Mandaat, volmacht- en machtigingsbesluit IV-Inkoop Rechtspraak 2025

De besturen van de rechtbanken, de gerechtshoven, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de Centrale Raad van Beroep,

en de Raad voor de rechtspraak,

gelet op artikel 23, 35a, 91 en 104a van de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO),

overwegende dat

In artikel 35a Wet RO is bepaald dat in afwijking artikel 4.6, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016, het gerechtsbestuur namens de Staat privaatrechtelijke rechtshandelingen mag verrichten voor zover die voortvloeien uit het door hem beheerde deel van de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, tenzij bij of krachtens de wet is bepaald dat een andere minister dan Onze Minister de rechtshandeling verricht. Artikel 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht en 4.12, eerste en vierde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 zijn van overeenkomstige toepassing. De bevoegdheid van een gerechtsbestuur om volmacht te verlenen vloeit voort uit de toepasselijkheid van genoemd artikel 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht.

In artikel 104a is bepaald dat in afwijking van artikel 4.6, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 de Raad namens de Staat privaatrechtelijke rechtshandelingen mag verrichten voor zover die voortvloeien uit het door hem beheerde deel van de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, tenzij bij of krachtens de wet is bepaald dat een andere minister dan Onze Minister de rechtshandeling verricht. Artikel 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht en 4.12, eerste en vierde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 zijn van overeenkomstige toepassing. De bevoegdheid van de Raad om volmacht te verlenen vloeit voort uit de toepasselijkheid van genoemd artikel 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht.

De Raad heeft bij besluit van 4 december 2017 de IV-organisatie Rechtspraak (IVO Rechtspraak) ingesteld per 1 januari 2018 (Stcrt 2018, 2354). Dit Instellings- en mandaatsbesluit IV-organisatie Rechtspraak is gewijzigd bij besluit van de Raad van 18 december 2019 (Stcrt 2020, 1077). In dit Instellings- en mandaatbesluit heeft de Raad neergelegd dat de IV-organisatie tot taak heeft zorg te dragen voor de informatievoorziening van de gerechten, de Raad en de onder de Raad ressorterende diensten. Tot deze taak behoort onder meer het verzorgen van de inkoop van IV-gerelateerde goederen en diensten voor de tot de Rechtspraak behorende organisaties: de gerechten, de Raad en de landelijke diensten.

Met dit Mandaat, volmacht- en machtigingsbesluit wordt een sluitende juridische basis gecreëerd voor de staande praktijk, waarin IVO inkooptaken met betrekking tot IV namens de gerechten en de Raad (en daarmee tevens de landelijke diensten) uitoefenen.

Voor het kunnen vervullen van de inkooptaak door IVO Rechtspraak is het nodig dat de gerechten en de Raad, gelet op hun bevoegdheden neergelegd in de voornoemde artikelen Wet RO en de Comptabiliteitswet 2001 mandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de directie van IVO Rechtspraak. De Raad verleent dit mandaat, volmacht en machtiging namens de landelijke diensten.

stellen de navolgende regeling vast:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. gerechtsbesturen:

de besturen van de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven;

b. de landelijke diensten:

bureau Raad, LDCR en SSR;

c. de Raad:

de Raad voor de rechtspraak;

d. de directie:

de leden van de directie van de IV-organisatie

Artikel 2

  • 1. De gerechtsbesturen en de Raad geven de directie de bevoegdheid om namens hen de feitelijke handelingen en privaatrechtelijke rechtshandelingen, waaronder het sluiten van overeenkomsten, te verrichten die nodig zijn voor de IV-inkoop voor hun organisatie.

  • 2. Een (rechts)handeling dat voorzienbaar het bedrag van € 3.000.000 (zegge: drie miljoen euro) te boven gaat behoeft de voorafgaande instemming van het lid Raad die de eigenaar is van IVO.

  • 3. Onder de IV-inkoop wordt verstaan: de inkoop van IV- goederen en diensten, alsmede het doen van (Europese) aanbestedingen, het contract- en leveranciersmanagement en het contractbeheer, conform vastgesteld in het Inkoopbeleid van IVO Rechtspraak.

Artikel 3

De gerechtsbesturen en de Raad geven de directie de bevoegdheid om in het kader van een Europese aanbesteding nadere volmacht te verlenen aan een orgaan dat deze Europese aanbesteding voor het Rijk uitvoert.

Artikel 4

  • 1. Bij het uitoefenen van de in artikel 2 en 3 genoemde bevoegdheden neemt de directie de Bepalingen, zoals deze bij of krachtens het Instellings- en mandaatbesluit IV-organisatie Rechtspraak zijn bepaald, in acht.

  • 2. De directie is binnen de grenzen van haar mandaat en volmacht, en voor zover voortvloeit uit het Instellings- en mandaatbesluit IV-organisatie Rechtspraak, bevoegd tot het verlenen van ondermandaat en het verlenen van nadere volmacht aan onder haar ressorterende functionarissen.

Artikel 5

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaat, volmacht- en machtigingsbesluit IV-Inkoop Rechtspraak 2025 en treedt in werking op eerste dag na de publicatie ervan in de Staatscourant werkt terug tot 1 januari 2018.

Den Haag, 12 mei 2025

Het bestuur van het Gerechtshof Amsterdam, te dezen vertegenwoordigd door zijn president, E. de Greeve

Het bestuur van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, te dezen vertegenwoordigd door zijn president, E. Bongers

Het bestuur van het Gerechtshof Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door zijn president, M.W. Koek

Het bestuur van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, te dezen vertegenwoordigd door zijn president, G. Tangenberg

Het bestuur van de Rechtbank Amsterdam, te dezen vertegenwoordigd door zijn president, H.J.H. van Meegen

Het bestuur van de Rechtbank Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door zijn president, R.G. de Lange-Tegelaar

Het bestuur van de Rechtbank Gelderland, te dezen vertegenwoordigd door zijn waarnemend president, S.H. Bokx-Boom

Het bestuur van de Rechtbank Limburg, te dezen vertegenwoordigd door zijn president, M.M. Bijker-Veen

Het bestuur van de Rechtbank Midden-Nederland, te dezen vertegenwoordigd door zijn president, P.E.M. Messer-Dinnissen

Het bestuur van de Rechtbank Noord-Holland, te dezen vertegenwoordigd door zijn president, J.W. Moors

Het bestuur van de Rechtbank Noord-Nederland, te dezen vertegenwoordigd door zijn president, A.F. Gerding

Het bestuur van de Rechtbank Oost-Brabant, te dezen vertegenwoordigd door zijn president, S. Sicking

Het bestuur van de Rechtbank Overijssel, te dezen vertegenwoordigd door zijn president, A.R. van der Winkel

Het bestuur van de Rechtbank Rotterdam, te dezen vertegenwoordigd door zijn president, J. Mendlik

Het bestuur van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, te dezen vertegenwoordigd door zijn president, J.B. van den Beld

Het bestuur van de Centrale Raad van Beroep, te dezen vertegenwoordigd door zijn waarnemend president, J. Boeree

Het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, te dezen vertegenwoordigd door zijn president, T.G.M. Simons

De Raad voor de rechtspraak, te dezen vertegenwoordigd door zijn voorzitter, H.C. Naves

Naar boven