Comeniusprogramma Teaching Fellows ho 2026, Call for proposals, Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek

2026

Inhoudsopgave

1

Inleiding

1

 

1.1 Achtergrond

1

 

1.2 Beschikbaar budget

2

 

1.3 Indieningsdeadline(s)

2

2

Doel

3

 

2.1 Doelstelling van het programma

3

 

2.2 Profiel en projecten van de Teaching Fellow

4

 

2.3 Thema’s Comeniusprogramma 2026

5

3

Voorwaarden voor aanvragers

5

 

3.1 Wie kan aanvragen

6

 

3.2 Wat kan worden aangevraagd

7

 

3.3 Het opstellen en indienen van de aanvraag

8

 

3.4 Indieningsvoorwaarden

8

 

3.5 Subsidievoorwaarden

9

4

Beoordelingsprocedure

10

 

4.1 Procedure

10

 

4.2 Criteria

14

5

Subsidieverplichtingen

15

6

Contact en overige informatie

17

 

6.1 Contact

17

 

6.2 Overige informatie

17

7

Bijlagen

17

 

7.1 Budgetmodules en tarieven

17

 

7.2 Indexering

18

1 Inleiding

In deze Call for proposals leest u hoe de aanvraagprocedure is ingericht voor de subsidieronde ‘Comenius Teaching Fellows ho 2026’. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Het NRO is onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

U vindt in deze Call for proposals achtereenvolgens informatie over het doel van dit programma (hoofdstuk 2), de voorwaarden voor de subsidieaanvraag (hoofdstuk 3) en hoe uw aanvraag wordt beoordeeld (hoofdstuk 4). Deze informatie heeft u nodig om een aanvraag voor subsidie te kunnen

indienen. In hoofdstuk 5 vindt u de subsidieverplichtingen die van toepassing zijn in geval van toewijzing. In hoofdstuk 6 staan de contactgegevens.

1.1 Achtergrond

Het NRO coördineert en financiert onderwijsonderzoek en bevordert de verbinding tussen wetenschappelijk onderzoek en de praktijk van het onderwijs. Zo werkt het NRO aan verbetering van het onderwijs.

Het NRO programmeert en financiert onderzoek langs de volgende lijnen:

  • 1. onderzoek naar de belangrijkste vraagstukken in het onderwijs;

  • 2. onderzoek naar (kansrijke) aanpakken;

  • 3. vrij onderzoek met als doel de ontwikkeling van kennis voor de toekomst van het onderwijs;

  • 4. talent-, innovatie- en stimuleringsbeurzen voor kennisgedreven werken door onderwijsprofessionals.

Deze subsidieronde valt onder de verantwoordelijkheid van de programmacommissie Hoger onderwijs van het NRO. De programmacommissie heeft voor de periode 2023–2026 een samenhangend programma opgesteld van subsidierondes voor onderwijsonderzoek en -innovatie. De financiering wordt beschikbaar gesteld door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het programma voor innovatie in het hoger onderwijs bestaat uit vier subsidierondes: het voorliggende Comeniusprogramma, de Nederlandse Onderwijspremie voor het mbo en ho, de Opschalingsbeurs en de SoTL-beurs. Meer informatie over dit subsidieprogramma is te vinden op de NRO-website.

In 2015 publiceerde het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek van 2015–2025, De waarde(n) van weten. In de agenda lag de nadruk op ruimte voor de professionals van het Nederlandse hoger onderwijs en werd aangekondigd dat er een beurzenprogramma kwam voor docenten in het hoger onderwijs. Naar aanleiding daarvan is in het najaar van 2016 het Comeniusprogramma opgericht door het Ministerie van OCW en het NRO.

Johannes Amos Comenius (1592–1670) was een zeventiende-eeuwse pedagoog en onderwijsvernieuwer. Hij wordt de grondlegger van het moderne onderwijs genoemd. In zijn zoektocht naar goed onderwijs combineerde hij onderwijsonderzoek met het ontwikkelen en in de praktijk brengen van vernieuwende onderwijsmethoden. Het Comeniusprogramma stelt onderwijsprofessionals in staat om, in de geest van de naamgever van het programma, hun onderwijs te innoveren en hun onderwijsvisie in de praktijk te brengen.

Het Comeniusprogramma biedt beurzen aan Teaching Fellows ho (€ 50.000), Teaching Fellows mbo (€ 50.000), Senior Fellows ho (€ 100.000), Senior Fellows mbo (€ 100.000) en Leadership Fellows (€ 500.000). De genoemde budgetten zijn maximale budgetten. De Fellows onderscheiden zich onderling op basis van onderwijservaring en de reikwijdte van hun impact op het onderwijs. Met de beurs kunnen zij onderwijsinnovaties en -verbeteringen doorvoeren in hun eigen onderwijs op een schaal die past bij hun positie en de looptijd van het project.

1.2 Beschikbaar budget

Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 2.200.000. Binnen deze Call for proposals worden naar verwachting maximaal 44 aanvragen toegewezen.

Vanuit het programmacommissie Hoger onderwijs zijn er dit jaar eenmalig extra middelen toegekend aan de Comenius Teaching Fellows. Daardoor zijn er twee extra beurzen voor het hoger beroepsonderwijs (hbo) en twee voor het wetenschappelijk onderwijs (wo) meer beschikbaar ten opzichte van voorgaande jaren.

De beurzen worden verdeeld over het hbo en het wo, drie thema’s en één vrij thema (zie paragraaf 2.3), volgens onderstaande verdeling.

 

hbo

wo

totaal

Thema 1: Onderwijsvormen van de toekomst

4

4

8

Thema 2: Diversiteit en inclusie

4

4

8

Thema 3: Aansluiting op de arbeidsmarkt

4

4

8

Thema 4: Vrij thema

8

8

16

Nader te bepalen o.b.v. verdeelregels:

2

2

4

totaal

22

22

44

De volgende verdeelregels zijn van toepassing:

In thema 1, 2 en 3 worden de vier hoogst geprioriteerde aanvragen met de minimum kwalificatie ‘goed’ toegewezen en in thema 4 worden de acht hoogst geprioriteerde aanvragen met de minimum kwalificatie ‘goed’ toegewezen.

Daarmee worden 44 aanvragen toegewezen. Voor de vier extra beurzen gelden de volgende verdeelregels:

  • 1. In het geval van ex aequo (zie paragraaf 4.1.10) wordt de aanvraag toegewezen die op basis van paragraaf 4.1.10 niet wordt toegewezen. Hiervoor geldt dat maximaal 2 aanvragen in het hbo en maximaal 2 aanvragen in het wo met de minimum kwalificatie ‘goed’ toegewezen worden.

  • 2. De eerst volgende hoogst geprioriteerde aanvraag met de minimum kwalificatie goed, binnen de eigen onderwijssector (hbo of wo).

1.3 Indieningsdeadline(s)

De deadline voor het indienen van intentieverklaringen is dinsdag 9 september 2025, voor 14:00:00 CEST. De deadline voor het indienen van vooraanmeldingen is dinsdag 7 oktober 2025, voor 14:00:00 CEST.

De deadline voor het indienen van aanvragen is dinsdag 20 januari 2026, voor 14:00:00 CET.

Bij het indienen van uw aanvraag in ISAAC dient u ook online nog gegevens in te voeren. Begin daarom ten minste één dag vóór de deadline van deze Call for proposals met het indienen van uw aanvraag. Aanvragen die na de deadline worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

Het tijdig indienen van een intentieverklaring is een voorwaarde voor het kunnen indienen van een vooraanmelding. Om een aanvraag in te dienen moeten aanvragers tijdig een intentieverklaring én een vooraanmelding hebben ingediend.

2 Doel

Dit hoofdstuk beschrijft de doelstelling van het programma. Paragraaf 2.1 omschrijft hoe de Comeniusprojecten bijdragen aan de doelstellingen van het Comeniusprogramma. Paragraaf 2.2 omschrijft het profiel van een Teaching Fellow en de kenmerken van een Teaching Fellowproject. Paragraaf 2.3 omschrijft de thema’s voor de ronde Comenius Teaching Fellows ho 2026.

2.1 Doelstelling van het programma

Het doel van het Comeniusprogramma is tweeledig. In de eerste plaats financiert het Comeniusprogramma onderwijsinnovatieprojecten die direct bijdragen aan de vernieuwing en verbetering van het vervolgonderwijs in Nederland, ten behoeve van studenten. Daarnaast draagt het Comeniusprogramma bij aan het mogelijk maken van veelzijdige carrièrepaden voor wetenschappers aan hogescholen en universiteiten, door excellent en bevlogen docentschap zichtbaar te waarderen. De projecten van de Teaching, Senior en Leadership Fellows onderscheiden zich doordat de impact op het onderwijs op iedere ‘trede’ in het programma breder wordt. De treden van het Comeniusprogramma waarbinnen docenten zich kunnen ontwikkelen zijn gebaseerd op het Career Framework for University Teaching van Ruth Graham.1

Verbetering van het onderwijs door evidence-informed innovatie

Het Comeniusprogramma financiert innovatieprojecten die dermate vernieuwend zijn of een ambitieuze verbetering implementeren, dat ze ook buiten de instelling waar het project plaatsvindt als vernieuwend worden beschouwd.2 Projecten kunnen 1) een geheel nieuwe onderwijskundige, technologische of vakinhoudelijke innovatie in het onderwijs doorvoeren, of 2) een bestaande innovatie in een specifieke onderwijscontext toepassen – zolang men overtuigend uiteenzet wat het onderscheidende karakter is van het project voor deze onderwijscontext en wat andere onderwijsprofessionals hieraan kunnen hebben. In beide gevallen reikt een Comeniusproject verder dan een reguliere curriculumherziening.

De innovatie heeft als doel het onderwijs te verbeteren en wordt uitgevoerd in de (online) onderwijsomgeving van de student. Bij het doel van het project moet rekening worden gehouden met de volgende aspecten:

  • Projecten dienen gericht te zijn op programma’s in het initieel hoger onderwijs of op trajecten die de toegang tot het initieel hoger onderwijs verbeteren (bijvoorbeeld mbo-hbo schakelprogramma’s). Projecten gericht op post-initieel hoger onderwijs, inclusief trajecten voor promovendi, zijn hiermee uitgesloten.

  • De innovatie komt tijdens de looptijd van het project direct ten goede aan studenten van een Nederlandse bekostigde hoger-onderwijsinstelling.3 Het ontwikkelen van onderwijs(materiaal) dat pas na afloop van het Comeniusproject in het onderwijs wordt geïmplementeerd of gebruikt, kan niet met een Comeniusbeurs worden gefinancierd.

  • Projecten waarvan docentprofessionalisering het primaire doel is, zijn uitgesloten. Uiteraard kan docentprofessionalisering wel een (noodzakelijk) onderdeel zijn van het succesvol doorvoeren van een innovatie in de leeromgeving van de student.

    Aanvragers maken in het voorstel duidelijk wat de onderscheidende en toegevoegde waarde van het project is ten opzichte van andere projecten met een gelijksoortige doelstelling. Zij doen dit door aan te tonen dat zij zich hebben georiënteerd op bestaande ontwikkelingen in het hoger onderwijs binnen dit project. Wanneer aanvragers in het project een bestaande innovatie willen doorvoeren die elders al succesvol is gebleken, leggen zij uit hoe de vertaalslag naar deze andere onderwijscontext tot nieuwe inzichten of kennis kan leiden voor het hoger onderwijs. Als het project voortbouwt op een pilot tonen de aanvragers aan op welke wijze de verdere ontwikkeling en/of opschaling van de pilot een vernieuwde, originele aanpak vraagt en nieuwe resultaten kan opleveren.

De innovatie is evidence-informed opgezet. Dat wil zeggen dat de aanvraag duidelijk maakt waarom het aannemelijk is dat de voorgestelde vernieuwing tot een verbetering zal leiden. Daarbij wordt gebruik gemaakt van verwijzingen naar relevante (vak)literatuur en voorbeelden uit de praktijk. Op deze manier laat de aanvrager zien op de hoogte te zijn van relevante ontwikkelingen binnen én buiten de eigen instelling. Het projectplan in de aanvraag maakt de haalbaarheid van de beoogde innovatie verder duidelijk. Hierin wordt toegelicht hoe het project wordt opgezet en uitgevoerd, welke expertise hiervoor nodig is en hoe het projectteam is samengesteld. Bovendien wordt duidelijk omschreven hoe studenten betrokken zijn bij het project. Het projectplan bevat tevens een beknopte risicoanalyse die potentiële obstakels inventariseert.

Vanwege het vernieuwende karakter zijn de resultaten van de projecten ook interessant voor andere docenten en onderwijsprofessionals in Nederland. Het evalueren en kunnen delen van ervaringen en resultaten is een essentieel onderdeel van een Comeniusproject. De aanvraag maakt duidelijk hoe de innovatie wordt geëvalueerd, zodat de projectresultaten inzichtelijk worden. Bovendien besteedt de aanvrager aandacht aan de manier waarop resultaten en ervaringen gedeeld worden met onderwijsprofessionals binnen en buiten de eigen instelling.

Bijdragen aan onderwijscarrières door waardering van docentschap

Met het toewijzen van een beurs voor onderwijsinnovatie wordt excellent docentschap en het geven van bevlogen onderwijs nadrukkelijk erkend en gewaardeerd. Toewijzing van de beurs biedt Comenius Fellows de kans zich gedurende de looptijd van het project te richten op de verbetering van hun onderwijs en zich verder te ontwikkelen als onderwijsprofessional.

In het professional statement in het aanvraagformulier legt de aanvrager uit wat de eigen visie op het hoger onderwijs en de vernieuwing daarvan is. Ook wordt de onderwijservaring en het beoogde project expliciet geplaatst binnen deze bredere onderwijsvisie. Er zijn verschillende activiteiten die de aanvrager kan beschrijven om onderwijservaring te illustreren. Te denken valt aan een selectie van onderwezen vakken, curriculumontwikkeling, studentbegeleiding, het ontwikkelen van onderwijsmateriaal, peer- coaching en voorbeelden van eerder uitgevoerde onderwijsinnovaties. Deelname aan of het organiseren van professionaliseringsactiviteiten zoals workshops, seminars en conferenties laat zien dat aanvragers het belangrijk vinden zichzelf en collega’s verder te ontwikkelen als docent. Een andere manier om dit aan te tonen, is deelname aan lokale en landelijke commissies, advies- of werkgroepen en netwerken die bijdragen aan docentschap. Ook kunnen eerder behaalde vormen van erkenning, zoals onderwijs- en docentprijzen, blijk geven van de verdiensten als docent. Tot slot beschrijft de aanvrager hoe een Comeniusbeurs kan bijdragen aan de eigen professionele ontwikkeling of onderwijscarrière, en wat het bijbehorende lidmaatschap van het ComeniusNetwerk kan betekenen voor de aanvrager en voor andere onderwijsprofessionals in het hoger onderwijs.

Comenius Fellows worden lid van het ComeniusNetwerk. Dit is een netwerk van erkende onderwijsvernieuwers in het vervolgonderwijs. Door kennisdeling, discussie en opinievorming wil dit netwerk onderwijsvernieuwing op zowel universiteiten, hogescholen als middelbare beroepsonderwijs stimuleren en ondersteunen. Ook de landelijk genomineerde Docenten van het Jaar (ho), Leraar van het Jaar (mbo), prijswinnende teams van de Nederlandse Onderwijspremie voor het mbo en ho en andere gemotiveerde en ervaren onderwijsvernieuwers maken onderdeel uit van dit netwerk.

Erkende onderwijsvernieuwers wisselen via het netwerk ervaringen en ideeën uit tijdens inspirerende bijeenkomsten, zoals het jaarlijkse ComeniusFestival. Zij kunnen ook samenwerken en leren via de circles van het netwerk. Dit zijn learning communities waarbij leden samen aan verschillende thema’s werken, te weten: duurzaam docentschap, vorming van studenten, verandering verankeren, transdisciplinair samenwerken en inclusie. Samen met partners organiseert het ComeniusNetwerk ook andere activiteiten en evenementen, bijvoorbeeld gesprekken met studenten, beleidsmedewerkers en onderzoekers over onderwijskwaliteit of webinars over uiteenlopende onderwerpen. Het netwerk daagt zichzelf uit om hierbij vernieuwende en effectieve vormen van kennisdeling te verkennen. Lees meer op www.comeniusnetwerk.nl.

2.2 Profiel en projecten van de Teaching Fellow

De Teaching Fellow

De Teaching Fellow heeft met het voorgestelde project impact op de eigen studenten en directe collega’s. In het dagelijks werk als docent, studieadviseur, stagecoördinator, etc. heeft de Teaching Fellow zelf direct contact met de studenten die het onderwijs volgen dat in het project wordt vernieuwd.

Teaching Fellows hebben ten minste twee jaar onderwijservaring in het hoger onderwijs en tonen ambitie in de eigen ontwikkeling als onderwijsprofessional. Zij krijgen daartoe de mogelijkheid door op projectbasis een vernieuwing door te voeren, nieuwe inzichten op te doen en zich zo te ontwikkelen tot erkende onderwijsvernieuwer in het eigen vakgebied.

Het Teaching Fellowproject

Een Teaching Fellowproject vindt plaats binnen de context van één afgebakend studieonderdeel (bijvoorbeeld een cursus, vak, leerlijn, traject, etc.) waarvoor de Fellow verantwoordelijk is. Een Teaching Fellowproject heeft de potentie om binnen én buiten de eigen instelling te fungeren als voorbeeld van een best practice, dan wel als waardevolle les voor het hoger onderwijs. Gezien de beperkte schaal en looptijd van de projecten wordt niet van de Teaching Fellows verwacht dat zij op een abstracter niveau publiceren dan over het concrete project.4

Overweegt u een aanvraag in te dienen? De kwaliteit van een aanvraag wordt vaak versterkt door al in een vroeg stadium samen te werken met collega’s en commitment te vragen van de indienende instelling.

Aanvragers worden daarom aangemoedigd om tijdens het schrijfproces samen te werken met een subsidiebureau van de eigen instelling, een Centre for Teaching and Learning of een lectoraat.

2.3 Thema’s Comeniusprogramma 2026

Teaching Fellowprojecten sluiten aan bij één van de vier onderstaande thema’s. In de aanvraag dient men de beoogde innovatie expliciet te verbinden aan het thema waarbinnen wordt ingediend.

De thema’s zijn afkomstig uit de NRO Kennisagenda voor het hoger onderwijs 2023–2026. Bekijk deze kennisagenda op de NRO-website voor de volledige beschrijvingen van de onderstaande thema’s.

Aanvragen worden binnen één thema ingediend en beoordeeld. De aansluiting bij het thema vormt één van de beoordelingscriteria waarop de beoordelingscommissie de aanvraag beoordeelt. Het is denkbaar dat een project raakvlakken vertoont met meerdere thema’s. In dat geval wordt aangeraden in te dienen binnen het thema dat het dichtst aansluit bij de belangrijkste motivatie van de aanvrager om het project uit te voeren.

Thema 1: Onderwijsvormen van de toekomst

Projecten binnen dit thema richten zich op de vraag hoe nieuwe onderwijsvormen op een succesvolle manier ontwikkeld en geïmplementeerd kunnen worden in het hoger onderwijs, zodat deze ten goede komen aan studenten. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld studentgedreven onderwijs, learning communities, challenge based learning of aan technologische innovaties. Zie voor de volledige beschrijving de kennisagenda.

Thema 2: Diversiteit en inclusie

Een belangrijke vraag is hoe verschillende studentengroepen beter geholpen kunnen worden om hun weg naar en door het hoger onderwijs succesvol te doorlopen. Denk hierbij aan diversiteit in sociaal-economische, culturele en etnische achtergrond, religieuze overtuiging of functiebeperking, maar ook aan diversiteit in onderwijssector, door de aansluiting tussen mbo, hbo en wo te verbeteren. Zie voor de volledige beschrijving de kennisagenda.

Thema 3: Aansluiting op de arbeidsmarkt

Hogescholen en universiteiten hebben als doel om studenten goed voor te bereiden op hun loopbaanontwikkeling. De arbeidsmarkt verandert snel, met verschuivingen in vraag en aanbod, waardoor het een uitdaging voor het hoger onderwijs blijft om ook in de toekomst de aansluiting met het werkveld te behouden. Zie voor de volledige beschrijving de kennisagenda.

Thema 4: Vrij thema

Binnen het vrij thema is het mogelijk om te kiezen uit een breed scala aan onderwerpen. Het gaat hierbij om projecten die bijdragen aan de vernieuwing en verbetering van het hoger onderwijs ten behoeve van studenten. Projecten binnen dit thema richten zich op onderwerpen die voortkomen uit de nieuwsgierigheid van de docent.

3 Voorwaarden voor aanvragers

Dit hoofdstuk bevat de voorwaarden die gelden voor uw subsidieaanvraag. Eerst wordt beschreven wie subsidie kan aanvragen (paragraaf 3.1) en waarvoor u subsidie kunt aanvragen (paragraaf 3.2). Vervolgens vindt u de voorwaarden voor het opstellen en indienen van de aanvraag (paragrafen 3.3 en 3.4) en specifieke subsidievoorwaarden (paragraaf 3.5).

3.1 Wie kan aanvragen

Onderwijsprofessionals mogen als hoofd- of medeaanvrager een aanvraag indienen als zij in dienst zijn bij één van de onderstaande organisaties:

  • Een universiteit of een hogeschool, zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden;

  • Een universitair medisch centrum zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Er is geen limiet aan het aantal aanvragen voor een Teaching Fellowbeurs per instelling, faculteit of opleiding. Binnen een hoger-onderwijsinstelling kunnen echter aanvullende procedures opgesteld zijn voor selectie en/of ondersteuning van aanvragers. Aanvragers wordt aangeraden hierover navraag te doen bij de contactpersoon van de instelling.

Aanvragers mogen maximaal eenmaal als hoofdaanvrager indienen binnen de subsidierondes voor innovatie in het hoger onderwijs 2025. Hieronder vallen de Opschalingsbeurs 2025, de SoTL-beurs 2025 en de drie subsidierondes binnen het Comeniusprogramma ho 2026. Het doel van deze voorwaarde is om het toewijzingspercentage voor aanvragers te verhogen.

Aanvullende voorwaarden (van toepassing op zowel hoofdaanvrager als medeaanvrager):

  • Een aanvrager mag per jaar slechts één aanvraag binnen het Comeniusprogramma indienen.5

  • Een Comenius Fellow die eerder een Comeniusbeurs toegekend heeft gekregen, kan binnen het programma ‘klimmen’, maar mag niet nogmaals een aanvraag indienen voor dezelfde beurs (zowel ho als mbo), of voor een beurs op een ‘lagere trede’. De aanvraag voor een beurs in de volgende trede mag worden ingediend in het laatste jaar van het lopende Comeniusproject.

  • Een aanvrager mag in achtereenvolgende jaren maximaal twee aanvragen indienen in dezelfde trede in het Comeniusprogramma. Deze voorwaarde heeft geen betrekking op ingediende vooraanmeldingen in dezelfde trede.

  • De aanvrager heeft op het moment van toewijzing een aanstelling voor ten minste de duur van het project en ten minste 0,5 fte in omvang bij de instelling waar men het project beoogt uit te voeren. Wanneer de aanvrager op het moment van indiening een aanstelling van minder dan de duur van het project en/of 0,5 fte heeft bij de instelling waar zij het project beoogt uit te voeren, dient zij in de verklaring van de leidinggevende (onderdeel van de vooraanmelding) op te nemen dat de aanstelling bij toewijzing uitgebreid wordt voor ten minste de looptijd van het project.

  • De aanvrager heeft bij de start van het project ten minste twee jaar ervaring in het hoger onderwijs.

  • De aanvrager is (mede)verantwoordelijk voor het onderwijsonderdeel waar het project plaatsvindt en heeft direct contact met studenten. Dit kan zijn als docent van een vak of cursus, maar ook als studieadviseur, stagecoördinator of in een andere rol.

  • Alleen in het geval van een duoaanvraag kan er maximaal één ‘medeaanvrager’ worden opgegeven in ISAAC. Van beide aanvragers wordt evenveel inzet gevraagd.

Duoaanvraag

Wanneer de aanvraag voortkomt uit de gezamenlijke visie van twee onderwijsprofessionals die een gelijke bijdrage zullen leveren aan het project, is het mogelijk om een duoaanvraag in te dienen. Aanvragers kunnen werkzaam zijn aan dezelfde of aan verschillende onderwijsinstellingen, indien het project ook gelijkwaardig wordt uitgevoerd op beide instellingen. Beide aanvragers worden lid van het ComeniusNetwerk in het geval van toewijzing.

Er moet één hoofdaanvrager worden aangewezen die de aanvraag indient via ISAAC en het aanspreekpunt is voor NWO. De tweede aanvrager wordt in ISAAC als ‘medeaanvrager’ opgegeven en wordt in het aanvraagformulier toegevoegd. Wanneer aanvragers uit verschillende faculteiten of instellingen afkomstig zijn, wordt de aanvraag ingediend vanuit het onderwijsonderdeel van de hoofdaanvrager. Het is mogelijk om als onderwijsprofessionals vanuit verschillende sectoren een duoaanvraag in te dienen. In dat geval is de instelling van de hoofdaanvrager bepalend voor de sector waarin de aanvraag wordt beoordeeld.

3.1.1 Samenwerkingspartners

Een samenwerkingspartner is een partij die nauw betrokken is bij de uitvoering van het onderzoek en/of de kennisbenutting. Hierbij kan gedacht worden aan bedrijven en publieke en private organisaties. Tevens kan een partij waarvan medewerkers conform paragraaf 3.1 in aanmerking komen als aanvrager, ervoor kiezen om als samenwerkingspartner betrokken te zijn wanneer dat passend is bij de inzet en/of rol.

De rol die deze partijen spelen bij de voorbereiding, uitvoering, en vertaling van het onderzoek naar de maatschappij dient in de aanvraag beschreven te worden. Binnen de subsidie kan alleen vergoeding voor salaris- en/of onderzoekskosten van samenwerkingspartners worden aangevraagd via de budgetmodules materieel en/of kennisbenutting.

De samenwerkingspartners in deze Call for proposals kunnen zijn: hoger onderwijsinstellingen die niet als hoofd- of medeaanvrager optreden en mbo-instellingen.

3.1.2 Hoofd- en medeaanvragers

De hoofdaanvrager dient de aanvraag in via ISAAC, het elektronische indiensysteem van NWO. Tijdens het beoordelingsproces communiceert NWO met de hoofdaanvrager.

Na toewijzing van een aanvraag wordt de hoofdaanvrager projectleider en aanspreekpunt voor NWO. De onderzoeksorganisatie van de hoofdaanvrager is hoofdbegunstigde en wordt penvoerder.

Medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het project. De medeaanvragers zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project.

3.2 Wat kan worden aangevraagd

Per project is minimaal € 45.000 en maximaal € 50.000 subsidie aan te vragen. De maximale looptijd van het voorgestelde project is minimaal 12 en maximaal 18 maanden. De aanvrager(s) kunnen kosten opvoeren voor personeel én materieel die direct aan het project verbonden zijn. Alle kosten moeten inhoudelijk gemotiveerd worden.

Voor het verwerken van de begroting van uw aanvraag is een apart format beschikbaar (Excelbestand). Dit begrotingsformat dient u in te vullen en als bijlage mee te sturen met uw aanvraag wanneer u deze digitaal indient. Voor de vooraanmelding wordt nog geen begroting ingediend.

Let op: op basis van de huidige planning is de Handleiding Overheidstarieven van 2026 van toepassing. Deze tarieven worden naar verwachting eind 2025 gepubliceerd. Het NRO publiceert daarom een aangepast begrotingsformat waarin deze tarieven zijn verwerkt en stelt u hiervan tijdig op de hoogte. Het is verplicht het meest recente format te gebruiken als bijlage bij de aanvraag.

3.2.1 Personeel

Het is mogelijk om subsidie voor de loonkosten aan te vragen voor personeel dat een directe bijdrage levert aan het project. Dit betreft alleen personeel dat in dienst is bij een organisatie waarvan onderwijsprofessionals, conform paragraaf 3.1, als aanvrager mogen indienen. De tariefstelling is afhankelijk van het type organisatie waar het personeel werkzaam is.

Loonkosten van personeel van een samenwerkingspartner of inhuur van derden kan worden aangevraagd via het materieel budget. Een nadere toelichting is te vinden in de bijlage (H7).

3.2.2 Materieel

Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke materiële kosten. Voor deze kosten geldt een maximum van 20% van het totale NWO subsidiebedrag.

3.3 Het opstellen en indienen van de aanvraag

Voor het opstellen van uw aanvraag doorloopt u de volgende stappen:

  • download het aanvraagformulier vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC of vanaf de website van NWO (op de website van het betreffende financieringsinstrument);

  • vul het aanvraagformulier in;

  • sla het formulier op als pdf en dien het met de eventueel verplichte bijlage(n) in ISAAC in;

  • vul de online in ISAAC gevraagde gegevens in.

Verplichte bijlage:

  • begroting.

Optionele bijlage uitsluitend:

  • letter of commitment en verklaring cofinanciering.

De bijlage dient conform het door NWO aangeboden template opgesteld te worden. Bijlagen dienen los van de aanvraag in ISAAC geüpload te worden. Alle bijlagen, met uitzondering van de begroting, dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. De begroting moet als Excelbestand worden ingediend in ISAAC. Andere bijlagen dan hierboven vermelde bijlagen zijn niet toegestaan.

Het is verplicht uw aanvraag in het Nederlands of in het Engels op te stellen.

Het indienen van een aanvraag kan alleen via het online aanvraagsysteem ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.

U bent als hoofdaanvrager verplicht een aanvraag via het eigen persoonlijke ISAAC-account in te dienen.

Het is verplicht om in ISAAC minimaal één disciplinecode in te vullen die van toepassing is op het voorgestelde onderzoek. U kunt hiervoor alleen gebruik maken van de NWO disciplinecodes, te vinden via Disciplinecodes | NWO. Deze codes vult u in onder het tabblad “Algemeen” bij “Disciplines”. Neem in ieder geval de disciplinecode voor ‘Onderwijswetenschappen’ (1.90.00) op. Indien meerdere disciplinecodes van toepassing zijn op het voorgestelde onderzoek, wordt u gevraagd om deze ook in te vullen in ISAAC. Het invullen van aanvullende disciplinecodes is niet verplicht.

Het is belangrijk om tijdig te beginnen met uw aanvraag in ISAAC:

  • indien u nog geen ISAAC-account heeft, dient deze op tijd te worden aangemaakt om eventuele aanmeldproblemen te voorkomen;

  • nieuwe onderzoeksorganisaties moeten eventueel nog door NWO toegevoegd worden aan ISAAC;

  • u moet ook online nog gegevens invoeren.

Aanvragen die na de deadline worden ingediend, neemt NWO niet in behandeling.

Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC-helpdesk, zie contact (hoofdstuk 6).

Werkt een hoofd- en/of medeaanvrager bij een onderzoeksorganisatie die niet is opgenomen in de database van ISAAC? U kunt dit dan melden via relatiebeheer@nwo.nl zodat de onderzoeksorganisatie kan worden toegevoegd. Hier zijn enige dagen voor nodig. Daarom is het van belang dit uiterlijk een week voor de deadline te melden.

NWO gaat er vanuit dat de aanvrager de onderzoeksorganisatie waar zij/hij werkzaam is heeft geïnformeerd over het indienen van de aanvraag en dat de onderzoeksorganisatie de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals aanvaardt.

3.4 Indieningsvoorwaarden

3.4.1 Formele voorwaarden voor indiening

NWO toetst uw aanvraag op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als uw aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze toegelaten tot de beoordelingsprocedure. U wordt gevraagd om na indiening van een aanvraag beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren en zo (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.

Formele voorwaarden voor indiening vooraanmelding

  • de aanvrager(s) voldoen aan de in paragraaf 3.1 gestelde voorwaarden;

  • er is tijdig door de hoofdaanvrager een intentieverklaring ingediend via ISAAC, die na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies is ingevuld. De hoofd- en medeaanvrager kunnen na het indienen van de intentieverklaring niet gewijzigd worden;

  • het vooraanmeldingsformulier is, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de instructies ingevuld. Het gebruik van hyperlinks in andere onderdelen dan de sectie ‘referenties’ is niet toegestaan;

  • het thema waarin de vooraanmelding is ingediend komt overeen met het thema waarin de intentieverklaring is ingediend;

  • de vooraanmelding is voorzien van een ondertekende verklaring van de leidinggevende van de aanvrager, en voldoet aan de gestelde eisen in paragraaf 3.3;

  • de vooraanmelding is ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager;

  • de vooraanmelding is ontvangen voor de gestelde deadline;

  • de vooraanmelding is in het Nederlands of Engels opgesteld;

  • het voorgestelde project heeft een looptijd van minimaal 12 en maximaal 18 maanden;

Formele voorwaarden voor indiening aanvraag

  • de aanvrager(s) voldoen aan de in paragraaf 3.1 gestelde voorwaarden;

  • er is tijdig door de hoofdaanvrager een vooraanmelding ingediend via ISAAC;

  • het aanvraagformulier is, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de instructies ingevuld. Het gebruik van hyperlinks in andere onderdelen dan de sectie ‘referenties’ is niet toegestaan;

  • het thema waarin de aanvraag is ingediend komt overeen met het thema waarin de vooraanmelding is ingediend;

  • de aanvraag is voorzien van een ondertekende verklaring van de leidinggevende van de aanvrager, en voldoet aan de gestelde eisen in paragraaf 3.3;

  • de aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager;

  • de aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline;

  • de aanvraag is in het Nederlands of Engels opgesteld;

  • het voorgestelde project heeft een looptijd van minimaal 12 en maximaal 18 maanden;

  • de aanvraagbegroting is volgens de voorwaarden van deze deze Call for proposals opgesteld (gebruikmakend van het beschikbaar gestelde format dat de meest recente tarieven bevat.), inclusief eventuele ‘verklaring cofinanciering/letter of commitment’ indien er sprake is van cofinanciering/eigen bijdrage;

  • alle vereiste bijlagen zijn, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de instructies ingevuld en conform de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld en ingediend.

3.5 Subsidievoorwaarden

Hoewel het aan te vragen subsidiebedrag maximaal € 50.000,– bedraagt is – in afwijking van het in de aanhef van de NWO Subsidieregeling 2024 bepaalde – de NWO Subsidieregeling 2024 wel van toepassing op de aanvragen binnen deze ronde, met uitzondering van de paragrafen 2.2.4., 2.2.5. en 3.4.3. Voor alle aanvragen geldt het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek.

3.5.1 Naleving Nationale leidraad kennisveiligheid

Wetenschap van wereldklasse kan profiteren van internationale samenwerking. De Nationale leidraad kennisveiligheid (hierna: de Leidraad) helpt kennisinstellingen ervoor te zorgen dat internationale samenwerking veilig kan plaatsvinden. Bij kennisveiligheid gaat het om ongewenste overdracht van gevoelige kennis en technologie die de nationale veiligheid aantast; om heimelijke beïnvloeding van onderwijs en onderzoek door statelijke actoren, en daarmee de academische vrijheid en de sociale veiligheid in gevaar brengt; en om ethische kwesties die kunnen spelen in de samenwerking met landen die de grondrechten niet respecteren.

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of het project in lijn is en blijft met de Leidraad. Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan de overwegingen in deze Leidraad. In geval van het vermoeden van schending van de Leidraad bij een bij NWO ingediende aanvraag voor projectfinanciering of een door NWO gefinancierd project, kan NWO de aanvrager verzoeken om een risicoafweging te overleggen waaruit blijkt dat de overwegingen uit de Leidraad zijn gevolgd. Indien de aanvrager niet aan het verzoek van NWO voldoet of als de risicoafweging klaarblijkelijk een schending van de Leidraad behelst, kan dit gevolgen hebben voor de subsidieverlening of vaststelling door NWO. Ook kan NWO in een voorkomend geval nadere voorwaarden opnemen in de toewijzingsbrief.

De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.

3.5.2 Wetenschappelijke integriteit

Het project dat NWO financiert moet, conform de NWO Subsidieregeling, uitgevoerd worden in overeenstemming met de nationaal en internationaal aanvaarde normen van wetenschappelijk handelen zoals neergelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (2018). Met het indienen van de aanvraag committeert de aanvrager zich aan deze code. In geval van (mogelijke) schending van deze normen bij een door NWO gefinancierd project, dient de aanvrager NWO hiervan onverwijld op de hoogte te stellen en dient deze alle ter zake relevante documenten aan NWO te overleggen. Meer informatie over de gedragscode en het beleid op het gebied van wetenschappelijke integriteit vindt u op de website: Wetenschappelijke integriteit | NWO.

3.5.3 Ethische verklaring of vergunning

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. De aanvrager dient er voor te zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante instelling of ethische commissie. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Bij toewijzing wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde dat de benodigde ethische verklaring of vergunning vóór de uiterste startdatum van het project is verkregen. Het project kan pas starten nadat NWO een kopie van de ethische verklaring of vergunning heeft ontvangen.

3.5.4 Eigen bijdrage

Een eigen bijdrage is in deze Call for proposals niet verplicht. Het is wel mogelijk een eigen bijdrage toe te voegen in de aanvraag.

Verklaring eigen bijdrage

U moet de rol en de garantie van deze eigen bijdrage duidelijk toelichten in het aanvraagformulier. Daarnaast dient u samen met uw aanvraag een ‘letter of commitment en verklaring cofinanciering’ in. In deze verklaring spreekt u zowel inhoudelijke en/of financiële steun uit aan het project en bevestigt de toegezegde eigen bijdrage. Verklaringen welke genoemd worden in de aanvraagbegroting, zijn verplicht als bijlage(n) bij het indienen van de aanvraag. De verklaring moet zijn ondertekend door een tekenbevoegd persoon. Het NRO stelt een verplicht format beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NRO website en in ISAAC.

Eigen bijdrage

Eigen bijdrage is een bijdrage, cash of in-kind, door een aanvrager. De tariefstelling voor de personele inzet onder de eigen bijdrage is gelijk aan de tariefstelling voor de personele inzet onder de subsidie. Nadere toelichting op de tariefstelling is te vinden in bijlage 7.1.

4 Beoordelingsprocedure

Dit hoofdstuk beschrijft allereerst hoe de beoordelingsprocedure verloopt (paragraaf 4.1). Vervolgens somt het de criteria op waaraan de beoordelingscommissie uw aanvraag toetst (paragraaf 4.2).

Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing (Code persoonlijke belangen | NWO).

NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO stimuleert leden van een beoordelingscommissie actief om zich bewust te worden van impliciete associaties en te proberen deze te minimaliseren. NWO voorziet hen van informatie over concrete manieren om de beoordeling van een aanvraag te verbeteren.

4.1 Procedure

De aanvraagprocedure bestaat uit de volgende stappen:

  • indiening van de intentieverklaring;

  • indiening van de vooraanmelding;

  • in behandeling nemen van de vooraanmelding;

  • beoordeling van de vooraanmelding;

  • advies;

  • indiening van de aanvraag;

  • in behandeling nemen van de aanvraag;

  • preadvisering beoordelingscommissie;

  • vergadering van de beoordelingscommissie;

  • besluitvorming.

Voor deze Call for proposals wordt per thema een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie ingesteld. Indien het aantal vooraanmeldingen/aanvragen binnen een thema te groot is om door één commissie beoordeeld te kunnen worden, kan het NRO besluiten om de aanvragen uit het hbo en wo te verdelen over twee commissies. De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende aanvragen en de daarop betrekking hebbende stukken in onderlinge samenhang en op eigen merites te beoordelen op basis van de gegeven beoordelingscriteria in deze Call for proposals (zie paragraaf 4.2).

De beoordelingscommissie bestaat uit leden die werkzaam zijn of recent werkzaam zijn geweest in het vervolgonderwijs, zoals onderzoekers in de onderwijswetenschappen, onderwijsprofessionals met ervaring in het ontwerpen en uitvoeren van innovatieprojecten, onderwijsprofessionals met kennis van het specifieke thema en studenten in het hoger onderwijs. Vooraanmeldingen en aanvragen worden door de gehele ‘wetenschapsbrede’ commissie beoordeeld. Het NRO probeert een beoordelingscommissie met een zo divers mogelijke achtergrond in disciplines samen te stellen, maar kan niet garanderen dat alle disciplines ook in de commissie vertegenwoordigd zijn.

NRO voert deze ronde uit zonder referenten.

4.1.1 Indiening van de intentieverklaring

Met een intentieverklaring geeft u aan dat u een aanvraag wilt indienen voor deze Call for proposals. Het indienen van een intentieverklaring is verplicht om in een latere fase een vooraanmelding in te mogen dienen.

De intentieverklaring is bedoeld om NWO te informeren over het te verwachten aantal aanvragen. U moet uw intentieverklaring voor de deadline indienen via ISAAC (zie paragraaf 1.3).

Het is verplicht uw intentieverklaring in het Nederlands of Engels op te stellen. De intentieverklaring wordt direct in ISAAC ingevuld. Een intentieverklaring bestaat uit twee invulvelden: de titel en de samenvatting. In het eerste invulveld vult u de titel van de aanvraag in. Deze kan bij het indienen van de vooraanmelding gewijzigd worden. In het vak ‘samenvatting’ vult u de volgende gegevens in:

  • In de eerste regel neemt u de volgende standaardtekst op: Deze intentieverklaring wordt ingediend in thema [nummer thema] vanuit het organisatieonderdeel [naam organisatieonderdeel].

  • In bovenstaande tekst benoemt u het thema waarbinnen u de aanvraag indient en het organisatieonderdeel van waaruit de aanvraag wordt ingediend. Zowel het thema als organisatieonderdeel kunnen na indiening van de intentieverklaring niet meer gewijzigd worden.

  • Vervolgens geeft u een beknopte samenvatting van het projectvoorstel van maximaal 250 woorden. Deze kan bij het indienen van de vooraanmelding gewijzigd worden.

De intentieverklaring is bedoeld om NWO te informeren over het te verwachten aantal aanvragen. U moet uw intentieverklaring voor de deadline indienen via ISAAC (zie paragraaf 1.3).

Neem in de intentieverklaring ook een definitieve opgave van de naam van hoofdaanvrager en eventuele medeaanvrager (bij een duo-aanvraag) op. U kunt hier niet meer van afwijken in het vooraanmeldingsformulier. U ontvangt als hoofdaanvrager een ontvangstbevestiging van de intentieverklaring.

U mag een intentieverklaring intrekken. Dit doet u via uw account in ISAAC.

4.1.2 Indiening van de vooraanmelding

Voor deze Call for proposals is het indienen van een vooraanmelding verplicht. Een vooraanmelding is een beknopte aanvraag. Voor indiening van de vooraanmelding is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website. In uw vooraanmelding moet u zich houden aan de vragen die in dit formulier staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal woorden. De door u ingevulde vooraanmelding moet voor de deadline via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van de vooraanmelding een ontvangstbevestiging.

4.1.3 In behandeling nemen van de vooraanmelding

Zo snel mogelijk nadat u uw vooraanmelding heeft ingediend, hoort u of NWO uw vooraanmelding in behandeling neemt. NWO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4). Alleen als uw vooraanmelding hieraan voldoet, kan NWO deze in behandeling nemen.

Houd er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.

4.1.4 Beoordeling vooraanmelding

Elke in behandeling genomen vooraanmelding wordt voorgelegd aan de beoordelingscommissie. De beoordelingscommissie beoordeelt de vooraanmeldingen aan de hand van de beoordelingscriteria in paragraaf 4.2 van de Call for proposals. De beoordelingscommissie voorziet de vooraanmeldingen van een negatief ofwel positief advies om de vooraanmelding uit te werken tot een aanvraag.

4.1.5 Advies vooraanmelding

De beoordeling van de vooraanmelding resulteert in een advies om de vooraanmelding al dan niet verder uit te werken. Vooraanmeldingen die de commissie beoordeelt als kansrijk voor toewijzing ontvangen een positief advies. Vooraanmeldingen die volgens de commissie een lage kans op toewijzing hebben, ontvangen een negatief advies. De aanvragers ontvangen een korte inhoudelijke toelichting op het advies.

4.1.6 Indiening van een aanvraag

Voor indiening van de aanvraag is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website. In uw aanvraag moet u zich houden aan de vragen die in dit formulier staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal woorden en pagina’s.

Uw volledig ingevulde aanvraagformulier moet voor de deadline via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). Na dit tijdstip kunt u geen aanvraag meer indienen. De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van de aanvraag een ontvangstbevestiging.

4.1.7 In behandeling nemen van de aanvraag

Zo snel mogelijk nadat u uw aanvraag heeft ingediend, hoort u of NWO uw aanvraag in behandeling neemt. NWO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4). Alleen als uw aanvraag hieraan voldoet, kan NWO deze in behandeling nemen.

Houdt er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.

4.1.8 Preadvisering beoordelingscommissie

Hierna wordt uw aanvraag voor commentaar voorgelegd aan enkele leden van de beoordelingscommissie (de preadviseurs). De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de aanvraag. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.3.1) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend).

4.1.9 Vergadering van de beoordelingscommissie

De beoordelingscommissie maakt op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging. Hierbij geldt dat de pre-adviezen in belangrijke mate richtinggevend zijn voor de uiteindelijke beoordeling, maar niet per se onverkort worden overgenomen door de beoordelingscommissie. De commissie weegt de argumenten van de pre-adviseurs (ook onderling).

De commissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan de programmacommissie Hoger onderwijs over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag als geheel moet ten minste de kwalificatie ‘goed’ krijgen om in aanmerking te komen voor de subsidie. Daarnaast moet de aanvraag tevens op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen.

Voor meer informatie over de kwalificaties zie NWO | Financiering aanvragen, hoe werkt dat?.

Als na de bespreking van de aanvragen blijkt dat twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex aequo-situatie (zie paragraaf over ex aequo).

4.1.10 Ex aequo

Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde aanvraag binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle aanvragen met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de aanvragen geselecteerd die binnen 0,1 gelijk zijn. Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, dan zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium ‘Innovatief karakter van het project’ als hoogste eindigen. Als de ex aequo situatie daarmee niet wordt doorbroken, zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium ‘Onderwijsprofiel van de aanvrager(s)’ als hoogste eindigen. Als ook dan aanvragen gelijk eindigen, bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering (conform artikel 2.2.6, lid 5 van de NWO Subsidieregeling 2024). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar het besluitnemend orgaan.

4.1.11 Besluitvorming

Tot slot toetst de programmacommissie Hoger onderwijs de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Vervolgens stelt zij de definitieve kwalificaties vast en besluit over toe- en afwijzing van de aanvragen.

Mocht er budget overblijven binnen een thema van deze Call for proposals, dan kan de programmacommissie Hoger onderwijs besluiten om dit resterende budget toe te voegen aan één van de andere thema’s binnen dezelfde sector binnen deze Call for proposals. Bij dit besluit neemt de programmacommissie de kwaliteit van de aanvragen, eventuele ex aequo’s en de spreiding over de thema’s in overweging.

4.1.12 Tijdpad

Hieronder treft u het tijdpad aan voor deze Call for proposals. Het kan zijn dat NWO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad van deze Call for proposals aan te brengen. Uiteraard ontvangt u hierover op tijd bericht.

Intentieverklaringen

 

9 september 2025 14:00:00 CEST

Deadline intentieverklaringen

Vooraanmeldingen

 

7 oktober 2025 14:00:00 CEST

Deadline vooraanmeldingen

November 2025

Commissie beoordeelt vooraanmeldingen

December 2025

Aanvragers ontvangen advies wel/niet uitwerken vooraanmelding tot een aanvraag

Aanvragen

 

20 januari 2026 14:00:00 CET

Deadline aanvragen

Februari 2026

Raadplegen preadviseurs

Eind maart/begin april 2026

Vergadering beoordelingscommissie

Eind mei 2026

Besluit programmacommissie Hoger onderwijs

4.2 Criteria

Inhoudelijke beoordelingscriteria vooraanmelding

De vooraanmeldingen die binnen deze Call for proposals worden ingediend worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de onderstaande criteria. De kwaliteit van het projectplan en het onderwijsprofiel van de aanvrager worden in deze fase nog niet beoordeeld. Bij het opstellen van haar advies tot uitwerking weegt de beoordelingscommissie onderstaande criteria even zwaar mee.

  • 1. Innovatief karakter van het project

  • 2. Verwachte opbrengsten van het project

  • 1. Innovatief karakter van het project (50%)

    • a. In hoeverre maakt de aanvrager duidelijk dat het project een vernieuwende oplossing beoogt te implementeren, óf een bestaande innovatie in een nieuwe onderwijscontext beoogt door te voeren die een ambitieuze verbetering omhelst?

    • b. In hoeverre maakt de aanvrager aannemelijk dat de voorgestelde oplossing zich onderscheidt van initiatieven buiten de eigen instelling met een vergelijkbare doelstelling?

  • 2. Verwachte opbrengsten van het project (50%)

    • a. Wordt in de probleemverkenning overtuigend uiteengezet dat het project tegemoetkomt aan een behoefte in het hoger onderwijs? Maakt de aanvrager aannemelijk dat de voorgestelde innovatie tot een verbetering kan leiden?

    • b. Worden de beoogde opbrengsten, zoals leeropbrengsten en concrete producten, duidelijk omschreven? Zijn deze in potentie van meerwaarde voor studenten, en eventueel andere betrokkenen?

    • c. Lijkt de schaal en context van het project passend bij een Teaching Fellowproject, zoals omschreven in hoofdstuk 2?

    • d. In hoeverre past het project binnen het gekozen thema, zoals omschreven in hoofdstuk 2? Legt de aanvrager uit waarom het thema relevant is voor de eigen onderwijscontext?

    • e. Maakt de aanvrager aannemelijk dat het project ook voor andere onderwijsprofessionals buiten de eigen onderwijscontext interessant zou kunnen zijn?

Inhoudelijke beoordelingscriteria aanvraag

De aanvragen die binnen deze Call for proposals worden ingediend worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • 1. Innovatief karakter van het project (30%)

  • 2. Verwachte opbrengsten van het project (20%)

  • 3. Kwaliteit van het projectplan (20%)

  • 4. Onderwijsprofiel van de aanvrager(s) (30%)

  • 1. Innovatief karakter van het project (30%)

    • a. In hoeverre maakt de aanvrager duidelijk dat het project een vernieuwende oplossing beoogt te implementeren, óf een bestaande innovatie in een nieuwe onderwijscontext beoogt door te voeren die een ambitieuze verbetering omhelst?

    • b. In hoeverre maakt de aanvrager duidelijk dat de voorgestelde oplossing zich onderscheidt van initiatieven buiten de eigen instelling met een vergelijkbare doelstelling? Laat de aanvrager zien zich verdiept te hebben in wat er in het hoger onderwijs speelt rondom de beoogde innovatie?

  • 2. Verwachte opbrengsten van het project (20%)

    • a. Wordt in de probleemverkenning overtuigend uiteengezet dat het project tegemoetkomt aan een behoefte in het hoger onderwijs? Maakt de aanvrager aannemelijk dat de voorgestelde innovatie tot een verbetering kan leiden?

    • b. Worden de beoogde opbrengsten, zoals leeropbrengsten en concrete producten, duidelijk omschreven? Zijn deze van meerwaarde voor studenten, en eventueel andere betrokkenen?

    • c. Is de schaal en context van het project passend bij een Teaching Fellowproject, zoals omschreven in hoofdstuk 2?

    • d. In hoeverre past het project binnen het gekozen thema, zoals omschreven in hoofdstuk 2? Legt de aanvrager uit waarom het thema relevant is voor de eigen onderwijscontext?

    • e. Maakt de aanvrager aannemelijk dat het project ook voor andere onderwijsprofessionals buiten de eigen onderwijscontext interessant kan zijn?

  • 3. Kwaliteit van het projectplan (20%)

    • a. Is het projectplan, waaronder de beschreven activiteiten, gehanteerde methodes, planning, beknopte risicoanalyse en begroting, duidelijk omschreven en passend bij het beoogde project?

    • b. Maakt het projectplan de haalbaarheid van het project op overtuigende wijze aannemelijk?

    • c. Beschikt het projectteam over de benodigde expertise om het project uit te kunnen voeren? Zijn de verschillende rollen en taakverdeling duidelijk en passend?

    • d. Worden de activiteiten en opbrengsten van het project op een passende wijze geëvalueerd, aan de hand van evaluatiecriteria en -procedures?

    • e. Is het disseminatieplan (de plannen voor verspreiding van de resultaten) passend en voldoende ambitieus?

  • 4. Onderwijsprofiel van de aanvrager(s) (30%)

    • a. Past de aanvrager, mede gezien de onderwijservaring en positie aan de instelling, bij het profiel van een Teaching Fellow, zoals omschreven in hoofdstuk 2? Illustreert de aanvrager de onderwijservaring met relevante voorbeelden?

    • b. In hoeverre getuigt het professional statement van excellent docentschap en een bevlogen visie op onderwijsvernieuwing? Worden deze uiteengezet aan de hand van relevante literatuur en/of concrete voorbeelden?

    • c. Maakt de aanvrager duidelijk dat het project voortvloeit uit de eigen onderwijsvisie?

    • d. In hoeverre laat de aanvraag zien hoe een Comeniusbeurs en lidmaatschap van het ComeniusNetwerk kunnen bijdragen aan de ambities en professionele ontwikkeling van de aanvrager?

5 Subsidieverplichtingen

In dit hoofdstuk worden de verschillende subsidieverplichtingen toegelicht die – in aanvulling op de in paragraaf 3.5 genoemde subsidievoorwaarden – van toepassing zijn na toewijzing.

5.1.1 Start project

Uiterste startdatum

Een toegekend project moet uiterlijk vier maanden na de toewijzing starten. Als het project te laat start dan kan het NRO het toewijzingsbesluit intrekken.

Voor de start van het project dient u de volgende startdocumenten in via ISAAC:

  • een volledig ingevuld en ondertekend startformulier.

Lidmaatschap ComeniusNetwerk

Na toewijzing worden aanvrager(s) benoemd tot Comenius Fellow en treden zij toe tot het ComeniusNetwerk. Overige projectleden worden geen lid van het ComeniusNetwerk, maar kunnen wel aan verschillende activiteiten en bijeenkomsten deelnemen. Aanvragers ontvangen na de berichtgeving over het besluit meer informatie over het lidmaatschap vanuit het ComeniusNetwerk. Van Comenius Fellows wordt een actieve bijdrage aan het ComeniusNetwerk gevraagd.

5.1.2 Voortgang project

Tussentijdse wijzigingen melden

U bent als hoofdaanvrager verplicht om wijzigingen in de planning of uitvoering van het project onmiddellijk te melden. In die melding geeft u het NRO een beargumenteerde motivatie voor de wijzigingen.

Monitoring voortgang

Het NRO volgt en ondersteunt de voortgang en evalueert de resultaten van het project. Hierbij wordt uitgegaan van de planning en beoogde opbrengsten zoals vermeld in uw aanvraag. Een aanzienlijke afwijking op de aanvraag, zonder voorafgaande instemming van het NRO, kan ertoe leiden dat het NRO de betaling van tranches (tijdelijk) stop zet, en de subsidie gedeeltelijk of geheel intrekt, en waar nodig terugvordert.

Daarnaast vraagt het NRO u gedurende de looptijd, en tot twee jaar na de looptijd van het project, iedere publicatie of andere vorm van output te registreren in ISAAC. U volgt hierbij het Standaard Evaluatie Protocol (SEP). Op www.isaac.nwo.nl vindt u een uitgebreide beschrijving van welke stappen u doorloopt om producten in ISAAC te registreren.

5.1.3 Afronding project

Procesverslag

Uiterlijk binnen drie maanden na afronding van het onderzoek dient de hoofdaanvrager een procesverslag in.

Daarnaast registreert u afzonderlijk in ISAAC alle tot dan toe in het project gerealiseerde en in de aanvraag genoemde output. Als de programmaraad het eindverslag heeft goedgekeurd, sluit het NRO de subsidieperiode af.

5.1.4 Intellectueel eigendom

Met betrekking tot de intellectuele eigendom (IE) geldt het NWO IE-beleid. Het NWO IE-beleid is te vinden in hoofdstuk 4 van de NWO Subsidieregeling.

Aanvragers moeten een door NWO gefinancierd project uitvoeren in de tijd dat ze voor de onderzoeksorganisatie werken. Indien een aanvrager of een door NWO gefinancierde onderzoeker bij meerdere werkgevers is aangesteld, dient de andere werkgever ten behoeve van de aanvrager afstand te doen van eventuele IE-rechten die uit het project voortvloeien.

5.1.5 Maatschappelijk verantwoord licentiëren

Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onder deze Call for proposals ontwikkelde onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, zoals opgenomen in het NFU rapport “NFU-19.3793 Maatschappelijk Verantwoord Licenseren CMYK 7.indd ”.

5.1.6 Open Access

NWO heeft de Berlin Declaration (2003) ondertekend en is lid van cOAlitie S (2018) en zet zich in om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek dat door NWO gefinancierd wordt vrij toegankelijk te maken via internet (Open Access). Daarmee geeft NWO invulling aan het beleid van de Nederlandse regering om al het publiek gefinancierde onderzoek Open Access beschikbaar te maken. Wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toewijzingen voortvloeiend uit deze Call for proposals dienen daarom Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access.

Wetenschappelijke artikelen

Voor wetenschappelijke artikelen geldt dat zij direct op het moment van publicatie (zonder embargo) Open Access beschikbaar gesteld moeten worden via één van de volgende routes:

  • publicatie in een volledig open access tijdschrift of platform dat is geregistreerd in de DOAJ;

  • publicatie in een abonnementstijdschrift en het deponeren van tenminste de auteursversie van het artikel in een Open Access repository die is geregistreerd in OpenDOAR;

  • publicatie in een tijdschrift waarvoor een transformatieve Open Access overeenkomst beschikbaar is tussen de UNL en een uitgever. Zie daarover: Open Access |.

Boeken

Voor boeken, boekhoofdstukken en bundels gelden afwijkende voorwaarden. Zie daarover de Beleidsregel Open Access op Open Science | NWO.

Overige typen publicaties

NWO moedigt aan dat ook niet-wetenschappelijke publicaties zo vroeg mogelijk en onder een open licentie open access beschikbaar gesteld worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om rapporten, working papers, posters, protocollen, prototypen, presentaties en projectwebsites. Om de vindbaarheid, hergebruik en langdurige beschikbaarheid te garanderen, is het advies:

  • een DOI (Digital Object Identifier) of andere persistent identifier toe te passen;

  • een open licentie, bij voorkeur een Creative Commons Licentie, te hanteren;

  • het materiaal in een trusted repository op te slaan die langdurige toegankelijkheid garandeert.

NWO adviseert om gebruik te maken van Zenodo dat gratis opslag en geautomatiseerde diensten aanbiedt op deze drie terreinen.

CC BY licentie

Met het oog op een optimale verspreiding van publicaties moet tenminste een Creative Commons (CC BY) licentie worden toegepast. Bij de aanwezigheid van zwaarwegende belangen kan de auteur verzoeken om te publiceren onder toepassing van een CC BY-ND licentie. Voor boeken, bundels en boekhoofdstukken staat de keuze van een CC BY licentie vrij.

Kosten

Eventuele kosten voor publiceren in volledig Open Access tijdschriften kunnen worden begroot in de projectbegroting door gebruikmaking van de budgetmodule ‘materieel’. Kosten voor publicaties in hybride tijdschriften komen niet in aanmerking voor vergoeding door NWO. Voor Open Access boeken kan een beroep gedaan worden op het aparte NWO Open Access boekenfonds.

Voor een nadere toelichting op het Open Access beleid van NWO zie: Open Science | NWO.

6 Contact en overige informatie

6.1 Contact

6.1.1 Inhoudelijke vragen

Voor inhoudelijke vragen over deze Call for proposals neemt u contact op met:

Dr. Allison Luger (programmasecretaris)

Tel: 070 344 05 51

E-mail: comenius@nro.nl

6.1.2 Technische vragen over het elektronisch aanvraagsysteem ISAAC

Bij technische vragen over het gebruik van ISAAC kunt u contact opnemen met de ISAAC-helpdesk. Raadpleeg eerst de handleiding voordat u de helpdesk om advies vraagt. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.

6.2 Overige informatie

Aanvragers worden aangeraden om vroegtijdig contact op te nemen met de subsidieadviseur van de onderwijsinstelling wanneer zij overwegen een aanvraag in te dienen in het Comeniusprogramma.

NWO verwerkt persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO privacyverklaring, Privacyverklaring | NWO.

NWO kan aanvragers mogelijk benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of het onderzoeksprogramma.

7 Bijlagen

7.1 Budgetmodules en tarieven

7.1.1 Personeel

Personeel aan een universiteit en een universitair medisch centrum (umc)

Financiering kan worden aangevraagd voor onderwijsprofessionals en overig personeel aan een universiteit of een umc dat een directe bijdrage levert aan het project. Hierbij kan gedacht worden aan hoogleraren, universitair (hoofd)docenten, andere onderzoekers, docenten, etc.

Gebruik de tarieven volgens de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2.1, gemiddelde directe loonkosten per salarisschaal, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. De salarisschaal bepaalt het tarief. Voor studenten geldt maximaal schaal 1 en voor hoogleraren geldt maximaal schaal 17. Er is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar

Personeel aan een hogeschool

Financiering kan worden aangevraagd voor onderwijsprofessionals en overig personeel aan een hogeschool. Hierbij kan gedacht worden aan docenten, docent-onderzoekers, hogeschool(hoofd)docenten, lectoren, studenten, etc.

De tarieven worden bepaald aan de hand van de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2.2 gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. De te verwachten werkelijke loonkosten per mensjaar van de aangevraagde functie bepaalt de schaal/het tarief uit de HOT-tabel. Deze loonkosten bevatten alleen de directe werkgeverslasten inclusief het in de HOT- tabel opgenomen vaste bedrag voor overhead. Voor studenten geldt maximaal schaal 1.

7.1.2 Materieel

Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke kosten met betrekking tot onder meer verbruiksgoederen, inkoop van diensten (inhuur van derden), personele inzet en/of onderzoekskosten vanuit samenwerkingspartners, materialen, kleine instrumenten, toegang tot (inter)nationale faciliteiten, software en onderzoeksmiddelen die na gebruik geen economische waarde meer hebben. Reis- en verblijfkosten (nationaal en internationaal) voor alle mensen die aan het project werken incl. buitenlandse gastonderzoekers, kosten voor de organisatie van (internationale) workshops en symposia, kosten voor datamanagement, publicaties, en kosten in het kader van citizen science vallen eveneens onder deze module.

Maximaal 50% van het bij NWO aangevraagde materiele budget kan ingezet worden voor werk door samenwerkingspartners en/of derden.

Reiskosten (nationaal en internationaal) worden alleen vergoed op basis van tweede klasse/economy class tarieven. Voor publicaties gelden de bepalingen in de paragraaf 4.5 Open access. Kosten voor een controleverklaring kunnen alleen worden opgevoerd voor instellingen die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW voor maximaal € 5.000 per controleverklaring.

Het is niet toegestaan om kosten op te voeren voor:

  • organisatie-infrastructuur en overhead, waaronder een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening en thuiswerkvergoeding.

  • het gebruik en onderhoud van in eigen beheer ontwikkelde wetenschappelijke infrastructuur.

  • reguliere onderwijsactiviteiten.

7.2 Indexering

Het tarief op het moment van de besluitdatum is van toepassing. NWO past bij de toekenning zo nodig eenmalig ambtshalve een indexering toe van de loonkosten. Hierbij wordt de datum gehanteerd dat de tarieven ingaan. Indien de datum van bekendmaking van de tarieven later is dan de ingangsdatum, wordt de datum van bekendmaking gehanteerd. De tarieven van de Universiteiten van Nederland (UNL) gaan doorgaans in op 1 juli, van de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (NFU) op 1 augustus en van de Handleiding Overheidstarieven (HOT) op 1 januari.

Ambtshalve indexering heeft geen invloed op het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag. Het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. Bij toewijzing wordt indexering toegepast op het subsidiebedrag.

Indien cofinanciering is vereist dan wel toegestaan, heeft de ambtshalve indexering geen gevolgen voor de eisen aan eigen bijdragen en cofinanciering, noch voor de IE-rechten die uit de cofinanciering kunnen voortvloeien.


X Noot
2

De voorgestelde innovatie dient te vallen binnen de grenzen van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, zoals die op het moment van indienen van de aanvraag van kracht is.

X Noot
3

Zie voor een volledige lijst van bekostigde instellingen artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en

de daarbij behorende bijlage

X Noot
4

Publiceren’ wordt breed opgevat als het openbaar verspreiden van informatie over het project: bijvoorbeeld in een vakblad, op een online platform, als presentatie op een conferentie, of in een wetenschappelijk tijdschrift.

X Noot
5

Het Comeniusprogramma bestaat uit vijf subsidierondes: Teaching Fellows ho en mbo, Senior Fellows ho en mbo, en Leadership Fellows.

Naar boven