middelen, in de branche Textielverzorging;
h. het verwerven van middelen voor de financiering van de activiteiten a tot en met g, waaronder het optreden als aanvrager bij het ESF en/of andere subsidies.
De realisatie van de in artikel 2 genoemde doelen is opgedragen aan de Stichting, waarvan de statuten en het reglement als bijlage I en II aan deze overeenkomst zijn gehecht en daarvan een integrerend deel uitmaken.
Werkgevers zijn gehouden aan het bepaalde in de statuten en het reglement van de Stichting en hieruit volgend zich aan te melden bij de Stichting, gegevens te verstrekken en de bijdragen te betalen die zij aan de Stichting verschuldigd zijn.
Iedere werknemer en iedere werkgever heeft het recht deel te nemen aan c.q. gebruik te maken van (de resultaten van) de door de Stichting gefinancierde of gesubsidieerde activiteiten als bedoeld in artikel 2, in zoverre de middelen van Stichting hiervoor toereikend en toegewezen zijn.
Door de werkgever is aan de Stichting af te dragen een door de Stichting te bepalen percentage van het premieplichtig loon van alle werknemers in de onderneming. Deze premie bedraagt per 1 januari 2026 0,20% van de loonsom welke wordt bepaald volgens de definitie in artikel 1 lid 5. De hoogte van de premie wordt jaarlijks door de partijen bij deze overeenkomst vastgesteld. De werknemersbijdrage bedraagt 50% van de premie.
Vrijgesteld van de in artikel 6 bedoelde verplichting tot betaling van premie aan de Stichting is op diens verzoek de werkgever voor die werknemers voor wie een bij een andere collectieve arbeidsovereenkomst ingesteld sociaal fonds geldt, mits deze collectieve arbeidsovereenkomst is geregistreerd bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De vrijstelling is beperkt tot het bedrag van de verschuldigde premie.
Bijlage als bedoeld in artikel 3 van de Collectieve Arbeidsovereenkomst Sociaal Fonds Textielverzorging
1. De Stichting draagt de naam:
Stichting Sociaal Fonds Textielverzorging – Raltex.
2. De Stichting is gevestigd te Gorinchem.
3. De Stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.
In deze statuten wordt verstaan onder:
Linnenverhuur- en wasserijbedrijven, ondernemingen welke zich al dan niet in hoofdzaak bezighouden met
– het verzorgen van persoonsgebonden was,
– het verhuren en/of verzorgen van platgoed-textiel, beroeps- en dienstkleding,
– artikelen voor hand- en toilethygiëne,
– schoonloopmatten,
– afdeksystemen voor operatiekamers,
– medische instrumenten,
– incontinentiesystemen,
– poetsdoeken en/of andere voor hergebruik bestemde zaken,
– alsmede ondernemingen welke zich al dan niet in hoofdzaak bezighouden met het steriliseren van voor hergebruik bestemd textiel en medisch instrumentarium,
– alsook ondernemingen die in concernverband met bovenomschreven ondernemingen samenwerken en waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit het leveren van ondersteunende diensten aan bovenomschreven ondernemingen.
Textielreinigingsbedrijven
– ondernemingen, welke textielgoederen, leder of bont, professioneel -althans met aanwending van de in deze tak van bedrijf gebruikelijke machines-:
– verven (inclusief oververven),
– chemisch reinigen (z.g. stomen),
– ontvlekken,
– oppersen,
– strijken,
– als nieuw opmaken,
– plisseren,
– decateren,
– detacheren.
degene die een onderneming drijft als genoemd onder 2. Uitgesloten is de werkgever die valt onder de werkingssfeer van de cao Mitt, waarvan de bepalingen (gewoonlijk) algemeen verbindend worden verklaard;
een (natuurlijk) persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst in een onderneming als genoemd onder 2, werkzaam is. In deze statuten wordt met werknemer uitdrukkelijk niet bedoeld: de directeur van een NV, BV of coöperatieve vereniging. Uitgesloten is de werkgever die valt onder de werkingssfeer van de cao Mitt, waarvan de bepalingen (gewoonlijk) algemeen verbindend worden verklaard;
de Stichting Sociaal Fonds Textielverzorging – Raltex;
het in artikel 5 bedoelde bestuur;
de in artikel 8 bedoelde administrateur;
het in artikel 11 bedoelde reglement.
Het financieren en subsidiëren van activiteiten die gericht zijn op het in sociaal opzicht optimaal functioneren van ondernemingen in de Textielverzorging.Deze activiteiten zullen binnen het doel van de Stichting bestaan uit:
a. het geven van voorlichting en informatie over voorschriften die uit de Cao Textielverzorging voortvloeien en/of andere voorschriften ten behoeve van de werknemers en werkgevers die op het terrein van de arbeidsvoorwaarden liggen;
b. het verrichten en publiceren van onderzoek naar het tot stand brengen en uitvoeren van maatregelen ter verbetering van de arbeidsomstandigheden en welzijn van de werknemers;
c. het verrichten van opleidings- en vormingsactiviteiten ten behoeve van de werknemers en werkgevers. Deze activiteiten staan beschreven in artikel 3 lid 3 van het reglement van de Stichting;
d. het verzamelen van informatie om te komen tot een breed gedragen arbeidsvoorwaarden cao waaronder het op verzoek van sociale partners controleren van naleving van deze cao en de cao Textielverzorging mei 2025 en daarop volgende;
e. het ontwikkelen en/of implementeren van beleid specifiek ten behoeve van het uitvoeren van projecten die gericht zijn op duurzame inzetbaarheid;
f. het informeren van werkgevers en/of werknemers over bovengenoemde activiteiten, danwel het benaderen van werkgevers en/of werknemers in het kader van onderzoeken naar de arbeidsmarkt, arbeidsomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en/of loopbaanontwikkeling;
g. het voeren van overleg, met uitzondering van het cao-overleg, ter afstemming van het arbeidsmarkt-, scholing-, arbeidsomstandigheden- en welzijnsbeleid en de hiervoor benodigde inzet van en ter beschikking staande middelen, in de branche Textielverzorging;
h. het verwerven van middelen voor de financiering van de activiteiten a tot en met g, waaronder het optreden als aanvrager bij het ESF en/of andere subsidies.
1. De inkomsten van de Stichting bestaan uit:
a. bijdragen van werkgevers en werknemers, zoals omschreven in artikel 6 van de Cao Sociaal Fonds Textielverzorging;
b. bijdragen van de overheid;
c. de te kweken renten;
d. schenkingen, legaten en erfstellingen;
e. al hetgeen op andere wijze wordt verworven.
2. Erfstellingen kunnen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
3. De uitgaven van de Stichting bestaan uit:
a. de uitgaven voortvloeiend uit de realisatie van het in artikel 3 omschreven doel;
b. de beheerskosten van de Stichting.
1. Het bestuur van de Stichting bestaat uit vier leden, van wie twee worden benoemd door de werkgeversorganisaties, te weten:
a. Federatie Textielbeheer Nederland (FTN) gevestigd te Bennenkom;
b. Nederlandse vereniging van textielreinigers (Netex), gevestigd te Voorschoten;
En twee door de werknemersorganisaties, te weten:
c. Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV), gevestigd te Utrecht;
d. Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV), gevestigd te Utrecht.
Voor ieder bestuurslid wordt door de organisaties, die dit lid heeft, een plaatsvervanger benoemd, die alleen als bestuurslid optreedt bij ontstentenis dan wel afwezigheid, voor een duur van langer dan drie maanden, van het lid als wiens plaatsvervanger hij is benoemd.
2. Het lidmaatschap dan wel het plaatsvervangend lidmaatschap van het bestuur eindigt door periodiek aftreden, schriftelijk bedanken, overlijden, het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen, bij ontslag op grond van artikel 298, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede indien de betrokken organisatie de benoeming intrekt en/of de Cao Textielverzorging vanaf mei 2025 en de daarop volgende wijzigingen niet ondertekent. Indien beide werkgeversorganisaties of beide werknemersorganisaties de cao niet ondertekenen blijven de laatst benoemde bestuursleden in functie en besluiten binnen een termijn van twee jaar tot liquidatie van de Stichting conform artikel 10 lid 2.
3. Het bestuur kiest uit haar midden een voorzitter en een vicevoorzitter/penningmeester die deze functies voor de duur van een jaar vervullen. Beide functies worden beurtelings paritair door een werkgevers- dan wel een werknemersvertegenwoordiger vervuld, tenzij het bestuur anders besluit.
4. De bestuursleden worden benoemd voor een periode van vier jaar. Zij zijn terstond herbenoembaar.
5. In een vacature wordt binnen drie maanden na het ontstaan daarvan voorzien door de organisatie(s) die, gelet op het bepaalde in het eerste lid, daarvoor in aanmerking komt (komen).Een bestuurslid dan wel plaatsvervangend bestuurslid, dat in zulk een vacature is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene die hij opvolgt moest aftreden. Het bestuur kan zijn bevoegdheden uitoefenen ook wanneer er vacatures zijn.
6. Een bestuurslid dat een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie(s), meldt dit terstond aan de overige bestuursleden en verschaft daarover alle relevante informatie. De overige bestuursleden besluiten buiten aanwezigheid van de betrokken bestuurder of er sprake is van gemeld tegenstrijdig belang. De betreffende bestuurder neemt niet deel aan de beraadslagingen en besluitvorming. Indien daardoor geen besluit kan worden genomen treedt de vervangend bestuurder in de plaats van de betrokken bestuurder.
7. Door het bestuur kan aan de bestuursleden dan wel plaatsvervangende bestuursleden voor het bijwonen van vergaderingen of daarmede gelijk te stellen bijeenkomsten een vergoeding worden toegekend.
1. Het bestuur vertegenwoordigt de Stichting in en buiten rechte. Daarnaast zijn de voorzitter en penningmeester van het bestuur gezamenlijk bevoegd de Stichting te vertegenwoordigen. Het bestuur stelt een administrateur aan en kan daarnaast een ambtelijk secretaris aanstellen met als taak het ondersteunen en adviseren van het bestuur bij het realiseren van het doel van de Stichting.
2. Het bestuur is bevoegd alle handelingen te verrichten voor zover daaromtrent bij of krachtens wettelijke voorschriften, respectievelijk bij of krachtens deze statuten of de reglementen van de Stichting niet anders is bepaald.Voorts is het bestuur bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, daaronder echter niet begrepen het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
3. Het bestuur is bevoegd om de ambtelijk secretaris dan wel de administrateur, binnen de grenzen van een volmacht, tekeningsbevoegdheid te geven.
4. Het bestuur is belast met het besturen van de Stichting en de zorg voor de uitvoering en handhaving van de statuten en de reglementen alsmede voor het beheer van het vermogen van de Stichting.
5. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
6. Het bestuur voorziet in een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering. In zoverre deze verzekering niet dekkend is voor een voorkomende aansprakelijkheid van één of meerdere bestuursleden of het bestuur in het geheel, voorziet de stichting in juridische ondersteuning en draagt zij de kosten van deze en de vastgestelde aansprakelijkheid. De genoemde ondersteuning en dekking van kosten geldt niet indien sprake is van opzettelijke nalatigheid en/of strafbare feiten.
7. De aan de Stichting toebehorende vermogenswaarden dienen te worden bewaard, hetzij ten kantore van de Stichting, hetzij bij een Nederlandse bankinstelling.
8. Het bestuur zal de kosten van beheer van de geldmiddelen, en de wijze van verrekening vaststellen.
1. Het bestuur vergadert ten minste éénmaal per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter dit nodig acht of ten minste een bestuurslid zulks wenst.In het laatste geval is de voorzitter verplicht, nadat een desbetreffend schriftelijk (mail/brief) verzoek door hem is ontvangen, het betrokken schriftelijk verzoek onmiddellijk aan de overige bestuursleden toe te zenden, een bestuursvergadering uit te schrijven en deze binnen zes weken te doen houden.
2. De oproeping voor alle vergaderingen geschiedt door of namens de voorzitter per schriftelijke (mail/brief) convocatie. De te behandelen onderwerpen worden in de oproeping vermeld. Andere punten kunnen slechts worden behandeld in een vergadering, waarin ten minste twee bestuursleden aanwezig zijn, tenzij een van de aanwezige bestuursleden zich tegen behandeling verzet.
3. Indien de voorzitter geen gevolg geeft aan een verzoek ingevolge het eerste lid, zijn de betrokken leden van het bestuur gezamenlijk tot de convocatie van de vergadering bevoegd.
4. Ter vergadering brengen de aanwezige werkgeversbestuursleden gezamenlijk één stem uit en de werknemersbestuursleden gezamenlijk één stem uit.
5. Het bestuur is slechts bevoegd tot het nemen van besluiten, wanneer ten minste twee bestuursleden ter vergadering aanwezig zijn, daarbij is in ieder geval aanwezig een bestuurslid namens werkgeversorganisaties en een bestuurslid namens werknemersorganisaties.
6. Bij staking van stemmen wordt het nemen van een besluit tot een volgende vergadering uitgesteld.In deze vergadering wordt bij staking van stemmen het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.
7. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits het desbetreffende voorstel schriftelijk (waaronder begrepen per geëigend telecommunicatiemiddel), aan alle bestuursleden is toegezonden, geen van hen zich binnen een daarbij te stellen termijn van tenminste tien dagen tegen deze wijze van besluitvorming heeft verzet. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden een relaas opgemaakt, dat bij de stukken voor de volgende bestuursvergadering wordt gevoegd. Bij staking van stemmen wordt het voorstel in de eerstkomende vergadering aan de orde wordt gesteld.
1. De uitvoering van de sociaal fonds regeling en het daaraan verbonden geldelijk beheer wordt onder toezicht en verantwoordelijkheid van het bestuur opgedragen aan een daarvoor door het bestuur aan te wijzen administrateur.
2. De opdracht tot het verrichten van de werkzaamheden die verband houden met de uitvoering van de sociaal fonds regeling en het daaraan verbonden geldelijk beheer wordt schriftelijk vastgelegd in een beheerovereenkomst, die de rechten en verplichtingen van de stichting en de administrateur ten opzichte van elkaar regelt.
3. De afspraken over de kwaliteit van de dienstverlening door de administrateur worden nader vastgelegd in een of meer dienstverleningsovereenkomsten, die behoren bij de beheerovereenkomst.
4. De administrateur kan verplicht worden zich te doen vertegenwoordigen in de vergadering van het bestuur.
1. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van allesbetreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze zeven jaren te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
3. Voorafgaand aan ieder boekjaar stelt het bestuur uiterlijk in november een beleidsplan met begroting vast dat is ingericht en gespecificeerd volgens het in artikel 3 omschreven doel.
4. Het bestuur stelt binnen 6 maanden na afloop van een boekjaar een verslag op, dat een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de Stichting en van de ontwikkeling daarvan gedurende het voorafgaande boekjaar. In dit verslag legt het bestuur rekenschap af van het gevoerde beleid.
5. Het verslag moet overeenkomstig de in artikel 3 van de statuten genoemde bestedingsdoelen respectievelijk activiteiten zijn gespecificeerd en gecontroleerd door een door het bestuur aangewezen externe registeraccountant, uit welke stukken moet blijken dat de uitgaven overeenkomstig de bestedingsdoelen zijn gedaan.
6. Het verslag en de accountantsverklaring worden ter inzage van de bij de Stichting betrokken werkgevers en werknemers neergelegd:
a. ten kantore van de administrateur;
b. op een of meer door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen plaatsen.
7. Het verslag en de accountantsverklaring worden, digitaal tegen betaling van de daaraan verbonden kosten, toegezonden op aanvraag aan de bij de Stichting betrokken werkgevers en werknemers.
1. Een besluit tot wijziging van de statuten van de Stichting kan alleen door het bestuur worden genomen in een bijzonderlijk daartoe uitgeschreven vergadering, waarbij alle bestuursleden aanwezig zijn en indien de ter vergadering uitgebrachte geldige stemmen zich daarvóór verklaart. Indien niet alle bestuursleden aanwezig zijn, is het bepaalde in de tweede en derde volzin van artikel 7 lid 6 van overeenkomstige toepassing.
2. Een voorstel tot ontbinding van de Stichting wordt niet in behandeling genomen dan nadat daarover schriftelijk advies is ingewonnen van de in artikel 5, eerste lid, genoemde organisaties. Voor het uitbrengen van deze adviezen moet een termijn van ten minste één maand worden gegeven.Een besluit tot ontbinding van de Stichting kan alleen door het bestuur worden genomen in een bijzonderlijk daartoe uitgeschreven vergadering, waar alle bestuursleden aanwezig zijn
3. Het bestuur zal binnen twee weken na het verlijden van een akte van statutenwijziging een authentiek afschrift van die akte voor een ieder ter inzage neerleggen ter griffie van de rechtbank Rotterdam.
1. Het bestuur stelt een of meer reglementen vast, waarin die onderwerpen worden geregeld, waarvan nadere regeling wenselijk wordt geacht.
2. Het bestuur is bevoegd tot wijziging van de reglementen.
3. Bepalingen in de reglementen welke in strijd zijn met deze statuten, de Cao Textielverzorging vanaf mei 2025 en daaropvolgende wijzigingen, de wet, zijn nietig.
1. De werkgevers en werknemers zijn verplicht alle gegevens te verstrekken, die het bestuur voor een goede uitvoering van de statuten en de reglementen nodig acht.
2. Bij gebreke van de in het eerste lid bedoelde gegevens is het bestuur gerechtigd de betreffende gegevens naar beste weten te schatten.
3. Bij een aanvraag om subsidie dient een begroting betreffende de besteding van de aangevraagde gelden te worden ingezonden gespecificeerd volgens het in artikel 3 omschreven doel.
4. Jaarlijks zal door een registeraccountant of accountant- administratieconsulent met certificerende bevoegdheid gecontroleerde verklaring overleggen over de besteding van de gelden, welke verklaring moet zijn gespecificeerd volgens het in artikel 3 omschreven doel.
1. Bij ontbinding van de Stichting geschiedt de vereffening door het bestuur.
2. De Stichting blijft na ontbinding voortbestaan indien en voor zover dit voor de vereffening van haar zaken nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten zoveel mogelijk van kracht.
3. Het bestuur bepaalt welke bestemming, na betaling van alle schulden, aan de overgebleven bezittingen van de Stichting zal worden gegeven, met dien verstande dat het saldo zal worden bestemd voor een doel, dat het doel van de Stichting zoveel mogelijk nabij komt.
4. De slotrekening van de vereffening, alsmede de bestemming van het eventuele overschot behoeven de goedkeuring van de in artikel 5, eerste lid, genoemde organisaties, met inachtneming van artikel 5, tweede lid.
5. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden Stichting gedurende zeven jaren berusten onder de door Stichting aan te wijzen perso(o)n(en).
6. Op de vereffening zijn voorts de bepalingen van Titel 1, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
1. De geldmiddelen als bedoeld in artikel 4 lid 1 worden – voor zover niet direct bestemd voor de uitgaven bedoeld in lid 3 van dat artikel – kan door het bestuur worden belegd, met inachtneming van in redelijkheid daaraan te stellen eisen van liquiditeit, rendement en risicoverdeling. Als de Stichting hiertoe besluit dient het bestuur als geheel kennis te hebben van de te verhandelen financiële producten.
2. Gerede gelden worden in rekening‑courant gestort bij de administrateur.De titels betreffende geldleningen op onderhandse schuldbekentenis worden bewaard in de kluis van de administrateur.
3. Effecten en andere geldswaardige papieren worden zoveel mogelijk in bewaring gegeven bij algemene handelsbanken.
4. Het bestuur zal de kosten van beheer van de geldmiddelen en de wijze van verrekening van die kosten vaststellen.
Vrijgesteld van de verplichting tot betaling van premie aan de Stichting is op diens verzoek de werkgever voor die werknemers voor wie een bij een andere collectieve arbeidsovereenkomst ingesteld sociaal fonds geldt, mits deze collectieve arbeidsovereenkomst is geregistreerd bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De vrijstelling is beperkt tot het bedrag van de verschuldigde premie.
De in dictum I opgenomen bepalingen zijn algemeen verbindend verklaard tot en met 31 december 2026.
Voor zover de in dictum I opgenomen bepalingen strijdig zijn met bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen.
Dit betekent in het licht van de gelijke behandelingswetgeving dat ten aanzien van bepalingen waarin onderscheid wordt gemaakt terwijl daarvoor een objectieve rechtvaardiging vereist is, partijen in de uitvoeringspraktijk moeten zorgen voor een legitiem doel waarbij de ingezette middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.
Voor zover in de in dictum I opgenomen bepalingen wordt verwezen naar informatie die gepubliceerd is op een website, geldt dat de informatie zoals opgenomen op die website geen onderdeel uit maakt van dit besluit tot algemeenverbindendverklaring. Deze informatie wordt aangemerkt als toepassingspraktijk van cao-bepalingen, zoals bedoeld in paragraaf 3.1. van het Toetsingskader AVV. De inhoud van deze informatie valt niet onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Uitgezonderd zijn de verwijzingen die wettelijk zijn toegestaan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-24139.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.