Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2025, 22124 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2025, 22124 | ander besluit van algemene strekking |
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en de artikelen 1 en 2 van het Benoemings- en vergoedingenbesluit Adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027;
Besluit:
a. De arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor de voorzitter mevrouw M.J. Karstens-Pieterz, te Arnhem, van de adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023 – 2027 is voor de maanden januari tot en met juni van het jaar 2024 vastgesteld op 0,011.
b. De arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid de heer dr. ir. J.W.G.M. Swinkels, te Boxtel, van de adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023 – 2027 is voor de maanden januari tot en met juni 2024 vastgesteld op 0,011. Voor de maanden juli tot en met december van het jaar 2024 waarin de heer Swinkels werkzaamheden heeft verricht als voorzitter van de adviescommisie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027, is de arbeidsduurfactor vastgesteld op 0,073.
c. De arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid mevrouw L.Y. van Dueren den Hollander, te Tiel, van de adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023 – 2027 is voor het jaar 2024 vastgesteld op 0,002.
d. De arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid mevrouw ir. C.A.M. van Huët-Laan, te Alblasserdam, van de adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023 – 2027 is voor de maanden januari tot en met juni van het jaar 2024 vastgesteld op 0,003. Voor de maanden juli tot en met december van het jaar 2024 is deze arbeidsduurfactor 0,050.
e. De arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid de heer prof.dr. W.K. Korthals Altes, te Amsterdam, van de adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023 – 2027 is voor het jaar 2024 vastgesteld op 0,049.
f. De arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid mevrouw E.G.L.M. Lugtenberg- Oosterhuis, te Olst, van de adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023 – 2027 is voor het jaar 2024 vastgesteld op 0,003.
e. De arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid de heer ir. W. Maijers, te Lith, van de adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023 – 2027 is voor het jaar 2024 vastgesteld op 0,045.
f. De arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid de heer dr. M.A.W. Ruis, te Amersfoort, van de adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023 – 2027 is voor de maanden januari tot en met juni 2024 vastgesteld op 0,008. Voor de maanden juli tot en met december van het jaar 2024 is deze arbeidsduurfactor 0,042.
g. De arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid de heer dr. M.C.Th. Scholten, te Hippolytushoef, van de adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023 – 2027 is voor het jaar 2024 vastgesteld op 0,019.
h. De arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid mevrouw drs. J.J.J.C. Snepvangers, te Dalfsen, van de adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023 – 2027 is voor de maanden januari tot en met juni 2024 vastgesteld op 0,009. Voor de maanden juli tot en met december van het jaar 2024 is deze arbeidsduurfactor 0,021.
i. De arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid de heer ir. F.P.M. Verhoeven, te Utrecht, van de adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023 – 2027 is voor de maanden januari tot en met juni 2024 vastgesteld op 0,008. Voor de maanden juli tot en met december van het jaar 2024 is deze arbeidsduurfactor 0,011.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.
’s-Gravenhage, 9 mei 2025
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, namens deze, M.C. van den Berg directeur-generaal Agro
De adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027 heeft tot taak de Minister te adviseren omtrent de rangschikking van aanvragen voor subsidie die verstrekt worden binnen het kader van gemeenschappelijk landbouwbeleid. De commissie bestaat uit elf leden. Deze elf leden zijn benoemd op 18 september 2023.
De subsidiemodule waarvoor de adviescommissie werkzaamheden heeft verricht, is opgenomen in de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021, Titel 5.6. Samenwerken aan innovatie door operationele groepen in het kader van EIP (hierna: EIP-regeling).
Alle elf commissieleden hebben in de periode januari tot en met december 2024 hun expertise ingezet en werkzaamheden verricht ten behoeve van de rangschikking van aanvragen voor de EIP-regeling. Zij ontvangen hiervoor een vergoeding. De vergoeding is gebaseerd op de arbeidsduurfactor en het maandsalaris dat volgt uit het benoemingen- en vergoedingenbesluit Adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027. Negen van de elf comissieleden hebben voor het einde van het jaar 2024 declaraties ingediend. Van deze leden is de arbeidsduurfactor voor 2024 opgenomen in het besluit houdende vaststelling van een vergoeding voor de voorzitter en leden van de adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023 – 2027, over het jaar 2024.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, namens deze, M.C. van den Berg directeur-generaal Agro
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-22124.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.