Regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 25 juni 2025, nr. WJZ/ 99056799, houdende wijziging van de Uitvoeringsregeling pacht in verband met de vaststelling van de pachtprijzen 2025

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

Gelet op de artikelen 2, 14, eerste lid, 15, eerste lid, 16, tweede lid, 20, eerste lid, en 21a, tweede lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007;

Besluit:

ARTIKEL I

De Uitvoeringsregeling pacht wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt ‘€ 7.565,–’ vervangen door ‘€ 8.199,–’ en ‘€ 5.349,–’ door ‘€ 6.053,–’.

b. In onderdeel b wordt ‘in Westelijk Holland 15% en in de Rest van Nederland 9%’ vervangen door ‘in Westelijk Holland 8% en in de Rest van Nederland 13%’.

B

In artikel 3, onderdeel c, wordt ‘5,8%’ vervangen door ‘5,0%’.

C

In artikel 4, tweede lid, wordt ‘4,25%’ vervangen door ‘4,58%’.

D

Bijlage 1, onderdelen A en B, komen te luiden:

A. Pachtovereenkomsten die worden aangegaan op of na 1 september 2007

Pachtprijsgebied

Hoogst toelaatbare pachtprijs per hectare per jaar

Bouwhoek en Hogeland

975

Veenkoloniën en Oldambt

600

Noordelijk weidegebied

735

Oostelijk veehouderijgebied

924

Centraal veehouderijgebied

942

IJsselmeerpolders

1.741

Westelijk Holland

763

Waterland en Droogmakerijen

612

Hollands/Utrechts weidegebied

1.049

Rivierengebied

997

Zuidwestelijk akkerbouwgebied

893

Zuidwest-Brabant

1.235

Zuidelijk veehouderijgebied

1.102

Zuid-Limburg

1.211

B. Percentage waarmee de tussen partijen op grond van een voor 1 september 2007 aangegane pachtovereenkomst geldende pachtprijs wordt gewijzigd

Pachtprijsgebied

Veranderpercentage

Bouwhoek en Hogeland

2

Veenkoloniën en Oldambt

10

Noordelijk weidegebied

2

Oostelijk veehouderijgebied

10

Centraal veehouderijgebied

6

IJsselmeerpolders

-5

Westelijk Holland

5

Waterland en Droogmakerijen

6

Hollands/Utrechts weidegebied

3

Rivierengebied

4

Zuidwestelijk akkerbouwgebied

8

Zuidwest-Brabant

2

Zuidelijk veehouderijgebied

7

Zuid-Limburg

9

E

Bijlage 2, onderdeel A, komt te luiden:

A. Hoogst toelaatbare pachtprijzen agrarische woningen

Punten

Bedrag

Punten

Bedrag

Punten

Bedrag

Punten

Bedrag

Punten

Bedrag

40

221,87

82

455,89

124

713,58

166

971,24

208

1.228,88

41

227,41

83

462,04

125

719,71

167

977,38

209

1.235,03

42

232,97

84

468,17

126

725,82

168

983,50

210

1.241,18

43

238,52

85

474,31

127

731,98

169

989,65

211

1.247,30

44

244,05

86

480,45

128

738,12

170

995,76

212

1.253,41

45

249,59

87

486,57

129

744,28

171

1.001,93

213

1.259,55

46

255,15

88

492,74

130

750,42

172

1.008,03

214

1.265,70

47

260,71

89

498,86

131

756,53

173

1.014,18

215

1.271,82

48

266,25

90

505,03

132

762,66

174

1.020,28

216

1.277,97

49

271,77

91

511,11

133

768,81

175

1.026,46

217

1.284,09

50

277,32

92

517,25

134

774,93

176

1.032,54

218

1.290,24

51

282,85

93

523,40

135

781,09

177

1.038,73

219

1.296,36

52

288,43

94

529,53

136

787,19

178

1.044,87

220

1.302,52

53

293,94

95

535,66

137

793,35

179

1.051,00

221

1.308,64

54

299,54

96

541,83

138

799,46

180

1.057,10

222

1.314,79

55

305,05

97

547,94

139

805,61

181

1.063,24

223

1.320,89

56

310,60

98

554,06

140

811,75

182

1.069,37

224

1.327,02

57

316,15

99

560,21

141

817,86

183

1.075,52

225

1.333,20

58

321,70

100

566,32

142

823,97

184

1.081,65

226

1.339,32

59

327,22

101

572,48

143

830,21

185

1.087,80

227

1.345,45

60

332,79

102

578,61

144

836,27

186

1.093,92

228

1.351,62

61

338,34

103

584,73

145

842,42

187

1.100,07

229

1.357,73

62

343,84

104

590,88

146

848,57

188

1.106,20

230

1.363,83

63

349,38

105

597,00

147

854,65

189

1.112,35

231

1.369,98

64

354,93

106

603,16

148

860,78

190

1.118,46

232

1.376,12

65

360,48

107

609,28

149

866,98

191

1.124,61

233

1.382,25

66

366,04

108

615,43

150

873,07

192

1.130,71

234

1.388,39

67

371,55

109

621,57

151

879,21

193

1.136,89

235

1.394,52

68

377,12

110

627,66

152

885,35

194

1.143,01

236

1.400,68

69

382,68

111

633,83

153

891,47

195

1.149,15

237

1.406,77

70

388,16

112

639,94

154

897,62

196

1.155,27

238

1.412,91

71

393,77

113

646,08

155

903,77

197

1.161,39

239

1.419,07

72

399,28

114

652,23

156

909,88

198

1.167,55

240

1.425,19

73

404,84

115

658,36

157

916,01

199

1.173,68

241

1.431,34

74

410,37

116

664,48

158

922,13

200

1.179,84

242

1.437,46

75

415,95

117

670,66

159

928,29

201

1.185,96

243

1.443,62

76

421,44

118

676,76

160

934,40

202

1.192,06

244

1.449,75

77

427,00

119

682,89

161

940,56

203

1.198,20

245

1.455,85

78

432,57

120

689,03

162

946,67

204

1.204,36

246

1.461,99

79

438,12

121

695,16

163

952,79

205

1.210,47

247

1.468,14

80

443,65

122

701,30

164

958,96

206

1.216,63

248

1.474,28

81

449,76

123

707,43

165

965,08

207

1.222,78

249

1.480,40

               

250

1.486,56

F

De tabel in bijlage 2a komt te luiden:

Aard van het bedrijf

Doelmatigheid

Nieuw

Zeer goed

Goed

Redelijk

Matig

Slecht

Akkerbouw

596

469

358

264

184

106

Melkvee

1.533

1.207

921

676

470

272

Overig

922

726

554

407

283

161

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang 1 juli 2025.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 25 juni 2025

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J.F. Rummenie

TOELICHTING

1. Inleiding

Deze regeling wijzigt de Uitvoeringsregeling pacht. Daarmee wordt uitvoering gegeven aan de artikelen 2, 14, eerste lid, 15, eerste lid, 16, tweede lid, en 20, eerste lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007. Ingevolge artikel 21a, tweede lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007 vindt namelijk jaarlijks per 1 juli herziening plaats van de pachtprijzen voor los land zonder woningen of andere opstallen en tuinland alsmede voor agrarische woningen en bedrijfsgebouwen.

Voorzien is in de vaststelling van de hoogst toelaatbare pachtprijzen voor overeenkomsten die op of na 1 september 2007 zijn aangegaan en in de vaststelling van de percentages waarmee de tussen partijen op grond van voor 1 september 2007 aangegane overeenkomsten geldende pachtprijzen wijzigen.

De nieuwe prijzen en percentages gelden vanaf 1 juli 2025. Ze zijn door de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur medegedeeld aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

De veranderpercentages werken van rechtswege door. De verpachter kan echter, onder schriftelijke mededeling aan de pachter, geheel of ten dele van een verhoging afzien (artikel 333, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek).

2. Hoogst toelaatbare pachtprijzen voor land zonder woningen of andere opstallen en tuinland

De hoogst toelaatbare pachtprijs en het veranderpercentage zijn overeenkomstig de systematiek volgend uit de adviezen van de Commissie Pachtnormen I en II berekend door het Wageningen Social & Economic Research (WSER) op basis van gegevens in het bedrijveninformatienet van akkerbouwbedrijven met een omvang van 130.000 Standaardopbrengst tot 750.000 Standaardopbrengst en van melkvee- en opengrondstuinbouwbedrijven met een omvang van 155.000 Standaardopbrengst tot 885.000 Standaardopbrengst conform artikel 5 van het Pachtprijzenbesluit 2007. Bij de berekening is overeenkomstig de artikelen 6, derde lid, en 8, derde lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007 uitgegaan van het vijfjaargemiddelde van de bedrijfsgegevens van het bedrijveninformatienet in de periode 2019 tot en met 2023.

Voor de berekening van het vereiste directe rendement van de verpachter is uitgegaan van het driejarig voortschrijdend gemiddelde van de reële lange kapitaalmarktrente, zijnde het effectief rendement van de 10-jarige Euro Interest Rate Swap van december 2024 (2,450%) minus het driejarig voortschrijdend gemiddelde van de inflatie in de Eurozone per december 2024 (gebaseerd op de HCIP, de geharmoniseerde Europese consumentenprijsindex) van 4,816%, te vermeerderen met een opslag voor grondlasten, beheerkosten, belastingen en risico van 1,25% overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007. Hiermee komt het vereiste directe rendement op -1,116% van de verpachte waarde van de landbouwgrond, dan wel de helft daarvan, -0,558% van de onverpachte waarde.

Op basis van de verhouding tussen het vereiste directe rendement en de grondbeloning is op de grondbeloning de correctiefactor, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007, toegepast (zie onderstaande tabel). Door de sterke daling van de rendementseis ligt in alle pachtprijsgebieden de grondbeloning ruim boven het vereiste directe rendement. Als gevolg hiervan worden de regionormen naar beneden bijgesteld ten opzichte van de grondbeloning: in alle gebieden met (het maximum van) 10%. Voor de regionormen van 2024 was dit ook het geval. De gecorrigeerde grondbeloning is de nieuwe regionorm.

Prijs onverpachte grond (euro per hectare), vereiste directe rendement (euro per hectare), grondbeloning na reservering (euro per hectare) en verhouding vereiste directe rendement en grondbeloning

Pachtprijsgebied

Prijs onverpachte grond 2023 a)

Vereiste directe rendement b)

Grondbeloning na reservering

2019–2023 c)

Vereiste directe rendement/

grondbeloning

Bouwhoek en Hogeland

80.817

– 451

1.083

– 0,42

Veenkoloniën en Oldambt

72.367

– 404

667

– 0,61

Noordelijk weidegebied

61.602

– 344

817

– 0,42

Oostelijk veehouderijgebied

74.746

– 417

1.027

– 0,41

Centraal veehouderijgebied

80.565

– 450

1.047

– 0,43

IJsselmeerpolders

177.023

– 988

1.934

– 0,51

Westelijk Holland

83.147

– 464

848

– 0,55

Waterland en Droogmakerijen

66.380

– 370

680

– 0,54

Hollands/Utrechts weidegebied

72.053

– 402

1.166

– 0,34

Rivierengebied

89.519

– 500

1.108

– 0,45

Zuidwestelijk akkerbouwgebied

87.429

– 488

992

– 0,49

Zuidwest-Brabant

94.945

– 530

1.372

– 0,39

Zuidelijk veehouderijgebied

85.972

– 480

1.224

– 0,39

Zuid-Limburg

89.921

– 502

1.345

– 0,37

Wageningen Social & Economic Research, rapport 2025-102, blz. 15.

Uitgaande van de in deze tabel vermelde regionorm is in bijlage I, onderdeel A, van de Uitvoeringsregeling pacht, zoals gewijzigd met artikel I, onderdeel D, per pachtprijsgebied de nieuwe hoogst toelaatbare pachtprijs vermeld voor land zonder woningen of andere opstallen voor pachtovereenkomsten die worden aangegaan op of na 1 september 2007.

Daaruit is een veranderpercentage per pachtprijsgebied berekend (zie de vijfde kolom van de tabel hieronder), waarmee de tussen partijen op grond van een voor 1 september 2007 aangegane pachtovereenkomst geldende pachtprijs wordt gewijzigd (bijlage I, onderdeel B, zoals gewijzigd met artikel I, onderdeel D).

De berekende pachtnormen 2025 van los bouw- en grasland zijn in 13 van de 14 pachtprijsgebieden gestegen. Het betreft een gemiddelde stijging van 5,6%.

De pachtnormen voor 2025 zijn berekend op basis van de grondbeloning in de jaren 2019–2023; die van 2024 op basis van de grondbeloning in de jaren 2018–2022. De veranderingen in de pachtnormen van 2024 naar die van 2025 worden verklaard door de verschillen in grondbeloning tussen het jaar 2018 en het jaar 2023; 2018 valt uit het vijfjarig gemiddelde en 2023 komt erbij.

In de pachtprijsgebieden met een stijging van het veranderpercentage moet in individuele gevallen worden nagegaan of de te betalen pacht niet uitstijgt boven 110% van de regionorm. Is dat het geval dan is de maximale pachtprijs gelijk aan 110% van de regionorm. Als in individuele gevallen de laatst betaalde pacht al hoger is dan de nieuwe regionorm, dan wordt de betaalde pachtprijs bevroren. Daarnaast moet worden nagegaan of in individuele gevallen de pachtprijs van de betreffende percelen niet hoger is dan 2% van de vrije grondprijs van die percelen. Is dat het geval dan is 2% van de vrije grondprijs de maximaal te betalen pachtprijs. De laagste van beide plafonds geldt.

De in bijlage 1, onderdelen A en B, van de Uitvoeringsregeling pacht, zoals gewijzigd bij artikel I, onderdeel D, vermelde bedragen zijn:

Regionorm 2025, regionorm 2024 en veranderpercentage per pachtprijsgebied

Pachtprijsgebied

Regionorm 2025

(euro/ha)

Regionorm 2024

(euro/ha)

Verschil

(euro/ha)

Verander-percentage (%)

Bouwhoek en Hogeland

975

956

19

2

Veenkoloniën en Oldambt

600

547

53

10

Noordelijk weidegebied

735

723

12

2

Oostelijk veehouderijgebied

924

837

87

10

Centraal veehouderijgebied

942

889

53

6

IJsselmeerpolders

1.741

1.836

-95

-5

Westelijk Holland

763

729

34

5

Waterland en Droogmakerijen

612

576

36

6

Hollands/Utrechts weidegebied

1.049

1.019

30

3

Rivierengebied

997

959

38

4

Zuidwestelijk akkerbouwgebied

893

824

69

8

Zuidwest-Brabant

1.235

1.216

19

2

Zuidelijk veehouderijgebied

1.102

1.031

71

7

Zuid-Limburg

1.211

1.110

101

9

Wageningen Social & Economic Research, rapport 2025-102, blz. 16

In onderstaande tabel zijn de grondprijs, het vereiste directe rendement, de grondbeloning en de verhouding tussen de grondbeloning en het vereiste directe rendement en de regionorm voor tuinland zonder woningen of andere opstallen weergegeven.

Berekening regionorm 2025 per pachtprijsgebied: grondbeloning na reservering met correctie voor vereiste directe rendement

Pachtprijs-gebied

Prijs

onverpacht tuinland 2023

(euro/ha)

Vereiste directe rendement1

(euro/ha)

Grondbeloning

2019–2023

(euro/ha)

Vereiste directe rendement/ grondbeloning

(kolom 3/kolom 4)

Correctie-percentage

Regionorm 2025

(euro/ha)

Westelijk Holland2

150.508

– 840

9.110

– 0,09

– 10

8.199

Rest van Nederland

117.339

– 655

6.725

– 0,10

– 10

6.053

Wageningen Social & Economic Research, rapport 2025-102, blz. 18

X Noot
1

– 0,558%.

X Noot
2

Exclusief boomkwekerij in het gebied Boskoop en Rijneveld;

Uitgaande van de in deze tabel vermelde regionorm zijn in artikel I, onderdeel A, met betrekking tot de wijziging van artikel 2 van de Uitvoeringsregeling pacht de nieuwe regionorm en het veranderpercentage vermeld. In tabelvorm zijn de wijzigingen als volgt:

Regionorm 2025, regionorm 2024 en veranderpercentage per pachtprijsgebied

Pachtprijsgebied

Regionorm 2025

(euro/ha)

Regionorm 2024

(euro/ha)

Verander-

percentage (%)

Westelijk Holland1

8.199

7.565

8

Rest van Nederland

6.053

5.349

13

Wageningen Social & Economic Research, rapport 2025-102, blz. 18.

X Noot
1

Exclusief boomkwekerij in het gebied Boskoop en Rijneveld.

3. Hoogst toelaatbare pachtprijzen agrarische bedrijfsgebouwen

De hoogst toelaatbare pachtprijzen voor agrarische bedrijfsgebouwen in 2023, bedoeld in artikel I, onderdeel F, met betrekking tot bijlage 2a, behorend bij artikel 4, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling pacht zijn conform artikel 16, tweede lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007 vastgesteld. Daarin is bepaald dat de hoogst toelaatbare pachtprijzen voor agrarische bedrijfsgebouwen jaarlijks wordt aangepast aan de hand van de gemiddelde stijging van het prijspeil volgens de bouwkostenindex in de vijf jaar voorafgaand aan het jaar van aanpassing. De bouwkostenindex is opgebouwd uit:

  • het indexcijfer van de materialen voor de woningbouw en

  • het indexcijfer van de CAO lonen in de bouwnijverheid per uur, inclusief bijzondere beloning.

Het gemiddelde indexcijfer van de materialen voor de woningbouw wordt hierbij één keer gewogen en het gemiddelde indexcijfer van de CAO lonen in de bouwnijverheid per uur, inclusief bijzondere beloning, wordt hierbij twee keer gewogen. Voor 2025 wordt de gemiddelde index berekend over 2020–2024, die uitkomt op 4,58%.

Dit percentage is in bijlage 2a, behorend bij artikel 4, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling pacht verwerkt (artikel I, onderdeel F). Er is uitgegaan van drie bedrijfstypen, te weten: akkerbouwbedrijven, melkveebedrijven en overige bedrijven. Deze drie bedrijfstypen verschillen substantieel voor wat betreft de soorten bedrijfsgebouwen, de nieuwwaarde daarvan en het gemiddelde bedrijfsareaal.

Wanneer tussen partijen een andere pachtprijs is overeengekomen dan de hoogst toelaatbare pachtprijs van artikel 16 van het Pachtprijzenbesluit 2007 dient deze pachtprijs overeenkomstig artikel 20 van het Pachtprijzenbesluit 2007 jaarlijks te worden aangepast met de gemiddelde bouwkostenindex voor alle huishoudens over de vijf voorafgaande jaren. De gemiddelde jaarlijkse inflatie volgens de bouwkostenindex bedroeg in de afgelopen vijf jaar (2020–2024) 4,58% (Artikel I, onderdeel C, met betrekking tot artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling pacht).

4. Hoogst toelaatbare pachtprijs agrarische woningen

In artikel 14, derde lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007 is aangegeven hoe de hoogst toelaatbare pachtprijs voor agrarische woningen moet worden bepaald voor pachtovereenkomsten ingegaan op of na 1 september 2007 als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007. Daarbij wordt aangesloten op het geldende puntenstelsel voor zelfstandige woningen dat is vastgesteld op basis van artikel 12, tweede lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte, rekening houdend met het agrarisch gebruik van de woningen (zie tabel bij Bijlage 2 onder A, behorend bij artikel 3 van de Uitvoeringsregeling pacht, zoals gewijzigd in artikel I, onderdeel E).

Voor pachtovereenkomsten ingegaan vóór 1 september 2007 (artikel 15, eerste lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007) wordt de pachtprijs van een agrarische woning jaarlijks vastgesteld aan de hand een percentage dat overeenkomt met de indexering die wordt toegepast bij uitvoering van de regels bedoeld in artikel 14, derde lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007. Het percentage wordt in 2025 op 5,0% vastgesteld (artikel I, onderdeel B). Dit is de maximale inkomensonafhankelijke huurstijging van zelfstandige woningen in de gereguleerde huursector.

Met de inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur per 1 juli 2024 is de jaarlijkse indexatie van de maximale huurprijsgrenzen verschoven van 1 juli naar 1 januari. De maximale huurprijsgrenzen voor zelfstandige woonruimte zijn per 1 juli 2024 eenmalig geïndexeerd met 3,1%. De huurprijsgrens bij 143 punten is per 1 januari 2025 eerst met 8 cent verhoogd en vervolgens geïndexeerd met 2,32%. De maximale huurprijsgrenzen voor agrarische woningen zijn op dezelfde manier berekend, uitgaande van de maximale huurprijsgrenzen voor agrarische woningen per 1 juli 2023.

5. Regeldruk

Uit de onderhavige wijziging van de regeling volgen geen nieuwe verplichtingen en daarmee brengt deze regeling geen regeldrukeffecten met zich mee.

6. Notificatie

Omdat met deze regeling maximumprijzen worden vastgesteld in de zin van artikel 15, tweede lid, onderdeel g, van de Dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG van het Europees parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PbEU 2006, L 376) zal deze regeling genotificeerd worden op grond van artikel 15, zevende lid, van de Dienstenrichtlijn. Deze notificatie staat niet in de weg aan de inwerkingtreding van deze regeling op 1 juli 2025.

7. Vaste verandermomenten

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2025 en is daarmee in lijn met de vaste verandermomenten voor regelgeving en de verplichting tot inwerkingtreding op 1 juli krachtens artikel 21a, tweede lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007.

Zoals aangeven in onderdeel 1 van deze toelichting zijn de wijzigingen al bij brief aan de Tweede Kamer medegedeeld.

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J.F. Rummenie

Naar boven