Regeling van de Staatsecretaris van Justitie en Veiligheid, T.H.D. Struycken, van 15 mei 2025, nr. 633938, houdende indexering van de vergoedingen van de deskundige leden en de plaatsvervangende deskundige leden van de ondernemingskamer en de penitentiaire kamer

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, T.H.D. Struycken,

Gelet op artikel 13, derde lid, van het Reglement voor de ondernemingskamer en artikel 13, derde lid, van het Reglement voor de bijzondere kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden;

Besluit:

ARTIKEL I

In artikel 13, tweede lid, van het Reglement voor de ondernemingskamer wordt ‘€ 1.000’ vervangen door ‘€ 1.330’.

ARTIKEL II

In artikel 13, tweede lid, van het Reglement voor de bijzondere kamer bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wordt ‘€ 1.000’ vervangen door ‘€ 1.370’.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2025.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 15 mei 2025

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, T.H.D. Struycken

TOELICHTING

Op grond van artikel 13, tweede lid, van het Reglement voor de ondernemingskamer en artikel 13, tweede lid, van het Reglement voor de bijzondere kamer bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ontvangen de deskundige leden en plaatsvervangende deskundige leden van de ondernemingskamer en de penitentiaire kamer als bedoeld in de artikelen 66 en 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie, tot op heden een vergoeding van € 1.000 per zittingsdag.

Artikel 13, derde lid, van beide Reglementen biedt de grondslag om de vergoeding voor de deskundige leden en plaatsvervangende deskundige leden van de ondernemingskamer en de penitentiaire kamer jaarlijks met ingang 1 januari van het jaar waarvoor het bedrag gaat gelden bij ministeriële regeling aan te passen aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex (CPI).

De jaarmutatie CPI wordt gemeten als de stijging van de CPI ten opzichte van de overeenkomstige periode in het voorgaande jaar. De vergoeding wordt gewijzigd met het jaarmutatiecijfer CPI voor de maand juli van het voorgaande kalenderjaar.

Het bedrag van de vergoeding voor de leden en plaatsvervangende deskundige leden van de ondernemingskamer respectievelijk de penitentiaire kamer is niet gewijzigd sinds 1 juli 2013 respectievelijk 1 juli 2012. Met deze regeling vindt een indexering plaats over de periode sindsdien tot en met 31 juli 2024. Het bedrag van de vergoeding wordt aangepast met de jaarmutatiecijfers CPI voor de maand juli van de jaren 2013 respectievelijk 2012 tot en met 2024.

Dit betekent dat de vergoeding voor de deskundige leden en plaatsvervangende deskundige leden van de ondernemingskamer wordt geïndexeerd met 32,95 procent en voor de leden van de penitentiaire kamer met 37,03 procent. De vergoeding per zittingsdag bedraagt na deze verhoging voor de deskundige leden en plaatsvervangende deskundige leden van de ondernemingskamer € 1.330 en voor de deskundige leden en plaatsvervangende deskundige leden van de penitentiaire kamer € 1.370. Gezien de huidige inflatie en het gegeven dat sinds 2013 respectievelijk 2012 geen verhoging heeft plaatsgevonden, is deze verhoging op zijn plaats.

Uit artikel 13, derde lid, van beide Reglementen volgt dat de indexering per 1 januari van enig jaar dient plaats te vinden. Daarom is ervoor gekozen om aan deze regeling terugwerkende kracht te verlenen tot en met 1 januari 2025. Gelet op het begunstigende karakter van deze regeling ontmoet het verlenen van terugwerkende kracht geen bezwaar.

’s-Gravenhage, 15 mei 2025

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, T.H.D. Struycken

Naar boven