Besluit aanwijzing noodproducent inzake faillissement DEEM NL BV, Ministerie van Klimaat en Groene Groei

De Minister van Klimaat en Groene Groei;

Procesverloop

Op 1 november jl. heeft de Minister van Economische Zaken een brief ontvangen van 4Greeninvest B.V. (hierna: 4Greenlnvest). Deze brief is daags erna doorgeleid naar het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. Uit de brief blijkt dat 4Greenlnvest middels een verzoekschrift de rechtbank heeft verzocht tot faillietverklaring ex artikel 1 Faillissementswet van DEEM NL B.V. (hierna: DEEM NL), h.o.d.n. DEEN, DEENED en D.Ned. Aangezien 4Greenlnvest op dat moment enig aandeelhouder is van een vennootschap zonder bestuur wordt in de brief tevens een melding gemaakt conform artikel 12b, eerste lid, van de Warmtewet. DEEM NL is een leverancier als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet. Redelijkerwijs wordt voorzien dat hij niet langer aan onder meer zijn wettelijke verplichting op grond van artikel 2, eerste lid, om zorg te dragen voor een betrouwbare warmtelevering zal kunnen voldoen. Op 5 november 2024 is DEEM NL door de rechtbank in Zeeland-West-Brabant failliet verklaard (kenmerk: 02.zwb.24.406.F.1300.1.24) en is een curator aangesteld. Naar aanleiding hiervan heeft de Minister van Klimaat en Groene Groei (hierna: de Minister) InWarmte B.V. (hierna: InWarmte) op 8 november 2024 aangewezen als noodleverancier op grond van artikel 12c, eerste lid, van de Warmtewet om de betrouwbare levering van warmte aan verbruikers te borgen.

Feiten en omstandigheden

  • DEEM NL leverde warmte via warmte koude systemen en centrale warmtepompen.

  • DEEM NL maakte voor de exploitatie van warmte gebruik van warmtepompen en WKO-installaties die toebehoren aan zijn zustervennootschap DEEM Projecten B.V. (hierna: DEEM Projecten), dan wel dochtervennootschappen van DEEM Projecten.

  • De Autoriteit Consument en Markt heeft op 6 november 2024 aan de Minister laten weten dat zij het signaal heeft gekregen dat er diverse bewoners zijn in het gebied IJmuiden en Bergen op Zoom die problemen hebben met de warmtelevering.

  • Bij brief van 7 november 2024 is door de Autoriteit Consument en Markt aan de curator een voornemen tot een bindende gedragslijn verzonden gericht op het waarborgen van de betrouwbare levering van warmte door het nemen van bijvoorbeeld één of meerdere van de volgende maatregelen:

    • De levering van warmte te herstellen door het oplossen van technische problemen ten gevolge van achterstallig onderhoud.

    • Zorgdragen voor financiële dekking voor de betrouwbare levering van warmte.

    • Zorgdragen dat de levering van warmte en de naleving van de Warmtewet door een derde wordt overgenomen.

  • Op 8 november 2024 heeft de curator aan de Autoriteit Consument en Markt gemeld dat DEEM NL niet bij machte is dergelijke maatregelen uit te voeren en ook geen andere wijze ziet om leveringszekerheid te kunnen waarborgen.

  • Op 8 november 2024 heeft de Minister InWarmte aangewezen als noodleverancier op grond van artikel 12c, eerste lid, van de Warmtewet. Deze bevoegdheid dient voor de situatie waarbij een leverancier niet langer in staat is om in die hoedanigheid op te treden (zie ook Kamerstukken II 2010/11, 32 839, nr. 3, p. 4).

  • Op 8 november en 12 november 2024 heeft de Minister DEEM Projecten (voor de productie van warmte) en VWV Holding B.V. (voor het klantbeheer) respectievelijk officieel verzocht tot medewerking, conform artikel 12c, zesde lid, Warmtewet. Tot op heden heeft dit verzoek niet geleid tot een overeenkomst tussen DEEM Projecten, als gerechtigde tot de warmte-installaties c.q. producent, en InWarmte. Daarmee blijft de levering van warmte aan de bewoners in de verschillende wooncomplexen niet verzekerd.

  • De Autoriteit Consument en Markt heeft op 21 november 2024 aan de Minister laten weten dat zij het signaal heeft gekregen dat er diverse bewoners zijn in het gebied Wassenaar die problemen hebben met warmtelevering.

Overwegingen

  • 1. Noodzaak opdragen opdracht

    De Minister stelt vast dat warmteleverancier DEEM NL op 5 november 2024 failliet is verklaard, waardoor de levering van warmte in verschillende complexen in gevaar is. Uit ontvangen informatie blijkt dat de noodleverancier afhankelijk is van DEEM Projecten voor het leveren van warmte. Alle gebruiksmiddelen van de diverse installaties die benodigd zijn om warmte te leveren aan de klanten die de noodleverancier moet bedienen behoren toe aan DEEM Projecten.

    Het verzoek om medewerking van de Minister heeft twee weken na dato nog niet geresulteerd in werkbare afspraken over wederzijdse verplichtingen en verantwoordelijkheden tussen DEEM Projecten en InWarmte. Door een opdracht tot produceren van warmte te verstrekken neemt de Minister regie gelet op het voortdurende risico in de warmtelevering.

  • 2. Duur aanwijzing

    De aanwijzing is verleend tot en met 31 januari 2025, zodat deze gelijk is aan de duur van de aanwijzing van de noodleverancier.

  • 3. Voorwaarden en beperkingen alsmede een redelijke vergoeding

    Op grond van artikel 12c, vijfde lid, van de Warmtewet, kan de Minister voorwaarden en beperkingen verbinden aan de opdracht en stelt de Minister bij de opdracht een redelijke vergoeding vast voor de uitvoering van de opgedragen taak.

    Gelet op de wederzijdse afhankelijkheid is een overeenkomst voor de installaties tussen DEEM Projecten en InWarmte noodzakelijk. Omdat tot op heden geen overeenkomst tot stand is gekomen tussen DEEM Projecten en InWarmte ziet de Minister zich genoodzaakt om de termijn en de kaders op te leggen waarbinnen InWarmte en DEEM Projecten tot een overeenkomst dienen te komen, in hun hoedanigheid van respectievelijk noodleverancier en noodproducent. DEEM Projecten wordt opgedragen om uiterlijk op 26 november 2024 een overeenkomst te overleggen aan InWarmte op basis van redelijke voorwaarden. Dit redelijkheidsvereiste maakt dat de overeenkomst niet mag leiden tot een situatie waarin InWarmte redelijkerwijs niet kan voldoen aan haar verplichtingen uit de Warmtewet. Het ligt dan ook in de rede dat DEEM Projecten bij InWarmte ten hoogste de tarieven in rekening brengt die InWarmte kan doorberekenen aan haar klanten, minus de operationele kosten die InWarmte daarvoor moet maken. Indien daarmee de inkomsten van DEEM Projecten in haar hoedanigheid van noodproducent niet tot een acceptabel niveau gedekt worden, biedt de Minister een redelijke vergoeding aan DEEM Projecten, conform artikel 12c, vijfde lid, van de Warmtewet. Niet voor vergoeding komt in aanmerking schade die behoort tot het normaal maatschappelijk risico of het normaal ondernemersrisico van de (nood)producent. Tot een vergoeding behoren tevens niet de kosten die niet kunnen worden toegerekend aan de opdracht dan wel die het gevolg zijn van een omstandigheid die geheel of gedeeltelijk aan de aanvrager zelf kan worden toegerekend.

Gelet op artikel 12c, vierde lid, van de Warmtewet;

Besluit:

Artikel 1

DEEM Projecten B.V. wordt op grond van artikel 12c, vierde lid, van de Warmtewet opgedragen warmte te produceren en deze warmte onverwijld ter beschikking te stellen aan InWarmte B.V., in de hoedanigheid van aangewezen noodleverancier als bedoeld in artikel 12c, eerste lid, van de Warmtewet.

Artikel 2

  • 1. Voor het ter beschikking stellen van de warmte, bedoeld in artikel 1, alsmede voor het vervoer van de warmte stelt DEEM Projecten B.V. al het haar toebehorende materieel ter beschikking, en dient zij ter gebruik van leverantie door de noodleverancier, een overeenkomst op te stellen met redelijke voorwaarden. Deze getekende overeenkomst dient uiterlijk 26 november aan de noodleverancier te zijn overlegd met afschrift aan de Minister van Klimaat en Groene Groei en aan de Autoriteit Consument en Markt.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst bevat onder meer een kostprijsberekening en daaraan gerelateerde redelijke prijs voor de noodleverancier, met inachtneming van de door de Autoriteit Consument en Markt vastgestelde maximumprijs voor de levering van warmte.

Artikel 3

  • 1. De Minister van Klimaat en Groene Groei stelt op verzoek van de noodproducent een redelijke vergoeding vast als bedoeld in artikel 12c, vijfde lid, van de Warmtewet. De redelijke vergoeding vult de inkomsten van DEEM Projecten B.V. in haar hoedanigheid als noodproducent indien nodig aan tot een acceptabel niveau, waarbij worden meegenomen de inkomsten die DEEM Projecten B.V. ontvangt van InWarmte B.V., verminderd met de redelijk gemaakte kosten.

  • 2. Het verzoek voor vergoeding wordt door DEEM Projecten B.V., voorzien van een deugdelijke onderbouwing, ingediend binnen zes maanden na het vervallen van dit besluit.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na die waarop het is bekendgemaakt en komt te vervallen op 1 februari 2025.

Artikel 5

Dit besluit wordt bekendgemaakt door toezending aan DEEM Projecten B.V. Van dit besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Klimaat en Groene Groei, namens deze: M.G. Heijdra Directeur-Generaal Klimaat en Energie

Tegen dit besluit kan degene wiens belang daarbij rechtstreeks is betrokken, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is verzonden een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Klimaat en Groene Groei, directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef van dit besluit vermelde datum.

Naar boven