Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat | Staatscourant 2025, 17984 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat | Staatscourant 2025, 17984 | ander besluit van algemene strekking |
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
Gelet op artikel 147, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994;
BESLUIT:
Op grond van artikel 147 Wegenverkeerswet 1994 wordt ten behoeve van het geven van rijonderricht aan het Ministerie van Defensie in onopvallende instructievoertuigen met OGS aan PROCENTRUM International B.V. (hierna: Procentrum) een vrijstelling verleend van:
a) de volgende artikelen van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990:
Artikel 3, eerste lid;
Artikel 10 en 11;
Artikel 14;
Artikel 17, tweede lid;
Artikel 20 en 21, aanhef en onderdeel a;
Artikel 23, eerste lid, aanhef, onderdeel a uitsluitend voor het stilstaan op een kruispunt en de onderdelen b, c, e, f en g;
Artikel 24 en 25;
Artikel 28;
Artikel 32, eerste lid;
Artikel 43;
Artikel 46;
Artikel 55;
Artikel 62, voor zover het betreft de verkeerstekens op de borden: A1, A3, C1, C2, C3, C4, C6, C12, D2, D4, D5, D6, D7, E1, E2, F1, F5 en F7 uit bijlage 1;
Artikel 68 t/m 70;
Artikel 73, aanhef en de onderdelen b, d en e;
Artikel 76 t/m 78;
Artikel 81; en
b) van het artikel 8, derde lid van het Reglement rijbewijzen, betreffende de verplichting tot het voeren van een L-bord.
Aan het gebruik van deze vrijstelling worden de volgende voorwaarden verbonden:
a) Deze vrijstelling kan uitsluitend worden gebruikt voor het geven van rijonderricht in onopvallende instructievoertuigen met OGS aan het Ministerie van Defensie;
b) Procentrum dient zich, ten behoeve van de verkeersveiligheid, bij de uitvoering van haar werkzaamheden voor het Ministerie van Defensie te houden aan de Brancherichtlijn optische en geluidssignalen van het Ministerie van Defensie;
c) Indien van de vrijstelling gebruik wordt gemaakt, is de docent, dan wel examinator, verplicht een kopie van deze beschikking desgevraagd ter inzage af te geven aan de daartoe bevoegde ambtenaren;
d) Van de vrijstelling mag geen gebruik worden gemaakt in geval van mist, sneeuwval, of andere omstandigheden, in het bijzonder van atmosferische aard, die het zicht beperken tot een afstand van minder dan 200 meter.
Het besluit kan worden ingetrokken of gewijzigd in geval van zwaarwegende redenen of gewijzigde omstandigheden.
a) Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 mei 2025.
b) Dit besluit vervalt:
i. in geval het Ministerie van Defensie de benodigde onopvallende instructievoertuigen met OGS in haar eigen beheer beschikbaar heeft;
ii. voor zover deze vrijstelling niet eerder is vervallen, eindigt deze in ieder geval met ingang van 1 januari 2026.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, B. Madlener
Sinds 2018 zijn er vrijstellingen verleend aan particuliere rijopleiders om met eigen voertuigen met optische en geluidssignalen (OGS) rijonderricht te kunnen geven. Deze vrijstellingen zijn verlopen sinds december 2024. Het aflopen van deze vrijstellingen is in 2021 aangekondigd. De beslissing om de vrijstellingen te laten aflopen en niet opnieuw af te geven, is destijds op expliciet verzoek van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) en de grote hulpverleningsdiensten genomen, omdat dit de verkeersveiligheid ten goede komt. Het opleiden van chauffeurs van de hulpverleningsdiensten wordt nu in principe in de eigen voertuigen met OGS van de hulpverleningsdiensten gedaan.
Inmiddels is echter gebleken dat de rijopleiding van het Ministerie van Defensie onder druk komt te staan als gevolg van het aflopen van deze vrijstellingen, omdat dit ministerie zelf nog niet de benodigde onopvallende instructievoertuigen met OGS heeft. Het Ministerie van Defensie maakt voor het rijonderricht momenteel gebruik van de diensten én van de onherkenbare instructievoertuigen met OGS van Procentrum. Het rijonderricht voor bepaalde aangewezen eenheden is nodig ten behoeve van het uitvoeren van de nationale veiligheidstaak. Het Ministerie van Defensie verwacht vanaf 2026 zelf over de benodigde instructievoertuigen te beschikken om in het rijonderricht te kunnen voorzien.
Tot die tijd wil het Ministerie van Defensie gebruik maken van de onopvallende instructievoertuigen met OGS van Procentrum. Procentrum heeft een vrijstelling nodig om het rijonderricht in deze voertuigen te kunnen verzorgen.
Procentrum heeft daarom de Minister van Infrastructuur en Waterstaat verzocht een vrijstelling te verlenen van diverse bepalingen uit het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) en van diverse bepalingen uit het Reglement rijbewijzen.
Op grond van artikel 147 Wegenverkeerswet 1994 (hierna Wvw 1994) kan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een vrijstelling verlenen van de bepalingen krachtens de Wvw 1994 voor het gebruik van de weg ten behoeve van openbare of daarmee gelijk te stellen diensten.
Het Ministerie van Defensie is een openbare dienst. Een onderdeel van het werk van het Ministerie van Defensie is het voorzien in rijonderricht voor bepaalde medewerkers zodat de defensietaken naar behoren kunnen worden vervuld. Voor een speciaal onderdeel van het rijonderricht (het kunnen rijden in onopvallende instructievoertuigen met OGS) heeft het Ministerie van Defensie onvoldoende van deze voertuigen beschikbaar tot naar verwachting uiterlijk eind 2025. Tot die tijd is zij afhankelijk van Procentrum voor een deel van het rijonderricht met onopvallende instructievoertuigen met OGS. Dus voor zover Procentrum rijonderricht geeft aan en in opdracht van het Ministerie van Defensie in haar eigen onopvallende instructievoertuigen met OGS, zijn deze werkzaamheden gelijk te stellen met openbare diensten.
Op grond van deze vrijstelling, wordt vrijstelling verleend van de volgende artikelen van het RVV 1990:
• Artikel 3, eerste lid: deze bepaling ziet op de verplichting om zoveel mogelijk rechts te houden
Voor lesdoeleinden is het nodig om met hogere snelheden dan de maximumsnelheid te kunnen rijden. Om het verkeer niet onnodig te hinderen, en om niet onnodig van rijstrook te wisselen met een hogere snelheid, moet het mogelijk zijn voor de bestuurder om langere tijd links kunnen rijden.
• Artikel 10: deze bepaling ziet op de verplichting om de rijbaan te gebruiken
Voor lesdoeleinden is het nodig om uit te kunnen wijken naar andere ondergronden dan de normale rijbaan, bijvoorbeeld als de normale rijbaan gestremd is of als er, als onderdeel van een achtervolging, door het verkeer gemanoeuvreerd dient te worden.
• Artikel 11: deze bepaling ziet op links inhalen
Voor lesdoeleinden is het nodig om snel door het verkeer te kunnen bewegen, het overige verkeer snel voorbij te kunnen gaan en in bepaalde gevallen rechts in te halen.
• Artikel 14: deze bepaling ziet op het verbod om een kruispunt te blokkeren
Voor lesdoeleinden is het nodig om voorrang of een blokkade af te kunnen dwingen. Bij een achtervolging kan het bijvoorbeeld wenselijk zijn om een kruispunt te blokkeren om op die manier de verkeersdoorgang te versperren voor de achtervolgde.
• Artikel 17, tweede lid en artikel 55: deze bepalingen zien op de verplichting om een richtingaanwijzer te gebruiken
Voor lesdoeleinden wordt dit gebruikt om zo onopvallend mogelijk deel te nemen aan het verkeer bij een achtervolging. Bij een achtervolging kan ook dusdanig snel handelen gewenst zijn dat er geen tijd is om de richting aan te geven.
• Artikel 20 en 21, aanhef en onderdeel a: deze bepalingen zien op maximumsnelheden binnen en buiten de bebouwde kom
Van de ter plaatse geldende maximumsnelheid kan binnen de voorwaarden van de Brancherichtlijn optische en geluidssignalen van het Ministerie van Defensie (zie ook artikel 3 Regeling optische en geluidssignalen 2009) van worden afgeweken.
• Artikel 23, eerste lid, aanhef en de onderdelen a, b, c, e, f en g: deze bepaling ziet op plekken waar het verboden is een voertuig stil te laten staan
Voor lesdoeleinden is het nodig om voorrang of een blokkade af te kunnen dwingen. Bij een achtervolging kan het bijvoorbeeld wenselijk zijn om een kruispunt te blokkeren om op die manier de verkeersdoorgang te versperren voor de achtervolgde. Bij onderdeel a geldt de vrijstelling alleen voor het verbod om stil te staan op een overweg.
• Artikel 24, 25 en 46: deze bepalingen zien op waar een voertuig mag parkeren
Voor lesdoeleinden is het nodig om te kunnen parkeren als onderdeel van surveilleren (posten), het staande houden van een verdachte of een actie vooraf.
• Artikel 28: deze bepaling ziet op het gebruik van knipperlichten en signalen
Tijdens rijonderricht wordt OGS gebruikt om het rijden met een voorrangsvoertuig te trainen.
• Artikel 32, eerste lid: deze bepaling ziet op het voeren van dimlicht
Voor lesdoeleinden is het nodig om onopvallend door het verkeer te kunnen bewegen en bijvoorbeeld zo ongezien mogelijk een achtervolging in te kunnen zetten.
• Artikel 43: deze bepaling ziet op achteruit kunnen rijden of keren op de snelweg
Voor lesdoeleinden is het nodig om achteruit te kunnen rijden of te kunnen keren op de snelweg bij een achtervolging, als de achtervolgde een soortgelijke beweging maakt, of om te kunnen corrigeren als de bestuurder bijvoorbeeld een verkeerde afslag heeft genomen.
• Artikel 62, voor zover het betreft de verkeerstekens op de borden
o A1, A3 (zien op snelheid);
Van de ter plaatse geldende maximumsnelheid kan binnen de voorwaarden van de Brancherichtlijn optische en geluidssignalen van het Ministerie van Defensie (zie ook artikel 3 Regeling optische en geluidssignalen 2009) worden afgeweken.
o C1, C2, C3, C4, C6, C12 D2, D4, D5, D6, D7 (zien op verboden (richtingen) voor motorvoertuigen);
Voor lesdoeleinden is het nodig om tegen de richting in te kunnen rijden, of te kunnen rijden op een weg waar het verboden is te rijden voor motorvoertuigen.
o E1, E2 (zien op parkeren);
Voor lesdoeleinden is het nodig om te kunnen parkeren als onderdeel van surveilleren (posten).
o F1 (ziet op een verbod om in te halen);
Voor lesdoeleinden is het nodig om tijdens een achtervolging ten allen tijde in te kunnen halen.
o F5 (ziet op voorrang voor de tegengestelde rijrichting);
Voor lesdoeleinden is het nodig om tijdens een achtervolging ten allen tijde door te kunnen rijden.
o F7 (ziet op een verbod om te keren) uit bijlage 1;
Voor lesdoeleinden is het nodig om tijdens een achtervolging ten allen tijde te kunnen keren.
• Artikel 68 t/m 70: deze bepalingen zien op verkeerslichten
Tijdens rijonderricht wordt er getraind in het veilig negeren van verkeerslichten onder de voorwaarden van de Brancherichtlijn optische en geluidssignalen van het Ministerie van Defensie (zie ook artikel 3 Regeling optische en geluidssignalen 2009).
• Artikel 73, aanhef en de onderdelen b, d en e: deze bepaling ziet op rijstrooklichten
Voor lesdoeleinden is het nodig om tijdens een achtervolging te allen tijde door te kunnen rijden en in te kunnen halen.
• Artikel 76 t/m 78: deze bepaling zien op doorgetrokken rijstroken
Voor lesdoeleinden is het nodig om uit te kunnen wijken naar andere banen dan de normale rijbaan, bijvoorbeeld als de normale rijbaan gestremd is of als er, als onderdeel van een achtervolging, snel door het verkeer bewogen dient te worden.
• Artikel 81: deze bepaling ziet op busbanen
Voor lesdoeleinden is het nodig om uit te kunnen wijken naar andere banen dan de normale rijbaan, bijvoorbeeld als de normale rijbaan gestremd is of als er, als onderdeel van een achtervolging, door het verkeer gemanoeuvreerd dient te worden.
Van het Reglement rijbewijzen wordt van de volgende bepaling vrijstelling verleend:
• Artikel 8, lid c: deze bepaling ziet op de verplichting voor een instructievoertuig om een L-bord te gebruiken
Voor onopvallende voertuigen met OGS is het nodig om onopvallend in het verkeer te kunnen bewegen en ook tijdens het rijonderricht niet herkenbaar te zijn als instructievoertuig.
Het Ministerie van Defensie is gevraagd welke alternatieven zijn overwogen om het benodigde rijonderricht in onopvallende instructievoertuigen met OGS te kunnen uitvoeren. Een alternatief is het gebruiken van onopvallende instructievoertuigen met OGS van de politie. Dit alternatief bleek echter ontoereikend.
Het Ministerie van Defensie is gevraagd of deze handelingen ook op eigen terrein kunnen worden geoefend. Het Ministerie van Defensie geeft aan dat dit waar mogelijk al gebeurt. Een integraal onderdeel van rijden in een onopvallend voertuig met OGS is echter ook het vermogen om deze handelingen onder hoge druk en in verschillende verkeerssituaties uit te kunnen oefenen. Voor het verkrijgen van deze vaardigheden is oefening op de openbare weg nodig.
Het tijdelijke tekort van Defensie ziet op eigen, onopvallende instructievoertuigen met OGS. Procentrum wordt vrijgesteld van eerder genoemde bepalingen ten behoeve van het overbruggen van dit tijdelijke tekort. De vrijstelling is daarmee ingeperkt tot het rijonderricht in onopvallende instructievoertuigen met OGS aan het Ministerie van Defensie.
De vrijstelling is bedoeld voor het geven van rijonderricht in onopvallende instructievoertuigen met OGS aan het Ministerie van Defensie. Dit betekent dat, als er wordt gereden onder deze vrijstelling, er ten allen tijde een medewerker van het Ministerie van Defensie aanwezig moet zijn in het voertuig.
Procentrum dient zich, ten behoeve van de verkeersveiligheid, bij het gebruik maken van deze vrijstelling te houden aan de Brancherichtlijn optische en geluidssignalen van het Ministerie van Defensie. Dit is van belang, omdat bijvoorbeeld sommige artikelen waar vrijstelling van is gevraagd ruimte bieden voor eigen interpretatie nu er van die bepaling vrijstelling wordt verleend. Bijvoorbeeld artikel 21, lid a RVV 1990 bepaalt: ‘voor motorvoertuigen op autosnelwegen 130 km per uur, op autowegen 100 km per uur en op andere wegen 80 km per uur’. Door vrijstelling te verlenen van dit artikel, geldt voor de vrijgestelde in principe geen maximumsnelheid meer. Dit is niet wenselijk voor de verkeersveiligheid. Om deze reden zijn alle hulpverleningsdiensten verplicht in hun brancherichtlijn beperkingen op te nemen, zie onder andere artikel 3, vierde lid, Regeling optische en geluidssignalen 2009. Het Ministerie van Defensie heeft de voorwaarden opgenomen in haar Brancherichtlijn OGS. Voor bovenstaand voorbeeld beperkt Defensie de snelheid als volgt tot ‘een snelheid van maximaal 40 km per uur boven de ter plaatse geldende maximum snelheid’.
Indien van de vrijstelling gebruik wordt gemaakt, is de docent, dan wel examinator, verplicht een kopie van deze beschikking desgevraagd ter inzage af te geven aan de daartoe bevoegde ambtenaren.
Van de vrijstelling mag geen gebruik worden gemaakt in geval van mist, sneeuwval, of andere omstandigheden, in het bijzonder van atmosferische aard, die het zicht beperken tot een afstand van minder dan 200 meter. Met het oog op de verkeersveiligheid is deze beperking in de vrijstelling opgenomen.
De Minister van IenW kan de vrijstelling intrekken of wijzigen indien daarvoor gegronde of zwaarwegende redenen bestaan.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 mei 2025. De vrijstelling eindigt van rechtswege in het geval het Ministerie van Defensie de benodigde onopvallende instructievoertuigen met OGS in haar eigen beheer beschikbaar heeft. In ieder geval eindigt deze vrijstelling met ingang van 1 januari 2026
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, B. Madlener
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-17984.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.