De Minister van Klimaat en Groene Groei,
Gelet op artikel 2, eerste lid, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;
Besluit:
's-Gravenhage, 1 juli 2025
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.Th.M. Hermans
TOELICHTING
1. Inleiding
De subsidiemodule Versnelde klimaatinvesteringen in de industrie (hierna: VEKI), opgenomen
in titel 4.6 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (hierna: RNES), zou met
bijbehorende bijlagen 4.6.1 en 4.6.2 van de RNES per 1 augustus 2025 vervallen. Deze
wijzigingsregeling strekt tot verlenging van de VEKI inclusief bijlagen met vijf jaar
tot 1 augustus 2030. De module wordt in september van dit jaar opengesteld middels
een afzonderlijke wijzigingsregeling.
De VEKI betreft een module voor investeringssubsidie voor bedrijven in de industrie
die CO2-reducerende maatregelen willen uitvoeren die nog niet rendabel zijn binnen een terugverdientijd
van vijf jaar. Het hoofddoel van de module is het bijdragen aan de reductieopgave
van CO2 in de industrie in 2030 en verder. Daarnaast draagt de regeling bij aan energiebesparing
en het verlagen van de energiekosten van bedrijven. Het gaat om investeringen in apparaten,
systemen of technieken of toepassingen daarvan voor met name procesefficiëntie en
elektrificatie die voldoende uitontwikkeld zijn, maar wel met een terugverdientijd
van meer dan vijf jaar. Een specifiek kenmerk van de VEKI is de diversiteit aan typen
investeringen en de brede doelgroep van zowel het midden- en kleinbedrijf als grote
bedrijven in alle bedrijfstakken in de industrie. De VEKI sluit aan op de stimulering
van maatregelen door subsidies op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie
en klimaattransitie (hierna: SDE). De VEKI biedt in vergelijking met de SDE de mogelijkheid
om bedrijfsspecifieke investeringen te doen. De investeringen hoeven niet binnen een
bepaalde categorie qua technologie te vallen, zoals bij de SDE het geval is.
2. Verlenging subsidiemodule
De VEKI is begin 2025 geëvalueerd.1 De evaluatie concludeert dat de VEKI doeltreffend en doelmatig is.
Het doel van de subsidiemodule is het versnellen van de broeikasgasreductie in de
industrie. In de periode 2019 tot en met 2023 is in totaal bijna 200 miljoen euro
aan subsidie toegekend. Dat zal resulteren in een jaarlijkse netto afname van de CO2-uitstoot met 0,55 tot 0,7 Mton in 2030. De VEKI zorgt voor een versnelling van de
CO2 reductie in de Nederlandse industrie en is daarmee een doeltreffende regeling. De
reductie van broeikasgassen door de VEKI moet aanvullend zijn op andere instrumenten
en tegen acceptabele kosten. De VEKI is kosteneffectief met een subsidiebedrag van
17 tot 32 euro subsidie per ton vermeden CO2. De VEKI leidt tot een emissiereductie tegen lagere kosten dan bij de Energie Investeringsaftrek
(EIA) en de SDE++ en is daarmee doelmatig.
Op grond van artikel 4.10, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016, vervallen subsidieregelingen
niet later dan vijf jaar na inwerkingtreding van de regeling. Omdat de besluitvorming
over een verlenging van de VEKI voor de langere termijn afhankelijk was van de evaluatieresultaten,
is de module vorig jaar met één jaar verlengd. De onderhavige wijzigingsregeling verlengt
de VEKI inclusief de bijbehorende bijlagen door middel van de aanpassing van de vervaldatum
in artikel 4.6.13 van de RNES. Het ontwerp van de wijzigingsregeling is overeenkomstig
artikel 4.10, zevende lid, van de Comptabiliteitswet 2016 schriftelijk ter kennis
gebracht van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
3. Inwerkingtreding en vaste verandermomenten
Deze regeling treedt in werking op de dag na uitgifte in de Staatscourant. Met deze
inwerkingtredingsdatum wordt afgeweken van de systematiek van de vaste verandermomenten,
inhoudende dat ministeriële regelingen met ingang van de eerste dag van een kwartaal
in werking treden en minimaal twee maanden voordien bekend worden gemaakt. Dat kan
in dit geval worden gerechtvaardigd, omdat de VEKI op 1 augustus 2025 zou vervallen
en de doelgroep van deze regeling gebaat is bij een spoedige inwerkingtreding.
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.Th.M. Hermans