Besluit van de Minister van Justitie en Veiligheid van 7 mei 2025, nr. 6313219, houdende de aanwijzing van rijksgecommitteerden politiehonden (Besluit aanwijzing rijksgecommitteerden politiehonden 2025)

De Minister van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 7, eerst lid, van de Regeling politiehonden;

Besluit:

Artikel 1

Als rijksgecommitteerden voor de politiespeurhond worden aangewezen:

  • a) Dhr. M.H. van Dijk, regionale eenheid Midden-Nederland van het landelijk politiekorps (gepensioneerd);

  • b) Dhr. A.W. van Empel, Douane;

  • c) Dhr. G.H. ter Horst, Eenheid Landelijke Expertise en Operaties van het landelijk politiekorps;

  • d) Dhr. R. Halvemaan, Douane;

  • e) Dhr. R.R. van Vulpen, Koninklijke Marechaussee;

  • f) Dhr. W.G.M. de Valk, Eenheid Landelijke Expertise en Operaties van het landelijk politiekorps;

  • g) Mw. K.P.H. Ekkelkamp, Eenheid Landelijke Expertise en Operaties van het landelijk politiekorps;

  • h) Dhr. L.C.M. Vennix, Dienst Justitiële Inrichtingen;

  • i) Dhr. J.I.M.C. Meijers, Dienst Justitiële Inrichtingen;

  • j) Dhr. R.H.P. Baptiste, Dienst Justitiële Inrichtingen;

  • k) Dhr. V. Wentzel, Koninklijke Marechaussee;

  • l) Dhr. N.J. Mellegers, Koninklijke Marechaussee;

  • m) Dhr. L.L.C.M. Schaeken, Douane;

  • n) Dhr. A.C. Snoek, Eenheid Landelijke Expertise en Operaties van het landelijk politiekorps;

  • o) Dhr. M.R. Smit, Eenheid Landelijke Expertise en Operaties van het landelijke politiekorps.

Artikel 2

Als rijksgecommitteerden voor de politiesurveillancehond en voor de AOT-hond worden aangewezen:

  • a) Dhr. M.H. van Dijk, regionale eenheid Midden-Nederland van het landelijk politiekorps (gepensioneerd);

  • b) Dhr. H. Faber, regionale eenheid Den Haag van het landelijk politiekorps;

  • c) Dhr. N. Westrik, regionale eenheid Noord-Nederland van het landelijk politiekorps (gepensioneerd);

  • d) Dhr. G.H. ter Horst, Eenheid Landelijke Expertise en Operaties van het landelijk politiekorps;

  • e) Dhr. R. Kouwenberg, regionale eenheid Oost-Nederland van het landelijk politiekorps;

  • f) Dhr. A. Laisina, regionale eenheid Midden-Nederland van het landelijk politiekorps;

  • g) Dhr. H.T.A. Timmers, regionale eenheid Oost-Nederland van het landelijk politiekorps (gepensioneerd);

  • h) Dhr. R. Richters, regionale eenheid Amsterdam van het landelijk politiekorps;

  • i) Dhr. M.R. Smit, Eenheid Landelijke Expertise en Operaties van het landelijk politiekorps;

  • j) Dhr. M.C.J. Reichgelt, regionale eenheid Rotterdam van het landelijke politiekorps;

  • k) Dhr. J.E.W. van Gelooven, regionale eenheid Limburg van het landelijke politiekorps;

  • l) Dhr. A.P.G. Sanders, regionale eenheid Oost-Nederland van het landelijke politiekorps.

Artikel 3

Het Besluit aanwijzing rijksgecommitteerden politiehonden 2024 wordt ingetrokken.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 5

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing rijksgecommitteerden politiehonden 2025.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

TOELICHTING

Op basis van de Regeling politiehonden wijzen rijksgecommitteerden leden van de keuringscommissies van politiehonden aan. Ook bepalen de rijksgecommitteerden voor welke keuring van geleider en politiehond de verschillende leden van de keuringscommissie worden ingezet. Zonder geldig certificaat kunnen de bedoelde combinaties niet worden ingezet.

Het afgelopen jaar hebben verschillende rijksgecommitteerden de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Om voldoende capaciteit te behouden voor de keuring en certificering van politiehonden en hun begeleiders, is het noodzakelijk nieuwe rijksgecommitteerden aan te wijzen. In dit besluit wijst de Minister van Justitie en Veiligheid de rijksgecommitteerden aan voor enerzijds de politiespeurhond en anderzijds de politiesurveillancehond en de AOT-hond.

Alle rijksgecommitteerden zijn geselecteerd op basis van hun ervaring en hun bekwaamheid om onafhankelijk toezicht uit te oefenen op de keuring van diensthonden, bijvoorbeeld omdat zij eerder als tactisch of operationeel leidinggevende in het politiehondendomein werkzaam zijn geweest.

Voor rijksgecommitteerden buiten het politiedomein geldt dat zij voor deze functie pas in aanmerking komen voor voordracht na jarenlange ervaring in het werken met speurhonden binnen de betreffende dienst en het zijn van instructeur en keurmeester. De vereiste kwaliteiten van de voorgedragen kandidaten worden in het landelijke overleg van rijksgecommitteerden besproken en gewogen. Pas na goedkeuring van dit gremium wordt de voordracht aangevraagd.

Het onderhavige besluit vervangt het Besluit aanwijzing rijksgecommitteerden politiehonden 2024 (Stcrt. 2024, nr. 20670).

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

Naar boven