Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2025, 18303 | andere beschikking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2025, 18303 | andere beschikking |
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 29 april 2025,
nr. RWS-2025/11173, Rijkswaterstaat Corporate Dienst.
OVERWEGINGEN TEN AANZIEN VAN HET BESLUIT
Grondslag voor het besluit
Op grond van het bepaalde in artikel 8, eerste lid van de Wegenwet (hierna: Ww), kan een weg die door het Rijk wordt onderhouden, aan het openbaar verkeer worden onttrokken bij een door Ons te nemen besluit. De oversteekplaats op de N48 ter hoogte van hectometerpaal (hierna: hmp) 112,9 in de gemeente De Wolden is een weggedeelte dat onderhouden wordt door het Rijk.
Motivering
De N48 is een regionale stroomweg die loopt van Hoogeveen tot Ommen met een toegestane maximumsnelheid van 100 km per uur.
Bij eerdere koninklijk besluiten (van 27 juni 2014, nrs. 2014001245 tot en met 2014001251 en van 5 november 2014, nrs. 2014002056 en 2014002057) zijn in totaal negen bij het Rijk in beheer en onderhoud zijnde oversteekplaatsen op de N48 aan het openbaar verkeer onttrokken.
Deze besluiten zijn destijds genomen, omdat de N48 vanwege de vele gelijkvloerse oversteken die werden gebruikt door langzaam verkeer zoals landbouwvoertuigen, voetgangers en fietsers als zeer onveilig werd beschouwd. In het toen geldende Handboek wegontwerp 2013 – Regionale stroomwegen (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en Verkeerstechniek (hierna: Crow), publicatie 331) stonden de ontwerpvereisten beschreven voor een stroomweg, gebaseerd op de principes van de visie “Duurzaam Veilig Verkeer” van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV, 1997 en 2005). Daarin is gesteld dat conflicten in de dwarsrichting met gelijkvloerse kruisingen moeten worden voorkomen. Door het grote snelheidsverschil tussen overstekend, langzaam rijdend verkeer en het verkeer op de N48 kan het kruisende verkeer de N48 niet veilig oversteken. Verkeer op de N48 verwacht geen overstekend, langzaam rijdend verkeer en dit zorgt voor schrikreacties. De gelijkvloerse oversteekplaatsen vormen daarom een potentieel gevaar voor alle verkeer en de onttrekkingen bevorderen het algemeen belang van de verkeersveiligheid.
In samenwerking met de provincies Drenthe en Overijssel en de gemeentes Hoogeveen, Hardenberg, De Wolden en Ommen is in 2011 het project ‘realiseren vier (landbouw)tunnels N48’ opgezet. Het doel van dit project was het opheffen van de vele gelijkvloerse oversteekplaatsen, om de verkeersveiligheid in zijn algemeenheid te verbeteren. Er zijn in 2014 vier landbouwtunnels gerealiseerd. Deze tunnels vormen een alternatieve en veilige – want ongelijkvloerse kruisingen – mogelijkheid om de N48 over te steken.
Na de besluiten in 2014 zijn de negen oversteekplaatsen vanaf 2014 daadwerkelijk afgesloten. Sinds 2015 is ook de oversteekplaats ter hoogte van hmp 112,9 afgesloten. Rijkswaterstaat heeft daarvoor aan weerszijden van de oversteekplaats een hek geplaatst, waardoor het niet meer mogelijk is om de N48 over te steken. Gebleken is dat voorafgaand aan de feitelijke afsluiting van deze oversteekplaats geen koninklijk besluit genomen is. De oversteekplaats bij hmp 112,9 is abusievelijk niet meegenomen in de eerder in 2014 genomen koninklijk besluiten. Met dit koninklijk besluit wordt deze omissie hersteld.
Op basis van de visie Duurzaam Veilig 3 (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid, 2018) (hierna: DV3) werkt Rijkswaterstaat nog steeds, net als bij de koninklijke besluiten in 2014, toe naar een duurzaam veilig verkeers- en vervoerssysteem op rijkswegen. Dit betekent dat het verkeerssysteem zodanig is ingericht dat er geen ernstige ongevallen plaatsvinden en als dat toch gebeurt de impact ervan beperkt blijft. Op basis van DV3 hebben wegen maar één verkeersfunctie: stromen of uitwisselen. In het huidige Handboek Wegontwerp buiten de bebouwde kom (Crow, 2025) zijn de basiseisen voor regionale stroomwegen vrijwel hetzelfde als die in 2014, maar dan gebaseerd op DV3: regionale stroomwegen, zoals de N48, hebben uitsluitend een stroomfunctie. De maximumsnelheid bedraagt 100 km p/u en er komen geen dwarsconflicten (geen gelijkvloerse kruisingen) met ander verkeer voor. Dit betekent dat langzaam verkeer (onder meer fietsers en voetgangers) ongelijkvloers oversteekt, zodat conflicten met kruisend verkeer over de stroomweg worden voorkomen. Dit bevordert de verkeersveiligheid.
Schade (Nadeelcompensatie)
Eenieder, die meent schade te lijden als gevolg van deze onttrekking, kan bij Onze Minister een verzoek om nadeelcompensatie indienen op grond van de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2024.
Gevolgde procedure
Overeenkomstig de bepalingen van afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) hebben het ontwerpbesluit en de bijbehorende stukken in de periode van 22 oktober 2024 tot en met 2 december 2024 op het gemeentehuis van de gemeente De Wolden en op het kantoor van Rijkswaterstaat Noord-Nederland te Leeuwarden ter inzage gelegen. Voorafgaand daaraan is van de terinzagelegging overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:12 Awb kennisgegeven in de Staatscourant van 17 oktober 2024. Belanghebbenden zijn in genoemde kennisgeving in de gelegenheid gesteld van de onttrekking kennis te nemen en daartegen schriftelijk of mondeling zienswijzen in te dienen.
Zienswijzen
Van de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen is gebruikgemaakt door:
1. Reclamant 1;
2. Reclamant 2;
3. Reclamant 3.
In dit besluit zijn de namen van de reclamanten weggelaten aangezien het natuurlijke personen betreffen. Deze anonimiseringsverplichting vloeit voort uit de Algemene verordening gegevensbescherming. Daarin is bepaald dat NAW-gegevens van natuurlijke personen niet (elektronisch) beschikbaar mogen zijn.
Overwegingen naar aanleiding van de zienswijzen
Wij hebben hetgeen reclamanten in hun zienswijzen naar voren hebben gebracht samengevat in de hiernavolgende passages. Daarbij hebben Wij Onze overwegingen bij de zienswijzen weergegeven. De zienswijzen van de drie reclamanten zijn inhoudelijk geheel gelijk aan elkaar. Daarom zijn de zienswijzen en Onze reactie samengevoegd.
De zienswijzen van reclamanten 1, 2 en 3
1.1 De oversteekplaats is feitelijk al sinds 2015 afgesloten zonder besluit en zonder overleg met of toestemming van reclamanten. Nu wordt geprobeerd om dit te herstellen. Maar voor het rechtsgeldig mogen opheffen geldt de dwingende volgorde: eerst juridisch opheffen en dan feitelijk. Dus moet de oversteekplaats nu eerst weer worden geopend.
Ad 1.1
Over dit onderdeel van de zienswijze overwegen Wij als volgt. Dat de oversteekplaats is opgeheven, voordat de hiervoor benodigde procedure voor het onttrekkingsbesluit is gestart, is inderdaad niet de juiste volgorde van handelen. Echter een al uitgevoerde feitelijke handeling, in dit geval het afsluiten van de oversteekplaats, wordt alleen teruggedraaid, als er geen concreet zicht is op legalisering van de situatie. Dat is hier niet aan de orde: de onttrekking aan de openbaarheid van de oversteekplaats is noodzakelijk gelet op de verkeersveiligheid. Wij verwijzen naar onze overwegingen onder het kopje “Motivering”. Er is dus een concreet zicht op legalisering van de situatie. Dat maakt dat er geen reden is om de oversteekplaats nu te openen en geopend te houden totdat er een onherroepelijk besluit is 1. Het heropenen van de oversteekplaats is bovendien onacceptabel, omdat daardoor de verkeersveiligheid in gevaar komt.
1.2 De oversteekplaats is belangrijk als schakel tussen de percelen van reclamanten aan de linker- en rechterkant van de N48. De oversteekplaats vormt een brug tussen de eigendommen van reclamanten. Reclamanten maakten al enige tijd voor 2015 gebruik van de oversteekplaats voor onder meer het kunnen bereiken van en het verrichten van onderhoud aan hun percelen aan weerszijden van de N48. De oversteekplaats heeft ook landschappelijke waarde, omdat deze de bossen aan beide zijden van de N48 met elkaar verbindt. Bovendien versterkt de oversteekplaats de biodiversiteit, omdat dieren via de oversteekplaats de N48 kunnen oversteken. Dit landschappelijke belang is niet meegewogen in de afweging van het te nemen besluit.
Ad 1.2
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) is de in artikel 8, eerste lid Ww neergelegde bevoegdheid om wegen aan de openbaarheid te onttrekken van discretionaire aard is. Aan het bevoegd gezag komt daarbij een ruime mate van beleidsvrijheid toe. De toepassing van de bevoegdheid om een weg of een deel daarvan aan de openbaarheid te onttrekken, dient te worden beoordeeld aan de hand van de maatstaf of er strijd is met wettelijke voorschriften dan wel of de betrokken belangen op zodanig onevenwichtige wijze zijn afgewogen dat niet in redelijkheid tot toewijzing dan wel afwijzing van de onttrekking kon worden overgegaan. Uit deze rechtspraak volgt dat het algemeen veiligheidsbelang dat met de onttrekking van een (over)weg aan de openbaarheid is gediend, mag prevaleren boven andere belangen, zoals de bereikbaarheid van een gebied aan de andere kant van de weg of het gebruik van percelen voor recreatieve doeleinden 2.
In dit licht overwegen Wij dat de oversteekplaats moet worden onttrokken om de algemene verkeersveiligheid te waarborgen. Het in stand laten van een potentieel gevaar zettende situatie 3, zoals in dit geval een gelijkvloerse oversteekplaats voor langzaam verkeer over een regionale stroomweg met een maximumsnelheid van 100 km p/u, is zeer onwenselijk gelet op het grote risico voor de verkeersveiligheid. De onttrekking van de oversteekplaats is daarom in het belang van de veilige afwikkeling van het wegverkeer.
De vraag is in hoeverre de door reclamanten naar voren gebrachte belangen, dat de oversteekplaats ten eerste een belangrijke schakel vormt tussen de percelen van reclamanten aan weerszijden van de N48 en ten tweede het landschappelijk belang, vallen aan te merken als rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen dat door Ons afgewogen moet worden op grond van artikel 3:4, eerste lid van de Awb.
Ten aanzien van het belang van de oversteekplaats als schakel of brug tussen de percelen van reclamanten aan weerszijden van de N48, overwegen Wij als volgt.
In gesprekken tussen Rijkswaterstaat en reclamanten is door Rijkswaterstaat aangegeven dat reclamanten geen persoonlijk of ander recht hebben op de oversteek. Hiervan is geen enkel bewijs overgelegd. Wel staat vast dat reclamanten eigenaar, pachter en bosbeheerder van enkele percelen aan weerszijden van de N48 ter hoogte van de te onttrekken oversteekplaats. Dit betreffen bospercelen en akkerbouwgronden. Omdat reclamanten aangaven dat met name de toegang tot hun bosperceel aan de oostzijde van de N48 een probleem is geworden na de afsluiting, heeft Rijkswaterstaat onderzocht in hoeverre het mogelijk is om een gelijkwaardige oplossing te vinden voor toegang tot het bosperceel. Dat bleek helaas voor Rijkswaterstaat niet mogelijk om te realiseren.
Uit nader onderzoek door Rijkswaterstaat blijkt echter dat de percelen van reclamanten zonder de oversteekplaats ook voldoende bereikbaar zijn. Het akkerbouwperceel langs de N48 ter hoogte van hmp 112,7 en 112,8 was voor 2014 bereikbaar en werd ontsloten via de oversteekplaats bij hmp 112,5. Deze oversteekplaats is vervangen door een combi-ecoduct. Voor de ontsluiting is een zandpad aangelegd dat via de afslag Zuidwolde op de N48 bereikbaar is. Het andere akkerbouwperceel van reclamanten tussen hmp 112,7 en 112,9 dat meer van de N48 afligt, is bereikbaar via de Oosterweg in Zuidwolde.
Uit de gesprekken tussen Rijkswaterstaat en reclamanten bleek dat vooral de bereikbaarheid van het bosperceel tussen hmp 112,9 en 113,1 na de afsluiting van de oversteekplaats een probleem vormde. Dit bosperceel was alleen via de oversteekplaats over de N48 en vervolgens een eigen weg bereikbaar. Wij overwegen dat dit bosperceel nu bereikbaar is via de ontsluiting via de Oosterweg van de laatstgenoemde akkerbouwgrond en dan een aansluitend wandelpad over eigen grond van reclamanten. Volgens reclamanten zou dit pad niet voldoen, omdat het niet geschikt is voor voertuigen die het onderhoud zouden moeten uitvoeren. Wij kunnen reclamanten daar niet in volgen, aangezien het pad dat vanaf de oversteekplaats naar hun bosperceel liep, eenzelfde soort wandelpad is en dan dus ook niet voor dergelijke voertuigen geschikt is.
Van belang is nog om te vermelden dat reclamanten niet eerder dan in maart 2021 hebben geageerd tegen de afsluiting van de oversteekplaats. Dat is circa zes jaar na de feitelijke afsluiting van de oversteekplaats.
Wij constateren gezien het bovenstaande dat het opheffen van de oversteekplaats niet tot gevolg heeft dat de percelen van reclamanten niet of onvoldoende bereikbaar zullen worden. Wij verwijzen nog naar een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch waarin is geoordeeld dat als er alternatieve routes dan de onttrokken oversteekplaats aanvaardbaar zijn gebleken dat dit aan de onttrekking niet in de weg staat 4.
Over het landschappelijk belang van de oversteekplaats merken Wij het volgende op. De oversteekplaats zou volgens reclamanten een landschappelijke waarde hebben, omdat deze een verbinding legt tussen de bossen aan weerszijden van de N48 en deze de biodiversiteit versterkt, omdat dieren via de oversteekplaats kunnen oversteken.
Reclamanten onderbouwen op geen enkele wijze de stelling dat de oversteekplaats een dergelijke landschappelijke waarde zou bevatten. De oversteekplaats heeft ook nooit formeel een functie als een landschappelijke verbinding gehad. Bovendien is ter hoogte van hmp 112,5 dus op 400 m ten zuiden van de te onttrekken oversteekplaats een ecoduct aangelegd. Dit zorgt voor een ecologische verbinding en een veilige oversteekplaats van dieren.
Volledigheidshalve wijzen Wij erop dat reclamanten zich niet met succes kunnen beroepen op schending van een rechtsregels of een beginsel, als deze duidelijk niet is bedoeld om hun eigen belangen te schermen. Dit relativiteitsvereiste houdt in dat een besluit niet kan worden aangevochten vanwege schending van een rechtsregel als die regel is bedoeld om iets anders te beschermen dan de belangen van reclamanten. De gestelde schending van het landschappelijk belang door het sluiten van de oversteekplaats is een algemeen belang en de bescherming ervan strekt niet tot bescherming van de belangen van reclamanten 5.
Gelet op het voorgaande zijn Wij van mening dat de belangen van reclamanten voldoende zijn beschouwd en afgewogen en dat Wij het belang van de verkeersveiligheid mogen laten prevaleren boven de door reclamanten aangevoerde belangen.
1.3 Reclamanten hebben veelvuldig gebruik gemaakt van de oversteekplaats en hechten er veel waarde aan. Meerdere keren per week werd de oversteekplaats gebruikt met gemotoriseerd verkeer en langzaam verkeer (wandelen en fietsen). Van dit levensgeluk hebben reclamanten de afgelopen tien jaar ten onrechte geen gebruik kunnen maken.
Ad 1.3
In 2009 heeft Rijkswaterstaat in het kader van het voorbereiden van het Project ‘Realiseren van de vier landbouwtunnels over de N48) onderzoek gedaan naar de aanwezige oversteken. Uit dit onderzoek bleek dat de oversteekplaats waar deze onttrekking aan de openbaarheid betrekking op heeft, alleen door voetgangers werd gebruikt. De oversteekplaats was geen onderdeel van een geregistreerde fiets- of wandelroute.
Verder is gebleken dat reclamanten geen persoonlijk recht hebben op de oversteekplaats. Ook van een zakelijk recht vastgelegd in een notariële akte op de oversteekplaats is nooit gebleken. Reclamanten hebben dit ook niet onderbouwd of aangetoond. Dat reclamanten de oversteekplaats naar eigen zeggen in praktijk gebruikten om de N48 over te steken om zo op hun grond te komen, maakt niet dat ze daar enig recht aan mogen ontlenen.
In 2015 heeft Rijkswaterstaat de oversteekplaats feitelijk met hekken afgesloten. Ook zijn toen de aanwezige wildrasters, die eerder door Rijkswaterstaat op eigen grond waren geplaatst, verwijderd. Pas in maart 2021 sturen reclamanten een bericht aan Rijkswaterstaat dat zij hebben geconstateerd dat de oversteekplaats is afgesloten. Dat is zo’n zes jaar na de feitelijke afsluiting.
Het veronderstelde levensgeluk waarvan reclamanten ten onrechte al tien jaar geen gebruik van kunnen maken weegt mede gelet op het voorgaande niet op tegen het algemeen verkeersveiligheidsbelang dat met deze onttrekking is gediend.
1.4 Als de oversteekplaats niet kan blijven, willen reclamanten in gesprek over een financiële tegemoetkoming. Het gaat dan om schade die zij hebben geleden tussen 2015 en 2025: de tijd die zij aan de zaak hebben besteed, omrijdschade, arbeidskosten, reiskosten, nadeelcompensatie en immateriële schadevergoeding, omdat al tien jaar onterecht rechten zijn afgenomen.
Ad 1.4
Als reclamanten menen schade te lijden door dit besluit, kunnen zij een aanvraag om nadeelcompensatie indienen. Wij verwijzen hiervoor naar het gestelde hierboven onder het kopje “Schade (nadeelcompensatie)”.
Rijkswaterstaat heeft reclamanten overigens al een financiële tegemoetkoming aangeboden. Daarop is niet gereageerd.
Conclusie
Het bovenstaande in aanmerking nemend, zijn Wij van oordeel dat het noodzakelijk is om de hierboven genoemde oversteekplaats aan het openbaar verkeer te onttrekken en dat de belangen van reclamanten daar niet tegenop wegen.
Gelet op artikel 8 van de Wegenwet, de Algemene wet bestuursrecht en hetgeen hiervoor is overwogen;
Hebben Wij goedgevonden en verstaan:
aan het openbaar verkeer te onttrekken de bij het Rijk in onderhoud zijnde oversteekplaats op de N48 ter hoogte van hmp 112,9 in de gemeente De Wolden zoals deze op de bij dit besluit behorende tekening nr. NN-O-2024.018 is aangegeven.
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met de uitvoering van dit besluit.
Den Haag, 6 mei 2024
Willem-Alexander
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, B. Madlener
Mededelingen
Beroep
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is bekend gemaakt, een beroepschrift worden ingediend bij de sector bestuursrecht van de rechtbank binnen het rechtsgebied, waarin de indiener van het beroepschrift zijn woonplaats heeft.
Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:
a. naam en adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. vermelding van de datum en nummer of kenmerk van het besluit, waartegen het beroepschrift zich richt en
d. de opgave van de redenen, waarom men zich niet met het besluit kan verenigen.
Zo mogelijk dient bij het beroepschrift ook een afschrift te worden gevoegd van het besluit, waarop het geschil betrekking heeft.
Het indienen van een beroepschrift heeft geen schorsende werking. Dat betekent dat het besluit blijft gelden in de tijd dat het beroepschrift in behandeling is.
Het is mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de voorzieningenrechter van voornoemde rechtbank. Het verzoek dient te zijn ondertekend en tenminste het volgende te bevatten:
a. de naam en het adres van de verzoeker;
b. de dagtekening;
c. vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en datum en nummer of kenmerk van het besluit en
d. de gronden van het verzoek (motivering).
Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het beroepschrift te worden overgelegd. Zo mogelijk wordt ook een afschrift van het besluit, waarop het geschil betrekking heeft, overgelegd. Naar aanleiding van het verzoek kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen, als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Voor de behandeling van een beroepschrift en een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven
U kunt uw verzoek om voorlopige voorziening of uw beroep ook digitaal instellen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

Zie Hoge Raad 5 november 1965, 9885, ECLI:NL:HR:1965:AB7079, NJ 1966, 136 (Kelderluik-arrest).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-18303.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.