Beschikking van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, houdende ontheffing voor ZeelandAir B.V. van het verbod VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte boven water, Inspectie Leefomgeving en Transport

Datum: 9 januari 2025

Nummer: ILT-2025/646

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gelezen het verzoek om ontheffing van 11 november 2024 van ZeelandAir B.V., adres: Veerweg 40a, 4471 NC Wolphaartsdijk; e-mail: info@zeelandair.com;

Overwegende dat:

  • ZeelandAir B.V. vluchten uitvoert als gedeclareerd overeenkomstig ORO.DEC.100 van verordening (EU) nr. 965/2012;

  • ZeelandAir B.V. vluchten uitvoert boven de Westerschelde, Oosterschelde, Voordelta, IJsselmeer, Markermeer, Waddenzee en Noordzee voor het uitvoeren van waarnemings- en onderzoeksvluchten naar zeezoogdieren en zeevogels;

  • paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 de mogelijkheid biedt aan (nationale) bevoegde autoriteiten om toestemming te verlenen lager te vliegen dan de minimum vlieghoogten, zoals die voor VFR- vluchten zijn opgenomen in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012;

  • dat aan de vrijstelling of ontheffing voorschriften kunnen worden verbonden;

  • dat de vrijstelling of ontheffing onder beperkingen kan worden verleend;

  • dat het maatschappelijk belang bij de uit te voeren vluchten zodanig is, dat de mogelijkheid wordt geboden deze uit te voeren onder de voorschriften en beperkingen gerelateerd aan SERA;

Gelet op paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 en artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014;

BESLUIT:

Artikel 1

Deze beschikking is van toepassing op een vliegtuig, vermeld op de eigen verklaring ‘Specialised Operations’ door ZeelandAir B.V. ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport overeenkomstig ORO.DEC.100 van verordening (EU) nr. 965/2012 en waarvan de ontvangst van de verklaring is bevestigd door de Inspectie Leefomgeving en Transport overeenkomstig ARO.GEN.345. Beide documenten zijn gedurende de vlucht aan boord van het vliegtuig.

Artikel 2

Aan de gezagvoerder van het in artikel 1 genoemde vliegtuig wordt van 9 januari 2025 tot en met 8 januari 2026 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012, om VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte boven water, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 26, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van het Besluit luchtverkeer 2014, bedoelde luchtvaartgids met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;

  • b. de minimum toegestane vlieghoogte bedraagt 250 ft AGL, doch ten minste 100 ft boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 600 m van het luchtvaartuig;

  • c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:

    • 1°. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;

    • 2°. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;

  • d. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende de periode dat dit voor het daadwerkelijk uitvoeren van de waarnemings- en onderzoeksvluchten noodzakelijk is;

  • e. vluchtuitvoering vindt plaats overeenkomstig het gestelde in deel SPO van verordening (EU) nr. 965/2012;

  • f. voor en na de vlucht is de opdracht van de opdrachtgever ter inzage aanwezig zodat deze kan worden gecontroleerd door de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart, of de Inspectie Leefomgeving en Transport;

  • g. er worden geen passagiers vervoerd tijdens de vlucht, anders dan benodigd voor het onderzoek naar zeezoogdieren en zeevogels;

  • h. voor de inzittenden zijn voldoende zwemvesten en reddingsmiddelen aanwezig;

  • i. tijdens het uitvoeren van de vlucht is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;

  • j. vóór de aanvang van de vlucht worden ingelicht:

    de meldkamer van de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart, tel. 088- 6623616; e-mail: luchtvaarttoezicht.landelijke-eenheid@politie.nlen Inspectie Leefomgeving en Transport, e-mail: aviation-approvals@ilent.nl; en worden de volgende gegevens verstrekt:

    • 1°. naam gezagvoerder(s), registratie en model/type;

    • 2°. route en periode van de voorgenomen vlucht;

    • 3°. het nummer van deze beschikking;

  • k. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met de Operationele Helpdesk van de Luchtverkeersleiding Nederland, tel. 020-4062201; e- mail: ops_helpdesk@lvnl.nl; aan de voorwaarden door deze gesteld wordt strikt de hand gehouden.

Artikel 3

  • 1. De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en taakspecialist, als bedoeld in deel SPO van verordening (EU) nr. 965/2012, bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.

  • 2. Overtreding van de voorschriften van deze beschikking levert een strafbaar feit op.

  • 3. Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften en beperkingen, genoemd in deze beschikking, kan deze ontheffing worden ingetrokken.

Artikel 4

De aanvrager voert bij de voorbereiding van elk project een veiligheidsanalyse uit. Daarbij wordt in kaart gebracht welke risico’s er zijn als gevolg van het uitvoeren van VFR-vluchten beneden de minimum VFR-vlieghoogte boven water. Vervolgens worden risicobeperkende maatregelen in kaart gebracht en toegepast, zodanig dat de vlucht op een verantwoorde wijze kan worden uitgevoerd.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 9 januari 2025 en vervalt met ingang van 9 januari 2026, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, namens deze, Inspecteur Luchthavens en Luchtruim, Afdeling Vergunningverlening Rail en Luchtvaart.

Bezwaarmogelijkheid

Indien u het niet eens bent met deze beslissing, kunt u hiertegen op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden, schriftelijk bezwaar aantekenen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

Tevens ontvangen wij graag uw telefoonnummer dan wel e-mailadres.

Het bezwaarschrift kunt u richten aan:

Inspectie Leefomgeving en Transport

Afdeling Juridische zaken

Postbus 16191

2500 BD DEN HAAG

U kunt uw bezwaarschrift ook per e-mail verzenden aan: bezwarenilt@ilent.nl.

TOELICHTING

Paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012, geeft de minimum vlieghoogte voor VFR-verkeer. Op basis van paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 en artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 kan ontheffing worden verleend van de voorgeschreven minimum vlieghoogten voor VFR-verkeer.

Door Rijkswaterstaat is aan verschillende onderzoeksbureaus opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de gevolgen van de aanleg van de Tweede Maasvlakte op zeezoogdieren en zeevogels. Om te kunnen beoordelen wat de effecten zijn van de realisatie van de Tweede Maasvlakte op zeezoogdieren en zeevogels dienen er langs de gehele Nederlandse kust waarnemings- en onderzoeksvluchten boven water te worden uitgevoerd. Om een representatief beeld te krijgen dienen er gedurende het jaar verschillende waarnemings- en onderzoeksvluchten te worden uitgevoerd. Omdat er gedurende het gehele jaar vluchten worden uitgevoerd, waarbij de uiteindelijke opdracht tot het uitvoeren van de vlucht relatief kort voor aanvang van de vlucht wordt verstrekt, is de Inspectie van mening dat het gerechtvaardigd is om een ontheffing voor een jaar af te geven.

Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften of beperkingen kan deze ontheffing worden ingetrokken.

Naar boven