Landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbanken: kanton, handel en voorzieningenrechter

CONSIDERANS

Voor u ligt het Landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbanken: kanton, handel en voorzieningenrechter.

Dit procesreglement is een samenvoeging van het Landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbank handel/voorzieningenrechter en het Landelijk procesreglement verzoekschriften rechtbanken, kanton. Deze samenvoeging is een initiatief van de redactieraden van beide voornoemde procesreglementen. Met dit procesreglement worden de bepalingen op het punt van de verzoekschriftprocedure bij de rechtbanken in kantonzaken, handelszaken en zaken bij de voorzieningenrechter zo veel mogelijk geharmoniseerd.

Het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton (LOVCK) heeft dit reglement op 23 september 2024 goedgekeurd. De gerechtsvergaderingen van alle rechtbanken hebben dit reglement vervolgens vastgesteld.

Het procesreglement bestaat uit vijf hoofdstukken.

Hoofdstuk 1 bevat regels met betrekking tot de verzoekschriftprocedure in het algemeen. Hoofdstuk 2 bevat bijzondere regels voor verzoeken op grond van verdragen en verordeningen aan de kantonrechter, de rechtbank (team handel) en de voorzieningenrechter (team handel).

Hoofdstuk 3 bevat bijzondere regels voor verzoekschriftprocedures bij de kantonrechter.

Hoofdstuk 4 bevat bijzondere regels voor de verzoekschriftprocedures bij de rechtbank (team handel) en bij de voorzieningenrechter (team handel).

Hoofdstuk 5 bevat slotbepalingen.

In de tweede versie is een aantal bepalingen verduidelijkt. Ook is een bepaling toegevoegd over de omvang van processtukken.

De gepubliceerde versie in de Staatscourant bevat geen hyperlinks en bijlagen. Op http://www.rechtspraak.nl/Procedures/Landelijke-regelingen/Pages/default.aspx onder het kopje Civiel recht wordt de versie gepubliceerd met de meest recente hyperlinks en bijlagen.

Tweede versie, 1 juli 2025

1 ALGEMEEN DEEL

1.1 Algemene bepalingen

1.1.1 Toepasselijkheid reglement

Dit reglement bevat regels voor alle verzoekschriften in kantonzaken, handelszaken en zaken bij de voorzieningenrechter.

Dit reglement geldt niet voor:

  • verzoekschriftprocedures inzake curatele (artikel 1:378 e.v. Burgerlijk Wetboek (BW)), onderbewindstelling ingeval van afwezigheid (artikel 1:409 e.v. BW), onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen (artikel 1:431 e.v. BW) en mentorschap ten behoeve van meerderjarigen (artikel 1:450 e.v. BW), ook wel gezamenlijk te noemen: CBM-zaken, die worden behandeld door de kantonrechter. Hiervoor geldt een afzonderlijk procesreglement, te weten het Landelijk procesreglement voor verzoekschriften bij de rechtbanken, kanton, inzake curatele, bewind en mentorschap;

  • verzoekschriftprocedures inzake faillissement, surseance van betaling en schuldsaneringsregeling die worden behandeld bij de rechtbank en de rechter-commissaris. Hiervoor geldt een afzonderlijk procesreglement, te weten het Landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken;

  • verzoeken in de zin van de tweede afdeling van titel 4 van de Faillissementswet waarop de regels betreffende het aanbieden en de homologatie van een onderhands akkoord van toepassing zijn. Hiervoor geldt een afzonderlijk procesreglement, te weten het Landelijk procesreglement WHOA zaken rechtbanken.

  • Deze procesreglementen zijn te vinden op de pagina ‘Procesreglementen’ op www.rechtspraak.nl {hyperlink procesreglementen}.

1.1.2 Begripsbepalingen

In dit reglement worden de begrippen uit de wet gebruikt.

Ter verduidelijking hiervan of in aanvulling hierop is de betekenis van onderstaande begrippen in dit reglement (in alfabetische volgorde) de volgende:

a. Aansluitpunt Rechtspraak Digitale Toegankelijkheid:

de aansluiting bestemd voor digitaal verkeer tussen systemen van advocaten of gemachtigden en de rechtbank;

b. belanghebbende:

degene tegen wie een verzoek is gericht of wiens rechten en verplichtingen rechtstreeks bij een verzoek zijn betrokken of die anderszins als belanghebbende moet worden aangemerkt;

c. bericht:

een schriftelijke mededeling, niet zijnde een processtuk, van of aan de rechtbank en een of meer partijen over de procesvoering in een zaak;

d. digitaal dossier:

de door partijen en de rechtbank in het digitale systeem voor gegevensverwerking van de rechtbank in een zaak ingediende, geplaatste en verzonden berichten en processtukken;

e. griffie:

administratie van de rechtbank;

f. indienen:

het aanleveren van processtukken en berichten;

g. partij:

de verzoeker, de verweerder en/of de belanghebbende die stukken mag indienen;

h. processtuk:

ieder stuk van een partij waarin het standpunt van die partij naar voren wordt gebracht (inclusief de bijbehorende producties (bewijsstukken) ter onderbouwing daarvan);

i. rechter:

de handelsrechter, de voorzieningenrechter (in handelszaken) en de kantonrechter;

j Veilig Mailen:

de voorziening van de Rechtspraak voor het verzenden en ontvangen van beveiligde e-mail naar en door de rechtbank {hyperlink naar uitleg en regels Veilig Mailen}. Het systeem dat de rechtspraak hiervoor gebruikt heet Zivver;

k. verweerder:

belanghebbende tegen wie een verzoek is gericht en die tegen dit verzoek verweer voert;

l. verzoeker:

de partij die een verzoek indient;

m. webportaal ‘Mijn Rechtspraak’:

de beveiligde digitale omgeving waarin partijen of advocaten en andere gemachtigden toegang hebben tot het digitaal dossier;

n. werkdagen:

maandag tot en met vrijdag, met uitzondering van de dagen als bedoeld in artikel 3 van de Algemene Termijnenwet.

1.1.3 Openingstijden griffie

De griffie is op werkdagen telefonisch bereikbaar van 8.30 tot 17.00 uur, tenzij het bestuur van de desbetreffende rechtbank in het bestuursreglement anders heeft bepaald. Klik hier voor een overzicht van de telefoonnummers.

1.1.4 Mogelijkheid van digitaal procederen – toepasselijke regels

Digitaal procederen bij de rechtbank is alleen mogelijk in de gevallen genoemd in Bijlage II {hyperlink Bijlage II}.

Digitaal procederen vindt plaats door in te loggen ofwel via het Aansluitpunt Rechtspraak – Digitale Toegankelijkheid (artikel 1.1.2 aanhef en onder a) ofwel via het webportaal ‘Mijn Rechtspraak’ (artikel 1.1.2 aanhef en onder m).

Voor digitaal procederen geldt, naast wat hierover in dit procesreglement is opgenomen, ook wat is bepaald in het Besluit elektronisch procederen {hyperlink Besluit elektronisch procederen} en in het Reglement inzake de toegang tot en het gebruik van Systeem DT rechtspraak (hierna: Reglement DT) {hyperlink Reglement DT}. Als een partij wordt bijgestaan door een (advocaat)gemachtigde dan heeft de (advocaat)gemachtigde toegang tot het digitaal dossier en de partij niet.

1.1.5 Gevolgen van digitaal procederen

De partij die digitaal procedeert, ontvangt de processtukken en berichten digitaal en gaat ermee akkoord dat zij geen papieren afdrukken of kopieën van processtukken of berichten ontvangt, behalve van de grosse (zie artikel 1.7.5).

1.1.6 Wissel van digitaal naar niet-digitaal procederen en omgekeerd

Een partij die vrijwillig digitaal procedeert en voortaan niet meer digitaal wil procederen, of omgekeerd, verzoekt dit de rechter bij bericht.

Een wissel wordt in een procedure in beginsel maar één keer toegelaten. De wissel wordt aan alle partijen bevestigd. De wissel is effectief vanaf de datum die in de bevestiging van de rechter wordt genoemd.

Een partij die wisselt naar digitaal procederen, krijgt digitaal toegang tot eerder gewisselde processtukken en berichten die in het digitaal dossier zijn opgeslagen.

1.1.7 Toegang tot het webportaal ‘Mijn rechtspraak’ bij digitaal procederen

Een partij heeft toegang tot het webportaal ‘Mijn Rechtspraak’ als zij beschikt over een inlogmiddel. Dit inlogmiddel staat vermeld in het Reglement DT {hyperlink Reglement DT}.

Een partij heeft in het webportaal ‘Mijn Rechtspraak’ alleen toegang tot het digitaal dossier in de aanhangige zaken waarin zij zelf partij is. Een partij die niet-digitaal procedeert, terwijl de andere partij digitaal procedeert, kan de rechter verzoeken haar mee te delen op welke wijze zij inzage kan krijgen in het digitaal dossier.

1.1.8 Uitsluiting van digitaal procederen

De rechter kan een partij of de (advocaat)gemachtigde van die partij tijdelijk of blijvend uitsluiten van het gebruik van het digitale systeem, als diegene aantoonbaar een gevaar vormt voor de integriteit van het digitale systeem of als diegene het digitale systeem verstoort. De uitsluiting wordt medegedeeld bij bericht en heeft alleen betrekking op de procedure waarin de rechter deze beslissing heeft genomen.

Na de uitsluiting van het gebruik van het digitale systeem, wordt de procedure voortgezet volgens de regels die gelden voor niet-digitaal procederen.

1.1.9 Kennisgeving aan partijen bij digitaal procederen

Als de rechter een processtuk, een proces-verbaal, een uitspraak of een bericht in het digitale systeem heeft geplaatst, ontvangt iedere partij die digitaal procedeert en daarbij een e-mailadres heeft opgegeven, daarvan een kennisgeving (notificatie). Het tijdstip waarop deze kennisgeving wordt verstuurd, geldt als het tijdstip waarop het desbetreffende processtuk of bericht aan die partij bekend is gemaakt. Voor dit doel wordt bij de eerste keer dat een partij in een zaak inlogt in het webportaal ‘Mijn Rechtspraak’ een e-mailadres gevraagd. Deze partij is op elk moment verantwoordelijk voor de werking, de toegankelijkheid, de beschikbaarheid en de raadpleging van dit adres. Als die partij geen e-mailadres opgeeft, geldt dit als een mededeling dat zij geen kennisgevingen wenst te ontvangen. Dit is voor rekening en risico van die partij.

Als gebruik wordt gemaakt van het Aansluitpunt Rechtspraak – Digitale Toegankelijkheid gelden andere regels voor de kennisgeving dan in dit reglement omschreven. Deze regels zijn te vinden in het Reglement DT {hyperlink Reglement DT}.

1.1.10 Berichten van de rechter aan partijen

De rechter bericht de ((advocaat)gemachtigde van een) partij die niet-digitaal procedeert per brief, per telefoon of via Veilig Mailen.

De rechter communiceert met de ((advocaat)gemachtigde van een) partij die digitaal procedeert door plaatsing van een bericht in het door partijen te raadplegen digitaal dossier in hun zaak.

1.1.11 Gevolgen niet-naleving reglement

Partijen zijn gebonden aan de wijze en termijnen van procesvoering als in dit reglement voorzien. Bij niet naleving van een in dit reglement gegeven voorschrift verbindt de rechter daaraan het gevolg dat hem met het oog op de aard van het voorschrift en de ernst van het verzuim passend voorkomt.

1.1.12 Gevallen waarin dit reglement niet voorziet

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de rechter. Bij de beslissing worden zoveel mogelijk de bepalingen van dit reglement in acht genomen.

1.1.13 Afwijken reglement

De rechter kan, als de omstandigheden daartoe aanleiding geven, afwijken van dit reglement.

1.2 Indiening processtukken en berichten

1.2.1 Onderscheid niet-digitaal en digitaal procederen

Voor niet-digitaal procederen gelden de artikelen 1.2.2 t/m 1.2.5 van dit hoofdstuk. Voor digitaal procederen gelden de artikelen 1.2.6 t/m 1.2.8 van dit hoofdstuk. Voor beide vormen van procederen gelden daarnaast de artikelen 1.2.9 t/m 1.2.19 van dit hoofdstuk.

Niet-digitaal procederen

1.2.2 Indiening van processtukken en berichten

Een partij dient processtukken en berichten als volgt in:

  • door toezending per post aan de griffie van team handel of team kanton van de rechtbank, onder vermelding van de desbetreffende locatie (klik hier voor een overzicht van de postadressen);

  • door afgifte aan de Centrale Balie van het vestigingsadres van de desbetreffende locatie of door deponeren in de brievenbus, voor zover aanwezig (klik hier voor een overzicht van de vestigingsadressen) of

  • door toezending via Veilig Mailen (klik hier voor een overzicht van de e-mailadressen), waarvoor de in Bijlage III {hyperlink Bijlage III} vermelde regels gelden.

Indiening van processtukken en berichten op een andere wijze dan in dit artikel beschreven, is niet toegestaan.

1.2.3 Direct nazenden of afgeven processtukken in geval van Veilig Mailen

Bij toezending via Veilig Mailen moeten de processtukken waarop partijen zich beroepen direct worden nagezonden per post of afgegeven aan de Centrale Balie, onder de uitdrukkelijke vermelding dat het al eerder via Veilig Mailen ingediende processtukken betreft.

1.2.4 Aantal in te dienen exemplaren

Processtukken en berichten worden in meervoud ingediend: twee exemplaren voor de rechtbank en één exemplaar voor iedere andere partij dan de indiener zelf.

Als de mondelinge behandeling meervoudig wordt gehouden, worden twee extra exemplaren voor de rechtbank ingediend, tenzij de griffier anders bepaalt.

1.2.5 Ontvangstbevestiging

De rechter bevestigt, als de indiener hierom vraagt, de ontvangst van het verzoekschrift dat per post is ingediend met vermelding van het zaak- en rekestnummer, tenzij de rechter zich aanstonds onbevoegd verklaart of het verzoek toewijst.

Van de verzending van een processtuk of bericht via Veilig Mailen is een ontvangstbevestiging beschikbaar. De verzender kan deze bevestiging van ontvangst zelf inzien of ophalen bij de dienst Veilig Mailen die de verzender gebruikt.

Als tijdstip waarop de rechter een processtuk of een bericht via Veilig Mailen heeft ontvangen, geldt het tijdstip waarop het processtuk of het bericht de voorziening die door de rechtbank wordt gebruikt voor Veilig Mailen heeft bereikt. Dat tijdstip staat vermeld in de ontvangstbevestiging.

Digitaal procederen

1.2.6 Indiening van processtukken en berichten

Indiening van het verzoekschrift, het verweerschrift en overige processtukken en berichten geschiedt alleen door toezending aan de griffie van de rechtbank via het Aansluitpunt Rechtspraak – Digitale Toegankelijkheid of via het webportaal ‘Mijn Rechtspraak’. Een partij die digitaal procedeert mag geen stukken en berichten indienen door toezending via Veilig Mailen, tenzij sprake is van een bijzonder spoedeisend geval (zie ook artikel 1.2.19). Audio- en videobestanden worden wel verstuurd via Veilig Mailen. In ‘Mijn Rechtspraak’ moet dan een bericht worden geüpload waarmee de rechtbank hierover wordt geïnformeerd.

De bestandsnaam van de processtukken is in overeenstemming met het soort stuk, bijvoorbeeld verzoekschrift of verweerschrift. Voor producties (bewijsstukken) geldt daarnaast wat in artikel 1.2.16 is vermeld.

1.2.7 Aantal in te dienen exemplaren

Processtukken en berichten worden in enkelvoud ingediend.

1.2.8 Ontvangstbevestiging digitaal

De ontvangst van processtukken en berichten wordt automatisch bevestigd.

Niet-digitaal en digitaal procederen

1.2.9 Vermelding zaak- en rekestnummer

Op alle correspondentie aan en van de rechter wordt het zaak- en rekestnummer vermeld zodra dit bekend is.

1.2.10 Advocaat nodig voor het indienen van processtukken en berichten?

In kantonzaken:

Een processtuk of bericht wordt ingediend door de verzoeker, de verweerder, de belanghebbende of de (advocaat)gemachtigde.

In handelszaken:

Een processtuk of een bericht van een partij wordt ingediend door een advocaat, tenzij de wet een andere mogelijkheid biedt.

1.2.11 Ondertekening processtukken

In kantonzaken:

Processtukken worden ondertekend door de verzoeker, de verweerder of de belanghebbende. Als een processtuk wordt ingediend door een (advocaat)gemachtigde, kan deze in plaats van de verzoeker, de verweerder of de belanghebbende het processtuk ondertekenen en geldt het bepaalde in artikel 1.2.12.

Als een processtuk wordt ingediend door een rechtspersoon, wordt het processtuk namens de rechtspersoon ondertekend door de bestuurder(s) of door een andere daartoe in de statuten of bij een daartoe strekkende volmacht aangewezen persoon en geldt het bepaalde in artikel 1.2.13.

In handelszaken:

Een processtuk wordt ondertekend door een advocaat, tenzij de wet een andere mogelijkheid biedt.

1.2.12 Volmacht in kantonzaken

Als het verzoekschrift of het verweerschrift door een gemachtigde wordt ingediend, wordt daarbij een door de verzoeker of de verweerder ondertekende volmacht overgelegd. Een volmacht is niet nodig als de gemachtigde deurwaarder of juridisch medewerker van een vakbond of van een rechtsbijstandsverzekeraar is of als het processtuk wordt ingediend door een advocaat.

1.2.13 Vertegenwoordiging rechtspersoon in kantonzaken

Als het verzoekschrift of het verweerschrift door een rechtspersoon wordt ingediend, wordt daarbij een uittreksel uit het handelsregister overgelegd, dat niet ouder is dan een maand. Als de ondertekening geschiedt door een andere daartoe in de statuten of bij daartoe strekkende volmacht aangewezen persoon dan de bestuurder(s), wordt bij het verzoekschrift of het verweerschrift tevens een kopie van de statuten of de volmacht overgelegd.

1.2.14 Omvang processtukken exclusief producties (bewijsstukken)

De omvang van een processtuk exclusief producties (bewijsstukken) is in overeenstemming met de aard, de complexiteit en het belang van de zaak. Als een processtuk onnodig lang is, kan de rechter bevelen om het processtuk te vervangen. De rechter bepaalt dan de maximum omvang en stelt daarvoor een termijn.

Processtukken zijn op A-4 formaat, marges rondom 2,5 cm en in 11 punts courant lettertype met regelafstand van minimaal 1. Een processtuk van meer dan 10 pagina’s begint met een samenvatting en bevat tussenkopjes. Bij een processtuk van meer dan 25 pagina’s wordt kort toegelicht waarom die omvang noodzakelijk is.

Een vervangend processtuk bevat de vermelding ‘VERVANGEND PROCESSTUK’, de datum van indiening en de datum van het oorspronkelijke processtuk. Als datum van indiening blijft gelden de datum waarop het oorspronkelijke processtuk is ingediend.

Een partij die een vervangend processtuk indient, stuurt dit ook aan de overige partijen.

1.2.15 Verkorte partijnaam in processtukken

Een partij duidt zichzelf in zijn processtukken aan met een verkorte partijnaam, die zij in het vervolg van de procedure consequent hanteert. Deze verkorte partijnaam wordt ook door alle overige partijen consequent gehanteerd.

1.2.16 Ordening producties (bewijsstukken)

Producties (bewijsstukken) worden voorzien van de verkorte partijnaam, gevolgd door een volgnummer. Iedere partij hanteert een eigen doorlopende nummering.

In het processtuk waarbij de producties (bewijsstukken) worden ingediend, wordt het nummer en de relevantie van het bewijsstuk voor de procedure genoemd en worden de relevante passages van het bewijsstuk aangeduid. Ook wordt een overzicht verstrekt van de bijgevoegde producties met een korte aanduiding van de inhoud daarvan.

Een partij die niet-digitaal procedeert dient producties (bewijsstukken) in, gescheiden door uitstekende tabbladen van papier of karton en voorzien van een volgnummer.

Een partij die digitaal procedeert levert de producties (bewijsstukken) als afzonderlijke digitale bestanden aan. De bestandsnaam bestaat uit de verkorte partijnaam, productie en het nummer van de productie, bijvoorbeeld pietersenproductie1.

Foto’s worden in kleur aangeleverd, tenzij het origineel niet in kleur is.

1.2.17 Algemeen toegankelijke stukken

Als een partij zich beroept op een algemeen toegankelijk stuk en de vindplaats daarvan vermeldt zonder dit stuk bij te voegen, moet dit stuk tijdens de hele procedure ongewijzigd toegankelijk blijven. Als het stuk niet meer ongewijzigd toegankelijk is, moet de partij het stuk alsnog indienen als zij zich op dat stuk wil blijven beroepen.

1.2.18 Producties (bewijsstukken) in een vreemde taal – vertaling vereist?

Het overleggen van een vertaling van een productie (bewijsstuk) is in beginsel niet noodzakelijk als het bewijsstuk is gesteld in de Engelse, Duitse of Franse taal. De rechter kan een vertaling verlangen, als hij dat nodig of wenselijk acht voor de behandeling van de zaak, mede gelet op de belangen van partijen.

Een vertaling is in beginsel noodzakelijk als een productie (bewijsstuk) is geschreven in een andere vreemde taal dan in de Engelse, Duitse of Franse taal.

De rechter kan bepalen dat een vertaling wordt overgelegd die is opgemaakt en ondertekend door een beëdigd vertaler. Als een productie (bewijsstuk) in een vreemde taal is overgelegd, wordt in het overzicht van de producties (bewijsstukken) duidelijk vermeld in welke taal de productie (bewijsstuk) is geschreven en of een vertaling is bijgevoegd.

1.2.19 Termijn indiening processtukken

Voor het indienen van een verweerschrift (zonder producties (bewijsstukken)) geldt de termijn genoemd in artikel 1.5.5. Voor het indienen van producties (bewijsstukken) geldt de termijn genoemd in artikel 1.6.4.

Processtukken en berichten die via Veilig Mailen zijn verzonden en die vóór 24.00 uur van de laatste dag van een lopende termijn zijn ontvangen, gelden als binnen de termijn ingediend, tenzij een termijn op een ander tijdstip op die dag eindigt.

In bijzonder spoedeisende gevallen kunnen processtukken en berichten buiten de openingstijden van de griffie bij de (behandelend) rechter worden ingediend op een door de rechter te bepalen wijze. Een aantal rechtbanken heeft daarvoor een piketregeling, zie Bijlage I {hyperlink Bijlage I}.

1.3 Griffierecht en toevoeging of inkomensverklaring

1.3.1 Griffierecht verzoeker

De verzoeker is bij indiening van een verzoekschrift griffierecht verschuldigd, tenzij anders is bepaald in de Wet griffierechten in burgerlijke zaken. Het griffierecht moet door de verzoeker binnen vier weken na de indiening van het verzoekschrift op de rekening van de rechtbank zijn bijgeschreven of ter griffie zijn gestort.

Als het verzoekschrift na indiening wordt ingetrokken of de rechter toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 282a lid 2 Rv, blijft de verzoeker griffierecht verschuldigd.

1.3.2 Griffierecht belanghebbende die een verweerschrift indient

In kantonzaken:

Een belanghebbende is voor indiening van een verweerschrift (vóór of op de zitting) geen griffierecht verschuldigd.

In handelszaken:

De belanghebbende is voor indiening van een verweerschrift (vóór of op de zitting) griffierecht verschuldigd, tenzij anders is bepaald in de Wet griffierechten in burgerlijke zaken. Het griffierecht moet door belanghebbende binnen vier weken na de indiening van het verweerschrift op de rekening van de rechtbank zijn bijgeschreven of ter griffie zijn gestort. Als het verweerschrift na indiening wordt ingetrokken of de rechter toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 282a lid 3 Rv, blijft de belanghebbende het griffierecht verschuldigd.

1.3.3 Indiening (aanvraag) toevoeging of inkomensverklaring

Als voor de zaak een toevoeging of inkomensverklaring is verleend, wordt een afschrift daarvan bij het verzoek- of verweerschrift gevoegd. In de kop van het verzoek- of verweerschrift wordt het nummer van de toevoeging of de inkomensverklaring vermeld.

Als een toevoeging is aangevraagd maar nog niet, of nog niet, definitief is verleend, wordt een afschrift van de aanvraag bij het verzoek- of verweerschrift gevoegd en wordt in de kop daarvan vermeld dat een toevoeging is aangevraagd.

1.3.4 Griffierecht voor onvermogenden

Als de toevoeging, inkomensverklaring of toevoegingsaanvraag is ingediend overeenkomstig het bepaalde in artikel 1.3.3 heft de griffier het griffierecht voor onvermogenden.

Als de toevoeging, inkomensverklaring of toevoegingsaanvraag niet is ingediend overeenkomstig het bepaalde in artikel 1.3.3 wordt het volledige griffierecht in rekening gebracht.

1.3.5 Overlegging definitieve toevoeging en uitstel

Als bij het bepalen van het griffierecht rekening is gehouden met een toevoegingsaanvraag, wordt de definitieve toevoeging zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval voordat de einduitspraak wordt gedaan ingediend, tenzij uitstel is verkregen voor het indienen van de toevoeging.

1.3.6 Verhoging griffierecht bij toevoeging

Als bij het bepalen van het griffierecht rekening is gehouden met een toevoegingsaanvraag maar de definitieve toevoeging niet tijdig is ingediend, wordt het griffierecht verhoogd tot het bedrag van het volledige griffierecht. De betreffende partij (in kantonzaken: de verzoeker) moet het verhoogde griffierecht binnen vier weken na de datum van de einduitspraak op de rekening van de rechtbank bijschrijven of ter griffie storten.

Als bij het bepalen van het griffierecht rekening is gehouden met een toevoeging, maar de toevoeging wordt ingetrokken of geweigerd, wordt het griffierecht eveneens verhoogd tot het bedrag van het volledige griffierecht. De betreffende partij (in kantonzaken: de verzoeker) moet het verhoogde griffierecht binnen vier weken na de intrekking of de weigering van de toevoeging op de rekening van de rechtbank doen bijschrijven of ter griffie storten.

1.3.7 Verlaging griffierecht bij toevoeging of inkomensverklaring

Als bij het bepalen van het griffierecht geen rekening is gehouden met een toevoeging, inkomensverklaring of toevoegingsaanvraag maar de definitieve toevoeging of inkomensverklaring alsnog voordat de einduitspraak is gedaan wordt ingediend, wordt het griffierecht verlaagd tot het bedrag voor onvermogenden als op het tijdstip van het heffen van het griffierecht verschoonbaar geen toevoegingsaanvraag is ingediend.

1.3.8 Verhoging griffierecht bij vermeerdering van het verzoek

Als de verzoeker zijn verzoek op zodanige wijze vermeerdert dat een hoger griffierechttarief van toepassing is, wordt het griffierecht verhoogd. Het griffierecht wordt niet verhoogd als op het tijdstip waarop het verzoek wordt vermeerderd een toevoeging, inkomensverklaring of toevoegingsaanvraag is overgelegd.

De verzoeker moet het verhoogde griffierecht binnen vier weken na het doen van de betreffende vermeerdering van het verzoek op de rekening van de rechtbank bijschrijven of ter griffie storten. Bij niet tijdige betaling van de verhoging van het griffierecht wordt geen toepassing gegeven aan het bepaalde in de leden 1 en 2 van artikel 282a Rv.

1.4 Verzoekschrift

1.4.1 Vorm verzoekschrift

Een verzoek wordt schriftelijk gedaan, tenzij de wet anders bepaalt.

1.4.2 Inhoud verzoekschrift

Het verzoekschrift vermeldt (artikel 278 Rv):

  • de voornamen, de naam en de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats in

  • Nederland, het werkelijk verblijf van de verzoeker, en

  • de naam, het adres, het e-mailadres en de woonplaats of, bij gebreke van een

  • woonplaats in Nederland, het werkelijk verblijf van iedere belanghebbende, voor

  • zover bij de verzoeker bekend, en

  • een duidelijke omschrijving van het verzoek en de gronden waarop het berust,

  • waaronder de gronden voor de relatieve bevoegdheid van de rechter, en

  • de naam, het adres, het e-mailadres en het telefoonnummer van de behandelend

  • advocaat en in kantonzaken van de eventuele gemachtigde.

In de kop van het verzoekschrift wordt de aard van het verzoek vermeld en de wetsbepaling waarop het berust.

Bij verzoekschriften aan de voorzieningenrechter waarop deze in het algemeen zonder mondelinge behandeling beslist en waarbij de beschikking op het verzoekschrift zelf wordt aangetekend, wordt tevens, na de handtekening van de advocaat, de inhoud van de gevraagde beschikking vermeld, gevolgd door de datering, onder openlating van de dag en een ruimte voor de handtekening van de voorzieningenrechter en de griffier.

De toelichting op het verzoek wordt in het verzoekschrift zelf vermeld.

Als de verzoeker meent dat het verzoek een zodanig spoedeisend karakter heeft, dat een afwijking van de in dit reglement opgenomen procesregels gerechtvaardigd is, wordt dit gemotiveerd in het verzoekschrift vermeld.

1.4.3 Bijvoeging stukken

Bij het verzoekschrift worden de stukken gevoegd waarop de verzoeker zich beroept. Dit zijn in ieder geval de stukken die zijn genoemd in het algemene deel en het van toepassing zijnde bijzondere deel van dit reglement. De rechter kan om toezending van aanvullende stukken verzoeken.

1.4.4 Vertaling stukken voor anderstalige belanghebbende in het buitenland

Bij het verzoekschrift dat zich richt tot een buiten Nederland gevestigde of woonachtige belanghebbende waarvan aannemelijk is dat die de Nederlandse taal niet machtig is, wordt, ten behoeve van de oproeping van die belanghebbende, tevens een exemplaar van het verzoekschrift en de bijgevoegde stukken ingediend in een taal die volgt uit de toepasselijke internationale regelingen, zoals artikel 5 van het Haags betekeningsverdrag en artikel 9 van de Betekeningsverordening (Verordening (EU) 2020/1784).

1.4.5 Meerdere verzoeken

Als de verzoeker meerdere verzoeken wil doen die onvoldoende met elkaar samenhangen, dient hij per verzoek een apart verzoekschrift in.

1.4.6 Zaak- en rekestnummer

Het verzoekschrift wordt door de griffie ingeschreven. Hieraan worden een zaak- en rekestnummer toegekend.

1.4.7 Verbetering of aanvulling verzoekschrift

Een partij die haar verzoek of de gronden daarvan verbetert of aanvult, dient een herziene versie van het verzoekschrift in, onder vermelding van het oorspronkelijke zaak- en rekestnummer en de datum van ontvangst op de griffie van het oorspronkelijke verzoekschrift, voor zover bekend. In de kop van het verzoekschrift wordt vermeld dat het een herziene versie betreft. Als datum van indiening geldt de datum waarop het oorspronkelijke verzoekschrift is ingediend.

Een wederpartij die bezwaar wenst te maken tegen een vermeerdering of verandering van het verzoek of van de grondslag daarvan en op dit bezwaar een beslissing wil verkrijgen voordat verder wordt geprocedeerd, maakt dit bezwaar zo spoedig mogelijk kenbaar.

1.4.8 Intrekking verzoekschrift

Zolang nog niet op het verzoekschrift is beslist, kan het verzoek worden ingetrokken. Als bij het verweer om een kostenveroordeling is gevraagd en dat verzoek na de intrekking wordt gehandhaafd, beslist de rechter op dat verzoek. De intrekking heeft geen invloed op het al geheven griffierecht (zie artikel 1.3.1).

1.5 Verweer

1.5.1 Vorm verweer

Verweer wordt schriftelijk of mondeling gevoerd.

1.5.2 Verweerschrift

Een verweerschrift is een schriftelijk stuk dat een verweer bevat.

1.5.3 Verweerschrift met tegenverzoek

Het verweerschrift kan een tegenverzoek (reconventie) bevatten, mits dit betrekking heeft op het onderwerp van het verzoek.

1.5.4 Bijvoeging stukken verweerschrift

Bij het verweerschrift worden de stukken gevoegd waarop de verweerder zich beroept. De rechter kan om toezending van aanvullende stukken verzoeken.

1.5.5 Termijn voor indiening verweerschrift

In het belang van een goede voorbereiding van de zaak wordt een verweerschrift (zonder producties (bewijsstukken)) bij voorkeur uiterlijk vijf werkdagen vóór de mondelinge behandeling ingediend. Voor het indienen van producties (bewijsstukken) geldt de termijn genoemd in artikel 1.6.4.

1.5.6 Verbetering of aanvulling verweerschrift

Een partij die haar verweerschrift verbetert of aanvult, dient een herziene versie van het verweerschrift in, onder vermelding van het zaak- en rekestnummer en de datum van ontvangst ter griffie van het oorspronkelijke verweerschrift, voor zover bekend. In de kop van het verweerschrift wordt vermeld dat het een herziene versie betreft. Als datum van indiening geldt de datum waarop het oorspronkelijke verweerschrift is ingediend.

1.5.7 Mondeling verweer

Als mondeling verweer wordt gevoerd, worden de stukken waarop de verweerder zich daarbij beroept, overgelegd op de wijze zoals vermeld in artikel 1.6.4 en met inachtneming van artikel 1.2.10.

In handelszaken hoeft een belanghebbende die uitsluitend mondeling verweer voert en geen stukken wenst in te dienen, geen advocaat te stellen (zie ook artikel 1.6.6)

1.6 Mondelinge behandeling

1.6.1 Datumbepaling mondelinge behandeling

De rechter bepaalt dag en tijdstip van de mondelinge behandeling, tenzij hij zich aanstonds onbevoegd verklaart of het verzoek toewijst. De artikelen 87 tot en met 90 Rv zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard van de zaak of de procedure zich hiertegen verzet.

1.6.2 Afdoening zonder mondelinge behandeling

Een verzoek kan zonder mondelinge behandeling door de rechter worden afgedaan:

  • als dit uit de wet voortvloeit;

  • in procedures zonder belanghebbende;

  • als alle partijen de rechter schriftelijk hebben verzocht om zonder mondelinge behandeling te beslissen;

  • als aan de belanghebbende(n) de mogelijkheid is geboden mee te delen of hij/zij gehoord wenst/wensen te worden en hij/zij daarvan geen gebruik heeft/hebben gemaakt.

1.6.3 Agenda voor de mondelinge behandeling

De rechter kan voorafgaand aan de mondelinge behandeling partijen nadere aanwijzingen of bevelen geven over onder meer:

  • de vraagpunten of onderwerpen die de rechter tijdens de mondelinge behandeling wil bespreken;

  • door partijen nader in te dienen stukken, waaronder eventuele vertalingen van bewijsstukken als bedoeld in artikel 1.2.18;

  • door partijen mee te brengen getuigen of partijdeskundigen.

1.6.4 Termijn voor proceshandelingen en stukken voor de mondelinge behandeling

Een partij die tijdens de mondelinge behandeling nog een proceshandeling wenst te verrichten of stukken, anders dan het verweerschrift, in het geding wenst te brengen, zorgt ervoor dat iedere andere partij en de rechter zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 10 kalenderdagen voor de mondelinge behandeling (artikel 279 lid 6 en 87 lid 6 Rv) een afschrift van het in te dienen stuk hebben ontvangen.

Op stukken die nadien worden overgelegd en op stukken waarvan tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat zij niet door alle partijen zijn ontvangen wordt geen acht geslagen, tenzij de rechter op de mondelinge behandeling of daarna, na toepassing van hoor en wederhoor, anders beslist.

Omvangrijke stukken die zonder noodzaak op of vlak voor de in artikel 87 lid 6 Rv genoemde termijn (10 kalenderdagen voor de mondelinge behandeling) worden overgelegd, kunnen als in strijd met de goede procesorde buiten beschouwing worden gelaten.

1.6.5 Duur mondelinge behandeling

In de oproepbrief staat vermeld hoeveel tijd voor de mondelinge behandeling is gereserveerd.

Als een partij voorziet dat deze tijd onvoldoende is, kan zij de rechter schriftelijk en gemotiveerd om een langere behandeltijd verzoeken.

1.6.6 Verschijning partijen

In kantonzaken:

Een partij kan in persoon, bij gevolmachtigde of bij (advocaat)gemachtigde op de mondelinge behandeling verschijnen. De namens een partij aanwezige gevolmachtigde is zoveel mogelijk iemand die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is een regeling te treffen. Deze bevoegdheid moet blijken uit een op de mondelinge behandeling over te leggen volmacht. Als namens een partij een gemachtigde verschijnt die geen deurwaarder of juridisch medewerker van een vakbond of van een rechtsbijstandsverzekeraar is of advocaat is, wordt op de mondelinge behandeling een door die partij ondertekende volmacht overgelegd.

In handelszaken:

De verzoeker verschijnt met of bij advocaat op de mondelinge behandeling, tenzij de wet een andere mogelijkheid biedt.

Een belanghebbende die uitsluitend mondeling verweer voert en geen stukken wenst in te dienen, hoeft geen advocaat te stellen. Een belanghebbende die wel advocaat heeft gesteld, verschijnt met of bij advocaat op de mondelinge behandeling.

Een belanghebbende die geen advocaat heeft gesteld, kan alleen in persoon, en niet bij gemachtigde, op de mondelinge behandeling verschijnen. In geval van een rechtspersoon betekent dit dat deze wordt vertegenwoordigd door een bestuurder of een andere daartoe in de statuten of bij een daartoe strekkende volmacht aangewezen persoon. Namens de rechtspersoon verschijnt in ieder geval iemand die van de zaak op de hoogte is en namens de rechtspersoon bevoegd is een regeling te treffen.

1.6.7 Aanwezigheid gedetineerde

Als een partij op de voor de mondelinge behandeling bepaalde dag en tijdstip is gedetineerd en haar aanwezigheid op de mondelinge behandeling gewenst acht, verzoekt zij de rechtbank tijdig schriftelijk haar aanwezigheid op de mondelinge behandeling te bevorderen.

Dit verzoek bevat tenminste de volgende gegevens:

  • de voor- en achternamen van de gedetineerde (voluit);

  • de geboortedatum van de gedetineerde, en

  • de huidige verblijfplaats van de gedetineerde.

1.6.8 Aanwezigheid tolk

Als een partij de Nederlandse taal niet (voldoende) machtig is, draagt zij zorg voor een tolk. De kosten van deze tolk komen voor rekening van die partij.

1.6.9 Spreekaantekeningen

Partijen kunnen op de mondelinge behandeling korte spreekaantekeningen voordragen en overleggen.

1.6.10 Verzoek om uitstel

Een verzoek om uitstel van de mondelinge behandeling wordt schriftelijk gedaan, onder vermelding van de verhinderdata van alle partijen.

Als de rechter de zittingsdatum heeft bepaald zonder rekening te houden met door partijen opgegeven verhinderdata, wordt uitstel verleend op een verzoek van een partij dat is gedaan binnen vijf werkdagen na de oproeping.

Na het verstrijken van deze termijn of als de datum voor de mondelinge behandeling door de rechter is bepaald nadat partijen in de gelegenheid zijn geweest verhinderdata op te geven, wordt alleen uitstel verleend:

  • op eenstemmig verzoek van alle partijen, tenzij uitstel zou leiden tot onredelijke vertraging van het geding;

  • op verzoek van een partij op grond van klemmende redenen.

Het verzoek om uitstel op grond van klemmende redenen wordt gemotiveerd.

De om uitstel verzoekende partij zendt zijn verzoek tegelijkertijd aan de overige partijen.

De beslissing op het verzoek om uitstel wordt schriftelijk aan partijen meegedeeld.

1.6.11 Andere zittingen dan de mondelinge behandeling

De hiervoor vermelde artikelen in deze paragraaf zijn van overeenkomstige toepassing op andere zittingen dan de mondelinge behandeling, waaronder begrepen het (voorlopige) getuigenverhoor, het horen van een (partij)deskundige ter zitting, de (voorlopige) gerechtelijke plaatsopneming of bezichtiging, tenzij de aard van de bepaling zich daartegen verzet.

1.7 Uitspraak

1.7.1 Vorm uitspraak

Een uitspraak kan schriftelijk of mondeling als bedoeld in artikel 29a Rv worden gedaan.

1.7.2 Termijn uitspraak

In zaken waarin geen mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, wordt zo spoedig mogelijk uitspraak gedaan.

In zaken waarin een mondelinge behandeling plaatsvindt, wordt, tenzij op de mondelinge behandeling mondeling uitspraak is gedaan, de dag van de schriftelijke uitspraak tijdens de mondelinge behandeling aan partijen meegedeeld.

1.7.3 Berichten na dagbepaling uitspraak

De rechter laat berichten van een partij, anders dan bedoeld in artikel 283 Rv, die hem bereiken nadat uitspraak is bepaald buiten beschouwing, tenzij blijkt dat de overige partijen ermee hebben ingestemd dat het bericht ter kennis van de rechter wordt gebracht of de rechter anders beslist.

1.7.4 Aanhouding uitspraak

Aanhouding van de uitspraak wordt schriftelijk onder vermelding van een nieuwe datum aan partijen meegedeeld.

1.7.5 Verstrekken afschrift uitspraak

In geval van een schriftelijke uitspraak, verstrekt de griffier een afschrift van de uitspraak aan partijen. Aan de partij die digitaal procedeert wordt de uitspraak digitaal ter beschikking gesteld.

In bijzonder spoedeisende gevallen kan een afschrift van een verkorte uitspraak worden afgegeven, dat zo spoedig mogelijk wordt gevolgd door afgifte van een afschrift van de uitgewerkte versie daarvan. Als digitaal wordt geprocedeerd, worden een afschrift van een verkorte uitspraak en de uitgewerkte versie daarvan digitaal ter beschikking gesteld.

Van de uitspraak wordt aan de partij die daarbij belang heeft, een voor tenuitvoerlegging bestemd afschrift (grosse) verstrekt. De grosse wordt altijd op papier verstrekt.

Als mondeling uitspraak is gedaan als bedoeld in artikel 29a Rv, wordt binnen twee weken daarna aan partijen een afschrift van een proces-verbaal verstrekt van de mondelinge behandeling waarop de uitspraak is gedaan. De partij die tot tenuitvoerlegging kan overgaan, ontvangt het afschrift van het proces-verbaal in executoriale vorm.

2 BIJZONDER DEEL INTERNATIONAAL KANTON EN HANDEL: Bijzondere regels voor verzoeken op grond van verdragen en verordeningen aan de kantonrechter, de rechtbank (team handel) en de voorzieningenrechter (team handel)

2.1 Strekking

In aanvulling op dan wel in afwijking van wat in hoofdstuk 1 is bepaald, gelden voor alle hierna vermelde verzoeken de volgende regels. Hierbij geldt voor de bij te voegen stukken dat deze stukken naast de in hoofdstuk 1 genoemde stukken moeten worden bijgevoegd.

2.2 Formulieren verzoek waarmerkingen/goedkeuringen grensoverschrijdende zaken

Op de website van het Europees e-justitieportaal (https://e-justice.europa.eu/155/NL/online_forms) staan formulieren opgenomen die kunnen worden gebruikt voor verzoeken aan de kantonrechter, rechtbank of de voorzieningenrechter om verschillende waarmerkingen/goedkeuringen met betrekking tot grensoverschrijdende zaken.

De nadere regels met betrekking tot deze verzoeken staan hieronder opgenomen.

Voor het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen wordt verwezen naar de beslagsyllabus, onderdeel G12.2 {hyperlink beslagsyllabus}.

2.3 EBB-Verordening (nr. 1896/2006, gewijzigd door nr. 2015/2421) – Europese betalingsbevelprocedure

Bevoegde rechter:

de rechtbank Den Haag.

Bij te voegen stukken:

  • formulier A – Verzoek om een Europees betalingsbevel, opgenomen in Bijlage I van de EBB-verordening {hyperlink} (artikel 7 EBB-verordening).

2.4 EGV-verordening (nr. 861/2007, gewijzigd door nr. 2015/2421 en nr. 2017/1259) – Europese procedure voor geringe vorderingen (Small Claims)

Bevoegde rechter:

de kantonrechter.

Bij te voegen stukken:

  • formulier A – Schadeformulier, opgenomen in Bijlage I van de EGV-Verordening {hyperlink} (artikel 4 EGV-verordening).

2.5 EET-verordening (nr. 805/2004) – Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen

2.5.1 EET-verordening – waarmerking van een rechterlijke uitspraak als Europese executoriale titel (artikel 2 Uitvoeringswet)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van het Nederlandse gerecht dat de beslissing heeft gegeven waarvan de waarmerking wordt gevraagd. Betreft het een beslissing van een kantonrechter, dan wordt het verzoek gedaan aan de kantonrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een authentiek afschrift van de beslissing waarvan de waarmerking wordt gevraagd;

  • het procesinleidend stuk dat tot de beslissing heeft geleid;

  • voor zover mogelijk de gegevens die de rechter nodig heeft om de beslissing volgens Bijlage I bij de verordening {hyperlink} als Europese executoriale titel te kunnen waarmerken.

2.5.2 EET-verordening – afgifte van een bewijs dat een beslissing niet of beperkt uitvoerbaar is of van een vervangend bewijs (artikel 3 Uitvoeringwet)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van het Nederlandse gerecht dat de beslissing heeft gegeven waarvan de afgifte van het (vervangend) bewijs wordt gevraagd. Betreft het een beslissing van een kantonrechter, dan wordt het verzoek gedaan aan de kantonrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een authentiek afschrift van de beslissing waarop het verzoek betrekking heeft;

  • het procesinleidend stuk dat tot de beslissing heeft geleid;

  • voor zover mogelijk de gegevens die de rechter nodig heeft om het bewijs volgens Bijlage IV bij de verordening {hyperlink} af te kunnen geven.

2.5.3 EET-verordening – rectificatie of intrekking van een bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel (artikelen 4 en 5 Uitvoeringswet)

Bevoegde rechter:

het gerecht dat het bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel heeft verstrekt.

Bij te voegen stukken:

  • het formulier, opgenomen in Bijlage VI van de EET-verordening {hyperlink} (artikel 10 lid 3 van de EET-verordening);

  • het (zo mogelijk originele) bewijs van waarmerking en de bij het verkrijgen daarvan overgelegde stukken.

2.5.4 EET-verordening – waarmerking van een gerechtelijke schikking als Europese executoriale titel (artikel 6 Uitvoeringswet)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank waarvoor de schikking is getroffen. Betreft het een voor een kantonrechter getroffen schikking, dan wordt het verzoek gedaan aan de kantonrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een authentiek afschrift van de gerechtelijke schikking waarvan de waarmerking wordt gevraagd;

  • het procesinleidend stuk dat tot de gerechtelijke schikking heeft geleid;

  • het formulier, opgenomen in Bijlage II van de EET-verordening {hyperlink} (artikel 24 lid 1 van de EET-verordening).

2.5.5 EET-verordening – waarmerking van een authentieke akte als Europese executoriale titel (artikel 7 Uitvoeringswet)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank van de plaats van vestiging van de notaris die de authentieke akte heeft verleden.

Bij te voegen stukken:

  • een authentiek afschrift van de authentieke akte waarvan de waarmerking wordt gevraagd;

  • het formulier, opgenomen in Bijlage III van de EET-verordening {hyperlink} (artikel 25 lid 1 van de EET-verordening).

2.6 Brussel I bis-verordening (de herschikte EEX-verordening) (nr. 1215/2012)

2.6.1 Brussel I bis-verordening (nr. 1215/2012) – erkenning (artikelen 37, 53 en 57)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een afschrift van de beslissing dat aan de voorwaarden voldoet om de echtheid ervan te kunnen vaststellen;

  • het krachtens artikel 53 afgegeven certificaat {hyperlink}, zo nodig voorzien van een vertaling daarvan.

2.6.2 Brussel I bis-verordening (nr. 1215/2012) – tenuitvoerlegging (artikelen 42 en 57)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een afschrift van de beslissing dat aan de voorwaarden voldoet om de echtheid ervan te kunnen vaststellen;

  • het in overeenstemming met artikel 53 afgegeven certificaat, zo nodig voorzien van een vertaling daarvan, waaruit blijkt dat de beslissing uitvoerbaar is en dat een uittreksel van de beslissing bevat, alsook, in voorkomend geval, relevante informatie over de invorderbare kosten van de procedure en de berekening van rente;

  • als in de beslissing voorlopige en bewarende maatregelen zijn gelast:

    een afschrift van de beslissing dat aan de voorwaarden voldoet om de echtheid ervan te kunnen vaststellen;

  • het overeenkomstig artikel 53 afgegeven certificaat {hyperlink}, zo nodig voorzien van een vertaling daarvan, dat een beschrijving van de maatregel bevat en waaruit blijkt dat het gerecht bevoegd is om van het bodemgeschil kennis te nemen en de beslissing in de lidstaat van herkomst uitvoerbaar is, en

  • als de maatregel is gelast zonder dat de verweerder was opgeroepen: het bewijs dat de beslissing hem is betekend.

2.6.3 Brussel I bis-verordening (nr. 1215/2012) – verkorting termijn tussen betekening en tenuitvoerlegging (artikel 43 Verordening en artikel 9 lid 3 Uitvoeringswet)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • het krachtens artikel 53 afgegeven certificaat {hyperlink}, zo nodig voorzien van een vertaling daarvan, en

  • als de betekening aan de persoon jegens wie om de tenuitvoerlegging wordt verzocht nog niet heeft plaatsgevonden: een afschrift van de beslissing dat aan de voorwaarden voldoet om de echtheid ervan te kunnen vaststellen.

2.7 Herschikte Bewijsverkrijgingsverordening (EU) 2020/1783 – verzoek om (rechtstreekse) bewijsverkrijging (artikelen 3 en 5)

Bevoegde rechter:

de rechtbank (artikel 2 lid 1 Uitvoeringswet Bewijsverkrijgingsverordening).

Bij te voegen stukken:

  • formulier A (verzoek aan het bevoegde gerecht van een andere lidstaat om bewijsverkrijging) {hyperlink}, of

    formulier L (verzoek om rechtstreekse bewijsverkrijging in een andere lidstaat) {hyperlink}, en

  • stukken die naar het oordeel van het verzoekende gerecht noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het verzoek en derhalve moeten worden toegevoegd, gaan vergezeld van een vertaling van de stukken in de taal waarin het verzoek is gesteld.

2.8 Haags Bewijsverdrag 1970 – verzoek Rogatoire Commissie

Bevoegde rechter:

de rechtbank Den Haag (artikel 2 Uitvoeringswet Bewijsverdrag).

3 BIJZONDER DEEL KANTON: Bijzondere regels voor verzoekschriftprocedures bij de kantonrechter

3.1 Strekking

In aanvulling op dan wel in afwijking van wat in hoofdstuk 1 is bepaald, gelden voor alle hierna vermelde verzoeken de volgende regels. Hierbij geldt voor de bij te voegen stukken dat deze stukken naast de in hoofdstuk 1 genoemde stukken moeten worden bijgevoegd.

3.2 Appartementsrechten (Boek 5, titel 9 van het Burgerlijk Wetboek (BW)

3.2.1 Bij alle verzoeken

Bij te voegen stukken:

  • een afschrift van de akte van splitsing met inbegrip van het reglement;

  • de statuten van de vereniging van eigenaars;

  • de tekst van de verzochte handeling of wijziging of van de regel waarvan de naleving, oplegging of wijziging wordt verzocht.

3.2.2 Vernietiging van een besluit (artikel 5:130 BW)

Bij te voegen stukken:

  • de stukken genoemd in artikel 3.2.1;

  • een opgave van de namen en volledige adresgegevens van alle stemgerechtigden;

  • een afschrift van het te vernietigen besluit van de vereniging van eigenaars.

3.2.3 Verlenen vervangende machtiging (artikel 5:140 BW)

Bij te voegen stukken:

  • de stukken genoemd in artikel 3.2.1;

  • de namen en volledige adresgegevens van alle appartementseigenaars, onder vermelding van hun appartementsrecht(en);

  • de namen volledige adresgegevens van alle beperkt gerechtigden op een appartementsrecht en ieder die op dit recht beslag heeft gelegd, onder vermelding van het desbetreffende appartementsrecht;

  • de namen en volledige adresgegevens van de grondeigenaar, als een recht van erfpacht of opstal in de splitsing is betrokken;

  • de namen en volledige adresgegevens alle gerechtigden tot een erfdienstbaarheid als hun recht door de wijziging wordt verkort.

3.2.4 Verlenen rechterlijk bevel (artikel 5:144 BW)

Bij te voegen stukken:

  • de stukken genoemd in artikel 3.2.1;

  • de namen en volledige adresgegevens van alle appartementseigenaars, onder vermelding van hun appartementsrecht(en);

  • de namen en volledige adresgegevens van alle beperkt gerechtigden op een appartementsrecht en ieder die op dit recht beslag heeft gelegd, onder vermelding van het desbetreffende appartementsrecht;

  • de namen en volledige adresgegevens van de grondeigenaar, als een recht van erfpacht of opstal in de splitsing is betrokken;

  • de namen en volledige adresgegevens van alle gerechtigden tot een erfdienstbaarheid als hun recht door de wijziging wordt verkort.

3.3 Einde van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:686a BW)

3.3.1 Ontvangstbevestiging verzoekschrift

De ontvangstdatum van het verzoekschrift wordt schriftelijk aan partijen bevestigd.

3.3.2 Inhoud verzoekschrift

In aanvulling op wat in hoofdstuk 1 is bepaald, vermeldt het verzoekschrift:

  • de plaats waar de betrokken werknemer gewoonlijk de arbeid verricht(te);

  • de naam, het adres, het telefoonnummer en het e-mailadres van (de gemachtigde van) de verweerder, voor zover deze gegevens bij de indiening van het verzoekschrift al bekend zijn.

3.3.3 Opgave van verhinderdata voor de mondelinge behandeling

Bij de indiening van het verzoekschrift worden de verhinderdata van de verzoeker en zijn eventuele gemachtigde over de komende periode van twee maanden vermeld. Zo mogelijk worden daarbij ook de verhinderdata van de verweerder en zijn eventuele gemachtigde over de komende periode van twee maanden vermeld. Als de verweerder geen verhinderdata aan de verzoeker heeft opgegeven, kan hij dit binnen twee werkdagen na ontvangst van het verzoekschrift alsnog aan de griffie van de rechtbank doen, onder vermelding van het zaaknummer of – als dit nog niet bekend is – de namen van partijen. De kantonrechter kan bij de vaststelling van de dag en het tijdstip van de mondelinge behandeling, uit oogpunt van een goede procesorde, voorbijgaan aan de opgave van een te groot aantal verhinderdata door partijen.

3.3.4 Aanvoeren gronden verzoekschrift

Een verzoekschrift uitsluitend op nader aan te voeren gronden wordt niet-ontvankelijk verklaard.

3.3.5 Termijn indienen verweerschrift

Een verweerschrift en/of een tegenverzoek moet uiterlijk tien (10) kalenderdagen voor de dag van de mondelinge behandeling worden ingediend, met gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan de verzoeker. De kantonrechter kan een na deze termijn ingediend verweerschrift en/of tegenverzoek buiten beschouwing laten.

3.3.6 Termijn indienen nadere stukken

Nadere stukken moeten uiterlijk vijf (5) kalenderdagen voor de dag van de mondelinge behandeling worden ingediend, met gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan iedere verweerder en iedere belanghebbende. De kantonrechter kan stukken die na deze termijn worden ingediend buiten beschouwing laten.

3.3.7 Niet verschijnen verweerder

De verweerder wordt bij (aangetekende) brief door de griffier van de rechtbank voor de mondelinge behandeling opgeroepen. Als de verweerder zonder bericht niet op de mondelinge behandeling verschijnt en ook geen verweerschrift heeft ingediend, wordt van de verzoeker een uittreksel uit de Basisregistratie Personen of uit het handelsregister over de verweerder gevraagd dat niet ouder is dan de datum van de oproeping. Hierna kan de griffier van de rechtbank de verweerder opnieuw oproepen. In plaats daarvan kan de verzoeker de verweerder per deurwaardersexploot oproepen.

3.3.8 Splitsing

Zaken die samenhangende verzoeken of vorderingen bevatten, worden in beginsel niet gesplitst, tenzij dit uit oogpunt van een goede procesorde noodzakelijk is.

3.3.9 Gezamenlijke behandeling verzoek en voorzieningen

Een verzoekschrift op grond van artikel 7:686a lid 2 of lid 3 BW, en een daarmee samenhangende vordering in kort geding ex artikel 254 Rv of een daarmee samenhangend verzoek op grond van artikel 223 Rv, worden in beginsel gezamenlijk op een zitting behandeld. In bijzondere omstandigheden, in verband met de goede procesorde, de spoedeisendheid van de gevraagde voorzieningen of de complexiteit van de zaak, kan de kantonrechter beslissen dat een afzonderlijke behandeling plaatsvindt.

3.3.10 Uitspraak

In zaken waarin een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, wordt na afsluiting van die behandeling uitspraak gedaan binnen een termijn van in beginsel vier weken na de mondelinge behandeling.

3.4 Erfrecht

3.4.1 Inhoud verzoekschrift

In aanvulling op wat in hoofdstuk 1 is bepaald, vermeldt het verzoekschrift:

  • de laatste woonplaats van de overledene;

  • als een notaris of een andere gemachtigde het verzoek indient, de naam van de partij namens wie hij het verzoek indient (bijvoorbeeld de erfgenaam, de bewindvoerder of een andere belanghebbende);

  • als het verzoekschrift een nalatenschap betreft, de relatie die de verzoeker met de nalatenschap heeft (bijv. schuldeiser, erfgenaam, vereffenaar, executeur (afwikkelingsbewindvoerder) of anders);

  • of eerdere verzoeken zijn ingediend en afgedaan en, zo ja, welke, onder vermelding van het zaaknummer en de datum van de beschikking.

3.4.2 Complexe familierelaties

Bij te voegen stukken:

  • als sprake is van complexe familierelaties een door een notaris schematisch getekende stamboom.

3.5 Bijzonder curator vermogen minderjarige (artikel 1:250 BW)

Bij te voegen stukken:

  • een uittreksel uit de Basisregistratie Personen van de minderjarige op wie het verzoek betrekking heeft;

  • een uittreksel uit de Basisregistratie Personen van de ouders van de minderjarige;

  • zoveel mogelijk, de naam en volledige adresgegevens van de voorgestelde bijzonder curator.

3.6 Huur

3.6.1 Goedkeuring afwijkende bedingen (artikel 7:291 BW)
3.6.1.1 Inhoud verzoekschrift

In aanvulling op wat in hoofdstuk 1 is bepaald, vermeldt het verzoekschrift:

  • de naam, het adres en het telefoonnummer van de gemachtigde van de verhuurder, voor zover deze verhuurder niet de verzoeker is en deze gegevens bij de indiening van het verzoekschrift al bekend zijn;

  • de naam, het adres en het telefoonnummer van de gemachtigde van de huurder, voor zover deze huurder niet de verzoeker is en deze gegevens bij de indiening van het verzoekschrift al bekend zijn;

  • de tekst van ieder goed te keuren beding.

3.6.1.2 Opgave verhinderdata

In het verzoekschrift of in de daarbij gevoegde begeleidende brief worden de verhinderdata van de verhuurder en de huurder en de eventuele gemachtigde(n) vermeld.

3.6.2 Benoeming deskundige (artikel 7:304 lid 2 BW)
3.6.2.1 Inhoud verzoekschrift

In aanvulling op wat in hoofdstuk 1 is bepaald, vermeldt het verzoekschrift:

  • de naam, het adres en het telefoonnummer van de gemachtigde van de verweerder, voor zover deze gegevens bij de indiening van het verzoekschrift al bekend zijn;

  • de naam, telefoonnummer(s) en het kantooradres van iedere door de verzoeker voorgestelde deskundige en van iedere door de verweerder voorgestelde deskundige, voor zover deze laatste gegevens bij de indiening van het verzoekschrift al bekend zijn.

3.7 Ontbinding agentuurovereenkomst (artikel 7:440 BW)

3.7.1 Inhoud verzoekschrift

In aanvulling op wat in hoofdstuk 1 is bepaald, vermeldt het verzoekschrift de naam, het adres en het telefoonnummer van de gemachtigde van de verweerder, voor zover deze gegevens bij de indiening van het verzoekschrift al bekend zijn.

3.7.2 Opgave verhinderdata verzoeker

In het verzoekschrift of in de daarbij gevoegde begeleidende brief worden de verhinderdata van de verzoeker en zijn eventuele gemachtigde vermeld.

Als die bekend zijn, worden daarbij tevens de verhinderdata van de verweerder en zijn eventuele gemachtigde vermeld.

3.7.3 Opgave verhinderdata verweerder

Als de verweerder en zijn eventuele gemachtigde geen verhinderdata aan de verzoeker hebben opgegeven, kunnen zij dit binnen twee werkdagen na ontvangst van het verzoekschrift alsnog aan de kantonrechter doen, onder vermelding van het zaaknummer of – als dit nog niet bekend is – de namen van partijen.

3.8 Pacht

3.8.1 Machtiging (aanvullende) opstalverzekering (artikel 7:345 lid 3 BW)

Het hierna te vermelden aantal exemplaren wordt overgelegd:

  • van het verzoekschrift: drie exemplaren voor de pachtkamer, één exemplaar voor iedere verweerder en één exemplaar voor iedere andere belanghebbende;

  • van het verweerschrift: drie exemplaren voor de pachtkamer, één exemplaar voor iedere verzoeker en één exemplaar voor iedere andere belanghebbende;

  • van bewijs- en andere stukken waarop partijen zich tijdens de mondelinge behandeling willen beroepen: drie exemplaren voor de pachtkamer, één exemplaar voor iedere partij en één exemplaar voor iedere andere belanghebbende, met inachtneming van wat overigens in artikel 1.6.4 is bepaald.

Op deze stukken wordt steeds het zaaknummer vermeld.

3.8.2 Opgave gegevens opstalverzekeraar

De pachtkamer kan de pachter verzoeken opgave te doen van de gegevens van de opstalverzekeraar.

3.9 Wet griffierecht burgerlijke zaken (Wgbz)

3.9.1 Verzet griffierecht of verschotten (artikel 29 Wgbz)

Bevoegde rechter:

de kantonrechter in kantonzaken. In handelszaken is de rechtbank bevoegd, zie artikel 4.7.13.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van de griffierechtrekening (een rekening-courantoverzicht of een nota);

  • bewijs van betaling van het griffierecht of de verschotten.

3.9.2 Verzet dwangbevel (artikel 30 Wgbz)

Bevoegde rechter:

de kantonrechter in kantonzaken. In handelszaken is de rechtbank bevoegd, zie artikel 4.7.14.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van het dwangbevel.

3.10 Wet op de ondernemingsraden (WOR)

3.10.1 Toestemming en nietigheid besluit (artikel 27 lid 4 en lid 6 WOR)

Bij te voegen stukken:

  • het voorgenomen besluit van de ondernemer;

  • de beslissing van de ondernemingsraad;

  • het besluit van de ondernemer;

  • als het een verzoek betreft als bedoeld in artikel 27 lid 6 tweede volzin: het beroep (als bedoeld in artikel 27 lid 5) dat de ondernemingsraad heeft gedaan op de nietigheid.

3.10.2 Algemene geschillen (artikel 36 WOR)

Bij te voegen stukken:

  • het schriftelijk verslag van bevindingen van de bedrijfscommissie als bedoeld in artikel 1 WOR;

  • het advies van de bedrijfscommissie;

  • als het een verzoek op bezwaar betreft als bedoeld in artikel 15 WOR, het concept instellingsbesluit, waarin is omschreven de taak, samenstelling, bevoegdheden en werkwijze van de commissie.

3.11 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)

3.11.1 Verlof voor uitbrengen exploot op alle dagen en uren (artikel 64 lid 3 Rv en artikel 1077 lid 3 Rv)

Bevoegde rechter:

de kantonrechter (of de voorzieningenrechter in handelszaken, zie artikel 4.6.2).

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van de concept-dagvaarding.

3.11.2 Verkorting dagvaardingstermijn (artikel 117 Rv)

Bevoegde rechter:

de kantonrechter (of de voorzieningenrechter in handelszaken, zie artikel 4.6.3).

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van de concept-dagvaarding.

3.11.3 Voorlopig getuigenverhoor (artikelen 196-204 Rv)

Bevoegde rechter:

de kantonrechter, als de kantonrechter vermoedelijk bevoegd is om van de zaak in de bodemprocedure kennis te nemen als deze aanhangig wordt gemaakt.

3.11.4 Voorlopig deskundigenbericht en deskundigenverhoor (artikelen 196-204 Rv)

Bevoegde rechter:

de kantonrechter, als de kantonrechter vermoedelijk bevoegd is om van de zaak in de bodemprocedure kennis te nemen als deze aanhangig wordt gemaakt.

3.11.5 Voorlopige plaatsopneming of bezichtiging (artikelen 196-204 Rv)

Bevoegde rechter:

de kantonrechter, als de kantonrechter vermoedelijk bevoegd is om van de zaak in de bodemprocedure kennis te nemen als deze aanhangig wordt gemaakt.

3.11.6 Deelgeschilprocedure (artikelen 1019w-1019cc Rv)

Bevoegde rechter:

de kantonrechter, als de kantonrechter vermoedelijk bevoegd is om van de zaak in de bodemprocedure kennis te nemen als deze aanhangig wordt gemaakt.

Bij te voegen stukken:

  • processtukken en beslissing in een eventueel eerder verzoek ex art. 1019w Rv.

4 BIJZONDER DEEL HANDEL: Bijzondere regels voor verzoekschriftprocedures bij de rechtbank (team handel) of bij de voorzieningenrechter (team handel)

4.1 Strekking

In aanvulling op dan wel in afwijking van wat in hoofdstuk 1 is bepaald, gelden voor alle hierna vermelde verzoeken de volgende regels. Hierbij geldt voor de bij te voegen stukken dat deze stukken naast de in hoofdstuk 1 genoemde stukken moeten worden bijgevoegd.

4.2 Burgerlijk Wetboek, Boek 2

4.2.1 Verlof inbreng (artikel 2:4 lid 5 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de opgerichte rechtspersoon;

  • een kopie van (het concept van) de notariële akte van oprichting van de rechtspersoon.

4.2.2 Aanwijzing persoon voor vernietiging besluit rechtspersoon (artikel 2:15 lid 3 onder b BW)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de rechtspersoon waarvan een orgaan het te vernietigen besluit heeft genomen;

  • een kopie van de huidige statuten van deze rechtspersoon;

  • een kopie van het besluit waarop de voorgenomen vordering tot vernietiging betrekking heeft.

4.2.3 Aanwijzing persoon voor vernietiging besluit rechtspersoon in plaats van bestuur (artikel 2:15 lid 4 BW)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de rechtspersoon waarvan een orgaan het te vernietigen besluit heeft genomen;

  • een kopie van de huidige statuten van deze rechtspersoon;

  • een kopie van het besluit waarop de voorgenomen vordering tot vernietiging betrekking heeft.

4.2.4 Omzetting rechtspersoon (artikel 2:18 lid 4 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de om te zetten rechtspersoon;

  • een kopie van de huidige statuten van de om te zetten rechtspersoon;

  • de notariële (ontwerp)akte met daarin de statuten van de rechtspersoon, zoals deze na omzetting zullen luiden, met daarbij gevoegd de wettelijk voorgeschreven bijlagen;

  • een kopie van het besluit tot omzetting, en

  • een kopie van het besluit tot statutenwijziging.

4.2.5 Verklaring tijdstip ontbinding rechtspersoon (artikel 2:19 lid 2 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de te ontbinden rechtspersoon;

  • een kopie van de huidige statuten van de te ontbinden rechtspersoon;

  • als de verklaring wordt gevraagd op grond van artikel 19 lid 1 onder d. BW, stukken waaruit blijkt dat leden ontbreken.

4.2.6 Verboden verklaring en ontbinding rechtspersoon (artikel 2:20 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de te ontbinden rechtspersoon;

  • een kopie van de huidige statuten van de te ontbinden rechtspersoon.

4.2.7 Ontbinding rechtspersoon (artikel 2:21 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de te ontbinden rechtspersoon;

  • een kopie van de huidige statuten van de te ontbinden rechtspersoon.

4.2.8 Benoeming en ontslag vereffenaar rechtspersoon (artikel 2:23 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de te vereffenen rechtspersoon;

  • een kopie van de huidige statuten van de te vereffenen rechtspersoon.

4.2.9 Verzet tegen rekening en verantwoording en plan van verdeling bij vereffening (artikel 2:23b lid 5 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van de rekening en verantwoording;

  • een kopie van het plan van verdeling;

  • bewijs van de mededeling van het verzet.

4.2.10 Heropening vereffening rechtspersoon en benoeming vereffenaar (artikel 2:23c lid 1 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de vereffende rechtspersoon;

  • een kopie van de laatste statuten van de vereffende rechtspersoon.

4.2.11 Ontbinding naamloze vennootschap (artikel 2:74 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de te ontbinden NV;

  • een kopie van de huidige statuten van de te ontbinden NV.

4.2.12 Rechterlijke machtiging tot bijeenroeping algemene vergadering bij NV respectievelijk BV (artikelen 2:110 en 2:220 BW)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van de statuten van de rechtspersoon;

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de vennootschap;

  • een kopie van het aandeelhoudersregister of andere stukken waaruit blijkt dat de verzoeker houder is of dat verzoekers samen houder zijn van ten minste 10 % van het geplaatste aandelenkapitaal van de vennootschap;

  • een kopie van het verzoek aan het bestuur en de raad van commissarissen tot bijeenroeping van een algemene vergadering, mede inhoudende een nauwkeurige opgave van de te behandelen onderwerpen.

4.2.13 Ontbinding besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (artikel 2:185 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de te ontbinden BV;

  • een kopie van de huidige statuten van de te ontbinden BV.

4.2.14 Terzijdestelling (geheel of gedeeltelijk) van de artikelen uit de statuten die zien op de blokkeringsregeling (artikel 2:195 lid 7 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de BV;

  • een kopie van de huidige statuten van de BV.

4.2.15 Wijziging statuten stichting (artikel 2:294 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de stichting;

  • een kopie van de huidige statuten van de stichting;

  • een kopie van het besluit tot statutenwijziging;

  • de tekst van de voorgestelde wijziging.

4.2.16 Schorsing en ontslag bestuurders stichting (artikel 2:298 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de stichting;

  • een kopie van de huidige statuten van de stichting.

4.2.17 Aanvulling bestuurders stichting (artikel 2:299 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de stichting;

  • een kopie van de huidige statuten van de stichting;

  • een bereidverklaring van de voorgestelde te benoemen bestuurder.

4.2.18 Ontbinding stichting (artikel 2:301 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de stichting;

  • een kopie van de huidige statuten van de stichting.

4.2.19 Verzet fusie rechtspersoon (artikel 2:316 lid 2 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de te fuseren rechtspersonen;

  • een kopie van de huidige statuten van de te fuseren rechtspersonen;

  • een kopie van het voorstel tot fusie;

  • een kopie van de aankondiging van de nederlegging van het voorstel tot fusie;

  • een kopie van de notariële (ontwerp)akte van fusie.

4.2.20 Goedkeuring fusie stichting (artikel 2:317 lid 5 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de te fuseren rechtspersonen;

  • een kopie van de huidige statuten van de te fuseren rechtspersonen;

  • een kopie van het voorstel tot fusie;

  • een kopie van de aankondiging van de nederlegging van het voorstel tot fusie;

  • een kopie van het besluit tot fusie;

  • een kopie van de notariële (ontwerp)akte van fusie.

4.2.21 Verzet voorstel tot splitsing stichting (artikel 2:344l BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de te splitsen rechtspersoon;

  • een kopie van de huidige statuten van de te splitsen rechtspersoon;

  • een kopie van het voorstel tot splitsing;

  • een kopie van de aankondiging van de nederlegging van het voorstel tot splitsing;

  • een kopie van de notariële (ontwerp)akte van splitsing.

4.2.22 Goedkeuring splitsing stichting (artikel 2:334m lid 5 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de stichting;

  • een kopie van de huidige statuten van de stichting;

  • een kopie van het besluit tot splitsing.

4.2.23 Verzet intrekking artikel 2:403-verklaring (artikel 2:404 lid 5 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van de verklaring tot intrekking van de artikel 2:403-verklaring.

4.3 Burgerlijk Wetboek, Boek 3

4.3.1 Machtiging van deelgenoot tot te gelde maken (artikel 3:174 lid 1 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank die ter zake van een vordering tot verdeling bevoegd zou zijn of voor wie een zodanige vordering al aanhangig is.

Bij te voegen stukken:

als er sprake is van een huwelijksgemeenschap:

  • een kopie van de echtscheidingsbeschikking;

  • bewijs van inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand;

bij een onroerende zaak:

  • recent taxatierapport (waarde in vrije staat per datum taxatie);

  • eigendomsbewijs;

  • recent kadastraal en (uitgebreid) hypothecair uittreksel;

  • als van toepassing: bewijsstuk van een schuld die voor rekening van de gemeenschap komt.

4.3.2 Machtiging van deelgenoot tot bezwaren (artikel 3:174 lid 2 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank of de voorzieningenrechter die ter zake van een vordering tot verdeling bevoegd zou zijn of voor wie een zodanige vordering al aanhangig is.

Bij te voegen stukken:

  • echtscheidingsbeschikking;

  • bewijs van inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand;

bij een onroerende zaak:

  • recent taxatierapport (waarde in vrije staat per datum taxatie);

  • eigendomsbewijs;

  • recent kadastraal en (uitgebreid) hypothecair uittreksel;

  • als van toepassing: bewijsstuk van een schuld die voor rekening van de gemeenschap komt of waarvan het aangaan geboden is voor het behoud van een goed van de gemeenschap.

4.3.3 Benoeming onzijdig persoon bij verdeling gemeenschap (artikel 3:181 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van de uitspraak waarbij de verdeling is bevolen.

4.3.4 Verzoek goederen van schuldenaar als eerste te doen verkopen (artikel 3:234 lid 3 BW)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van de akte waarbij het pand- of hypotheekrecht is gevestigd.

4.3.5 Afwijkende wijze verkoop pand (artikel 3:251 BW)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van de pandakte waarbij het pandrecht is gevestigd;

  • een recent taxatierapport (niet ouder dan zes maanden) met betrekking tot de onderhandse verkoopwaarde en de executiewaarde van het pand.

4.3.6 Verblijf van vuistpand aan pandhouder (artikel 3:251 BW)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een recent taxatierapport (niet ouder dan zes maanden) met betrekking tot de onderhandse verkoopwaarde en de executiewaarde van het pand.

4.3.7 Inroepen huurbeding (artikel 3:264 BW)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van een niet langer dan één maand tevoren door een deurwaarder aan de huurder c.q. onderhuurder uitgebracht exploot, waarbij aan de huurder of onderhuurder wordt betekend de aanzegging of de overneming van de executie door de hypotheekhouder bedoeld in artikel 544 Rv en aan de huurder of onderhuurder wordt aangezegd dat het beding jegens de huurder zal worden ingeroepen (artikel 549 lid 1 Rv);

  • afschriften van alle relevante hypotheekaktes en eventueel van toepassing zijnde algemene voorwaarden, waarnaar bij het huurbeding wordt verwezen;

  • een recent taxatierapport (niet ouder dan zes maanden en in beginsel geen geveltaxatie) dat de waarde in bewoonde en in onbewoonde staat van het registergoed vermeldt;

  • een opgave van de schuld op het moment (ongeveer) van indiening van het verzoekschrift;

  • als uit de hypotheekakte niet blijkt dat het registergoed ten tijde van de hypotheekstelling niet was verhuurd: een uittreksel uit de BRP van het adres van de woning met betrekking tot het tijdstip van hypotheekstelling;

  • een kopie van de huurovereenkomst(en) of uittreksel(s) uit de BRP van het adres van de woning waaruit blijkt dat de huur is ingegaan nadat het huurbeding werd gemaakt;

  • het aanzeggingsexploot aan de eigenaar.

4.3.8 Inroepen beheersbeding (artikel 3:267 BW)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van de hypotheekakte (inclusief eventuele van toepassing zijnde algemene voorwaarden).

4.3.9 Verlof onderhandse verkoop (artikel 3:268 BW en artikel 548 Rv)

{hyperlink aanbeveling behandeling verzoek voor onderhandse verkoop}

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een volledig (ondertekende) koopakte (artikel 548 lid 2 Rv);

  • kopieën van alle gedane biedingen, dan wel een verklaring van de behandelend notaris dat geen biedingen zijn gedaan (artikel 548 lid 2 Rv);

  • een lijst van de in artikel 544 Rv bedoelde belanghebbenden (hypotheekgever, schuldenaar en degenen wier recht of beslag uit de registers blijkt en wier recht door de executoriale verkoop zal tenietgaan of vervallen);

  • een kadastraal en hypothecair uittreksel met betrekking tot de onroerende zaak en de daarop gelegde beslagen, allebei niet ouder dan één week;

  • een recent taxatierapport (niet ouder dan zes maanden en niet van latere datum dan de eerste onderhandse bieding en in beginsel geen geveltaxatie) met betrekking tot de onderhandse verkoopwaarde en de executiewaarde van de onroerende zaak;

  • een kopie van de hypotheekakte;

  • het deurwaardersexploot van aanzegging van de executie of de overneming daarvan (artikel 544 Rv) en

  • een afschrift van de bekendmaking als bedoeld in artikel 516 Rv.

4.3.10 Goedkeuring aflossingsnota (artikel 3:270 lid 3 BW)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een verklaring van de eerste hypotheekhouder van wat hem van de opbrengst toekomt krachtens de door de eerste hypotheek verzekerde vordering of andere vorderingen die eveneens door hypotheek zijn verzekerd en in rang onmiddellijk bij de eerste aansluiten, met vermelding van schuldeisers wier vordering boven de zijne rang neemt;

  • een kopie van de hypotheekakte;

  • een kopie van het deurwaardersexploot waarbij de executie is aangezegd;

  • een kopie van het proces-verbaal van veiling en akte van gunning ingeval de verkoop in het openbaar heeft plaatsgevonden;

  • een kopie van de beschikking van de voorzieningenrechter ingeval de uitwinning door middel van een onderhandse verkoop is gebeurd;

  • voor zover dat niet al uit vorenstaande stukken kan blijken: bescheiden waaruit blijkt wanneer de betaaldag is.

4.3.11 Rangregeling (artikel 3:271 BW en artikel 552 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van een door de bewaarder van het kadaster en de openbare registers af te geven kadastraal uittreksel inzake hypotheken als bedoeld in artikel 100 lid 1 Kadasterwet, waarin de inschrijving en de boekingen in het register van voorlopige aantekeningen die voor de aanwijzing van de in artikel 551 Rv bedoelde belanghebbenden van belang zijn, worden vermeld;

  • een kopie van een door de notaris af te geven staat van de schuldeisers die beslag hebben gelegd op de opbrengst van de executie of hun vordering ontlenen aan artikel 3:264 lid 7 BW.

4.3.12 Zuivering hypotheken en beslagen (artikel 3:273 BW)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van het proces-verbaal van veiling of een afschrift van de akte van levering en, als gemaakt, voorzien van een aantekening als bedoeld in artikel 15 Kadasterwet;

  • een bewijsstuk waaruit blijkt dat door de koper de koopprijs aan de notaris is betaald;

  • een kadastraal uittreksel.

4.4 Burgerlijk Wetboek, Boek 4

4.4.1 Verzoek tot opheffing testamentair bewind (artikel 4:178 lid 2 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • de uiterste wilsbeschikking waarin het bewind is ingesteld.

4.4.2 Benoeming vereffenaar nalatenschap (artikel 4:203 e.v. BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van de akte van overlijden, een uittreksel uit de BRP van de overledene of een uittreksel uit het register OM van de overledene;

  • een kopie van het testament van de overledene (als opgemaakt) of een gewaarmerkte verklaring uit het testamentenregister (dat geen testament is opgemaakt);

  • een kopie van de akte verwerping nalatenschap (als opgemaakt);

  • een kopie van de akte van beneficiaire aanvaarding nalatenschap (als opgemaakt);

  • een opgave door de notaris van de namen en adressen van de bekende erfgenamen.

4.4.3 Ontslag vereffenaar nalatenschap (artikel 4:206 lid 5 e.v. BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van de benoeming van de vereffenaar.

4.5 Burgerlijk Wetboek, Boek 8

4.5.1 Vaststelling zekerheid vervoerder (artikel 8:30 BW en artikel 631 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied waar de aflevering plaatsvindt of moet plaatsvinden.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van de vervoerovereenkomst;

  • bewijs van het recht op aflevering (vrachtbrief of cognossement);

  • de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.

4.5.2 Vaststelling zekerheid expediteur (artikel 8:69 BW en artikel 631 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied waar de aflevering plaatsvindt of moet plaatsvinden.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van de expeditieovereenkomst;

  • bewijs van het recht op aflevering (vrachtbrief of cognossement);

  • de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.

4.5.3 Benoeming deskundigen (artikel 8:170 lid 1 BW en artikel 622 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het scheepsregister;

  • bewijs van deelname in de eigendom van het schip;

  • de naw-gegevens van de leden en – als een ander dan de boekhouder het verzoek doet – van de boekhouder van de rederij;

  • bewijs van de datum van beëindiging van de betrekking van de boekhouder.

4.5.4 Verkoop schip op verzoek boekhouder (artikel 8:170 lid 2 BW en artikel 621 Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het scheepsregister;

  • bewijs van deelname in de eigendom van het schip;

  • de naw-gegevens van de leden en van de boekhouder van de rederij;

  • bewijs van de datum van beëindiging van de betrekking van de boekhouder;

  • bewijs van de datum van kennisgeving van het verlangen tot overneming aan de overige leden der rederij.

4.5.5 Verkoop schip op verzoek lid rederij (artikel 8:173 BW en artikel 621 Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het scheepsregister;

  • bewijs van deelname in de eigendom van het schip;

  • de naw-gegevens van de leden en – als van toepassing – van de boekhouder van de rederij.

4.5.6 Verkoop schip op verzoek lid rederij (artikel 8:174 en artikel 621 Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het scheepsregister;

  • bewijs van deelname in de eigendom van het schip;

  • de naw-gegevens van de leden en – als van toepassing – van de boekhouder van de rederij.

4.5.7 Verkoop schip bij ontbinding rederij (artikel 8:184 BW en artikel 621 Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het scheepsregister;

  • bewijs van deelname in de eigendom van het schip;

  • de naw-gegevens van de leden en – als van toepassing – van de boekhouder van de rederij.

4.5.8 Doorhaling teboekstelling zeeschip (artikel 8:195 BW en artikel 624 Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het scheepsregister van het schip;

  • een actueel uittreksel uit het scheepsregister van eventuele hypotheken of beslagen;

  • een kopie van een geldig legitimatiebewijs van iedere aanvrager;

  • als de aanvrager een rechtspersoon is: een actueel uittreksel uit het handelsregister;

  • als doorhaling wordt verzocht door een gevolmachtigde: een kopie van de volmacht;

  • stukken waaruit de gestelde reden van de doorhaling blijkt;

  • als het schip is vergaan, gesloopt of blijvend ongeschikt is geworden: stukken ter staving van de gegrondheid daarvan.

4.5.9 Aanwijzing bewaarnemer cognossement bij zeevervoer (artikel 8:481 lid 2 BW en artikel 627 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van het cognossement;

  • de naw-gegevens van de vervoerder, geadresseerde en ‘notify party’.

4.5.10 Vaststelling zekerheid zeevervoer (artikel 8:489 BW en artikel 631 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van de overeenkomst van zeevervoer;

  • bewijs van het recht op aflevering (cognossement);

  • de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.

4.5.11 Toestemming voor het opslaan of onder zich houden van goederen of voor het treffen van andere maatregelen bij zeevervoer (artikel 8:490 lid 1 BW en artikel 628 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van de vervoerovereenkomst (cognossement);

  • bewijs van de reden voor het opslaan, het onder zich houden of andere maatregelen;

  • bewijs van kennisgeving van de aankomst van het schip aan de rechthebbende;

  • de naw-gegevens van de afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.

4.5.12 Machtiging verkoop opgeslagen zaken bij niet-ontvangst bij zeevervoer (artikel 8:491 lid 1 BW en artikel 632 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van de vervoerovereenkomst (cognossement);

  • bewijs van de reden voor het opslaan, het onder zich houden of andere maatregelen;

  • bewijs van de kennisgeving van de voorgenomen verkoop (artikel 8:491 lid 2 BW);

  • de naw-gegevens van de afzender/bevrachter, geadresseerde, ‘notify party’ en bewaarnemer.

4.5.13 Gerechtelijk onderzoek naar toestand lading bij zeevervoer (artikel 8:494 BW en artikel 633 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van de vervoerovereenkomst of van het recht op aflevering (cognossement);

  • de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.

4.5.14 Gerechtelijk onderzoek naar oorzaak schade bij zeevervoer (artikel 8:495 BW en artikel 633 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van de vervoerovereenkomst of van het recht op aflevering (cognossement);

  • de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.

4.5.15 Machtiging verkoop schepen of andere zaken waaraan hulp is verleend (artikel 8:575 BW en artikel 637 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van oproeping van de eigenaar of rechthebbende op het schip of de zaak waaraan hulp is verleend;

  • de naw-gegevens van de eigenaar of rechthebbende op het schip of de zaak waaraan hulp is verleend, van de bewaarnemer en van de hulpverlener.

4.5.16 Benoeming dispacheur (afdeling 8.6.3 BW en artikel 638 lid 2 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van de vervoerovereenkomst (cognossement);

  • bewijs van de averij-grosse handeling;

  • de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.

4.5.17 Homologatie dispache (afdeling 8.6.3 BW en artikel 641 Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • de dispache en – als van toepassing – het bewijs van depot daarvan;

  • de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.

4.5.18 Herziening dispache (afdeling 8.6.3 BW en artikel 641a Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • de dispache en – als van toepassing – het bewijs van depot daarvan;

  • de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.

4.5.19 Zekerheidsstelling voor schade wegens betwisting dispache (afdeling 8.6.3 BW en artikel 641c Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • de dispache;

  • de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.

4.5.20 Beperking aansprakelijkheid reder en hulpverlener zeeschip (artikel 8:750 BW en artikel 642a Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het scheepsregister of ander bewijs van de inschrijving van het schip in het betreffende buitenlandse scheepsregister;

  • een actuele meetbrief;

  • de naw-gegevens van alle bij het voorval betrokken partijen of van alle bekende schuldeisers.

4.5.21 Beperking aansprakelijkheid hulppersoon zeeschip (artikel 8:751 BW en artikel 642a Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het scheepsregister of ander bewijs van de inschrijving van het schip in het betreffende buitenlandse scheepsregister;

  • een actuele meetbrief;

  • de naw-gegevens van alle bij het voorval betrokken partijen of van alle bekende schuldeisers.

4.5.22 Machtiging doorhaling teboekstelling binnenschip (artikel 8:786 BW en artikel 624 Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het scheepsregister van het schip;

  • een actueel uittreksel uit het scheepsregister van eventuele hypotheken of beslagen;

  • een kopie van een geldig legitimatiebewijs van iedere aanvrager;

  • als de aanvrager een rechtspersoon is: een actueel uittreksel uit het handelsregister;

  • als doorhaling wordt verzocht door een gevolmachtigde: een kopie van de volmacht;

  • stukken waaruit de gestelde reden van de doorhaling blijkt;

  • als het schip is vergaan, gesloopt of blijvend ongeschikt is geworden: stukken ter staving van de gegrondheid daarvan.

4.5.23 Scheepshuurkoop (afdeling 8.8.3 BW en artikel 625 Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het scheepsregister;

  • een actueel uittreksel uit het scheepsregister betreffende hypotheken en beslagen;

  • een notariële akte van huurkoop;

  • als van toepassing: bewijs van inschrijving van de huurkoop in het scheepsregister.

4.5.24 Aanwijzing bewaarnemer cognossement bij binnenvaart (artikel 8:946 lid 2 BW en artikel 627 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van het cognossement;

  • de naw-gegevens van de vervoerder, geadresseerde en ‘notify party’.

4.5.25 Vaststelling zekerheid binnenvaart (artikel 8:954 BW en artikel 631 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van de vervoerovereenkomst;

  • bewijs van het recht op aflevering (cognossement);

  • de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.

4.5.26 Toestemming voor het opslaan of onder zich houden van goederen of voor het treffen van andere maatregelen bij binnenvaart (artikel 8:955 lid 1 BW en artikel 628 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van de vervoerovereenkomst (cognossement);

  • bewijs van de reden voor het opslaan, het onder zich houden of andere maatregelen;

  • bewijs van de oproeping van de rechthebbende;

  • de naw-gegevens van de afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.

4.5.27 Machtiging verkoop opgeslagen zaken bij niet-ontvangst bij binnenvaart (artikel 8:957 BW en artikel 632 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van de vervoerovereenkomst (cognossement);

  • bewijs van de reden voor het opslaan, het onder zich houden of andere maatregelen;

  • bewijs van de oproeping van de rechthebbende;

  • de naw-gegevens van de afzender/bevrachter, geadresseerde, ‘notify party’ en bewaarnemer.

4.5.28 Gerechtelijk onderzoek naar toestand lading bij binnenvaart (artikel 8:959 BW en artikel 633 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van de vervoerovereenkomst of van het recht op aflevering (cognossement);

  • de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.

4.5.29 Gerechtelijk onderzoek naar oorzaak schade bij binnenvaart (artikel 8:960 BW en artikel 633 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van de vervoerovereenkomst of van het recht op aflevering (cognossement);

  • de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.

4.4.30 Beperking aansprakelijkheid eigenaar en hulpverlener binnenschip (artikel 8:1060 BW en artikel 642a Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het scheepsregister of ander bewijs van de inschrijving van het schip in het betreffende buitenlandse scheepsregister;

  • een actuele meetbrief;

  • de naw-gegevens van alle bij het voorval betrokken partijen of van alle bekende schuldeisers.

4.5.31 Beperking aansprakelijkheid hulppersoon binnenschip (artikel 8:1061 BW en artikel 642a Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het scheepsregister of ander bewijs van de inschrijving van het schip in het betreffende buitenlandse scheepsregister;

  • een actuele meetbrief;

  • de naw-gegevens van alle bij het voorval betrokken partijen of van alle bekende schuldeisers.

4.5.32 Vaststelling zekerheid wegvervoer (artikel 8:1131 BW en artikel 631 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied waar de zaken zich bevinden.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van de vervoerovereenkomst of de expeditieovereenkomst;

  • bewijs van het recht op aflevering (vrachtbrief);

  • de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.

4.5.33 Toestemming voor het opslaan of onder zich houden van goederen of voor het treffen van andere maatregelen bij wegvervoer (artikel 8:1132 lid 1 BW en artikel 628 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van de vervoerovereenkomst (vrachtbrief);

  • bewijs van de reden voor het opslaan, het onder zich houden of andere maatregelen;

  • bewijs van de oproeping van de rechthebbende;

  • de naw-gegevens van de afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.

4.5.34 Machtiging verkoop opgeslagen zaken bij niet-ontvangst bij wegvervoer (artikel 8:1133 BW en artikel 632 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied waar de zaken zich bevinden.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van de vervoerovereenkomst (vrachtbrief);

  • bewijs van de reden voor het opslaan, het onder zich houden of andere maatregelen;

  • bewijs van de oproeping van de rechthebbende;

  • de naw-gegevens van de afzender/bevrachter, geadresseerde, ‘notify party’ en bewaarnemer.

4.5.35 Gerechtelijk onderzoek toestand afgeleverde goederen bij wegvervoer (artikel 8:1135 BW en artikel 633 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied waar de zaken zich bevinden.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van de vervoerovereenkomst of van het recht op aflevering (vrachtbrief);

  • de naw-gegevens van de vervoerder, afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.

4.5.36 Toestemming voor het opslaan of onder zich houden van verhuisgoederen of voor het treffen van andere maatregelen bij wegvervoer (artikel 8:1197 lid 1 BW en artikel 628 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van de vervoerovereenkomst (vrachtbrief);

  • bewijs van de reden voor het opslaan, het onder zich houden of andere maatregelen;

  • bewijs van de oproeping van de rechthebbende;

  • de naw-gegevens van de afzender/bevrachter, geadresseerde en ‘notify party’.

4.5.37 Machtiging verkoop opgeslagen verhuisgoederen bij niet-ontvangst bij wegvervoer (artikel 8:1198 BW en artikel 632 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank, binnen het rechtsgebied waar de zaken zich bevinden.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van de vervoerovereenkomst (vrachtbrief);

  • bewijs van de reden voor het opslaan, het onder zich houden of andere maatregelen;

  • bewijs van de oproeping van de rechthebbende;

  • de naw-gegevens van de afzender/bevrachter, geadresseerde, ‘notify party’ en bewaarnemer.

4.5.38 Goedkeuring teboekstelling luchtvaartuig (artikel 8:1303 BW en artikel 624 Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank van de gekozen woonplaats.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het nationaliteitsregister van het luchtvaartuig;

  • een kopie van een geldig legitimatiebewijs van iedere aanvrager;

  • als de aanvrager een rechtspersoon is: een actueel uittreksel uit het handelsregister;

  • als teboekstelling wordt verzocht door een gevolmachtigde: een kopie van de volmacht;

  • een verklaring van de Inspectie Verkeer en Waterstaat inzake de maximaal toegelaten massa;

  • een verklaring van de eigenaar in de zin van artikel 8:1303 lid 4 BW.

4.5.39 Machtiging doorhaling teboekstelling luchtvaartuig (artikel 8:1304 BW en artikel 624 Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank van de gekozen woonplaats.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het nationaliteitsregister van het luchtvaartuig;

  • een kopie van een geldig legitimatiebewijs van iedere aanvrager;

  • als de aanvrager een rechtspersoon is: een actueel uittreksel uit het handelsregister;

  • als doorhaling wordt verzocht door een gevolmachtigde: een kopie van de volmacht;

  • een verklaring van de Inspectie Verkeer en Waterstaat inzake de maximaal toegelaten massa;

  • als het luchtvaartuig niet of niet meer de hoedanigheid van Nederlands luchtvaartuig heeft: een door de Minister van Verkeer en Waterstaat afgegeven verklaring, dat de inschrijving van het luchtvaartuig in het Nederlandse register voor burgerluchtvaartuigen, bedoeld in artikel 3.3 van de Wet luchtvaart, is doorgehaald;

  • in een geval als bedoeld in artikel 8:1304 lid 1 onder b onderdelen 1°, 2° of 3° BW: een door de Minister van Verkeer en Waterstaat afgegeven verklaring, dat de inschrijving van het luchtvaartuig in het Nederlandse register voor burgerluchtvaartuigen, bedoeld in artikel 3.3 van de Wet luchtvaart, is doorgehaald;

  • in een geval als bedoeld in artikel 8:1304 lid 1 onder b onderdeel 4° BW: een door de bevoegde autoriteit afgegeven bewijsstuk van teboekstelling of een uittreksel uit het verdragsregister waaruit blijkt dat het luchtvaartuig aldaar te boek staat;

  • in andere gevallen: bescheiden, waaruit de gestelde feiten blijken.

4.5.40 Machtiging verkoop opgeslagen verhuisgoederen bij niet-ontvangst bij railwegvervoer (artikel 8:1380 BW en artikel 632 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied waar de zaken zich bevinden.

Bij te voegen stukken:

  • bewijs van de vervoerovereenkomst (cognossement);

  • bewijs van de reden voor het opslaan, het onder zich houden of andere maatregelen;

  • bewijs van de oproeping van de rechthebbende;

  • de naw-gegevens van de afzender/bevrachter, geadresseerde, ‘notify party’ en bewaarnemer.

4.6 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

4.6.1 Verzet weigering afgifte afschrift beslissing (artikel 29 lid 6 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van de brief van de griffier, inzake de (gehele of gedeeltelijke) weigering om aan het verzoek tot het geven van een afschrift te voldoen (artikel 29 lid 6 Rv).

4.6.2 Verlof voor uitbrengen exploot op alle dagen en uren (artikel 64 lid 3 Rv en artikel 1077 lid 3 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter (of de kantonrechter in kantonzaken, zie artikel 3.11.1).

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van de concept-dagvaarding.

4.6.3 Verkorting dagvaardingstermijn (artikel 117 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter (of de kantonrechter in kantonzaken, zie artikel 3.11.2).

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van de concept-dagvaarding.

4.6.4 Voorlopig getuigenverhoor (artikelen 196-204 Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank, als de rechtbank vermoedelijk bevoegd is om van de zaak in de bodemprocedure kennis te nemen als deze aanhangig wordt gemaakt.

4.6.5 Voorlopig deskundigenbericht en deskundigenverhoor (artikelen 196-204 Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank, als de rechtbank vermoedelijk bevoegd is om van de zaak in de bodemprocedure kennis te nemen als deze aanhangig wordt gemaakt.

4.6.6 Voorlopige plaatsopneming of bezichtiging (artikelen 196-204 Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank, als de rechtbank vermoedelijk bevoegd is om van de zaak in de bodemprocedure kennis te nemen als deze aanhangig wordt gemaakt.

4.6.7 Verlof voor tenuitvoerlegging op alle dagen en uren (artikel 438b Rv en artikel 1077 lid 3 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van de executoriale titel.

4.6.8 Verkorting termijn voor executoriaal beslag op roerende zaken (artikel 439 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

4.6.9 Overneming executie door beslaglegger (artikel 459 lid 3 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van het stuk waaruit blijkt dat de beslaglegger de executant schriftelijk een redelijke termijn heeft gesteld om alsnog tot verkoop over te gaan (artikel 459 lid 2 Rv);

  • een kopie van de aanzeggingen van de beslaglegger aan de executant en de geëxecuteerde dat hij de executie wil overnemen (artikel 459 lid 1 Rv);

  • een kadastraal uittreksel waaruit blijkt of er meer beslagleggers met een executoriale titel zijn (degene die het oudste executoriale beslag heeft gelegd is bevoegd tot overneming, tenzij de voorzieningenrechter van de rechtbank op verzoek van de meest gerede partij anders beslist (artikel 459 lid 3 Rv).

4.6.10 Vaststelling termijn waarbinnen pandhouder tot verkoop moet overgaan (artikel 461b Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van het deurwaardersexploot waarbij de pandhouder aan de beslaglegger aanzegt dat hij de executie overneemt, met opgave van de termijn waarin hij tot verkoop zal overgaan.

4.6.11 Verkorting termijn voor verkoop in beslag genomen zaken (artikel 462 lid 2 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van het deurwaardersexploot, waarbij de executie is aangezegd.

4.6.12 Verkoop van effecten aan toonder die niet ter beurze verhandelbaar zijn (artikel 463 lid 3 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van het deurwaardersexploot, waarbij de executie is aangezegd.

4.6.13 Geschil over veilcondities etc. (artikel 463a Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van het deurwaardersexploot, waarbij de executie is aangezegd;

  • een concept van de veilcondities.

4.6.14 Verkorting termijn voor het aanslaan der biljetten (artikel 465 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

4.6.15 Verlof verkoop in beslag genomen aandelen na executoriaal beslag (artikel 474g Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een actueel uittreksel uit het handelsregister van de vennootschap op wiens aandelen beslag is gelegd;

  • een kopie van de huidige statuten van de vennootschap op wiens aandelen beslag is gelegd;

  • de titel (vonnis, (verlof-)beschikking, gerechtelijke schikking of akte) op grond waarvan beslag is gelegd;

  • een kopie van de betekening van de titel aan debiteur;

  • een kopie van het exploot van beslaglegging;

  • een kopie van het exploot waarbij van het beslag mededeling is gedaan aan de geëxecuteerde;

  • zo mogelijk: de mededeling als bedoeld in artikel 474f Rv;

  • een voorstel met betrekking tot de wijze van verkoop (bv. de termijn, onderhands of bij veiling).

4.6.16 Benoeming rechter-commissaris voor rangregeling na executie roerende zaken (artikel 481 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • staat van alle in artikel 480 Rv bedoelde belanghebbenden (waaronder de executant en de geëxecuteerde) met vermelding van hun woonplaatsen, opgemaakt door de deurwaarder.

4.6.17 Afgifte pand aan bezitloos pandhouder (artikel 496 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van de pandakte waarbij het pandrecht is gevestigd.

4.6.18 Verkorting termijn voor beslag op onroerende zaken (artikel 502 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

4.6.19 Aanstelling gerechtelijk bewaarder van bij geëxecuteerde in beslag genomen zaken (artikel 506 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

4.6.20 Overneming executie onroerende zaak door jongere beslaglegger (artikel 513 lid 2 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van het stuk waaruit blijkt dat de verzoeker de oudere beslaglegger schriftelijk een redelijke termijn heeft gesteld om alsnog tot verkoop over te gaan.

4.6.21 Vaststelling termijn waarbinnen hypotheekhouder tot verkoop of indiening verzoek onderhandse verkoop moet overgaan (artikel 545 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van het deurwaardersexploot als bedoeld in artikel 544 Rv, houdende de aanzegging door de hypotheekhouder van de executie of de overneming daarvan.

4.6.22 Onderhandse executoriale verkoop (artikel 548 Rv en artikel 3:268 BW)

{hyperlink aanbeveling behandeling verzoek voor onderhandse verkoop}

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een volledig (ondertekende) koopakte (artikel 548 lid 2 Rv);

  • kopieën van alle gedane biedingen, dan wel een verklaring van de behandelend notaris dat geen biedingen zijn gedaan (artikel 548 lid 2 Rv);

  • een lijst van de in artikel 544 Rv bedoelde belanghebbenden (hypotheekgever, schuldenaar en degenen wier recht of beslag uit de registers blijkt en wier recht door de executoriale verkoop zal tenietgaan of vervallen);

  • een kadastraal en hypothecair uittreksel met betrekking tot de onroerende zaak en de daarop gelegde beslagen, allebei niet ouder dan één week;

  • een recent taxatierapport (niet ouder dan zes maanden en niet van latere datum dan de eerste onderhandse bieding en in beginsel geen geveltaxatie) met betrekking tot de onderhandse verkoopwaarde en de executiewaarde van de onroerende zaak;

  • een kopie van de hypotheekakte.

4.6.23 Rangregeling na executie onroerende zaken (artikel 552 Rv en artikel 3:271 BW)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van een door de bewaarder van het kadaster en de openbare registers af te geven kadastraal uittreksel inzake hypotheken als bedoeld in artikel 100 lid 1 Kadasterwet, waarin de inschrijving en de boekingen in het register van voorlopige aantekeningen die voor de aanwijzing van de in artikel 551 Rv bedoelde belanghebbenden van belang zijn, worden vermeld;

  • een kopie van een door de notaris af te geven staat van de schuldeisers die beslag hebben gelegd op de opbrengst van de executie of hun vordering ontlenen aan artikel 3:264 lid 7 BW.

4.6.24 Machtiging om zonder voorafgaand bevel tot betaling over te gaan tot executoriaal beslag op een schip (artikel 563 lid 2 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

4.6.25 Verkoop buitenlands zeeschip ter openbare zitting (artikel 575 Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van het verzoekschrift datumbepaling (artikel 571 Rv);

  • een kopie van het verzoekschrift krantenaankondiging (artikel 575 Rv);

  • de veilingvoorwaarden;

  • een staat van geschatte kosten;

  • een akte van depot (artikel 575 lid 3 Rv);

  • een kopie van het procesdossier.

4.6.26 Machtiging om zonder voorafgaand bevel tot betaling over te gaan tot executoriaal beslag op een luchtvaartuig (artikel 584b lid 2 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

4.6.27 Verkoop luchtvaartuig (artikel 584f Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank binnen het rechtsgebied waar het luchtvaartuig zich dan bevindt.

Bij te voegen stukken:

  • afschrift van het proces-verbaal van inbeslagneming;

  • uittreksel uit de registratie voor luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 102 lid 1 van de Kadasterwet (dan wel een soortgelijk uittreksel uit het verdragsregister), dat in ieder geval de volgende gegevens bevat: identiteit eigenaar of beperkt gerechtigde;

  • naw-gegevens van de eigenaar van, beperkt gerechtigde met betrekking tot, of beslaglegger op een luchtvaartuig of, ingeval die eigenaar, gerechtigde of beslaglegger een rechtspersoon is, de rechtsvorm;

  • wettelijke naam beperkte rechten en beslagen:

  • de wettelijke benaming van de beperkte rechten waaraan de luchtvaartuigen onderworpen zijn, en van de beslagen die op die luchtvaartuigen of beperkte rechten zijn gelegd, als ook of die luchtvaartuigen of beperkte rechten onder bewind staan, en of ten aanzien daarvan zijn ingeschreven;

  • een beding als bedoeld in artikel 6:252 BW, en

  • de voorrechten als bedoeld in artikel 8:1317 BW;

  • nationaliteits- en inschrijvingskenmerk: het nationaliteitskenmerk en het inschrijvingskenmerk, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de Wet luchtvaart;

  • gegevens fabrikant en luchtvaartuig zelf: de naam en woonplaats van de fabrikant, het type, jaar en plaats van de bouw, het serienummer, zo het luchtvaartuig dat heeft, met de aanduiding van de plaats waar dit nummer is aangebracht, het aantal motoren, het type, vermogen en de fabrikant van elke motor, en het fabrieksnummer daarvan met de aanduiding van de plaats waar dit nummer is aangebracht;

  • maximaal gewicht en laadvermogen: het maximaal toegelaten startmassa;

  • boekingsnummer op grond van artikel 22 lid 1 onder d Kadasterwet:

  • de dagtekening van de teboekstelling en het boekingsnummer, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel d Kadasterwet;

  • elk register waarin het luchtvaartuig ooit heeft te boek gestaan:

  • voor zover op een luchtvaartuig een recht van hypotheek rust, ten minste de gegevens, genoemd in artikel 48, tweede lid, onderdeel i Kadasterwet;

  • de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen.

4.6.28 Machtiging verkoop ten vervoer ontvangen zaken (artikel 632 Rv)

Zie hiervoor bij de artikelen 8:491, 957, 1133 en 1198 BW.

4.6.29 Gerechtelijk onderzoek toestand lading/oorzaak schade (artikel 633 Rv)

Zie hiervoor bij artikelen 8:494, 495, 959, 960 en 1135 BW.

4.6.30 Conservatoir beslag (artikelen 700-770c Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

In de beslagsyllabus {hyperlink beslagsyllabus} is per beslagsoort uitgewerkt welke stukken moeten worden bijgevoegd.

4.6.31 Verkoop in bewaring genomen goederen door gerechtelijk bewaarder (artikel 858 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van het bevel tot bewaring waarbij de bewaarder is benoemd.

4.6.32 Tenuitvoerlegging buitenlandse alimentatiebeslissing op basis van de Alimentatie-executieverdragen AE I of AE II (artikel 985 Rv en de Alimentatie-executieverdragen van 15 april 1958 en van 2 oktober 1973)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • volledig en authentiek afschrift van de beslissing;

  • stukken waaruit blijkt dat tegen de beslissing geen gewoon rechtsmiddel openstaat in de staat van herkomst en dat de beslissing daar uitvoerbaar is;

  • bij verstek: het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het stuk waarmee het geding is ingeleid aan de partij tegen wie het verstek is verleend, is betekend of is meegedeeld;

  • een voor eensluidend gewaarmerkte vertaling van bovengenoemde stukken.

4.6.33 Tenuitvoerlegging in het buitenland gegeven rechterlijke beslissing niet op basis van het EEX-verdrag, de EEX-verordening of het EVEX-verdrag (artikel 985 Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • volledig en authentiek afschrift van de beslissing die ten uitvoer wordt gelegd;

  • stukken waaruit blijkt dat tegen de beslissing geen gewoon rechtsmiddel openstaat in het land van herkomst en dat de beslissing aldaar uitvoerbaar is;

  • bij verstek: het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het stuk waarmee het geding is ingeleid aan de partij tegen wie het verstek is verleend, is betekend of is meegedeeld;

  • een voor eensluidend gewaarmerkte vertaling van bovengenoemde stukken.

4.6.34 Tenuitvoerlegging van in het buitenland verleden authentieke akten en andere executoriale titels, niet op basis van het EEX-verdrag, de EEX-verordening of het EVEX-verdrag (artikel 993 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • de te legaliseren titel.

4.6.35 Deelgeschilprocedure (artikelen 1019w-1019cc Rv)

Bevoegde rechter:

de rechtbank, als de rechtbank vermoedelijk bevoegd is om van de zaak in de bodemprocedure kennis te nemen als deze aanhangig wordt gemaakt.

Bij te voegen stukken:

  • processtukken en beslissing in een eventueel eerder verzoek ex art. 1019w Rv.

4.6.36 Benoeming arbiter(s) (artikel 1027 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

een kopie van de arbitrageovereenkomst.

4.6.37 Verzoek tot beslissing over wraking arbiter(s) (artikel 1035 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

een kopie van de arbitrageovereenkomst;

  • een kopie van het besluit of de beschikking waarbij de arbiter(s) is/zijn benoemd;

  • een kopie van de schriftelijke kennisgeving tot wraking.

4.6.38 Verzoek horen weigerachtige getuige in arbitrage (artikel 1041 lid 2 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van het arbitraal vonnis, waarbij het getuigenverhoor is bepaald;

  • een kopie van het proces-verbaal van de weigering.

4.6.39 Exequatur arbitraal vonnis (artikel 1062 Rv)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • als het arbitraal vonnis ter griffie is nedergelegd: een kopie van het arbitraal vonnis en een kopie van de akte van nederlegging van het arbitraal vonnis;

  • als het arbitraal vonnis niet ter griffie is nedergelegd: een origineel afschrift van het arbitraal vonnis;

  • en als het een arbitraal vonnis betreft tegen een consument:

    • i de overeenkomst;

    • ii de algemene voorwaarden (als van toepassing);

    • iii een toelichting over de wijze waarop de consument duidelijke en transparante informatie heeft ontvangen over de verschillen tussen de arbitrageprocedure en de gewone gerechtelijke procedure, en

    • iv als het arbitrale beding de consument ten minste een maand gunt om te kiezen voor beslechting van het geschil door de rechter, één of meer stukken waaruit volgt dat de consument daadwerkelijk de in dat beding opgenomen termijn van ten minste een maand is gegund, maar alleen voor zover dit niet uit het arbitrale vonnis blijkt.

4.6.40 Tenuitvoerlegging buitenlands arbitraal vonnis op basis van Verdrag van Washington (Verdrag inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten, Washington, 18-03-1965)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter te Den Haag.

Bij te voegen stukken:

  • de originele uitspraak of een gewaarmerkt afschrift daarvan;

  • de originele arbitrageovereenkomst of een gewaarmerkt afschrift daarvan.

4.7 Diverse wetten

4.7.1 Onteigeningswet – vervroegde plaatsopneming/descente te onteigenen onroerende zaken (artikel 54a lid 1)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • de stukken als bedoeld in artikel 54a lid 2 OW:

    • a. een uitgewerkt plan met uitvoerige kaarten van het werk en met grondtekeningen, waarop de te onteigenen onroerende zaken en de onroerende zaken waarop te onteigenen rechten rusten, met vermelding van hun kadastrale aanduiding zijn aangewezen;

    • b. een lijst van de te onteigenen onroerende zaken aangeduid met hun kadastrale aanduiding met vermelding van:

      • 1) de grootte volgens de basisregistratie kadaster van elk der desbetreffende percelen en, als een te onteigenen onroerende zaak een gedeelte van een perceel uitmaakt, bovendien de grootte van dat gedeelte;

      • 2) de namen van de eigenaars van elk dier zaken, volgens de basisregistratie kadaster;

    • c. bij afzonderlijke onteigening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, een lijst van de te onteigenen rechten met vermelding van de kadastrale aanduiding van de zaken waarop zij rusten, en de namen van de rechthebbenden op die rechten volgens de basisregistratie kadaster;

    • d. het bewijs als bedoeld in artikel 23 onder 2º OW: een door de burgemeester van de gemeente, waar de betrokken onroerende zaken zijn gelegen, afgegeven bewijs dat de uitgewerkte plannen met de daarbij behorende kaarten en grondtekeningen binnen de betrokken gemeente ter inzage gelegen hebben;

    • e. een opgave van de hypotheekhouders of van hen, die beslag hebben gelegd met betrekking tot wat onteigend moet worden, voor zover zij zijn vermeld in de openbare registers.

Bij een verzoek in een onteigeningsprocedure op basis van Titel IV Onteigeningswet:

  • de stukken als bedoeld in artikel 80 aanhef en onder b OW:

    • a. een afschrift van het koninklijk besluit;

    • b. een bewijs dat terinzagelegging overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, van de AWB heeft plaats gehad;

    • c. een opgave van de hypotheekhouders of van hen, die beslag hebben gelegd met betrekking tot wat onteigend moet worden, voor zover zij zijn vermeld in de openbare registers.

Bij beide verzoeken:

  • de stukken als bedoeld in artikel 54b lid 1 OW:

    • bij betekening van een afschrift van het verzoekschrift: een gewaarmerkt afschrift van het exploit van betekening waaruit blijkt dat een afschrift van het verzoekschrift binnen een week na indiening daarvan is betekend;

    • bij verzending van een afschrift van het verzoekschrift bij aangetekende brief: stukken waaruit blijkt dat de aangetekende brief binnen een week na indiening daarvan is verzonden aan degenen die in het verzoekschrift zijn vermeld, en waaruit (de wijze van) uitreiking van de brief blijkt.

4.7.2 Onteigeningswet – inbezitstelling (artikel 57)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een afschrift van het vonnis tot onteigening;

  • een verklaring van de griffier, dat het vonnis gezag van gewijsde heeft verkregen;

  • een afschrift van het proces-verbaal van de opneming door de deskundigen, als deze opneming heeft plaats gevonden overeenkomstig artikel 54j, lid 1 of lid 3 OW;

  • het bewijs, dat de schadeloosstelling of het voorschot, bedoeld in artikel 54i OW, is betaald dan wel het bewijs van consignatie in de gevallen van de artikelen 3, 58 en 59 OW.

4.7.3 Wet voorkeursrecht gemeenten – verzoek tot het geven van een oordeel over de prijs (artikel 13)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een gewaarmerkt afschrift van het verzoek van de vervreemder dat de rechter zal worden verzocht om een oordeel over de prijs te geven.

4.7.4 Wet voorkeursrecht gemeenten – verzoek te bepalen dat gemeente gehouden is mee te werken aan overdracht tegen een door de rechtbank vast te stellen prijs (artikel 15)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • de opgave van voorgenomen vervreemding als bedoeld in artikel 11 Wvg.

4.7.5 Omgevingswet – verzoek tot vaststellen van schadeloosstelling onteigening (artikel 11.14)

Bevoegde rechter:

de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de zaak geheel of grotendeels ligt.

Bij te voegen stukken:

  • een afschrift van de onteigeningsbeschikking;

  • stukken waaruit blijkt dat de onteigeningsbeschikking op de in artikel 16.33d van de Omgevingswet voorgeschreven wijze is bekendgemaakt: publicatie, toezending en terinzagelegging;

  • Opgave van:

    • naam, adres en vestigingsplaats van de onteigenaar;

    • wat de onteigenaar wil onteigenen;

    • naam, adres en woon- of vestigingsplaats van de eigenaren;

    • naam, adres en woon- of vestigingsplaats van alle eventuele belanghebbenden;

    • het schadeloosstellingsvoorstel dat door de onteigenaar aan elk van de belanghebbenden wordt aangeboden;

    • (na indiening van het verzoekschrift) een bewijs dat de onteigende en belanghebbenden het verzoekschrift hebben ontvangen.

4.7.6 Omgevingswet – inbezitstelling na inschrijving onteigeningsakte (artikel 11.20)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een afschrift van de onteigeningsakte;

  • een bewijs van inschrijving van de onteigeningsakte.

4.7.7 Omgevingswet – verzoek tot het geven van een oordeel over de prijs (artikel 9.16)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een gewaarmerkt afschrift van het verzoek van de vervreemder dat de rechter

  • zal worden verzocht om een oordeel over de prijs te geven (artikel 7.3 Omgevingsbesluit);

  • een bewijs waaruit blijkt dat de verzoeker een afschrift van het verzoek aan de vervreemder heeft toegezonden (artikel 7.4 Omgevingsbesluit).

4.7.8 Omgevingswet – verzoek te bepalen dat gemeente gehouden is mee te werken aan overdracht tegen een door de rechtbank vast te stellen prijs (artikel 9.18)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een bewijs waaruit blijkt dat de verzoeker een afschrift van het verzoek aan het bevoegd gezag heeft toegezonden (artikel 7.4 lid 2 Omgevingsbesluit);

  • een bewijs waaruit blijkt dat het bevoegd gezag afziet van de koop door:

    • (i) het afwijzen van het verzoek van de vervreemder om een prijsvaststellingsprocedure te starten, of

    • (ii) stilzwijgend de termijn voor het starten van die procedure te laten verstrijken, of

    • (iii) tussentijds de prijsvaststellingsprocedure te beëindigen.

4.7.9 Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) (artikel 35)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van het verzoek als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de AVG;

  • een kopie van het antwoord van de verwerkingsverantwoordelijke op het ingediende verzoek of de mededeling dat de verwerkingsverantwoordelijke niet op het verzoek heeft geantwoord.

Voor het indienen van het verzoek is geen advocaat vereist.

4.7.10 Wet op de rechtsbijstand – verzoek vaststelling eigen bijdrage (artikel 38 lid 4)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van de door de Raad voor de Rechtsbijstand verleende toevoeging.

4.7.11 Wet op de strandvonderij – geschil over geborgen zaken (artikel 16)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

4.7.12 Wet op het notarisambt – legalisatie (artikel 52 lid 3)

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • een aan de notaris ter legalisatie aangeboden stuk, met daarop of op een daaraan gehecht stuk een door hem gedagtekende en ondertekende verklaring waarin hij de echtheid van de handtekening bevestigt.

4.7.13 Wet griffierecht burgerlijke zaken – verzet griffierecht of verschotten (artikel 29 Wgbz)

Bevoegde rechter:

de rechtbank in handelszaken; in kantonzaken is de kantonrechter bevoegd, zie artikel 3.9.1.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van de griffierechtrekening (een rekening-courantoverzicht of een nota);

  • bewijs van de betaling van het griffierecht of de verschotten.

4.7.14 Wet griffierecht burgerlijke zaken – verzet dwangbevel (art. 30 Wgbz)

Bevoegde rechter:

de rechtbank in handelszaken; in kantonzaken is de kantonrechter bevoegd, zie artikel 3.9.2.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van het dwangbevel.

4.7.15 Bezwaar tegen beschikking van de griffier inzake toekenning van een vergoeding voor tijdverzuim, daarmee verband houdende noodzakelijke kosten en voor reis- en verblijfkosten. (artikel 8 lid 2 Wet tarieven in strafzaken).

Bevoegde rechter:

de voorzieningenrechter.

Bij te voegen stukken:

  • de beschikking van de griffier.

4.7.16 Verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap of het ontbreken daarvan (artikel 17 Rijkswet op het Nederlanderschap)

Bevoegde rechter:

rechtbank Den Haag.

4.7.17 Verzoek tot vaststelling staatloosheid (artikel 2 Wet vaststellingsprocedure staatloosheid)

Bevoegde rechter:

rechtbank Den Haag.

4.8 Beëdigingen

4.8.1 Beëdiging (buitengewoon) ambtenaar burgerlijke stand (artikel 1:16 lid 4 BW)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van een geldig legitimatiebewijs;

  • een uittreksel uit de BRP, niet ouder dan drie maanden;

  • een kopie van het besluit van het college van burgemeester en wethouders waarbij de ambtenaar is benoemd.

4.8.2 Beëdiging (waarnemend) gerechtsdeurwaarder, toegevoegd kandidaat-deurwaarder (artikel 9 lid 1, 23 lid 3 en 28 lid 2 Gerechtsdeurwaarderswet)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van een geldig legitimatiebewijs;

  • een kopie van het koninklijk besluit waarbij de verzoeker tot deurwaarder is benoemd respectievelijk waarbij toestemming is verleend tot aanwijzing van de kandidaat-deurwaarder tot toegevoegd kandidaat-deurwaarder.

4.8.3 Beëdiging ambtenaar reclassering (artikel 6 lid 2 Reclasseringsregeling 1995)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van een geldig legitimatiebewijs;

  • een kopie van het bestuursbesluit waarbij de reclasseringswerker als zodanig is aangewezen.

4.8.4 Beëdiging tolk of vertaler (artikel 12 Wet beëdigde tolken en vertalers)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een bewijs van inschrijving in het door het de Raad voor Rechtsbijstand te ’s-Hertogenbosch, Bureau beëdigde tolken en vertalers, aangehouden Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv).

4.8.5 Beëdiging notaris (artikel 3 lid 2 Wet op het notarisambt)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van een geldig legitimatiebewijs;

  • een kopie van het koninklijk besluit.

4.8.6 Beëdiging kandidaat-notaris tot waarnemer (artikel 30 lid 1 Wet op het notarisambt)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

4.8.7 Beëdiging bestuursleden en personeel Bureau Financieel Toezicht (artikel 110 lid 10 Wet op het notarisambt)

Bevoegde rechter:

rechtbank Midden-Nederland.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van een geldig legitimatiebewijs;

  • een kopie van het benoemingsbesluit.

4.8.8 Beëdiging officier van justitie (artikel 2h lid 1 sub a Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren)

Bevoegde rechter:

de rechtbank.

Bij te voegen stukken:

  • een kopie van een geldig legitimatiebewijs;

  • een kopie van het besluit van de Minister van Justitie.

5 SLOTBEPALING

5.1 Vaststelling en inwerkingtreding

Het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel Kanton (LOVCK) heeft dit reglement op 8 april 2025 goedgekeurd. De gerechtsvergaderingen van alle rechtbanken hebben dit reglement vastgesteld.

De tweede versie van dit reglement treedt in werking op 1 juli 2025.

5.2 Overgangsbepaling

Het reglement is van toepassing op alle verzoekschriften ingediend na 1 juli 2025. Het reglement is ook van toepassing op proceshandelingen in op dat moment lopende verzoekschriftprocedures, die na 1 juli 2025 nog worden verricht.

5.3 Vervanging

Dit procesreglement vervangt het Landelijk Procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbanken: kanton, handel en voorzieningenrechter, eerste versie 1 januari 2025.

Bij dit reglement horen bijlagen. De bijlagen zijn te vinden in de digitale versie die wordt gepubliceerd op www.rechtspraak.nl

Naar boven