Besluit van de Carnegie-Stichting van 10 juli 2025 tot geheimverklaring van opdrachten voor IT-diensten

De Carnegie-Stichting,

Gelet op artikel 2.23, aanhef en onder e, van de Aanbestedingswet 2012;

Besluit:

Opdrachten voor IT-diensten worden geheim verklaard in de zin van de Aanbestedingswet 2012.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Het bestuur van de Carnegie-Stichting, Namens deze, Directeur Carnegie-Stichting I. van Hardevelt

TOELICHTING

De Carnegie Stichting is belast met het beheer van het Vredespaleis. Het Vredespaleis en de daarbij behorende gebouwen dienen als werkruimte voor het International Gerechtshof, het Permanente Hof van Arbitrage en de Haagse Academie voor Internationaal Recht.

Daarnaast worden in het Vredespaleis regelmatig staatshoofden, regeringsleiders, ambassadeurs en andere hoge buitenlandse gasten ontvangen. De Stichting draagt de verantwoordelijkheid voor de beveiliging van allen die in en voor het Vredespaleis werkzaam zijn, inclusief de rechters en arbiters van deze internationale hoven en hun staven en heeft daartoe afspraken gemaakt met onder meer de VN. Tevens is Nederland als gastland verplicht in te staan voor de veiligheid van de rechters en arbiters en hun medewerkers. Nederland heeft derhalve – via de Stichting – een essentieel veiligheidsbelang bij het optimaal waarborgen van het veiligheidsregime in en om het Vredespaleis, waarbij het oogmerk is te voorkomen dat gevoelige informatie met derden wordt gedeeld of te ruim wordt verspreid. Geheimverklaring is benodigd bij opdrachten waarbij de veiligheid van personen en de informatie, waaraan en waarmee zij werken, meer in het bijzonder in het geding kunnen zijn. Dit is het geval bij opdrachten voor IT-diensten.

Bij het verstrekken van voornoemde opdrachten dient informatie beschikbaar te worden gesteld of kan (tijdens de werkzaamheden) kennis worden genomen van informatie inzake onder meer installatietechnische en inrichtingsaspecten en de aard en zwaarte van huidige en toekomstige informatiebeveiligingsmaatregelen en overige veiligheidsmaatregelen in en rond het Vredespaleis. Indien deze informatie in het kader van een openbare aanbestedingsprocedure moet worden verstrekt, of indien aan een partij moet worden gegund met wie geen vertrouwensrelatie bestaat, brengt dit aanzienlijke risico’s met zich ten aanzien van de veiligheidssituatie van het Vredespaleis en diens gebruikers. Het is noodzakelijk deze risico’s zoveel mogelijk te beperken. Deze risico’s kunnen worden beperkt door het toepassen van de mogelijkheid van het geheim verklaren van opdrachten voor diensten, leveringen en werken, zoals vastgelegd in artikel 2.23, aanhef en onder e, van de Aanbestedingswet 2012. Dit besluit strekt daartoe.

De genoemde risico’s kunnen niet afdoende worden beperkt met minder ingrijpende maatregelen. Ook bij het toepassen van een niet-openbare aanbestedingsprocedure zal een grote groep personen en ondernemingen met wie geen vertrouwensrelatie bestaat, kennis kunnen nemen van gevoelige informatie. En zelfs indien personen en ondernemingen vooraf worden gescreend en worden verplicht tot geheimhouding, leidt een dergelijke aanbesteding tot kennis bij een te grote groep geïnformeerden. Screening en toezicht op de naleving van de geheimhoudingsverplichtingen van een dergelijke grote groep geïnformeerden zou bovendien een te grote inzet vergen van dienstonderdelen van het Rijk die daarmee zijn belast.

Indien een partij bezwaar heeft tegen het onderhavige besluit tot geheimverklaring, dienen deze bezwaren binnen twintig (20) kalenderdagen na de datum van publicatie van dit besluit kenbaar te zijn gemaakt door middel van betekening aan de Carnegie-Stichting van een dagvaarding in kort geding voor de voorzieningenrechter te Den Haag. Deze termijn van twintig (20) kalenderdagen is gebaseerd op artikel 2.127, derde lid, van de Aanbestedingswet 2012 en geldt als een vervaltermijn. Indien een partij na afloop van genoemde termijn alsnog in rechte bezwaar maakt tegen de geheimverklaring van de aanbesteding, dan wel – op een later moment – tegen de opdrachtverlening door de Carnegie-Stichting aan de geselecteerde partij(en), is de bezwaar makende partij niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Het bestuur van de Carnegie-Stichting, Namens deze, Directeur Carnegie-Stichting I. van Hardevelt

Naar boven