De Minister van Economische Zaken,
Gelet op artikel 16 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;
Besluit:
ARTIKEL I
In de rij van Titel 3.6 van de tabel van artikel 1 van de Regeling Openstelling EZK-
en LNV-subsidies 2024 wordt ‘7.500.000’ vervangen door ‘9.500.000’.
ARTIKEL II
In de rij van Titel 3.6 van de tabel van artikel 1 van de Regeling Openstelling EZK-
en LNV-subsidies 2025 wordt ‘7.500.000’ vervangen door ‘9.500.000’.
ARTIKEL III
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
’s-Gravenhage, 10 juli 2025
De Minister van Economische Zaken,
V.P.G. Karremans
TOELICHTING
1. Inleiding
Met de onderhavige regeling wordt het subsidieplafond van de openstelling van de subsidiemodule
Maritieme Innovatieprojecten (titel 3.6 van de Regeling Nationale EZK- en LNV-subsidies
(RNES)) verhoogd. Hiertoe worden de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2024
en de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2025 gewijzigd.
Het doel van deze subsidiemodule is het behoud en de verbetering van de concurrentiepositie,
toekomstbestendigheid, wendbaarheid en strategische autonomie op het gebied van scheepsbouw
en -onderhoud van in Nederland gevestigde ondernemingen binnen de maritieme maakindustrie
op de internationale markt met het oog op de Nederlandse vitale belangen. Meer specifiek
wordt beoogd de maritieme maakindustrie een stimulans te geven door kansrijke innovaties
tot ontwikkeling te brengen en beter te laten doorstromen naar de markt. Het is de
bedoeling dat innovatieve ideeën ontwikkeld of doorontwikkeld worden door de partijen
die hiervoor het meest geschikt zijn. Subsidiabele projecten worden daarom altijd
uitgevoerd door middel van private, of publiek-private samenwerkingen.
Het in deze subsidiemodule initieel beschikbaar gestelde budget is ruim vijf keer
overtekend. Dit wijst op een grote behoefte, als ook op een grote private investeringsbereidheid.
Uit analyse van de ingediende voorstellen blijkt dat er voldoende kwaliteit aanwezig
is. De ophoging van het subsidieplafond van € 7,5 miljoen naar € 9,5 miljoen brengt
het subsidiebudget beter in balans met de geconstateerde subsidiebehoefte, de investeringsbereidheid
en de aanwezige kwaliteit.
2. Staatssteun
De subsidie die op grond van de subsidiemodule Maritieme innovatieprojecten verstrekt
wordt bevat staatssteun die wordt gerechtvaardigd door artikel 25 van de algemene
groepsvrijstellingsverordening (zie de artikelen 3.6.15 van de RNES). Maritieme innovatieprojecten
betreffen onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten. De eisen in Titel 3.6 van de RNES,
alsook de algemene eisen uit het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies, zorgen
ervoor dat de subsidie verleend wordt in overeenstemming met de eisen uit het voormelde
artikel uit de algemene groepsvrijstellingsverordening en eisen met betrekking tot
transparantie, stimulerend effect en cumulatie. Ook blijft de voormelde subsidiemodule
binnen de daarvoor geldende drempels voor aanmelding van de steun en maximum steunintensiteiten.
Omdat de subsidiemodule ongewijzigd worden opengesteld, verandert er niets in de steunintensiteit.
3. Regeldruk
De verhoging van het subsidieplafond leidt niet tot wijziging van informatieverplichtingen
en daarom ook niet tot een toe- of afname van de regeldruk bij de gebruikers van deze
subsidiemodules.
4. Vaste verandermomenten
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Met de bekendmaking en inwerkingtreding
van deze regeling wordt afgeweken van de systematiek van de vaste verandermomenten,
inhoudende dat ministeriële regelingen met ingang van de eerste dag van elk kwartaal
in werking treden en minimaal twee maanden voordien worden bekendgemaakt. Dat is in
dit geval gerechtvaardigd omdat de doelgroep gebaat is bij spoedige inwerkingtreding
van deze regeling.
De Minister van Economische Zaken,
V.P.G. Karremans