De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op artikel 4, vijfde lid, van het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen;
Besluit:
ARTIKEL I
Artikel 5 van de Warenwetregeling tatoeëren en piercen wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt:
a. In onderdeel a ‘€ 526,80’ vervangen door ‘€ 561,57’;
b. In onderdeel b ‘€ 460,95’ vervangen door ‘€ 491,38’;
c. In onderdeel c ‘€ 263,42’ vervangen door ‘€ 280,80’;
d. In onderdeel d ‘€ 526,80’ vervangen door ‘€ 561,57’;
e. In onderdeel e ‘€ 460,95’ vervangen door ‘€ 491,38’;
f. In onderdeel f ‘€ 658,52’ vervangen door ‘€ 701,98’;
g. In onderdeel g ‘€ 526,80’ vervangen door ‘€ 561,57’; en
h. In onderdeel h ‘€ 197,57’ vervangen door ‘€ 210,61’.
2. In het tweede en derde lid wordt ‘€ 32,92’ telkens vervangen door ‘€ 35,09’.
3. In het vierde lid wordt ‘€ 131,70’ vervangen door ‘€ 140,40’.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2025.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
V.P.G. Karremans
TOELICHTING
Algemeen
Deze regeling wijzigt de Warenwetregeling tatoeëren en piercen in verband met de indexering
van de tarieven in 2025. De wijzigingen worden in de artikelsgewijze toelichting toegelicht.
Gevolgen voor regeldruk
Deze regeling indexeert de tarieven voor de prijsstijging. De kennisnemingskosten
zijn nihil.
Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor
een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.
Regulier Overleg Warenwet
Het ontwerp van deze regeling is ter informatie gestuurd aan de deelnemers aan het
Regulier Overleg Warenwet (ROW). Aan het ROW nemen vertegenwoordigers deel van ondernemers
(industrie en handel), van consumenten, van ministeries (met name van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport, en van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur), en van de
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
Artikelsgewijs
Artikel I
De tarieven voor werkzaamheden in het kader van tatoeëren, piercen en permanente make-up
worden jaarlijks geïndexeerd. De tarieven zijn oorspronkelijk gebaseerd op het in
2007 vastgestelde uurtarief van € 87,18. Dit tarief is voor 2008 en 2009 geïndexeerd
naar aanleiding van de indexatie van de CAO voor de gemeenten en vanaf 2010 jaarlijks
geïndexeerd aan de hand van het CBS loonindexcijfer voor de sector overheid over het
voorafgaande jaar. Per 1 juli 2025 wordt het tarief geïndexeerd op basis van het CBS
loonindexcijfer voor de sector overheid over 2024 van 6,6%. Het nieuwe uurtarief in
2025 bedraagt € 140,40.
Artikel II
Deze regeling treedt, in lijn met de vaste verandermomenten, in werking met ingang
van 1 juli 2025. Van de minimuminvoeringstermijn wordt afgeweken om publieke nadelen
te voorkomen, namelijk het niet in rekening kunnen brengen van een kostendekkend tarief
(Aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel a).
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
V.P.G. Karremans