Verkeersbesluit inzake het tijdelijk instellen van een maximumsnelheid op diverse rijkswegen

Logo Rijkswaterstaat - Dienst Noord-Holland

RWS2025_15288

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) genoemde verkeerstekens voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.

Op grond van artikel 37 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer dient een verkeersbesluit te worden genomen, indien de omstandigheden die tot de tijdelijke plaatsing of tot de tijdelijke maatregel leiden van langere duur zijn dan vier maanden dan wel zich regelmatig voordoen.

Op grond van artikel 18, eerste lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 ben ik bevoegd dit verkeersbesluit te nemen.

 

 

Overwegingen ten aanzien van het besluit

Uit het oogpunt van het verzekeren van de veiligheid op de weg, beschermen van de weggebruikers en passagiers en het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade is het op grond van onderstaande overwegingen noodzakelijk om tijdelijk verkeersmaatregelen te nemen op de hieronder aangegeven weggedeelten.

De afgelopen periode zijn in het kader van de Meerjarenplanning Verhardingsonderhoud (MJPV) stroefheidsmetingen uitgevoerd op alle rijkswegen. Uit de stroefheidsmetingen is gebleken dat op onderstaande trajecten het asfalt niet meer voldoet aan de stroefheidsnorm. Omdat er door de gereduceerde stroefheid een grotere kans is op: een langere remweg en/of slippen/glijden tijdens het sturen, is het vanuit verkeersveiligheid van de weggebruiker en de medeweggebruikers, noodzakelijk om een gereduceerde snelheid van 90km/h bij nat wegdek te plaatsen. Doordat de weggebruiker bij deze snelheid (90km/h) meer reactietijd heeft, minder zijwaartse kracht in een bocht en het voertuig minder hoeft af te remmen is de situatie te beheersen middels deze oplossing

 

  • .De overweging om de snelheid met meer dan 30km/h te verminderen op de wegvakken met een snelheid van 130km/h tussen 19:00 en 6:00, heeft te maken met de tijdelijkheid van de situatie en de weersomstandigheden ten tijde van de geldigheid van de bebording. Door de weersomstandigheden ten tijde van de geldigheid, is de snelheid van de weggebruikers al reeds gereduceerd i.v.m. zicht afstanden. Waardoor de snelheidsstap die in de praktijk zal voorkomen binnen de stap van 30km/h zal vallen.

  •  

  • Gevolgde procedure

    Overeenkomstig artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer is overleg gepleegd met de gemandateerde namens de chef van de politie eenheid Noord-Holland. Deze heeft een positief advies gegeven. De betrokken weggedeeltes zijn in het beheer bij het Rijk en gelegen binnen de gemeenten Amsterdam, Alkmaar, Castricum, Diemen, Gooise Meren, Haarlemmermeer, Hollands Kroon, Koggenland, Purmerend, Wormerland, Edam-Volendam en Uitgeest.

    Overeenkomstig artikel 26 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, zal dit verkeersbesluit worden gepubliceerd in de Staatscourant.

     

BESLUIT

Gezien voorgaande overwegingen is Onze Minister tot het besluit gekomen om door het aan weerszijden van de weg plaatsen van borden model A1-90 van het RVV 1990 in combinatie met borden model J20 van het RVV 1990 met onderbord OB411-xxxm + tekst (bij nat wegdek), aangevuld met een beëindiging van deze snelheid door het plaatsen van een model A01-100 met onderbord OB201p (6-19 h), tot het instellen van een maximumsnelheid van 90 km/u t/m 31 december 2025 op de volgende weggedeelten:

Rijksweg A1 Hoofdrijbaan links tussen hectometerpunt 4.500 en 4.200;

Rijksweg A1 Hoofdrijbaan links tussen hectometerpunt 8.400 en 8.200;

Rijksweg A1 Hoofdrijbaan links tussen hectometerpunt 18.300 en 18.200;

Rijksweg A1 Hoofdrijbaan links tussen hectometerpunt 22.300 en 21.600;

Rijksweg A4 Hoofdrijbaan links tussen hectometerpunt 0.300 en 0.200;

Rijksweg A4 Hoofdrijbaan links tussen hectometerpunt 1.800 en 1.700;

Rijksweg A4 verbindingsweg h tussen hectometerpunt 10.500 en 10.200;

Rijksweg A5 Hoofdrijbaan rechts tussen hectometerpunt 18.0 en 18.1;

Rijksweg A7 Hoofdrijbaan links tussen hectometerpunt 12.900 en 12.800;

Rijksweg A7 Hoofdrijbaan links tussen hectometerpunt 23.500 en 23.400;

Rijksweg A7 Hoofdrijbaan links tussen hectometerpunt 27.800 en 27.700;

Rijksweg A7 Hoofdrijbaan rechts tussen hectometerpunt 13.200 en 13.800;

Rijksweg A7 Hoofdrijbaan rechts tussen hectometerpunt 21.600 en 21.700;

Rijksweg A7 Hoofdrijbaan rechts tussen hectometerpunt 48.900 en 49.300;

Rijksweg A7 Hoofdrijbaan rechts tussen hectometerpunt 51.900 en 54.400;

Rijksweg A9 Hoofdrijbaan links tussen hectometerpunt 65.400 en 64.500;

Rijksweg A9 Hoofdrijbaan rechts tussen hectometerpunt 61.700 en 62.600.

 

Haarlem 3 juni 2025

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

Namens deze,

M.H. van der Hoeve

Hoofd van de afdeling Vergunningverlening van Rijkswaterstaat West-Nederland Noord

Mededelingen

Bezwaar- of beroepsclausule

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na dag van bekendmaking bezwaar worden gemaakt. Het bezwaarschrift moet gericht worden aan: de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en worden gezonden aan de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat West-Nederland Noord, Postbus 2232, 3500 GE te Utrecht.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en het volgende te bevatten:

  • a.

    naam en adres van de indiener;

  • b.

    de dagtekening;

  • c.

    een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

  • d.

    de gronden van het bezwaar.

Daarnaast kan een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij de Voorzieningenrechter van de Arrondissementsrechtbank binnen het rechtsgebied waarin de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft. Voor het verzoek zal griffierecht worden geheven.

Naar boven