Besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 24 april 2025, nr. IENW/BSK-92384, tot wijziging van de samenstelling van het tuchtcollege voor de scheepvaart

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op artikel 55b, eerste en zesde lid, van de Wet zeevarenden;

BESLUIT:

Artikel 1

  • 1. C.J.M. Schot, oud-reder, wonende te Krimpen aan de IJssel, wordt eervol ontslagen als plaatsvervangend lid van het tuchtcollege voor de scheepvaart met ingang van 15 mei 2025.

  • 2. C.R Tromp, kapitein, wonende te Meliskerke, wordt met terugwerkende kracht eervol ontslagen als lid van het tuchtcollege voor de scheepvaart vanwege het bereiken van de 70-jarige leeftijd met ingang van 1 februari 2025.

Artikel 2

In het tuchtcollege voor de scheepvaart worden benoemd voor de periode van 15 mei tot en met 31 december 2025 tot plaatsvervangend lid:

  • a. C. Kornet, oud-reder, wonende te Werkendam;

  • b. G. Heins, kapitein, wonende te Molkwerum.

Artikel 3

In het tuchtcollege voor de scheepvaart wordt benoemd voor de periode van 15 mei tot en met 31 december 2025 tot lid:

D. Roest, kapitein, wonende te Almere.

Artikel 4

  • 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 15 mei 2025.

  • 2. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 15 mei 2025, treedt dit besluit in werking met ingang van de dag na de uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 15 mei 2025.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, B. Madlener

TOELICHTING

Met dit besluit is uitvoering gegeven aan artikel 55b, eerste en zesde lid, van de Wet zeevarenden, inzake het ontslag en de benoeming van (plaatsvervangende) leden van het tuchtcollege voor de scheepvaart. Met dit besluit is aan twee (plaatsvervangende) leden eervol ontslag verleend waarvan een met terugwerkende kracht tot 1 februari 2025 vanwege het bereiken van de 70-jarige leeftijd. In verband hiermee zijn een lid en twee plaatsvervangende leden benoemd.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, B. Madlener

Naar boven