De Minister van Financiën,
Gelet op artikel 5, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren 2018;
BESLUIT:
ARTIKEL I
Artikel 7 van de Regeling toezicht trustkantoren 2018 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het opschrift wordt ‘en pensioenuitvoeringsorganisaties’ toegevoegd.
2. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.
3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-
2. Vrijstelling van het verbod wordt verleend aan de derde waaraan een pensioenfonds
als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, werkzaamheden heeft uitbesteed als bedoeld in artikel 34 van de Pensioenwet of artikel 43
van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, voor zover deze derde de uitbestede werkzaamheden voor het pensioenfonds
verricht.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
TOELICHTING
Algemeen
§ 1. Inleiding
Dit besluit bevat een wijziging van de Regeling toezicht trustkantoren 2018. De wijziging
betreft een vrijstelling voor pensioenuitvoeringsorganisaties of, zoals die in de
wet worden aangeduid, ‘derden waaraan een pensioenfonds, als bedoeld in artikel 1:1
van de Wet op het financieel toezicht, werkzaamheden voortvloeiend uit de Pensioenwet
en de Wet verplichte beroepspensioenregeling heeft uitbesteed’.
Algemeen geldt dat de vrijstellingen in de Regeling toezicht trustkantoren 2018 niet
in strijd mogen zijn met de belangen die de Wet toezicht trustkantoren 2018 beoogt
te beschermen. De vrijstellingen zien op gevallen waarbij het integriteitstoezicht
op andere wijze gewaarborgd is, of waarbij de integriteitsrisico’s verwaarloosbaar
zijn.
§ 2. Inhoud van de regeling
Artikel 7, tweede lid, van Regeling toezicht trustkantoren 2018 behelst een vrijstelling
voor het verlenen van trustdiensten door pensioenuitvoeringsorganisaties aan een pensioenfonds.
Het artikel behoeft uitbreiding om derden waaraan een pensioenfonds op grond van artikel 34
van de Pensioenwet of artikel 43 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling werkzaamheden
heeft uitbesteed, vrij te stellen van het verbod voor het verlenen van een trustdienst
zonder vergunning.
Op grond van de Wet toezicht trustkantoren 2018 worden pensioenuitvoeringsorganisaties
aangemerkt als trustkantoor als zij een trustdienst verlenen aan een pensioenfonds.
In de praktijk besteden pensioenfondsen regelmatig werkzaamheden uit aan pensioenuitvoeringsorganisaties
met betrekking tot het voeren van de pensioenadministratie, pensioencommunicatie,
het doen van pensioenuitkeringen en het beheren en beleggen van het pensioenvermogen.
Ook komt het voor dat pensioenuitvoeringsorganisaties domicilie (adresverlening) aan
pensioenfondsen verlenen.
De integriteitsrisico’s bij pensioenuitvoeringsorganisaties worden voldoende ondervangen
omdat de pensioenfondsen, voor wie de pensioenuitvoeringsorganisaties werkzaamheden
verrichten, reeds onder toezicht staan van De Nederlandsche Bank (DNB). De integriteit
van zowel pensioenfondsen en pensioenuitvoeringsorganisaties wordt geborgd door de
Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling. Bij het uitbesteden van
werkzaamheden aan een pensioenuitvoeringsorganisatie dient het pensioenfonds namelijk
zorg te dragen dat deze derde partij de relevante regels van de Pensioenwet en de
Wet verplichte beroepspensioenregeling naleeft.
§ 3. Financiële en regeldrukgevolgen
Het besluit is niet openbaar geconsulteerd, omdat het een vrijstelling betreft die
geen aanvullende verplichtingen voor burgers of bedrijven met zich meebrengt. Deze
regeling heeft verder geen gevolgen voor de rijksbegroting.
§ 4. Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid
Deze wijzigingsregeling brengt geen materiële wijzigingen in het takenpakket van DNB
teweeg. Het besluit is in samenspraak met toezichthouder DNB tot stand gebracht.
De Minister van Financiën,
E. Heinen