Verkeersbesluit voor het beperken van de maximale doorrijhoogte van het energielaadpunt op verzorgingsplaats Coosenhoek, langs de rijksweg N57 hmp. 7,3 Li/Re in de gemeente Brielle.

Logo Rijkswaterstaat - Dienst Zuid-Holland

 

 

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

OVERWEGINGEN TEN AANZIEN VAN HET BESLUIT

 

Juridisch kader

 

De Wegenverkeerswet 1994, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV) en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (hierna BABW).

 

Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het BABW genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden, voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.

 

Op grond van artikel 15, tweede lid, van de WVW 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken.

 

Aangezien het hier een weg betreft die onder beheer is van het Rijk, ben ik ingevolge artikel 18, eerste lid onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegd dit besluit te nemen.

 

Maatregelen

 

Door middel van plaatsing van het verkeersbord C19 (gesloten voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, hoger zijn dan op het bord is aangegeven) van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en door middel van plaatsing van een doorrijhoogtepoort, zal op het terrein van het energielaadpunt op Coosenhoek, langs de rijksweg N57 hmp. 7,3 Li/Re in de gemeente Brielle, een beperking van de maximale doorrijhoogte worden ingesteld (max 3,3 meter).

 

Wegtraject

 

De rijksweg N57 is, ter hoogte van verzorgingsplaats Coosenhoek, in beheer bij het Rijk (Rijkswaterstaat West Nederland Zuid) en gelegen in de gemeente Brielle.

 

Motivering

 

Fastned B.V. wenst, door middel van plaatsing van het verkeersbord C19 en een

doorrijhoogtepoort, de maximale doorrijhoogte op het terrein van het energielaadpunt op

verzorgingsplaats Coosenhoek te beperken naar maximaal 3,3 meter.

 

Het beperken van de maximale doorrijhoogte is noodzakelijk, om schade aan het energielaadpunt te voorkomen en om overlast van groter (vracht)verkeer te reduceren.

 

Conform artikel 12 BABW moet voor de plaatsing van de verkeersborden, opgenomen in de hoofdstukken A tot en met G van bijlage 1 van het RVV 1990, een verkeersbesluit worden genomen.

 

Het verkeersbord C19 (gesloten voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, hoger zijn dan op het bord is aangegeven) is opgenomen in hoofdstuk C van bijlage 1 van het RVV 1990 en daarom verkeersbesluitplichtig, op grond van artikel 15 lid 1 Wegenverkeerswet 1994.

 

Conform artikel 15 lid 2 WVW 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor maatregelen tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer, als deze maatregelen leiden tot een beperking van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken.

 

De door Fastned B.V. te plaatsen doorrijhoogtepoort op het terrein van het energielaadpunt op verzorgingsplaats Coosenhoek, zal tot gevolg hebben dat weggebruikers met een voertuig hoger dan 3,3 meter, geen gebruik meer kunnen maken van het energielaadpunt op de verzorgingsplaats. De maatregel leidt daarmee tot een beperking van het aantal categorieën weggebruikers dat van het weggedeelte gebruik kan maken.

 

Genoemde maatregelen zijn noodzakelijk vanuit het oogpunt van het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid van de op de verzorgingsplaats voor het verkeer aanwezige voorzieningen.

 

Omdat de genoemde hoogtebegrenzing wordt gerealiseerd is het noodzakelijk het daarop toepasselijke verkeersbord te plaatsen.

 

Grondslag

 

Overeenkomstig artikel 2 lid 1 sub a t/m d van de WVW1994 en artikel 21 van het BABW moeten de maatregelen bij het energielaadpunt op verzorgingsplaats Coosenhoek te worden genomen, met als doel:

 

  • het verzekeren van de veiligheid op de weg;

  • het beschermen van weggebruikers en passagiers;

  • het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

  • het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.

 

En overeenkomstig artikel 2 lid 2 sub b van de WVW1994:

  • het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.

 

De belangen van Rijkswaterstaat, te weten het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan, zijn voldoende gewaarborgd.

 

Procedure

 

De voorbereiding van dit besluit, op grond van artikel 15 lid 1 en 2 WVW 1994, heeft conform het gestelde in afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht plaatsgevonden.

 

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 24 aanhef en sub a van het BABW heeft overleg plaatsgevonden me de Politie, Eenheid Rotterdam, waarbij geadviseerd is de voorgestelde maatregelen in te voeren.

 

Gelet op artikel 26 van het BABW en artikel 5 van de Bekendmakingswet, wordt dit besluit gepubliceerd in de Staatscourant.

 

BESLUIT

 

Op grond van vorenstaande overwegingen besluit ik om

 

  • plaatsing van verkeersbord C19 (gesloten voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, hoger zijn dan op het bord is aangegeven) van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en de maximale doorrijhoogte van (het terrein van) het energielaadpunt op verzorgingsplaats Coosenhoek te beperken tot 3,3 meter.

  • de beperking gelijk te stellen aan de looptijd van de huurovereenkomst (het private gebruiksrecht) van het in gebruik gegeven terrein ten behoeve van het energielaadpunt, zijnde tot en met 31 oktober 2028.

 

Een en ander overeenkomstig de bijgevoegde tekeningen:

  • technische tekening hoogtebegrenzer, nummer 405 1:20 ongedateerd;

  • tekening 199. Coosenhoek ,Definitief – Hoogtebegrenzing, Plattegrond - Nieuw-01 nummer 31.199_FP_A1_1-100 d.d. 04/11/2024.

 

ONDERTEKENING

 

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

namens deze,

het hoofd Vergunningverlening Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid,

M. Koubia

MEDEDELINGEN:

Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunt u tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat en gezonden aan Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid, t.a.v. de afdeling Werkenpakket, Postbus 2232, 3500 GE te Utrecht.

 

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

a. naam en adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. vermelding van de datum en het nummer of het kenmerk van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt;

d. een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen.

 

Voorlopige voorziening

Indien een bezwaarschrift is ingediend is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de Voorzieningenrechter van de rechtbank (sector Bestuursrecht) binnen het rechtsgebied waarvan de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft.

Het verzoek dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

a. de naam en het adres van de verzoeker;

b. de dagtekening;

c. vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en datum en nummer of kenmerk van het besluit;

d. de gronden van het verzoek (motivering).

 

Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overlegd. Naar aanleiding van het verzoek kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijld spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven. De griffier van de betrokken rechtbank wijst de verzoeker na de indiening van diens verzoek op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigde griffierecht moet worden voldaan.

Als burger kunt u ook digitaal een verzoek om voorlopige voorziening indienen bij de hiervoor vermelde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de hiervoor vermelde internetsite voor de precieze voorwaarden.

 

Naar boven