Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Raad voor de Rechtspraak | Staatscourant 2025, 20911 | interne regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Raad voor de Rechtspraak | Staatscourant 2025, 20911 | interne regeling |
Voor u ligt het Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken.
Dit procesreglement is een samenvoeging van het Landelijk Procesreglement kort gedingen rechtbanken handel/familie en het Landelijk Procesreglement kort gedingen rechtbanken kanton. Dit procesreglement is een initiatief vanuit de redactieraden van beide voornoemde procesreglementen. Met dit procesreglement worden de werkwijze en de werkprocessen van de rechtbanken op het punt van de kort geding procedure in de verschillende rechtsgebieden zo veel mogelijk geharmoniseerd.
Het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton (LOVCK) heeft dit reglement op 30 augustus 2023 goedgekeurd. Het Landelijk Overleg Vakinhoud Familie- en jeugdrecht (LOVF) heeft op 28 augustus 2023 ingestemd met dit reglement. De gerechtsvergaderingen van alle rechtbanken hebben dit reglement vastgesteld.
Wijzigingen van het reglement en publicatie van het reglement in de Staatscourant:
– 1 juli 2024 (tweede versie): aanpassing artikelen 2.1, 3.5, 3.13, 3.16, 12.2 en 12.5 om de wijze van het indienen van stukken bij digitaal procederen te verduidelijken;
– 1 juli 2025 (derde versie): een aantal bepalingen is verduidelijkt. Ook is een bepaling toegevoegd over de omvang van processtukken.
Het LOVCK en het LOVF hebben de derde versie in april 2025 goedgekeurd. De gerechtsvergaderingen van alle rechtbanken hebben dit gewijzigde reglement vastgesteld.
De gepubliceerde versie in de Staatscourant bevat geen hyperlinks en bijlagen. Op https://www.rechtspraak.nl/Procedures/Landelijke-regelingen/Pages/default.aspx onder het kopje Civiel recht wordt de meest recente versie gepubliceerd met hyperlinks en bijlagen.
Derde versie, 1 juli 2025
Dit reglement bevat regels voor alle kort gedingen in familiezaken, handelszaken en kantonzaken die bij de rechtbanken in behandeling zijn. Dit reglement geldt niet voor het kort geding als bedoeld in artikel 438 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) en voor verzoekschriftprocedures in familiezaken, handelszaken en kantonzaken.
In dit reglement wordt verstaan onder:
het vaststellen van een dag en tijdstip voor de voortzetting van de zaak, nadat de zaak op de mondelinge behandeling is uitgeroepen;
de aansluiting bestemd voor digitaal verkeer tussen systemen van advocaten of gemachtigden en de rechtbank;
de aanvraag als bedoeld in artikel 254 Rv;
de aanvraag, voorstellen, verzoeken, opgaven en schriftelijke mededelingen van andere aard over de procesvoering tussen de rechtbank en een of meer partijen;
de door partijen en de rechtbank in het digitale systeem voor gegevensverwerking van de rechtbank in een zaak ingediende, geplaatste en verzonden berichten en processtukken;
zaken die een onderwerp betreffen als geregeld in titel 6 van Boek 3 Rv;
de rechtsbijstandverlener van een partij in een kantonzaak;
administratie van de rechtbank;
het aanleveren van processtukken en berichten;
een omstandigheid waardoor het voor een partij redelijkerwijs niet mogelijk is op de mondelinge behandeling te verschijnen of een door de kortgedingrechter bepaalde handeling te verrichten;
de voorzieningenrechter en de kantonrechter in kort geding;
de zitting waarop de zaak mondeling wordt behandeld;
– eisende partij: de partij die heeft gedagvaard;
– gedaagde partij: de partij die is gedagvaard;
– verwerende partij: de partij die vrijwillig ter zitting verschijnt of, in reconventie, de partij die zich verweert tegen de eis in reconventie;
– gevoegde partij: degene die met toestemming (beslissing in incident) van de kortgedingrechter als gevoegde partij aan de zijde van de eisende partij of de gedaagde partij aan de procedure deelneemt;
– tussenkomende partij: degene die met toestemming (beslissing in incident) van de kortgedingrechter als tussenkomende partij aan de procedure deelneemt;
ieder stuk van een partij waarin het standpunt van die partij naar voren wordt gebracht (inclusief de bijbehorende producties (bewijsstukken) ter onderbouwing van dat standpunt);
het moment van aanvang van de (eerste) mondelinge behandeling;
de voorziening van de Rechtspraak voor het verzenden en ontvangen van beveiligde e-mail naar en door de rechtbank {hyperlink naar uitleg en regels Veilig Mailen}. Het systeem dat de rechtspraak hiervoor gebruikt heet Zivver;
het uitstellen van een mondelinge behandeling door het bepalen van een andere dag en tijdstip voor de mondelinge behandeling, voordat de zaak op de mondelinge behandeling is uitgeroepen;
de beveiligde digitale omgeving waarin partijen of advocaten en andere gemachtigden toegang hebben tot het digitaal dossier;
maandag tot en met vrijdag, met uitzondering van de dagen als bedoeld in artikel 3 van de Algemene Termijnenwet.
De griffie is op werkdagen telefonisch bereikbaar van 8.30 tot 17.00 uur, tenzij het bestuur van de desbetreffende rechtbank in het bestuursreglement anders heeft bepaald. Klik hier voor een overzicht van de telefoonnummers.
Digitaal procederen bij de kortgedingrechter is alleen mogelijk in de gevallen genoemd in Bijlage VII {hyperlink}.
Digitaal procederen vindt plaats door in te loggen ofwel via het Aansluitpunt Rechtspraak – Digitale Toegankelijkheid (artikel 1.2. aanhef en onder b) dan wel via het webportaal ‘Mijn Rechtspraak’ (artikel 1.2 aanhef en onder r).
Voor digitaal procederen gelden naast wat hierover is opgenomen in dit reglement, ook wat is bepaald in het Besluit elektronisch procederen en in het Reglement inzake de toegang tot en het gebruik van systeem DT rechtspraak (hierna: Reglement DT) {hyperlink}. Als een partij wordt bijgestaan door een (advocaat)gemachtigde dan heeft de (advocaat)gemachtigde toegang tot het digitaal dossier en de partij niet.
De partij die digitaal procedeert ontvangt de processtukken en berichten digitaal en gaat ermee akkoord dat zij geen papieren afdrukken of kopieën van processtukken of berichten ontvangt, behalve van de grosse (zie artikel 12.3).
Een partij die vrijwillig digitaal procedeert en voortaan niet meer digitaal wil procederen, of omgekeerd, verzoekt dit de kortgedingrechter bij bericht.
Een wissel wordt in een procedure in beginsel maar één keer toegelaten.
De wissel wordt aan alle partijen bevestigd. De wissel is effectief vanaf de datum die in de bevestiging van de kortgedingrechter wordt genoemd.
Een partij die wisselt naar digitaal procederen, krijgt digitaal toegang tot alle processtukken en berichten die in het digitaal dossier zijn opgeslagen.
Een partij heeft toegang tot het webportaal ‘Mijn Rechtspraak’ als zij beschikt over een inlogmiddel. Dit inlogmiddel staat vermeld in het Reglement DT {hyperlink}.
Een partij heeft in het webportaal ‘Mijn Rechtspraak’ alleen toegang tot het digitaal dossier in de aanhangige zaken waarin zij zelf partij is.
Een partij die niet digitaal procedeert, terwijl de andere partij digitaal procedeert, kan de kortgedingrechter verzoeken haar mee te delen op welke wijze zij inzage kan krijgen in het digitaal dossier.
De kortgedingrechter kan een partij of de (advocaat)gemachtigde van die partij tijdelijk of blijvend uitsluiten van het gebruik van het digitale systeem, als diegene het digitale systeem verstoort of als diegene aantoonbaar een gevaar vormt voor de integriteit van het digitale systeem. De uitsluiting wordt medegedeeld bij bericht en heeft alleen betrekking op de procedure waarin de kortgedingrechter deze beslissing heeft genomen.
Na de uitsluiting van het gebruik van het digitale systeem, wordt de procedure voortgezet volgens de regels die gelden voor niet-digitaal procederen.
Als de kortgedingrechter een processtuk, een proces-verbaal, een uitspraak of een bericht in het digitale systeem heeft geplaatst, ontvangt iedere partij die digitaal procedeert en een e-mailadres heeft opgegeven, daarvan een kennisgeving (notificatie). Het tijdstip waarop deze kennisgeving wordt verstuurd, geldt als het tijdstip waarop het desbetreffende processtuk of bericht aan die partij bekend is gemaakt. Voor dit doel wordt bij de eerste keer dat een partij in een zaak inlogt in het webportaal ‘Mijn Rechtspraak’, een e-mailadres gevraagd. Deze partij is op elk moment verantwoordelijk voor de werking, de toegankelijkheid, de beschikbaarheid en de raadpleging van dit adres. Als die partij geen e-mailadres opgeeft, geldt dit als een mededeling dat zij geen kennisgevingen wil ontvangen. Dit is voor rekening en risico van die partij.
Als gebruik wordt gemaakt van het Aansluitpunt Rechtspraak – Digitale Toegankelijkheid gelden andere regels voor de kennisgeving dan in dit reglement omschreven. Deze regels zijn te vinden in het Reglement DT {hyperlink}.
De kortgedingrechter bericht de ((advocaat)gemachtigde van een) partij die niet-digitaal procedeert per brief, per telefoon of via Veilig Mailen.
De kortgedingrechter communiceert met de ((advocaat)gemachtigde van een) partij die digitaal procedeert door plaatsing van een bericht in het door partijen te raadplegen digitaal dossier in hun zaak.
Partijen zijn gebonden aan de wijze en termijnen van procesvoering als in dit reglement voorzien. Bij niet naleving van een in dit reglement gegeven voorschrift verbindt de kortgedingrechter daaraan het gevolg dat hem met het oog op de aard van het voorschrift en de ernst van het verzuim passend voorkomt.
Een aanvraag wordt gedaan door indiening van een ingevuld aanvraagformulier (zie ook de artikelen 3.2 en 3.5). In familiezaken en handelszaken wordt hiervoor het formulier ‘Aanvraag kort geding’ gebruikt; in kantonzaken wordt hiervoor het formulier ‘Aanvraag kort geding bij de kantonrechter’ gebruikt. In familiezaken en handelszaken wordt de aanvraag ingediend door een advocaat. Bij de aanvraag wordt in enkelvoud een (concept-)dagvaarding gevoegd.
Als de zaak zodanig spoedeisend is dat de aanvraag niet binnen de openingstijden van de griffie via een formulier kan worden ingediend, kan de aanvraag mondeling worden gedaan aan de kortgedingrechter. Een aantal rechtbanken heeft een piketregeling, zie Bijlage I {hyperlink}. Als de aanvraag mondeling is gedaan, worden het ingevulde aanvraagformulier en de (concept-)dagvaarding zoveel mogelijk met alle bijbehorende producties (bewijsstukken) direct nagestuurd.
In kantonzaken vermeldt de aanvraag:
– de naam en de volledige adresgegevens van de eisende en de gedaagde partij;
– als de eisende partij in persoon procedeert het telefoonnummer en het e-mailadres van de eisende partij; als de eisende partij met een gemachtigde procedeert de naam, het e-mailadres en het telefoonnummer van de gemachtigde;
– de naam, het e-mailadres en het telefoonnummer van de gemachtigde van de gedaagde partij, voor zover van toepassing en bekend; als dat niet van toepassing of bekend is, het telefoonnummer en het e-mailadres van de gedaagde partij (voor zover bekend);
– de verhinderdata van de gemachtigden van partijen; als de eisende partij in persoon procedeert de verhinderdata van de eisende partij en als de gedaagde partij geen gemachtigde heeft of dat niet bekend is, de verhinderdata van de gedaagde partij, in alle gevallen over een periode van zes weken na indiening van de aanvraag;
– het eventuele verzoek tot verlenging van de duur van de mondelinge behandeling als bedoeld in artikel 10.7 en de reden waarom;
– het eventuele verzoek tot verkorting van de dagvaardingstermijn als bedoeld in artikel 117 Rv.
In familiezaken en handelszaken vermeldt de aanvraag:
– de naam en de volledige adresgegevens van de eisende en de gedaagde partij;
– de naam, het e-mailadres en het telefoonnummer van de behandelend advocaat van de eisende partij;
– de naam, het e-mailadres en het telefoonnummer van de behandelend advocaat van de gedaagde partij, voor zover van toepassing en bekend; als dat niet van toepassing of bekend is, het telefoonnummer en het e-mailadres van de gedaagde partij (voor zover bekend);
– de verhinderdata van de behandelend advocaten van partijen; als de gedaagde partij geen behandelend advocaat heeft of dat niet bekend is, de verhinderdata van de gedaagde partij, in alle gevallen over een periode van zes weken na indiening van de aanvraag;
– het eventuele verzoek tot verlenging van de duur van de mondelinge behandeling als bedoeld in artikel 10.7 en de reden waarom;
– het eventuele verzoek tot verkorting van de dagvaardingstermijn als bedoeld in artikel 117 Rv.
Als de eisende partij meent dat de zaak een zodanig spoedeisend karakter heeft dat een afwijking van de in dit reglement opgenomen procesregels is gerechtvaardigd, wordt dit gemotiveerd in de aanvraag vermeld.
Voor niet-digitaal procederen gelden de artikelen 3.2 t/m 3.4 van dit hoofdstuk. Voor digitaal procederen gelden de artikelen 3.5 t/m 3.7 van dit hoofdstuk.
Voor beide vormen van procederen gelden daarnaast de artikelen 3.8 t/m 3.16 van dit hoofdstuk.
Niet-digitaal procederen
Een partij dient de aanvraag, de (concept-)dagvaarding en overige berichten en processtukken als volgt in:
– door toezending per post aan de griffie van de rechtbank, onder vermelding van de desbetreffende locatie (klik hier voor een overzicht van de postadressen);
– door afgifte aan de Centrale Balie van het vestigingsadres van de desbetreffende locatie of door deponeren in de brievenbus, voor zover aanwezig (klik hier voor een overzicht van de vestigingsadressen) of
– door toezending via Veilig Mailen (klik hier voor een overzicht van de e-mailadressen), waarvoor de in Bijlage VI {hyperlink} vermelde regels gelden.
Indiening van processtukken of berichten op een andere wijze dan in dit artikel beschreven, is niet toegestaan.
Bij toezending via Veilig Mailen moet een afschrift van de betekende dagvaarding en de processtukken waarop partijen zich beroepen direct worden nagezonden per post of afgegeven aan de Centrale Balie, onder de uitdrukkelijke vermelding dat het reeds eerder via Veilig Mailen ingediende processtukken betreft.
Van de verzending van een processtuk of bericht via Veilig Mailen is een ontvangstbevestiging beschikbaar. De verzender kan deze bevestiging van ontvangst zelf inzien of ophalen bij de dienst Veilig Mailen die de verzender gebruikt.
Als tijdstip waarop de kortgedingrechter een processtuk of een bericht via Veilig Mailen heeft ontvangen, geldt het tijdstip waarop het processtuk of het bericht de voorziening die door de rechtbank wordt gebruikt voor Veilig Mailen heeft bereikt. Dat tijdstip staat vermeld in de ontvangstbevestiging.
Digitaal procederen
Een partij dient de aanvraag, de (concept-)dagvaarding en overige berichten en processtukken alleen in door toezending aan de griffie van de kortgedingrechter via het Aansluitpunt Rechtspraak – Digitale Toegankelijkheid of via het webportaal ‘Mijn Rechtspraak’. Een partij die digitaal procedeert mag geen stukken en berichten indienen door toezending via Veilig Mailen, tenzij sprake is van een bijzonder spoedeisend geval (zie ook artikel 3.16). Audio- en videobestanden worden wel verstuurd via Veilig Mailen. In ‘Mijn Rechtspraak’ moet dan een bericht worden geüpload waarmee de rechtbank hierover wordt geïnformeerd.
De bestandsnaam van processtukken is in overeenstemming met het soort stuk, bijvoorbeeld dagvaarding. Voor producties (bewijsstukken) geldt daarnaast wat in artikel 3.14 is vermeld.
Als wordt geprocedeerd door meer dan één eisende partij of wordt geprocedeerd tegen meer dan één gedaagde partij, maakt elk van partijen duidelijk door welke partij(en) de vordering is ingesteld en tegen welke wederpartij(en) de vordering is gericht.
Een gedaagde partij die digitaal procedeert en niet wenst dat een of meer andere gedaagde partijen in dezelfde procedure nog kennis kan nemen van door haar in te dienen processtukken of berichten, verzoekt de kortgedingrechter op duidelijk kenbare wijze om afscherming van zijn stukken voordat deze gedaagde partij zijn volgende processtuk of bericht aan het dossier toevoegt.
Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op de eisende partij die digitaal procedeert en die niet wil dat een of meer andere eisende partijen in dezelfde procedure nog kennis kan nemen van door haar in te dienen processtukken of berichten.
Ook geldt deze bepaling als een tussenkomende, een gevoegde partij of een eisende partij in reconventie die digitaal procedeert niet wil dat een of meer andere partijen in dezelfde procedure nog kennis kan nemen van door haar in te dienen processtukken of berichten.
De kortgedingrechter beslist op het verzoek.
Niet-digitaal en digitaal procederen
Processtukken en berichten worden geadresseerd op de wijze als vermeld in Bijlage II {hyperlink}.
Processtukken waarop een partij zich wil beroepen, worden in enkelvoud ingediend, tenzij de griffier anders bepaalt.
Als een partij na de aanvraag een bericht of een processtuk aan de kortgedingrechter stuurt, verzendt deze partij direct een afschrift hiervan aan de wederpartij en eventuele overige partijen. Als een partij digitaal procedeert, dient zij het processtuk of bericht in op de wijze als bepaald in artikel 3.5 en zendt zij een afschrift hiervan direct aan de wederpartij en eventuele overige partijen. Direct betekent dat de verzending zo gebeurt dat kan worden aangenomen dat deze partijen het stuk of het bericht niet later dan de rechter ontvangen. Uit het bericht aan de rechter moet blijken dat hieraan is voldaan.
Op alle correspondentie aan en van de kortgedingrechter wordt het zaak- en kort gedingnummer vermeld, voor zover bekend.
De omvang van een processtuk exclusief producties (bewijsstukken) is in overeenstemming met de aard, de complexiteit en het belang van de zaak. Als een processtuk onnodig lang is, kan de kortgedingrechter bevelen om het processtuk te vervangen. De kortgedingrechter bepaalt dan de maximum omvang en stelt daarvoor een termijn.
Processtukken zijn op A-4 formaat, marges rondom 2,5 cm en in 11 punts courant lettertype met regelafstand van minimaal 1. Een processtuk van meer dan 10 pagina’s begint met een samenvatting en bevat tussenkopjes. Bij een processtuk van meer dan 25 pagina’s wordt kort toegelicht waarom die omvang noodzakelijk is.
Een vervangend processtuk bevat de vermelding “VERVANGEND PROCESSTUK”, de datum van indiening en de datum van het oorspronkelijke processtuk. Als datum van indiening blijft gelden de datum waarop het oorspronkelijke processtuk is ingediend.
Een partij die een vervangend processtuk indient, stuurt dit aan de overige partijen op dezelfde wijze als het oorspronkelijke processtuk.
Een partij duidt zichzelf in zijn processtukken aan met een verkorte partijnaam, die zij in het vervolg van de procedure consequent hanteert. Deze verkorte partijnaam wordt door ook alle overige partijen consequent gehanteerd.
Producties (bewijsstukken) worden voorzien van de verkorte partijnaam, gevolgd door een volgnummer. Iedere partij hanteert een eigen doorlopende nummering.
In het processtuk waarbij de producties (bewijsstukken) worden ingediend, wordt het nummer en de relevantie van het bewijsstuk voor de procedure genoemd en worden de relevante passages van het bewijsstuk aangeduid. Ook wordt een overzicht verstrekt van de bijgevoegde producties met een korte aanduiding van de inhoud daarvan.
Een partij die niet-digitaal procedeert dient producties (bewijsstukken) in, gescheiden door uitstekende tabbladen van papier of karton en voorzien van een volgnummer.
Een partij die digitaal procedeert levert de producties (bewijsstukken) als afzonderlijke digitale bestanden aan. De bestandsnaam bestaat uit de verkorte partijnaam, productie en nummer van de productie, bijvoorbeeld pietersenproductie1.
Foto’s worden in kleur aangeleverd, tenzij het origineel niet in kleur is.
Het overleggen van een vertaling van een productie (bewijsstuk) is in beginsel niet noodzakelijk als de productie (bewijsstuk) is geschreven in de Engelse, Duitse of Franse taal. De kortgedingrechter kan een vertaling verlangen, als hij dat nodig of wenselijk acht voor de behandeling van de zaak, mede gelet op de belangen van de partijen.
Een vertaling is in beginsel wel noodzakelijk als een productie (bewijsstuk) is geschreven in een andere vreemde taal dan in de Engelse, Duitse of Franse taal. De kortgedingrechter kan bepalen dat een vertaling wordt overgelegd die is opgemaakt en ondertekend door een beëdigd vertaler. Als een productie (bewijsstuk) in een vreemde taal is overgelegd, wordt in het overzicht van de producties (bewijsstukken) duidelijk vermeld in welke taal de productie (bewijsstuk) is geschreven en of een vertaling is bijgevoegd.
Voor het indienen van de dagvaarding en de bijbehorende producties (bewijsstukken) gelden de termijnen als genoemd in artikel 5.3. Andere processtukken worden zo spoedig mogelijk ingediend. Als deze andere processtukken en de hiervoor genoemde producties niet dienovereenkomstig zijn ingediend, kunnen deze door de kortgedingrechter buiten beschouwing worden gelaten. Processtukken die binnen 24 uur (één werkdag) vóór de mondelinge behandeling worden ingediend, worden in beginsel buiten beschouwing gelaten.
Producties en berichten die via Veilig Mailen zijn verzonden en die vóór 24.00 uur van de laatste dag van een lopende termijn zijn ontvangen, gelden als binnen de termijn ingediend, tenzij een termijn op een ander tijdstip op die dag eindigt.
In bijzonder spoedeisende gevallen kunnen processtukken en berichten buiten de openingstijden van de griffie bij de behandelend kortgedingrechter worden ingediend op een door de kortgedingrechter te bepalen wijze.
De kortgedingrechter bepaalt zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag dag en tijdstip van de mondelinge behandeling. De kortgedingrechter houdt hierbij zoveel mogelijk rekening met de door de eisende partij opgegeven verhinderdata van (de behandelend advocaten/gemachtigden van) partijen. De kortgedingrechter kan als het nodig is (zoals bij bijzondere spoedeisendheid of een grote hoeveelheid aan verhinderdata) aan verhinderdata voorbijgaan.
Als geen verhinderdata zijn opgegeven, is de kortgedingrechter in de dagbepaling vrij. De kortgedingrechter kan aan de dagbepaling voorwaarden verbinden.
De kortgedingrechter meldt de dag en het tijdstip die hij voor de mondelinge behandeling heeft bepaald en het aan de zaak toegekende zaak- en kort gedingnummer zo spoedig mogelijk aan de advocaat van de eisende partij of bij kanton aan de (gemachtigde van de) eisende partij. De eisende partij deelt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk twee dagen na ontvangst van de dagbepaling de dag en het tijdstip van de mondelinge behandeling mee aan de (advocaat/gemachtigde van de) gedaagde partij en zendt haar de concept-dagvaarding en het ingevulde aanvraagformulier en/of de dagbepalingsbrief toe.
Als de mondelinge behandeling is bepaald op een dag die zodanig kort na de mededeling van de dagbepaling aan de eisende partij is gelegen dat de wettelijke dagvaardingstermijn niet in acht kan worden genomen, geldt de dagbepaling tevens als beslissing tot verkorting van de dagvaardingstermijn als bedoeld in artikel 117 Rv. De kortgedingrechter bepaalt de dag en het tijdstip waarop de dagvaarding uiterlijk moet zijn betekend. De eisende partij deelt direct na ontvangst van de dagbepaling het tijdstip van de mondelinge behandeling mee aan de (advocaat/gemachtigde van de) gedaagde partij en zendt haar de concept-dagvaarding zoveel mogelijk met alle bijbehorende producties (bewijsstukken) toe.
De dagvaarding vermeldt in ieder geval de volgende gegevens:
– aan het hoofd van het exploot: de expliciet of impliciet gegeven beschikking als bedoeld in artikel 117 Rv (verkorte termijn);
– de eventuele voorwaarden die de kortgedingrechter aan de dagbepaling en aan de beschikking als bedoeld in artikel 117 Rv heeft verbonden;
– als de kortgedingrechter een uiterste dag en tijdstip voor betekening heeft bepaald: het tijdstip van betekening;
– in kantonzaken:
• de mededeling dat van een gedaagde partij bij verschijning geen griffierecht zal worden geheven;
– in familiezaken en handelszaken:
• de mededeling of bij verschijning griffierecht zal worden geheven, en binnen welke termijn dit griffierecht betaald dient te worden, met verwijzing naar de meest recente griffierechttarieven (bijvoorbeeld op https://www.rechtspraak.nl/Procedures/Tarieven-griffierecht/Pages/Griffierecht-bij-de-rechtbank.aspx);
• de mededeling dat van een gedaagde partij die onvermogend is, een lager griffierecht wordt geheven, als zij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven de in artikel 111 lid 2 sub k Rv bedoelde stukken heeft overgelegd waaruit dat blijkt;
• als het exploot van dagvaarding een zaak betreft waarbij meerdere gedaagden zijn betrokken: de mededeling dat van partijen die bij dezelfde advocaat verschijnen en gelijkluidende conclusies nemen of gelijkluidend verweer voeren, op basis van artikel 15 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken slechts eenmaal een gezamenlijk griffierecht wordt geheven;
– de mededeling dat als de gedaagde partij niet in persoon of vertegenwoordigd door een advocaat (of in een kantonzaak door een gemachtigde) op de genoemde zitting verschijnt, de kortgedingrechter tegen de gedaagde partij verstek zal verlenen en de vordering zal toewijzen, tenzij de voor de dagvaarding voorgeschreven termijnen en formaliteiten niet in acht zijn genomen en/of de vordering hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt; en tenzij er meerdere gedaagde partijen zijn en een van hen is verschenen, dan wordt tussen alle partijen één vonnis gewezen, dat als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd;
– een uitdrukkelijke verwijzing naar eventuele producties (bewijsstukken).
De eisende partij laat de dagvaarding aan de gedaagde partij betekenen, tenzij partijen vrijwillig verschijnen. Als de kortgedingrechter een uiterste dag en tijdstip voor betekening heeft bepaald, wordt de dagvaarding uiterlijk op deze dag en dit tijdstip betekend.
De eisende partij dient zo spoedig mogelijk na het betekenen van de dagvaarding, maar uiterlijk drie werkdagen voorafgaand aan de mondelinge behandeling, een afschrift in enkelvoud van de betekende dagvaarding met bijbehorende producties (bewijsstukken) in, tenzij de griffier anders bepaalt. Als de dagvaarding met bijbehorende producties (bewijsstukken) via Veilig Mailen is ingediend, wordt een afschrift van de betekende dagvaarding en de bijbehorende producties (bewijsstukken) direct nagezonden of afgegeven aan de Centrale Balie (zie artikel 3.3).
Als de concept-dagvaarding waarop de gedaagde partij heeft laten weten vrijwillig te zullen verschijnen, is gewijzigd, zendt de eisende partij zo spoedig mogelijk, voorafgaand aan de mondelinge behandeling, aan de kortgedingrechter en aan de gedaagde partij de concept-dagvaarding waarop de vrijwillige verschijning van de gedaagde partij betrekking heeft.
Op deze concept-dagvaarding zijn de bepalingen van dit reglement met betrekking tot dagvaardingen van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard van het kort geding waarbij partijen vrijwillig verschijnen, zich daartegen verzet.
Een eis in reconventie (een tegenvordering) en een incidentele vordering kunnen in familiezaken en handelszaken alleen worden ingesteld door een partij die bij advocaat is verschenen. In zaken die bij de kantonrechter dienen, kan een partij een eis in reconventie en een incidentele vordering zelf instellen.
Een partij die een eis in reconventie of een incidentele vordering wenst in te stellen, stuurt de eis of de vordering en de gronden daarvan (inclusief eventuele producties (bewijsstukken), waar uitdrukkelijk naar moet worden verwezen) zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 24 uur (één werkdag) vóór de mondelinge behandeling toe aan de wederpartij, aan eventuele overige partijen en aan de kortgedingrechter.
De in artikel 6.2 bedoelde eis in reconventie of incidentele vordering geldt pas als ingesteld als deze is overhandigd op de mondelinge behandeling.
De eisende partij is bij de eerste uitroeping van de zaak op de mondelinge behandeling griffierecht verschuldigd.
In familiezaken en handelszaken is de gedaagde partij griffierecht verschuldigd, als zij op de mondelinge behandeling verschijnt.
https://www.rechtspraak.nl/Procedures/Tarieven-griffierecht/Pages/Griffierecht-bij-de-rechtbank.aspx
Het griffierecht moet, door de eisende partij, binnen vier weken na de eerste mondelinge behandeling en, door de gedaagde partij, vier weken na haar verschijnen op de mondelinge behandeling op de rekening van de rechtbank zijn bijgeschreven of ter griffie zijn gestort.
Als voor de zaak een toevoeging of inkomensverklaring is verleend, wordt een afschrift daarvan uiterlijk op de mondelinge behandeling ingediend.
Als een toevoeging is aangevraagd maar nog niet, of nog niet definitief, is verleend, wordt een afschrift van de aanvraag uiterlijk op de mondelinge behandeling ingediend.
Als de toevoeging, inkomensverklaring of de toevoegingsaanvraag is ingediend overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.2, heft de griffier het griffierecht voor onvermogenden.
Als de toevoeging, inkomensverklaring of de toevoegingsaanvraag niet is ingediend overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.2, wordt het volledige griffierecht in rekening gebracht.
Als bij het bepalen van het griffierecht rekening is gehouden met een toevoegingsaanvraag, moet de definitieve toevoeging binnen vier weken na de uitspraak of doorhaling worden ingediend, tenzij na een daartoe strekkend verzoek aan de griffie uitstel is verkregen voor het indienen van de toevoeging.
Als bij het bepalen van het griffierecht rekening is gehouden met een toevoegingsaanvraag, maar de definitieve toevoeging niet tijdig is ingediend, wordt het griffierecht verhoogd tot het bedrag van het volledige griffierecht. De betreffende partij moet het verhoogde griffierecht binnen vier weken na de in artikel 7.4 bedoelde termijn op de rekening van de rechtbank bijschrijven of ter griffie storten.
Als bij het bepalen van het griffierecht rekening is gehouden met een toevoeging, maar de toevoeging wordt geweigerd of ingetrokken, wordt het griffierecht eveneens verhoogd tot het bedrag van het volledige griffierecht. De betreffende partij moet het verhoogde griffierecht binnen vier weken na de intrekking of weigering van de toevoeging op de rekening van de rechtbank bijschrijven of ter griffie storten.
Als bij het bepalen van het griffierecht geen rekening is gehouden met een toevoeging, inkomensverklaring of toevoegingsaanvraag maar de definitieve toevoeging of inkomensverklaring alsnog binnen vier weken na de uitspraak of de doorhaling wordt ingediend, wordt het griffierecht verlaagd tot het bedrag voor onvermogenden als op het tijdstip van het heffen van het griffierecht verschoonbaar geen toevoegingsaanvraag is ingediend.
Als de eisende partij haar vordering op zodanige wijze vermeerdert dat een hoger griffierechttarief van toepassing is, wordt het griffierecht verhoogd, tenzij op het tijdstip waarop de eis wordt vermeerderd de toevoeging, inkomensverklaring of toevoegingsaanvraag is overgelegd. Het griffierecht wordt niet verhoogd als de vermeerdering een eis in reconventie betreft. De betreffende partij moet het verhoogde griffierecht binnen vier weken na het doen van de betreffende eisvermeerdering op de rekening van de rechtbank bijschrijven of ter griffie storten.
De eisende partij kan de procedure intrekken tot het moment dat de zaak wordt uitgeroepen. Als de gedaagde partij na intrekking van de procedure tijdig aan de eisende partij en de kortgedingrechter meedeelt dat zij een beslissing over de proceskosten wenst, komt de aanhangigheid van de procedure niet te vervallen en beslist de kortgedingrechter over de proceskosten. De gedaagde partij dient deze mededeling te doen binnen veertien dagen na de datum waartegen zij was opgeroepen. In familiezaken en handelszaken zijn vanaf het moment van die mededeling beide partijen griffierecht verschuldigd. In kantonzaken is de eisende partij vanaf dat moment griffierecht verschuldigd.
De intrekking wordt gedaan door een schriftelijk bericht aan de kortgedingrechter, tenzij de spoedeisendheid zich daartegen verzet. Als de intrekking mondeling is gedaan, wordt deze zo spoedig mogelijk nadien schriftelijk bevestigd. Als de eisende partij de gedaagde partij en eventuele overige partijen reeds op de hoogte heeft gesteld van de datum en het tijdstip van de mondelinge behandeling, deelt zij de intrekking direct aan deze partijen mee.
Een verzoek om verplaatsing van de mondelinge behandeling wordt schriftelijk gedaan, onder vermelding van de verhinderdata en de telefoonnummers van (de behandelend advocaten/gemachtigden van) alle partijen. Het verzoek kan tot uiterlijk 24 uur vóór de mondelinge behandeling worden gedaan. Een verplaatsingsverzoek kan in een procedure in totaal maar één maal worden gedaan.
Verplaatsing kan alleen worden toegestaan:
– op eenstemmig verzoek van alle partijen;
– op verzoek van een partij op grond van klemmende redenen; of
– op verzoek van de gedaagde partij, als de eisende partij de verhinderdata van (de behandelend advocaat/gemachtigde van) de gedaagde partij niet heeft opgegeven.
Een verzoek om verplaatsing op grond van klemmende redenen moet worden gemotiveerd.
De beslissing op het verzoek wordt schriftelijk medegedeeld aan (de behandelend advocaten/gemachtigden van) partijen, voor zover bekend. Als de naam van de behandelend advocaat/gemachtigde van een partij niet is vermeld op het aanvraagformulier, maar wel bekend is bij de verzoekende partij, bericht de verzoekende partij deze advocaat/gemachtigde zo spoedig mogelijk over de beslissing. Als geen advocaat/gemachtigde van de partij bekend is, verzendt de verzoekende partij het bericht rechtstreeks aan deze partij.
Als een verplaatsingsverzoek van de eisende partij wordt ingewilligd, roept de eisende partij de gedaagde partij bij exploot op voor de nader bepaalde mondelinge behandeling. Als de gedaagde partij niet verschijnt op de nader bepaalde mondelinge behandeling, moet de eisende partij dit exploot overleggen. Dit geldt niet als de gedaagde partij schriftelijk heeft verklaard vrijwillig te verschijnen op de nader bepaalde datum en tijdstip.
Een partij die een eis wenst te veranderen of vermeerderen, deelt de inhoud van deze verandering of vermeerdering zo spoedig mogelijk en bij voorkeur vóór de mondelinge behandeling schriftelijk mee aan de wederpartij, aan de eventuele overige partijen en aan de kortgedingrechter.
De eisverandering of eisvermeerdering wordt op schrift gesteld en op de mondelinge behandeling ingediend.
In kantonzaken:
Een partij kan op de mondelinge behandeling in persoon, bij gevolmachtigde of bij gemachtigde verschijnen. De namens een partij aanwezige gevolmachtigde is zoveel mogelijk iemand die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is een regeling te treffen. Deze bevoegdheid moet blijken uit een op de mondelinge behandeling over te leggen volmacht. Als namens een partij een gemachtigde verschijnt die geen advocaat, deurwaarder of juridisch medewerker van een vakbond of van een rechtsbijstandsverzekeraar is, wordt op de mondelinge behandeling een door die partij ondertekende volmacht overgelegd.
In familiezaken en handelszaken:
De eisende partij kan op de mondelinge behandeling alleen met of bij advocaat verschijnen. De gedaagde partij kan op de mondelinge behandeling met of bij advocaat of in persoon verschijnen. Als de gedaagde partij in persoon verschijnt en zich op de mondelinge behandeling wil doen bijstaan door een persoon die geen advocaat is, kan de kortgedingrechter dit weigeren op grond van de eisen van de goede procesorde.
Een gedaagde rechtspersoon die in een handelszaak in persoon op de mondelinge behandeling wil procederen, wordt daar vertegenwoordigd door de bestuurder(s) of door een andere daartoe in de statuten of bij een daartoe strekkende volmacht aangewezen persoon die werkzaam is bij die rechtspersoon. Op de mondelinge behandeling wordt een uittreksel uit het handelsregister overgelegd, dat niet ouder is dan een maand. Als de rechtspersoon wordt vertegenwoordigd door een andere daartoe in de statuten of bij daartoe strekkende volmacht aangewezen persoon dan de bestuurder(s), wordt op de mondelinge behandeling tevens een kopie van de statuten of de volmacht overgelegd.
Als een partij de Nederlandse taal niet (voldoende) machtig is, draagt zij zorg voor een tolk. De kosten van deze tolk komen voor rekening van die partij.
Als een partij op de voor de mondelinge behandeling bepaalde dag en tijdstip is gedetineerd en deze partij haar aanwezigheid op de mondelinge behandeling gewenst acht, verzoekt zij de kortgedingrechter zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk drie werkdagen voor de mondelinge behandeling schriftelijk haar aanwezigheid op de mondelinge behandeling te bevorderen.
Dit verzoek bevat tenminste de volgende gegevens:
– de voor- en achternamen van de gedetineerde (voluit);
– de geboortedatum van de gedetineerde, en
– de huidige verblijfplaats van de gedetineerde.
Als een partij de aanwezigheid van parketpolitie op de mondelinge behandeling wenst, dient zij hiertoe zo spoedig mogelijk (de eisende partij bij voorkeur al bij de aanvraag) schriftelijk een gemotiveerd verzoek bij de kortgedingrechter in.
Voor de mondelinge behandeling wordt de bij de rechtbank gebruikelijke tijd gereserveerd, zie Bijlage III {hyperlink}.
Als een partij voorziet dat deze gebruikelijke tijd onvoldoende is, kan zij de kortgedingrechter verzoeken voor de mondelinge behandeling meer tijd te reserveren. De partij dient dit verzoek zo spoedig mogelijk in (de eisende partij bij voorkeur al bij de aanvraag) en vermeldt bij het verzoek de reden waarom de gebruikelijke tijd onvoldoende is.
De mondelinge behandeling van handelszaken en kantonzaken geschiedt in beginsel in het openbaar. Op een verzoek om de deuren geheel of gedeeltelijk te sluiten wordt aan het begin van de mondelinge behandeling beslist, na het horen van partijen (en eventuele belanghebbenden).
De behandeling van familiezaken geschiedt in beginsel met gesloten deuren.
Partijen kunnen op de mondelinge behandeling een korte spreekaantekeningen voordragen en overleggen.
De kortgedingrechter kan op de mondelinge behandeling de verdere behandeling van de zaak op verzoek van een partij of ambtshalve aanhouden tot een bepaalde dag. Een verzoek om de behandeling mondeling voort te zetten wordt schriftelijk gedaan, onder vermelding van de verhinderdata van (de behandelend advocaten/gemachtigden van) alle verschenen partijen.
Als de gedaagde partij niet op de mondelinge behandeling verschijnt en alle wettelijke formaliteiten in acht zijn genomen, wordt verstek tegen haar verleend.
Als de gedaagde partij niet op de mondelinge behandeling is verschenen, wordt op door deze partij ingediende processtukken geen acht geslagen.
Tot aan de uitspraak van het eindvonnis kan de gedaagde partij schriftelijk meedelen dat zij alsnog op de mondelinge behandeling wil verschijnen om verweer te voeren (het verstek te zuiveren). Deze mededeling moet aan de griffier en de wederpartij worden gestuurd. Het bepaalde in artikel 12.6 is op een dergelijk bericht niet van toepassing.
Naar aanleiding van de zuiveringsmededeling vraagt de griffier verhinderdata van partijen op, waarna een voortzetting van de mondelinge behandeling wordt bepaald. Het verstek wordt pas gezuiverd als gedaagde partij op de voortzetting van de mondelinge behandeling verschijnt.
Een uitspraak kan schriftelijk of mondeling op de mondelinge behandeling worden gedaan.
De dag en het tijdstip van de schriftelijke uitspraak worden tijdens de mondelinge behandeling aan partijen medegedeeld. De uitspraaktermijn is in beginsel twee weken na de mondelinge behandeling, tenzij een kortere termijn of langere termijn noodzakelijk is. Een aantal rechtbanken hanteert in beginsel een vast uitspraaktijdstip, zie Bijlage IV {hyperlink}.
Een mondelinge uitspraak wordt gedaan op de wijze als bedoeld in artikel 29a Rv.
In geval van een schriftelijke uitspraak, verstuurt de griffier een afschrift van het vonnis aan de in de procedure verschenen partijen. Aan de partij die digitaal procedeert, wordt het vonnis digitaal ter beschikking gesteld.
Van het vonnis wordt aan de partij die daarbij belang heeft, een voor tenuitvoerlegging bestemd afschrift (grosse) verstrekt. De grosse wordt altijd op papier verstrekt.
Als mondeling uitspraak is gedaan, wordt binnen twee weken daarna aan partijen een afschrift van een proces-verbaal verstrekt van de mondelinge behandeling waarop de uitspraak is gedaan. De partij die tot tenuitvoerlegging kan overgaan, ontvangt het afschrift van het proces-verbaal in executoriale vorm.
In bijzonder spoedeisende gevallen kan mondeling of schriftelijk een verkorte uitspraak worden gedaan (als schriftelijk een ‘kop-staart-vonnis’). In beide gevallen wordt deze verkorte uitspraak zo spoedig mogelijk (doch uiterlijk twee weken) nadien gevolgd door afgifte van een afschrift van de uitgewerkte versie daarvan.
Tenzij op de mondelinge behandeling mondeling uitspraak is gedaan, wordt op eenstemmig schriftelijk verzoek van partijen de uitspraak uitgesteld tot een nader bepaalde dag en een nader bepaald tijdstip.
De kortgedingrechter laat berichten van een partij die hem bereiken nadat uitspraak is bepaald buiten beschouwing, tenzij blijkt dat de wederpartij en de eventuele overige partijen ermee hebben ingestemd dat het bericht ter kennis van de kortgedingrechter wordt gebracht of de kortgedingrechter anders beslist.
Bij een aantal rechtbanken is het voor de behandelend advocaten/gemachtigden van partijen, of voor partijen zelf als zij zich niet hebben doen bijstaan door een advocaat/gemachtigde, mogelijk telefonisch naar de beslissing te informeren, zie Bijlage V {hyperlink}.
Het LOVCK heeft dit reglement goedgekeurd. Het LOVF heeft ingestemd met dit reglement. De gerechtsvergaderingen van alle rechtbanken hebben dit reglement vastgesteld.
De derde versie van dit reglement treedt in werking op 1 juli 2025.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-20911.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.