Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2025, 17793 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2025, 17793 | overige overheidsinformatie |
NWO
2025
|
1 |
Inleiding |
1 |
|
|
1.1 |
Achtergrond |
1 |
|
|
1.2 |
Beschikbaar budget |
2 |
|
|
1.3 |
Indieningsdeadline(s) |
2 |
|
|
2 |
Doel |
3 |
|
|
2.1 |
Doelstelling van het programma |
3 |
|
|
2.2 |
Maatschappelijke impact |
3 |
|
|
3 |
Voorwaarden voor aanvragers |
3 |
|
|
3.1 |
Wie kan aanvragen |
4 |
|
|
3.2 |
Wat kan worden aangevraagd |
6 |
|
|
3.3 |
Het opstellen en indienen van de aanvraag |
6 |
|
|
3.4 |
Indieningsvoorwaarden |
8 |
|
|
3.5 |
Subsidievoorwaarden |
9 |
|
|
4 |
Beoordelingsprocedure |
10 |
|
|
4.1 |
De San Francisco Declaration (DORA) |
11 |
|
|
4.2 |
Procedure |
11 |
|
|
4.3 |
Criteria |
15 |
|
|
5 |
Subsidieverplichtingen |
16 |
|
|
6 |
Contact en overige informatie |
17 |
|
|
6.1 |
Contact |
17 |
|
|
6.2 |
Overige informatie |
17 |
|
|
7 |
Bijlagen |
18 |
|
|
7.1 |
Toelichting op budgetmodules |
18 |
|
|
7.2 |
Indexering |
18 |
|
In deze Call for proposals leest u hoe de aanvraagprocedure is ingericht voor de subsidieronde ‘Caribisch Onderzoek, Promotiebeurzen 2025’. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
U vindt in deze Call for proposals achtereenvolgens informatie over het doel van dit programma (hoofdstuk 2), de voorwaarden voor de subsidieaanvraag (hoofdstuk 3) en hoe uw aanvraag wordt beoordeeld (hoofdstuk 4). Deze informatie heeft u nodig om een aanvraag voor subsidie te kunnen indienen. In hoofdstuk 5 vindt u de subsidieverplichtingen die van toepassing zijn in geval van toewijzing. In hoofdstuk 6 staan de contactgegevens en in hoofdstuk 7 de bijlagen.
Deze Call for proposals is onderdeel van het NWO Programma Caribisch Onderzoek: een multidisciplinaire benadering. Dit programma is in 2013 ingesteld door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en faciliteert wetenschappelijk onderzoek van hoge kwaliteit. Het programma verbindt maatschappij en wetenschap door onderzoek te stimuleren dat bijdraagt aan kennislacunes en (praktische) oplossingen voor actuele uitdagingen in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden1. Het programma stimuleert ook de verbindingen tussen de zes Caribische eilanden van het Koninkrijk, namelijk Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten.
Daarnaast stimuleert het de verbinding tussen het Caribische en Europese deel van het Koninkrijk. Het programma versterkt de kennisbasis en competenties van de eilanden en draagt bij aan een duurzame structurele versterking in de Caribische regio. Het programma levert nieuwe kennis en inzichten op die zullen worden geïmplementeerd om de uitdagingen van de 21e eeuw succesvol aan te pakken, zoals, maar niet beperkt tot, de gelijkwaardige realisatie van het mensenrecht op ontwikkeling, duurzame ontwikkeling, klimaatafspraken en doelstellingen voor het verminderen van risico’s op (natuur)rampen.
Het Ministerie van OCW heeft het Programma Caribisch Onderzoek, in de periode van 2012–2022, met in totaal 20 miljoen euro gefinancierd. Vanaf 2023 wordt het programma structureel jaarlijks met 2,5 miljoen euro gefinancierd.
Het hoofddoel van het programma is het versterken van de lokale kennisinfrastructuur en het stimuleren van wetenschappelijk onderzoek gericht op maatschappelijke vraagstukken:
– door de wetenschappelijke kennisproductie in en over het Caribisch gebied te vergroten en te versterken;
– door samenwerking en partnerschappen binnen het Koninkrijk der Nederlanden te stimuleren;
– door duurzame ontwikkeling en innovatie in het Caribisch gebied te stimuleren;
– door bij te dragen aan de ontwikkeling van regionale capaciteit door regionale individuen (bijv. wetenschappers, studenten, professionals, burgers) en organisaties te betrekken bij gezamenlijke onderzoeksprojecten.
Dit is een wetenschapsbreed programma met een multidisciplinair karakter, dat zich niet beperkt tot een wetenschappelijk onderzoeksgebied. Het programma biedt daarom ruimte voor een breed scala aan onderwerpen en onderzoeksgebieden met betrekking tot het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden.
Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 2.450.000. Binnen deze Call for proposals worden naar verwachting maximaal zeven aanvragen toegewezen.
Er zijn twee categorieën beurzen waarvoor aanvragers een aanvraag kunnen indienen, die bepaald worden door de belangrijkste voorwaarden hieronder (zie paragraaf 3.1 voor aanvullende voorwaarden):
– Categorie A – bedoeld voor aanvragers met een (beoogd) promotietraject aan de Universiteit van Aruba, Universiteit van Curaçao of Universiteit van Sint Maarten (zie paragraaf 3.1.1).
– Categorie B – bedoeld voor aanvragers met een (beoogd) promotietraject bij een andere onderzoeksorganisatie dan genoemd in categorie A (zie paragraaf 3.1.2).
Alle aanvragen doorlopen dezelfde beoordelingsprocedure en worden in één prioritering geplaatst, ongeacht categorie. Om de belangrijkste doelstellingen van deze Call for proposals (zie paragraaf 2.1) te stimuleren en te ondersteunen, is er een voorkeursbehandeling voor maximaal drie posities, ingediend in categorie A. In deze categorie is er een gealloceerd budget van 1.050.000 euro voor de financiering van één aanvraag aan de Universiteit van Aruba, één aanvraag aan de Universiteit van Curaçao en één aanvraag aan de Universiteit van Sint Maarten (zie paragraaf 3.1). De aanvragen die in aanmerking komen voor de voorkeursbehandeling zijn de drie hoogst geprioriteerde aanvragen van elk van deze universiteiten die voldoen aan de minimale kwaliteitseisen. Als er geen aanvragen in categorie A worden ingediend of als de ingediende aanvragen niet aan de minimale kwaliteitseisen voldoen, komt dit gealloceerde budget beschikbaar voor aanvragen die in deze Call for proposals in categorie B zijn ingediend. Zie hoofdstuk 3 voor alle voorwaarden.
Bij het indienen van uw aanvraag in ISAAC dient u ook online nog gegevens in te voeren. Begin daarom ten minste één dag vóór de deadline van deze Call for proposals met het indienen van uw aanvraag.
Aanvragen die na de deadline worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.
De deadline voor het indienen van intentieverklaringen is dinsdag 24 juni 2025, voor 11:00:00 uur AST/17:00:00 uur CEST.
De deadline voor het indienen van vooraanmeldingen is dinsdag 16 september 2025, voor 11:00:00 uur AST/17:00:00 CEST.
De deadline voor het indienen van volledige aanvragen is dinsdag 24 februari 2026, voor 12:00:00 uur AST/17:00:00 uur CET.
Als u geen intentieverklaring heeft ingediend, is het niet mogelijk om een vooraanmelding in te dienen.
Dit hoofdstuk beschrijft de doelstelling van het programma en de maatschappelijke impact.
Het doel van deze Call for proposals is bij te dragen aan de overkoepelende doelstellingen van het NWO Programma Caribisch Onderzoek. En het vergroten en versterken van de wetenschappelijke kennisproductie over en van de Caribische regio te stimuleren.
Deze Call for proposals is bedoeld voor onderzoekers met een masterdiploma (of gelijkwaardig) die willen promoveren. Deze Call for proposals biedt promotiebeurzen aan om onderzoek te doen gerelateerd aan het Caribische deel van het Koninkrijk der Nederlanden en actuele uitdagingen en kennisvragen in deze regio. Het onderzoek moet lokale wetenschappelijke en maatschappelijke impact hebben. Daarom is deze Call for proposals gericht op het ondersteunen van promotieonderzoek dat wordt uitgevoerd in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden.
Door het aantal promovendi in het Caribische deel van het Koninkrijk te stimuleren wil NWO bijdragen aan de kwaliteit van onderzoek en onderzoekscapaciteit in de regio. Daarnaast kunnen de gefinancierde promotieprojecten bijdragen aan het versterken van de verbinding tussen universiteiten en onderzoeksorganisaties binnen het Koninkrijk en bijdragen aan de totstandkoming van sterkere en duurzame samenwerkingsverbanden. De opgedane kennis en onderzoekservaring moet direct ten goede komen aan lokale onderzoeksorganisaties en de samenleving in de Caribische regio.
Nieuwe kennis en inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan rechtvaardige oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag én morgen in het gehele Koninkrijk. Denk aan de energietransitie, gezondheid en zorg, armoede of klimaatverandering. Door interactie en afstemming tussen onderzoekers en mogelijke kennisgebruikers, neemt de kans op het toepassen van kennis toe en daarmee ook de kans op maatschappelijke impact. Maatschappelijke impact staat hier voor veranderingen die (mede) het gevolg zijn van door onderzoek gegenereerde kennis en kunde. Deze veranderingen dragen bij aan het welzijn van mens, planeet en maatschappij voor deze en toekomstige generaties. Via haar beleid op impact bevordert NWO de mogelijke bijdrage vanuit onderzoek aan maatschappelijke vraagstukken door het stimuleren van productieve interacties met maatschappelijke belanghebbenden. Zowel tijdens de ontwikkeling als in de uitvoering van het onderzoek. Dit doet zij op een manier die past bij het doel van het financieringsinstrument. NWO stimuleert onderzoekers om met een brede blik te kijken naar de mogelijke gewenste en ongewenste impact van hun onderzoek.
Afhankelijk van het doel van het financieringsinstrument kiest NWO een bijbehorende benadering die de kans op maatschappelijke impact optimaal ondersteunt. Het primaire doel van het financieringsinstrument bepaalt de keuze voor de benadering die NWO inzet om kennisbenutting in verschillende fases van het project (aanvraag, uitvoering, na afloop) te bevorderen en de inspanning die van aanvrager(s) gevraagd wordt.
In dit programma wordt de Impact Outlook benadering toegepast. Onderzoekers kunnen hierbij kiezen op welk soort impact ze hun eigen focus willen leggen, en er wordt proportioneel gekeken naar wat er kan voor de overige impact.
Deze Call for proposals moedigt aanvragers aan om onderzoek te doen op wetenschappelijke gebieden en naar actuele maatschappelijke vraagstukken die van belang en relevant zijn voor het Caribisch gebied.
NWO biedt een e-learning module aan die geïnteresseerden op weg kan helpen via Online impact workshops | NWO. Voor meer informatie over het kennisbenuttingsbeleid van NWO zie de website: Kennisbenutting | NWO.
Dit hoofdstuk bevat de voorwaarden die gelden voor uw subsidieaanvraag. Eerst wordt beschreven wie subsidie kan aanvragen (paragraaf 3.1) en waarvoor u subsidie kunt aanvragen (paragraaf 3.2). Vervolgens vindt u de voorwaarden voor het opstellen en indienen van de aanvraag (paragrafen 3.3 en 3.4) en specifieke subsidievoorwaarden (paragraaf 3.5).
De aanvrager is de beoogde promovendus en kan slechts één aanvraag indienen (categorie A of B). De volgende algemene voorwaarden zijn van toepassing op alle aanvragers (en begeleiders):
– De aanvrager is in het bezit van een universitair masterdiploma (of gelijkwaardig) op het moment van indiening van de vooraanmelding. Informeer bij de universiteit of onderzoeksorganisatie, waar je zult worden aangesteld, naar de ingangseisen. Heb je een masterdiploma buiten Nederland behaald, en wil je promoveren aan een universiteit of onderzoeksorganisatie in Nederland, kijk dan ook op De Nederlandse organisatie voor internationalisering in onderwijs en neem contact op met de universiteit en/of onderzoeksorganisatie.
– De aanvrager heeft nog geen doctoraatstitel/is nog niet gepromoveerd.
– Op het moment van indiening van de intentieverklaring heeft de aanvrager geen volledig betaalde promotiepositie of ontvangt geen voltijd financiering voor promotieonderzoek, ongeacht het onderwerp van het onderzoek.
Als de aanvragers externe PhD2 zijn:
– Aanvragers die al begonnen zijn met een promotietraject en geen financiering voor de volledige periode van vier jaar nodig hebben, kunnen ook een aanvraag indienen als ze aan bovenstaande voorwaarden voldoen. De beurs wordt toegewezen voor (het equivalent van) vier jaar, minus de reeds uitgevoerde effectieve onderzoekstijd. Zie paragraaf 3.2.1.1 voor meer informatie.
Als aanvragers een Joint Doctorate/Joint PhD3 traject willen volgen:
– Een Joint PhD is ook mogelijk. In dit geval liggen de verplichtingen bij de aanvrager en beoogde promotor(es), andere begeleiding en onderzoeksorganisaties. De bijdrage van elke onderzoeksorganisatie dient substantieel genoeg te zijn om een Joint PhD te rechtvaardigen.
– De leden van het begeleidingsteam van de aanvrager kunnen begeleider zijn voor meerdere aanvragers in deze Call for proposals.
– De leden van het begeleidingsteam moeten op het moment van de deadline voor het indienen van de vooraanmelding over een doctoraatstitel beschikken/gepromoveerd zijn.
Het kan voorkomen dat de tenure track overeenkomst van de promotor eindigt vóór de beoogde afrondingsdatum van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, of dat vóór die datum het vaste dienstverband (of ius promovendi) van de promotor eindigt wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In dat geval voegt de aanvrager een verklaring toe, waarin de betreffende onderzoeksorganisatie garandeert dat het promotietraject adequaat zal worden begeleid voor de volledige duur van het project.
De beoogde promotor(es) met een deeltijd dienstverband dienen garant te staan voor adequate begeleiding van het promotietraject.
Deze categorie is bedoeld voor aanvragers die een promotiebeurs aanvragen, met een promotietraject dat zal plaatsvinden aan een van de volgende drie universiteiten: de Universiteit van Aruba, de Universiteit van Curaçao of de Universiteit van Sint Maarten.
Aanvragers kunnen een aanvraag indienen als zij voldoen aan de volgende aanvullende voorwaarden (voor begeleiding):
– De aanvrager mag op het moment van indiening van de vooraanmelding al gedeeltelijke financiering ontvangen voor promotieonderzoek aan een van de drie genoemde universiteiten, bij uitvoering van deeltijd promotieonderzoek. Gedeeltelijke financiering mag maximaal 0,2 fte bedragen. De beurs wordt toegewezen voor (het equivalent van) vier jaar, minus de reeds uitgevoerde effectieve onderzoekstijd. Zie paragraaf 3.2.1.1 voor meer informatie.
– De beoogde promotor of copromotor moet een universitair (hoofd)docent zijn met onderzoeksverantwoordelijkheden aan een van de onderstaande universiteiten, op het moment van de deadline van deze Call for proposals (vooraanmelding) en voor ten minste de duur van het promotieonderzoek waarvoor financiering wordt aangevraagd.
– de Universiteit van Aruba;
– de Universiteit van Curaçao;
– de Universiteit van Sint Maarten.
– Indien de begeleiding aan één van de drie hiervoor genoemde universiteiten de copromotor is (niet de titel ius promovendi heeft), moet de promotor afkomstig zijn van één van de onderzoeksorganisaties vermeld onder categorie B in Nederland (zie punt 3.1.2).
– Indien de promotor aan een van de drie bovengenoemde universiteiten een persoon is met een nul-uren dienstverband of met een aanstelling voor bepaalde tijd (anders dan een tenure track), moet de copromotor (en dagelijkse begeleider) ook afkomstig zijn van een van de drie bovengenoemde universiteiten.
– Als op het moment van de deadline van deze Call for proposals (vooraanmelding) wordt vastgesteld dat de aanstelling of het ius promovendi van de (co)promotor zal eindigen of dat de (co)promotor de pensioengerechtigde leeftijd bereikt voordat de beoogde looptijd van de beurs afloopt, dan moet worden aangegeven wie op dat moment de rol van (co)promotor op zich zal nemen tot het einde van de looptijd van de beurs4 (zie ook paragraaf 3.3).
Deze categorie is bedoeld voor aanvragers
1. Die een aanvraag indienen voor promotieonderzoek met een (beoogde) promotie aanstelling bij een van de volgende onderzoeksorganisaties:
– Universiteiten zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden – Hieronder valt ook The University of the Dutch Caribbean;
– Universitair medische centra, waarmee wordt bedoeld de academische ziekenhuizen zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
– KNAW- en NWO-instituten;
– Het Nederlands Kanker Instituut;
– Het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen;
– Naturalis Biodiversity Center;
– Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL);
– Prinses Máxima Centrum.
2. Die geboren zijn op een van de volgende eilanden: Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius, Sint Maarten (en nu woonachtig buiten eerder genoemd(e) eiland(en)).
Of die woonachtig/geregistreerd zijn op Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius of Sint Maarten.
3. Die op het moment van indiening van de intentieverklaring geen gedeeltelijk of volledig betaalde promotiepositie hebben of gedeeltelijk of volledige financiering ontvangen voor promotieonderzoek, ongeacht het onderwerp van het onderzoek.
4. Die voldoen aan de volgende aanvullende voorwaarden voor begeleiding:
– De promotor(es) heeft/hebben een vaste aanstelling (en dus een betaalde aanstelling voor onbepaalde tijd) als universitair (hoofd)docent met onderzoeksverantwoordelijkheden bij één van de onderstaande onderzoeksorganisaties, gevestigd in het Koninkrijk der Nederlanden, voor tenminste de duur van het promotietraject waarvoor financiering wordt aangevraagd. De promotor(es) is/zijn in het bezit van het ius promovendi op het moment van de deadline van deze Call for proposals (vooraanmelding).
– Universiteiten zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden – Hieronder valt ook The University of the Dutch Caribbean;
– Universitair medische centra, waarmee wordt bedoeld de academische ziekenhuizen zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
– KNAW- en NWO-instituten;
– Het Nederlands Kanker Instituut;
– Het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen;
– Naturalis Biodiversity Center;
– Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL);
– Prinses Máxima Centrum.
– Personen met een nul-uren dienstverband of met een contract voor bepaalde tijd (anders dan een tenure track aanstelling) mogen niet de promotor zijn.
– Ten minste één persoon van het begeleidingsteam (promotor, copromotor of andere dagelijkse begeleider, etc.) is verbonden aan een onderzoeksorganisatie op ten minste één van de zes Nederlandse Caribische eilanden. Indien de promotor(es) verbonden is/zijn aan één van de organisaties in Nederland, is aanvullende supervisie (copromotor en/of andere dagelijkse begeleider) vereist. Deze aanvullende begeleider dient dan verbonden te zijn aan de Universiteit van Aruba, de Universiteit van Curaçao, de University of the Dutch Caribbean, de Universiteit van Sint Maarten of een onderzoeksorganisatie in het Caribische deel van het Koninkrijk5.
– In aanvulling op bovenstaande is het optioneel om een (dagelijks) begeleider te hebben die verbonden is aan een onderzoeksorganisatie buiten het Koninkrijk der Nederlanden, zoals in de bredere Caribische regio.
Per project is maximaal € 350.000 subsidie aan te vragen. De maximale looptijd van het voorgestelde project is 48 maanden/vier jaar. De subsidie wordt toegewezen voor vier jaar en, indien van toepassing, verminderd met de reeds uitgevoerde effectieve onderzoekstijd. Zie paragraaf 3.2.1.1 voor meer informatie. In geval van deeltijdonderzoek kan de duur van het promotietraject maximaal zes jaar zijn, wat overeenkomt met een deeltijd dienstverband met een minimum van 0,65 fte. De aanvrager kan kosten opvoeren voor materieel en kennisbenutting. De beschikbare budgetmodules (inclusief de maximale bedragen) staan hieronder vermeld. Vraag alleen datgene aan wat essentieel is om het project uit te voeren. De tarieven en een toelichting op deze budgetmodules staan in bijlage 7.1.
Voor personeel dat een bijdrage levert aan het project, kan subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd. Het bedrag hiervoor is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel werkt.
U kunt loonkosten van de aanvrager opvoeren (promovendus/PhD kandidaat).
Voor externe PhD’s/promovendi (zie paragraaf 3.1.1/voetnoot 2) en interne promovendi/kandidaten uit categorie A (zie paragraaf 3.1.1), die al begonnen zijn met hun promotieonderzoek: U kunt de salariskosten van de aanvrager (promovendus/PhD kandidaat) opnemen voor het resterende promotieonderzoek. De beurs kan geen betrekking hebben op reeds uitgevoerd onderzoek (zie paragraaf 3.5 en de NWO Subsidieregeling 2024). De effectieve onderzoekstijd is het reeds uitgevoerde onderzoek vanaf de start van het lopende promotieonderzoek tot de beoogde startdatum van de aangevraagde beurs, in voltijd maanden. De startdatum moet liggen tussen 1 augustus 2026 en 1 januari 2027.
Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke materiële kosten. Voor deze kosten geldt een maximum van 15% van het NWO subsidiebedrag dat is toewezen voor het salaris van de hoofdaanvrager. Voor onderzoeksorganisaties in het buitenland (d.w.z. buiten het land van de hoofdaanstelling en buiten het Koninkrijk der Nederlanden) kan maximaal 10% van het subsidiebedrag voor materiële kosten worden aangevraagd.
Financiering kan worden aangevraagd voor activiteiten die bevorderen dat kennis uit het onderzoek wordt benut6 om zo de maatschappelijke impact van het onderzoek te vergroten.
Impact Outlook: Het is mogelijk om maximaal 5% van het subsidiebedrag in te zetten voor deze module. Het is niet verplicht om van deze module gebruik te maken.
Voor het opstellen van uw aanvraag doorloopt u de volgende stappen voor elke fase (intentieverklaring/vooraanmelding/volledige aanvraag):
– download het aanvraagformulier vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC of vanaf de website van NWO (op de website van het betreffende financieringsinstrument);
– vul het aanvraagformulier in;
– sla het formulier op als pdf en upload het met de eventueel verplichte (en optionele) bijlage(n) in ISAAC;
– vul de online in ISAAC gevraagde gegevens in.
Verplichte bijlage(n):
– Intentieverklaring: Bijzondere persoonsgegevens van de promovendus;
– Vooraanmelding: Verklaring universiteit;
– Vooraanmelding: Verklaring begeleiding;
– Volledige aanvraag: Begroting.
Optionele bijlage(n) vooraanmelding en volledige aanvraag:
– Verklaring aanstelling en projectbegeleiding.
De aanvraagformulieren en bijlage(n) dienen conform het door NWO aangeboden template opgesteld te worden. Bijlagen dienen los van de aanvraag in ISAAC geüpload te worden. Alle bijlagen, met uitzondering van de begroting, dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. De begroting moet als Excel-bestand worden ingediend in ISAAC. Andere bijlagen dan hierboven vermelde bijlagen zijn niet toegestaan.
Het is verplicht uw aanvraag in het Engels op te stellen.
Het indienen van een aanvraag kan alleen via het online aanvraagsysteem ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.
U bent als hoofdaanvrager verplicht een aanvraag via het eigen persoonlijke ISAAC-account in te dienen.
Het is belangrijk om tijdig te beginnen met uw aanvraag in ISAAC:
– indien u nog geen ISAAC-account heeft, dient deze op tijd te worden aangemaakt om eventuele aanmeldproblemen te voorkomen;
– nieuwe onderzoeksorganisaties moeten eventueel nog door NWO toegevoegd worden aan ISAAC;
– u moet ook online nog gegevens invoeren.
Er is slechts één loket: alle aanvragen worden ingediend onder het domein ENW. Dit heeft geen gevolgen voor de beoordelingsprocedure: deze Call for proposals zal een wetenschapsbrede beoordelingsprocedure hebben die past bij de Call for proposals.
Aanvragen die na de deadline worden ingediend, neemt NWO niet in behandeling.
Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC-helpdesk, zie contact (hoofdstuk 6).
Let op: Het is mogelijk dat uw beoogde onderzoeksorganisatie niet is opgenomen in de ISAAC-database. U kunt dit dan melden via relatiebeheer@nwo.nl zodat de onderzoeksorganisatie kan worden toegevoegd. Hier zijn enige dagen voor nodig. Daarom is het van belang dit uiterlijk een week voor de deadline te melden.
Een aanvraag begint met een intentieverklaring. Deze intentieverklaring maakt geen deel uit van de beoordelingsprocedure, maar is wel verplicht en moet ingediend zijn vóór de indiendeadline (zie paragraaf 1.3). In deze intentieverklaring vragen we nadere informatie op over de beoogde begeleiding (promotor(es), copromotor(es) en/of andere (dagelijkse) begeleiders) in relatie tot het beoogde onderzoeksvoorstel. Houd er rekening mee dat u in de vooraanmelding nog aanpassingen mag maken in uw beoogde onderzoeks- en begeleidingsteam.
Als u geen intentieverklaring (en verplichte bijlage) hebt ingediend, is het niet mogelijk om een vooraanmelding in te dienen.
Verplichte bijlagen
– Bijzondere persoonsgegevens van de promovendus.
De vooraanmelding bevat een Evidence Based Curriculum Vitae (CV) van de aanvrager, bestaande uit:
– een beschrijving van het academisch profiel van de aanvrager (400–700 woorden);
– een beschrijving van de key output van de aanvrager (max. 700 woorden);
– kort onderzoeksidee (max. 100 woorden).
De beschrijving van het academische profiel van de aanvrager maakt het mogelijk voor aanvragers om zelf te beoordelen wat ze wel en niet relevant vinden om op te nemen in hun CV. In het Evidence Based CV kunnen aanvragers alle informatie opnemen die hun persoonlijke kwaliteiten en competenties aantonen, in het bijzonder met betrekking tot het vakgebied en de specifieke aanvraag.
In de beschrijving van de key output van de aanvrager kunnen academische activiteiten worden opgenomen (zoals ervaring met wetenschappelijk onderzoek, publicaties, het bijwonen van en/of presenteren op een wetenschappelijke conferentie), maar ook stages en andere (internationale) activiteiten die relevant zijn voor het voorgestelde onderzoek.
In alle gevallen wordt gevraagd om context te bieden, aangezien de aanvraag in dit stadium een motivatie moet bevatten voor het uitvoeren van promotieonderzoek. De vooraanmelding biedt ruimte om in te gaan op de geschiktheid van de aanvrager voor het voorgestelde promotieonderzoek.
Verplichte bijlagen
– Verklaring universiteit;
– Verklaring begeleiding.
Optionele bijlagen
– Verklaring aanstelling en projectbegeleiding.
Vul na het gesprek met uw beoogde onderzoeksorganisatie(s) en promotor(es) de gevraagde verplichte (en optionele) formulieren in, laat de formulieren ondertekenen (door tekenbevoegden). Sla de formulieren op als PDF-bestand en upload elk formulier apart.
Aanvragers die een positieve beslissing ontvangen over hun vooraanmelding worden uitgenodigd om een volledige aanvraag in te dienen. Aanvragers die een negatief besluit ontvangen over hun vooraanmelding mogen geen volledige aanvraag indienen.
De volledige aanvraag omvat:
– een beschrijving van het voorgestelde onderzoek (maximaal 3.000 woorden, inclusief verwijzingen in de tekst, voetnoten, tekst in figuren/illustraties en/of tabellen). Dit deel van het aanvraagformulier bevat ook onderdelen met aparte woordlimieten waaraan u zich moet houden.
– een beschrijving van de (wetenschappelijke en maatschappelijke) impact en bijdrage van het onderzoek voor de Caribische regio;
– een sectie over data management;
– een aanvraagbegroting.
Verplichte bijlagen
– Begroting (Excel).
Optionele bijlagen
– Verklaring aanstelling en projectbegeleiding.
Als er wijzigingen zijn aangebracht in verplichte of optionele bijlagen die samen met de vooraanmelding zijn ingediend, mogen deze ook als afzonderlijke PDF-bestanden worden bijgevoegd.
NWO toetst uw aanvraag op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als uw aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze toegelaten tot de beoordelingsprocedure. U wordt gevraagd om na indiening van een aanvraag beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren en zo (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.
Deze voorwaarden zijn:
– de hoofdaanvrager en de begeleiders voldoen aan de in paragraaf 3.1 gestelde voorwaarden;
– de aanvraag voldoet aan de DORA-richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.1;
– de aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager;
– de aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline;
– de aanvraag is in het Engels opgesteld;
– de begroting in de aanvraag is volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld (gebruikmakend van het beschikbaar gestelde format dat de meest recente tarieven bevat);
– het voorgestelde project heeft een looptijd van maximaal vier jaar en zes jaar, indien in deeltijd uitgevoerd (met een minimum van 0,65 fte). De beurs wordt toegewezen voor (een equivalent van) vier jaar en, indien van toepassing, verminderd met de reeds uitgevoerde effectieve onderzoekstijd (zie paragraaf 3.2.1.1.);
– alle vereiste bijlagen zijn, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de instructies ingevuld en conform de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld en ingediend.
Voor aanvragers die gedurende de beoordelingsperiode verlof hebben in verband met de komst van een kind (kindverlof) biedt NWO, voor instrumenten waarin geen medeaanvragers opgevoerd kunnen worden, de mogelijkheid om gebruik te maken van de 'Tegemoetkomingsregeling kindverlof’. Deze is van toepassing bij deze Call for proposals. Zie voor meer informatie https://www.nwo.nl/tegemoetkomingsregeling-kindverlof.
Als een aanvrager gebruik wil maken van deze regeling dient deze een met redenen omkleed schriftelijk verzoek in bij NWO via de contactpersoon van deze subsidieronde (zie paragraaf 6.1). Bij dit verzoek verstrekt de aanvrager alle informatie op grond waarvan NWO een beslissing kan nemen, met inbegrip van informatie waaruit blijkt dat de aanvrager is verhinderd om input te leveren wegens kindverlof.
Op alle aanvragen zijn de NWO Subsidieregeling 2024 en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing.
Wetenschap van wereldklasse kan profiteren van internationale samenwerking. De Nationale leidraad kennisveiligheid (hierna: de Leidraad) helpt kennisinstellingen ervoor te zorgen dat internationale samenwerking veilig kan plaatsvinden. Bij kennisveiligheid gaat het om ongewenste overdracht van gevoelige kennis en technologie die de nationale veiligheid aantast; om heimelijke beïnvloeding van onderwijs en onderzoek door statelijke actoren, en daarmee de academische vrijheid en de sociale veiligheid in gevaar brengt; en om ethische kwesties die kunnen spelen in de samenwerking met landen die de grondrechten niet respecteren.
Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of het project in lijn is en blijft met de Leidraad. Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan de overwegingen in deze Leidraad. In geval van het vermoeden van schending van de Leidraad bij een bij NWO ingediende aanvraag voor projectfinanciering of een door NWO gefinancierd project, kan NWO de aanvrager verzoeken om een risicoafweging te overleggen waaruit blijkt dat de overwegingen uit de Leidraad zijn gevolgd. Indien de aanvrager niet aan het verzoek van NWO voldoet of als de risicoafweging klaarblijkelijk een schending van de Leidraad behelst, kan dit gevolgen hebben voor de subsidieverlening of vaststelling door NWO. Ook kan NWO in een voorkomend geval nadere voorwaarden opnemen in de toewijzingsbrief.
De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.
Resultaten van wetenschappelijk onderzoek moeten kunnen worden gerepliceerd, geverifieerd en gefalsifieerd. In het digitale tijdperk betekent dit dat behalve publicaties ook onderzoeksdata zo veel mogelijk vrij toegankelijk moeten zijn. NWO verwacht dat de onderzoeksdata die voortkomen uit projecten die door NWO zijn gefinancierd zo veel mogelijk vrij beschikbaar komen voor hergebruik door andere onderzoekers. NWO hanteert daarbij het principe: “zo open als mogelijk, beschermd indien nodig”. Van onderzoekers wordt verwacht dat zij ten minste die data en/of niet-numerieke resultaten die ten grondslag liggen aan de conclusies van binnen het project gepubliceerde werken openbaar maken, gelijktijdig met de publicatie zelf. Eventuele kosten die hiervoor worden gemaakt, kunnen worden meegenomen in de projectbegroting. Onderzoekers maken kenbaar hoe met data voortkomend uit het project wordt omgegaan aan de hand van de datamanagementparagraaf in de aanvraag, en het datamanagementplan na toewijzing van subsidie.
Datamanagementparagraaf
De datamanagementparagraaf maakt deel uit van de aanvraag. Onderzoekers wordt gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld. Vaak zullen al vóór het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden om opslag en deling later mogelijk te maken. Indien niet alle data voortkomende uit het project openbaar gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld om redenen van privacy, ethiek of valorisatie, dient de aanvrager dit beargumenteerd kenbaar te maken in de datamanagementparagraaf.
De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al dan niet toe te wijzen. De commissie kan wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.
Het project dat NWO financiert moet, conform de NWO Subsidieregeling 2024, uitgevoerd worden in overeenstemming met de nationaal en internationaal aanvaarde normen van wetenschappelijk handelen zoals neergelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit. Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan deze code. In geval van (mogelijke) schending van deze normen bij een door NWO gefinancierd project, dient de aanvrager NWO hiervan onverwijld op de hoogte te stellen en dient deze alle ter zake relevante documenten aan NWO te overleggen. Meer informatie over de gedragscode en het beleid op het gebied van wetenschappelijke integriteit vindt u op de website: Wetenschappelijke integriteit | NWO.
Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. De aanvrager dient er voor te zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante instelling of ethische commissie. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Als er een ethische verklaring of vergunning nodig is voor (een deel van) het onderzoek dan moet de projectleider een kopie van deze verklaring of vergunning aan NWO verstrekken nadat het project is toegewezen, en in ieder geval uiterlijk voordat de uitvoering van het onderdeel van het project waarvoor de verklaring nodig is van start gaat. Het deel van het project waarvoor de verklaring en/of vergunning vereist is, kan uiteraard (nog) niet worden uitgevoerd zolang er geen verklaring of vergunning is verstrekt.
Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (Home – ABS Focal Point). NWO gaat er vanuit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.
Dit hoofdstuk beschrijft allereerst de beoordeling volgens de DORA-principes (paragraaf 4.1) en hoe de beoordelingsprocedure verloopt (paragraaf 4.2). Vervolgens somt het de criteria op waaraan de beoordelingscommissie uw aanvraag toetst (paragraaf 4.3).
Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing (Code persoonlijke belangen | NWO).
NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO stimuleert leden van een beoordelingscommissie actief om zich bewust te worden van impliciete associaties en te proberen deze te minimaliseren. NWO voorziet hen van informatie over concrete manieren om de beoordeling van een aanvraag te verbeteren.
NWO is ondertekenaar van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA). DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld te verbeteren. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksinstellingen, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.
DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid (unconscious bias) bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten in plaats van op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek wordt gepubliceerd.
NWO gaat bij het beoordelen van het wetenschappelijk track record van aanvragers uit van een brede definitie van wetenschappelijke output.
NWO verzoekt commissieleden bij de beoordeling van aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. U mag deze niet vermelden in uw aanvraag. Wel mag u naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten te vermelden, zoals datasets, patenten, software en code enzovoort.
Voor meer informatie over wat NWO doet om de principes van DORA te implementeren zie: DORA | NWO.
De aanvraagprocedure bestaat uit de volgende stappen:
– indiening van de intentieverklaring;
– ontvankelijkheid van de intentieverklaring;
– indiening van de vooraanmelding;
– in behandeling nemen van de vooraanmelding;
– beoordeling van de vooraanmelding;
– voorlopig advies beoordelingscommissie;
– mogelijkheid tot indienen van een zienswijze (verzoek om correctie van een feitelijke onjuistheid in het negatief voorlopig advies);
– besluitvorming vooraanmelding;
– indiening van de volledige aanvraag;
– in behandeling nemen van de volledige aanvraag;
– beoordeling van de volledige aanvraag;
– preadvisering van de beoordelingscommissie;
– interview en vergadering van de beoordelingscommissie;
– besluitvorming volledige aanvraag.
Voor deze Call for proposals wordt een externe, onafhankelijke wetenschapsbrede beoordelingscommissie ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers uit de wetenschap met kennis van het vakgebied. De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende aanvragen en de daarop betrekking hebbende stukken in onderlinge samenhang en op eigen merites te beoordelen op basis van de gegeven beoordelingscriteria in deze Call for proposals.
Vanwege de in de beoordelingscommissie aanwezige expertise en de geringe omvang van de subsidie, heeft NWO besloten om bij de beoordeling van de aanvragen gebruik te maken van de mogelijkheid gegeven in artikel 2.2.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2024, om de beoordelingsprocedure uit te voeren zonder referenten in te schakelen.
Met een intentieverklaring geeft u aan dat u een aanvraag wilt indienen voor deze Call for proposals. Het indienen van een intentieverklaring is verplicht om in een latere fase een aanvraag in te mogen dienen. De intentieverklaring is bedoeld om NWO te informeren over het te verwachten aantal aanvragen. U moet uw intentieverklaring voor de deadline indienen via ISAAC (zie paragraaf 1.3). U ontvangt als hoofdaanvrager een ontvangstbevestiging van de Intentieverklaring. U mag een intentieverklaring intrekken. Dit doet u via uw account in ISAAC.
Zo snel mogelijk nadat u uw intentieverklaring heeft ingediend, hoort u van NWO of uw intentieverklaring volledig is of dat er aanvullende informatie nodig is. Houd er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om uw intentieverklaring compleet te maken. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.
Voor deze Call for proposals is het indienen van een vooraanmelding verplicht. Een vooraanmelding is een beknopte aanvraag. Voor indiening van de vooraanmelding is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website. De door u ingevulde vooraanmelding moet voor de deadline via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van de vooraanmelding een ontvangstbevestiging.
Zo snel mogelijk nadat u uw vooraanmelding heeft ingediend, hoort u of NWO uw vooraanmelding in behandeling neemt. NWO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4). Alleen als uw vooraanmelding hieraan voldoet, kan NWO deze in behandeling nemen.
Houd er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.
Uw vooraanmelding wordt voor beoordeling voorgelegd aan enkele leden van de wetenschapsbrede beoordelingscommissie (de preadviseurs). De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerde beoordeling op de vooraanmelding. Zij formuleren deze beoordeling aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.3.1) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend).
De wetenschapsbrede beoordelingscommissie bestaat uit diverse commissieleden uit diverse disciplines (van sociale en geesteswetenschappen tot technische en toegepaste wetenschappen). Bij het opstellen van de vooraanmelding dient er rekening mee gehouden te worden dat de vooraanmelding ook toegankelijk moet zijn voor commissieleden uit andere wetenschapsdisciplines dan die van de aanvrager.
Aanvragers ontvangen de voorlopige beoordeling van de beoordelingscommissie en een positief of negatief advies voor verdere uitwerking van de vooraanmelding naar een volledige aanvraag. Indien aanvragers met een negatief advies een gegronde reden hebben (feitelijke onjuistheden in de voorlopige beoordeling) om tegen dit advies van de commissie in te gaan, kunnen zij een zienswijze indienen met het daarvoor bestemde formulier. Voor de zienswijze krijgt de aanvrager vijf werkdagen de tijd. De zienswijze is niet bedoeld om aanvullende, nieuwe informatie over de vooraanmelding te geven en is ook niet bedoeld om vragen te stellen aan de commissie. Op basis van deze informatie zal de beoordelingscommissie overwegen of er reden is om de voorlopige beoordeling te herzien. Naar aanleiding van de zienswijze kan de commissie zodoende adviseren om de aanvrager alsnog te selecteren voor het uitwerken van een volledige aanvraag.
De beoordeling van de vooraanmelding resulteert in een besluit om de vooraanmelding al dan niet verder uit te werken.
De beoordeling van de vooraanmelding door de beoordelingscommissie resulteert in een advies aan de raad van bestuur van NWO. De raad van bestuur van NWO toetst de gevolgde procedure en besluit het advies van de beoordelingscommissie al dan niet op te volgen. Aanvragers die worden uitgenodigd een volledige aanvraag in te dienen ontvangen daarvoor een uitnodiging. Aanvragers die niet worden uitgenodigd een volledige aanvraag in te dienen ontvangen een afwijzingsbesluit en hebben niet de mogelijkheid om een uitgewerkte aanvraag in te dienen.
Voor indiening van de volledige aanvraag is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website. In uw volledige aanvraag moet u zich houden aan de vragen die in dit formulier staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal woorden en pagina’s.
Uw volledig ingevulde aanvraagformulier moet voor de deadline via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). Na dit tijdstip kunt u geen aanvraag meer indienen. De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van de volledige aanvraag een ontvangstbevestiging.
Houd er rekening mee dat een wetenschapsbrede beoordelingscommissie uw volledige aanvraag zal moeten lezen en begrijpen. Daarom adviseren we u om ervoor te zorgen dat uw voorgestelde onderzoek is geschreven voor een publiek dat bestaat uit experts met verschillende wetenschappelijke achtergronden binnen het onderzoeksgebied van je aanvraag.
Zo snel mogelijk nadat u uw volledige aanvraag heeft ingediend, hoort u of NWO uw volledige aanvraag in behandeling neemt. NWO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4). Alleen als uw volledige aanvraag hieraan voldoet, kan NWO deze in behandeling nemen.
Houdt er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.
Hierna wordt uw volledige aanvraag voor beoordeling voorgelegd aan enkele leden van de wetenschapsbrede beoordelingscommissie (de preadviseurs). De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerde beoordeling op de aanvraag. Zij formuleren deze beoordeling aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.3.1) en geven de volledige aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend).
Let op: Aanvragers die al een aanzienlijk deel van het onderzoek hebben uitgevoerd als externe promovendus (zelf gefinancierde promovendus) of interne deeltijd promovendus/kandidaat (categorie A) en waarschijnlijk niet de volledige subsidie van vier jaar nodig hebben, moeten voldoende informatie geven over de voortgang en de resultaten van het onderzoek tot het moment van indiening. Zij dienen ook duidelijk te maken welk deel van het voorgestelde onderzoek gefinancierd moet worden en wat al uitgevoerd is; met name het deel dat nog niet uitgevoerd is, zal beoordeeld worden.
Alle aanvragers die een volledige aanvraag mogen indienen, worden ook uitgenodigd voor een interview met een wetenschapsbrede beoordelingscommissie.
Ter voorbereiding op het interview krijgt de aanvrager verschillende vragen en/of opmerkingen van de preadviseurs. Bij aanvang van het interview presenteren de kandidaten hun promotieonderzoek aan de beoordelingscommissie. Tijdens het interview heeft de beoordelingscommissie de gelegenheid om vragen te stellen. Dit kunnen ook nieuwe of andere vragen zijn dan voorafgaand meegegeven. De aanvrager kan hier tijdens het interview in de discussie met de commissie op reageren. Op deze wijze wordt hoor- en wederhoor toegepast. Het interview is een belangrijk onderdeel van de beoordeling en kan leiden tot bijstelling van de beoordeling en de eindscore van de volledige aanvraag tot dan toe.
De beoordelingscommissie maakt op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging. Hierbij geldt dat de preadviezen in belangrijke mate richtinggevend zijn voor de uiteindelijke beoordeling, maar niet per se onverkort worden overgenomen door de beoordelingscommissie. De commissie weegt de argumenten van de preadviseurs (ook onderling) en beoordeelt of de gestelde vragen voldoende zijn beantwoord door de aanvrager. De commissie heeft bovendien zicht op de kwaliteit van de overige ingediende aanvragen.
De commissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan de raad van bestuur van NWO over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag als geheel moet tenminste de kwalificatie ‘zeer goed’ krijgen om in aanmerking te komen voor de subsidie. Daarnaast moet de aanvraag tevens op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen. Voor meer informatie over de kwalificaties zie Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.
Als na de bespreking van de aanvragen blijkt dat twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex aequo-situatie (zie paragraaf 4.2.12).
Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde aanvraag binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle aanvragen met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de aanvragen geselecteerd die binnen 0,10 gelijk zijn.
Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, dan zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium ‘Potentiële bijdrage en relevantie van het onderzoek voor de wetenschap’ als hoogste eindigen. Als de ex aequo situatie daarmee niet wordt doorbroken, zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium ‘Potentiële impact en bijdrage aan kennisvragen en actuele maatschappelijke uitdagingen in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden op korte en lange termijn’ als hoogste eindigen.
Als ook dan aanvragen gelijk eindigen bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering (conform artikel 2.2.6, vijfde lid van de NWO Subsidieregeling 2024). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar het besluitnemend orgaan.
Tot slot toetst de raad van bestuur van NWO de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Vervolgens stelt het de definitieve kwalificaties vast en besluit over toe- en afwijzing van de aanvragen, op basis van het gereserveerde budget in deze Call for proposals (zie paragraaf 1.2).
Hieronder treft u het tijdpad aan voor deze Call for proposals. Het kan zijn dat NWO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad van deze Call for proposals aan te brengen. Uiteraard ontvangt u hierover op tijd bericht.
|
24 juni 2025 Vóór 11:00:00 uur AST / 17:00:00 uur CEST |
Deadline intentieverklaringen |
|
Juni/Juli 2025 |
NWO informeert aanvragers of diens intentieverklaring compleet is of aanvullende informatie nodig is |
|
16 september 2025, vóór 11:00:00 uur AST / 17:00:00 uur CEST |
Deadline vooraanmeldingen |
|
September 2025 |
NWO informeert aanvragers over de ontvankelijkheid van hun vooraanmeldingen |
|
September/oktober 2025 |
Commissie beoordeelt vooraanmeldingen |
|
Oktober 2025 |
Aanvragers ontvangen het voorlopige advies over het al dan niet uitwerken van de vooraanmelding in een volledige aanvraag. De aanvrager krijgt de kans om te reageren op feitelijke onjuistheden met een zienswijze. |
|
December 2025 |
Aanvragers ontvangen het besluit over wel of niet uitwerken van de vooraanmelding tot een volledige aanvraag |
|
24 februari 2026, vóór 12:00:00 uur AST / 17:00:00 uur CET |
Deadline volledige aanvragen |
|
Februari 2026 |
NWO informeert aanvragers over de ontvankelijkheid van hun volledige aanvraag |
|
Maart/april 2026 |
Commissie beoordeelt volledige aanvragen |
|
Maart/april 2026 |
Aanvragers ontvangen een uitnodiging voor een interview |
|
April 2026 |
Interview en advies van de commissie aan het bestuur |
|
Juni 2026 |
Besluit bestuur |
|
Juni/juli 2026 |
NWO informeert aanvragers over het besluit |
De vooraanmeldingen die binnen deze Call for proposals worden ingediend worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van het profiel van de aanvrager. Bij de beoordeling wordt gekeken naar het Evidence Based CV in samenhang met het onderzoeksidee.
Profiel van de aanvrager
– Universitaire vooropleiding: bij voorkeur aansluitend aan het onderwerp van onderzoek. Ook aanvragers wiens vooropleiding niet aansluit bij het onderwerp van onderzoek kunnen een aanvraag indienen, maar besteden idealiter in het opleidingsplan extra aandacht aan vaardigheden die nog verworven moeten worden (20%).
– Onderzoekservaring: academische onderzoekservaring in de vorm van wetenschappelijke publicatie(s), het bijwonen van congressen, het uitvoeren van pilotstudies of activiteiten als onderzoeksassistent (voorbeelden zijn niet uitputtend) (20%).
– Motivatie voor promotieonderzoek: een duidelijke affiniteit met het onderwerp van onderzoek is een minimale voorwaarde. Daarnaast dienen aanvragers te motiveren waarom zij promotieonderzoek willen uitvoeren (20%).
– Inbedding van het onderzoek: aanvragers dienen te worden begeleid door een adequaat begeleidingsteam dat de relevante expertise bevat en waarmee regelmatig contact is (20%).
– Opleidingsplan: er wordt beschreven welke eventuele lacunes wat betreft kennis en vaardigheden er bij de aanvrager bestaan en hoe deze zullen worden opgevuld. Aanvullend wordt beschreven hoe deze vaardigheden zullen bijdragen aan de ontwikkeling van de aanvrager als onderzoeker (20%).
De volledige aanvragen die binnen deze Call for proposals worden ingediend worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
1. Potentiële bijdrage en relevantie van het onderzoek voor de wetenschap (40%)
– Wetenschappelijke relevantie van het onderzoek en de mate waarin het voorgestelde onderzoek de potentie heeft om een belangrijke bijdrage te leveren aan de vooruitgang van wetenschappelijke kennis en/of theorie;
– De mate waarin het voorgestelde onderzoek (elementen van) wetenschappelijke innovatie bevat in termen van theorie, methoden en/of onderwerp;
– Voorgestelde wetenschappelijke vraag (duidelijkheid van de hypothese, onderzoeksvraag/vragen, doelstelling(en) en discussie).
2. Onderzoeksopzet: benadering en methodologie (30%)
– De onderzoeksopzet is passend bij de onderzoeksvraag/vragen en doelstelling(en);
– Effectiviteit van de onderzoeksaanpak en methodologie;
– Haalbaarheid in termen van: werkplan, beschikbare onderzoekstijd, beschikbare infrastructuur en toezicht;
– Inbedding van het onderzoek: begeleiding en kwaliteit van de onderzoeksgroep, aanvragers moeten worden begeleid door een adequaat onderzoeksteam met relevante expertise, waarmee regelmatig contact zal zijn.
3. Potentiële impact en bijdrage aan kennisvragen en actuele maatschappelijke uitdagingen in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden op korte en lange termijn (30%)
– Toegevoegde waarde en voordelen van het onderzoek voor de Caribische regio en plaatsing van het beoogde onderzoek in een bredere maatschappelijke context;
– Inbedding van het onderzoek/de aanvrager: effectiviteit van het onderzoek (en team) in relatie tot maatschappelijke impact in de Caribische regio;
– Langetermijnvisie van de aanvrager om de duurzaamheid van het onderzoek in de Caribische regio te garanderen.
In dit hoofdstuk worden de verschillende subsidieverplichtingen toegelicht die – in aanvulling op de in paragraaf 3.5 genoemde subsidievoorwaarden – van toepassing zijn na toewijzing.
Na toewijzing van een aanvraag dient de aanvrager de datamanagementparagraaf uit te werken tot een datamanagementplan. Aanvragers kunnen hierbij gebruik maken van het advies van de referenten en commissie. De aanvrager beschrijft in het plan of gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR: vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar gemaakt wordt. Het datamanagementplan dient voor indiening te zijn afgestemd met een data steward of vergelijkbare functionaris van de onderzoeksorganisatie waar het project wordt uitgevoerd NWO beoordeelt het plan zo snel mogelijk. Goedkeuring van het datamanagementplan door NWO is voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld. Meer informatie over het datamanagementprotocol van NWO staat op: Research datamanagement | NWO.
Met betrekking tot de intellectuele eigendom (IE) geldt het NWO IE-beleid. Het NWO IE-beleid is te vinden in hoofdstuk 4 van de NWO Subsidieregeling 2024.
Aanvragers moeten een door NWO gefinancierd project uitvoeren in de tijd dat ze voor de onderzoeksorganisatie werken. Indien een aanvrager of een door NWO gefinancierde onderzoeker bij meerdere werkgevers is aangesteld, dient de andere werkgever ten behoeve van de aanvrager afstand te doen van eventuele IE-rechten die uit het project voortvloeien.
Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onder deze Call for proposals ontwikkelde onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, zoals opgenomen in het NFU rapport “Maatschappelijk Verantwoord Licenseren”.
NWO heeft de Berlin Declaration (2003) ondertekend en is lid van cOAlitie S (2018) en zet zich in om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek dat door NWO gefinancierd wordt vrij toegankelijk te maken via internet (Open Access). Daarmee geeft NWO invulling aan het beleid van de Nederlandse regering om al het publiek gefinancierde onderzoek Open Access beschikbaar te maken.
Wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toewijzingen voortvloeiend uit deze Call for proposals dienen daarom Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access.
Wetenschappelijke artikelen
Voor wetenschappelijke artikelen geldt dat zij direct op het moment van publicatie (zonder embargo) Open Access beschikbaar gesteld moeten worden via één van de volgende routes:
– publicatie in een volledig open access tijdschrift of platform dat is geregistreerd in de DOAJ;
– publicatie in een abonnementstijdschrift en het deponeren van tenminste de auteursversie van het artikel in een Open Access repository die is geregistreerd in OpenDOAR;
– publicatie in een tijdschrift waarvoor een transformatieve Open Access overeenkomst beschikbaar is tussen de UNL en een uitgever. Zie daarover: Home | Open access.
Boeken
Voor boeken, boekhoofdstukken en bundels gelden afwijkende voorwaarden. Zie daarover de Beleidsregel Open Access op Open Science | NWO.
CC BY licentie
Met het oog op een optimale verspreiding van publicaties moet tenminste een Creative Commons (CC BY) licentie worden toegepast. Bij de aanwezigheid van zwaarwegende belangen kan de auteur verzoeken om te publiceren onder toepassing van een CC BY-ND licentie. Voor boeken, bundels en boekhoofdstukken staat de keuze van een CC BY licentie vrij.
Kosten
Eventuele kosten voor publiceren in volledig Open Access tijdschriften kunnen worden begroot in de projectbegroting door gebruikmaking van de budgetmodule ‘materieel’. Kosten voor publicaties in hybride tijdschriften komen niet in aanmerking voor vergoeding door NWO. Voor Open Access boeken kan een beroep gedaan worden op het aparte NWO Open Access boekenfonds.
Voor een nadere toelichting op het Open Access beleid van NWO zie: Open Science | NWO.
Voor inhoudelijke vragen over deze Call for proposals neemt u contact op met:
Yee Wah Lau
Telefoon: +31 70 349 4419
Email: phd-caribbean@nwo.nl
Bij technische vragen over het gebruik van ISAAC kunt u contact opnemen met de ISAAC-helpdesk. Raadpleeg eerst de handleiding voordat u de helpdesk om advies vraagt. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 04:00 tot 11:00 uur AST/10:00 tot 17:00 uur CE(S)T op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.
NWO verwerkt persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO privacyverklaring, Privacyverklaring | NWO.
NWO kan aanvragers mogelijk benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of het onderzoeksprogramma.
Voor genoemde salaristabellen en tarieven: zie Salaristabellen | NWO.
Een promovendus wordt 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of onderzoeksorganisatie zoals genoemd in artikel 1.1 van de NWO Subsidieregeling 2024. Het equivalent van 48 voltijdsmaanden, met een maximale duur van zes jaar, bijvoorbeeld een aanstelling van 72 maanden voor 0,65 fte, is ook mogelijk. Het is in bijzondere situaties mogelijk om een kortere aanstellingsduur aan te vragen voor externe PhD’s en deeltijd intern promovendi/PhD kandidaten (categorie A). In dat geval wordt de beurs toegekend voor het equivalent van vier jaar, minus de reeds uitgevoerde effectieve onderzoekstijd (zie paragraaf 3.2.1.1). Hierover wordt geoordeeld door de beoordelingscommissie. Gebruik de tarieven van een promovendus in de salaristabellen van UNL en NFU. Voor iedere promovendus is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.
Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke kosten met betrekking tot onder meer verbruiksgoederen, inkoop van diensten, materialen, kleine instrumenten, toegang tot (inter)nationale faciliteiten, software en onderzoeksmiddelen die na gebruik geen economische waarde meer hebben. Reis- en verblijfkosten (nationaal en internationaal) voor alle mensen die aan het project werken incl. buitenlandse gastonderzoekers, kosten voor de organisatie van (internationale) workshops en symposia, kosten voor datamanagement, publicaties, en kosten in het kader van Citizen Science vallen eveneens onder deze module. Maximaal 50% van het bij NWO aangevraagde materiele budget kan ingezet worden voor werk door derden (bijvoorbeeld laboratoriumananalyses, dataverzameling enz.).
Reiskosten (nationaal en internationaal) worden alleen vergoed op basis van tweede klasse/economy class tarieven. Voor publicaties gelden de bepalingen in de paragraaf 5.1.5 Open access. Kosten voor een controleverklaring kunnen alleen worden opgevoerd voor instellingen die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW voor maximaal € 5.000 per controleverklaring.
Het is niet toegestaan om kosten op te voeren voor:
– organisatie-infrastructuur en overhead, waaronder een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening en thuiswerkvergoeding.
– het gebruik en onderhoud van in eigen beheer ontwikkelde wetenschappelijke infrastructuur.
– reguliere onderwijsactiviteiten.
Het aangevraagde budget dient in de aanvraag adequaat gespecificeerd te worden. Gebruik voor de bepaling van de tarieven de bepalingen van de budgetmodules Personeel (7.1.1) en Materieel (7.1.2).
Impact Outlook-benadering
Het is mogelijk om maximaal 5% van het subsidiebedrag in te zetten voor deze module. Het is niet verplicht om van deze module gebruik te maken. Voorbeelden van mogelijke kosten, maar niet gelimiteerd tot, zijn het maken van een lespakket, een haalbaarheidsstudie naar toepassingsmogelijkheden, kosten voor het indienen van een octrooiaanvraag of het gebruik maken van een business developer.
Het tarief op het moment van de besluitdatum is van toepassing. NWO past bij de toekenning zo nodig eenmalig ambtshalve een indexering toe van de loonkosten. Hierbij wordt de datum gehanteerd dat de tarieven ingaan. Indien de datum van bekendmaking van de tarieven later is dan de ingangsdatum, wordt de datum van bekendmaking gehanteerd. De tarieven van de Universiteiten van Nederland (UNL) gaan doorgaans in op 1 juli, van de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (NFU) op 1 augustus en van de Handleiding Overheidstarieven (HOT) op 1 januari.
Ambtshalve indexering heeft geen invloed op het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag. Het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. Bij toewijzing wordt indexering toegepast op het subsidiebedrag.
Indien cofinanciering is vereist dan wel toegestaan, heeft de ambtshalve indexering geen gevolgen voor de eisen aan eigen bijdragen en cofinanciering, noch voor de IE-rechten die uit de cofinanciering kunnen voortvloeien.
In deze Call for proposals verwijzen de termen 'Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden' en 'Caribische regio/gebied' steeds naar de zes Caribische eilanden van het Koninkrijk der Nederlanden, namelijk Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten. De eilanden worden in deze Call for proposals in alfabetische volgorde vermeld.
Externe PhD: een persoon die volledig op eigen middelen een promotietraject volgt en geen tijd of geld ontvangt van een externe partij, met als doel het behalen van een doctoraatstitel/PhD graad (VSNU 9 april 2019 en Universiteiten van Nederland).
Joint PhD: kandidaat is volledig ingeschreven aan twee universiteiten, moet voldoen aan de toelatingseisen en regels van beide onderzoeksorganisaties en zal resulteren in één gezamenlijk toegekend doctoraatstitel/PhD graad (één diploma met de logo's van de twee universiteiten). Houd er rekening mee dat voor een Joint PhD toestemming nodig is van het College voor de Verlening van Promoties aan de beoogde universiteiten, die ruim voor de start van het promotietraject aangevraagd moet worden.
Als er meer dan één promotor is, gelden de eisen voor alle promotores. Deze eis geldt ook voor eventuele copromotor(es) (en andere dagelijkse begeleiding). Neem voor het indienen contact op met NWO via phd-caribbean@nwo.nl als je niet zeker weet of de (co)promotor(es) aan bovenstaande eisen voldoet/voldoen.
Zie de lijst met mogelijke onderzoeksorganisaties van het Rathenau Instituut. Deze suggesties zijn niet exclusief of uitputtend.
Alle activiteiten die worden aangevraagd onder deze budgetmodule moeten passen binnen de definitie van “Activiteiten inzake kennisoverdracht” die door de Europese Commissie wordt gehanteerd in de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2022, C 414).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-17793.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.